RIS307513 Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen
Tekst van het document
Ons kenmerk
OCW/10061177 RIS307513
HAAGSE REFERENTIENORMEN MAATSCHAPPELIJKE VOORZIENINGEN Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, overwegende dat: de groei van het aantal inwoners van Den Haag opgevangen wordt door in te zetten op het toevoegen van woningen aan de woningvoorraad; de nieuwe inwoners ook behoefte hebben aan (maatschappelijke) voorzieningen; de leefbaarheid van de stad gebaat is bij het tijdig realiseren van deze voorzieningen; inzicht in de gemiddeld noodzakelijke oppervlakte ten behoeve van deze voorzieningen ontbrak; kwantitatief en kwalitatief onderzoek hiernaar is gedaan; dit onderzoek aansluit bij de in de nieuwe Omgevingswet voorgestane integrale benadering van de (ontwikkeling van) de fysieke leefomgeving; dit onderzoek benut wordt voor het opstellen van gebiedsgerichte voorzieningenprogramma’s; dit onderzoek aanleiding is voor nader onderzoek per type voorziening, mede gegeven het huidige bestand aan voorzieningen in de stad; in vervolg op dit besluit nader onderzoek gedaan gaat worden naar de systematiek om financiële middelen voor investeringen in en exploitatie van voorzieningen beschikbaar te hebben gerelateerd aan de groei van het aantal inwoners; besluit: I.
het document “Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen” vast te stellen, en de in tabel 1 opgenomen richtinggevende oppervlaktes voor diverse voorzieningen als uitgangspunt te hanteren bij de start van gebiedsontwikkelingen en grootschalige projecten. Na twee jaar zal de gemeente evalueren of de richtinggevende oppervlaktes a. werkbaar zijn en b. tot een bredere implementatie van voorzieningen leidt;
II.
kennis te nemen van het rapport van Zwarte Hond “Intensivering maatschappelijke voorzieningen” d.d. 2 december 2019, waarin ideeën en inspiratie voor het realiseren van voorzieningen in een verdichtende stad zijn opgenomen;
III. zich in te zetten voor voldoende aanbod op het juiste schaalniveau, gekoppeld aan de grote gebiedsontwikkelingen en indien er voor bepaalde voorzieningen geen locatie beschikbaar is in het te ontwikkelen gebied hiervoor elders ruimte te creëren; IV. gebiedsagenda’s en gebiedsvisies te voorzien van een voorzieningenprogramma, waaruit blijkt dat voldoende ruimte beschikbaar is voor het realiseren van de gewenste voorzieningen, met inzicht in de wijze van realisatie daarvan;
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10061177
V.
opdracht te geven tot nadere uitwerking van het voorzieningenniveau per type voorziening, uitgaande van een analyse van vraag en aanbod op voor de voorziening passend schaalniveau en een visie op de toekomst van de voorziening op te stellen, inclusief de benodigde investeringen ten behoeve van realisatie en exploitatie. Voor de verschillende functies en waarden van groen in de openbare ruimte zal een aparte uitwerking gemaakt worden;
VI. het instrumentarium van de gemeente voor realisatie in samenwerking met de markt en maatschappelijke organisaties nader uit te werken; VII. per type voorziening en per gebiedsontwikkeling de investeringsbehoefte in beeld te brengen, deze inzichten te betrekken bij besluitvorming over de gebiedsontwikkelingen en een generiek onderzoek te zullen starten naar huidige gemeentelijke financieringssystematiek voor maatschappelijke voorzieningen in relatie tot de groei van de stad. VIII. Bij de toepassing en monitoring van de centrum stedelijke referentienormen in de (uitwerking van) voorzieningenprogramma’s in de hoogstedelijke verdichtingsgebieden (CID en deel Binckhorst) op termijn toe te werken naar referentienormen voor hoogstedelijk centrummilieu.
Den Haag, 19 januari 2021 Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester,
Ilma Merx
Jan van Zanen
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10061177
Toelichting Aanleiding De groei van Den Haag zorgt voor veel veranderingen. De opgave om vorm en inhoud te geven aan een evenwichtige groei van de stad is groot en vraagt om een nieuwe aanpak vanuit de gemeente. De integrale gebiedsontwikkeling die het college voorstaat en de implementatie van de omgevingswet bieden een kans om fysieke en sociale waarden, in balans met elkaar, een plek te geven in de langetermijn ontwikkeling van de gemeente. Inhoud van het document Na vaststelling door het college ligt er met de Haagse referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen een breed gedragen instrument om de gebiedsontwikkelingen integraal aan te pakken. Door de voorzieningenbehoefte voor onderwijs, zorg, welzijn, cultuur, groen en spelen uit te drukken in vierkante meters per 1.000 woningen, voorziet dit document in de behoefte om de maatschappelijke opgaven mee te nemen in de stedelijke ontwikkeling. Naast de tabel met de referentienormen, gaat de notitie in op de toepassing in de praktijk. Thema’s met betrekking tot ruimtelijke uitwerking, functiemenging, compensatie, financiering en de ontwikkelstrategie in samenwerking met de markt worden behandeld. In de bijlagen staat per sector toegelicht hoe de referentienorm tot stand is gekomen. Sectorspecifieke aandachtspunten en kanttekeningen zijn daarin opgenomen.
De referentienormen zijn gebaseerd op bestaand landelijk of gemeentelijk beleid, eerder vastgestelde Haagse normen en ambities, of als extrapolatie van het huidige voorzieningenniveau in de stad. Het vaststellen van de referentienormen heeft strikt gezien geen financiële consequenties. Bestaande voorzieningen kennen op dit moment een wijze van financiering via de bestaande begroting, waarbij instandhouding (exploitatie, beheer) is gedekt. Nieuwe voorzieningen en vervangingsinvesteringen worden veelal incidenteel gedekt via het Meerjareninvesteringsprogramma of grondexploitaties. Hierbij is in de bestaande werkwijze niet op een systematische wijze rekening gehouden met de groei van de stad. Het is zaak inzichtelijk te krijgen wat de langetermijneffecten van de groei van de stad zijn op het gebruik van de voorzieningen en wat nodig is de groei te kunnen accommoderen. Hiermee wordt expliciet gemaakt wat nu impliciet gebeurt. Dit draagt bij aan een afgewogen besluitvorming. Op basis van de toepassing van de referentienormen, aangevuld met een nadere analyse van het bestaande voorzieningenaanbod en de benutting daarvan, wordt een toekomstige investeringsbehoefte inzichtelijk gemaakt, hetzij in gebiedsvisies en -agenda’s, hetzij in strategische huisvestingsplannen.
Voor de wijze waarop investeringen gedekt worden in de toekomst, wordt nader onderzoek opgestart dat de mogelijkheden in beeld brengt vanuit de invalshoeken van het Meerjareninvesteringsprogramma, de begroting en de instrumenten vanuit grondexploitatie en kostenverhaal (Omgevingswet). Eind 2021 zal hierover een rapportage worden opgesteld. Inzet is om functies die bijdragen aan de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van nieuwe woon (werk) gebieden direct mee te nemen in de gebiedsontwikkelingen en hier de noodzakelijke ruimte en middelen voor te reserveren. Dit laat onverlet dat huidige woningbouwprojecten hier niet afhankelijk van zijn. Beslispunt: 1. Het document “Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen” vast te stellen, en de in tabel 1 opgenomen richtinggevende oppervlaktes voor diverse voorzieningen als uitgangspunt te hanteren bij de start van gebiedsontwikkelingen en grootschalige projecten. Na twee jaar zal de gemeente evalueren of de richtinggevende oppervlaktes a. werkbaar zijn en b. tot een bredere implementatie van voorzieningen leidt;
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10061177
Argumenten 1.1 De referentienormen helpen de groei van de stad te faciliteren en de leefbaarheid te bewaken. In het coalitieakkoord staat de ambitie om meer woningen en voorzieningen te realiseren op een manier dat de stad er beter van wordt en de leefbaarheid niet onder druk komt te staan. Maatschappelijke voorzieningen zijn een voorwaarde voor een leefbare stad. De voorliggende referentienormen zijn een instrument om per gebied passende voorzieningenprogramma’s op te stellen aan de hand van het woonprogramma. Die bouwsteen ontbrak in Den Haag nog. In losse beleidsstukken zijn weliswaar richtlijnen voor voorzieningen terug te vinden, maar deze bieden geen eenduidig overzicht op de gehele opgave. Door het opnemen van een tabel is in één oogopslag duidelijk met welk ruimtebeslag rekening moet worden gehouden ten aanzien van maatschappelijke voorzieningen. Dit is vervolgens het uitgangspunt om in de totale opgave tot een op de behoefte toegesneden voorzieningenprogramma te komen. 1.2
Referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen zorgen voor een integrale aanpak van de gebiedsontwikkelingen. Voor een evenwichtige groei van de stad dienen maatschappelijke voorzieningen integraal te worden meegenomen in de planontwikkeling. De referentienormen zijn nodig om aan de voorkant de ruimtelijke opgave voor maatschappelijk vastgoed en benodigde openbare ruimte in beeld te brengen. De gemeenteraad heeft op 20 februari 2020 een motie aangenomen om een sportnorm te ontwikkelen (RIS304647), met dit document wordt tevens aan deze motie tegemoet gekomen.
1.3
Haagse Referentienormen zijn nodig om aan te sluiten bij de Haagse dynamiek, demografie en voorzieningenstructuur. Door het ontbreken van Haagse referentienormen, werd tot nu toe vaak gekeken naar referentienormen die zijn opgesteld door andere steden, zoals in Amsterdam. Maar iedere stad heeft zijn eigen dynamiek en voorzieningenstructuur. De voorliggende rapportage voorziet in Haagse referentienormen op basis van Haagse kengetallen en Haags beleid. Voor de derde stad van Nederland een bruikbare aanvulling die van belang is ten behoeve van een werkelijk integrale gebiedsontwikkeling.
1.4
Referentienormen zijn nu nodig ten behoeve van de lopende gebiedsontwikkelingen. Referentienormen vormen een instrument om aan de voorkant maatschappelijke voorzieningen mee te kunnen nemen bij gebiedsontwikkelingen. Omdat de gebiedsontwikkelingen in volle gang zijn, is de behoefte aan dit instrument groot. De realisatie van niet-woonfuncties komt immers niet vanzelf tot stand.
Kanttekeningen 1.1 Referentienormen bieden geen garantie. De referentienormen zijn een goed hulpinstrument om de voorzieningenbehoefte ruimtelijk uit te drukken. De vertaling naar de praktijk bepaalt uiteindelijk het succes ervan voor Den Haag. In een verdichtende stad zijn ruimtelijke claims en middelen nodig om bepaalde voorzieningen te realiseren. De vele ambities kunnen gaan knellen. Dit kan conflicten tussen de vastgestelde kaders opleveren. Stadsbreed moet hier een afweging in worden gemaakt.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10061177
Beslispunt 2. Kennis te nemen van het rapport van De Zwarte Hond “intensivering maatschappelijke voorzieningen” d.d. 2 december 2019, waarin ideeën en inspiratie voor het realiseren van voorzieningen in een verdichtende stad zijn opgenomen; Argumenten 2.1 Om de verdichtingsopgave ruimtelijk en financieel mogelijk te maken, zal er aandacht moeten zijn voor het efficiënt clusteren van voorzieningen. Maatschappelijk vastgoed is veelal ontwikkeld om één type voorziening te huisvesten. Maar er zijn in Den Haag en andere steden mooie voorbeelden van combinaties tussen onderwijs en sport, buurthuizen van de toekomst, brede buurtscholen en woningbouw met ruimte voor voorzieningen. Het onderzoek van De Zwarte Hond is een uitnodiging om innovatieve oplossingen te zoeken en biedt kansen om dienstverlening en ondersteuning aantrekkelijk, eenvoudig en klantgericht aan te bieden. Beslispunt 3. Zich in te zetten voor voldoende aanbod op het juiste schaalniveau, gekoppeld aan de grote gebiedsontwikkelingen en indien er voor bepaalde voorzieningen geen locatie beschikbaar is in het te ontwikkelen gebied, hiervoor elders ruimte te creëren; Argumenten 3.1 De keuze om voorzieningen niet te realiseren, ingegeven door ruimtegebrek of gebrek aan financiële middelen, kan leiden tot tekorten en beïnvloedt de leefbaarheid van de stad.
Bij verdichting zullen niet alle voorzieningen gerealiseerd kunnen worden in de ontwikkelgebieden zelf, waar de behoefte toeneemt. Door aan de hand van de referentienormen en het voedingsgebied van de voorziening een alternatieve locatie te zoeken, voorkomen we dat er tekorten ontstaan en de leefbaarheid van de stad in gevaar komt. Met deze inspanningsverplichting nemen wij ons voor om in beeld te brengen welke locaties in de stad beschikbaar zijn of komen, bijvoorbeeld als gevolg van verandering van functies van bestaand vastgoed, strategische posities die reeds in eigendom zijn van de gemeente of bij de herinrichting van terreinen. Deze inventarisatie benutten we tevens in het kader van de op te stellen Omgevingsvisie Den Haag, om ook op stedelijk niveau voldoende ruimte voor voorzieningen te borgen. Beslispunt 4. Gebiedsagenda’s en gebiedsvisies te voorzien van een voorzieningenprogramma waaruit blijkt dat voldoende ruimte beschikbaar is voor het realiseren van de gewenste voorzieningen, met inzicht in de wijze van realisatie daarvan; Argumenten 4.1 Realisatie van voorzieningen blijft maatwerk en gebiedsafhankelijk. De behoefte aan voorzieningen is sterk afhankelijk van het type inwoners in een wijk. Per voorziening spelen andere aspecten een rol, bijvoorbeeld de leeftijd van de inwoners, aanwezigheid van kinderen, het inkomensniveau of het opleidingsniveau.
Ook is niet altijd vooraf bekend wat de samenstelling van de bevolking is in een nieuw te ontwikkelen wijk en zijn veranderingen in de tijd mogelijk.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10061177
Daarom spreken we af om voor gebiedsontwikkelingen een voorzieningenprogramma op te stellen waarin op basis van de referentienormen wordt aangegeven welke voorzieningen in welke mate zullen worden toegevoegd. Dit is het gevolg van een uitgebreide analyse van het gebied, de demografie en de reeds aanwezige voorzieningen. Beslispunt 5. Opdracht te geven tot nadere uitwerking van het voorzieningenniveau per type voorziening, uitgaande van een analyse van vraag en aanbod op voor de voorziening passend schaalniveau en een visie op de toekomst van de voorziening op te stellen, inclusief de benodigde investeringen ten behoeve van realisatie en exploitatie. Voor de verschillende functies en waarden van groen in de openbare ruimte zal een aparte uitwerking gemaakt worden; Argumenten 5.1 Een veranderende maatschappelijke context en richtinggevende trends per sector hebben gevolgen voor het benodigde voorzieningenniveau. De stad is maatschappelijk en fysiek volop in beweging. Groei kan niet los gezien worden van veranderingen. Veranderingen die ook zonder groei doorgang vinden en die de vraag naar voorzieningen beïnvloeden. Denk aan de samenstelling van de bevolking en toenemende tweedeling en segregatie langs verschillende lijnen, maar ook aan de digitalisering, individualisering en vergrijzing van de samenleving.
In allerlei sectoren komen nieuwe concepten op die vragen om een andere kijk op de manier waarop we bouwen en dienstverlening aanbieden. We nemen ons voor in te spelen op trends als een toenemende sportdeelname, de opgave voor verduurzaming van vastgoed en de veranderende mobiliteit (meer inzet op lopen en fietsen en minder automobiliteit). In deze veranderende context moeten we onze voorzieningen blijven herdefiniëren en een visie op de voorzieningen van de toekomst ontwikkelen. 5.2
Een integraal huisvestingsplan voor maatschappelijk vastgoed maakt regie voeren als gemeente eenvoudiger. Door per sector de analyse van het bestaande bestand te koppelen aan de toekomstige voorzieningenbehoefte, wordt een beeld geschetst van wat er op termijn nodig is aan vervanging en nieuwbouw. Dit wordt uitgewerkt in een integraal huisvestingsplan voor maatschappelijk vastgoed voor de komende jaren. Het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2020-2030 kan als voorbeeld voor andere sectoren dienen. De referentienormen nemen namelijk niet in beschouwing in hoeverre de reeds aanwezige voorzieningen voldoen aan hun beleidsdoelstellingen. Een belangrijke vervolgactie is het ontwikkelen van een afwegingskader om bestaande voorzieningen te toetsen, op basis van zaken als functionaliteit, duurzaamheid, financiën en bezettingsgraad. De parameters zullen per sector moeten worden opgesteld. Dit vraagt per type voorzieningen een nadere analyse van vraag en aanbod, demografische ontwikkelingen, benuttingsgraad van bestaande voorzieningen, en de mate waarin deze gebouwen aansluiten bij de reeds genoemde maatschappelijke trends en ontwikkelingen. Onderdeel van deze analyse is het bepalen van een passend investeringsniveau om de benodigde uitbreiding te faciliteren, in aansluiting bij de vraag en het ambitieniveau.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10061177
Tegelijk kan in beeld worden gebracht waar locaties anders kunnen worden benut of aan vervanging toe zijn. Dergelijke analyses zullen van grote waarde zijn voor de op te stellen Omgevingsvisie. Beslispunt 6. Het instrumentarium van de gemeente voor realisatie in samenwerking met de markt en maatschappelijke organisaties nader uit te werken. Argumenten 6.1. Door de invoering van de Omgevingswet verandert de context van de stedelijke ontwikkeling. De uitdagingen van grootstedelijke ontwikkelingen op het gebied van maatschappelijke voorzieningen zullen niet alleen door de markt of de lokale overheid opgelost kunnen worden. Het instrumentarium van de gemeente zal hierop aangepast moeten worden om tot een passende ontwikkelstrategie te komen, waarin ruimte voor – en bekostiging van – maatschappelijke voorzieningen zijn geborgd. Beslispunt 7. Per type voorziening en per gebiedsontwikkeling de investeringsbehoefte in beeld te brengen, deze inzichten te betrekken bij besluitvorming over de gebiedsontwikkelingen en een generiek onderzoek te zullen starten naar huidige gemeentelijke financieringssystematiek voor maatschappelijke voorzieningen in relatie tot de groei van de stad. Argumenten 7.1. Integrale gebiedsontwikkeling vraagt om transparantie over alle kosten die daarmee gepaard gaan.
In de bestaande begroting is geen rekening gehouden met de extra investerings- en exploitatielasten die het in de praktijk toepassen van referentienormen met zich meebrengen. Daarom dient als eerste de omvang van deze lasten voor de komende jaren inzichtelijk te worden gemaakt. Vervolgens zal een methodiek dienen te worden ontwikkeld waarlangs tot dekking van deze extra lasten gekomen kan worden. De ontwikkeling van deze methodiek wordt uitgewerkt door de beleidsmatig verantwoordelijke diensten (OCW, DSB en DSO) en concern financiën. De uitwerking van deze methodiek, inclusief de gevolgen daarvan worden ter besluitvorming aan het college aangeboden. Beslispunt 8. Bij de toepassing en monitoring van de centrum stedelijke referentienormen in de (uitwerking van) voorzieningenprogramma’s in de hoogstedelijke verdichtingsgebieden (CID en deel Binckhorst) op termijn toe te werken naar referentienormen voor hoogstedelijk centrummilieu. Argumenten 8.1. Momenteel kent Den Haag geen hoogstedelijk gebied wat als referentie kan dienen voor het bepalen van specifieke normen.
De referentienormen zijn voor een groot deel gebaseerd op het voorzieningenniveau in bestaande stukken Den Haag (referentiegebieden). Voor de geambieerde hoogstedelijke verdichtingsgebieden ontbreekt het aan Haagse gebieden die als referentie kunnen dienen. Daarom gebruiken we de normen van het centrumstedelijk milieu als vertrekpunt.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10061177
8.2.
Bewoners en bezoekers van een hoogstedelijk centrummilieu vragen mogelijk om een meer specifiek programma van voorzieningen. Mede als gevolg van de woningtypologie (hoogbouw) en omgeving is het voorstelbaar de vraag naar maatschappelijke voorzieningen afwijkt van de behoefte in het centrum stedelijk milieu. In de uitwerking door middel van gebiedsagenda’s en voorzieningenprogramma’s bewaken wij dat een evenwichtig programma per gebied ontwikkeld wordt, waarbij wij voor CID/Binckhorst monitoren of dit zich daadwerkelijk vertaalt naar specifieke referentienormen voor een hoogstedelijk centrummilieu, die dan separaat zullen worden vastgesteld.