CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS307332 Onderzoeksrapport Auditdienst Rijk feitenrelaas verkoop pand Noordeinde 64-64A

Commissie Ruimte 6 januari 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken837 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Anne Mulder Wethouder van Financiën en Stadsontwikkeling

040

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de voorzitter van de commissie Ruimte

DSO/10060286 RIS307332 Contactpersoon

Silke Perquin Dienst

Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling

Grondzaken Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

18 december 2020

silke.perquin@denhaag.nl

Onderwerp

Onderzoeksrapport Auditdienst Rijk Feitenrelaas verkoop pand Noordeinde 64/64A

Geachte voorzitter, Bij deze informeert het college u dat de Auditdienst Rijk (ADR) haar onderzoeksrapport “Feitenrelaas verkoop pand Noordeinde 64/64a” heeft afgerond. Dit onderzoeksrapport is in de week van 14 december aangeboden aan de staatssecretaris en is vervolgens openbaar gemaakt. In dit onderzoeksrapport is de ADR op de volgende vragen ingegaan: Hoe is de verkoop en taxatie van Noordeinde 64/64A door het Rijksvastgoedbedrijf verlopen en aangestuurd? Wat valt hierbij op in het licht van de geldende regelgeving en taxatieprocedure? (hoofdvraag). Geef aan de hand van een tijdlijn en een feitenrelaas een beschrijving van het verkoopproces van Noordeinde 64 door het Rijksvastgoedbedrijf. (deelvraag). Zijn er op basis van de tijdlijn en het feitenrelaas punten die opvallen in het licht van de geldende regeling materieel beheer Rijksoverheid? (deelvraag). Zijn er op basis van de tijdlijn, het feitenrelaas en vergelijkbare taxaties punten die opvallen in het licht van de geldende taxatieprocedure? (deelvraag). In het voorwoord benadrukt de ADR dat zij geen signalen van fraude hebben ontdekt. Ook de staatsecretaris stelt in zijn kamerbrief ‘Verkoop Noordeinde 64/64A te Den Haag’ vast dat de verkoop van Noordeinde 64/64A aan de gemeente Den Haag op juiste wijze is verlopen en dat, anders dan in de media naar voren werd gebracht, een marktconforme koopprijs is betaald.

Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de ADR van mening is dat er op een aantal punten na geen sprake is van opvallendheden. De punten die wel opvallen zijn, kort gesteld, de volgende: de verkoop is er vanaf het begin af aan op gericht om door de gemeente onderhands door te laten verkopen aan een natuurlijk persoon (met maatschappelijke plannen met het pand N64/64a); in geen van de taxatierapporten wordt de herbestemming in de publieke sfeer gebruikt bij de berekening van de marktwaarde. Het pand lijkt vooral te zijn getaxeerd op basis van rendementen op nog te ontwikkelen vastgoed; er zijn geen afwijkingen gevonden die zouden kunnen wijzen op onrechtmatigheden in het proces van aansturen van de taxaties;

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10060286

-

enkele minimale verschillen tussen de diverse taxaties, hetgeen nader wordt uitgelegd in de paragraaf waardebepaling.

Het complete onderzoeksrapport vindt u als bijlage bij deze brief. Het onderzoeksrapport gaat op heldere wijze in op de geformuleerde vraag en deelvragen. Het geeft naar de mening van het college ook een goede weergave van het gezamenlijke proces dat door het Rijksvastgoedbedrijf en de gemeente Den Haag is doorlopen inzake de verkoop van Noordeinde 64/64a. Wel hebben wij een kennelijke verschrijving geconstateerd in paragraaf 2.6.3 waar wordt gesteld dat de gemeenteraad van Den Haag op 22 mei 2018 instemde met het besluit tot aan- en verkoop. Dit dient natuurlijk het college te zijn. In de commissievergadering over dit onderwerp is u toegezegd te bezien of het onderzoeksrapport van de ADR aanleiding geeft tot nader onderzoek naar de rol van de gemeente in dit dossier. Gelet op het feit dat bovengenoemde opvallendheden, noch de inhoud van de rest van het rapport daar aanleiding toe geeft, zal het college geen verder onderzoek in stellen naar de rol van de gemeente bij de verkoop van Noordeinde 64/64A. In het commissiedebat over deze transactie zijn de verschillen tussen de taxatierapporten aan de orde geweest. De ADR heeft gekeken naar het zogeheten MVGM-taxatierapport. Dit MVGM-taxatierapport is in opdracht van de heer Munie opgesteld, naar nu blijkt ten behoeve van de financiering van zijn aankoop van Noordeinde 64/64A.

Dit MVGM-taxatierapport betreft uitdrukkelijk niet een marktwaardetaxatie: het doel van dit taxatierapport was de heer Munie inzicht geven in het eventuele waarde-effect van de door hem beoogde herontwikkeling. Het in opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf door Frisia opgestelde taxatierapport – op basis waarvan de koopsom is vastgesteld – betrof wel een marktwaardetaxatie. Uit het onderzoeksrapport blijkt dat het taxatierapport van MVGM niets afdoet aan de juistheid van de taxatie door Frisia, omdat de uitgangspunten wezenlijk verschillen. In bijlage 4 van het rapport is een vergelijkend overzicht van de vier bestudeerde taxatierapporten opgenomen. Tot slot geeft de staatsecretaris in zijn kamerbrief over het onderzoeksrapport aan dat het Rijksvastgoedbedrijf enkele verbeteracties doorvoert en dat ook de reallocatieprocedure zal worden aangepast. Aan de kant van de gemeente wordt voortaan ten aanzien van vastgoedtransacties met het Rijksvastgoedbedrijf door het college het ‘nee, tenzij’-principe gehanteerd. Hierover wordt u geïnformeerd middels de afdoening van de moties “Voorkom nieuwe Noordeinde affaire”. Deze afdoening en die van de motie “Stop gemeentelijke samenwerking Omar Munie” worden gelijktijdig met deze brief aan u gezonden. Met vriendelijke groet, Anne Mulder

2/2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9576177/2