RIS307290 bijlage 1
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
030
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Bert van Alphen Wethouder van Sociale zaken en Werk
Ons kenmerk SZW/10053543
Aan de voorzitter van de commissie Samenleving
Contactpersoon Rutger Schoenmakers Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten Afdeling Beleid, Onderzoek en Projecten
Datum 17 december 2020
Telefoonnummer
Onderwerp Armoedebestrijding
rutger.schoenmakers@denhaag.nl
14070 E-mailadres
Geachte Voorzitter, Alle Haagse inwoners moeten naar vermogen mee kunnen doen en zichzelf maximaal kunnen ontplooien. Ongeacht inkomen of financiële positie. Armoede en het hebben van schulden kunnen dit belemmeren. Het is daarom een prioriteit van het college in te zetten op bestrijding van armoede en schulden. Het legt daarbij de nadruk op het activeren van mensen en participeren, zonder aan het niveau van de armoedevoorzieningen te tornen. Het armoedebeleid is sociaal, en houdt rekening met persoonlijke omstandigheden. Daarnaast zetten we in op het bereiken van mensen met financiële problemen en op het verbreden van de schuldenaanpak. In deze brief wordt het begrip armoede in een brede context behandeld. Armoede is volgens dit college meer dan een gebrek aan geld. Het is een gebrek aan perspectief en mogelijkheden. Armoede maakt dat mensen zich buitengesloten kunnen voelen en zorgt voor stress. Het aanpakken van armoede is dan ook niet alleen op te lossen door het aanvullen van tekorten, maar door bij te dragen aan het welzijn. Het is belangrijk om in contact te blijven met de doelgroepen en het effect en het bereik van de Haagse aanpak van armoede en schulden te meten. In deze brief worden waar nodig resultaten van onderzoeken gebruikt.
De onderzoeken naar de doelgroep Werkende armen en de klantreis Schuldhulpverlening beantwoorden aan hetgeen gevraagd is in de moties “Werkende Armen” (RIS 300888) en “Beste Schuldhulptraject voor Iedereen” (RIS 301304). Het college wil graag met de gemeenteraad en (vrijwilligers)organisaties in de stad, in gesprek over de manier waarop het college de komende jaren de armoedebestrijding vorm en inhoud wil geven. Daarbij zijn de uitgangspunten: 1. 2. 3. 4.
Bestaanszekerheid bieden Oog voor individuele behoeften en mogelijkheden (maatwerk) Bijdragen aan perspectief van Haagse inwoners Armoedebestrijding is niet alleen van de overheid maar van ons allen
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10053543
1. Bestaanszekerheid bieden Geld maakt niet gelukkig, maar een structureel tekort aan geld maakt wel ongelukkig. Dit blijkt uit meerdere onderzoeken van de ‘gelukseconoom’ Layard, waarin hij een nauwe relatie tussen materiële welvaart en geluk beschrijft. Armoede maakt ongelukkig, net als grote inkomensongelijkheid. 1 Armoede maakt dat mensen onzeker zijn over het kunnen voorzien in hun bestaan. Onzekerheid over huisvesting, eten op tafel, betaalbare en toegankelijk zorg, of een sluitend ‘huishoudboekje’. Daarnaast verminderen schulden het welzijn van mensen. Beide beperken de mentale ruimte om een weg uit deze situatie te vinden.2 Het recht op een toereikende levensstandaard is een grondrecht (artikel 20 van de Grondwet). Hier worden bestaanszekerheid en spreiding van welvaart tot onderwerp van overheidszorg verklaard. De gemeente heeft een belangrijke taak in het bijdragen aan een menswaardig bestaan en de bestaanszekerheid van de Haagse inwoners die niet zelf voldoende in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Het bieden van bestaanszekerheid aan mensen is in het licht van de Covid-19 crisis actueler dan ooit. Een dergelijke crisis legt namelijk onderliggende problematiek bloot die hiervoor, hoewel aanwezig, niet veel (maatschappelijke/politieke/media) aandacht kregen.
Zoals in dit geval de noodzaak voor een inkomen dat toereikend is voor een levensstandaard in lijn met de menselijke waardigheid. Discussies over een basisinkomen of basisvoorzieningen (wonen, zorg etc.) worden nu al met urgentie gevoerd aangezien de groep inwoners die een tekort zien op deze basisvoorzieningen door de gevolgen van Covid19 alleen maar groter wordt. In deze turbulente tijd is het belangrijk dat de overheid voorziet in een bestaansminimum dat toereikend is voor een minimale levenstandaard en oog heeft voor de menselijke waardigheid. Ook het recente rapport van CPB/SCP “Kansrijk Armoedebeleid” 3 stelt onverkort dat “ongeacht dat zaken informeel te regelen zijn, is het in ultimo de verantwoordelijkheid van de overheid om bestaanszekerheid te bieden en zal er een toereikend pakket aan formele regelingen moeten bestaan”. Bestaat bestaanszekerheid nog? De rijksoverheid is verantwoordelijk voor het inkomensbeleid en het borgen van een bestaansminimum. Hieronder vallen niet alleen de kosten die nodig zijn om te overleven, maar ook de kosten voor een bestaan dat voldoet aan de menselijke waardigheid. Dat kunnen ook kleine zaken zijn die het leven wat meer kleur geven (in de woorden van Marga Klompé, grondlegster van de algemene bijstandswet: ‘Een bloemetje op tafel hoort erbij.’).
Uit verschillende onderzoeken blijkt dat het inkomensbeleid van het Rijk soms onvoldoende in staat is om zelfs maar in basisbehoeften te voorzien. Er zijn steeds meer signalen dat uitkeringsgerechtigden en werkenden met een laag tot middeninkomen het financieel niet kunnen bolwerken. De manier waarop wij in Nederland bestaanszekerheid hebben georganiseerd, lijkt steeds minder effectief. Onderzoeken van onder andere het SCP4, de SER5, WRR6 en de Kinderombudsman7 bevestigen dit beeld. De zelfredzaamheid van inwoners wordt vaak overschat waardoor een tegenovergesteld effect ontstaat.
1
R. Layard: Happiness. Lessons from a New Science. Penguin Press 2005
2 VNG Position Paper voor het Rondetafelgesprek Werkende Armen 7 maart 2019 3
4
https://www.cpb.nl/kansrijk-armoedebeleid https://digitaal.scp.nl/armoedeinkaart2019/de-omvang-van-armoede/
5 https://www.ser.nl/nl/publicaties/opgroeien-zonder-armoede 6 https://www.wrr.nl/publicaties/rapporten/2017/04/24/weten-is-nog-geen-doen 7 https://www.dekinderombudsman.nl/ul/cms/fck-uploaded/2017.12.05RapportAllekinderenkansrijk.pdf
2/14
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10053543
Daar waar je met de vaardigheden van inwoners wilt werken aan bestaanszekerheid en een beter perspectief, leidt de overschatting van de zelfredzaamheid tot negatieve effecten op de mentale gezondheid en de financiële keuzes die hieruit voortvloeien. Een belangrijk onderdeel van bestaanszekerheid is een duidelijke en transparante ondersteuning door de overheid. De toeslagenaffaire laat zien wat de gevolgen zijn voor de bestaanszekerheid als dit niet het geval is. Kern van financiële armoede: verhouding inkomsten en uitgaven groeit scheef De inkomensontwikkeling houdt de stijgende vaste lasten niet bij. Het CBS8 wijst erop dat de consumptieve bestedingen van 20 % van alle huishoudens met de laagste inkomens zowel in 2015 als in 2016 groter waren dan hun inkomen. Er is een zorgwekkend grote groep die structureel tekortkomt. Niet door een hoog uitgavenpatroon, maar door toenemende vaste lasten.9 Het gemiddelde Nederlandse huishouden dat in armoede leeft, besteedt 48% van het inkomen aan woonlasten. Volgens EUrichtlijnen komt daarmee het ‘algemeen welbevinden en een aanvaardbare levensstandaard’ van deze mensen in gevaar.10 Minima-effect rapportage: structureel tekort voor basisuitgaven Met het gemeentelijk armoedebestrijdingsbeleid beoogt het college een positieve bijdrage te leveren aan het op orde krijgen van de financiële positie van de Haagse minima.
Het college heeft het NIBUD de opdracht gegeven onderzoek te doen naar de inkomsten en uitgaven van de Haagse minima. Deze minima effectrapportage laat zien wat een tiental voorbeeldhuishoudens maandelijks overhoudt of tekortkomt als alle noodzakelijke uitgaven zijn gedaan. Het gaat daarbij om huishoudens met of zonder partner en schoolgaande kinderen, ouderen en huishoudens met een zorgvraag. Ook maakt het onderzoek het effect van het gemeentelijk armoedebeleid op de inkomenspositie van de voorbeeldhuishoudens inzichtelijk. Alleen als het wettelijk minimum voldoende is voor de basisuitgaven (wonen, voeding, zorg etc.), kunnen huishoudens zelfstandig hun financiën beheren. Met een structureel tekort lukt dit niet. Ook onderzoekt het Nibud in hoeverre onderzochte huishoudens in staat zijn om de kosten van maatschappelijke participatie te betalen, bijvoorbeeld op visite gaan of visite ontvangen, of het lidmaatschap van een sportvereniging. Uit de meest recente minima effectrapportage van het Nibud blijkt dat zonder de inzet van gemeentelijk armoedebeleid 6 van de 10 onderzochte huishoudens niet in staat zijn om de kosten van maatschappelijke participatie te dragen. Uit dit onderzoek blijkt ook dat 2 van de 10 onderzochte huishoudtypes, zonder gemeentelijke ondersteuning, ook tekortkomen op hun basisuitgaven.
Het gaat dan om gezinnen met kinderen op de middelbare school en alleenstaanden met een zorgvraag. In de tabel hieronder staat aangegeven hoeveel deze huishoudens maandelijks overhouden na besteding van de noodzakelijke basisuitgaven en na besteding van uitgaven voor maatschappelijke participatie.
8 Meer uitgeven dan er binnenkomt, centraal bureau voor de statistiek, augustus 2018. 9 Armoede- en schuldenbrief 2018 (RIS298637), pagina 4. 10 Feantsa, “Third Overview of Housing Exclusion in Europe 2018,” maart 2018.
3/14
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10053543 Tabel 1: Minima Effectrapportage Nibud
Armoedeval De afbouw van inkomensondersteuning voor werkende minima kan als neveneffect hebben dat men er financieel op achteruit gaat als meer of beter betaald werk wordt gedaan (armoedeval). Ten opzichte van de bijstandsnorm gaan de meeste mensen er flink op vooruit als ze fulltime gaan werken. De minima effectrapportage van het Nibud laat zien dat aan de slag gaan vanuit de bijstand altijd loont. De armoedeval bestaat niet als Hagenaars vanuit de bijstand aan het werk gaan. 11 Wel zien we dat meer uren werken of een inkomensstijging soms minder loont, vooral door de steile afbouw van landelijke toeslagen. Op dit moment wordt er vanuit de rijksoverheid gewerkt aan een verdere herziening van het toeslagenstelsel. We houden de effecten van deze maatregelen goed in de gaten en passen het gemeentelijk beleid hier, indien nodig, op aan. In principe is inkomensbeleid voorbehouden aan de rijksoverheid. Maar we zien door de stijgende vaste lasten en achterblijvende inkomensontwikkeling dat steeds meer mensen in de financiële problemen komen. De gemeente biedt financiële ondersteuning op de korte termijn (bijvoorbeeld via de bijzondere bijstand), maar op de lange termijn leidt dit niet tot het daadwerkelijk bestrijden van armoede en het bieden van perspectief. Het dempt slechts een financieel tekort.
We blijven ons zorgen maken over de stijgende lasten en achterblijvende inkomensontwikkeling. Daarom blijven wij dit op de agenda zetten, zowel ambtelijk (door deelname aan bijvoorbeeld de brede schuldenaanpak van het Rijk) en bestuurlijk door agendering bij de rijksoverheid, bijvoorbeeld via VNG en Divosa. Een voorspelbaar en stabiel inkomen ontzorgt en maakt de weg vrij voor verdere participatie. De laagdrempelige en voor iedere Haagse burger beschikbare financiële dienstverlening via de Helpdesk Geldzaken speelt een belangrijke rol in het overzicht krijgen en houden op de persoonlijke financiën. Het is belangrijk dat inwoners laagdrempelig advies en voorzieningen kunnen aanvragen. Dit najaar is er door middel van een campagne extra aandacht gegeven aan de Helpdesk Geldzaken zodat zoveel mogelijk Haagse inwoners die zich zorgen maken over hun financiën een afspraak maken bij een Helpdesk in de wijk. 11 Uit MER blijkt geen armoedeval als het inkomen 100%, 110%, 120% of 130% van WML is.
4/14
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10053543
Het huishoudboekje op orde met de Helpdesk Geldzaken “De consulent van de Helpdesk Geldzaken hielp mij om alle benodigde documenten op te vragen en te verzamelen. We vroegen samen een DigiD voor mij aan om zaken te regelen, brachten inkomen en uitgaven in kaart en keken of ik nog recht had op toeslagen. De lening van de Gemeentelijke Kredietbank (GKB) is inmiddels toegekend. Hiermee kon ik in één keer al mijn schulden aflossen, dat gaf rust. Er is een last van mijn schouders gevallen. Ik betaal nu alleen de GKB terug, daardoor heb ik meer bestedingsruimte en overzicht over mijn financiën.” (Cliënt Helpdesk Geldzaken Laak) Financiële redzaamheid begint bij het kunnen betalen van de vaste lasten. Dit is een van de redenen geweest om eind 2017 van start te gaan met de Helpdesk Geldzaken in Laak. Bij de Helpdesk Geldzaken kunnen inwoners terecht voor alle vragen over financiën, juist als er geen problematische schulden zijn. Samen met de helpdeskmedewerker stelt de inwoner een budgetplan op en worden de nodige acties in gang gezet. De koopkracht van inwoners kan vergroot worden door het geven van besparingsadviezen, aanvragen van toeslagen, voorzieningen en fondsen. Grotere financiële problemen kunnen dan preventief voorkomen worden.
Vooral bij gebeurtenissen in het leven die van financiële invloed zijn zoals een scheiding of baanverlies kan de Helpdesk Geldzaken van belang zijn om schulden en financiële problemen te voorkomen. Er is bewust gekozen om de Helpdesk Geldzaken te vestigen op plekken waar mensen al komen. Denk aan de huisartsenpost of een buurtcentrum. Hiermee houden we de drempels om ondersteuning te zoeken laag en kunnen bestaande ondersteuningsstructuren in een wijk benut worden. De komst van een Helpdesk Geldzaken in een stadsdeel biedt gelegenheid om in gesprek te gaan. (Vrijwilligers)organisaties in de wijk worden op de hoogte gesteld van het gemeentelijk aanbod. Door de adviezen en besparingen, neemt het besteedbaar inkomen gemiddeld met 50 euro per maand toe.
2. Oog voor individuele behoeften en mogelijkheden (maatwerk) Kwaliteit van leven Het bieden van bestaanszekerheid gaat verder dan het op peil houden van het inkomen of kunnen doen van noodzakelijke uitgaven. Als de basis van het bestaan op orde is, stellen we mensen in staat om hun perspectief structureel te verbeteren. Bestaanszekerheid vormt op die manier de randvoorwaarde voor succes. Armoedebestrijding op de langere termijn kan door te investeren in bijvoorbeeld opleiding, gezondheid en werk. Deze elementen komen onder druk te staan als men in armoede leeft. Door deze investeringen te doen kunnen mensen beter meedoen in de samenleving. Het verhoogt de kwaliteit van leven en daarmee ook de algemene welvaart van de samenleving. Martha Nussbaum (filosoof en hoogleraar rechtsfilosofie en ethiek aan de Universiteit van Chicago) stelt dat armoede niet alleen een kwestie is van een gepolariseerde inkomens- en vermogensverdeling, maar ook van mensen die onvoldoende mogelijkheden krijgen om zich te ontworstelen aan armoede. Zo stelt zij: “Overheden hebben de taak om mensen in staat te stellen een waardig en minimaal florerend leven te leiden.
Het gaat dan om het bieden van essentiële mogelijkheden (capabilities) die de kwaliteit van leven bepalen zoals het recht op gezondheid, onderwijs, lichamelijke onschendbaarheid, mogelijkheid tot liefde en hechting aan medemensen, vrijheid van meningsuiting, recht op veiligheid, mogelijkheid tot het aangaan van sociale banden en eigendomsrechten.”
5/14
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10053543
Deze benadering vereist dat armoedebestrijding behalve aandacht voor de welvaart van mensen, ook oog heeft voor hun welzijn. Daarbij staat altijd de vraag centraal in welke mate mensen in staat zijn om redelijkerwijs het leven te leiden dat ze graag willen leiden. Deze vraag dient gesteld te worden op macroniveau (beleid), maar ook op mesoniveau bij welzijnsinstellingen en op microniveau door de professional in de beroepspraktijk in interactie met cliënten. 12 Onderzoek naar kwaliteit en impact van het armoedebestrijdingsbeleid De overheid bepaalt in grote mate de kwaliteit van de leefomstandigheden van haar inwoners. Om te bekijken op welke manier de Haagse armoedebestrijding daadwerkelijk bijdraagt aan het welzijn en geluk van de inwoner gaan we de komende periode in gesprek met de Erasmus Happiness Economics Research Organisation (EHERO). EHERO doet onderzoek om vast te stellen hoe gelukkig verschillende groepen zijn en welke factoren samenhangen met hun geluk. Op basis van deze bevindingen doet EHERO aanbevelingen ten behoeve van beleid, de leefomgeving, of de benodigde levensvaardigheden voor een gelukkig leven. Zo kan het verwachte nut van publieke diensten vergeleken worden met het werkelijk ervaren nut, waarmee het succes van het beleid kan worden vastgesteld.
Dit onderzoek is aanvullend op de onderzoeken die het college al periodiek laat doen zoals de minimaeffect rapportage van het Nibud en de Armoedemonitor door het CBS. Deze onderzoeken richten zich voornamelijk op het aspect welvaart. Het aanvullende onderzoek richt zich op het welzijn. De gevolgen van schaarste en de illusie van zelfredzaamheid Nationale Ombudsman: “De overheid gaat ten onrechte en te veel uit van de zelfredzaamheid van burgers om financiële problemen op te lossen. Dit blijkt vaak een illusie. Onvoldoende zelfredzaamheid is juist één van de redenen waardoor burgers in grote financiële problemen komen.” 13 Mensen die in armoede leven raken overbelast met zorgen en stress. Dit zorgt ervoor dat mensen niet altijd in staat zijn voor zichzelf de beste keuzes te maken en zelf een positieve impuls aan hun leven te geven. De theorie van schaarste14 laat zien hoe chronische stress die leven in armoede veroorzaakt, verhindert dat mensen op eigen kracht uit armoede of schulden komen. De gevolgen van armoede zoals uitsluiting kunnen langdurig en hardnekkig van invloed zijn op de maatschappelijke en mentale positie van mensen. Men raakt het gevoel van autonomie kwijt en dat is bedreigend. Men begrijpt de maatschappij niet meer en voelt zich onbegrepen.
Nationale Ombudsman: “Het adagium van zelfredzaamheid staat op gespannen voet met de inzichten rond het effect van schaarste. 15 Een slim ontwerp van regels en instituties houdt rekening met dit ‘menselijk tekort’. Een slim systeem ontslaat mensen niet van hun eigen verantwoordelijkheid en neemt ook niet het stuur van hen over, maar zorgt wel voor voldoende kreukelzones en vangrails, zodat niet elke fout meteen noodlottig afloopt."
12
Nussbaum, Women and Human Development: The Capabilities Approach, Cambridge: Cambridge University Press, 2000 13 Nationale Ombudsman, “Burgerperspectief op schuldhulpverlening” (2016) 14 Sendhil Mullainathan, Eldar Shafir: Schaarste; hoe een gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen (2013) 15 N. Jungmann e.a., “De eindjes aan elkaar knopen” (2015).
6/14
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10053543
Onder de mensen die te maken hebben met armoede en schulden zijn veel mensen voor wie de samenleving te ingewikkeld is geworden. In Nederland hebben ca. 370.000 mensen een licht verstandelijke beperking (IQ 50 tot 70) en hebben 2,3 miljoen mensen een IQ tussen 70 en 85 16. Bovendien hebben 2,5 miljoen volwassenen moeite met lezen, schrijven en/of rekenen 17. Het is daarom niet vreemd dat voor veel mensen de samenleving en de toenemende digitalisering complex en ingewikkeld is. Digitalisering biedt echter ook kansen om voor deze groep inwoners de dienstverlening toegankelijker en begrijpelijker te maken. Hierbij moet aandacht zijn voor de digitale vaardigheden die inwoners bezitten en de dienstverlening moet hierop worden afgestemd. Dienstverlening aan mensen in armoede kan aanzienlijk verbeterd worden door rekening te houden met de beperkingen én mogelijkheden van mensen die in armoede leven. Niet alleen door beter in te spelen op veelvoorkomende oorzaken van armoede (zoals een chronische ziekte of handicap, een taalachterstand, scheiding of ontslag) maar ook door meer begrip te hebben voor de gevolgen van armoede (zoals stress, gezondheidsproblemen, sociale uitsluiting, of een verminderd probleemoplossend vermogen) en hier de dienstverlening waar mogelijk op aan te passen. Het is hierbij belangrijk de inwoner en zijn of haar vraag centraal te stellen.
Door met de inwoner te kijken naar de achterliggende oorzaak van de vraag, kan er in de oplossing rekening gehouden worden met de vaardigheden en beperkingen van een inwoner. Dit is bijvoorbeeld bij de klantreis Schuldhulpverlening toegepast. De klantreis “Ik heb me vier keer eerder voor schuldhulpverlening aangemeld. Telkens haakte ik af omdat er alleen maar werd gesproken over het verleden en wat ik fout had gedaan. Nu wordt er over mijn toekomst gesproken. Dat maakt het verschil.” (Deelnemer Klantreis) In 2018 introduceerde de schuldhulpverlening de ‘Klantreis’. Waar voorheen de aandacht te nadrukkelijk lag op het creëren van een papieren werkelijkheid (het vullen van een map met papieren over de schulden) staat nu de inwoner en zijn verhaal centraal, met als voordelen: • • • • •
De klant heeft één aanspreekpunt (de klantbegeleider). Direct contact is mogelijk op een manier die de klant prettig vindt. Informatie wordt meer gedoseerd en in begrijpelijke mensentaal gegeven. Er wordt gewerkt met ‘to-do’-lijstjes en stappenplannen. De dienstverlening is gericht op persoonlijke aandacht, regelmatig contact en duidelijkheid. Knelpunten op andere leefgebieden (zorg, opvoeding, werk etc.) worden in samenhang aangepakt.
Hierbij wordt gebruik gemaakt van de inzichten uit Mobility Mentoring waar het stellen van doelen op verschillende leefgebieden centraal staat. De professional helpt de samenhang tussen bijvoorbeeld financiële problemen, werkloosheid, opvoedingsproblemen en huisvesting te visualiseren zodat uiteindelijk de zelfredzaamheid wordt vergroot. Zo komt er zicht op de hele situatie en de professional helpt vervolgens te prioriteren. Om het doel op lange termijn te bereiken, worden tussentijdse successen beloond. De professional staat naast de inwoner zodat die de regie houdt en uiteindelijk weer op eigen benen kan staan
16 Woittiez, Eggink & Ras (2019). Achtergrond document bij ‘Het aantal mensen met een licht verstandelijke beperking: een
schatting’. Sociaal Cultureel Planbureau. 17 Algemene Rekenkamer (2016). Aanpak van laaggeletterdheid.
7/14
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10053543
Kwetsbare minima verdienen een ruimhartig, toegankelijk armoedebestrijdingsbeleid met oog voor het individu De maatschappij verwacht van mensen die in armoede leven en daarvoor afhankelijk zijn van de overheid dat zij zich inspannen om hun situatie te verbeteren en iets terug doen. Een hoop mensen zouden graag aan deze verwachtingen willen voldoen, maar zijn hier door hun omstandigheden niet toe in staat. Feit is dat er altijd een grote groep Haagse inwoners zal bestaan die door persoonlijke omstandigheden niet in staat is om hun positie optimaal te verbeteren. Bijvoorbeeld kinderen (een vijfde van de Haagse kinderen groeit op in armoede), ouderen met alleen AOW en geen of een klein pensioen (31% van de Haagse minima bestaat uit gepensioneerden), of mensen met een chronische ziekte of handicap (48% van de Hagenaars met een laag inkomen geeft aan een chronische aandoening te hebben) 18. Bij deze groep is het belangrijk te weten dat de kwaliteit van leven niet bepaald wordt door een beperkt inkomen. Minimabeleid richt zich dan ook niet l0uter op het wegwerken van tekorten, maar ook in belangrijke mate op de vraag wat iemand nodig heeft om mee te kunnen doen en deel uit te maken van zijn omgeving. Het college beseft dat armoede meer is dan alleen het ontbreken van materiele zaken. Armoede leidt tot uitsluiting.
Om armoede te bestrijden is het nodig om behalve aandacht te hebben voor de welvaart van mensen ook oog te hebben voor het welzijn. Armoedebestrijdingsbeleid kan daarom alleen maar van betekenis zijn als beleidsterreinen zoals onderwijs, duurzaamheid en zorg oog hebben voor de kwetsbare uitgangspositie van de Hagenaars met de laagste inkomens. Corona crisis raakt bestaande én nieuwe doelgroepen De gevolgen van de coronacrisis zijn groot voor iedereen in Nederland. Naast de medische en economische gevolgen zijn er zorgen over de sociale gevolgen. Groepen die het al moeilijk hadden worden hard geraakt: arme gezinnen, slachtoffers van huiselijk geweld, dak- en thuislozen, laaggeletterden, mensen met een arbeidsbeperking of met GGZ-problematiek. Daarnaast ontstaan nu snel nieuwe kwetsbare groepen, zoals ZZP’ers, flexwerkers en afgestudeerde jongeren van het MBO, HBO of de universiteit. In korte tijd is hun bestaanszekerheid onzeker geworden en dreigen financiële problemen. Oplopende schulden kunnen leiden tot andere problemen zoals stress, eenzaamheid, huiselijk geweld, leerachterstanden of zelfs dakloosheid. Dat is één van de conclusies van de Tijdelijke Werkgroep Sociale Impact (commissie Halsema). De Werkgroep pleit voor een breed schuldenoffensief om te voorkomen dat problemen zich opstapelen. De coronacrisis heeft grote sociale gevolgen voor jongeren, ZZP-ers en flexwerkers.
In korte tijd is hun bestaanszekerheid onzeker geworden en dreigen financiële problemen. Een groot aantal kleine zelfstandigen zal de komende tijd kampen met door de coronacrisis veroorzaakte schulden die zij niet meer zelf kunnen oplossen. Meer dan tienduizend inwoners klopten inmiddels bij onze loketten aan voor de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo),19 Tozo 220, en Tozo 3. Uit de armoedemonitor blijkt dat minimahuishoudens met een inkomen uit een eigen bedrijf het minst gebruik maken van minimaregelingen. Het bereik onder deze groep is verreweg het laagst. Minimahuishoudens met inkomen uit arbeid worden beter bereikt, maar toch gebruikt bijna de helft geen enkele minimaregeling.
18
Armoedemonitor CBS/SZW Den Haag, 2020
19
De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is een van de maatregelen van het kabinet om ondernemers te ondersteunen tijdens de coronacrisis. De regeling is voor zelfstandig ondernemers, waaronder zzp’ers. 20 Vervolg van de eerste Tozo maatregel gedurende de maanden juni, juli, augustus en september 2020. De belangrijkste verschillen met Tozo1 is dat het partnerinkomen meetelt en dat er geen surseance van betaling of faillissement is aangevraagd of verkregen.
8/14
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10053543
Om te voorkomen dat kleine problemen zich ontwikkelen tot grote financiële zorgen investeert de gemeente in vroegsignalering en bieden we financiële hulpverlening én minimavoorzieningen laagdrempelig aan nieuwe groepen die gebaat zijn bij gemeentelijke ondersteuning. Bijvoorbeeld door meteen een Ooievaarspas aan te bieden aan ZZP’ers die via de gemeente een Tozo uitkering ontvangen en hen te wijzen op de mogelijkheid tot advies via de Helpdesk Geldzaken. Op deze manier zorgen we er onder andere voor dat de kinderen van deze doelgroep kunnen blijven sporten en sociaal niet buiten de boot vallen.
Pilot maatwerkbudget “Met maatwerk voorkomen we dat iemand buiten zijn schuld om onevenredig wordt benadeeld door de toepassing van regels. Maatwerk gaat uit van een specifieke situatie die een gerichte oplossing vereist en daarmee verklaarbaar is.” (Goed?, Gemakkelijk? en Snel? Jaarverslag 2017 Gemeentelijke Ombudsman Den Haag) Het maatwerkbudget speelt in meerdere gemeenten en heeft zich de afgelopen jaren bewezen als een zeer belangrijk instrument voor het oplossen en voorkomen van schulden- en huisvestingproblematiek. Sinds medio 2018 experimenteert de gemeente Den Haag met een maatwerkbudget binnen de afdeling Intensieve Begeleiding, waarmee professionals regelluw en snel maatwerk leveren op het moment dat een probleem zich voordoet. Deze dienstverlening is bedoeld als aanvulling en is dus geen vervanging van bestaande voorzieningen. Op deze manier vullen we betrouwbare en toegankelijke gemeentelijke voorzieningen aan met individueel maatwerk. Een mooi voorbeeld vinden we in een jongeman die net gestart is met een STiP- baan in de horeca. Hij heeft de nodige financiële problemen en er zijn verschillende trajecten gestart om dit op te lossen. Zijn kleding is versleten, hij heeft niet kunnen sparen, daardoor kan hij geen nieuwe kleren kopen. Voor het behouden van zijn baan is het noodzakelijk dat hij er representatief uitziet.
Met behulp van het maatwerkbudget heeft deze persoon nieuwe kleding gekocht. Zo kan hij zijn STiP-baan behouden en blijven de verschillende trajecten lopen. De eerste ervaringen binnen de pilot leren dat het maatwerkbudget een mooie aanvulling is op het bestaande palet van voorzieningen. Bij professionals wordt een beroep gedaan op hun ervaring en kennis om verantwoord en slim om te gaan met het budget. Klanten zien zichzelf geholpen op een snelle manier en kunnen daardoor hun traject voortzetten. De wekelijkse casuïstiekbesprekingen dragen bij aan het verantwoord inzetten van het budget en maakt van de pilot een waardevol leerproces waarmee bestaande dienstverlening verbeterd kan worden. De mooie ervaringen die zijn opgedaan samen met de positieve impact van het maatwerkbudget op zowel de burger als de professional hebben geleid tot de uitbreiding van de pilot.
Krediet op maat Een aantal jaren geleden heeft de gemeentelijke kredietbank (GKB) het rentepercentage voor haar sociale kredieten fors verlaagd. Bij een sociaal krediet hoort immers een sociale rente. Uiteraard dient een krediet te worden afgelost. De maximale looptijd van deze kredieten ligt nu nog vast. De gemeente Den Haag gaat samen met de branchevereniging voor de sociale kredietverlening onderzoeken in hoeverre de looptijd van kredieten flexibeler gemaakt kan worden. Dit zorgt ervoor dat de aflossing van het krediet beter aansluit bij de persoonlijke situatie en wensen. De kredietadviseur van de GKB denkt hierin met de inwoner mee.
9/14
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10053543
3. Bijdragen aan perspectief van Haagse inwoners Het welzijn en geluk van mensen wordt sterk beïnvloed door het gevoel erbij te horen en gewaardeerd te worden. Werk kan hier een belangrijke rol bij spelen. Werken loont, financieel en voor de persoonlijke ontwikkeling. Daarnaast is bekend dat werkenden minder gezondheidsklachten hebben dan nietwerkenden21. Werken loont (maar niet altijd afdoende) Helaas betekent het hebben van een baan voor veel werkenden niet dat de financiële armoede voorbij is. Uit het SCP-rapport “Als werk weinig opbrengt”22 blijkt dat juist mensen met betaald werk de grootste groep minima vormt (41%). Uit onderzoek van het CBS (UDC) blijkt dat 14,7 duizend Hagenaars behoren tot de ‘werkende armen’. Van alle Hagenaars met werk als voornaamste inkomensbron, werkte meer dan de helft fulltime.23 Het SCP beschrijft twee ontwikkelingen op de arbeidsmarkt die een risico vormen waardoor het huishoudensinkomen van werkenden onder de armoedegrens kan liggen. Ten eerste een toenemend aantal werknemers met flexibele arbeidscontracten, met vaak een lager uurloon. En daarnaast de groei van het aantal zelfstandigen. Beide groepen hebben een verhoogd armoederisico, omdat inkomen een onzekere factor is. Béter betaald werk Voor de inwoners waarbij werk tot de mogelijkheden behoort is alleen werk niet altijd de beste weg uit armoede. Béter betaald werk wel.
Dat betekent dat het niet genoeg is om mensen die niet werken aan het werk te krijgen, maar dat mensen ook in staat gesteld worden om door te groeien naar beter betaald werk.
Minimahuishoudens met inkomen uit werk of een eigen bedrijf hebben een aandeel van respectievelijk 15 en 7 procent van het totaal aantal huishoudens met een laag inkomen tot 130 procent van het sociaal minimum24. Het Haagse armoedebestrijdingsbeleid is er óók voor deze werkenden met een laag inkomen. Dit betekent dat een dalende werkloosheid ook niet automatisch tot dalende uitgaven aan armoedevoorzieningen leidt. Het armoedebestrijdingsbeleid en de ondersteuning bij budgettering en schulden houdt dus niet op zodra iemand een betaalde baan heeft. Om mentale ruimte te bieden zetten we bij de Haagse schuldhulpverlening in op het snel op orde krijgen van de financiën zodat er ruimte is om samen aan een toekomstperspectief te werken. (In het nieuwe beleidsplan Schuldhulpverlening 2020-2024 wordt uitgebreid en in detail ingegaan op de verschillende interventies en innovaties die de gemeente Den Haag inzet om mensen met beginnende en problematische schulden van een zo goed mogelijk perspectief te voorzien.)
21
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS): Arbeid, flexwerk en gezondheid, februari 2020 Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), “Als werken weinig opbrengt,” oktober 2018. 23 https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2019/27/werkende-armen-in-den-haag-2015-2017 24 Armoedemonitor CBS/SZW Den Haag, 2020 22
10/14
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10053543
+500 Door oog te hebben voor financiële problematiek bij het begeleiden van bijstandsgerechtigden naar werk bevorderen we een duurzamer resultaat en een betere start op de arbeidsmarkt. Naar verwachting kampt 1 op de 4 kandidaten binnen de +500 aanpak met (het risico op) problematische schulden. We gunnen deze kandidaten een schuldenzorgenvrij én werkend bestaan. Onze aanpak richt zich op het structureel verbeteren van het perspectief van Haagse inwoners door het wegnemen van schuldenzorgen en verbeteren van financiële vaardigheden. Concreet betekent dit dat we binnen de +500 aanpak de geselecteerde kandidaat zo snel mogelijke plaatsen op een passende werkplek en gelijktijdig ondersteuning en begeleiding bieden. Daarover maken we samenwerkingsafspraken met werkgevers, kandidaten en maatschappelijke partners. Uitgangspunt daarbij is dat we het risico op uitval zo veel mogelijk willen verkleinen, door bijvoorbeeld direct in te zetten op het aanpakken van schulden en armoedeproblematiek. Hierop is de ondersteuning en begeleiding gericht, om zo te voorkomen dat iemand na korte tijd uitvalt, omdat zijn totale situatie niet stabiel genoeg is om goed te functioneren als werknemer.
4. Armoedebestrijding is niet alleen van de overheid, maar van iedereen Het aanpakken van armoede en schulden is niet alleen een taak van de overheid. Maatschappelijke organisaties, publieke en private instellingen en inwoners vormen het klankbord en de inspiratie van het Haagse armoedebestrijdingsbeleid. De inzet van vrijwilligers en instanties is hard nodig om het leven van mensen die te maken hebben met armoede en schulden van perspectief te voorzien. In de eerste maanden van de coronacrisis bleek eens te meer dat juist een snelle en slagvaardige samenwerking zorgt voor beleid dat werkt en ertoe doet. Zo heeft Den Haag samen met de andere gemeenten en de Voedselbank goed samengewerkt om de verstrekking van pakketten weer zo snel mogelijk op gang te krijgen toen de distributie stil dreigde te vallen. De gemeente heeft samen met Stichting Leergeld gekeken op welke manier de hogere vraag naar PC’s en laptops door het volgen van thuisonderwijs opgevangen kon worden aan het begin van de Covid-19 crisis. Vanuit het armoedebestrijdingsbeleid is in samenwerking met de dienst OCW en leveranciers van laptops ingespeeld op de hogere vraag. Hierdoor hebben kinderen een laptop of PC gekregen waardoor ze thuisonderwijs konden volgen.
Maar ook zonder bemoeienis van de gemeente hebben de maatschappelijke organisaties en vrijwilligers in de stad laten zien dat zij een waardevolle rol spelen in het ondersteunen van de meest kwetsbare inwoners. Alle initiatieven die zijn ontstaan, zoals gratis mondkapjes (vadercentrum ADAM), boodschappenservices en de inzet van vrijwillige maatjes om contact te blijven onderhouden laten zien dat iedereen kan bijdragen aan het bevorderen van de kwaliteit van leven van mensen. Armoedeproblematiek als integraal aandachtsgebied Het college beseft dat armoede meer is dan alleen het ontbreken van materiele zaken. Armoede leidt tot uitsluiting. Om armoede te bestrijden is het nodig om behalve aandacht te hebben voor de welvaart van mensen ook oog te hebben voor het welzijn. Armoedebestrijdingsbeleid kan daarom alleen maar van betekenis zijn als beleidsterreinen zoals onderwijs, duurzaamheid en zorg oog hebben voor de Hagenaars met de laagste inkomens.
11/14
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10053543
Armoedebestrijding in de wijk via Geldzaken070 Met de uitbreiding van de Helpdesk Geldzaken over de stad wordt ook de samenwerking met stadsdelen op het gebied van armoedebestrijding geïntensiveerd. In de stadsdelen werken veel aanbieders met ondersteuning op financiële vragen/problemen zoals Xtra (inclusief het JIP en het JIT), MEE, Humanitas, STEK, Schuldhulpmaatje Den Haag, Kompassie, Idhem, de Volharding, Over Rood, het Seniorencollectief Haaglanden, Humentum, Welzijn Scheveningen en Amargi. Dit zijn zowel betaalde aanbieders (subsidie, maatwerk arrangementen), als vrijwilligersorganisaties en de gemeentelijke overheid. Door samen te werken is het mogelijk meer mensen, beter te helpen (meer meldingen én sneller het juiste aanbod). Daarom ontwikkelen we een Centraal Aanmeldpunt, genaamd Geldzaken070. Dit aanmeldpunt draagt bij aan een betere samenhang en samenwerking tussen begeleidende partijen en organisaties die al in een vroeg stadium schulden-gerelateerd contact hebben met inwoners. In de basis werkt Geldzaken070 als volgt; signaalpartners zoals schuldeisers, werkgevers, uitkeringsinstanties en maatschappelijke organisaties melden hun klanten met geldzorgen (nadat toestemming door hen is gegeven) aan bij Geldzaken070. Dan volgt een intake en aansluitend direct hulp.
Als er meer ondersteuning nodig is volgt een vervolgactie: bijvoorbeeld koppeling aan een vrijwilliger, aanbieding van online persoonlijke coach of doorverwijzing naar schuldhulpverlening of combinaties daarvan. De afdeling Financiële Hulpverlening kan vanuit haar expertise zorgen dat de kennis en vaardigheden van de bij Geldzaken070 betrokken hulpverleners actueel is en bijdraagt aan het zo goed mogelijk ondersteunen van een inwoner met financiële problemen.
Multiprobleem aanpak met het Sociaal Hospitaal (SOHOS/Doorbraaklab) Met het Sociaal Hospitaal helpen we multiprobleemgezinnen door een nieuw perspectief en meer regie over het eigen leven te bieden. Een jonge vrouw met een progressieve spierziekte kwam, na huiselijk geweld, op straat te staan met haar twee kinderen. Omdat ze schulden overhield aan de verkoop van haar woning, kon ze geen toegang krijgen tot een urgentiewoning. Het protocol stond dat niet toe, met als gevolg dat ze werd doorverwezen naar de Maatschappelijke Opvang. Daarop kwam de jeugdbescherming bij haar om de kinderen zolang onder te brengen in een pleeggezin. Door met bureaucratie-vrij geld tijdelijk een particuliere studio te huren, hebben we voorkomen dat zij een beroep moest doen op een woonvoorziening die 120 euro per dag kost. En voorkwamen we dat haar twee kinderen in een pleeggezin moesten, voor 13.500 euro per kind per jaar. Om van de persoonlijke ellende nog maar niet te spreken. Een jaar later kreeg zij alsnog medische urgentie, omdat ze haar schulden inmiddels geregeld had. Deze oplossing heeft 5.400 euro gekost. In plaats van bijna 60.000 euro. En deze jonge vrouw en haar kinderen hebben hun leven zo normaal mogelijk voort kunnen zetten. In Den Haag wonen 3.200 gezinnen met problemen op meerdere leefdomeinen.
De maatschappelijke kosten van een multiprobleem gezin zijn gemiddeld €104.000,- per jaar terwijl veel gezinnen door de gefragmenteerde inzet geen beter perspectief krijgen. Het project SHOSO helpt vanaf 2017 gedurende drie jaar 150 gezinnen met het oplossen van hun problemen op basis van maatwerkplannen en één hulpverlener per gezin. De mensen van Sociaal Hospitaal maken samen met de gezinnen een maatwerkplan waarmee de gezinnen effectiever geholpen worden Dat leidt tot meer regie en tot een kostenbesparing bij de gemeente op andere terreinen, zoals Wmo of jeugdzorg. Maar bovenal leidt het tot een hogere kwaliteit van leven bij de betrokken gezinnen. De gemeente betaalt CZ terug voor haar investering op basis van daadwerkelijk gerealiseerde maatschappelijke baten. Dit wordt vastgesteld door een externe accountant. De resultaten van de eerste 95 cases laten een maatschappelijke opbrengst van 1,9 miljoen in het eerste jaar na interventie zien. Deze aanpak wordt stapsgewijs geïntegreerd in de dienstverlening van de gemeente Den Haag onder de noemer Doorbraaklab. Dit is een project in samenwerking met Instituut van Publieke Waarden (IPW), Health Impact Bond en zorgverzekeraar CZ. 12/14
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10053543
De Ooievaarspas inzetten om sociale uitsluiting te voorkomen Met de Ooievaarspas bereiken we 100.000 Haagse inwoners die rondkomen met een inkomen tot 130% van het wettelijke sociaal minimum. In samenwerking met meer dan 550 aanbieders in de stad worden activiteiten aangeboden in het kader van sport, cultuur en recreatie. Met de Ooievaarspas worden (een deel van) de kosten van deze activiteiten door een gemeentelijke vergoeding, en een korting vanuit de aanbieder, toegankelijk voor pashouders. Samen met de aanbieders werkt de gemeente via de Ooievaarspas aan de bestrijding van sociale uitsluiting op basis van inkomen. De Ooievaarspas maakt het mogelijk om aan te sluiten bij een sportvereniging of een bezoek te brengen aan een museum. Dit draagt bij aan het opbouwen en onderhouden van sociale contacten waardoor een sociaal netwerk ontstaat. Zodat iemand volwaardig mee kan doen in de samenleving, ondanks de financiële positie waar minima mee te maken hebben. De stad aan het woord Dit college wil meer doen dan inkomensplaatjes kloppend maken of een hoog bereik van haar voorzieningen bewerkstelligen. Ontwikkelingen die van invloed zijn op de positie van minima zijn belangrijk om te bespreken. Ervaringsdeskundigen herkennen drempels en onduidelijkheden sneller en kunnen aangeven welke aanpak het beste werkt.
De afgelopen maanden zijn we in gesprek gegaan met de cliëntenraad, Haagse jongeren en belangenorganisaties rondom het thema armoedebestrijding. Uit deze gesprekken kwam naar voren hoe de stad tegen het thema armoede en schulden aankijkt. Begrippen als ‘gelijkwaardigheid’, ‘autonomie’ en ‘zeggenschap’ kwamen herhaaldelijk terug. Om tot een duurzaam resultaat te komen is het vergroten van eigen waarde, vertrouwen in de ander en weerbaarheid cruciaal. Om hier een antwoord op te kunnen geven is een integrale samenwerking noodzakelijk. Concreet betekent dit meer gebruik maken van elkaars vindplaatsen om elkaars dienstverlening onder de aandacht te brengen maar ook om gebruik te maken van elkaars expertise om armoede en schulden bespreekbaar te maken. Het beginnen van een gesprek over financiën wordt immers regelmatig als ongemakkelijk ervaren door hulpverleners waardoor mensen ondersteuning mislopen. Als gemeente zien wij het als onze taak om samen met de stad dit taboe te doorbreken.
Jongerenstadslab Met jongeren is tijdens het Jongerenstadslab gesproken over de Ooievaarspas en het doel om inwoners met een laag inkomen te laten deelnemen aan activiteiten in de stad. Hierbij is gekeken naar de behoefte van de jongeren en op welke manier de Ooievaarspas hierin kan voorzien. Er werd verteld dat zij het fijn vinden dat ze een Ooievaarspas hebben omdat het door de pas mogelijk is om, net als hun leeftijdsgenootjes, deel te namen aan sport- en cultuuractiviteiten. Hierdoor voelen zij zich niet uitgesloten en hebben ze het gevoel dat ze volwaardig meedoen in de samenleving. Wel gaven ze aan dat informatie over de activiteiten makkelijk vindbaar en toegankelijk moet zijn, bijvoorbeeld via een OoievaarspasApp. Deze gesprekken zijn waardevol en worden uitgebreid naar andere (leeftijds)groepen van de Ooievaarspas om te toetsen of dit onder andere pashouders ook zo wordt ervaren.
13/14
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10053543
Vervolg Het Haagse Armoedebestrijdingsbeleid is voortdurend in beweging. Het kan altijd beter, er zijn altijd nieuwe uitdagingen. Het college wil door gesprekken met de stad de in deze brief genoemde uitgangspunten blijven verdiepen. De verwachting is dat uit de gesprekken met de stad voorstellen komen voor een breed gedragen armoedebeleid dat perspectief en ondersteuning biedt en kansen vergroot. Jaarlijks zullen de opbrengsten van de thema-gesprekken en de eventueel daaruit voortvloeiende beleidswijzigingen met uw raad gedeeld worden. Met vriendelijke groet, de wethouder van Sociale zaken en Werk Bert van Alphen
14/14