CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS307282 Bijlage

Commissie Samenleving 11 maart 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief van wethouder Sociale Zaken en Werk inzake passende invulling slavernijherdenking in Den Haag2.785 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies herdenking slavernij Den Haag

191789_OCW_A5_brochure_Herdenking_slavernij_v2.indd 1

22-11-19(w47) 09:16

Advies herdenking slavernij Den Haag

Eindadvies ‘Passende invulling herdenking slavernij’ onafhankelijke adviescommissie onder leiding van Rabin Baldewsingh

191789_OCW_A5_brochure_Herdenking_slavernij_v2.indd 2-1

22-11-19(w47) 09:16

Inleiding Op 3 oktober 1862 heeft de Nederlandse gouverneur Reinhart van Lansberge in Paramaribo, een belangrijke boodschap ‘aan de Slavenbevolking in de Kolonie Suriname’. ‘Het heeft Zijne Majesteit Onzen geëerbiedigden Koning behaagd den dag te bepalen, waarop de slavernij in de kolonie Suriname voor altijd afgeschaft zal zijn. Op den 1n Julij 1863 zijt Gij vrij!’ Met deze proclamatie kwam formeel een einde aan honderden jaren slavernij. De slaven in Suriname waren na afschaffing van de slavernij verplicht zich nog tien jaar als contractarbeider te verhuren aan hun voormalige eigenaar. Dit werd de ‘periode van staatstoezicht’ genoemd. Na afschaffing van de slavernij in Nederland kregen de slavenhouders van Suriname driehonderd gulden per slaaf van de regering als compensatie voor hun verlies. Hierdoor voelden vele plantagehouders zich geroepen om nog eens extra jacht te maken op weglopers om daardoor zoveel mogelijk vergoeding te krijgen. Ook op de Antillen kwam in 1863 een einde aan de slavernij. Op Curaçao was het aandeel slaven in verhouding tot de gehele bevolking aanzienlijk. Tien jaar voor het verbod op slavernij woonden er 17.000 mensen op dit eiland van wie zeker een derde in slavernij. De slaven mochten vanaf 1 juli 1863 tegen betaling in hun voormalig slavenhuisje wonen en hun stukje grond bewerken.

Om dit te betalen moesten ze wel één dag voor de Shon (eigenaar van de plantage) werken. De armoede onder de voormalige slaven van het eiland was groot. De slavenhouders hadden niet te klagen: zij ontvingen als compensatie voor het verlies tweehonderd Proclamatie Suriname

gulden per slaaf.

3

191789_OCW_A5_brochure_Herdenking_slavernij_v2.indd 2-3

22-11-19(w47) 09:16

Minder bekend is dat behalve deze trans-Atlantische slavernij er ook

Dat kwam er in 2002 in het Oosterpark in Amsterdam. Daarna onthulden

sprake was van slavernij in Azië. De slavernij waarover het hier gaat, werd

meerdere steden een monument. Volksvertegenwoordigers betuigden

ingevoerd door de VOC. In eerste instantie werden inlandse mannen en

spijt en slavernij kwam in de canon van de Nederlandse geschiedenis.

vrouwen als slaven ingezet voor het bouwen van forten, handelsposten

Het kabinet maakte bekend dat het 1 miljoen euro per jaar beschikbaar

en het aanleggen van wegen. De VOC haalde deze mensen uit bijvoorbeeld

stelt voor een ‘nationale voorziening’ en de NOS zendt de nationale

Ceylon, Sumatra, Celebes, Bali maar ook uit Afrika. Al spoedig werd in de

herdenking vanuit het Oosterpark in Amsterdam live uit.

slavenhandel ook een inkomstenbron gezien. In tegenstelling tot West-­ Indië was Nederlands-Indië geen plantage-, maar een handelskolonie.

De UNESCO noemt de Atlantische slavenhandel ‘de grootste tragedie

De slavernij in dit gebied had meer een stedelijk karakter. Al deze slaven

van de mensheid’, gelet op de grote tijdspanne (van de vijftiende tot

deden niet alleen maar huishoudelijke klusjes, maar werden ingezet als

en met eind negentiende eeuw), de enorme omvang (zeventien miljoen

sjouwer om schepen te laden en lossen, in de mijnen, in de prostitutie, in

gedeporteerden exclusief slachtoffers onderweg) en de legitimering

de landbouw en voor de zware klussen in de nijverheid. In Nederlands-­

door geloof, ideologie en politiek. In eerste instantie denken velen bij het

Indië kwam op 1 januari 1860 een einde aan de slavernij.

slavernijverleden vooral aan Amsterdam, Rotterdam en Middelburg, maar hoewel minder bekend heeft ook Den Haag vanaf de zeventiende eeuw een

Inmiddels wordt het slavernijverleden op meerdere plekken in Nederland

niet onbelangrijke rol gespeeld in de totstandkoming, de handhaving en

herdacht, zoals bijvoorbeeld Rotterdam, Hoofddorp, Breda, Ouderkerk aan

de afschaffing van de slavernij. Vanuit de regeringsstad werd het bestuur

de Amstel en Vlissingen. Behalve op lokaal niveau vindt er ook een

van de koloniën geregeld en het systeem van de slavernij gesanctioneerd.

nationale herdenking plaats. Het nationale monument is opgericht in

Tevens hadden invloedrijke politici, plantage-eigenaren en verdedigers

Amsterdam, waar jaarlijks de landelijke herdenking plaatsvindt.

van het systeem hun domicilie in de residentiestad. Op 1 juli 1863 werd, na decennialang getouwtrek, op het Binnenhof eindelijk de slavernij offi-

Tot de Surinaamse onafhankelijkheid in 1975 was voor dit slavernij­

cieel afgeschaft. Deze afschaffing wordt ook in Den Haag jaarlijks herdacht

verleden amper aandacht. Slechts een bescheiden groep Surinamers

en gevierd tijdens Keti Koti (Ketenen gebroken). Het slavernijverleden en

vierde in 1963 honderd jaar afschaffing van de slavernij in Amsterdam,

de rol daarin van de Nederlandse staat, lokale overheden en particuliere

met spandoeken waarop teksten stonden als ‘Ketie Kotie fri moe de’

ondernemingen staan dus volop in de belangstelling en zijn onderwerp

(verbroken ketenen, vrijheid moet er zijn). Dat veranderde toen rond

van een nationaal debat, dat zich niet beperkt tot de wetenschap.

1975 veertig­duizend Surinamers naar Nederland kwamen. De roep om aandacht werd luider.

Een monument in Den Haag? Om ook in Den Haag een groter bewustzijn rondom dit belangrijke thema

Tientallen Afro-Surinamers verenigden zich in organisaties als Stichting

te creëren heeft de gemeenteraad van de gemeente Den Haag bij de

Keti Koti. In 1993 kwam er een jaarlijkse herdenking op het Suriname-

bespreking van de officiële her­denking en monument Keti Koti (RIS300050)

plein, vijf jaar later vroeg de Afro-­Europese Vrouwenbeweging Sophiedela

op 20 december 2018 de Raadsmotie ‘Passende invulling herdenking

met de petitie ‘Sporen van Slavernij’ om een nationaal monument.

slavernij’(RIS301455) aangenomen.

4

191789_OCW_A5_brochure_Herdenking_slavernij_v2.indd 4-5

5

22-11-19(w47) 09:16

Die motie luidde als volgt:

- in gesprek te gaan met de diverse betrokken Haagse (Afrikaanse)

Overwegende, dat:

gemeenschappen en hun organisaties over een goede, haalbare

er onder de diverse betrokken gemeenschappen op verschillende manieren

invulling voor de herdenking van de (afschaffing van) de slavernij.

aandacht is voor de herdenking van de slavernij en de viering van de afschaffing hiervan;

Voormalig wethouder Rabin Baldewsingh is bereid gevonden het voorzitter­

Den Haag een historische rol heeft gespeeld in de afschaffing van de

schap van de commissie op zich te nemen. In overleg met hem zijn de

Nederlandse rol in de slavernij.

overige leden van de commissie aangezocht. Het advies van de commissie zal na de zomer van dit jaar (2019) worden gepresenteerd. De commissie

Van mening, dat:

bestaat uit de volgende leden: Rabin Baldewsingh (vz), Cornellie Hoeve,

Den Haag als stad van Vrede en Recht, en door haar historische rol in de

Kiran Sukul, Valika Smeulders, Paul Broekhoff, Ricardo Lemmer en

afschaffing van de slavernij, een belangrijke taak heeft om een groter

Cees Debets.1

bewustzijn te creëren rondom het thema slavernij; Den Haag hierom een voortrekkersrol moet hebben in de vorming van

De commissie heeft in al haar bijeenkomsten van gedachte gewisseld of:

de bewustwording over slavernij en de herdenking van de Nederlandse

- er wel of niet een monument in Den Haag moet worden opgericht;

afschaffing hiervan.

- er een jaarlijkse viering / herdenking moet plaatsvinden en op welke wijze;

Verzoekt het college: om in gesprek te gaan met de diverse betrokken Haagse gemeenschappen

- of en hoe de positionering van de andere erfgoedvieringen van migranten in de stad hieraan verbonden zou kunnen worden.

(met Afrikaanse ‘roots’) en hun organisaties over een goede, haalbare invulling voor de herdenking van de (afschaffing van) de slavernij.

Maar de opdrachtformulering zoals in de motie verwoord is bij al de besprekingen leidend geweest.

De commissie heeft de volgende opdracht: Na te gaan in hoeverre er in Den Haag draagvlak is voor de oprichting

Een eigen monument en een eigen moment

van een slavernij-verledenmonument.

Ter inspiratie en informatie heeft de adviescommissie ook een aantal plenaire bijeenkomsten belegd met het veld, dat wil zeggen met vertegen-

Uitvoering van de motie

woordigers van maatschappelijke en culturele organisaties die zich bij dit

Het college van B&W heeft 19 februari 2019 besloten aan deze motie

onderwerp betrokken voelen. (zie bijlagen: presentielijst genodigden,

uitvoering te geven door een onafhankelijke commissie in het leven

verslagen van plenaire bijeenkomsten). Deze plenaire bijeenkomsten

te roepen. De commissie heeft daartoe de volgende opdracht gekregen:

werden goed bezocht en uit de reacties, suggesties en bijdragen van de

- na te gaan in hoeverre er in Den Haag draagvlak is voor de oprichting

deelnemers bleek behalve een grote betrokkenheid vooral ook een grote

van een slavernijverledenmonument; 1 Voor de functies van de leden van de commissie wordt verwezen naar de laatste pagina van dit advies.

6

191789_OCW_A5_brochure_Herdenking_slavernij_v2.indd 6-7

7

22-11-19(w47) 09:16

gevoeligheid bij dit beladen onderwerp. De commissie spreekt zijn grote

Opgemerkt wordt wel dat dit monument geen pompeus ruimtelijk

waardering uit voor de toon en de gedisciplineerde wijze waarop de

monument behoeft te zijn, maar veeleer een duidelijk zichtbare wand­

deelnemers de gedachtewisseling hebben gevoerd.

sculptuur ter markering van de rol die de stad Den Haag in de slavernij heeft vervuld. Ter referentie wordt verwezen naar het Joodse monument

Ook is er gesproken met een groep deskundigen uit den lande.

op het Rabbijn Maarssenplein. Den Haag was ten tijde van de afschaffing

De ­bevindingen van de twee grote bijeenkomsten én de uitkomsten van

van de slavernij immers de regeringsstad en de residentie van de koning,

de deliberaties binnen de Commissie zijn aan hen voorgelegd ter formule-

die uiteindelijk het besluit nam tot stopzetting van de slavenhandel en

ring van het advies. Hun inbreng is betrokken bij het voorliggend advies.

het beëindigen van de slavernij. Het gaat om een lokaal herdenkings­ monument. Een Nationaal Herdenkingsmonument is al in Amsterdam

Een belangrijke conclusie die uit deze bijeenkomsten kan worden

gerealiseerd.

getrokken is dat de deelnemers aan de gedachtewisseling nadrukkelijk kiezen voor een eenduidig eigen monument op een prominente locatie

De plaats waar een dergelijke sculptuur moet worden geplaatst, moet nog

in Den Haag, waar – op een eigen moment – kan worden stilgestaan bij

worden onderzocht. Vanzelfsprekend dient dit een prominente locatie in

de geschiedenis van de trans-Atlantische slavernij. Daarbij dient vooral

Den Haag te zijn, die gekoppeld is aan het koloniaal verleden. In de

ook aandacht te worden geschonken aan het verzet vanuit de tot slaaf

plenaire bijeenkomsten werden onder andere het Plein en het Lange

gemaakten tegen de slavernij, zoals bijvoorbeeld de opstand op Curaçao

Voorhout genoemd. De Commissie onderschrijft deze wens ten behoeve

in 1795 onder leiding van Tula.

van het draagvlak binnen de diverse gemeenschappen, maar geeft daarnaast in overweging om deze sculptuur een plaats voor contemplatie

Een Haags slavernijmonument

te maken in bijvoorbeeld de Paleistuin.

De commissieleden onderschrijven het nut van een dergelijk monument. Na het horen van vertegenwoordigers uit de diverse gemeenschappen

In het programma van eisen voor het ontwerp van de sculptuur ter

concludeert de commissie dat er in onze gemeente een breed draagvlak

herdenking van de trans-Atlantische slavernij zou moeten worden

is voor een herdenkingsmonument Slavernijverleden van onze stad.

opgenomen dat de kunstenaar verwijst naar de bredere context van

De commissie merkt op dat een dergelijk monument en een daaraan

de slavernij, zoals hierboven in de inleiding beschreven.

gekoppelde jaarlijkse herdenking nadrukkelijk aandacht vraagt voor dit ongemakkelijke en beladen thema in onze gemeenschappelijke geschie-

De presentatie van het ontwerp voor het monument zou al in 2020

denis. Het monument en de herdenking zijn daarom bedoeld voor de

gekoppeld kunnen worden aan de herdenking van het trans-Atlantische

gehele Haagse samenleving, voor alle Hagenaars, ongeacht hun afkomst.

slavernijverleden, een dag later gevolgd door een manifestatie.

Door het gezamenlijk verleden te kennen en te erkennen, kan er worden gewerkt aan een gezamenlijke verwerking daarvan. ‘In het Verleden ligt

Een permanent herdenkingscomité

het Heden, in het nu wat worden zal!’

De commissie is van mening dat de installatie van een permanent lokaal herdenkingscomité aanbeveling verdient. Dit herdenkingscomité zou

8

191789_OCW_A5_brochure_Herdenking_slavernij_v2.indd 8-9

9

22-11-19(w47) 09:16

moeten worden samengesteld uit vertegenwoordigers van de betrokken

jongeren. In dit programma zou het verhaal van het slavernijverleden

maatschappelijke en culturele organisaties, die op grond van hun ervaring

en de koloniale geschiedenis in openheid moeten en kunnen groeien

en expertise onomstreden zijn en op dit vlak hun sporen hebben verdiend.

en als ‘verborgen en ongemakkelijke geschiedenis’ uit de schaduw worden

Het Comité coördineert en organiseert de jaarlijkse activiteiten.

gehaald om uiteindelijk een eigen en niet beladen, vaste plek in het collectief geheugen te verwerven. Het gaat om het gedeelde verleden,

Dit comité dient financieel ondersteund te worden door de gemeente met

maar vooral ook om de gezamenlijke toekomst. Hierbij moeten alle filialen

een budget voor tenminste vijf jaar. Ook wordt geadviseerd om tenminste

van de openbare bibliotheek en alle scholen in Den Haag van het primair

twee jaar een ambtelijke secretaris te koppelen aan het Comité teneinde

onderwijs, het voortgezet onderwijs en het hoger onderwijs een belang-

zaken in goede banen te leiden en de contacten met het stadsbestuur

rijke rol toebedeeld krijgen. De commissie adviseert de besturen van het

optimaal te houden. Ten einde het comité te borgen binnen de gemeente

Haags onderwijs met klem te verzoeken om lesbrieven te ontwikkelen

Den Haag zou het voorzitterschap van het comité qualitate qua vervuld

voor alle vormen van het Haags onderwijs en daarmee de geschiedenis

kunnen worden door de burgemeester van de gemeente Den Haag.

van de slavernij een vaste en prominente plaats te geven in het

Vanzelf­sprekend dient dit comité te worden betrokken bij het opstellen

geschiedeniscurriculum.

van het programma van eisen voor het ontwerp en bij de definitieve keuze en locatie van het beoogde monument.

Ook de Haagse musea en erfgoedinstellingen, zoals het Haags Historisch Museum, het Haagse Gemeentearchief en het Museon moeten hierin een

Educatief en cultureel programma

rol van betekenis vervullen. De Stichting Cultuurschakel kan daarbij een

Rond de herdenking van de trans-Atlantische slavernij zou verbinding

belangrijke verbindende schakel tussen onderwijs en cultuurinstellingen

moeten worden gezocht met andere herdenkingen die in het kader van

vormen. Tevens worden de Haagse cultuurinstellingen en de openbare

de koloniale geschiedenis worden gehouden. Het gaat binnen die koloniale

bibliotheek uitgedaagd in hun programmering bij te dragen aan de

context om vijf historische momenten, 5 juni (Hindostaanse Immigratie),

bewustwording van dit gedeelde verleden.

1 juli (afschaffing slavernij), 9 augustus (Javaanse Immigratie), 15 augustus (bevrijding Nederlands-Indië) en 17 augustus (Tula). Dit alles in een tijds-

Juist daarin kan de verbinding worden gezocht en gelegd met de andere

bestek van 2 maanden. De wijze waarop dit zou moeten geschieden is nog

herdenkings­momenten. Gedacht wordt aan een gemeenschappelijk

onderwerp van beraadslaging. De vieringen / herdenkingen van al deze vijf

kick-off-moment dat context geeft aan de verschillende herdenkings­

belangrijke herdenkingsmomenten moeten volgens de Commissie (zowel

momenten die in de twee maanden daarop volgen. Op die manier moet

organisatorisch als financieel) ook onder de coördinatie van het te vormen

een programma ontstaan met een landelijke uitstraling, waaraan ook

Comité worden gebracht.

in de nationale media aandacht wordt gegeven. Voorts hoopt de commissie dat de thans bestaande invullingen en expressies met betrek-

De commissie kiest er zeer nadrukkelijk voor om de herdenking gepaard

king tot het slavernijverleden structureel ingebed wordt / blijft in het

te doen gaan aan een breed en goed opgezet educatief en cultureel

­programma-aanbod van de culturele instellingen. De bestaande kennis

programma dat met name, maar zeker niet exclusief, is gericht op

en kunde én activiteiten in de stad moeten worden benut en worden

10

191789_OCW_A5_brochure_Herdenking_slavernij_v2.indd 10-11

11

22-11-19(w47) 09:16

betrokken bij de algemene herdenking / viering van het slavernijverleden. De commissie juicht een meer intensievere samenwerking ter zake toe, vooral ook met de vrijwilligersorganisaties. Behalve een jaarlijkse herdenking en viering, respectievelijk op 30 juni en 1 juli, zou er om de vijf jaar een grote manifestatie moeten worden gehouden.

Structureel budget Voor een goede en ruimhartige uitvoering van bovengenoemde activiteiten en plannen is een stevig structureel budget noodzakelijk dat een groei kent naar het jaar 2023 (160 jaar afschaffing slavernij). De commissie denkt daarbij aan een structureel budget van circa 250.000 euro, exclusief het incidenteel budget voor de realisatie van het monument. In de meerjarenbegroting 2020-2023 dienen daarvoor de middelen te worden gevoteerd. De adviescommissie Slavernijverleden Den Haag, Rabin Baldewsingh (voorzitter), oud-wethouder gemeente Den Haag Cornellie Hoeve (lid), Antilliaanse culturele organisatie Kiran Sukul (lid), Haags Historisch Museum Valika Smeulders (lid), wetenschapper, onderzoeker Rijksmuseum / KITLV Paul Broekhoff (lid), algemeen-directeur Openbare Bibliotheek Den Haag Ricardo Lemmer (lid), Afro-Surinaamse maatschappelijke organisaties Cees Debets (lid), algemeen-directeur Nationaal Theater

12

191789_OCW_A5_brochure_Herdenking_slavernij_v2.indd 12-13

22-11-19(w47) 09:16

191789_OCW_A5_brochure_Herdenking_slavernij_v2.indd 14

22-11-19(w47) 09:16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9584582/1