RIS307505 vervolgvragen SMI-regeling kinderopvangtoeslag
Tekst van het document
GEMEENTERAAD
RIS-nummer: 307505
Schriftelijke vragen: vervolgvragen SMI-regeling kinderopvangtoeslag Indiener: Pieter Grinwis, ChristenUnie/SGP
Datum: 11 januari 2021
Aan de voorzitter van de gemeenteraad,
Op 4 maart 2020 stelde de SP-fractie schriftelijke vragen over de ‘SMI-regeling kinderopvangtoeslag’ (RIS304854), de regeling Sociaal Medische Indicatie die ouders die tijdelijk niet kunnen werken om sociale of medische redenen tegemoetkomt in de kosten van kinderopvang. Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stellen de raadsleden Pieter Grinwis, Lesley Arp, Birgül Özmen en Janice Roopram de volgende aanvullende vragen: De SP-fractie haalde destijds in hun schriftelijke vragen een casus aan van een gezin dat onterecht kinderopvangtoeslag heeft gekregen, maar in plaats daarvan aanspraak had moeten doen op de (gemeentelijke) SMI-regeling. Uit de beantwoording van de vragen werd duidelijk dat het niet mogelijk was om de toekenning met terugwerkende kracht te doen gelden omdat het “doorgaans niet mogelijk [is] om achteraf vast te stellen of in het verleden de noodzaak, die een sociaal medische indicatie vereist, heeft bestaan. Bovendien is het ook niet mogelijk om een kind met terugwerkende kracht te laten opvangen in de kinderopvang.” Een in de ogen van de vragenstellers vrij bizarre, hardvochtige en op zijn minst technocratische redenering die parallellen vertoont met de handelwijze van een niet nader te noemen Rijksdienst.
1) Kan het college aangeven waarom het niet mogelijk is om vast te stellen of de noodzaak, die een sociaal medische indicatie vereist, heeft bestaan wanneer iemand de medische dossiers en keuringen van de betreffende periode kan overleggen? 2) Het is inderdaad niet mogelijk om een kind met terugwerkende kracht te laten opvangen in de kinderopvang (hoe kreeg u deze zinsnede eigenlijk uit uw pen?), maar het is toch wel mogelijk de facturen van de kinderopvang uit de betreffende periode met terugwerkende kracht te vergoeden? 3) Is bij het college bekend hoeveel inwoners uit Den Haag zich bij de gemeente hebben gemeld met een soortgelijke vraag, waarbij zij per abuis kinderopvangtoeslag hebben aangevraagd (of gecontinueerd), maar in plaats daarvan een beroep op de SMI-regeling hadden moeten doen? 4) Wat wordt er door de gemeente gedaan op het gebied van communicatie om duidelijk te maken aan inwoners wanneer zij recht hebben op kinderopvangtoeslag en wanneer zij een beroep moeten doen op de SMI-regeling? De beleidsregel tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van een sociaal medische indicatie 2020 regelt dat de SMI-regeling voor een periode van 6 maanden aan is te vragen, waarna deze eenmalig met 3 maanden verlengd kan worden.
Pagina 1 van 2
5) Waarom is er gekozen voor een periode van 6 + 3 maanden? In de betreffende casus gaat het om een gezin met een chronisch zieke ouder. Na de maximale periode van de SMI-regeling (6 + 3 maanden) heeft dit gezin nog steeds een tegemoetkoming nodig voor de kinderopvang zodat de niet-zieke ouder kan werken. 6) Hoeveel cases zijn er bekend bij de gemeente waarbij een gezin ook na 9 (6+3) maanden nog een tegemoetkoming nodig heeft voor de kinderopvang met een sociaal medische indicatie? 7) Hoe handelt de gemeente in dergelijke gevallen? Is het mogelijk om de SMI-regeling in dergelijke gevallen te verlengen zolang sprake is van een sociaal medische indicatie?
Pieter Grinwis ChristenUnie/SGP
Lesley Arp SP
Birgül Özmen Janice Roopram D66 Hart voor den Haag/Groep de Mos
Pagina 2 van 2