CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS307234 Bijlage 2

Gemeenteraad 11 februari 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Wijziging statuten stichting De Haagse Scholen (RIS307234)5.395 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

63 alinea's met “toezicht”: 7 35 36 38 40 57 59 61 64 66 68 80 85 86 90 92 99 114 116 118 129 133 136 137 139 150 157 159 172 173 174 176 179 181 183 185 188 197 199 201 …

STATUTENWIJZIGING van de stichting: "De Haagse Scholen", stichting voor primair en speciaal openbaar onderwijs, met zetel in de gemeente 's-Gravenhage

Heden, [ ** ] tweeduizend twintig, is voor mij, mr. Frank Jan Oranje, notaris te 's-Gravenhage, verschenen: [ ** ]. De comparant heeft verklaard dat: a.

het college van bestuur van de stichting: "De Haagse Scholen", stichting voor primair en speciaal openbaar onderwijs, statutair gevestigd te gemeente 's-Gravenhage, met adres: (2521 EN) 6e Verdieping, 's-Gravenhage, Johanna Westerdijkplein 1, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 27308764 (de 'Stichting'), in een op [ ** ] tweeduizend twintig gehouden vergadering heeft besloten om de statuten van de Stichting algeheel te wijzigen, alsmede om de comparant te machtigen deze akte te doen verlijden, van welke besluiten blijkt uit een besluit buiten vergadering van het college van bestuur, waarvan een exemplaar aan deze akte wordt gehecht;

b.

de statuten van de Stichting laatstelijk zijn gewijzigd bij akte, verleden op twintig juli tweeduizend zestien voor een waarnemer van mr. F.J. Oranje, notaris te 's-Gravenhage;

c.

van de op grond van artikel 15.1 van de statuten van de Stichting vereiste voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht blijkt uit een besluit buiten vergadering van de raad van toezicht van [ ** ] tweeduizend twintig, waarvan een exemplaar aan deze akte wordt gehecht;

d.

van de op grond van artikel 15.1 van de statuten van de Stichting vereiste instemming van de gemeenteraad van Den Haag blijkt uit een [ ** ] van

F179/F370/31006374 - versie 14 augustus 2020

2/16

[ ** ] tweeduizend achttien, waarvan een exemplaar in kopie aan deze akte wordt gehecht. Ter uitvoering van voormeld besluit tot statutenwijziging heeft de comparant, handelend als vermeld, verklaard de statuten van de Stichting bij deze akte algeheel te wijzigen als volgt: STATUTEN. Naam en zetel. Artikel 1. 1.1.

De Stichting draagt de naam "De Haagse Scholen", stichting voor primair en speciaal openbaar onderwijs en is gevestigd in de gemeente Den Haag.

1.2.

De Stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.

Begripsbepalingen. Artikel 2. In deze statuten wordt verstaan onder: a.

gemeente: de gemeente Den Haag;

b.

college van burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;

c.

gemeenteraad: de gemeenteraad van Den Haag;

d.

scholen: de openbare scholen voor primair en speciaal onderwijs, die onder het bestuur van de Stichting ressorteren;

e.

GMR: de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de Stichting;

f.

Stichting: "De Haagse Scholen", stichting voor primair en speciaal openbaar onderwijs;

g.

wet: de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra, zoals deze op enig moment luiden.

Organen van de Stichting. Artikel 3. 3.1.

3.2.

De Stichting kent de volgende organen: a.

het college van bestuur;

b.

de raad van toezicht.

De raad van toezicht kan – al dan niet uit zijn midden – commissies instellen, die onder verantwoordelijkheid van de raad van toezicht belast kunnen worden met aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de raad van toezicht behoren.

3.3.

De raad van toezicht stelt een financiële auditcommissie in.

3.4.

De raad van toezicht regelt de samenstelling, taken en bevoegdheden van de in artikel 3.2 en artikel 3.3 bedoelde commissies in een reglement.

3/16

Doel. Artikel 4. 4.1.

Het doel van de Stichting is het in stand houden van openbare scholen voor primair en speciaal onderwijs als bedoeld in de wet. Om haar doel te bereiken kan de Stichting gebruik maken van alle middelen die daaraan dienstbaar zijn.

4.2.

Het openbaar onderwijs dat wordt verzorgd door de door de Stichting in stand gehouden openbare scholen draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. De door de Stichting in stand gehouden openbare scholen zijn toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing. Het openbaar onderwijs dat wordt verzorgd door de door de Stichting in stand gehouden openbare scholen wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing.

Vermogen. Artikel 5. Het tot verwezenlijking van het doel van de Stichting bestemde vermogen wordt gevormd door: a.

rijksbekostiging;

b.

vergoedingen voor de door de Stichting verleende diensten;

c.

subsidies, giften en donaties;

d.

hetgeen verkregen wordt door erfstellingen of legaten, met dien verstande dat erfstellingen slechts kunnen worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving;

e.

hetgeen op andere wijze verkregen wordt.

College van bestuur: samenstelling, benoeming, schorsing en ontslag, belet en ontstentenis. Artikel 6. 6.1.

De Stichting wordt bestuurd door een college van bestuur, bestaande uit een door de raad van toezicht te bepalen aantal van ten hoogste twee natuurlijke personen.

6.2.

De leden van het college van bestuur worden benoemd door de raad van toezicht. De raad van toezicht benoemt de voorzitter van het college van bestuur.

6.3.

Het college van bestuur kan – na overleg met de raad van toezicht – onderling vaststellen welk lid met welke taak meer in het bijzonder zal zijn belast. Een

4/16

zodanige taakverdeling laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle leden van het college van bestuur voor het gehele bestuur onverlet. 6.4.

Bij de samenstelling van het college van bestuur wordt, onverminderd het in de volgende leden bepaalde, gelet op diverse facetten die de aandacht van het college van bestuur vragen waarbij het college van bestuur in ieder geval wordt samengesteld op basis van algemene bestuurlijke kwaliteiten, affiniteit met de doelstelling van de Stichting en met een spreiding van deskundigheden en achtergronden. De aandachtspunten met betrekking tot de van een lid van het college van bestuur gevraagde deskundigheid en achtergrond worden in algemene zin vastgesteld door de raad van toezicht in een profielschets. De raad van toezicht kan indien overgegaan moet worden tot de vervulling van een vacature besluiten tot een aanvulling dan wel een nadere detaillering van de vereiste kwaliteiten en eigenschappen voor de betreffende zetel in het college van bestuur.

6.5.

Een lid van het college van bestuur kan te allen tijde worden geschorst door de raad van toezicht. De schorsing van een lid van het college van bestuur vervalt, indien de raad van toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of verlenging van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd, ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing werd genomen. Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman.

6.6.

De raad van toezicht is te allen tijde bevoegd een lid van het college van bestuur te ontslaan. Het betrokken lid van het college van bestuur wordt in de gelegenheid gesteld zich ten overstaan van de raad van toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman.

6.7.

Leden van het college van bestuur worden benoemd voor een periode gelijk aan de duur van hun aanstelling.

6.8.

6.9.

Het lidmaatschap van een lid van het college van bestuur eindigt: a.

door overlijden;

b.

door vrijwillig aftreden;

c.

door ontslag door de rechtbank;

d.

door ontslag verleend door de raad van toezicht, en

e.

door het verstrijken van de duur van de aanstelling.

In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallig college van

5/16

bestuur behoudt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van het college van bestuur wordt het college van bestuur waargenomen door één persoon die daartoe door de raad van toezicht is of wordt aangewezen. Gaat de raad van toezicht niet binnen drie weken tot een zodanige aanwijzing over dan wordt het college van bestuur waargenomen door de persoon die daartoe door de gemeenteraad, op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen. 6.10.

De raad van toezicht is belast met het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden, bezoldiging en kostenvergoedingen van de leden van het college van bestuur.

College van bestuur: taak en bevoegdheden. Artikel 7. 7.1.

Het college van bestuur is belast met het besturen van de Stichting en heeft al die taken en bevoegdheden die niet bij of krachtens de wet of deze statuten aan anderen zijn toegekend.

7.2.

Het college van bestuur is met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, alsmede tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.

7.3.

Het college van bestuur behoeft voorts de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht voor besluiten tot: a.

de vaststelling van de begroting en de meerjarenbegroting, onverminderd het bepaalde in artikel 13;

b.

de vaststelling van de staat van baten en lasten, onverminderd het bepaalde in artikel 13;

c.

de vaststelling van het strategisch meerjarenplan;

d.

het aangaan van financiële verplichtingen en/of samenwerkingsovereenkomsten welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een door de raad van toezicht vastgesteld en aan het college van bestuur meegedeeld bedrag;

e.

het ontwikkelen en uitvoeren van andere diensten dan het verzorgen van onderwijs zoals bedoeld in artikel 4.1 van deze statuten;

f.

een aanvraag tot faillissement of van surseance van betaling;

g.

(het doen van een voorstel tot) opheffing of afsplitsing van (een deel van) door de Stichting in stand gehouden scholen;

6/16

7.4.

h.

het wijzigen van de statuten van de Stichting; en

i.

het ontbinden van de Stichting.

Een besluit tot opheffing als bedoeld in artikel 7.3 onder g van de statuten dient uiterlijk op één augustus van het schooljaar voorafgaand aan de beoogde datum van opheffing te worden medegedeeld aan de gemeenteraad. Indien de gemeenteraad voor één februari daaropvolgend besluit dat hij de school in stand wenst te houden, wordt deze niet opgeheven, maar dient het college van bestuur de instandhouding daarvan over te dragen aan de gemeente.

7.5.

De raad van toezicht kan in het bestuursreglement bepalen dat andere dan de in artikel 7.3 genoemde besluiten van het college van bestuur aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht worden onderworpen.

7.6.

De raad van toezicht kan – alvorens een beslissing te nemen over een voorgenomen besluit dat door het college van bestuur op grond van deze statuten en het bestuursreglement aan de raad van toezicht ter goedkeuring is voorgelegd – het college van bestuur opdragen dit voorgenomen besluit aan te passen. De raad van toezicht kan de in de eerste volzin van artikel 7.6 bedoelde opdracht niet eerder aan het college van bestuur verstrekken dan nadat de raad van toezicht het college van bestuur daarover heeft gehoord.

7.7.

Het functioneren van het college van bestuur wordt periodiek door de raad van toezicht beoordeeld.

College van bestuur: werkwijze. Artikel 8. 8.1.

In de vergaderingen van het college van bestuur heeft ieder lid van het college van bestuur één stem.

8.2.

In het geval de stemmen staken, is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

8.3.

Het college van bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden van het college van bestuur in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de volstrekte meerderheid van het aantal leden van het college van bestuur zich vóór het voorstel heeft verklaard. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld.

8.4.

De bestuursvergaderingen van het college van bestuur zijn openbaar voor zover het college van bestuur niet gemotiveerd per agendapunt beslist dat openbaarheid tegen het belang van de Stichting is of een ontoelaatbare inbreuk op de privacy van personen oplevert.

7/16

8.5.

Het college van bestuur kan nadere regels over zijn werkwijze vastleggen in een reglement. Het college van bestuur zendt een afschrift van dit reglement, alsmede van iedere wijziging daarvan aan de raad van toezicht.

Vertegenwoordiging. Artikel 9. 9.1.

Het college van bestuur alsmede ieder lid van het college van bestuur afzonderlijk vertegenwoordigt de Stichting, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit.

9.2.

De voorzitter van de raad van toezicht vertegenwoordigt – na overleg met het college van bestuur – de Stichting in gevallen waarin naar zijn oordeel sprake is van een tegenstrijdig belang tussen een lid of meerdere leden van het college van bestuur en de Stichting of kan daartoe een persoon aanwijzen. Zodanig persoon kan niet zijn het lid van het college van bestuur ten aanzien van wie het tegenstrijdig belang bestaat.

9.3.

Het college van bestuur kan besluiten tot de verlening van volmacht aan derden, om de Stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

Intern en extern toezicht op de Stichting. Artikel 10. 10.1.

De raad van toezicht houdt toezicht op de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden door het college van bestuur en staat het college van bestuur met raad terzijde.

10.2.

De raad van toezicht is belast met: a.

het goedkeuren van de besluiten, zoals genoemd in artikel 7.3 van deze statuten;

b.

het aanwijzen van een accountant, als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek;

c.

het goedkeuren van een statutenwijziging, zoals genoemd in artikel 15.1 van de statuten;

d.

het goedkeuren van het besluit tot ontbinding van de Stichting, zoals genoemd in artikel 16.1 van de statuten;

e.

het goedkeuren van een juridische fusie en juridische splitsing, zoals genoemd in artikel 17.1 van de statuten;

f.

het toezien op de naleving door het college van bestuur van de code goed bestuur, zoals genoemd in artikel 171 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 157 van de Wet op de expertisecentra. Ook de afwijkingen vallen onder dit toezicht;

8/16

g.

het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de Stichting verkregen op grond van de wet;

h.

het toezien op de naleving door het college van bestuur van wettelijke verplichtingen.

10.3.

De raad van toezicht legt jaarlijks verantwoording af in het bestuursverslag van de wijze waarop hij het intern toezicht heeft uitgeoefend.

10.4.

De gemeenteraad oefent extern toezicht uit op de Stichting in de zin van de wet door wanneer zulks naar het oordeel van de gemeenteraad geboden is de bevoegdheden te gebruiken die aan de gemeenteraad zijn toegekend bij deze statuten en de wet.

10.5.

De in artikel 10.4 bedoelde bevoegdheden omvatten: a.

ingeval van een besluit tot opheffing van (een deel van) de school: het besluit om de school in stand te houden;

b.

het goedkeuren van een besluit tot wijziging van de statuten van de Stichting;

c.

het goedkeuren van een besluit tot juridische fusie en juridische splitsing van de Stichting;

d.

het goedkeuren van een besluit tot ontbinding van de Stichting dan wel het besluit tot ontbinding van de Stichting;

e.

het voorzien in het bestuur in geval van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur van de Stichting of functioneren in strijd met de wet; en

f.

het benoemen, schorsen en ontslaan van de leden van de raad van toezicht.

Raad van toezicht: samenstelling, benoeming, schorsing en ontslag. Artikel 11. 11.1.

Onverminderd het bepaalde ten aanzien van de gemeenteraad in deze statuten en de wet is het toezicht op het beleid van het college van bestuur en op de algemene gang van zaken in de Stichting opgedragen aan een raad van toezicht. De raad van toezicht bestaat uit zes natuurlijke personen.

11.2.

De leden van de raad van toezicht worden benoemd door de gemeenteraad. De voorzitter van de raad van toezicht wordt in functie benoemd door de gemeenteraad. Benoeming geschiedt met inachtneming van een door de raad van toezicht opgestelde en openbaar gemaakte profielschets waarin de noodzakelijke competenties van de raad van toezicht en de afzonderlijke leden van de raad van toezicht worden beschreven.

9/16

11.3.

De raad van toezicht zendt aan de gemeenteraad een voordracht voor de benoeming van de leden van de raad van toezicht.

11.4.

De oudergeleding van de GMR wordt namens de "ouders van de scholen" door de raad van toezicht uitgenodigd om voor twee zetels in de raad van toezicht een bindende voordracht te doen. Daarnaast wordt de GMR door de raad van toezicht uitgenodigd om voor één zetel in de raad van toezicht een bindende voordracht te doen. De in artikel 11.4 en 11.5 genoemde voordrachten worden voorbereid door een benoemingsadviescommissie. In de benoemingsadviescommissie hebben in elk geval twee leden van de raad van toezicht en twee leden van de GMR, waaronder begrepen ten minste een lid van de oudergeleding van de GMR, zitting. De werkwijze van deze benoemingsadviescommissie wordt in een door de raad van toezicht vast te stellen reglement nader uitgewerkt. De voordracht wordt opgemaakt met inachtneming van de profielschets bedoeld in artikel 11.2. Een op voordracht van de (oudergeleding van de) GMR benoemd lid van de raad van toezicht vervult zijn taak zonder mandaat en onafhankelijk van bij de Stichting dan wel haar instellingen betrokken deelbelangen.

11.5.

Voor de zetels in de raad van toezicht waarvoor de oudergeleding van de GMR en de GMR geen voordrachtsrecht hebben of ten aanzien waarvan zij het aan hen toekomend voordrachtsrecht niet hebben uitgeoefend binnen twee maanden na daartoe door de raad van toezicht te zijn uitgenodigd, heeft de raad van toezicht een voordrachtsrecht. Het voordrachtsrecht van de raad van toezicht bevat in elk geval de voordracht van de voorzitter van de raad van toezicht bij het (tussentijds) defungeren van de voorzitter van de raad van toezicht.

11.6.

Leden van de raad van toezicht kunnen onder meer niet zijn personen die: a.

in dienst zijn van de Stichting alsmede hun partner en bloed- en aanverwanten tot de tweede graad;

b.

lid zijn van het college van bestuur of in vier jaar voorafgaande aan benoeming in de raad van toezicht lid zijn geweest van het college van bestuur;

c.

lid zijn van de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders;

d.

als advocaat, (kandidaat-)notaris, procureur, gemachtigde of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de Stichting dan wel ten behoeve van een wederpartij van de Stichting;

10/16

e.

rechtstreeks betrokken zijn bij het leveren van goederen of diensten aan of door de Stichting die direct vallen onder de doelstelling van de Stichting en daarbij de omvang, aard en vergoeding van de te leveren goederen of diensten kunnen vaststellen of daarop aanmerkelijke invloed kunnen uitoefenen, en

f.

lid zijn van de GMR of in vier jaar voorafgaande aan benoeming in de raad van toezicht lid zijn geweest van de GMR.

11.7.

De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van vier jaar. Aftreden geschiedt volgens een door de raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een volgens het rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar. Herbenoeming is slechts eenmaal mogelijk. De in een tussentijdse vacature benoemde neemt op het rooster de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd.

11.8.

Een lid van de raad van toezicht kan te allen tijde worden geschorst en ontslagen door de gemeenteraad, al dan niet op verzoek van de raad van toezicht. Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld zich te verantwoorden en kan zich daarbij doen bijstaan door een raadsman. Het besluit tot ontslag wordt niet eerder genomen dan nadat het betrokken lid van de raad van toezicht in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord. Een lid van de raad van toezicht kan voorts worden geschorst door de raad van toezicht. Het betrokken lid wordt alsdan in de gelegenheid gesteld zich te verantwoorden in de vergadering van de raad van toezicht. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman.

11.9.

De schorsing van een lid van de raad van toezicht kan eenmaal worden verlengd. De schorsing vervalt, indien niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing wordt besloten tot ontslag of tot opheffing of verlenging van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd, ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing wordt genomen.

11.10. Een lid van de raad van toezicht kan worden geschorst of ontslagen wegens onder meer: a.

verwaarlozing van zijn taak of onvoldoende functioneren;

b.

onverenigbaarheid van functies of belangen;

c.

wijziging van de omstandigheden of andere redenen op grond waarvan zijn handhaving als lid redelijkerwijs niet van de Stichting kan worden verlangd.

11.11. Het lidmaatschap van een lid van de raad van toezicht eindigt:

11/16

a.

door overlijden;

b.

door vrijwillig aftreden (bedanken);

c.

door het verstrijken van de termijn vermeld in het rooster van aftreden;

d.

door ontslag verleend door de rechtbank;

e.

door ontslag verleend door de gemeenteraad.

11.12. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige raad van toezicht houdt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht waargenomen door de perso(o)n(en) die daartoe door de gemeenteraad, op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt/en aangewezen. 11.13. Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naar het belang van de Stichting, het belang van de scholen die door de Stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving. 11.14. De leden van de raad van toezicht ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden. Wel hebben de leden van de raad van toezicht, alsmede de leden van de door de raad van toezicht ingesteld commissies recht op vergoeding van de in redelijkheid gemaakte onkosten en een vacatiegeld. De hoogte hiervan wordt vastgesteld door de raad van toezicht. De vergoeding van deze kosten geschiedt op basis van een door de raad van toezicht vastgestelde - en in het bestuursverslag openbaar gemaakte - regeling. Jaarlijks wordt door het college van bestuur uitdrukkelijk in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van deze regeling zijn uitgegeven. Raad van toezicht: werkwijze. Artikel 12. 12.1.

In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid één stem. Alle besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. In het geval de stemmen staken, is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

12.2.

De raad van toezicht kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de volstrekte meerderheid van het aantal leden zich vóór het voorstel heeft verklaard. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld.

12/16

12.3.

De raad van toezicht stelt nadere regels over zijn taak en werkwijze vast in een bestuursreglement.

Boekjaar, jaarstukken. Artikel 13. 13.1.

Het boekjaar van de Stichting is het kalenderjaar.

13.2.

Jaarlijks stelt het college van bestuur voor één oktober de ontwerp-begroting met de daarbij behorende toelichting voor het daaropvolgende kalenderjaar vast. De ontwerp-begroting met de daarbij behorende toelichting moet worden goedgekeurd door de raad van toezicht.

13.3.

Het college van bestuur biedt de door de raad van toezicht goedgekeurde ontwerp-begroting met de daarbij behorende toelichting voor het daaropvolgende kalenderjaar jaarlijks voor één november aan de gemeenteraad ter overleg aan.

13.4.

Indien het college van bestuur voornemens is de (ontwerp-)begroting te wijzigen, wordt de wijziging overeenkomstig artikel 13.3 ter overleg aan de gemeenteraad voorgelegd.

13.5.

Het college van bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.

13.6.

Het college van bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de stichting te maken en op papier te stellen. De opgemaakte staat van baten en lasten en de balans en van de stichting moeten worden goedgekeurd door de raad van toezicht.

13.7.

De raad van toezicht draagt het college van bestuur op de jaarrekening te doen onderzoeken door een door de raad van toezicht aangewezen accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek. De accountant zal, behalve de verklaring bij de staat van baten en lasten, tevens zijn bevindingen rapporteren omtrent de vraag of de administratie en het beheer voldoen aan eisen van rechtmatigheid en doelmatigheid.

13.8.

De staat van baten en lasten wordt ondertekend door ieder lid van het college van bestuur en ieder lid van de raad van toezicht. Indien de ondertekening van één of meer van hen ontbreekt, wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.

13/16

13.9.

Het college van bestuur biedt jaarlijks vóór één juli de door de raad van toezicht goedgekeurde staat van baten en lasten ter overleg aan de gemeenteraad aan. De staat van baten en lasten gaat vergezeld van de verklaring van de accountant, als bedoeld in artikel 13.7.

13.10. Na het overleg als bedoeld in artikel 13.3, 13.4 en 13.9 (dan wel indien dit overleg niet binnen zes weken na aanbieding als bedoeld in de vorige leden heeft plaatsgevonden), stelt het college van bestuur de begroting en de jaarrekening vast. 13.11. Het bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaar te bewaren. Vrijwaring en vrijtekening. Artikel 14. 14.1.

De Stichting stelt iedere persoon die, vanwege het feit dat hij lid van het college van bestuur of lid van de raad van toezicht van de Stichting is of was, als partij betrokken was of is of als een op diens betrokkenheid als partij uitlopende ontwikkeling aannemelijk is bij een op handen zijnde, aanhangige of beëindigde actie of procedure van welke aard dan ook, door of namens de Stichting dan wel door derden ingesteld, schadeloos voor alle nadelige financiële gevolgen, daaronder begrepen kosten en boetes, die hij in werkelijkheid en redelijkerwijze heeft moeten dragen in verband met een dergelijke actie of procedure, mits hij heeft gehandeld op een wijze die hij redelijkerwijze kon beschouwen in het belang van of niet tegen de belangen van de Stichting en de wet te zijn, en tenzij (en voor zover) het doen van een beroep op deze regeling in strijd zou zijn met de redelijkheid en billijkheid.

14.2.

Een schadeloosstelling door de Stichting bedoeld in artikel 14.1 geschiedt na een vaststelling dat het lid van het college van bestuur of het lid van de raad van toezicht voldaan heeft aan de van toepassing zijnde gedragsnorm genoemd in artikel 14.1 .

Statutenwijziging. Artikel 15. 15.1.

Het college van bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit tot statutenwijziging is voorts onderworpen aan de instemming van de gemeenteraad.

15.2.

Het besluit van het college van bestuur tot statutenwijziging wordt genomen in een voltallige vergadering van het college van bestuur. Is de vergadering van het college van bestuur, waarin een besluit tot statutenwijziging aan de orde

14/16

is, niet voltallig dan zal een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de bedoelde vergadering. In de alsdan vastgestelde vergadering kan een besluit worden genomen ongeacht het aantal aanwezigen. 15.3.

Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken.

15.4.

Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Elk lid van het college van bestuur is bevoegd deze akte te doen verlijden.

15.5.

Het college van bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen op het kantoor van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister.

Ontbinding en vereffening. Artikel 16. 16.1.

Het college van bestuur is bevoegd de Stichting te ontbinden. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit tot ontbinding is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad. Het bepaalde in artikel 15.2 is van overeenkomstige toepassing op een besluit van het college van bestuur tot ontbinding van de Stichting.

16.2.

Voorts is de gemeenteraad, in geval van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur of functioneren in strijd met de wet, bevoegd zo nodig de Stichting te ontbinden.

16.3.

Tenzij de raad van toezicht anders besluit, is het college van bestuur met de vereffening belast.

16.4.

De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het op het kantoor van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister.

16.5.

De raad van toezicht stelt de bestemming van het batig liquidatiesaldo vast.

16.6.

Na de ontbinding blijft de Stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de Stichting worden toegevoegd de woorden "in liquidatie".

15/16

16.7.

Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en overige gegevensdragers van de ontbonden Stichting gedurende de door de wet bepaalde termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven in het in artikel 16.4 van dit artikel vermelde register.

Juridische fusie en juridische splitsing. Artikel 17. 17.1.

Het college van bestuur is bevoegd te besluiten tot juridische fusie en juridische splitsing van de Stichting. Een dergelijk besluit is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en de gemeenteraad.

17.2.

Het bepaalde in artikel 15.2 is van overeenkomstige toepassing op besluiten van het college van bestuur tot fusie en splitsing.

Slotbepalingen. Artikel 18. 18.1.

In alle gevallen waarin de bepalingen van deze statuten in strijd blijken te zijn met de wet, prevaleert de wet.

18.2.

In alle gevallen de Stichting betreffende waarin deze statuten niet voorzien, beslist de raad van toezicht.

Overgangsbepalingen. Artikel 19. 19.1.

Het bepaalde in artikel 11.6 onder b en f van de statuten is niet van toepassing tijdens de ten tijde van de inwerkingtreding van deze statutenwijziging lopende benoemingstermijn van de leden van de raad van toezicht.

19.2.

De vacature die door wijziging van artikel 11.1 van de statuten is ontstaan binnen de raad van toezicht zal zo spoedig mogelijk worden ingevuld.

EINDE STATUTENWIJZIGING. Slot akte. De comparant is mij, notaris, bekend. WAARVAN AKTE in minuut is verleden te 's-Gravenhage op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. Na mededeling van de zakelijke inhoud van deze akte aan de comparant en het geven van een toelichting daarop, heeft de comparant verklaard tijdig voor het verlijden van deze akte gelegenheid te hebben gehad om van de inhoud van deze akte kennis te nemen en daarvan ook kennis te hebben genomen, met de inhoud van deze akte in te stemmen en op volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen.

16/16

Onmiddellijk na voorlezing van in elk geval die gedeelten van deze akte, waarvan de wet voorlezing verplicht stelt, is deze akte vervolgens eerst door de comparant en onmiddellijk daarna door mij, notaris, ondertekend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9561275/1