RIS307152 Gelijkwaardig meedoen
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Bert van Alphen Wethouder van Sociale zaken en Werk
030
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Samenleving
SZW/10045350 RIS307152 Contactpersoon
Jolien Meerhoff Dienst
Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten Afdeling
Beleid, onderzoek en projecten Telefoonnummer
14070
Datum
E-mailadres
18 december 2020
jolien.meerhoff@denhaag.nl
Onderwerp
Gelijkwaardig meedoen
Geachte voorzitter, Den Haag; een inclusieve stad Den Haag wil een inclusieve stad zijn waarin iedereen naar vermogen meedoet. Voor veel mensen is dit een vanzelfsprekendheid. Ze zijn gezond, hebben een goed sociaal netwerk en voldoende persoonlijke vaardigheden om positief in het leven te staan. Dat geldt niet voor onze stadsgenoten voor wie die inclusieve samenleving nog ver weg is. Sociale uitsluiting en eenzaamheid is een dagelijkse realiteit in het leven van te veel Haagse burgers. We zien het als onze (brede) maatschappelijke opgave om deze Haagse burgers een duurzaam perspectief te bieden op het gebied van wonen, werk, zorg, scholing en maatschappelijke participatie. In deze notitie starten we vanuit het brede kader van meedoen in de participatiesamenleving (1) en gaan we van daaruit naar participatie in het kader van de Participatiewet (2). Vervolgens kijken we naar wat we kunnen leren van de inzet van het Werkoffensief +500 (3). Tenslotte komen we tot een visie op participatie die zich minder eenzijdig richt op re-integratie naar betaald werk en daardoor realistischer is en beter aansluit bij de behoefte en mogelijkheden van de doelgroep. In het verlengde daarvan doen we een voorstel voor een nieuwe aanpak (4). 1. Meedoen in de participatiesamenleving Het hoofddoel van de decentralisaties in het sociaal domein was dat meer mensen mee kunnen doen in de samenleving.
Het doel daarbij was dat de decentralisaties zouden leiden tot een integrale dienstverlening waarin de burger centraal staat. Problemen die participatie in de weg staan zouden daardoor beter en sneller kunnen worden opgelost. In plaats van een aanbodgerichte dienstverlening moest de gemeente aanvullend op de eigen kracht ondersteuning bieden. De dienstverlening aan burgers zou daardoor beter en goedkoper worden was de veronderstelling, daarom werden enorme bezuinigingen op voorhand ingeboekt. Inmiddels zijn we 5 jaar op weg van een klassieke verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving en zien we dat aannames voor deze bezuinigingen niet altijd aansluiten bij de gemeentelijke praktijk. • De eigen kracht van veel burgers wordt overschat (WRR-verkenning nr.33, 30-06-2016) • Veel regels zitten een integrale dienstverlening in de weg in plaats van die te ondersteunen.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10045350
Denk daarbij aan bijvoorbeeld: o De AVG: waardevol als het gaat om de bescherming van privacy van burgers, maar een struikelblok als het gaat om een integrale dienstverlening. Hiervoor is een wetsvoorstel Aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams) in voorbereiding met het doel: snellere en meer gecoördineerde ‘integrale’ hulp voor mensen die problemen hebben op meerdere leefgebieden. o De kostendelersnorm leidt tot neveneffecten zoals meer jeugdige daklozen en minder mantelzorgers. Gemeenten zijn in een fase beland waarin zij kampen met grote financiële tekorten en een regelgeving die niet aansluit bij de dienstverlening zoals die voor ogen stond. De reflex van het Rijk is overwegend weer centraliseren en meer regels. Ook daar waar meer beleidsvrijheid en minder, of beter op elkaar afgestemde regels de oplossing zouden zijn. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) zegt hierover 1: De taak van het Rijk ligt in de juiste randvoorwaarden om de gemeentelijke beleidsvrijheid waar te kunnen maken: voldoende financiële middelen, juiste prikkels, eenvoudige regels. Niet minder maar ook niet meer. Participatie/meedoen aan de Haagse samenleving Dat de randvoorwaarden verre van optimaal zijn laat onverlet het belang van participatie/meedoen aan de samenleving. Op het individuele niveau gaat het daarbij uiteindelijk om de kwaliteit van leven.
Verbetering kwaliteit van leven met een integraal klantbeeld Daar waar we lange tijd de focus hebben gelegd op het stimuleren van meedoen en actief bijdragen aan de maatschappij vindt op basis van onderzoeken een beweging plaats naar het achtergelegen doel; gelukkige en gezonde burgers. In eerdere beleidsstukken in het kader van armoede zijn we al ingegaan op verschillende factoren die daarvoor van belang zijn en onderling op elkaar ingrijpen:
Een goede fysieke en geestelijke gezondheid Beschikken over een goed sociaal netwerk Zingeving en de mate waarin mensen daarin autonome 2 keuzes kunnen maken
Pas als deze factoren “gedragen” worden door bestaanszekerheid (kunnen rondkomen van je inkomen en een dak boven je hoofd), ontstaat er letterlijk en figuurlijk ruimte voor een beter perspectief.
Fysiek gezond
Geestelijk gezond
Zingeving
Sociaal netwerk
Bestaanszekerheid; de relatie met het armoedebeleid We streven er naar dat iedere Haagse burger gelijkwaardig kan meedoen. Velen hebben de capaciteit, mogelijkheden, middelen en het netwerk om dat zelfstandig te realiseren. Maar niet iedereen kan zonder problemen rondkomen van zijn of haar inkomen en heeft een huis om in te wonen. In Den Haag hebben circa 100.000 inwoners een laag besteedbaar inkomen. Een deel daarvan (ca. 26.000) ontvangt een bijstandsuitkering. 1 ROB (2019). Beleidsvrijheid geduid. Beleidsvrijheid bij decentrale taken: een nadere uitwerking ten behoeve van de vormgeving van
de financiële verhoudingen en ROB (2019) ondertussen in Den Haag. Over de invloed van decentralisaties op het functioneren van de Rijksoverheid 2 Veenhoven, R. (2006). Gezond geluk. Effecten van geluk op gezondheid en wat dat kan betekenen voor de preventieve gezondheidszorg. Verkenningstudie in het kader van het programma 'Gezond leven' van ZonMw.
2/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10045350
Een ander deel (ca. 15.000) heeft weliswaar betaald werk, maar toch nog een laag inkomen (werkende armen). Voor gelijkwaardig meedoen is het armoedebeleid van essentieel belang: Het richt zich op inkomensondersteuning van burgers die niet beschikken over voldoende middelen om te participeren in de Haagse samenleving. Met de inzet van financiële hulpverlening zorgen we ervoor dat het huishoudboekje weer op orde komt. Met de Ooievaarspas maken we het mogelijk dat ook burgers met een laag inkomen mee kunnen doen met activiteiten op het gebied van sport, cultuur en recreatie. Met het Haagse zorgpakket zorgen we voor een goede en betaalbare zorgverzekering voor burgers met een laag inkomen. Alleen als de basis op orde is ontstaat er ruimte om te komen tot een duurzaam perspectief op gelijkwaardig meedoen. Een duurzaam perspectief op gelijkwaardig meedoen kan alleen vanuit een integraal klantbeeld en een solide basis (bestaanszekerheid). 2. Meedoen binnen de Participatiewet De Participatiewet is inmiddels alweer 5 jaar oud, maar dat is geen reden voor een feestje, zoals blijkt uit de eindevaluatie van het SCP. Bijstandsgerechtigden die niet op afzienbare termijn aan het werk kunnen (in het vervolg noemen we dit “de participatiegroep”) raken steeds verder buiten beeld. In deze paragraaf geven we de noodzaak aan om het tij te keren.
Maar eerst schetsen we kort de hoofdlijnen van de Participatiewet en gaan we in op landelijke en lokale Haagse ontwikkelingen. Participatiewet op hoofdlijnen De Participatiewet is erop gericht zoveel mogelijk burgers met een afstand tot de arbeidsmarkt naar (bij voorkeur: betaald) werk toe te leiden. De wet voorziet ook in bijstand aan burgers die niet (meer) in staat zijn om zelf volledig in hun levensonderhoud te voorzien. De gemeente heeft hierbij de taak om burgers met een bijstandsuitkering ondersteuning te bieden gericht op arbeidsinschakeling en sociale activering. Daarbij is de gemeente ook verantwoordelijk voor de ondersteuning van burgers die een verminderd arbeidsvermogen hebben door een (arbeids)beperking. De wet geeft de gemeenten een aantal instrumenten om te zorgen dat burgers met een arbeidsbeperking een plek op de arbeidsmarkt kunnen vinden. De belangrijkste zijn loonkostensubsidie en beschut werk. Landelijke ontwikkelingen: meest kwetsbare groep buiten beeld Uit de eindevaluatie van de Participatiewet door het SCP 3 blijkt dat de invoering van de Participatiewet de kans op werk voor de “klassieke bijstandsgroep” nauwelijks heeft vergroot. De veronderstelling dat iedereen kan werken met de nodige ondersteuning door de gemeente en inzet van werkgevers, is te optimistisch.
Een groot deel van de bijstandsgerechtigden is duurzaam arbeidsongeschikt of is niet op afzienbare tijd naar werk toe te leiden. Het gaat daarbij naar schatting om 60% van alle burgers met een bijstandsuitkering. Deze groep raakt volgens het SCP steeds verder buiten beeld, omdat financiële prikkels in de wet en de stevige bezuiniging op het re-integratiebudget (1.7 mld) hebben geleid tot een investering die de beste kans geeft op uitstroom. Aandacht voor wat we in Den Haag de participatiegroep noemen komt ook terug in de motie Raemakers die op 24 september 2019 4 door de Tweede Kamer met een brede meerderheid werd aangenomen. Daarin wordt het kabinet verzocht om, “binnen de bij gemeenten voor participatie beschikbare middelen, te verkennen niet langer of maar hoe gemeenten burgers in de bijstand een niet-vrijblijvend aanbod kunnen doen dat bij hen past”. 3 SCP (2019). Eindevaluatie van de Participatiewet 4 Kamerstukken II 2018/19, 34352, nr. 173
3/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10045350
In het daarop aansluitende concept wetsvoorstel “verbeteren ondersteuning van burgers in de bijstand” (ook wel: passend aanbod), wordt voorgesteld om gemeenten op te dragen om met alle bijstandsgerechtigden, binnen 6 maanden na het toekenningsbesluit, afspraken te maken. Deze afspraken kunnen gaan over activiteiten gericht op werk of andere vormen van participatie, maar ook over het wegnemen van belemmeringen of over het leren van de Nederlandse taal. Deze afspraken moeten periodiek worden bijgesteld. In de concept Memorie van Toelichting geeft het Rijk aan dat een verbinding met andere onderdelen van het sociaal domein in de rede ligt. Zowel door de VNG als vanuit de G4 gemeenten is hierbij aangegeven dat men de aandacht voor deze groep toejuicht, maar dat te gedetailleerde regelgeving niet bijdraagt aan een betere ondersteuning. Ook pleiten gemeenten voor een onafhankelijk onderzoek om de reële uitvoeringskosten in beeld te brengen. Deze ontwikkelingen passen goed in de Haagse invulling van de tegenprestatie; het gaat in eerste instantie om de ontwikkeling en het perspectief van de burger en de ondersteuning van de gemeente daarbij. 3. Haagse inzet: het Werkoffensief +500 Het beeld dat het SCP in de eindevaluatie Participatiewet neerzet is herkenbaar voor de meeste gemeenten, zo ook voor Den Haag.
Om te voorkomen dat burgers in de participatiegroep steeds verder uit beeld raken, wordt het Werkoffensief +500 ingezet. Daarin zijn alle burgers gesproken die 18 maanden of langer een bijstandsuitkering ontvangen. Dat zijn circa 22.000 burgers. Het doel is dat door deze aanpak 500 burgers per jaar extra naar werk of school uitstromen. Voor circa 25% worden mogelijkheden voor re-integratie gezien, maar de praktijk laat zien dat dit een hele intensieve begeleiding vraagt. Daarnaast wordt duidelijk dat voor circa 75% van deze doelgroep de inclusieve arbeidsmarkt (nog) geen realistisch perspectief is. Met hen zijn “afspraken op maat” gemaakt over een eerste stap in de richting van maatschappelijke participatie of persoonlijke ontwikkeling. Die eerste stappen hadden vaak betrekking op het oplossen van persoonlijke problemen op het gebied van schulden of gezondheid. Het klantbeeld Alle burgers zijn intensief gesproken waardoor het klantbeeld kan worden vastgesteld. Daarbij is de top 5 waarop burgers niet of beperkt zelfredzaam zijn: 1. Inkomen (vaak schulden): 93% 2. Dagbesteding (traject naar betaald werk/opleiding): 71% 3. Lichamelijke gezondheid: 68% 4. Maatschappelijke participatie: 57% 5.
Geestelijke gezondheid: 56% Verder valt op dat ongeveer 35% van de burgers aangeeft dat zij geen betekenisvolle relaties hebben (vrienden of familie) en een soortgelijk percentage geldt voor het ontbreken van een sociaal netwerk. Deze gegevens kunnen duiden op eenzaamheid. Deze burgers kunnen niet terugvallen op een netwerk om hen te ondersteunen. Ook valt op dat circa 25% (veel) moeite heeft met de algemeen dagelijkse levensverrichtingen (ADL). Zij zullen waarschijnlijk eerder mantelzorg nodig hebben dan verlenen. Tenslotte zien we in mindere mate problemen met huisvesting, verslaving en justitie. Daarbij moeten we ons realiseren dat in het individuele geval de intensiteit van het probleem juist vaak weer groot is. De vraag is nu: hoe kunnen we de participatiegroep, circa 22.000 burgers, in beeld houden en het proces van steeds verder afglijden naar inactiviteit en sociaal isolement blijvend omdraaien door inzet van een duurzaam participatieperspectief dat beter aansluit bij de leefwereld van burgers?
4/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10045350
Daarbij rekening houdend met de opeenstapeling van problemen en een beperkt eigen netwerk waarop een beroep kan worden gedaan. 4. Een nieuwe aanpak “Ruim 60% van de klassieke bijstandsgerechtigden is naar eigen inschatting op dit moment niet in staat om te werken. Datzelfde geldt voor ruim de helft van de jonggehandicapten en driekwart van de burgers op de Wsw-wachtlijst. Vooral gezondheidsklachten worden hiervoor als reden gegeven. Gemeenten bevestigen dit.” (SCP, eindevaluatie Participatiewet) Een breed persoonlijk participatieperspectief Een nieuwe aanpak voor deze 22.000 burgers, voor wie betaald werk nog geen realistisch scenario is, start met een breed participatieperspectief dat zich niet te eenzijdig richt op betaalde arbeid, maar waar nodig ook ruimte laat voor maatschappelijke participatie en persoonlijke ontwikkeling. Deze nieuwe manier van kijken vraagt vervolgens ook om een vernieuwende aanpak, dicht bij de leefwereld van burgers. Zowel een economisch als maatschappelijk perspectief In plaats van alleen te kijken naar betaald werk in de markt, kijken we naar wat er wel mogelijk is voor deze groep. Het gaat naast de economisch toegevoegde waarde ook om de maatschappelijke waarde die je kan toevoegen uitgaande van jouw talenten en mogelijkheden. We gaan anders kijken en waarderen.
Gezien in een breder perspectief gaat het dan om zingeving; aansluiten bij de intrinsieke motivatie van burgers. Op die manier komen burgers die nu wellicht al vele jaren inactief zijn in beweging, bouwen zelfvertrouwen op en van daaruit verder.
Figuur 1. Breed Perspectief Andere uitgangspunten zijn:
5/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10045350
• •
We gaan uit van wat iemand kan en wat het maximaal haalbare is vanuit de persoonlijke benadering. We hebben vertrouwen in burgers en de professionals.
2 paradigma’s: Bij het vaststellen van een participatieperspectief spelen 2 paradigma's: 1. Aansluiten bij wat burgers zelf willen (zingeving) is het meest effectief. 2. De maatschappelijke opvatting: als je een uitkering ontvangt dan moet je iets terug doen voor de samenleving (wederkerigheid). We wegen beiden af om in samenspraak te komen tot het best passende perspectief in het individuele geval. De Instapeconomie De Instapeconomie is een innovatief programma om de participatiegroep in de regio Zuid West actief deel te laten nemen aan de samenleving. Dit doet de gemeente Den Haag in samenwerking met het regionale onderwijs, het bedrijfsleven, de wijkbedrijven en diverse maatschappelijke instellingen. Het idee van het innovatieve programma ‘de Instapeconomie’ is om burgers, die weinig perspectief hebben op de reguliere arbeidsmarkt, niet naar de reguliere arbeidsmarkt te begeleiden, maar werk van waarde naar de wijk te halen. Er wordt een ‘parallelle economie’ gecreëerd waarin deelnemers zich onder begeleiding persoonlijk kunnen ontwikkelen. Het betreft werkzaamheden die maatschappelijke en/of economische waarde hebben en die waarde toevoegen aan de wijk. Er wordt gestart met een kleinschalige pilot van de Instapeconomie.
Doel van de pilot is om: • In kaart te brengen wat de effecten zijn, voor deelnemers en de wijk en diens bewoners, van de Instapeconomie; • Een constructie vorm te geven waarin de aanpak – indien succesvol – geborgd kan worden; • Issues en knelpunten van de Instapeconomie op te lossen; • Een alliantie op te zetten van private partners die bijdragen aan de Instapeconomie. Wanneer blijkt dat de aanpak succesvol is wordt het geborgd als gezamenlijk participatie-instrument ten behoeve van de diensten SZW en OCW. Het fundament van de Instapeconomie is de instapbaan (werk van waarde in de wijk) met een participatie-inkomen. Werk van waarde wordt uitgevoerd gericht op het aanpakken en oplossen van een sociaal-, maatschappelijk- en/of economisch probleem in de wijk zonder dat er sprake is van marktverdringing. Iedereen die niet aan het werk is mag starten in een instapbaan, maar deelname is geen verplichting. Een belangrijk principe is dat de werkzaamheden beloond worden met een participatie-inkomen. Het participatie-inkomen is opgebouwd uit de bijstandsuitkering die al wordt ontvangen, aangevuld met een extra toelage (ter hoogte van de vrijwilligersbijdrage). De extra toelage wordt gefinancierd door een bedrijf of instelling, waarvoor het uitgevoerde werk ook waarde heeft opgeleverd. Deze financiering loopt via het nog op te richten Maatschappelijk batenfonds.
De Instapeconomie past in de maatschappelijke discussie rondom de basisbaan. In het WRR rapport ‘Het betere werk. De nieuwe maatschappelijke opdracht’ (2020) pleit de WRR ervoor om goed werk voor iedereen vanaf nu te zien als belangrijke maatschappelijke opdracht voor bedrijven, instellingen, sociale partners en de overheid. Goed werk is essentieel voor de brede welvaart. In het rapport doet de WRR 9 voorstellen om goed werk voor meer burgers te bevorderen en te faciliteren.
6/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10045350
Een daarvan is de basisbaan als sluitstuk van de sociale zekerheid. Het voorstel is om burgers met een uitkering en weinig kans op de arbeidsmarkt een basisbaan te geven. “Als werk psychologisch en sociaal zo belangrijk is, kunnen we burgers niet ‘afschepen’ met een uitkering”, aldus de WRR. Met de Instapeconomie en de bijbehorende instapbaan wordt het idee van de basisbaan vormgegeven in de regio Zuid West. Een vernieuwende aanpak; dienstverlening met perspectief Bij de participatiegroep gaat het om burgers die langdurig een bijstandsuitkering ontvangen en vaak een of meerdere problemen hebben zoals schulden, beperkte beheersing van de Nederlandse taal, psychische en/of lichamelijke beperkingen of een opleiding die niet aansluit bij de arbeidsmarkt. Na jaren van weinig aandacht raakten zij buiten beeld; hierin heeft het Werkoffensief +500 verandering gebracht. Het is nu zaak om door te zetten met een structurele vernieuwende aanpak. Deze aanpak wordt hieronder in 4 punten toegelicht: 1. Een perspectiefplan Het allerbelangrijkste is dat we deze doelgroep weer een toekomstperspectief kunnen geven. Samen met de burger stellen we een individueel perspectief vast en bespreken we de stappen op de weg daar naartoe. Dat perspectief kan betaald werk zijn, maar ook maatschappelijke participatie of persoonlijke ontwikkeling. Maar soms kan het ook zijn: “nu maar even geen stappen”.
Dat leggen we vast in een perspectiefplan. Skills bij de professional, zoals motiverende gespreksvoering, zijn daarbij heel belangrijk. Burgers zijn immers vaak langere tijd inactief en/of hebben meerdere problemen. 2. Een gedifferentieerde dienstverlening De 22.000 burgers vormen geen homogene groep. Op basis van het beeld van het Werkoffensief +500 kunnen wij komen tot een gedifferentieerde dienstverlening die recht doet aan de situatie van burgers. We delen de participatiegroep daarbij in 4 groepen in. Hieronder staat per groep de desbetreffende dienstverlening omschreven:
Doelgroep
Dienstverlening
Doelgroep Dienstverlening
Activering Burgers die met intensieve begeleiding binnen een jaar de brug kunnen slaan naar een aansluitend re-integratietraject van 18 maanden of soms ook rechtstreeks naar werk of school uitstromen. Alles op alles zetten om de brug naar werk, school of re-integratie te slaan. Dat betekent een intensief klantcontact en een aanbod voor een traject gericht op werkfit worden of zelfs direct aan het werk of naar school. In Beweging Burgers die ondersteuning nodig hebben om met inzet van maatschappelijke participatie “in beweging” te komen. Om het proces van afglijden om te draaien zit er een kantelpunt bij de groep “in beweging”. Dat is op dit moment de grootste groep waarbij het beide kanten op kan gaan: Als we niets doen krijgen we een neerwaartse beweging; burgers raken steeds verder in isolement en de afstand tot de arbeidsmarkt wordt steeds groter. Kansen op uitstroom uit de bijstand worden daardoor verspeeld. Door in te zetten op het in beweging krijgen van deze groep en te zorgen dat zij weer een toekomstperspectief voor zichzelf zien, worden burgers vitaler en krijgen we op de wat langere termijn een opwaartse kracht. Dat is cruciaal om het tij in de richting van een
7/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10045350
groot inactief bestand met veel persoonlijk leed te keren. Het is daarom belangrijk om extra in te zetten op een “goede start”, waarin intensiever contact is met de consulent om burgers zoveel mogelijk in beweging te krijgen en te houden! Ook gaan we op zoek naar partners voor een innovatieve aanpak om deze groep te activeren.
Doelgroep
Dienstverlening
Doelgroep
Dienstverlening
Maximaal Haalbaar Burgers die actief zijn op het voor hen maximaal haalbare niveau (bijvoorbeeld deeltijdwerk of vrijwilligerswerk). Hier gaat het om het volgen op wijziging in omstandigheden die kunnen leiden tot een aanpassing in de dienstverlening zoals een verdere uitbreiding van de werkzaamheden of omgekeerd, als het niet zo goed gaat, kijken welke ondersteuning nodig is. Niet Actief Burgers voor wie actief zijn op dit moment niet haalbaar is, bijvoorbeeld als gevolg van langdurige ziekte of opname in een instelling. “Goed zorgen voor” is hier het belangrijkste. Dat gebeurt veelal vanuit de zorg en de Wmo. We zien namelijk dat een grote groep burgers zowel gebruik maakt van een voorziening vanuit de Participatiewet als van een voorziening vanuit de Wmo. Voor de groep “niet actief” die gebruikt maakt van een Wmovoorziening kan voor begeleiding vanuit de Participatiewet worden volstaan met een goede afstemming.
3. Een betere dienstverlening door samenwerking In 2019 is door het RIVM met Haagse stakeholders en experts in beeld gebracht welke factoren van belang zijn voor de gezondheid van burgers die in armoede leven. Hieruit blijkt dat beleidsmaatregelen die gericht zijn op slechts één factor en geen rekening houden met de andere factoren, waarschijnlijk slechts weinig of geen effect hebben. Een samenhangende integrale aanpak wordt aanbevolen. Zo heeft bevordering van de sociale inclusie van burgers in armoede een verlagend effect op de chronische stress en een verhogend effect op zowel emotioneel welzijn als fitheid en daarmee op de gezonde levensverwachting. 5 Integrale blik op Participatie Vanuit de diensten OCW en SZW richt divers beleid zich op het bevorderen van participatie van Haagse inwoners. Om een beeld te geven van ontwikkelingen hieromtrent volgen hieronder een aantal voorbeelden: • Zo wordt taalonderwijs ingezet als middel om zelfredzaam te zijn en actief deel te nemen aan de samenleving. • Richt het ouderenbeleid zich onder andere op ‘fit je pensioen ingaan’ d.m.v. actief zijn in de maatschappij. • Ontstaat eenzaamheid vaak door een combinatie van factoren. Een verandering of verlies van sociale contacten of werk spelen vaak een rol. Vanuit het eenzaamheidsbeleid worden diverse initiatieven gesubsidieerd om de oorzaak van eenzaamheid aan te pakken waarbij o.a.
wordt ingezet op het bevorderen van participatie (organiseren van wandeltochten, creatieve activiteiten). 5 RIVM (2019). Armoede, chronische stress en gezondheid in de gemeente Den Haag. Een verkenning op basis van group model
building
8/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10045350
•
•
Wordt vanuit de Ooievaarspas samen met pashouders en aanbieders in de stad gekeken hoe participatie verder bevorderd kan worden. In gesprek met jongeren tijdens het jongerenstadslab en de Raad van Kinderen zijn de eerste stappen gezet. De uitkomst van deze gesprekken leidt tot een visie Ooievaarspas waarbij wordt gekeken op welke manier sociale uitsluiting wordt voorkomen. Kan het vrijwilligerswerk op 2 manieren werken: 1) als medicijn door actief te zijn middels vrijwilligerswerk (en daarmee participatie te stimuleren) of 2) vrijwilligers die anderen helpen bij het oplossen van problemen (waardoor zij weer beter kunnen participeren).
Geconcludeerd kan worden dat er sociaal domein breed wordt gewerkt aan het bevorderen van participatie. Er is een breed aanbod aan voorzieningen en activiteiten gericht op het bevorderen van participatie in het sociaal domein. Alleen ontbreekt het overzicht. Consulenten die burgers de weg willen wijzen bij participatie, missen het overzicht op al het aanbod in het sociaal domein. Tegelijkertijd laten ervaringen bij de Hallo Werk Dagen van de +500 zien dat door het klantcontact de vraag van burgers goed in beeld is, waardoor SZW een belangrijke toegang kan zijn voor andere voorzieningen sociaal domein breed. De oplossing voor deze mismatch tussen vraag en aanbod wordt gevonden door betere samenwerking in de wijken. Daarover hieronder meer. 4. Nabij in de wijk Veel (laagdrempelig) aanbod in het sociaal domein wordt op wijkniveau georganiseerd, dichtbij de leefwereld van burgers. Werken op locatie in de wijk, bijvoorbeeld op de Servicepunten XL, Buurthuizen of de JMO/CJG locaties, wordt als oplossing aangedragen voor met name de groep ‘in beweging’. Wijkgericht werken is meer dan in de wijk afspreken. Een locatie in de wijk wordt een vaste werkplek voor participatieconsulenten. In de wijk wordt een integraal netwerk opgebouwd met andere hulpverleners in het sociaal domein.
Zo zorg je ervoor dat consulenten en hulpverleners elkaar onderling makkelijk kunnen vinden, ontwikkelingen in de wijk kunnen delen en burgers laagdrempelig kunnen doorverwijzen. Daarmee voorkom je dat burgers van het kastje naar de muur worden gestuurd. Een ander voordeel is dat een goed netwerk in de wijk ook zorgt voor een beter zicht op de participatiemogelijkheden. Daardoor kan een (warme) verwijzing plaats vinden naar activiteiten dicht bij huis. Een bijzondere pilot in dit verband is AlleKanten, opgezet in het kader van de Regiodeal in Den Haag Zuid West. Zij omschrijven zichzelf als een initiatief voor, door en met de wijk. Het bijzondere hieraan is dat de inkleuring van het aanbod volledig is afgestemd op de behoefte van de ‘participatiegroep’. Dat maakt een groepsgewijze aanpak mogelijk. Zij zeggen hier zelf over: “De programmering, activiteiten en evenementen worden op basis van behoefte en wederkerigheid georganiseerd en zijn primair gericht op ontmoeting en het vergroten van ieders sociale netwerk, taal, financiën/schulden, gezondheid, participatie, (vrijwilligers)werk, verhogen zelfvertrouwen/zelfredzaamheid, armoedebestrijding en toegang tot voorzieningen/netwerk.” Kortom: door de dienstverlening dichter bij de burgers te organiseren kan beter worden aangesloten bij de mogelijkheden van ondersteuning en de voorzieningen die in de wijk voor handen zijn.
Daarmee kunnen we het aanbod dat goed aansluit bij de behoefte van burgers uit de participatiegroep, ontsluiten en zijn we een stap dichter bij een integrale dienstverlening in het sociaal domein. Waarom investeren in deze aanpak? In beeld houden We krijgen de Participatiegroep steeds beter in beeld en de eerste stappen naar maatschappelijke participatie zijn gezet. Dat is een uitgelezen kans voor de opzet van een zo efficiënt en effectief mogelijke dienstverlening voor deze doelgroep.
9/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10045350
Op dit moment zijn 15 consulenten beschikbaar voor de totale doelgroep van 22.000 burgers. Als we niet zorgen voor een structurele investering in de dienstverlening aan deze doelgroep dan zullen we over niet al te lange tijd constateren dat zij weer buiten beeld zijn. Maatschappelijke baten Te beginnen met het belangrijkste/overkoepelende: door burgers vanuit een integraal klantbeeld en een solide basis (bestaanszekerheid) een duurzaam perspectief te bieden op gelijkwaardig meedoen, dragen we bij aan de kwaliteit van leven van deze grote groep Haagse burgers. Daarnaast zijn er talloze, meer praktische, voordelen zoals: • burgers worden door activering vitaler, daardoor wordt de afstand tot arbeidsmarkt kleiner, ook al is dat op de wat langere termijn; • bijstandsgerechtigden in beeld hebben en spreken heeft ook effect op andere onderdelen van de Participatiewet zoals een betere beheersing van de Nederlandse taal of handhaving; • doordat wij de bijstandsgerechtigden in beeld hebben leren we de burgers steeds beter kennen en kunnen we maatwerk bieden; • we komen met de voorgestelde aanpak een stap verder in de richting van een integrale aanpak in het sociaal domein; • meer burgers die zich inzetten als vrijwilliger draagt bij aan de leefbaarheid van wijken.
Kosten gaan voor de baten uit Voor deze groep is een structurele/bestendige aanpak nodig omdat effecten zich op de wat langere termijn voordoen. De kosten gaan daarmee voor de baten uit. Daarom is het belangrijk, zeker nu een recessie wordt voorspeld, om zorg te dragen voor een structurele borging. Anders lopen we het risico dat de prikkel in de Participatiewet leidt tot een conjunctuurgevoelige investering die uiteindelijk weinig effectief maar dus ook weinig efficiënt is. Intelligent herstelbeleid Ook de SER wijst in haar recente advies 6 over een intelligent herstelbeleid op de noodzaak van een investering ter voorkoming van grote maatschappelijke kosten van de crisis. Zij stelt: “Aangezien de gezondheidseffecten van de coronacrisis bovenmatig voorkomen bij groepen met een lagere sociaaleconomische status, waarin slechtere economische perspectieven en slechtere gezondheid samenkomen, ligt het in de rede te komen tot een versterkte inzet op preventie vanuit werk en sociaal domein”. Vervolgproces Gefaseerde aanpak De gedifferentieerde dienstverlening zal in 2 fases worden ingevoerd. De eerste fase (12 maanden) staat in het teken van inventariseren en innoveren. Hierin zal de basis gelegd worden voor een groepsgewijze aanpak. Er zal verbinding in de netwerken gemaakt worden voor een integrale samenwerking.
Door inzicht in het aanbod in de stad en goede afspraken met partners in de stad worden hiervoor de eerste stappen gezet. De tweede fase staat in het teken van het bestendigen van de processen. Deze nieuwe aanpak past binnen het huidige budget van programma 7. Met vriendelijke groet, de wethouder van Sociale zaken en Werk Bert van Alphen
6 SER-advies Mei 2020 De contouren van een intelligent herstelbeleid
10/10