CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS307135 Bijlage 3 - Aanvulling planMER 1 20201006 SVCID Ruimteclaims

Commissie Ruimte 23 juni 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Gewijzigd raadsvoorstel van het college inzake Structuurvisie Central Innovation District4.578 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

SV CID | Ruimteclaims

september 2020

• bebouwd vs. onbebouwd • functionele verkeersruimte • groen + blauw

september 2020 | 1

Inleiding In kaart brengen ruimteclaims SV CID In deze bijlage worden de verschillende ruimteclaims in het CID inzichtelijk gemaakt en wordt er verslag gelegd van de berekeningen en aannames waarop de conclusies gebaseerd zijn. Deze ruimtelijke analyse focust zich op een viertal vraagstukken: •

Hoeveel ruimte is er beschikbaar in het CID voor het programma uit de structuurvisie? Verhouding bebouwde vs. onbebouwde ruimte

•

Welk aandeel van de onbebouwde ruimte is functionele verkeersruimte, en in welke mate kan deze ruimte afgenomen zijn in 2040 als gevolg van de mobiliteitstransitie? Aandeel functionele verkeersruimte nu & in 2040

•

Welk aandeel van de vrijgekomen functionele verkeersruimte kan worden ingezet voor vergroening? Groennormering nu & in 2040

•

Op welke manier, en in welke mate, kan er in het gebied nog verder worden ingezet op vergroening, zowel kijkgroen als grote eenheden gebruiksgroenen? Groennormering nu & in 2040

Plangrens CID Voor alle berekeningen wordt de plangrens uit de structuurvisie CID gehanteerd (zie figuur 1).

Figuur 1: Plangrens CID

Huidige situatie

Totale oppervlakte 2.723.610 m2

27% Diagram 1-3 toont het ruimtegebruik in de huidige situatie CID.

Bebouwd terrein

736.664 m2

Onbebouwd terrein

1.986.946 m2

Specificatie onbebouwd terrein

1.986.946 m2

Functionele verkeersruimte

1.125.384 m2

Overige onbebouwde ruimte

861.562 m2

Specificatie overige onbebouwde ruimte

861.562 m2

73%

Groennormering

Hieronder worden voor de verschillende groendefinities het aantal m2 per woning in beeld gebracht. Basis van de berekening is het woningaantal in het CID op 1 januari ‘20: 13.362 woningen.

straatgroen

water

groenvoorziening

groen + water

Kijkgroen Hier valt al het groen onder dat zich in de straatprofielen bevindt, of naast grote infrastructuren (e.g. langs de spoorbundel of de Utrechtsebaan). Het aandeel kijkgroen in de huidige situatie is 50% van het totale oppervlakte groen. groenvoorziening

groen totaal

groen + water

Gebruiksgroen Hier wordt al het overige groen onder verstaan. Dit is niet alleen gebruiksgroen, maar ook groen met een bijzondere functie (e.g. ecologisch groen). Het aandeel gebruiksgroen in de huidige situatie is 50% van het totale oppervlakte groen. groen totaal

43%

57%

Private erven Hier wordt al het niet publiek toegankelijke private terrein onder verstaan (i.e. tuinen en bedrijfsterreinen). Het is mogelijk dat (delen van) deze private erven zijn vergroend. Hier zijn echter geen gegevens van beschikbaar. Het aandeel groen op private erven is in deze berekening dan ook buiten beschouwing gelaten. 7,25 m2 kijkgroen per woning straatgroen

groenvoorziening

groen totaal

7,25 m gebruiksgroen per woning 2

straatgroen

groenvoorziening water

straatgroen

groenvoorziening

groen + water

groenvoorziening

water

14,5 m totaal groen per woning groenvoorziening

groen totaal

8,5 m2 blauw per woning

Private erven 303.538 m2 Kijkgroen 97.097 m2

groen totaal

groen + water

23 m2 totaal groen + blauw per woning

groen + water

water

groen + water

2

groen totaal water

straatgroen

groen totaal

13% 11% 11%

30%

groen + water

Op dit moment is er geen definitie van het groen dat wordt bedoelt in de groennormering van 8m2 groen per woning. Wanneer we al het groen in het CID bij elkaar optellen, dan voldoet het CID in de huidige situatie aan de groennormering. Echter, wanneer we alleen kwalitatief gebruiksgroen (i.e. gebruiksgroen) beschouwen, zit het CID in de huidige situatie net iets onder de groennorm.

35%

Gebruiksgroen

97.097 m2

Water 113.366 m2 Overige niet-functionele onbebouwde ruimte

250.464 m2

i.e. niet functionele (half-)verharding Diagram 1-3: Schijfdiagrammen van het huidige ruimtegebruik

september 2020 | 3

Toekomst situatie

Totale oppervlakte 2.734.494 m2 *

28%

Zonder ingrijpende vergroeningsingrepen Diagram 4-6 toont het ruimtegebruik in de toekomstige situatie CID wanneer enkel vrijgekomen verkeersruimte wordt vergroend.

72%

Bebouwd terrein

771.018 m2

Onbebouwd terrein

1.963.476 m2

* Totaal wijkt af van totaal huidige situatie door toevoeging bebouwing met behoud van huidige functie op maaiveld (dubbel ruimtegebruik) .

Groennormering

Hieronder worden voor de verschillende groendefinities het aantal m2 per woning in beeld gebracht. Basis van de berekening is het toekomstige woningaantal in het CID: 33.862 woningen.

straatgroen

water

groenvoorziening

groen + water

Kijkgroen In dit toekomst scenario wordt al het groen dat wordt toegevoegd in de vrijgekomen verkeersruimte toegekend aan het kijkgroen. groenvoorziening

groen totaal

Gebruiksgroen In dit toekomst scenario wordt geen gebruiksgroen toegevoegd aan het gebied. groen + water

groen totaal

45%

Private erven Het aandeel groen op private erven is in deze berekening buiten beschouwing gelaten.

groenvoorziening

1.963.476 m2

Functionele verkeersruimte

1.082.749 m2

Overige onbebouwde ruimte

880.727 m2

Specificatie overige onbebouwde ruimte

880.727 m2

55%

3,3 m2 kijkgroen per woning straatgroen

Specificatie onbebouwd terrein

groen totaal

2,9 m2 gebruiksgroen per woning straatgroen

groenvoorziening water

groenvoorziening

straatgroen

groen totaal water

straatgroen

groen + water

groenvoorziening

water

groen + water

6,1 m2 totaal groen per woning groenvoorziening

groen totaal

3,3 m2 blauw per woning groen totaal

groen + water

9,5 m totaal groen + blauw per woning 2

groen + water

water

groen totaal

groen + water

Op dit moment is er geen definitie van het groen dat wordt bedoelt in de groennormering van 8m2 groen per woning. Wanneer we al het groen in het CID bij elkaar optellen, dan voldoet het CID in deze toekomst situatie aan de groennormering. Echter, wanneer we alleen kwalitatief gebruiksgroen (gebruiksgroen) beschouwing, zit het CID ruim onder de groennorm met minder dan de helft van het huidige aantal m2 gebruiksgroen per woning.

13% 12% 12% 33%

30%

Private erven 292.270 m2 Kijkgroen

110.891 m2

Gebruiksgroen

97.097 m2

Water 112.351 m2 Overige niet-functionele onbebouwde ruimte

265.117 m2

i.e. niet functionele (half-)verharding Diagram 4-6: Schijfdriagrammen van het toekomstig ruimtegebruik

september 2020 | 4

TOE WEL

Toekomst situatie

Totale oppervlakte 2.734.494 m2

27%

Met ingrijpende vergroeningsingrepen Diagram 7-9 toont het ruimtegebruik in de toekomstige situatie CID wanneer er ingrijpende vergroeningsingrepen plaatsvinden: het creëren van grote groenstructuren (parken) en het vergroenen van 40% van de overige niet-functionele onbebouwde ruimte.

Bebouwd terrein

747.718 m2

Onbebouwd terrein

1.986.776 m2

Specificatie onbebouwd terrein

1.986.776 m2

Functionele verkeersruimte

1.054.308 m2

Overige onbebouwde ruimte

932.468 m2

Specificatie overige onbebouwde ruimte

932.468 m2

73%

Groennormering

Hieronder worden voor de verschillende groendefinities het aantal m2 per woning in beeld gebracht. Basis van de berekening is het toekomstige woningaantal in het CID: 33.862 woningen.

straatgroen

water

groenvoorziening

groen + water

Kijkgroen In dit toekomst scenario wordt al het groen dat wordt toegevoegd in de vrijgekomen verkeersruimte gezien als kijkgroen. Ook de vergroening van de overige niet-functionele onbebouwde ruimte wordt toegekend aan het kijkgroen. groenvoorziening

groen totaal

47%

groen + water

Gebruiksgroen In dit toekomst scenario wordt al het groen dat wordt toegevoegd in de grote groenstructuren (parken) gezien als gebruiksgroen. groen totaal

TOEKOMST ZONDER VERGROENING VAN TUINEN 53% WEL PARKEN EN OVERIG

Private erven Het aandeel groen op private erven is in deze berekening buiten beschouwing gelaten. 6,4 m2 kijkgroen per woning straatgroen

groenvoorziening

groen totaal

4,5 m2 gebruiksgroen per woning straatgroen

groenvoorziening water

groenvoorziening

groen totaal water

straatgroen

straatgroen

groen + water

groenvoorziening

water

groen + water

10,9 m2 totaal groen per woning groenvoorziening

groen totaal

groen totaal

3,3 m2 blauw per woning

23%

Private erven 293.482 m2 Kijkgroen

216.938 m2

groen + water

14,3 m2 totaal groen + blauw per woning

groen + water

water

groen totaal

17% 12% 17%

groen + water

Op dit moment is er geen definitie van het groen dat wordt bedoelt in de groennormering van 8 m2 groen per woning. Wanneer we al het groen in het CID bij elkaar optellen, dan voldoet het CID in deze toekomst situatie ruim aan de groennormering. Wanneer we alleen kwalitatief gebruiksgroen beschouwen, voldoet het CID niet aan de groennorm per woning.

31%

Gebruiksgroen 153.516 m2 Water 112.351 m2 Overige niet-functionele onbebouwde ruimte

156.181 m2

i.e. niet functionele (half-)verharding Diagram 7-9: Schijfdiagrammen van het toekomstige ruimtegebruik

september 2020 | 5

Conclusies & aanbevelingen Samenvatting • • • • • •

•

• • •

• • •

Het oppervlakte bebouwd terrein veranderd nauwelijks doordat er in het CID binnenstedelijke verdichting wordt, en ingezet wordt op dubbel ruimtegebruik. Door het toevoegen van 20.500 woningen komt de groennomering van 8 m2 per woning wel onder druk te staan. Ondanks de mobiliteitstransititie zal de functionele verkeersruimte in het gebied nauwelijks afnemen. De verkeersruimte voor de auto die afneemt komt voor 80% ten gunste van meer verkeersruimte voor de voetganger, fietser en fiets. Maar 2% van het aandeel van de functionele verkeersruimte dat afneemt kan worden ingezet voor vergroening. Wanneer de groennorm gedefinieerd wordt als een opstelsom van al het groen en al het water dat in het gebied aanwezig is, voldoet de toekomst situatie zonder ingrijpende vergroeningsingrepen (waarin enkel de vrijgekomen verkeersruimte vergroend wordt) net aan de groennorm. Wanneer de groennorm gedefinieerd wordt als het aandeel kwalitatief gebruiksgroen dat in het gebied aanwezig is, zit de toekomst situatie van het CID waarin enkel de vrijgekomen verkeersruimte vergroend wordt ver onder de groennorm. Ook blijft in deze toekomst situatie het aandeel kijkgroen (met een belangrijke klimaatfunctie) achter. Er zou daarom ingezet moeten worden of verschillende vergroeningsstrategieën die het aandeel gebruiksgroen en/ of kijkgroen in het gebied verhogen.

Hierbij kan ingezet worden op het toevoegen van grote groenstructuren (parken) die voorzien in een deel van het gebruiksgroen voor de toekomstige inwoners van het CID en het vergroenen van niet functionele onbebouwde ruimte met 40%. Met deze twee ingrepen wordt de 8m2 gebruiksgroen per woning niet gehaald. Wanneer kijkgroen en gebruiksgroen worden opgeteld wordt wel aan de norm voldaan. Er kan als aanvulling worden gekeken naar het verder vergroenen van de overige, niet-functionele, onbebouwde ruimte en het vergroenen van private erven. Door het vergroenen van pleinen en onbegroeide of halfverharde bermen kan er ook meer kijkgroen worden toegevoegd. Dit kijkgroen kan vervolgens worden ingezet voor de klimaatopgaves in het gebied.

september 2020 | 6

SV CID | Onderbouwing

september 2020 | 7

CID 2040 Uitgangspunten toekomst situatie Voor het berekenen van de ruimteclaims in de toekomstige situatie (CID 2040) zijn de vier vastgestelde gebiedsagenda’s (Policy Campus, College Campus, Security Campus en Campusboulevard) als uitgangspunt genomen (zie figuur 2).

Bebouwde vs. onbebouwde ruimte Bovengenoemde gebiedsagenda’s leggen een visie neer op de verdichting en transformatie rondom de drie grote stations in het CID; CS, HS en NOI. Het is met name rondom deze knopen dat de grootste verdichting plaats zal vinden. De programmatische opgave voor het CID zal dan ook voor het overgrote deel binnen deze gebiedsontwikkelingen terecht komen. Vandaar dat deze ontwikkelingen uitgangspunt zijn voor het berekenen van het aandeel bebouwde vs. onbebouwde ruimte in 2040. Voor de tussenliggende gebieden, waar minder programma zal worden toegevoegd, gaan we er van uit dat de intensivering van het programma plaatsvindt binnen de bestaande bouwvlakken. Het aandeel bebouwde vs. onbebouwde ruimte blijft daarmee voor die gebieden gelijk.

Figuur 2: Vastgestelde gebiedsagenda’s CID

september 2020 | 8

Grondslag berekening bebouwingspercentage De vier gebiedsagenda’s die als uitgangspunt dienen voor het berekenen van de ruimteclaims in de toekomstige situatie zijn ambitiedocumenten met een hoog abstractieniveau. In de verdere uitwerking van deze gebiedsagenda’s zullen de veelal grof weergegeven bouwblokken verder verfijnen tot bouwblokken die in schaal en maat aansluiten op het gebied; met straten en publieke, collectieve, of private (binnen)tuinen. Om te komen tot het aandeel bebouwde vs. onbebouwde ruimte in de toekomstige situatie is het dan ook van belang dat er een aanname wordt gedaan over het uiteindelijke bebouwingspercentage. Deze aanname hebben wij gemaakt op basis van twee gebieden in Laakhavens die momenteel worden uitgewerkt in het gebiedskader voor dit gebied. Laakhaven Midden wordt een hoogstedelijke gebied, en kan als blauwdruk dienen voor de andere hoogstedelijke gebieden in het CID. Het Schipperkwartier wordt een stedelijk gebied, welke als blauwdruk kan dienen voor andere stedelijke gebieden in het CID. Uit deze twee verfijningen volgen de onderstaande bebouwingspercentage voor de bouwblokken uit de gebiedsagenda: • •

54% voor hoogstedelijke gebieden met een aandeel van 25% private erven 54% voor stedelijke gebieden met een aandeel van 19% private erven

De gedetailleerde uitwerking van deze gebieden en cijfers is bekend in interne stukken en kunnen als vertrouwelijke informatie worden opgevraagd. De bijbehorende kaarten kunnen niet in deze bijlage worden gedeeld.

september 2020 | 9

Gebiedsgerichte berekeningen Niet alle gebieden in het CID zijn gelijk, en dit betekent dat niet alle gebieden op eenzelfde manier kunnen transformeren. Wanneer we kijken naar de afname van het aandeel functionele verkeersruimte in 2040, en het aandeel van de overgebleven onbebouwde ruimte die kan vergroenen, verschilt dit per gebied. Om dit zo goed mogelijk in beeld te brengen hebben we ervoor gekozen om de ruimtelijke structuren die ingrijpend gaan veranderen te scheiden van het totaal, zodat we deze apart kunnen beoordelen. Het gaat dan om: • • • • • • • • • •

De Campusboulevard De Pletterijkade De Weteringkade Het Rijswijkseplein De Waldorpstraat De Rijswijkseweg De Verheeskade Het Schipperskwartier De Beatrixlaan Het Schenkviaduct

Daarnaast hebben we de ruimtelijke structuren waar mogelijk grote gebruiksgroenen (parken) kunnen ontstaan ook van het totaal gescheiden om het effect van deze parken op de groennormering apart te kunnen beoordelen. Het gaat dan om: • •

De Utrechtsebaan Parkzone Laakhaven

Ook de ruimtelijke structuren die weinig kunnen veranderen hebben we gescheiden van het totaal om apart te beoordelen. Het gaat dan om: •

De spoorbundel & het mogelijke spoorpark t.p.v. het Centraal Station

De begrenzing van deze gebieden is bekend in interne stukken en kunnen als vertrouwelijke informatie worden opgevraagd. De bijbehorende kaarten kunnen niet in deze bijlage worden gedeeld.

september 2020 | 10

Aannames en berekeningen Afname functionele verkeersruimte en toename vergroening straatprofielen

Overige aannames

Uitgangspunten

De vier gebiedsagenda’s die als uitgangspunt dienen voor het berekenen van de ruimteclaims in de toekomstige situatie zijn ambitiedocumenten met een hoog abstractieniveau. In de verdere uitwerking van deze gebiedsagenda’s zullen de veelal grof weergegeven bouwblokken verder verfijnen tot bouwblokken die in schaal en maat aansluiten op het gebied; met straten en publieke, collectieve, of private (binnen)tuinen. In de berekeningen hebben wij de volgende aannames gedaan voor de bouwvlakken die meer dan één bouwblok verbeelden:

Er wordt gerekend met een totale afname van verkeersruimte voor auto’s van 55.860 m2. Dit is uit te splitsen in een afname van parkeerplaatsen in het CID en vrijgekomen ruimte in straatprofielen (voormalige rijbanen voor auto’s). Rijbanen • Inschatting vrijgekomen rijbanen: 37.860 m2 • Hiervan ruimte voor vergroening: 14.390 m2 Op basis van profieltekeningen van voorbeeld situaties wordt ingeschat dat 14.390 m2 kan worden omgezet van verharding naar groen. Dit is inclusief het vergroenen van een aantal trambanen. Parkeerplaatsen • Afname oppervlakte parkeerplaatsen: 18.000 m2 • Hiervan 20% ruimte voor vergroening: 3.600 m2 Op basis van inzichten wordt aangenomen dat 20% van de vrijgekomen ruimte van parkeerplaatsen kan worden vergroend. De overige 80% komt ten goede aan ruimte voor fietsers, voetgangers en fietsen. Het verhogen van het vergroeningspercentage levert maar een marginale opbrengst voor de groennormering op CID niveau.

Conclusies • • •

Van de ruimte voor autoverkeer in het CID (rijbanen en parkeerplaatsen) kan volgens deze globale schatting potentieel 55.860 m2 worden omgezet in een andere functie. Hiervan kan naar schatting 17.990 m2 worden omgezet in groen. Een groot deel van de vrijgekomen m2 is nodig om voetgangers, fietser en fietsen de ruimte te bieden.

Bebouwingspercentage bouwvlakken

Hoogstedelijke gebieden: • 54% bebouwingspercentage • 25% private erven (collectief en/of privaat binnenterrein Stedelijke gebieden: • 54% bebouwingspercentage • 18% private erven (collectief en/of privaat binnenterrein

Vergroening van private erven

Hier wordt al het niet publiek toegankelijke private terrein onder verstaan (i.e. tuinen en bedrijfsterreinen). Het is mogelijk dat (delen van) deze private erven zijn vergroend. Hier zijn echter geen gegevens van beschikbaar. De mate van vergroening die in de huidige situatie van het CID al aanwezig is op de private erven is dus onbekend en als zodanig niet meegenomen in de berekeningen. In de berekening voor het toekomst scenario “vergroenen private erven” en “ingrijpende vergroeningsingrepen incl vergroening private erven” gaan we er van uit dat uiteindelijke 50% van de private erven vergroend. Deze vergroening wordt toegekend als gebruiksgroen. Belangrijke kanttekening die hierbij gemaakt moet worden is dat ongeveer de helft van dit kwalitatieve gebruiksgroen zich op privaat erf bevindt. Een groot deel hiervan zal niet publiek toegankelijk blijven. Een inschatting maken van de mate waarin de huidige situatie verder moet vergroenen om dit percentage te behalen is echter onbekend.

Vergroening van de overige, niet-functionele, onbebouwde ruimte

Hieronder wordt bv. halfverharding verstaan, maar ook pleinruimtes en onbegroeide bermdelen. In de berekening voor het toekomst scenario “vergroenen overige niet-functionele ruimte” en “ingrijpende vergroeningsingrepen” gaan we er van uit dat uiteindelijk 40% van deze ruimte vergroend kan worden. Deze vergroening wordt toegekend als kijkgroen.

Het toevoegen van grote groenstructuren (parken) In het CID wordt nagedacht over het toevoegen van een aantal grote groenstructuren (parken); boven de sporen t.p.v. het spooremplacement van het centraal station, boven de Utrechtsebaan en in Laakhavens. In de berekning van de toekomstige scenario’s voor het CID waarin de parken worden meegenomen gaan we uit van de volgende aannames:

Park boven de Utrechtsebaan: • 20% bebouwingspercentage • Van de onbebouwde ruimte die overblijft na aftrek van het bebouwingsoppervlak is 70% vergroend en 30% verhard Park boven de sporen: • 0% bebouwingspercentage • Van de onbebouwde ruimte die overblijft na aftrek van het bebouwingsoppervlak is 70% vergroend en 30% verhard Park in Laakhavens: • 25% bebouwingspercentage • Van de onbebouwde ruimte die overblijft na aftrek van het bebouwingsoppervlak is 70% vergroend en 30% verhard Alle vergroening in deze grote groenstructuren (parken) wordt toegekend als gebruiksgroen.

september 2020 | 11

TOE WEL

Toekomst situatie

Totale oppervlakte 2.734.494 m2

28%

Enkel vergroening van de niet-functionele ruimte Diagram 10-13 toont het ruimtegebruik in de toekomstige situatie CID wanneer er wordt ingezet op het vergroenen van de overige niet-functionele onbebouwde ruimte. Hieronder wordt bv. halfverharding verstaan, maar ook pleinruimtes en onbegroeide bermdelen. In dit scenario wordt ingezet op het vergroenen van deze ruimtes met een aanname dat dit voor 40% mogelijk is.

Bebouwd terrein

771.018 m2

Onbebouwd terrein

1.993.476 m2

Specificatie onbebouwd terrein

1.963.476 m2

Functionele verkeersruimte

1.082.749 m2

Overige onbebouwde ruimte

880.727 m2

Specificatie overige onbebouwde ruimte

880.727 m2

72%

Groennormering

Hieronder worden voor de verschillende groendefinities het aantal m2 per woning in beeld gebracht. Basis van de berekening is het toekomstige woningaantal in het CID: 33.862 woningen.

straatgroen

water

groenvoorziening

groen + water

Kijkgroen In dit toekomst scenario wordt al het groen dat wordt toegevoegd in de vrijgekomen verkeersruimte gezien als kijkgroen. Ook de vergroening van de overige niet-functionele onbebouwde ruimte wordt toegekend aan het kijkgroen. groenvoorziening

groen totaal

45%

groen + water

Gebruiksgroen In dit toekomst scenario wordt geen gebruiksgroen toegevoegd aan het gebied. groen totaal

55%

Private erven Het aandeel groen op private erven is in deze berekening buiten beschouwing gelaten. 6,4 m2 kijkgroen per woning straatgroen

groenvoorziening

groen totaal

2,9 m2 gebruiksgroen per woning straatgroen

groenvoorziening water

groenvoorziening

groen totaal water

straatgroen

straatgroen

groen + water

groenvoorziening

water

groen + water

9,3 m2 totaal groen per woning groenvoorziening

groen totaal

3,3 m2 blauw per woning groen totaal

12% 11% 25%

18%

Private erven 295.270 m2 Kijkgroen

216.938 m2

Gebruiksgroen

97.097 m2

groen + water

12,6 m2 totaal groen + blauw per woning

groen + water

water

groen totaal

groen + water

Op dit moment is er geen definitie van het groen dat wordt bedoelt in de groennormering van 8m2 groen per woning. Wanneer we al het groen in het CID bij elkaar optellen, dan voldoet het CID in deze toekomst situatie aan de groennormering. Echter, wanneer we alleen kwalitatief gebruiksgroen (gebruiksgroen) beschouwen, zit het CID ruim onder de groennorm. Belangrijke kanttekening is dat de juistheid van de aanname dat 40% van de overige niet-functionele onbebouwde ruimte vergroend kan worden, nader onderzocht moet worden.

34%

Water 112.351 m2 Overige niet-functionele onbebouwde ruimte

159.070 m2

i.e. niet functionele (half-)verharding Diagram 10-13: Schijfdiagrammen van het toekomstige ruimtegebruik

september 2020 | 12

Toekomst situatie

Totale oppervlakte 2.734.494 m2

27%

Enkel het toevoegen van grote groenstructuren (parken) Diagram 14-16 toont het ruimtegebruik in de toekomstige situatie CID wanneer er wordt ingezet op het toevoegen van een aantal grote groenstructuren (parken) in het CID; boven de sporen t.p.v. het Centraal Station, boven de Utrechtsebaan en in Laakhavens.

Bebouwd terrein

747.718 m2

Onbebouwd terrein

1.986.776 m2

Specificatie onbebouwd terrein

1.986.776 m2

Functionele verkeersruimte

1.054.308 m2

Overige onbebouwde ruimte

932.468 m2

Specificatie overige onbebouwde ruimte

932.468 m2

73%

Groennormering

Hieronder worden voor de verschillende groendefinities het aantal m2 per woning in beeld gebracht. Basis van de berekening is het toekomstige woningaantal in het CID: 33.862 woningen.

straatgroen

water

groenvoorziening

groen + water

Kijkgroen In dit toekomst scenario wordt al het groen dat wordt toegevoegd in de vrijgekomen verkeersruimte gezien als kijkgroen. groenvoorziening

groen totaal

47%

Gebruiksgroen In dit toekomst scenario wordt al het groen dat wordt toegevoegd in deze grote groenstructuren toegekend aan gebruiksgroen. groen + water

groen totaal

Private erven Het aandeel groen op private erven is in deze berekening buiten beschouwing gelaten.

53%

3,3 m2 kijkgroen per woning straatgroen

groenvoorziening

groen totaal

4,6 m2 gebruiksgroen per woning straatgroen

groenvoorziening water

groen totaal groen + water

7,9 m2 totaal groen per woning groenvoorziening water

straatgroen

straatgroen

groen totaal

groen + water

groenvoorziening

water

groen totaal

groen totaal

3,3 m2 blauw per woning groen + water

11,2 m2 totaal groen + blauw per woning

groen + water

water

groenvoorziening

12% 17%

Private erven 293.482 m2

12%

Kijkgroen

31%

Gebruiksgroen 155.443 m2

groen + water

Op dit moment is er geen definitie van het groen dat wordt bedoelt in de groennormering van 8m2 groen per woning. Wanneer we al het groen in het CID bij elkaar optellen, dan voldoet het CID in deze toekomst situatie net niet aan de groennormering. Echter, wanneer we alleen kwalitatief gebruiksgroen (gebruiksgroen) beschouwen, zit het CID ruim onder de groennorm. Wel is er +/- 2 keer zoveel oppervlakte gebruiksgroen dan wanneer er geen grote parkstructuren worden toegevoegd in het CID.

28%

110.891 m2

Water 112.351 m2 Overige niet-functionele onbebouwde ruimte

260.301 m2

i.e. niet functionele (half-)verharding Diagram 14-16: Schijfdiagrammen van het toekomstige ruimtegebruik

september 2020 | 13

Conclusies & aanbevelingen Verhouding bebouwde vs. onbebouwde ruimte • • •

In het CID kunnen de voorgestelde 20.500 woningen worden toegevoegd binnen de bestaande bouwvlakken. Hiermee verandert het ruimtegebruik nauwelijks: in het CID zal in 2040 maar 1% meer oppervlakte bebouwd zijn dan in de huidige situatie Dit is toe te wijden aan het intensiveren van de bebouwingsvoetprint door hoogbouwontwikkeling en het inzetten van dubbel ruimtegebruik voor zowel nieuwe bebouwing als nieuwe openbare ruimte (boven de sporen, boven de Utrechtsebaan en onder de viaducten).

• •

•

Aandeel functionele verkeersruimte nu & in 2040 •

• • • • •

Op basis van de huidige en nieuwe profielen van de grote autostructuren in het gebied en de tussenliggende 30km/h wegen is een inschatting gemaakt van de afname van het aandeel functionele verkeersruimte. Het aandeel verkeersruimte voor de auto neemt af, dit is zowel een afname van het aandeel rijbanen als een afname van het aantal parkeerplaatsen in het gebied. Bij elkaar is dit 5%. Deze berekening laat zien dat het aandeel functionele verkeersruimte nauwelijks afneemt, de afname is slechts 3%. Het grootste gedeelte van deze vrijgekomen ruimte komt ten goede aan de voetganger en de fietser en blijft daarmee functionele verkeersruimte. Van de vrijgekomen verkeersruimte voor het parkeren van de auto kan 20% worden ingezet voor vergroening. Deze vergroening van de vrijgekomen functionele verkeersruimte komt ten goede aan het aandeel kijkgroen.

Welk aandeel van de onbebouwde ruimte, geen functionele verkeersruimte zijnde, kan worden ingezet voor vergroening? • • • • •

Groennormering • •

•

In de gereedsschapskist openbare ruimte CID wordt een groennorm van 8 m2 groen per woning voorgeschreven. Uit deze documentatie kan geconcludeerd worden dat de kwantitatieve groennorm wordt gehaald in alle toekomst scenario’s van het CID. Er is ook in 2040 8 m2 groen per woning aanwezig wanneer al het groen en het blauw bij elkaar wordt opgeteld. Wanneer er echter alleen gekeken wordt naar het groen (en niet het blauw), dan voldoet het toekomstige CID scenario waarin alleen de vrijgekomen verkeersruimte vergroend niet

aan de groennorm. Het toevoegen van de parkstructuren is net niet voldoende om aan de norm van 8 m2 groen te voldoen. Bovendien is maar een beperkt aandeel van dit groen ook daadwerkelijk kwalitatief gebruiksgroen (gebruiksgroen). Om meer groen toe te voegen aan het CID is het belangrijk in te zetten op extra vergroeningsingrepen zoals bijvoorbeeld het vergroenen van private erven, het vergroenen van de overige, niet-functionele, onbebouwde ruimte, en het toevoegen van grote gebruiksgroenen in het gebied. Het meest effectief is het scenario dat verschillende vergroeningsingrepen combineerd. In dit scenario is er zowel voldoende kijkgroen (dit heeft een belangrijke klimaatfunctie) als voldoende gebruiksgroen.

•

•

•

Een groot aandeel van de onbebouwde ruimte zijn de private erven. Dit zijn alle niet publiek toegankelijke private terrein (i.e. tuinen en bedrijfsterreinen). Wanneer er gestuurd wordt op het vergroenen van deze private ervan komt er veel meer groen in het CID. Een groot aandeel van dit groen kan dan worden aangemerkt als gebruiksgroen. Belangrijke kanttekening is wel dat dit gebruiksgroen voor het grootste deel niet publiek toegankelijk zal zijn. De mate waarin de private erven van het CID moeten vergroenen om dit percentage te halen is oa. afhankelijk van de huidige vergroening van private erven. Ook kan er ingezet worden op het vergroenen van de overige onbebouwde ruimte, niet-functionele verkeersruimte Hieronder wordt bv. halfverharding verstaan, maar ook pleinruimtes en onbegroeide bermdelen. In deze documentatie zijn we er vanuit gegaan dat 40% van deze ruimte mogelijk zou kunnen vergroening (e.g. door het vergroenen van pleinen en het vervangen van onbegroeide voor begroeide bermen). Deze vergroening zal voornamelijk ten goede komen aan het kijkgroen.

In welke mate kunnen grote gebruiksgroenen worden toegevoegd aan het gebied? • •

•

Door het toevoegen van grote parkstructuren in het CID is het mogelijk om meer gebruiksgroen toe te voegen Het toevoegen van deze grote parkstructuren staat de bouwopgave niet in de weg. Dit komt enerzijds omdat langs de randen van deze parkstructuren de bebouwing verder geïntensiveerd kan worden, en anderzijds omdat er wordt gekeken naar dubbel ruimtegebruik (i.e. het toevoegen van parken boven de spoorbundel en boven de Utrechtsebaan) Wanneer deze parkstructuren aan het gebied worden toegevoegd wordt een groter aandeel van het groen in het CID gebruiksgroen.

Optimalisatie •

•

De huidige berekeningen kunnen nog verder geoptimaliseerd worden. In de nota Eyeline-Skyline wordt voorgeschreven dat 100% van de stedelijke laag terug moet komen als horizontale, toegankelijke, buitenruimte. Minimaal 60% van deze buitenruimte moet worden vergroend. Deze vergroening is in de huidige berekening niet meegenomen. Deze vergroening boven maaiveld zal deels publiek of semipubliek zijn (bv. publiek of collectief dakpark) en deels privaat (bv. balkons). Hier zou gestuurd moeten worden op een zo groot mogelijk aandeel publiek toegankelijke ruimte, en een zo groot mogelijk aandeel groene ruimte.

Beperkingen van het onderzoek •

•

•

Vanuit de mobiliteitsberekeningen worden er aannames gedaan over de maten van de toekomstige fiets- en voetpaden. In een volgende fase kan het aandeel groen in het straatprofiel nauwkeurig bekeken worden door te toetsen hoeveel maat deze verkeerstructuren daadwerkelijke nodig hebben. De huidige berekeningen zijn gemaakt op basis van de vier vastgestelde gebiedsagenda’s. Er zal nog moeten blijken of de volle 100% van het programma uit de structuurvisie ook binnen deze gebiedsontwikkeling kan worden gerealiseerd. Er is in deze berekeningen nog geen rekening gehouden met het toevoegen van extra water in het CID.

september 2020 | 14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9574375/1