RIS307334 Vervolgvragen Armoede en Menstruatie
Tekst van het document
GEMEENTERAAD
RIS-nummer: 307334
Schriftelijke vragen: Vervolgvragen Armoede en Menstruatie Indiener: Erlijn Wenink (GroenLinks) en Fatima Faïd (HSP)
Datum: 16 december 2020
Aan de voorzitter van de gemeenteraad, In november 2019 stelde het raadslid Erlijn Wenink naar aanleiding van o.a. het onderzoek naar menstruatiearmoede van De Bovengrondse schriftelijke vragen aan het college (RIS303934). Recent nam het Schotse parlement een wet aan die het mogelijk maakt dat tampons, maandverband en andere menstruatieproducten op openbaar toegankelijke plaatsen gratis beschikbaar zullen zijn. Veel mensen die in armoede leven moeten tijdens hun menstruatie improviseren bij gebrek aan de juiste producten, of missen tijdens hun ongesteldheid werk- of schooldagen. Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stellen de raadsleden Erlijn Wenink (GroenLinks) en Fatima Faïd de volgende vragen: 1) Is het college bekend met de recente ontwikkelingen in Schotland betreffende menstruatieproducten? Zo ja, kan het college hier een korte reactie op geven? 2) Is het college bereid om richting de landelijke overheid te lobbyen voor de invoer van een soortgelijke wet in Nederland? 3) In de beantwoording op de voorgaande vragen gaf het college aan bereid te zijn om met scholen en sportverenigingen in gesprek te gaan over de vrije verstrekking van menstruatieproducten aldaar.
Kan het college aangeven of deze gesprekken hebben plaatsgevonden, en wat hier de uitkomsten van waren? 4) Is het college bereid om een dergelijk gesprek ook aan te gaan met de voedselbank, om actief te ontdekken of en in welke vorm zij behoefte hebben aan ondersteuning bij het verstrekken van menstruatieproducten? Zo ja, kan hierover worden teruggekoppeld aan de raad? Is het college het met ons eens dat het feit dat niet iedereen menstruatieproducten nodig heeft geen reden mag zijn om geen aandacht te hebben voor hen die het wel nodig hebben en niet kunnen betalen? En is het college het met ons eens dat er bovendien geen enkele reden is om aan te nemen dat het onderzoek van De Bovengrondse niet ook op Haagse minima van toepassing zou zijn? 5) In de beantwoording op de voorgaande vragen gaf het college aan dat er geen menstruatieproducten worden verstrekt op locaties voor maatschappelijke opvang, omdat signalen van behoefte daaraan zouden ontbreken. Ons bereiken die signalen wel.
Is het college bereid om in gesprek te gaan met maatschappelijke opvanginstellingen en te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om menstruatieproducten te verstrekken? 6) Is het college het met GroenLinks en de HSP eens dat gratis menstruatieproducten op publiek toegankelijke toiletten bijdragen aan de gezondheid en het welzijn van de Hagenaars die nu vanwege armoede niet over de juiste producten beschikken? Pagina 1 van 2
7) Kan het college onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor het vrij verstrekken van menstruatieproducten in het stadhuis, de stadsdeelkantoren en bibliotheken in Den Haag? Zo nee, kan het college uitgebreid aangeven welke afwegingen er hierin worden gemaakt? Erlijn Wenink GroenLinks Fatima Faïd Haagse Stadspartij
Pagina 2 van 2