RIS307330 Bijlagen 1 en 2
Tekst van het document
RIGO Research en Advies Woon- werk- en leefomgeving www.rigo.nl
R APPORT
Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden Rapport 3: Eerste biedingen (definitief)
De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij RIGO. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. RIGO aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden.
RIGO Research en Advies Woon- werk- leefomgeving www.rigo.nl
RAPPORT
Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden Rapport 3: Eerste biedingen (definitief) Opdrachtgever Provincie Zuid-Holland, samenwerkende gemeenten regio Haaglanden en SVH
Contactpersoon Esther van der Velden
Projectnummer P40790
Datum 26 november 2020
Auteurs Wouter Schepers; wouter.schepers@rigo.nl; 020 522 11 41 Peter van Os Veerle Veraart
Inhoud Inleiding
1
Eerste biedingen: de cijfers
2
Behoefte en opgave
2
Ontwikkeling totale voorraad
3
Ontwikkeling doelgroepvoorraad
5
Spreiding
7
Beschikbaarheid
9
Conclusie
10
Kwalitatieve duiding
12
Tot slot
14
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
Inleiding Eind 2019 is door de gemeenten en woningcorporaties in de regio Haaglanden in samenwerking met de provincie Zuid-Holland een traject gestart dat – met enige vertraging als gevolg van COVID-19 – begin 2021 moet leiden tot nieuwe regionale woningmarktafspraken. Deze woningmarktafspraken hebben o.a. betrekking op de totale woningbouwopgave en in het bijzonder de betaalbare voorraad daarbinnen (en de spreiding en beschikbaarheid daarvan). Dit rapport vormt de derde stap in dit traject. Nadat eerder al de opgave (ABF), het bestaande beleid (stap A1 in onderstaande figuur) en de restopgave met handelingsperspectieven (stap A2) de revue zijn gepasseerd, geeft deze rapportage inzicht in de eerste gemeentelijke biedingen op basis van de opgave en de geboden handelingsperspectieven.
Leeswijzer Het doel van deze rapportage is vooral om een beeld te krijgen of de betrokken gemeenten op koers liggen voor wat betreft de gezamenlijk geformuleerde opgave. Deze rapportage kent vooral een regionale insteek: we gaan niet in detail in op de gemeentelijke biedingen, dit is pas in de laatste stap (B2) aan de orde. In hoofdstuk 2 geven we feitelijk weer in hoeverre de (optelsom van de) gemeentelijke biedingen zich verhouden tot de opgave. Voor de leesbaarheid zijn de cijfers door RIGO voorzien van een korte duiding. Hoofdstuk 3 bevat een meer kwalitatieve beschouwing van de gemeentelijke biedingen, in het bijzonder gericht op de diverse handelingsperspectieven die wel/niet worden ingezet. In de slotbeschouwing (hoofdstuk 4) blikken we alvast kort vooruit op de laatste stap (B2) in het traject dat moet leiden tot nieuwe regionale woningmarktafspraken.
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
1
Eerste biedingen: de cijfers In dit hoofdstuk leggen we de gemeentelijke biedingen langs de door de betrokken partijen geformuleerde opgave. We geven weer wat gemeenten in het aangereikte format cijfermatig hebben ‘geboden’ 1 op de onderdelen totale voorraad, doelgroepvoorraad, spreiding en beschikbaarheid.
Behoefte en opgave Bij het lezen van deze rapportage is het relevant om onderscheid te maken tussen regionale behoefte en regionale opgave. Behoefte In het rapport “Naar een meer evenwichtige regio Haaglanden” december 2019 heeft ABF voor elk van de negen gemeenten in Haaglanden een streefvoorraad in 2030 in twee scenario’s opgesteld: het Referentiescenario en het Meer Evenwicht scenario. Beide scenario’s zijn – als het gaat om de ontwikkeling van de totale woningvoorraad in de regio - gebaseerd op de Woningbehoefteraming (WBR) 2019 van de Provincie Zuid-Holland. Oftewel: in beide scenario’s ontwikkelt de woningvoorraad zich tussen 2019 en 2030 per saldo precies zoals de WBR aangeeft. De becijferde woningbehoefte richting 2030 is voor de regio 65.880 woningen. Opgave Regionaal is afgesproken dat voor de opgave op het gebied van de totale woningvoorraad, de doelgroepvoorraad en spreiding van deze voorraad het Meer Evenwicht scenario van ABF wordt gehanteerd. Daarnaast is afgesproken dat – in het belang van de regionale woningmarkt –gemeenten indien gewenst meer woningen mogen realiseren dan op basis van de WBR c.q. behoefte verwacht zou mogen worden. De provincie staat toe dat met het oog op planuitval zo’n 130% van de behoefte geprogrammeerd wordt. Op basis van de behoefteraming zouden dit ruim 85.000 woningen zijn.
Vijf van de negen gemeenten (Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer) hebben op basis daarvan ABF een nieuw scenario (Extra nieuwbouw) op laten opstellen. Dit scenario was gebaseerd op de op dat moment bekende woningbouwprogramma’s van de betreffende gemeenten. Van deze vijf gemeenten heeft alleen 2 Westland aangegeven het ‘oude’ Meer Evenwicht scenario te willen hanteren (dus niet gebaseerd op extra woningbouwplannen). In de bovenstaande tabel wordt dit gekwantificeerd. Waar we het in deze rapportage hebben over de behoefte, hebben we het over het oorspronkelijke op de WBR gebaseerde scenario van ABF (65.880 woningen). Waar we het in deze rapportage hebben over de opgave, dan hebben we het over de optelsom van 5 gemeenten met het WBR Meer Evenwicht Scenario en 4 gemeenten met het Extra nieuwbouw
1
In enkele gemeentelijke biedingen is sprake van kleine rekenfoutjes. In dat geval zijn de cijfers niet gecorrigeerd om recht te doen aan wat is geboden.
2
Wassenaar maakt in haar gemeentelijk bod geen expliciete keuze voor één van de ABF scenario’s. Omdat het bod van Wassenaar in omvang het extra nieuwbouw scenario van ABF ruim overtreft, gaan we ervan uit dat Wassenaar de extra nieuwbouw opgave kan worden toegeschreven.
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
2
Meer Evenwicht scenario. De opgave bedraagt dan 79.430 woningen, een doelgroepvoorraad opgave van 11.550, een beweging naar een meer evenwichtige verdeling van de doelgroepvoorraad over de regio en een minimale beschikbaarheid van 70% (inclusief nieuwbouw) van de DAEB voorraad voor de primaire doelgroep van beleid. Tot slot willen we hier nog benadrukken dat de gepresenteerde cijfers veelal gaan over de ‘netto groei’ van de woningvoorraad. Als we het bijvoorbeeld hebben over een doelgroepvoorraadopgave van 11.550 woningen, dan hebben we het over een netto opgave. Om deze opgave te realiseren, en in de wetenschap dat er ook doelgroepvoorraadwoningen verdwijnen als gevolg van bijvoorbeeld sloop, verkoop of liberalisatie, is (dus) een aantal nieuwbouwwoningen nodig dat hoger ligt dan de geschetste opgave.
Ontwikkeling totale voorraad De negen gemeentelijke biedingen leiden gezamenlijk tot een netto groei van de woningvoorraad van bijna 74.000 in 2030, daar waar de opgave (inclusief extra nieuwbouw van Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, Wassenaar en Zoetermeer) bijna 80.000 woningen is. Al met al dus ruim 5.600 woningen te weinig, indien afgezet tegen de opgave. figuur 2 -1 O pgav e t ot al e voorraad Haaglande n ve rsus bod (totale n) van gemeen ten in de reg io
Wel is het zo dat de gemeenten gezamenlijk meer woningen bieden in 2030 dan de behoefte die voortvloeit uit het oorspronkelijke Meer Evenwicht scenario. Het ‘tekort’ in de groei van de totale woningvoorraad ontstaat – afgemeten aan de opgave – geheel in de gemeente Den Haag, dat als enige gemeente minder woningen bouwt dan op basis van de opgave benodigd is.
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
3
figuur 2 -2 Bod net to t oev oe gi ng totale voorraad t ot 2 03 0 pe r gem ee nte (op basis va n onde rliggende act ivitei ten)
Bij het bovenstaande moet wel in acht worden genomen dat het merendeel (60%) van de onderliggende bouwplannen in de regio als ‘zacht’ te bestempelen is, zo blijkt ook uit de gemeentelijke biedingen (zie figuur 2-3). Gezien de looptijd waar de nieuwe woningmarktafspraken betrekking op hebben (tot 2030) is dit niet onlogisch. Ondanks dat de betrokken gemeenten er kennelijk – getuige de optelsom van hun totaalvoorraad biedingen – vertrouwen in hebben om nagenoeg aan de regionale totaalopgave te kunnen voldoen, is er vanzelfsprekend nog wel veel werk aan de winkel als het gaat om het daadwerkelijk realiseren van deze woningbouwplannen. figuur 2 -3 Bod net to t oev oe gi ng totale voorraad t ot 2 03 0 in harde en zachte planne n per gemeente
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
4
We hanteren in de regio de volgende definities voor harde plannen en waarschijnlijke en onzekere plannen (zachte plannen): Harde plannen: onder een hard plan verstaan wij plannen waarbij een omgevingsvergunning is verleend, plannen waarbij er een vastgesteld bestemmingsplan is of plannen waarbij er bindende contracten zijn. Waarschijnlijke plannen: onder waarschijnlijke plannen verstaan wij plannen waarbij een bestemmingsplan in voorbereiding is of waarbij er intentionele afspraken zijn. Onzekere plannen: overige plannen.
Ontwikkeling doelgroepvoorraad Voor wat betreft de ontwikkeling van de doelgroepvoorraad constateren we hier twee zaken. Op de eerste plaats dat de optelsom van de biedingen van de negen betrokken gemeenten onvoldoende is om te voorzien in de regionale opgave (zie figuur 2-4). En op de tweede plaats dat er ten opzichte van het bestaand beleid uit de vorige RIGO rapportage (Handelingsperspectieven) bleek, dat er een forse stap is gezet richting de doelgroepvoorraad opgave. Uit de analyse van bestaand beleid in het voorjaar van 2020 bleek van enige groei van de doelgroepvoorraad überhaupt geen sprake (zie tabel 4-3 uit het RIGO rapport Handelingsperspectieven), terwijl nu sprake is van een groei van ruim 8.000 doelgroepvoorraad woningen. Dat is vooral een gevolg van een flinke voorziene toename van de DAEB voorraad. De opgave wordt op basis van de gemeentelijke biedingen dus niet gerealiseerd, maar er lijkt binnen dit traject wel sprake van progressie op dit punt. figuur 2 -4 O pgav e doelgro epvoorraad Haaglanden ve rsus bod v an gem ee nte n in de regio
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
5
t abel 2 -1 Bod net t o t oevoeg ing doelg roe pv oor raad 2 030 per segm ent per gemeen te3
Bod
Opgave
netto 2030
DAEB 2030
Delft
1.025
2.125
part. huur 2030 -1.100
Den Haag
1.090
6.240
LeidschendamVoorburg MiddenDelfland PijnackerNootdorp Rijswijk
470
part. koop 2030
netto 2030
DAEB 2030
0
580
1.710
part. huur 2030 -1.600
part. koop 2030 470
-5.650
500
1.090
4.820
-5.750
2.020
360
110
0
440
590
-280
130
120
82
38
0
570
560
-30
40
840
870
-30
0
1.640
1.220
-30
450
101
331
-430
200
490
700
-430
220
Wassenaar
249
110
139
0
560
300
110
150
Westland
1.800
1.300
200
300
3.960
3.730
-220
450
Zoetermeer
2.536
645
483
1.408
2.220
2.500
-920
640
Haaglanden
8.231
12.063
-6.240
2.408
11.550
16.130
-9.150
4.570
Overigens zijn er nog wel de nodige vraagtekens te plaatsen bij de gemeentelijke biedingen op het gebied van de doelgroepvoorraad. Bij de ontwikkeling van de goedkope particuliere woningvoorraad wijken gemeenten soms af van de door ABF becijferde autonome afname van woningen in dit segment. Op het gebied van de goedkope koop wijken een aantal gemeenten in hun definitie af van de regionale definitie van €180.000, waardoor het enigszins gissen is wat deze biedingen binnen de regionale definitie betekenen. De positieve ontwikkeling van de goedkope koop in Zoetermeer is niet zozeer een toevoeging, maar een gevolg van een negatievere WOZ-waarde ontwikkeling dan verwacht in de bestaande woningvoorraad (waardoor deze betaalbaarder is dan door ABF geraamd). Op het gebied van de DAEBvoorraad valt op dat in een aantal gemeenten de sloopplannen van corporaties, zoals deze nog wel veelvuldig voorkwamen in de geanalyseerde dPi’s (begrotingen 2020), deels zijn verdwenen. Dat roept de vraag op of corporaties hun sloopplannen van tafel hebben ge-
3
Sommigen gemeenten hebben óf geboden in bandbreedtes (we hebben dan het midden aangehouden) en/of het aantal woningen afgerond. Daardoor verschillen de totalen in de figuren 2-4 en 2-5 licht. Midden-Delfland hanteert een andere bovengrens van €198.500 VON voor goedkope particuliere koop, en verwacht niet dat woningen onder de grens van €180.000 gerealiseerd kunnen worden. Daarom zijn deze plannen niet meegenomen in de analyse. Westland hanteert tevens een andere bovengrens van €198.500 VON. voor goedkope particuliere koop, maar verwacht nagenoeg alle woningen onder de afgesproken grens van €180.000 op te leveren. Daarom zijn deze plannen wel meegenomen in de analyse.
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
6
haald of dat er sprake is van een onjuiste vertaling in de gemeentelijke biedingen. In de volgende ronde (bespreken gemeentelijke biedingen via bestuurlijke intervisie) zullen deze zaken verder worden uitgediept. De verhouding harde/zachte plannen in de gemeentelijke biedingen ligt iets gunstiger (ten gunste van harde plannen) bij de doelgroepvoorraad dan bij de totale voorraad. De eerder benoemde goedkope koopontwikkeling in Zoetermeer (door de gemeente als hard aangemerkt) is hier grotendeels de oorzaak van. figuur 2 -5 Bod net to t oev oe gi ng doel groepvo orraad 2 03 0 in harde en zac hte planne n per gemeente4
Spreiding Aan het Meer Evenwicht scenario ligt een regionale wens ten grondslag om de doelgroepvoorraad meer te spreiden over de regio. Gemeenten met relatief veel doelgroepvoorraad, zoals Den Haag en Delft, mogen in het aandeel doelgroepvoorraad dalen terwijl van gemeenten met een relatief laag aandeel doelgroepvoorraad een extra inzet op deze voorraad wordt verwacht. ABF heeft daarbij streefpercentages opgesteld die binnen de grenzen van de woningmarkt gerealiseerd zouden kunnen worden. Op basis van de gemeentelijke biedingen kan in algemene zin geconcludeerd worden dat er – afgezet tegen het Meer Evenwicht scenario – niet zoveel terecht komt van de spreiding van de doelgroepvoorraad in de regio. De gemeenten die op grond van dit scenario in aandeel doelgroepvoorraad mogen dalen (de gemeenten aan de bovenzijde in figuur 2-6), doen dit over het algemeen ook. De gemeenten die op grond van dit scenario moeten stijgen in
4
Leidschendam-Voorburg maakt in zachte plannen tot 2030 geen onderscheid tussen DAEB en particuliere huur onder €737. Voor de analyse zijn deze plannen verdeeld over DAEB en particuliere huur.
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
7
doelgroepvoorraadaandeel (de gemeenten aan de onderzijde in figuur 2-6), doen dit over het algemeen beperkt of niet. f iguur 2 -6 Spre idings opgav e re gio Ha ag landen vers us bo d per gemee nte
N .B. In grijs de gewe nst e s tap op basis va n he t Me er Eve nwicht sce nar io, in or anje de fei te lijk e st ap op bas is v an de g em ee ntel ijke biedin gen.
Omdat het aandeel doelgroepvoorraad zowel wordt beïnvloed door de inzet op de doelgroepvoorraad als op de totale voorraad, heeft iedere gemeente in de regio zijn eigen ‘verhaal’ bij de gepresenteerde oranje pijl in figuur 2-6. Voor Delft geldt dat het percentage doelgroepvoorraad afneemt tot een lager niveau dan op basis van Meer Evenwicht gewenst. Dit is echter het gevolg van een extra inzet op de duurdere voorraad: Delft haalt de opgave op het gebied van de doelgroepvoorraad ruim. Den Haag voorziet precies in de doelgroepvoorraadopgave, maar bouwt veel mindere in de duurdere sfeer dan becijferd in Meer Evenwicht. Daardoor blijft het aandeel doelgroepvoorraad hoger dan in het Meer Evenwicht scenario. Voor beide gemeenten geldt dat de inzet op studentenhuisvesting zoals afgesproken buiten deze analyse blijft. Voor de gemeenten Zoetermeer en Leidschendam-Voorburg geldt dat beide gemeenten bij benadering bieden wat conform Meer Evenwicht wordt gevraagd (Zoetermeer in absolute zin wat meer in beide segmenten). Dat leidt dan ook tot een aandeel doelgroepvoorraad dat aansluit bij Meer Evenwicht. Rijswijk voegt op basis van het bod in totaal meer woningen toe dan op basis van Meer Evenwicht verwacht zou mogen worden. Omdat deze groei maar zeer beperkt plaatsvindt binnen de doelgroepvoorraad, zakt het aandeel doelgroepvoorraad in 2030 op basis van het bod lager dan in Meer Evenwicht.
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
8
De gemeenten Midden-Delfland, Westland, Wassenaar en Pijnacker-Nootdorp voegen op basis van de gemeentelijke biedingen bijna 12.000 woningen toe aan de regionale woningvoorraad, meer dan op basis van de opgave zou mogen worden verwacht. Van deze geboden groei kunnen ruim 3.000 woningen tot doelgroepvoorraad worden gerekend, aanzienlijk minder dan in Meer Evenwicht becijferd. In absolute zin levert Westland wel zo ongeveer de grootste groei van de doelgroepvoorraad in de regio 5. Ook Pijnacker-Nootdorp behoort tot de grootste netto-leveranciers van doelgroepvoorraadwoningen. In percentages uitgedrukt is er van groei van het aandeel doelgroepvoorraad alleen in Pijnacker-Nootdorp licht sprake. Westland en Midden-Delfland blijven op basis van de gemeentelijke biedingen op het huidige aandeel in 2030 en in Wassenaar daalt het aandeel doelgroepvoorraad licht. tab el 2 -2 S pre idin gsop gave regi o H aa glanden v ersus bod p er gemeente
Totale voorraad Startvoorraad 2019
Doelgroepvoorraad
Opgave 2030
Bod 2030
Startvoorraad 2019
Spreiding
Opgave 2030
Bod 2030
Startvoorraad 2019
Opgave 2030
Delft
50.610
59.010
62.250
27.800
28.380
28.800
55%
48%
46%
Den Haag
259.260
306.770
292.133
145.440
146.520
146.530
56%
48%
50%
Leidsch.Voorburg MiddenDelfland PijnackerNootdorp Rijswijk
36.780
39.270
39.270
15.770
16.210
16.240
43%
41%
41%
7.880
8.330
8.390
1.670
2.230
1.790
21%
27%
21%
21.130
23.270
23.572
4.210
5.850
5.050
20%
25%
21%
26.670
31.200
32.423
13.910
14.400
14.011
52%
46%
43%
Wassenaar
12.190
12.720
13.186
3.770
4.330
4.019
31%
34%
30%
Westland
44.440
49.110
52.100
10.800
14.750
12.600
24%
30%
24%
Zoetermeer
56.200
64.970
65.802
23.250
25.470
25.786
41%
39%
39%
Haaglanden
515.160
594.650
589.126
246.620
258.140
254.826
48%
43%
43%
Beschikbaarheid Regionaal is – op basis van een advies van RIGO – afgesproken dat minimaal 70% van het vrijkomende DAEB aanbod (inclusief nieuwbouw) wordt toegewezen aan de Huurtoeslaggroep, ofwel de primaire doelgroep van beleid. Uit de gemeentelijke biedingen blijkt dat acht van de negen betrokken gemeenten een beschikbaarheid voor de primaire doelgroep bieden van (minimaal) 70% of meer. Omdat de gemeente Westland een andere definitie hanteert in het gemeentelijke bod (70% exclusief nieuwbouw) is deze niet nader te kwantificeren binnen de regionale definitie. Het is wel aannemelijk dat een dergelijke doelstelling ervoor zorgt dat de regionale norm niet wordt
5
Bod 2030
Op basis van tabel 2-2 levert Zoetermeer meer doelgroepvoorraadwoningen, maar dat is vooral een gevolg van een administratieve (WOZ) correctie van ruim 1.400 woningen.
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
9
gehaald (nieuwbouw is – gegeven de kwaliteit en investeringsvereisten doorgaans duurder dan bestaand woningaanbod). De gemeenten die in de huidige situatie relatief veel DAEB-woningen toewijzen aan de primaire doelgroep, hebben – zo blijkt uit de biedingen - meestal geen actief beleid om dit percentage naar beneden te brengen (richting 70%). Het lijkt echter wel verstandig om de ontwikkelingen op dit terrein goed te monitoren. Als bijvoorbeeld Den Haag – gezien haar omvang – daadwerkelijk een behoorlijk lager percentage toewijzingen aan de huurtoeslaggroep zou realiseren (bijvoorbeeld 70%), dan zou dit een behoorlijk (negatief) effect (enkele procenten) hebben op de slaagkans van lage inkomens in de regio Haaglanden. figuur 2 -8 O pgav e beschikbaar heid t. o.v . gemeen tel ij ke biedingen
Conclusie Op basis van het voorgaande kan het volgende worden geconcludeerd:
I.
De optelsom van de biedingen op de totale voorraadontwikkeling komt met bijna 74.000 woningen uit tussen de becijferde behoefte en de opgave in. Den Haag lijkt als enige gemeente niet in staat om de door ABF becijferde opgave te realiseren: de overige 8 gemeenten hebben een bod uitgebracht die op of boven deze becijferde opgave ligt.
II.
Ook de geboden groei van ruim 8.000 doelgroepvoorraadwoningen zit tussen de behoefte en de opgave in. Dit is een forse positieve stap t.o.v. de situatie begin 2020 (zie rapporten De Opgave en Handelingsperspectieven), waarbij nauwelijks tot geen groei van de doelgroepvoorraad was voorzien. Wel zijn er de nodige kanttekeningen
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
10
te plaatsen bij de door de gemeenten geboden groei: aannames van ABF (autonome afname particuliere goedkope huur) zijn niet altijd overgenomen, regionale definities niet altijd gehanteerd en in sommige gevallen zijn de verschillen met het beleid van corporaties (zoals opgenomen in de begrotingen voor 2020) opvallend. III.
Van de beoogde regionale spreiding van de doelgroepvoorraad komt (nog) niet veel terecht. De gemeenten die op basis van Meer Evenwicht mogen dalen in aandeel doen dat ook allemaal, maar daar staat maar een zeer beperkte of geen procentuele groei van de doelgroepvoorraad van de overige gemeenten tegenover.
IV.
Gemeenten lijken zich op basis van de biedingen te conformeren aan de beschikbaarheidsafspraak. Westland hanteert in de gemeentelijke bieding een afwijkende definitie.
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
11
Kwalitatieve duiding In het vorige hoofdstuk hebben we stil gestaan bij het cijfermatige deel van de gemeentelijke biedingen. Deze biedingen bevatten echter meer dan cijfers: ze bieden ook inzicht in de context waarbinnen een bod tot stand is gekomen en welke afwegingen door gemeenten zijn gemaakt. In het bijzonder is gemeenten gevraagd in te gaan op de door lokale partijen en RIGO aangereikte handelingsperspectieven (zie RIGO rapport Handelingsperspectieven, voorjaar 2020). In dit hoofdstuk gaan we op hoofdlijnen – en niet uitputtend – in op een aantal aspecten uit de gemeentelijke biedingen. Welke handelingsperspectieven worden bijvoorbeeld door gemeenten veelvuldig ingezet, en welke handelingsperspectieven worden weinig als kansrijk ervaren? Handelingsperspectieven Gemeenten geven – op een enkele uitzondering na – over het algemeen in het bod een inhoudelijke reactie op de aangereikte handelingsperspectieven. Daarbij blijkt het kwalificeren van handelingsperspectieven als ‘kansrijk’ of ‘kansarm’ doorgaans eenvoudiger dan het kwantificeren van de handelingsperspectieven in termen van extra woningen. In de praktijk kan juist een combinatie van een aantal handelingsperspectieven leiden tot meer (bouw)resultaat, zo wordt een aantal keren aangegeven.
Ruimtelijke verdichting kan bijvoorbeeld plaatsvinden als tegelijkertijd ook aan financiële en bereikbaarheidsvoorwaarden (bv OV) wordt voldaan. In algemene zin refereren gemeenten in hun biedingen regelmatig aan algemene knelpunten bij de realisatie van (extra) woningbouw, zoals financiële middelen, een goede bereikbaarheid, stikstof- of milieuhinder, ruimtelijke keuzes (wonen, groen of economie?) en draagvlak onder de bevolking. Meer nieuwbouw De meeste gemeenten omarmen het handelingsperspectief ‘meer nieuwbouw’ en vertalen dat grotendeels naar zachte plannen in het bod. Een aantal gemeenten ziet ook – buiten de aantallen in het bod om – nog mogelijkheden om de woningproductie verder op te voeren, mits een aantal knelpunten (waaronder financieel, stikstofproblematiek etc.) kan worden weggenomen. In kwantitatieve zin springen daarbij de 8.500 extra woningen (geen onderdeel van het bod) van de gemeente Den Haag in het oog. Op het inzetten van het handelingsperspectief ‘verdichten’ wordt door gemeenten wisselend gereageerd. Rondom OV-knooppunten worden er bijvoorbeeld mogelijkheden gezien, maar er wordt ook gewezen naar de (moeilijk te dragen) financiële consequenties van verdichten (ondergronds parkeren?) of wordt hoogbouw bijvoorbeeld niet passend geacht gegeven de identiteit van de gemeente.
Hoger aandeel sociaal Het beter benutten van de bestaande plancapaciteit (ten gunste van de doelgroepvoorraad) wordt door vijf van de zeven gemeenten waar dit handelingsperspectief wordt aangereikt, niet overgenomen. Daar waar dit handelingsperspectief wel als kansrijk wordt gezien, wordt
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
12
het als lastig ervaren om te kwantificeren over hoeveel extra doelgroepwoningen het dan zou gaan. Vestia (en Habion) Meerdere gemeenten wijzen op het belang van een (snelle) deal t.a.v. de overname van het Vestia bezit in de regio, teneinde een groot deel van deze voorraad voor de regio beschikbaar te houden voor de doelgroep van beleid. Met name in Westland zijn de aantallen groot. Er is bij de betrokken partijen goede hoop dat de beoogde transacties op korte termijn plaats kan vinden. In de gemeente Pijnacker-Nootdorp loopt al langere tijd een procedure tussen gemeente en Habion, met behoud van Habion woningen voor de DAEB-voorraad als inzet. Sociaal in niet-DAEB Uit de meeste gemeentelijke biedingen blijkt weinig enthousiasme om de niet-DAEB voorraad van corporaties met een (nu nog) sociale huur, blijvend als doelgroepwoning te blijven inzetten. Vaak wordt er op gewezen dat er óók opgaven zijn op het gebied van de middenhuur en dat de kwaliteit van deze woningen hoog is (ze zijn niet voor niets als niet-DAEB aangemerkt). Een gemeente geeft aan 100 extra doelgroepwoningen te realiseren via dit handelingsperspectief. Betere benutting Enkele gemeenten zetten in op het beter benutten van de bestaande voorraad, bijvoorbeeld door te werken aan doorstroming of het hanteren van friendscontracten.
Deze inzet kan weliswaar leiden tot meer aanbod van woonruimte of een doelmatigere inzet van de doelgroepvoorraad, maar leidt de facto niet tot meer woningen. Toch wordt deze inzet in de gemeentelijke biedingen een enkele keer vertaald naar (meer) woningen. Totstandkoming bod Op basis van de biedingen ontstaat een wisselend beeld van de wijze waarop de biedingen tot stand zijn gekomen. In sommige biedingen / brieven is een procesparagraaf opgenomen, in andere helemaal niet. Soms wordt in de biedingen letterlijk gesproken over ‘we vinden samen dat….’,een andere keer over ‘het zou mooi zijn als de corporatie..’. Zoals ook al in het vorige hoofdstuk gememoreerd, sluiten een aantal biedingen – bijvoorbeeld als het gaat om voorgenomen verkoop en sloop – maar matig aan bij de plannen van de corporaties zoals ze begin 2020 op tafel lagen. Tegelijkertijd blijkt vaak niet uit de biedingen dat corporaties en gemeente gezamenlijk tot de conclusie zijn gekomen dat het corporatiebeleid dient te worden omgebogen. Al met al ontstaat de indruk dat gemeenten de lokale partijen op verschillende wijzen hebben betrokken bij de totstandkoming van de biedingen. Dat roept dan ook de vraag op in hoeverre er in de volle breedte lokaal draagvlak is voor de gemeentelijke biedingen en de daarin opgenomen aantallen op het gebied van bijvoorbeeld nieuwbouw, sloop en verkoop.
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
13
Tot slot Het doel van deze rapportage is om op regionaal niveau een beeld te schetsen van waar we in de regio Haaglanden staan: zijn de betrokken partijen op de goede weg? Wordt de opgave naar verwachting gerealiseerd? Welke handelingsperspectieven worden veel als kansrijk gezien, en welke juist niet? In de volgende – en laatste – stap in de richting van nieuwe regionale woningmarktafspraken, gaan we aan de hand van bestuurlijke intervisie verder met elkaar de diepte in. Daarbij gaan partijen in ieder geval met elkaar in gesprek over:
I.
Hoe het bod zich verhoudt tot de opgave;
II.
Hoe het bod is opgebouwd;
III.
De argumenten die zijn aangedragen om handelingsperspectieven – aangedragen door corporaties, huurdersorganisaties en RIGO - al dan niet in te zetten;
IV.
De wijze waarop het bod is afgestemd met lokale partijen, in het bijzonder de corporaties.
In de gesprekken is ruimte voor de lokale context en actuele ontwikkelingen: te denken valt o.a. de recent toegekende Woningbouwimpuls gelden (en de betekenis daarvan voor dit traject) en eventuele ontwikkelingen in het Vestia-dossier. RIGO zal ter voorbereiding op de bestuurlijke intervisiegesprekken een korte gespreksnotitie opstellen, gericht op de bovenstaande agendapunten. Na de bestuurlijke intervisiegesprekken stellen gemeenten hun definitieve bod op. RIGO rapporteert vervolgens over deze biedingen en gaat daarbij – in tegenstelling tot deze rapportage - ook in op het gemeentelijke niveau. Deze laatste rapportage vormt een bijlage bij het op te stellen regionaal woningmarktakkoord.
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
14
Gedeputeerde Staten
Postadres Provinciehuis
Postbus 90602 2509 LP Den Haag T 070 - 441 66 11 www.zuid-holland.nl Datum
Zie verzenddatum linksonder Ons kenmerk
PZH-2020-758970682 DOS-2017-0004222 Uw kenmerk
Aan de Woningmarktregio Haaglanden T.a.v. de voorzitter P/A Postbus 15
Bijlagen
1
2700 AA Zoetermeer
Onderwerp
Reactie op het woningbouwprogramma van de woningmarktregio Haaglanden
Geachte voorzitter,
Samen met u staan wij voor een realistisch en actueel kwalitatief en kwantitatief woningbouwprogramma. Het door u per brief van 15 oktober 2020 aan ons aangeboden woningbouwprogramma biedt inzicht in hoe u binnen uw regio de woningbouwopgave vorm geeft. In deze brief lichten wij u ons besluit over uw woningbouwprogramma toe.
Realisatie en plancapaciteit Wij complimenteren u met de realisatie van 5.106 woningen en 481 studentenwoningen. Gezien de moeilijke tijd waarin wij ons momenteel in begeven, waarderen wij uw inzet om voldoende woningen te realiseren. Ook geeft u plancapaciteit te hebben voor netto 69.773 woningen voor de periode tot 2030, oftewel 106% van de geraamde behoefte. Gezien het aantal plannen dat in uw vorige programma was opgenomen is hier duidelijk vooruitgang geboekt, waarmee wij u willen Bezoekadres
complimenteren. Er is echter nog veel ruimte beschikbaar voor plannen en gezien de grote kans
Zuid-Hollandplein 1
op planuitval raden we u aan om deze ruimte zo veel mogelijk te benutten.
2596 AW Den Haag
Tram 9 en de buslijnen
Hierbij speelt ook dat provincie en Rijk tijdens het BO Woondeal Zuidelijke Randstad op 5 oktober
90, 385 en 386 stoppen
2020 de verwachting hebben uitgesproken dat de woningbehoefte in Zuid-Holland op dit moment
dichtbij het
fors hoger ligt dan de in 2019 vastgestelde gewenste woningvoorraadtoename. Dit is de reden
provinciehuis. Vanaf
dat de provincie eerder dan oorspronkelijk gepland, namelijk begin 2021 een nieuwe
station Den Haag CS is het tien minuten lopen.
doorrekening zal maken van de gewenste woningvoorraadtoename in uw regio. Zoals gezegd is
De parkeerruimte voor
de verwachting dat de nieuwe prognose hoger zal uitvallen en dat hiervan een aanzienlijk deel
auto’s is beperkt.
van deze verhoging in stedelijk gebied zal landen. Wij houden u hiervan op de hoogte maar het is daarom aannemelijk dat de behoefte aan een hogere plancapaciteit alleen maar zal toenemen. Wij zullen u op de hoogte houden van de voortgang. Mochten uw regio en/of gemeenten binnen uw regio ondersteuning nodig hebben bij het invullen van uw plancapaciteit danwel de realisatie van woningbouw gaan wij graag het gesprek aan hoe wij hier aan kunnen bijdragen.
PZH-2020-758970682 dd. 01-12-2020
Ons kenmerk
PZH-2020-758970682
Woningbouwprogramma Wij aanvaarden uw programma, met uitzondering van de locatie ‘De Hak’ omdat deze buiten BSD is gelegen, en de locaties waarvoor geen woningbouwaantallen zijn opgenomen. Voor een verdere toelichting hierop verwijzen wij u naar de bijlage. De bestemmingsplannen worden nog op de overige treden van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking en de Verordening ruimte, waaronder locatie en ruimtelijke kwaliteit, beoordeeld in de RO-procedure. Hiervoor zal in het bestemmingsplan een aanvullende motivering moeten worden opgenomen. Voor een inhoudelijke reactie op uw programma en realisatiecijfers verwijzen wij u naar de bijlage.
De komende periode willen wij samen met u blijven werken aan voldoende plannen voor woningbouw en de realisatie hiervan. Zo werken wij met u samen binnen de Woondeal en de aanvragen voor de Woningbouwimpuls. Uw regio heeft reeds significante middelen toegekend gekregen van het Rijk, hetgeen een compliment waard is. Wij zetten ons in om ook een positief resultaat te behalen voor de toekomstige tranches.
Voortgang Nieuwe Woningmarktafspraken Momenteel is uw regio, gezamenlijk met de Sociale Verhuurders Haaglanden, de Samenwerkende Huurdersorganisaties Haaglanden en de provincie, de Nieuwe Woningmarktafspraken aan het vorm geven. De kern van deze afspraken is dat er voldoende woningbouw is voor de gehele regio, met speciale aandacht voor voldoende sociale woningbouw die beter gespreid wordt over de woningmarktregio Haaglanden.
U geeft in uw brief aan wat de stand van zaken is: ten opzichte van uw vorige programma een netto toename van 3.500 doelgroepwoningen. Het totale aantal woningbouwplannen is toegenomen met 10.000. Het is positief dat uw regio aan de slag is gegaan met de Nieuwe Woningmarktafspraken en er binnen korte termijn al nieuwe plannen zijn gemaakt voor sociale woningbouw.
Echter, de opgave zoals deze berekend is door ABF, is vele malen groter. De provincie is partner in dit proces en signaleert dat het proces soms moeizaam verloopt en dat de regio nog een aanzienlijke achterstand heeft ten aanzien van de geformuleerde doelen. Dit geldt voor het totale aantal sociale woningen, maar met name voor het spreidingsvraagstuk. Wij baseren ons hierbij op de beelden die onderzoeksbureau RIGO in het gezamenlijk proces schetst op basis van de eerste gemeentelijke biedingen.
Het proces zal de komende maanden een cruciale fase in gaan waar de provincie met grote belangstelling de voortgang zal volgen. Gezien de huidige tekorten verwachten wij dan ook van uw regio dat u in deze periode aannemelijk maakt dat u de verschillen zal inlopen. Voor de provincie is het uitgangspunt dat gemeenten niet voor een onmogelijke opgave zullen worden gesteld, maar dat wel aannemelijk dient te worden dat zij het maximaal haalbare doen met betrekking tot het realiseren van sociale woningbouw. Vooralsnog is dit niet het geval. Wij raden u daarom met klem aan om, gezamenlijk met de partners in dit proces, kritisch te kijken hoe u het aantal plannen voor sociale woningbouw kunt verhogen. Dit geldt zowel voor uw regio als de
2/4
PZH-2020-758970682 dd. 01-12-2020
Ons kenmerk
PZH-2020-758970682
individuele gemeenten aangezien zowel de som van als de individuele bijdragen getoetst zullen worden aan de regionale doelen waar u zich aan gecommitteerd heeft.
Daar waar gemeenten onvoldoende bijdragen aan de regionale doelen zullen we zo nodig en als uiterste middel ons ruimtelijke instrumentarium inzetten om meer sociale woningbouw te realiseren. Vooralsnog blijft onze inzet om gezamenlijk tot kwalitatief hoogwaardige afspraken te komen waar alle betrokkenen zich in kunnen vinden. Gezien het grote belang dat wij hechten aan voldoende passende woningen kunnen wij onze rol echter ook gedurende het proces heroverwegen indien het proces moeizaam blijft verlopen.
Wij willen u erop wijzen dat uw gemeenteraden een onmisbare schakel zijn in dit proces en raden u aan, indien dat nog niet gebeurd is en voor zover mogelijk, hen zo veel mogelijk te betrekken bij dit proces. Lokaal politiek draagvlak is immer essentieel voor de opgave waar wij gezamenlijk voor staan. Bij het invullen van uw sociale woningbouwopgave staat u niet alleen. Wij maken u graag attent op een aantal mogelijkheden die we als provincie Zuid-Holland beschikbaar stellen: zoals de Vliegende Brigade en de subsidieregeling voor stimulering van sociale (huur) woningbouw van woningcorporaties die specifiek voor uw regio zo spoedig mogelijk in 2021 beschikbaar komt.
Over de vormgeving daarvan zijn wij met u in gesprek. Hiervoor is vanuit de provincie in totaal € 4 miljoen beschikbaar voor 2021 en 2022. Ook zullen er in 2021 nog andere gerichte subsidieregelingen beschikbaar komen voor alle gemeenten in Zuid-Holland, hierover informeren wij u zo spoedig mogelijk.
Regionale woonvisie Wij steunen uw voornemen om volgend jaar een nieuwe Woonvisie op te stellen. Zoals wij in onze reactie op uw vorige woningbouwprogramma reeds aangaven (PZH-2020-730285539) is een aantal onderdelen hiervan dringend aan vervanging toe, zoals de passages over duurzaamheid en het woonzorgdomein. In de bijlage noemen wij nog enkele aanvullende
thema’s. Gezien het intensieve proces van de Nieuwe Woningmarktafspraken begrijpen wij dat dit op een later moment zal plaatsvinden. Wel adviseren wij u om zo spoedig mogelijk hiermee te starten aangezien een actuele Regionale Woonvisie een vereiste is voor de behoefteonderbouwing van woningbouwplannen, conform het Omgevingsbeleid. Wij denken te zijner tijd graag met u mee in dit proces.
Actualisering regionaal woningbouwprogramma 2021 Jaarlijks vragen wij u om een haalbaar en uitvoerbaar woningbouwprogramma. Zoals bij u bekend is hebben wij in overleg met alle regio’s de indieningstermijn voor
woningbouwprogramma’s aangepast. Wij zien uw nieuwe woningbouwprogramma graag vóór 1 juli 2021 met belangstelling tegemoet. Bij ons oordeel over de actualisering van uw regionale woningbouwprogramma in 2021 zullen wij net als voorgaande jaren kijken naar zowel de kwantitatieve als kwalitatieve kant daarvan, oftewel
3/4
PZH-2020-758970682 dd. 01-12-2020
Ons kenmerk
PZH-2020-758970682
de juiste woningen op het juiste moment op de juiste plek. Wij vragen u daarom om aanvullende inzichten te geven over uw woningbouwprogramma. In de bijlage lichten wij dit verder toe.
Slot Wij beseffen ons dat deze brief naast waardering ook een stevige boodschap bevat. Wij hechten een grote waarde aan een goede en collegiale samenwerking met de Woningmarktregio Haaglanden en de individuele gemeenten. Dit geldt echter ook voor een gezonde en vitale woningvoorraad. Wij vertrouwen erop dat wij in een goede sfeer blijven werken aan de grote (sociale) woningbouwopgave in de Woningmarktregio Haaglanden. Hoogachtend,
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, secretaris,
voorzitter,
drs. H.M.M. Koek
drs. J. Smit
Wij verzoeken u in uw correspondentie altijd het DOS-nummer te vermelden dat wij rechts bovenaan in deze brief hebben opgenomen.
Bijlage:
- Specifieke opmerkingen over het woningbouwprogramma van de woningmarktregio Haaglanden
4/4
PZH-2020-758970682 dd. 01-12-2020
Bijlage Ons kenmerk
PZH-2020-758970682 DOS-2017-0004222
Bijlage 1: specifieke opmerkingen op het woningbouwprogramma van de woningmarktregio Haaglanden
Algemeen Wij danken en complimenteren u voor de tijdige en complete aanlevering van uw woningbouwprogrammering. In 2019 zijn er bruto 4.130 woningen aan de voorraad toegevoegd, wat lager is dan in 2017. Wij begrijpen dat er in 2019 meerdere beperkende factoren waren voor de woningbouw maar moedigen u desalniettemin aan om uw bouwtempo waar mogelijk te verhogen, zeker omdat het vanwege de coronacrisis en stikstofproblematiek het niet gemakkelijker zal worden.
Woningbouwprogramma Ten opzichte van het woningbouwprogramma van het vorige jaar is het aantal woningen toegenomen met ongeveer 15.000. Wij zijn blij dat u uw plancapaciteit heeft kunnen verhogen. Daarnaast zien wij dat 80% van uw programma binnen de invloedssfeer van Hoogwaardig Openbaar Vervoer ligt en 90% binnen Bestaand Stads- en Dorpsgebied. Wij moedigen u aan deze percentages vast te houden.
Grafiek 1: Geplande, gerealiseerde en gewenste voorraadtoename in regio Haaglanden
In vergelijking met uw vorige woningbouwprogramma is te zien dat de zogenoemde ‘boeggolf’ is afgenomen. Wij complimenteren u dat uw regio de plancapaciteit beter heeft weten te spreiden over de komende jaren. Wij adviseren het spreiden van uw plannen over de komende jaren blijvend toe te passen. Wat verder opvalt dat een significant aantal plannen een onbekende termijn heeft. Wij vragen u dit tot een minimum te beperken.
1/5
PZH-2020-758970682 dd. 01-12-2020
Inventarisatiesysteem woningbouwplannen Wanneer wij een regionaal woningbouwprogramma aanvaarden, vormt deze voor ons het kader voor de onderbouwing van de behoefte in bestemmingsplannen. Hiervoor is inzicht nodig in de planning en programmering van woningbouwplannen.
Voor het lopende regionale woningbouwprogramma 2019 heeft uw regio nog geen gebruik gemaakt van de Planmonitor Wonen, het provinciale informatiesysteem woningbouwplannen. Wij verzoeken u voor het komende jaar dit systeem wel te gebruiken. Zo kunnen zowel gemeenten als provincie altijd bij dezelfde plangegevens. Hiermee voorkomen we misverstanden tussen gemeenten en/of provincie door bijvoorbeeld het gebruik van verouderde plangegevens of verschillende versies.
De Planmonitor Wonen biedt al mogelijkheden om overzichten te maken. Op die manier kunnen gemeenten en provincie bijvoorbeeld inzicht krijgen in het geplande woningvoorraadtoename in verschillende perioden en dit vergelijken met de gewenste woningvoorraadtoename. De komende tijd onderzoekt de provincie de mogelijkheid om de regio’s en gemeenten een gebruiksvriendelijker systeem aan te kunnen bieden dat meer mogelijkheden biedt.
Kwaliteit Ook nu zal de nadruk liggen op de kwalitatieve kant. Het gaat dan vooral om zaken als beoogde woningdifferentiatie en woonmilieus. Wij zien uw regionale woningbouwprogramma als een nadere uitwerking van uw regionale woonvisie. Daarnaast is voor de provincie onder meer de Kwalitatieve woningbehoefteverkenning Zuid-Holland 2019 uitgangspunt voor het gesprek en haar oordeel over de kwalitatieve invulling van de regionale woningbouwprogramma’s. Dit onderzoek is eerder dit jaar gepubliceerd op de Staat van Zuid-Holland (https://staatvan.zuidholland.nl/).
Een van de belangrijke beelden in de verkenning betreft toename van vergrijzing de komende
jaren, met een piek in 2040. Wij verwachten van regio’s dat zij nadrukkelijk nadenken over het bouwen van gedifferentieerde vormen van toekomstbestendige woningen die geschikt en/of bestemd zijn voor ouderen.
Wij hechten belang aan de actualiteit, juistheid en compleetheid van de plangegevens die wij van u mogen ontvangen. Het gaat dan om de differentiatie van het aantal woningen naar eigendom, woningtype, prijsklasse, en woonmilieu, maar ook aantallen flexwoningen, zorgwoningen, studentenwoningen. Ook vragen wij aandacht te hebben voor actuele gegevens over de voortgang van bouwplannen en status van bestemmingsplannen.
Kwantiteit Bij de kwantiteit gaat het om de gewenste woningvoorraadtoename voor de komende tien jaar. De provincie bepaalt deze cijfers periodiek. Door de dynamiek op de woningmarkt en vooral toegenomen spanning menen wij om al in het voorjaar van 2021 met nieuwe cijfers te moeten komen. Deze nieuwe cijfers zijn dan voor de provincie uitgangpunt voor het gesprek en oordeel
over de getalsmatige invulling van de regionale woningbouwprogramma’s 2021. Gemeenten moeten deze nieuwe cijfers gebruiken bij de onderbouwing van de behoefte aan woningen in hun
regionale woningbouwprogramma’s 2021. Ook zullen we cijfers voor de tien jaar erna bepalen.
2/5
PZH-2020-758970682 dd. 01-12-2020
Deze zijn door de gemeenten te zien als een voorlopige duiding van waar het naartoe gaat op langere termijn. De provincie publiceert de (voorlopige) cijfers van de nieuwe ramingen naar verwachting begin april 2021 op de Staat van Zuid-Holland (https://staatvan.zuidholland.nl/portfolio_page/prognoses-naar-gebied-en-periode/).
In 2019 hebben wij de programmeringssystematiek aangepast. Zo is voortaan de hoogste
uitkomst van de twee scenario’s die de provincie doorrekent, binnenlands migratiesaldo nul enerzijds en trendmatig anderzijds, uitgangspunt voor de behoefte (lees: gewenste woningvoorraadtoename) en daarmee het regionale woningbouwprogramma. Daarbij staan wij met het oog op planvertraging en -uitval een maximale programmaruimte van 130% van de
behoefte toe. Dit geldt ook voor de regionale woningbouwprogramma’s 2021. ‘Flexwoningen’ mogen net als vorig jaar weer onder dezelfde voorwaarden boven op de maximale regionale programmaruimte komen.
Nieuw is dat wij van alle regio’s vragen om in hun regionale woningbouwprogramma’s 2021 naast de plannen voor de komende tien jaar, in dit geval de jaren 2021 tot en met 2030, ook de plannen voor de tien jaar erna, in dit geval de jaren 2031 tot en met 2040, op te nemen. Op die manier krijgen we beter in beeld of er ook op termijn voldoende plannen zijn om de woningbouwopgave aan te kunnen. Ook het Rijk vraagt ons hierin inzicht te geven. Verder zijn voor dossiers als verstedelijking, mobiliteit, geluidhinder en stikstofproblematiek gegevens over een langere periode dan tien jaar nodig. Daarnaast vragen andere partijen zoals investeerders in openbare nutsvoorzieningen ons om dit soort informatie.
Over het woningbouwprogramma voor de eerste tien jaar zullen we oordelen of dit voldoende aansluit op bij de regionale behoefte voor die periode. Als dit programmadeel binnen de provinciale kaders blijft, wordt het daarmee uitgangspunt voor de onderbouwing van de woningbehoefte in bestemmingsplannen als onder deel van de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Over het woningbouwprogramma voor de tweede tien jaar zullen we oordelen of dit voldoende aansluit bij de regionale behoefte voor die periode. We kijken dan vooral of er sprake kan zijn van onder- of overprogrammering. Tevens is dit programmadeel te gebruiken als indicatieve input voor bijvoorbeeld investeringsdossiers die op langere termijn spelen zoals bij verstedelijking en mobiliteit.
Vertrouwelijkheid woningbouwplannen Sinds het in beginsel actief openbaar maken van alle besluiten van Gedeputeerde Staten leggen wij geen geheimhouding op het besluit over een regionaal woningbouwprogramma. De gegevens over het woningbouwprogramma en de woningbouwplannen die daarin zijn opgenomen, maken wij alleen passief openbaar. Omdat wij een toename zien in het aantal verzoeken om gegevens
op planniveau te delen, zullen wij voortaan op verzoek van collega’s en derden de plangegevens uit de regionale woningbouwprogramma’s die aan Gedeputeerde Staten worden aangeboden, zonder nadere voorwaarden over het (weer te geven) aggregatieniveau met hen delen voor uitsluitend publieke doeleinden.
3/5
PZH-2020-758970682 dd. 01-12-2020
Als uw regio of een gemeente uit uw regio hiertegen bezwaar heeft, horen wij dat graag binnen zes weken na ontvangst van deze brief en in het vervolg bij de indiening van het regionale woningbouwprogramma. Ons advies in deze is dan dat deze gemeente zelf actief geheimhoudingsbesluiten neemt voor het gebruik van specifieke plangegevens door derden of de provincie anders dan het doel waarvoor het oorspronkelijk is verstrekt, en de provincie van dit besluit op de hoogte stelt.
Regionale woonvisie Naast de zaken zoals wij die hebben benoemd in de hoofdbrief, vragen wij om en leggen de nadruk op: -
Realistische woningbouwambities die passen van de behoefte met een planhorizon van tien jaar;
-
Hoe is uw woningmarktregio van plan om de realisatie van woningen verhogen en te versnellen.
Ook vragen wij, naast de sociale woningvoorraad waar u al afspraken over formuleert in de nieuwe woningmarktafspraken expliciet aandacht te besteden aan:
-
Betaalbare woningen;
-
Flexwoningen (voor diverse doelgroepen waaronder spoedzoekers);
-
Huisvesting arbeidsmigranten;
-
Huisvesting vergunninghouders;
-
Knelpunteninventarisatie.
Opvangplekken asielzoekers en huisvesting vergunninghouders Wij vragen uw aandacht voor het realiseren van opvangplekken voor asielzoekers en voor de huisvesting van de vergunninghouders. Zoals u weet loopt het COA tegen de grenzen van de opvangcapaciteit aan. Wij vragen u om samen met het COA te onderzoeken of er binnen uw gemeentegrenzen een opvanglocatie kan worden gerealiseerd.
Wat betreft de huisvesting van vergunninghouders wijzen wij u er op dat veel vergunninghouders te lang op huisvesting moeten wachten en daarmee een opvangplek benutten van de toch al schaarse opvangplekken. Vaak gaat het dan om referenten, die wachten op hun gezin dat nareist. Wij vragen u juist voor deze referenten woonruimten ter beschikking te stellen, bijvoorbeeld in de vorm van een doorstroomwoning of in een Flexwonenproject. Dit heeft als voordeel dat er opvangcapaciteit vrij komt en dat de referent al met inburgeren kan beginnen. de taakstelling voor het eerste helft van 2021 iets meer dan 2 maal de huidige taakstelling zal zijn. Daarom roepen wij u op om nu al alles op alles te zetten om dit haf jaar zonder achterstand af te sluiten.
Flexwonen Wij hebben kennis genomen van het feit dat uw woningbouwprogramma voorziet in Flexwonenprojecten. Wij merken daarbij wel op dat het aantal woningen dat als Flexwonen wordt voorzien aan de lage kant is. Wij roepen u expliciet op om meer Flexwonenprojecten te ontwikkelen. Deze projecten helpen namelijk te voorzien in woonruimten voor spoedzoekers, zoals vergunninghouders, gescheiden mensen, dak- en thuislozen en arbeidsmigranten. Het
4/5
PZH-2020-758970682 dd. 01-12-2020
aantal dak- en thuislozen neemt schrikbarend toe en Flexwonen biedt een oplossing om dakloosheid te verminderen en te voorkomen. Ook kan Flexwonen helpen bij het sneller realiseren van woonruimte door gebruikt te maken van verplaatsbare woningen. Daarnaast vragen we u waar mogelijk combinaties te zoeken tussen Flexwonen en de opgave rond flexibilisering van de asielketen.
Mobiliteit De meeste woningbouwlocaties – zeker de binnenstedelijke – zijn gunstig gesitueerd ten opzichte van bestaande (Hoogwaardig) Openbaar Vervoer- en fietsverbindingen. Voor de minder gunstig ten opzichte van (H)OV gelegen transformatie- en verdichtingslocaties verdient het aanbeveling om een breed scala aan (duurzame) mobiliteitsmaatregelen te treffen en de keuzevrijheid voor bewoners te vergroten. Dit kan bijvoorbeeld door het verbeteren van de regionale fietsinfrastructuur, het aanbieden van deelmobiliteit (als alternatief voor tweede autobezit) en het aanbieden van laadpunten voor elektrische fietsen en voertuigen bij publiekstrekkers en werkgevers. Initiatieven en investeringen van gemeente(n), provincie, MRDH en andere partijen kunnen de regionale samenhang tussen verstedelijking en mobiliteit versterken. De provincie gaat hierover graag het gesprek aan met de regio en de individuele gemeenten.
Locatiespecifieke opmerkingen: Er zijn meerdere locaties in uw lijst opgenomen waarbij het totaal aantal woningen op 0 staat. Wij vragen u kritisch naar deze plannen te kijken of deze daadwerkelijk op de lijst dienen te staan. Vooralsnog kunnen wij deze daarom nog niet aanvaarden. Ook zijn er meerdere locaties die op bedrijventerreinen liggen: indien een deel hiervan getransformeerd wordt zal waarschijnlijk compensatie van het verloren areaal bedrijventerreinen aan de orde zijn. Bij een bestemmingsplanwijziging voor deze locaties zullen wij deze toetsen conform onze Omgevingsverordening.
Westland, De Hak Deze locatie ligt buiten BSD en wordt vooralsnog beschouwd als courant glastuinbouwgebied, daarom kunnen wij deze locatie niet aanvaarden. Graag gaan wij het gesprek aan met u over deze locatie.
Westland, Monster Noord en Watergat Deze locaties zijn van oudsher bestemd voor topmilieus. Westland kent een grote bouwopgave waarbij er met name een grote opgave is met betrekking tot sociale woningbouw en de huisvesting van arbeidsmigranten. Binnen de gemeente zijn er op dit moment een beperkt aantal locaties voor verdichting en de locaties buiten BSD zijn daarom vooralsnog de enige locaties waar een intensiever bouwprogramma gerealiseerd kan worden. De provincie wil daarom onderzoeken hoe deze locaties ook voor andere woonmilieus toegankelijk gemaakt kunnen worden ter invulling van de grote woningbouwopgave.
5/ 5
PZH-2020-758970682 dd. 01-12-2020