CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS307135 bijlage 3 3

Commissie Ruimte 23 juni 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Gewijzigd raadsvoorstel van het college inzake Structuurvisie Central Innovation District2.427 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvulling MER CID Wijze bepaling effecten en doelbereik

Gemeente Den Haag 24 september 2020

Project Opdrachtgever

Document Status Datum Referentie

Projectcode Projectleider Projectdirecteur

Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door

Aanvulling MER CID Gemeente Den Haag

Wijze bepaling effecten en doelbereik Definitief 24 september 2020 122590/20-014.295

122590 P.A. Feij MSc A.M. Springer-Rouwette MSc

P.A. Feij MSc F.D. Kesmer MSc P.A. Feij MSc

Paraaf

Adres

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Catharijnesingel 33 Postbus 24087 3502 MB Utrecht +31 (0)30 765 19 00 www.witteveenbos.com KvK 38020751

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.

INHOUDSOPGAVE

1.1

Wijze van bepaling effecten en doelbereik

5

1.2

Algemene toelichting op grondslagen voor beoordeling

6

1.3

Toelichting op gehanteerde grondslag voor beoordeling per thema

7

1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.3.4 1.3.5

7 8 8 9 10

1.4

Mobiliteit Gezondheid en leefbaarheid Klimaatbestendigheid Energietransitie en circulariteit Hoogstedelijkheid en concurrentiekracht

Conclusie

11

Laatste pagina

11

Bijlage(n) -

Aantal pagina's

1.1

Wijze van bepaling effecten en doelbereik

De Commissie m.e.r. geeft aan dat scores in de beoordelingstabellen in het MER moeilijk navolgbaar zijn vanwege het gebruik van verschillende grondslagen. De Commissie adviseert deze twee grondslagen voor beoordeling te verhelderen in een aanvulling.

Wat adviseert de Commissie?1 Het MER geeft in tabellen weer wat de milieueffecten zijn. Het werken met twee groepen criteria (milieueffecten en doelbereik) met verschillende grondslagen (referentiesituatie en doelen) is voor de lezer moeilijk navolgbaar. In het ene geval betekent een ‘+’ een positief effect ten opzichte van de referentiesituatie, in het andere geval een positieve bijdrage aan het doel. Binnen één scoringsmaatstaf (aantal plussen) worden zelfs verschillende grondslagen gehanteerd2. Dit maakt het lezen van de tabellen met effecten lastig en moeilijk navolgbaar. Het zou inzichtelijker zijn om te kiezen voor het één of het ander, maar geen mix. De Commissie adviseert om in een aanvulling op het MER voorafgaand aan de besluitvorming de wijze van scoren met twee grondslagen (referentiesituatie en doel) te verhelderen en bij elke tabel aan te geven wat de grondslag voor de scores is. Paragraaf 1.2. van deze notitie geeft een algemene toelichting op de gehanteerde grondslagen voor beoordeling en hoe dit voortkomt uit de gekozen methode. Paragraaf 1.3 geeft per thema, aspect en criterium concreet aan welke grondslag gehanteerd is bij de beoordelingstabellen.

1

Zie paragraaf 2.4 van het voorlopig advies.

2

‘Een positieve beoordeling is een indicatie van een (merkbare) verbetering ten opzichte van de referentiesituatie. Een zeer positief effect ontstaat wanneer de verbetering dermate groot is dat de doelen op dat thema worden behaald’, zie pag. 46 van het MER.

5 | 11

Witteveen+Bos | 122590/20-014.295 | Definitief

1.2

Algemene toelichting op grondslagen voor beoordeling

De onduidelijkheid die de Commissie opmerkt komt voort uit keuze om in het MER CID een integraal beoordelingskader te hanteren. Dit heeft doorgewerkt op een aantal plekken in de onderzoeksmethode in hoofdstuk 5 en kan door de beschrijving de indruk wekken dat afwisselend en schijnbaar willekeurig op basis van verschillende grondslagen effecten bepaald en beoordeeld worden. Dat is niet het geval. Er is een duidelijke werkwijze en hoofdregel die gevolgd is in het MER. Er zijn ook enkele uitzonderingen en bijzonderheden die de Commissie opmerkt. In deze paragraaf wordt dit verduidelijkt. Hoofdregel: effecten zijn afgezet tegen de referentiesituatie Het integrale beoordelingskader in het MER CID is gebaseerd op de ambities uit het Coalitieakkoord en bevat naast brede leefomgevingsambities ook ambities ten aanzien van de groei van de stad. De zes beoordelingsthema’s die de kapstok vormen voor het beoordelingskader zijn geformuleerd als ambities en doelen1. In het MER zijn de zes beoordelingsthema’s uitgewerkt tot een beoordelingskader waarin effecten worden afgezet tegen een referentiesituatie2. Dit is de gebruikelijke en wettelijk voorgeschreven methode waarmee effecten worden bepaald en beoordeeld3.

Er is daarmee geen sprake van een mix van beoordeling van effecten en doelbereik op basis van verschillende grondslagen zoals de algemene beoordelingsschaal uit het MER ten onrechte suggereert4. Ook bij niet-milieuthema’s als mobiliteit, hoogstedelijkheid en concurrentiekracht is zijn de effecten afgezet tegen een referentiesituatie. Uitzonderingen en bijzonderheden Er zijn enkele uitzonderingen en bijzonderheden op de hierboven beschreven hoofdregel. Deze staan in onderstaande tabel weergegeven. Het gaat om: - de grondslag voor het thema energietransitie en circulariteit: de beoordeling van de aspecten circulariteit bebouwing en afval is vanwege diverse beperkingen afgezet tegen de beoogde doelen en niet tegen de referentiesituatie. De beoordelingswijze komt daarmee niet overeen met de systematiek passend bij de m.e.r. en wijkt af van de rest van het MER CID. Ondanks deze methodische afwijking is de milieuinformatie voor dit criterium betrouwbaar en bruikbaar voor de besluitvorming zoals in paragraaf 1.3.4 wordt toegelicht; - het type criterium: niet alle effecten zijn ook milieueffecten. Dit speelt bij de thema’s mobiliteit, hoogstedelijkheid en concurrentiekracht. Het onderscheid tussen milieueffecten en overige effecten leidt niet tot een andere beoordeling of afweging van de (milieu)gevolgen die staan beschreven in het MER.

Tabel 1.1 Overzicht van de gehanteerde criteria en grondslagen per thema van het MER CID Thema

Type criterium

Grondslag

mobiliteit

effecten: een combinatie van milieueffecten (aspect verkeersveiligheid) en overige effecten (andere aspecten)

referentiesituatie

gezondheid en leefbaarheid

milieueffecten

referentiesituatie

klimaatbestendigheid

milieueffecten

referentiesituatie

energietransitie en circulariteit

milieueffecten

deels referentie/ deels doelen

hoogstedelijkheid en concurrentiekracht

effecten (geen van allen milieueffecten)

referentiesituatie

1

Zie tabel 5.3 van het MER CID.

2

Zie tabel 5.4 van het MER CID.

3

Zie artikel 7.7, lid 1 onder f van de Wet milieubeheer.

4

Zie tabel 5.5. van het MER CID.

6 | 11

Witteveen+Bos | 122590/20-014.295 | Definitief

1.3

Toelichting op gehanteerde grondslag voor beoordeling per thema

1.3.1

Mobiliteit

Onderstaande aspecten en criteria zijn gebruikt om het effect van de alternatieven te beoordelen ten opzichte van de referentiesituatie. Aspecten als vervoerskeuze en bereikbaarheid van auto, OV en langzaam verkeer leiden niet direct tot een milieueffect, maar geven wel input aan andere aspecten waarmee indirect wel een milieueffect optreedt. De effecten op verkeer zijn namelijk bepalend voor diverse verkeersgerelateerde milieueffecten zoals geluid en luchtkwaliteit (gezondheid) of stikstofdepositie (natuur) die in andere thema’s worden beschreven en beoordeeld. Daarom zijn deze aspecten in het MER opgenomen. Alleen bij de criteria onder het aspect verkeersveiligheid is sprake van een (direct) milieueffect, omdat dit directe invloed heeft op de menselijke gezondheid en veiligheid.

Tabel 1.2 Beoordeling van de effecten op thema mobiliteit Aspect

Criterium

vervoerskeuze

autobereikbaarheid

bereikbaarheid met het OV

bereikbaarheid met langzaam verkeer

verkeersveiligheid

7 | 11

Alternatieven 1A

1B

2A

2B

3A

3B

mate waarin percentage autogebruik wordt teruggedrongen

-

-

+

++

++

++

robuustheid van het fietsnetwerk

+

+

++

++

++

++

robuustheid van het OV netwerk

0

0

+

+

++

++

robuustheid van het autonetwerk

0

0

-

-

--

--

robuustheid totale netwerk

0

0

+

+

+

+

verliestijd autoverkeer in het plangebied

--

--

0

0

++

++

verliestijd van autoverkeer op hoofdwegen rondom plangebied

-

-

0

0

+

+

bereikbaarheid van mensen, arbeidsplaatsen en voorzieningen binnen 45 minuten

0

0

0

0

0

0

intensiteiten/capaciteiten per lijn

--

--

+

+

++

++

verliestijden OV-lijnen in het plangebied

--

--

+

+

0

0

bereikbaarheid van mensen, banen en voorzieningen binnen 45 minuten

0

0

+

+

++

++

aantal fietsers op aandachtsroutes

+

+

++

++

++

++

aantal voetgangers per m2 voor hen beschikbare ruimte

-

-

+

+

+

+

verliestijd langzaam verkeer in het plangebied

+

+

+

+

++

++

bereikbaarheid van mensen, banen en voorzieningen binnen 45 minuten

+

+

++

++

++

++

mate van aaneengesloten verblijfsgebieden zonder doorgaand autoverkeer

--

--

++

++

++

++

mate van concentratie autoverkeer op hoofdwegen

0

0

++

++

++

++

infrastructurele barrières

+

+

+

+

++

++

Witteveen+Bos | 122590/20-014.295 | Definitief

1.3.2

Gezondheid en leefbaarheid

De effecten voor dit thema zijn beschreven en beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie.

Tabel 1.3 Beoordeling van de effecten op thema gezondheid en leefbaarheid Aspect

Criterium

Alternatieven 1A

1B

2A

2B

3A

3B

wegverkeer

--

--

-

-

-

-

railverkeer

0

0

0

0

0

0

cumulatie van geluid

--

--

-

-

-

-

stikstofdioxide

-

-

0

0

0

0

fijnstof

-

-

0

0

0

0

zeer fijnstof

0

0

0

0

0

0

milieugezondheidsrisico’s

-

-

+

+

+

+

externe veiligheid

-

-

-

-

-

-

gezond gedrag

-

-

+

+

+

+

sociale veiligheid

+

+

++

++

++

++

cultuurhistorie

-

-

-

-

-

-

hinder tijdens de bouw

--

--

--

--

--

--

geluid

luchtkwaliteit

1.3.3

Klimaatbestendigheid

De effecten voor dit thema zijn beschreven en beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie.

Tabel 1.4 Beoordeling van de effecten op thema klimaatadaptatie Aspect

Criterium

bodem

water

natuur

stadsklimaat

8 | 11

Alternatieven 1A

1B

2A

2B

3A

3B

bodemkwaliteit

+

+

+

+

+

+

bodemgesteldheid

0

0

0

0

0

0

waterkwaliteit

0

0

0

0

0

0

risico op wateroverlast

0

0

0

0

0

0

natura 2000

--

--

--

--

--

--

beschermde soorten

-

-

-

-

-

-

natuurnetwerk Nederland

0

0

0

0

0

0

hittestress

--

--

-

-

-

-

Windhinder

-

-

-

-

-

-

Witteveen+Bos | 122590/20-014.295 | Definitief

1.3.4

Energietransitie en circulariteit

De effecten voor dit thema zijn beschreven als effect ten opzichte van de referentiesituatie. Om dit thema als een milieueffect (in plaats van een energiedoelstelling) te kunnen beschrijven is als criterium de CO2-uitstoot gehanteerd. De mate van toe- of afname van CO2-uitstoot geeft namelijk een indicatie van de impact op het klimaat (een milieueffect). Afwijkende grondslag voor het criterium CO2-uitstoot van het materiaalgebruik Het criterium ‘CO2-uitstoot van het materiaalgebruik’ is gebruikt bij het bepalen van effecten. De gehanteerde beoordelingsschaal in tabel 2.8 van het deelrapport Energietransitie en circulariteit kent een grondslag die gebaseerd is op een doel (de doelen uit het Rijksbreed programma Circulaire Economie) en niet op de referentiesituatie. Dat is een afwijking van de gebruikelijke grondslag, namelijk de referentiesituatie. De beoordelingswijze wijkt af van de beoordeling van de andere thema’s in het MER CID. De reden voor deze afwijkende grondslag ligt in de diverse beperkingen en bijzonderheden bij het bepalen en beoordelen van effecten op het aspect circulariteit. Deze staan hieronder nader toegelicht. Milieu-informatie voor het criterium CO2-uitstoot van het materiaalgebruik betrouwbaar en bruikbaar Ondanks deze afwijkende grondslag is de informatie en beoordeling voor het criterium betrouwbaar en bruikbaar.

Namelijk: zonder een strategie voor circulair bouwen leiden alle alternatieven tot een sterke toename van CO2-uitstoot door materiaalgebruik. Alternatieven met een minimaal bouwprogramma met een (sterk) sturende mobiliteitsstrategie vergroten de kansen op het beperken van CO 2-uitstoot door materiaalgebruik door een beperktere bouwopgave en een intensiever te gebruiken infrastructuur. Daarom is aan alternatieven 2A en 3A een negatieve beoordeling toegekend (-) en aan de overige alternatieven een zeer negatieve beoordeling (--) (zie tabel 1.5).

Tabel 1.5 Beoordeling van de effecten op thema Energietransitie Aspect

Criterium

Alternatieven 1A

1B

2A

2B

3A

3B

energie in de gebouwde omgeving

CO2-uitstoot door gebouwde omgeving

--

--

--

--

--

--

energie mobiliteit

CO2-uitstoot mobiliteit

--

--

0

0

0

0

circulariteit

CO2-uitstoot van het materiaalgebruik

--

--

-

--

-

--

mate van gescheiden afvalinzameling

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Nadere toelichting op bijzonderheden en beperkingen van het aspect circulariteit. Een vergelijking van de effecten met de referentiesituatie kent voor de criteria CO2-uitstoot door gebouwde omgeving en CO2-uitstoot door materiaalgebruik enkele beperkingen. Alle alternatieven voorzien namelijk in een forse toename van het aantal inwoners en gebruikers in het CID. Dit leidt in alle gevallen tot een aanzienlijke toename van materiaalgebruik en energievraag. Dit is beoordeeld als een (zeer) negatief effect (tabel 1.5). Ondanks de verschillen tussen de alternatieven neemt de CO2-uitstoot in alle gevallen fors toe. Een vergelijking met een referentiealternatief (‘business as usual’) bleek vanwege te beperkte informatie op dit besluitvormingsniveau en de te grote stapeling van aannames niet haalbaar. Om desondanks bruikbare beslisinformatie te bieden, is in de beschrijving van de effecten naast een vergelijking met de referentiesituatie ook een vergelijking gemaakt met de ambities en doelen die gemeente Den Haag heeft gesteld op het gebied van energie en circulariteit. Hierdoor is zoals aangegeven ten onrechte een afwijkende grondslag gebruik in de beoordelingsschaal in 2.8.

9 | 11

Witteveen+Bos | 122590/20-014.295 | Definitief

De aspecten circulariteit in het bijzonder bleken in het MER CID niet gemakkelijk uit te werken, vanwege het ontbreken van een strategie voor circulair bouwen en onzekerheid over het gebruik van materialen (beschikbaarheid, herkomst, type, massa en volume). Complicerende factor is dat circulariteit de systeemgrenzen van het plangebied overstijgt. De mate waarin hergebruik van materialen in het gebied mogelijk is hangt af van de beschikbaarheid van materialen binnen en buiten het plangebied. Ook kan het zo zijn dat materialen van de te slopen gebouwen in het CID niet in het gebied worden hergebruikt, maar elders en later. Het criterium ‘mate van gescheiden afvalinzameling’ is buiten beschouwing gelaten in de beoordeling omdat bleek dat de CO2-uitstoot niet afhankelijk is van gebiedsspecifieke keuzes in het CID, maar van het algemene afvalinzamelingbeleid van gemeente Den Haag dat vooralsnog uitgaat van na-scheiding. In de beschrijving is wel aangeven welke factoren een rol spelen.

1.3.5

Hoogstedelijkheid en concurrentiekracht

De effecten voor dit thema zijn beschreven en beoordeeld ten opzichte van een referentiesituatie. De effecten zijn geen van allen directe milieueffecten, maar wel relevant met het oog op het bieden van beslisinformatie over het behalen van doelen.

Tabel 1.6 Beoordeling van de effecten op hoogstedelijkheid en concurrentiekracht Aspecten

Criteria

Score 1A

1B

2A

2B

3A

3B

adressen- en/of bebouwingsdichtheden

+

++

+

++

+

++

gemiddelde woninggrootte

-

-

-

-

-

-

verhouding tussen wonen en overige gebruiksfuncties werken/detailhandel/voorzieningen

+

++

+

++

+

++

mix van woonmilieus

+

++

+

++

+

++

mogelijkheden voor zelfbouw

-

-

-

-

-

-

publiek toegankelijke ruimte

-

-

+

+

+

+

kwaliteit van de publieke ruimte

-

-

+

+

++

++

ruimte voor economische functies

+

++

+

++

+

++

betaalbare plekken voor bedrijvigheid

-

-

-

-

-

-

innovatiecapaciteit

innovativiteit

+

++

+

++

+

++

infrastructuur

multimodale bereikbaarheid

-

-

+

+

++

++

hoogstedelijkheid verdichting

functiemenging

openbare ruimte

concurrentiepositie economische structuur

10 | 11

Witteveen+Bos | 122590/20-014.295 | Definitief

1.4

Conclusie

De Commissie geeft in haar advies aan dat scores in de beoordelingstabellen in het MER moeilijk navolgbaar zijn vanwege het gebruik van verschillende grondslagen. In deze aanvulling is de wijze van bepalen van effecten en doelbereik verhelderd. Er is toegelicht dat de effecten in het MER CID volgens de gebruikelijke en wettelijk voorgeschreven methode in beeld zijn gebracht, namelijk met de referentiesituatie als grondslag voor de beschrijving en beoordeling van effecten. Uitzondering hierop is het aspect circulariteit waar de grondslag voor de beoordeling is gebaseerd op een doelstelling. Die uitzondering en enkele andere bijzonderheden leiden niet tot een andere beschrijving of beoordeling van effecten en hebben daarmee geen invloed op de informatie die het MER biedt voor de besluitvorming over de Structuurvisie CID.

11 | 11

Witteveen+Bos | 122590/20-014.295 | Definitief

www.witteveenbos.com

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9647563/1