CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS307213 Vitaliteitsonderzoek Sportverenigingen 2020

Gemeenteraad 10 juni 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief van wethouder van Onderwijs, Sport en Buitenruimte inzake Vitaliteitsonderzoek sportverenigingen 2020 (RIS307213)3.888 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Hilbert Bredemeijer Wethouder van Onderwijs, Sport en Buitenruimte

001

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

OCW/10055561 RIS307213 Contactpersoon

Aan de voorzitter van de commissie Samenleving

Jimm Laros Dienst

OCW Afdeling

Stad en Bestuur Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

15 december 2020

jimm.laros@denhaag.nl Aantal bijlagen

3

Onderwerp

Vitaliteitsonderzoek Sportverenigingen 2020

Geachte voorzitter Sportverenigingen zijn van grote waarde voor deze stad. Voor de vorming en sportieve opvoeding van onze jeugd, voor de ontspanning van volwassenen en de gezondheid van ouderen. Dit komt ook mede dankzij de vele vrijwilligers op de verenigingen. Daar mogen we met z’n allen trots op zijn. Het belang van sportverenigingen is ook vastgelegd in pijler 2 van het door de raad vastgestelde Haags Sportakkoord. Hierin is de ambitie uitgesproken dat van het belang van vitale sportverenigingen. Alleen dan zijn verenigingen nu en in de toekomst in staat hun functie te vervullen. Het Vitaliteitsonderzoek brengt, sinds 2012, tweejaarlijks de vitaliteit en maatschappelijke functie van sportverenigingen in beeld. Hierbij presenteer ik u de rapportage ‘Vitaliteitsonderzoek Sportverenigingen 2020’1. Doel en opzet onderzoek Het vitaliteitsonderzoek heeft twee doelen: deelnemende verenigingen een beeld te geven van de vitaliteit van hun eigen vereniging en ze daarmee te helpen bij het maken van beleid en keuzes om die vitaliteit te bevorderen op stedelijk niveau inzicht te krijgen in de stand van zaken bij de Haagse sportverenigingen. Dit gebeurt op de onderwerpen vitaliteit en brede maatschappelijke functie.

Het onderzoek wordt dus enerzijds uitgevoerd om de vereniging zelf inzicht te geven in haar situatie en anderzijds om de ondersteuning vanuit de gemeente gericht in te kunnen zetten. Vitaliteit Vitaliteit is het vermogen van een vereniging om nu en in de toekomst de eigen sporten aan te kunnen bieden aan eigen en potentiële leden. Hiervoor zijn achttien indicatoren opgesteld die ten grondslag liggen aan vitaliteit. Deze indicatoren zijn verdeeld over vijf thema’s, te weten: (i) de leden van de vereniging, (ii) het kader, (iii) het beleid en de visie, (iv) de accommodatie en (v) de financiën. Daarnaast dient de vereniging, om vitaal te zijn, ook de volgende kenmerken te beschikken:

1

Bijlage 1 -Hoofdrapportage Vitaliteitsonderzoek sportverenigingen 2020

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

Telefoonnummer 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10055561

Voorwaarde 1. secretaris. Voorwaarde 2. Voorwaarde 3.

Het algemeen bestuur bevat minimaal een voorzitter, een penningmeester en een Er is een actuele begroting aanwezig. De vereniging kan het laatste jaar aan alle financiële verplichtingen voldoen.

Brede maatschappelijke functie Een vereniging heeft een brede maatschappelijke functie wanneer zij activiteiten onderneemt die gericht zijn op mensen van buiten de vereniging en/of wanneer zij samenwerkt met andere organisaties. Aan deze brede maatschappelijke functie ligt een aantal concrete indicatoren ten grondslag die iets zeggen over de mate waarin de maatschappelijke functie is opgenomen in het beleid van de vereniging. In dit onderzoek wordt een (kunstmatige) grens getrokken, waardoor gesproken wordt over verenigingen met en zonder een brede maatschappelijke functie. Dit doet vanzelfsprekend niks af aan het gegeven dat uiteindelijk alle verenigingen een maatschappelijke functie in de stad vervullen. Dit onderzoek hanteert een aantal indicatoren en absolute voorwaarden om een beeld te krijgen over de stand van zaken betreft vitaliteit en brede maatschappelijke functie van de sportverenigingen in Den Haag. Met de uitkomst van het onderzoek kan een vergelijking worden gemaakt met voorgaande vitaliteitsonderzoeken van 2012, 2014, 2016 en 2018. Deze indicatoren en absolute voorwaarden kunnen voor de verschillende verenigingen andere resultaten opleveren. Immers kan elke vereniging anders georganiseerd zijn. Daarom ontvangen verenigingen ook altijd een individuele rapportage waarin de resultaten voor de verenigingen worden uitgelegd en waar nodig genuanceerd.

Er wordt zodoende helder waaraan de vereniging (eventueel) extra aandacht zou kunnen schenken om vitaal de toekomst in te gaan. Invloed corona Het Vitaliteitsonderzoek naar Haagse sportverenigingen is in 2020 voor de vijfde keer gehouden. Het onderzoek vond plaats tussen januari 2020 en maart 2020. Dit roept de vraag op in hoeverre het geschetste beeld inmiddels vertekend is door de coronacrisis. Voor wat betreft de vergelijkbaarheid met resultaten uit het verleden kan geconcludeerd worden dat het veldwerk grotendeels was afgerond voordat de eerste maatregelen werden afgekondigd. De resultaten geven derhalve een beeld van hoe de sportverenigingen ervoor stonden tot net voor de coronacrisis. Een vergelijking met de uitkomsten van eerdere metingen is dan ook betekenisvol. Tegelijk is de verwachting dat uitkomsten op bepaalde onderwerpen in het onderzoek niet of nauwelijks representatief zijn voor de huidige situatie bij Haagse sportverenigingen (ten tijde van publicatie). De Monitor Sport en Corona van Mulier Instituut (2020) trekt in dit verband duidelijke conclusies: de crisis heeft grote financiële gevolgen gehad en een negatieve impact gehad op de ledenontwikkeling. Ook op het gebied van vrijwilligers heeft het grote gevolgen. De uitkomsten van het Vitaliteitsonderzoek 2020 geven een momentopname van hoe Haagse verenigingen ervoor stonden tot net voor de coronacrisis.

Wanneer bijvoorbeeld gesproken wordt over een percentage verenigingen dat vitaal genoemd mag worden op basis van de gestelde criteria, dan wordt bedoeld dat de verenigingen op het moment van meten vitaal waren.

2/9

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10055561

Deelname Het onderzoek is uitgevoerd met behulp van een online vragenlijst2 die aan 262 Haagse sportverenigingen is voorgelegd. Gevraagd wordt of iemand uit het bestuur de vragenlijst invult. Verenigingen zijn zelf verantwoordelijk voor het invullen van de vragenlijst. De input van de verenigingen is bepalend voor de score in dit onderzoek. Vertegenwoordigers van 165 verenigingen vulden de vragenlijst in (63%). De vragenlijst bevatte gerichte vragen waarmee de vitaliteit en maatschappelijke functie in kaart gebracht kon worden. Onderzoeksresultaten per thema3 Het onderzoek geeft ons een bepaald beeld van de stand van het Haagse verenigingsleven. Dat beeld is als volgt in te delen: • •

Positieve ontwikkelingen Ontwikkelingen die aandacht behoeven

POSITIEVE ONTWIKKELINGEN: Goede bezetting bestuurlijk kader Aantal verenigingen met beleidsplannen Aantal verenigingen financieel gezond Toename ledenaantal Aandacht voor een positieve sportcultuur AANDACHT NODIG VOOR: Uitvoeren van beleidsplannen Brede maatschappelijke rol van verenigingen (aanwezigheid van verantwoordelijken en beleidsplannen) Tekort aan vrijwilligers (opstellen functieprofielen voor bestuursfuncties en deelname aan opleidingen/cursussen) Meerjaren Onderhoudsplannen voor verenigingsaccommodaties Leden Het thema ‘leden’ richt zich op de vraag in hoeverre verenigingen voldoende leden hebben en activiteiten voor ledenbinding ontplooien. Bij een ruime meerderheid (78%) bleek het ledenaantal ten opzichte van twee jaar geleden stabiel gebleven of zelfs gestegen. Vrijwel alle verenigingen (98%) organiseren activiteiten om leden aan zich te binden; een ruime meerderheid (73%) organiseert minstens drie verschillende soorten ledenbindingsactiviteiten buiten de reguliere sportactiviteiten om. De verschillen tussen vitale en niet-vitale verenigingen blijken vooral op het onderdeel ledenbinding zichtbaar: 98% van de vitale verenigingen onderneemt activiteiten voor ledenbinding, tegenover 68% binnen de niet-vitale verenigingen. Kader Het thema ‘kader’ richt zich op het bestuur van verenigingen, alsmede op het beleid ten aanzien van vrijwilligers.

Bij een zeer ruime meerderheid (92%) van alle verenigingen bevatte het algemeen bestuur een voorzitter, een penningmeester en een secretaris. Een meerderheid (62%) heeft functieprofielen voor deze bestuursfuncties op papier gezet; 13% van de verenigingen is bezig dit te doen. Een meerderheid heeft ten minste één of meer commissies (91%) en van de verenigingen die 2

Bijlage 2 -Vragenlijst Vitaliteitsonderzoek sportverenigingen 2020

3

Een overzicht van de belangrijkste cijfermatige resultaten staan in: Bijlage 3 -Infographic Vitaliteitsonderzoek sportverenigingen 2020

De cijfers met een % teken zijn percentages. De cijfers zonder % teken zijn absolute getallen.

3/9

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10055561

verantwoordelijk zijn voor het meerjaren onderhoud van hun accommodatie, heeft 64% hiervoor een accommodatiecommissie. 76% van de verenigingen geeft aan dat zij een beheersbare vrijwilligerssituatie hebben. 36% van alle verenigingen geeft aan voldoende vrijwilligers te hebben; kleine verenigingen komen gemiddeld 18 vrijwilligers tekort; grote verenigingen komen gemiddeld 7 vrijwilligers tekort. Bij een ruime meerderheid aan verenigingen (72%) zijn vrijwilligers en/of kaderleden aanwezig geweest bij trainingen en/of cursussen; hierbij moet gedacht worden aan EHBO- of AED-trainingen (38%), trainingen m.b.t. ‘Veilig Sportklimaat’ en ‘Sportiviteit en Respect’ (30%) en vele andere specifieke trainingen, zoals onder andere voor financiën of vrijwilligers. Op het thema ‘kader’ zijn de verschillen tussen vitale en niet-vitale verenigingen sterk op alle indicatoren, maar opvallend zijn met name de relatief grote verschillen voor wat betreft de aanwezigheid van functieprofielen voor bestuursfuncties (aanwezig bij 76% van de vitale verenigingen, maar slechts bij 42% van de niet-vitale verenigingen). Ook blijkt dat bij vitale verenigingen verhoudingsgewijs veel vaker sprake is van deelname aan cursussen voor vrijwilligers en kaderleden (91% vs. 46%).

Beleid en Visie Het thema ‘beleid en visie’ richt zich op de wijze waarop verenigingen (gestructureerd) vorm geven aan hun plannen en toekomstvisie. Ruim driekwart (77%) van de verenigingen heeft één of meer beleidsplannen op schrift gesteld. Zes van de tien verenigingen (60%) is bezig met het opstellen van één of meer beleidsplannen. Minder dan de helft van de verenigingen (45%) heeft een algemeen beleidsplan en ten minste één ander beleidsplan op schrift. Driekwart van de verenigingen voeren acties uit ten minste één beleidsplan daadwerkelijk uit; voor 58% geldt dat men acties uit ten minste twee of meer beleidsplannen uitvoert. 31% van de verenigingen is de afgelopen twee jaar begonnen met nieuw sportaanbod en/of nieuwe lidmaatschapsvormen, 16% van de verenigingen heeft hier in de komende twee jaar plannen voor. Op alle indicatoren van het thema ‘beleid en visie’ zijn eveneens grote verschillen zichtbaar tussen vitale en niet-vitale verenigingen. Het meest opvallende verschil is de mate waarin verenigingen acties uit beleidsplannen uitvoeren (82% onder vitale verenigingen tegenover 28% bij niet-vitale verenigingen). Accommodatie Het thema ‘accommodatie’ richt zich op de wijze waarop verenigingen omgaan met hun accommodatie.

Van de 85 deelnemende verenigingen die verantwoordelijk zijn voor het meerjaren onderhoud blijkt bij 55 (65%) ook een meerjaren onderhoudsplanning aanwezig. Ook op dit thema verschillen vitale verenigingen sterk van niet-vitale verenigingen. Zo blijkt 82% van de vitale verenigingen een meerjaren onderhoudsplanning te hebben, tegenover 26% van de niet-vitale verenigingen. Bij 72% van de vitale verenigingen blijkt een accommodatiecommissie aanwezig, terwijl dit bij niet-vitale verenigingen slechts bij 37% het geval is. Financiën Het thema ‘financiën’ richt zich tenslotte op de financiële situatie van verenigingen. Een ruime meerderheid (92%) gaf aan in het lopende seizoen te kunnen voldoen aan alle financiële verplichtingen. 7% kon nog niet aangeven of dit seizoen aan alle financiële verplichtingen zou kunnen worden voldaan. Bij 92% van de verenigingen is een begroting voor het huidige seizoen aanwezig; 56%

4/9

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10055561

van de verenigingen spaart geld met een bepaald doel of een bepaalde bestemming en 74% van de verenigingen heeft een financiële buffer of eigen vermogen. Hoewel op het thema ‘financiën’ ook scherpe verschillen tussen vitale en niet-vitale verenigingen zichtbaar zijn, valt op dat ook onder niet-vitale verenigingen meer dan de helft (57%) voldoet aan alle indicatoren. 84% van de niet-vitale verenigingen kan (toch) de laatste drie jaar aan de financiële verplichtingen voldoen; ook kon 62% van de niet-vitale verenigingen de afgelopen drie jaar een nietnegatief resultaat laten zien (tegenover 79% van de vitale verenigingen). Brede maatschappelijke functie per thema Of een vereniging een brede maatschappelijke functie vervult, is vastgesteld aan de hand van verschillende thema’s. Deze overlappen deels met de thema’s van vitaliteit, maar hebben een andere invalshoek: bij vitaliteit gaat het om de vereniging zelf; bij maatschappelijke functie van de vereniging gaat het om de waarde die de vereniging voor de gemeenschap oplevert. Allereerst blijkt dat de meeste verenigingen geen beleidsplan hebben voor (het versterken van) de (brede) maatschappelijke functie van de vereniging (thema ‘beleid en visie’): slechts 16% van de verenigingen heeft een dergelijk beleidsplan; 4% is bezig met een dergelijk plan op te stellen.

Ook blijkt bij (slechts) de helft van de verenigingen (51%) iemand verantwoordelijk voor de ontwikkeling van maatschappelijke activiteiten van de vereniging (thema ‘kader’). 23% van de verenigingen organiseert andere activiteiten dan de reguliere sportactiviteiten, gericht op niet-leden; 6% van de verenigingen heeft plannen om binnen twee jaar dergelijke activiteiten te gaan organiseren. Bij de verenigingen met zeggenschap over hun accommodatie blijkt een ruime meerderheid (88%) de accommodatie te delen met andere organisaties. Bij 51% van de verenigingen met zeggenschap blijkt de accommodatie gedeeld te worden met andere sportverenigingen; bij 43% wordt de accommodatie gedeeld met scholen en bij 31% met buurt-, wijk- en /of welzijnsorganisaties; bij een kwart van de verenigingen met zeggenschap wordt de accommodatie gedeeld met naschoolse opvang. Verschillen tussen vitale en niet-vitale verenigingen Vitale verenigingen scoren – per definitie – gemiddeld hoger op de onderliggende indicatoren dan niet-vitale verenigingen, maar deze verschillen blijken sterk te variëren tussen de individuele indicatoren. Op vrijwel alle indicatoren is het verschil tussen vitale en niet-vitale verenigingen statistisch significant.

De verschillen blijken gemiddeld het grootst op de indicatoren in het thema Beleid; ter illustratie: 82% van de vitale verenigingen heeft acties uit beleidsplannen uitgevoerd, tegenover (slechts) 28% bij nietvitale verenigingen. Voor alle indicatoren geldt dat minder dan de helft van de niet-vitale verenigingen er punten op heeft behaald. Voor verenigingen met verantwoordelijkheid voor het meerjaren onderhoud geldt dat de verschillen eveneens groot zijn: vitale verenigingen hebben vaker een meerjaren onderhoudsplanning: 82% versus 26% bij niet-vitale verenigingen. Hetzelfde geldt voor het hebben van reserves voor onderhoud aan de accommodaties: bij vitale verenigingen is dat bij 84% het geval; bij niet-vitale verenigingen is dat slechts bij 32% het geval.

5/9

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10055561

Concluderend kan gesteld worden: • Verantwoordelijkheid voor het meerjaren onderhoud aan de accommodatie blijkt voorspellend voor zowel vitaliteit als het vervullen van een brede maatschappelijke functie: verenigingen mét deze verantwoordelijkheid zijn gemiddeld vaker vitaal en vervullen vaker een brede maatschappelijke functie. • De grootte van een verenigingen blijkt voorspellend te zijn op de vitaliteit van een vereniging: grote verenigingen hebben een grotere kans om vitaal te zijn. Extra onderwerp – Positieve Sportcultuur In het onderzoek hebben we – los van de meting van vitaliteit - een aantal vragen gesteld die ons een beeld geven over de status van een Positieve Sportcultuur binnen de verenigingen. Twee basisvoorwaarden van een positieve sportcultuur zijn dat een vereniging: • Een vertrouwenscontactpersoon (VCP) aanstelt; • VOG’s aanvraagt voor vrijwilligers. Vertrouwenscontactpersoon Uit het onderzoek blijkt dat van alle 165 verenigingen die in 2020 deelnamen aan het onderzoek, 54% een vertrouwenspersoon had. Onder grote verenigingen (meer dan 300 leden) is dit percentage aanmerkelijk hoger (82%) dan onder kleine verenigingen (35%). Hierin is een lichte stijging te zijn ten opzichte van de percentages uit 2018. Toen had ongeveer 50% van de verenigingen een vertrouwenspersoon.

VOG’s voor vrijwilligers Van alle deelnemende verenigingen blijkt 55% ten minste één VOG aangevraagd te hebben. Onder grote verenigingen is dit percentage aanzienlijk hoger (82%) dan onder kleine verenigingen (37%). Hierin is een lichte stijging te zien ten opzichte van de percentages uit 2018. Toen vroeg ongeveer 50% van de verenigingen ten minste één VOG aan voor vrijwilligers. Er is bij de verenigingen dus een lichte stijging te zien in de basisvoorwaarden voor een Positieve Sportcultuur. Wel kan gesteld worden dat er nog veel verenigingen zijn waar het hebben van een vertrouwenscontactpersoon of het aanvragen van VOG’s voor vrijwilligers nog niet de standaard is. Dit is zorgelijk. De geschetste basisvoorwaarden zouden op elke vereniging van toepassing moeten zijn. We zetten ons als gemeente daarom ook in om dit komende jaren meer te gaan stimuleren. Dit staat onder andere vastgelegd in het Actieplan Een Positieve Sportcultuur Den Haag 2020-2022 (RIS306264). Algemeen Van alle 165 deelnemende verenigingen bleek ruim de helft (58%) ten tijde van het onderzoek vitaal; in 2018 was dat percentage 60% en in 2016 was dat 56%. Ruim een derde van de deelnemende verenigingen (34%) voldeed aan de criteria voor brede maatschappelijke functie, waarbij de kanttekening gemaakt dient te worden dat dit aandeel aanzienlijk hoger was onder grote verenigingen met meer dan 300 leden (50%).

In 2018 had 46% van de verenigingen een brede maatschappelijke functie. Twee zaken vallen op. Allereerst blijkt dat de opwaartse trend, waarbij een (steeds) groter aandeel verenigingen vitaal is beoordeeld, niet heeft doorgezet. Een verklaring kan zijn dat het percentage van vitale verenigingen, die alleen in 2020 deelnamen aan het onderzoek (29), een stuk lager ligt (45%) dan het percentage vitaliteit van verenigingen, die in zowel 2018 als 2020 deelnamen aan het onderzoek (136) (61%). De verenigingen die alleen in 2020 meededen halen hierbij de totale vitaliteit

6/9

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10055561

van 2020 iets omlaag. Desalniettemin liggen de uitkomsten voor 2020 (58%) evenwel sterk in de buurt van 2018 (60%). Ten tweede blijkt dat voor maatschappelijke functie een behoorlijke daling zichtbaar is. De trendcijfers laten duidelijk zien dat 2018 hierin eigenlijk de onverklaarbare meting was: qua maatschappelijke functie stak deze meting boven alle andere metingen uit. De uitkomsten van 2020 liggen in lijn met wat in 2014 en 2016 gevonden werd. Inhoudelijk kunnen we dit niet goed verklaren; daarvoor is aanvullend onderzoek nodig. Concluderend kan hieruit worden opgemaakt dat verenigingen er minder mee bezig zijn geweest. Een reden voor de gemeente om meer op ondersteuning van de maatschappelijke functie in te gaan zetten in 2021. Nuancering Als een vereniging niet-vitaal scoort, wil dat niet persé zeggen dat die vereniging zwak is. Van de 96 niet-vitale verenigingen voldeden 25 verenigingen niet aan alle drie de absolute voorwaarden; 4 van deze verenigingen zouden echter als vitaal worden geclassificeerd op basis van (enkel) hun puntenaantal; verder bleek dat 18 verenigingen (19%) slechts één punt tekort kwamen. Tezamen vormen de hiervoor genoemde 22 ‘bijna vitale verenigingen’ ruim 13% van alle onderzochte verenigingen. Het percentage van vitale, inclusief bijna- vitale verenigingen ligt hoog, namelijk 71%.

Een verklaarbare reden voor het net niet-vitaal zijn, kan zijn dat er op het moment van onderzoek bijvoorbeeld sprake was van een bestuurswissel, waardoor een functie vacant was die inmiddels alweer vervuld is. Bovendien is het een generieke meetlat voor alle verenigingen, ongeacht de grootte. Het is niet onlogisch dat een vereniging met 20 leden bijvoorbeeld minder commissies heeft, en dus lager scoort. Terugblik op vervolgacties Vitaliteitsonderzoek 2018 In de commissiebrief over het Vitaliteitsonderzoek 2018 (RIS302343) zijn enkele acties aangekondigd, gericht op de verder vitaliseren van de sportverenigingen. Die acties zijn uitgevoerd: • We nodigen alle sportverenigingen jaarlijks uit voor het gesprek. Dat doen we op diverse manieren en momenten. Soms zonder concrete aanleiding, soms vanwege bijvoorbeeld Corona of de uitslag van het Vitaliteitsonderzoek. We hebben dit jaar met 245 sportorganisaties (veelal verenigingen) 1-op-1 contact gehad. • We hebben de sportverenigingen betrokken bij zowel het formulieren van de ambities gericht op het versterken van sportverenigingen (Haags Sportakkoord), als bij het inrichten van de Menukaart Verenigingsondersteuning (waarbij we ondersteuningsmiddelen hebben voorgelegd en getoetst aan de behoeften van de verenigingen).

• In de Menukaart Verenigingsondersteuning is ruimschots aandacht voor de thema’s waarop de verengingen laag scoorden, zoals Vrijwilligers en Positieve Sportcultuur. We hebben op alle thema’s Thema Nieuwsbrieven verstuurd, waarin de verschillende ondersteuningsmiddelen worden toegelicht en we goede voorbeelden en tips delen. • Op 18 november 2020 hebben we een bijeenkomst ‘Raadpleging sportverenigingen’ gehouden waarin we de verenigingen hebben gevraagd hoe ze betrokken willen worden bij beleidsvoorbereiding- en uitvoering. Conclusies en vervolg Iedere aan het onderzoek deelnemende vereniging heeft eerder dit jaar al een individuele rapportage ontvangen met daarin de verenigings-specifieke resultaten. Op het moment van het delen van het rapport hebben we aangeboden met de verenigingen in gesprek te gaan over het onderzoek. We hebben de afgelopen maanden veel contact gehad met de sportverenigingen. Dit

7/9

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10055561

contact ging vooral over de coronamaatregelen, de gevolgen hiervan voor verenigingen en de benodigde ondersteuning. Daardoor is er van beide kanten nog relatief weinig aandacht geweest voor de individuele resultaten van verenigingen op het Vitaliteitsonderzoek, anders dan alle contactmomenten en acties om verenigingen zo vitaal mogelijk uit de coronacrisis te laten komen. We willen na de jaarwisseling, voor zover de coronacrisis dat toelaat, met de verenigingen gerichter contact hebben over hun vitaliteitsscore en de mogelijke ondersteuning. Het is aan de verenigingen zelf om op basis van hun eigen resultaten beleid te ontwikkelen. Het onderzoek levert niet alleen voor het verenigingsleven belangrijke informatie op. De gemeente biedt op tal van terreinen ondersteuning aan verenigingen. De gemeentelijke verenigingsondersteuning kan op basis van dit onderzoek ook gefundeerd haar aanbod aanpassen en aanscherpen. Proactieve verenigingsondersteuning blijft dan ook een speerpunt in het beleid en op basis van dit Vitaliteitsonderzoek wordt het ondersteuningsaanbod geactualiseerd. Dit aanpassen van ons gemeentelijk aanbod doen wij samen met de verenigingen. De gemeente gaat met verenigingen in gesprek over de door hun gewenste ondersteuning, zowel qua thematiek als de wijze waarop we de ondersteuning bieden. Zo hebben we op 18 november jl.

een bijeenkomst ‘Raadpleging verenigingen’ gehouden waarin we verenigingen hebben gevraagd op welke wijze zij betrokken willen worden bij het opstellen en uitvoeren van gemeentelijk beleid. De resultaten worden vertaald naar een concrete werkwijze. Naar aanleiding van het vitaliteitsonderzoek zal in ieder geval het beleid en de ondersteuning op de volgende onderwerpen worden doorontwikkeld: • Werven en behoud van vrijwilligers; • Versterken van de maatschappelijke functie van verenigingen; • Opstellen en uitvoeren van (verenigings)beleid; • Het stimuleren van een Positieve Sportcultuur in zijn totaliteit en het versterken van de aandacht voor de basisvoorwaarden hiervan. • De totstandkoming van meerjaren onderhoudsplannen Deze thema’s komen ook terug in het Haags Sportakkoord en maken onderdeel uit van de Menukaart Verenigingsondersteuning. Uit de cijfers blijkt dat verenigingen onder andere worstelen met het werven van vrijwilligers (24% ervaart ernstige knelpunten) Daarom is het thema vrijwilligers een thema waarop we in 2021 flink op inzetten. Zo heb ik de verenigingen onlangs aangeboden een jaar lang gratis gebruik te maken van Taakie, een tool die vrijwilligers en taken geautomatiseerd aan elkaar koppelt. Daarnaast stel ik in 2021 extra budget beschikbaar voor het verder versterken van de maatschappelijke rol van sportverenigingen.

We gaan samen met de verenigingen bekijken welke inzet nodig is om dit te realiseren. Naast het ontwikkelen en aanbieden van nieuwe ondersteuningsvormen en de focus op bepaalde thema’s, heb ik afgelopen jaar ook ingezet op het verbeteren van de dienstverlening naar sportverenigingen. Ik verwijs u hiervoor naar de beantwoording van de motie ‘Onderzoek platform Haagse sportverenigingen’ (RIS304724). Deze acties tezamen moeten het ondersteunen van sportverenigingen verder verbeteren. Tenslotte heeft, zoals boven vermeld, het veldonderzoek plaatsgevonden, vlak voor de eerste maatregelen van de coronacrisis. Het onderzoek is een momentopname, waarbij tijdens de crisis

8/9

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10055561

vooral veranderingen hebben plaatsgevonden op thema’s als financiën, leden en vrijwilligers (De Monitor Sport en Corona, Mulier Instituut (2020). De gemeente heeft daarom dit jaar heel veel contact gehad met verenigingen om op deze thema’s ondersteuning te bieden. Landelijk houdt het Mulier Instituut periodiek rapportages bij over het toekomstperspectief, de financiële situatie van sportverenigingen in Nederland en de ervaringen van sportverenigingen met handhaving van de coronamaatregelen en protocollen. De eerste rapportage is reeds gepubliceerd.4Wij zijn daar als gemeente op aangehaakt en vertalen de informatie uit deze rapportages naar ons beleid in 2021. We hopen dat in 2021 sport weer terug kan naar normaal en sportverenigingen zich kunnen herstellen. Begin 2022 houden we weer een vitaliteitsonderzoek naar de stand van zaken bij de sportverenigingen. Met vriendelijke groet, de wethouder van Onderwijs, Sport en Buitenruimte Hilbert Bredemeijer

4

Gevolgen coronacrisis voor sportverenigingen Stand van zaken najaar 2020: https://www.mulierinstituut.nl/publicaties/25703/gevolgen-

coronacrisis-voor-sportverenigingen/

9/9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9528698/2