RIS307081 Bijlage
Tekst van het document
Omgevingsvisie Den Haag Startnotitie
10 december 2020
Inhoudsopgave
1. Inleiding Waarom (nu) werken aan een omgevingsvisie? Doel van de startnotitie Opzet van de startnotitie 2. Waarom een nieuwe visie op de stad? Groei van de stad Dynamiek achter de groei Transities 3. De Omgevingswet als vehikel De nieuwe Omgevingswet kort toegelicht De omgevingsvisie 4. Scope omgevingsvisie Den Haag Haags beleid als vertrekpunt Planhorizon Gebiedsafbakening Participatie 5. Uit te werken thema’s & opgaven Zeven hoofdopgaven Gebieden met verschillende dynamiek Den Haag op verschillende schaalniveaus 6. Vervolgstappen Opstellen ambitiedocument Uitwerking van de opgaven, formuleren van scenario’s en m.e.r. Opstellen van de visie Bijlagen: -De beleidscyclus binnen de Omgevingswet -Stappenplan vervlechten omgevingsvisieproces en planMER -Relevante beleidsnota’s en beleidsdocumenten voor de fysieke leefomgeving
10 december 2020
2
1
Inleiding
1.1
Waarom (nu) werken aan een omgevingsvisie?
Met de nieuwe Omgevingswet, die naar verwachting per 1 januari 2022 in werking zal treden, worden gemeenten verplicht een omgevingsvisie voor het eigen grondgebied op te stellen. De omgevingsvisie is een lange termijnvisie waarin de gemeente aangeeft wat de kwaliteiten zijn van de fysieke leefomgeving en op welke wijze deze kwaliteiten ontwikkeld of beschermd moeten worden in het licht van trends en ontwikkelingen die op de stad afkomen. De ontwikkeling van deze lange termijnvisie is nodig, omdat de uitdagingen voor Den Haag omvangrijk en complex zijn. De gemeente Den Haag heeft daarbij hoge ambities voor toekomstbestendige stedelijke ontwikkeling. De doelstelling is om tot 2040 minstens 50.000 woningen te bouwen, met bijbehorende werkgelegenheid (1 werkplaats voor elke 2 extra inwoners) en vorm te geven aan een duurzame inrichting van de openbare buitenruimte. Met de verdichting van de stad worden de kwaliteitsaspecten nog belangrijker. De stad wordt intensiever gebruikt en we stellen hoge eisen aan onze leefomgeving. Tegelijkertijd biedt verdichting van de stad – en bijbehorende functiemening - juist ook kansen voor de Hagenaren en Haagse bedrijven. Het ‘managen’ van de groei van de stad, het omgaan met de grote dynamiek achter de bevolkingsgroei en het bieden van antwoorden voor een duurzame en toekomstbestendige groei van de stad vragen om een samenhangende aanpak.
Deze samenhangende aanpak is noodzakelijk omdat verdichting, energietransitie, bereikbaarheid en klimaatadaptatie in een sterk verstedelijkt gebied als Den Haag bij elkaar komen en effect hebben op de fysieke leefomgeving. Dat vraagt om daadkrachtige keuzes op basis van een lange termijnvisie voor de hele stad. Daarmee werken we aan een stad waar mensen willen wonen, werken en studeren en bezoekers graag komen. Dat is de basis voor een vitale stad. De gemeentelijke omgevingsvisie biedt de mogelijkheid om – rekening houdend met sectorale ontwikkelingen – tot meer noodzakelijk integraal afgewogen keuzes te komen. Daarmee kunnen raad en college sturen op de gestelde bestuurlijke ambities binnen het fysieke domein met aandacht voor (de bekostiging van de) ontwikkelingsopgave, gebruik en beheer & onderhoud. Die sturing zal ook meer toegespitst moeten worden op het daadwerkelijk tot uitvoering brengen van (complexe) binnenstedelijke (bouw) plannen, welke over het algemeen een lange voorbereidingstijd kennen. De sturingsinvloed van de gemeente op de gewenste ambities is daarbij beperkt. Een stad maak je samen, de gemeente kan het niet alleen. We willen richting geven en ruimte bieden om gezamenlijk die gewilde stad te maken. De omgevingsvisie biedt daarvoor een instrument, maar staat niet op zichzelf.
In de omgevingsvisie Den Haag zal nadrukkelijk aandacht moeten worden gegeven aan de sturingsfilosofie in relatie tot de gewenste ontwikkelambities en de bijbehorende beheersopgave. Hiermee is de omgevingsvisie ook expliciet een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van overheid en samenleving. Het ontwikkelen van een omgevingsvisie biedt een uitgelezen kans om invulling te geven aan de nieuwe manier van werken die met de Omgevingswet wordt beoogd. De brede maatschappelijke opgaven vragen om brede maatschappelijke allianties. Stedelijke ontwikkeling is daarmee geen zaak (meer) van de overheid alleen. Dat geldt voor gemeentegrens overstijgende uitdagingen op het gebied van klimaat, woningbouw, groen en mobiliteit, maar ook voor initiatieven van bewoners en ondernemers in de stad. Deze burgers en ondernemers stellen hoge eisen aan de kwaliteit van leven, aan de leefomgeving en het vestigingsklimaat in de stad en
10 december 2020
3
voelen zich tegelijkertijd verantwoordelijk voor de kwaliteit van hun leefomgeving. We gaan de kennis, energie en draagvlak in de stad vaker en beter benutten. Het gezamenlijk opstellen van een omgevingsvisie helpt dan ook bij het uitwerken en concretiseren van nieuwe begrippen als (fysieke) leefomgeving, integraliteit en omgevingskwaliteit uit de Omgevingswet. Kortom, er is een visie nodig die inspeelt op de regionale én lokale dynamiek en tegelijkertijd rekening houdt met uiteenlopende belangen en specifieke omstandigheden. 1.2
Doel van de startnotitie
Met deze startnotitie schetst het college op hoofdlijnen de beoogde denkrichting voor de inhoud en het proces om te komen tot de omgevingsvisie Den Haag. De startnotitie bouwt voort op bestaand beleid binnen het terrein van de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie zal uiteindelijk stapsgewijs bestaand beleid vervangen en vervolgens een formeel kader gaan bieden voor beleidsdocumenten die voortkomen uit de ambities die we in de omgevingsvisie formuleren. De omgevingsvisie werkt tevens door in het omgevingsplan. Een basis voor deze (raads-) opdracht is geformuleerd bij de vaststelling van de Agenda Ruimte voor de Stad (december 2015, RIS 295016). 1.3
Opzet van de startnotitie
Deze startnotitie zal eerst beknopt ingaan op de urgente opgaven voor Den Haag en waarom er een omgevingsvisie nodig is. Hoofdstuk 3 zal ingaan op de context van de Omgevingswet en de plaats die de omgevingsvisie inneemt binnen het nieuwe wettelijke instrumentarium. Hoofdstuk 4 beschrijft de scope van de omgevingsvisie. Hierbij wordt aandacht besteed aan de inhoud van de omgevingsvisie, de planhorizon, gebiedsafbakening en de rol van participatie. Hoofdstuk 5 gaat in op de opgaven waarvoor de omgevingsvisie een antwoord zou moeten formuleren. Het laatste hoofdstuk geeft verder inzicht in de inhoudelijke vervolgstappen om samen met de stad te komen tot een omgevingsvisie voor Den Haag. Hierbij wordt ingegaan op de samenhang met de op te stellen milieueffectrapportage en de samenhang met de gebiedsvisies die voor Zuidwest en de Binckhorst in ontwikkeling zijn en de verkenningen in het kader van de Schaalsprong OV.
10 december 2020
4
2
Waarom een nieuwe visie op de stad?
2.1
Groei van de stad
In de komende 2 decennia groeit de stad met ongeveer 100.000 inwoners. Ook de regio groeit fors. Dat vraagt om meer woningen, werkgelegenheid, voorzieningen, groen en verplaatsingen en technische infrastructuur (riolering, energie, water, digitaal). Den Haag heeft weinig (tot geen) mogelijkheden tot uitbreiding. Door het relatief kleine oppervlak en de krappe gemeentegrenzen heeft onze stad de hoogste inwonerdichtheid van Nederland. De ligging van Den Haag aan zee maakt het extra lastig om uit te breiden: de kustlijn is vooralsnog een harde grens aan de groei. Wat betekent deze begrensde ruimtelijke uitgangspositie voor de urgente opgaven van Den Haag? De uitdaging is om die groei op te vangen binnen de grenzen van de bestaande stad. Het bestuurlijke uitgangspunt is dat groei in principe moet worden ingepast in de bestaande stad. Wat betekent dit voor de voorwaarden voor een duurzame en toekomstbestendige groei van De Haag? We willen de waardevolle (natuur) gebieden in en om de stad bewaren. Deze gebieden maken een belangrijk deel uit van de leefkwaliteit van Den Haag. We gunnen ons ook de kans om de langere termijn te verkennen, waaronder de kansen van groei en uitbreiding in zee. 2.2
Dynamiek achter de groei
De groei van de bevolking is op zichzelf al groot, maar de dynamiek die eronder ligt, is nog veel groter. De afgelopen decennia was individualisering de trend, minder aandacht is er geweest voor het behoud van gemeenschapsgevoel. De komende decennia geven we aandacht aan de sociale samenhang van de stad. Bijna de helft van de nieuwe inwoners komt van buiten Nederland. Het is een diverse groep: niet-westerse vluchtelingen, expats, Oost-Europeanen, studenten en gezinsherenigers. In een stad die meer en meer ‘stad van aankomst’ en (internationaal) doorgangshuis wordt, is verbinding van Hagenaars met de stad en met andere inwoners niet vanzelfsprekend. Den Haag biedt alle bestaande en nieuwe inwoners weliswaar kansen op ontwikkeling, maar de stad kan die rol alleen vervullen als ze toegankelijk is. Stijgende woningprijzen en lange wachtlijsten voor sociale huurwoningen zijn een bedreiging voor de stad als plek voor persoonlijke ontwikkeling. De Haagse woningmarkt is krap. De laatste twee decennia zijn ruim 100.000 woningen gebouwd in de Haagse regio, maar de stijging van de huizenprijzen zorgt voor problemen in de markt. Vermogende huizenkopers worden onvoldoende bediend, de doorstroming stagneert en starters komen vrijwel niet meer aan bod in de koopmarkt. Het aantal eenpersoonshuishoudens neemt toe, net als het aantal ouderen. 2.3
Transities
Nederland staat aan de vooravond van een aantal grote transities. Dit zijn grote veranderingen over een langere periode met impact op de economie, het dagelijkse leven en de op de ruimtelijke verschijningsvorm. Klimaatverandering, energietransitie, mobiliteitstransitie, de omschakeling naar een circulaire economie, technologische en demografische ontwikkelingen. Deze transities vragen om ingrijpende veranderingen in de infrastructuur zoals het watersysteem, energiesysteem, inrichting van verkeerswegen en openbare ruimte. Ook Den Haag zal een antwoord moeten formuleren hoe met deze transities om te gaan. De uitdaging voor Den Haag is om in de komende decennia verder te werken aan een toekomstbestendige stad, die aantrekkelijk is (en blijft) en tegelijkertijd weerbaar. Naast efficiency en optimaal benutten van de ruimte, zal aanpasbaarheid en ruimte in netwerken en systemen om klappen op te vangen belangrijker worden. Dat structureel anders organiseren van de ruimtelijke inrichting van de stad doen we als gemeente in samenwerking met de stad, andere overheden en kennisinstellingen.
10 december 2020
5
Sturen op samenhang in opgaven De aanleidingen die hiervoor zijn geschetst vragen om nieuwe antwoorden en werkwijzen. Verdichting, verduurzaming en vergroening van de stad vraagt om een integrale aanpak waar afzonderlijke projecten niet meer los van elkaar worden gezien. De focus ligt op het sturen richting maatschappelijke output. Hiervoor is een handelingsperspectief nodig dat aansluit bij de veranderende verhouding tussen overheid, markt en samenleving. Het opstellen van de omgevingsvisie Den Haag geeft uitvoering aan dit handelingsperspectief. De omgevingsvisie Den Haag zal het resultaat zijn van samenwerking en debat. Na vaststelling van de visie zijn er ankerpunten voor nieuwe samenwerking. Daarnaast biedt de visie het wettelijke kader voor beleid en regelgeving voor de gemeente, als nieuw kerninstrument uit de Omgevingswet. De omgevingsvisie Den Haag draagt bij aan een tweetal hoofddoelen.
Lange termijnvisie voor Den Haag en de regio ▪ ▪
▪
Het verhaal en de verbeelding voor de lange termijnontwikkeling van Den Haag en haar regio Een integraal kader voor gemeentelijk beleid, programma’s en projecten in de fysieke leefomgeving en voor regels in het Omgevingsplan Voorstellen voor werkwijzen, instrumenten en regelgeving die aansluiten bij de verhoudingen tussen overheid, markt en samenleving.
Investeren in structurele participatie in de totstandkoming en uitvoering van de omgevingsvisie Den Haag ▪
▪ ▪
10 december 2020
Collectieve kennis opbouwen en benutten over wat we nu en in de toekomst nodig hebben om goed te kunnen leven in Den Haag Allianties smeden met stad en stakeholders Gezamenlijke verantwoordelijkheid en mede-eigenaarschap van burgers, ondernemers en publieke organisaties bij de toekomst van de stad
6
3
De Omgevingswet als vehikel
3.1
De nieuwe Omgevingswet kort toegelicht
De nieuwe Omgevingswet zal de bestaande wetten en regelingen op het gebied van de fysieke leefomgeving gaan vervangen. Het huidige omgevingsrecht is versnipperd en niet overzichtelijk genoeg waardoor afstemmings- en coördinatieproblemen kunnen ontstaan. Door de bundeling kunnen de verschillende plannen voor bijvoorbeeld ruimtelijke ordening, milieu, water en gezondheid beter op elkaar afgestemd worden en wordt het voor iedereen eenvoudiger om te zien wat toegestaan is op een bepaalde locatie. De Omgevingswet geeft minder regels en biedt meer ruimte voor initiatieven waarbij de mogelijkheid is gecreëerd voor gemeenten, provincies en waterschappen om lokaal afwegingen te maken die bijdragen aan de specifieke behoeften en gestelde (kwaliteits-) doelen.
Afbeelding: Eenvoudiger wetgeving in vier stappen Tegelijkertijd stellen burgers en bedrijven in de stad hogere eisen aan de kwaliteit van leven, de leefomgeving en het vestigingsklimaat in de stad. Dit vraagt om een visie die goed kan inspelen op de lokale dynamiek waarbij rekening kan worden gehouden met uiteenlopende belangen en specifieke omstandigheden. De kwaliteit van de fysieke leefomgeving is volgens de Omgevingswet het vertrekpunt. Daarnaast is stedelijke ontwikkeling geen zaak meer van de overheid alleen. Allerlei partijen spelen hierin een rol, waarbij meer mensen zich verantwoordelijk voelen voor de kwaliteit van hun leefomgeving. Deze betrokkenheid maakt ook een werkwijze die uitgaat van een integrale visie noodzakelijk. De Omgevingswet kent verschillende instrumenten (zie ook bijlage 2) waarbij in eerste instantie de omgevingsvisie, de programma’s en het omgevingsplan in samenhang moeten worden gezien. In de omgevingsvisie vindt de visievorming plaats en worden de eerste programmatische onderdelen benoemd die worden geconcretiseerd in een programma.
Dit kunnen programmatische voorwaarden en eisen zijn, bijvoorbeeld milieu eisen (water, bodem, lucht, maximale geluidbelasting), het kunnen functies of activiteiten zijn om doelen te realiseren, maar het kunnen ook meer kwalitatieve eisen en voorwaarden zijn die aan de inrichting of vormgeving van de leefomgeving worden verbonden.
10 december 2020
7
De voorwaarde daarbij is dat alles navolgbaar en toetsbaar moet zijn. De uitwerking van de visie en de programma’s zal vervolgens plaatsvinden in het Omgevingsplan. Programma’s kunnen daarnaast ook andere instrumenten bevatten om de doelen van de visie te bereiken, zoals investeringen of subsidieregelingen.
Afbeelding: sterke samenhang tussen omgevingsvisie, programma’s en omgevingsplan
3.2
De omgevingsvisie
De omgevingsvisie is een (lange termijn) visie op de fysieke leefomgeving. Een omgevingsvisie gaat in ieder geval in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. Het brede blikveld van de omgevingsvisie betekent niet dat de gemeente alle onderwerpen en vraagstukken die aan de orde komen tot in detail moet uitwerken. De gemeente kan in een omgevingsvisie accenten leggen en prioriteiten stellen. Het is een instrument dat de verschillende opgaven in het ruimtelijk domein voor de stad Den Haag benoemt en een visie geeft op de wijze waarop deze vorm kunnen krijgen. Naast de traditionele maatschappelijke opgaven om te zorgen voor o.a. voldoende woonruimte, voldoende ruimte om te kunnen werken, voor een goede inrichting en kwaliteit van de openbare ruimte, voor groen en voor het faciliteren van de mobiliteit in de stad, worden ook aspecten als omgevingsveiligheid en (volks) gezondheid nader beschouwd en betrokken bij bestuurlijke afwegingen en participatieprocessen. Richtlijnen voor de inhoud De Omgevingswet biedt geen grondslag om verdere inhoudelijke regels te stellen over de omgevingsvisie. Een omgevingsvisie is daarmee grotendeels vormvrij. De gemeenteraad bepaalt dus zelf hoe gedetailleerd het (delen van) de omgevingsvisie opstelt. Dat biedt ruimte om verder in te spelen op de lokale behoefte.
De omgevingsvisie is een onderlegger voor het Omgevingsplan waarbinnen de rechten en plichten helder worden vastgelegd.
Wel bevat de Omgevingswet een aantal richtlijnen over wat een omgevingsvisie zoal moet bevatten:
10 december 2020
8
• •
De hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; De hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied, en; De hoofdzaken van het beleid op alle relevante terreinen van de fysieke leefomgeving (art 3.2 Ow)
•
Beginselen (artikel 3.3 OW) die zorgen voor inhoudelijke sturing op het beleid voor de fysieke leefomgeving en de basis vormen voor de omgevingsvisie: ▪
▪ ▪ ▪
Het voorzorgsbeginsel: de overheid kan maatregelen nemen als er goede redenen zijn om te vrezen dat activiteiten negatieve gevolgen kunnen hebben Het beginsel van preventief handelen Het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden Het beginsel dat de vervuiler betaalt
Bij ontwikkelingen kan men denken aan de aanleg en transformatie van woonwijken, bedrijventerreinen en infrastructuur, het plaatsen van windturbines en de uitwerking van de energietransitie. Daarnaast gaat het ook om aandacht voor de ondergrond en ondergronds bouwen. De voorwaarden rond de klimaatbestendigheid en zaken die daarmee samenhangen; het maakt allemaal deel uit van de omgevingsvisie. Tot het begrip grondgebied behoort de onder- en bovengrond op verschillende niveaus inclusief het water dat in een betreffende gebied voorkomt. Beleid hoeft niet alleen gebiedsgericht te zijn, maar kan zich ook richten op een sector. Denk bijvoorbeeld aan zaken als afvalstoffen, grondstoffen of luchtkwaliteit en gezondheid. Sturingsfilosofie De gemeenteraad stelt de (één) omgevingsvisie vast. Daarmee bindt de raad zichzelf aan de in de omgevingsvisie uitgezette koers en verankerde doelen en ambities voor de toekomst. Met de omgevingsvisie bepaalt de raad de gestelde ambities en beleidsdoelen voor de leefomgeving voor de lange termijn. Zo wordt duidelijk voor welke zaken de gemeente verantwoordelijk wil zijn, waar ze alleen de kaders stelt en wat ze aan anderen overlaat. Ook geeft de gemeenteraad in de omgevingsvisie aan welke instrumenten en activiteiten daarbij worden ingezet.
Dit kunnen regels zijn, maar ook het ontwikkelen van participatievormen om de samenleving te betrekken bij integrale planvorming of het maken van afspraken met organisaties. Eventueel kan de raad de omgevingsvisie aanvullen met een uitvoeringsparagraaf, zoals verplicht bij de huidige structuurvisies op grond van de Wet ruimtelijke ordening (door het opstellen van een ‘programma’). Omdat de gemeenteraad tegelijk participant en beslisser is in het proces, is het belangrijk de raad intensief te betrekken bij het proces van visievorming. De Omgevingswet geeft gemeenten meer afwegingsruimte om lokaal maatwerk te leveren. De raad moet dus de vraag beantwoorden: “wat is belangrijk binnen de gemeente?” en “welke waarden of kwaliteiten moeten worden versterkt of verder ontwikkeld?” Per gebied kan worden vastgesteld welke kwaliteiten er zijn, welke wenselijk zijn en welke stappen moeten worden gezet om deze te realiseren. Daarbij geeft de Omgevingswet de gemeenteraad de mogelijkheid om (wijzigingen van) de omgevingsvisie en het omgevingsplan te delegeren aan het college van B&W.
10 december 2020
9
In de uitwerking van deze startnotitie naar de omgevingsvisie voor Den Haag zal verder aandacht worden besteed aan de sturingsfilosofie en de veranderende rollen en verantwoordelijkheden tussen college, gemeenteraad en samenleving.
10 december 2020
10
4
Scope omgevingsvisie Den Haag
Het nieuwe omgevingsbeleid geeft uitdrukking aan de opvatting dat de rol van de (gemeentelijke) overheid op het gebied van de fysieke leefomgeving moet veranderen. Daar hoort onder andere de opvatting bij dat het vertrouwen tussen overheid, burgers en bedrijven wordt bevorderd. De motivering hierachter is dat alleen een meer integrale benadering van de ‘leefomgeving’ leidt tot passende en duurzame oplossingen. Omdat de leefomgeving niet overal hetzelfde is, heeft de Omgevingswet als uitgangspunt genomen dat meer flexibiliteit en maatwerk moet worden toegepast. Zo kan beter rekening worden gehouden met specifieke omstandigheden en op te stellen doelen (via omgevingswaarden en bestuurlijke afwegingsruimte). De omgevingsvisie Den Haag geeft een eigen invulling aan dat uitgangspunt. Een invulling die passend is bij de specifieke opgaven van Den Haag. Den Haag wil een rechtvaardige, veerkrachtige en verbonden stad zijn. Dat brengen we in de omgevingsvisie tot uitdrukking. Het fysieke en sociale domein zijn nauw met elkaar verbonden. Tegelijkertijd kiezen we ervoor om die sociale aspecten in de visie te betrekken die een ruimtelijkfysieke component hebben. De omgevingsvisie is daarmee geen stadsvisie, die alles overkoepelend is. Hiervoor kiezen we, omdat de opgave en de nieuwe werkwijzen complex zijn.
We zoeken de ruimte om het instrument van de omgevingsvisie te ontwikkelen, en actualisering van de omgevingsvisie te benutten om het geleerde weer toe te passen. De komende paragraven gaan in op de beoogde hoofdlijnen van de Haagse omgevingsvisie. 4.1
Haags beleid als vertrekpunt
Den Haag beschikt over een groot aantal vastgestelde nota’s en beleidsdocumenten (zie bijlage) die raakvlakken hebben met het fysieke domein. De onderwerpen in deze nota’s lopen sterk uiteen en variëren van milieuvraagstukken, aspecten van volksgezondheid, bodembeheer, verkeer en parkeren tot en met documenten die gaan over verstedelijking, welstand, parken, cultuurhistorie of groen op bedrijventerreinen. De beleidsdoelstellingen zijn erop gericht om Den Haag sterker en veerkrachtiger te maken vanuit verschillende invalshoeken. De omgevingsvisie is echter geen optelsom van bestaande beleidsnota’s en –documenten. De omgevingsvisie brengt meer samenhang in het bestaande beleid over de fysieke leefomgeving en combineert dat met een visie op die leefomgeving. De maatschappelijke opgaven die ten grondslag liggen aan het huidige beleid vormen ook een basis voor de omgevingsvisie. Het opstellen van de omgevingsvisie Den Haag geeft de mogelijkheid om het beleid ten aanzien van de fysieke leefomgeving te analyseren, te integreren en te actualiseren. Ook het beleid van het rijk, provincie, buurgemeenten en ketenpartners zal, voor zover dit beleid de omgevingsvisie van Den Haag beïnvloedt, een plaats krijgen in de omgevingsvisie. Hoe integraal? De omgevingsvisie is een integraal visiedocument op de fysieke leefomgeving.
Het integrale karakter zorgt er voor dat (sectorale) beleidsvelden en ambities vanaf de start samengebracht worden. Omdat een omgevingsvisie breder is dan een structuurvisie zijn er ook raakvlakken met bijvoorbeeld het sociale domein. Door aspecten als omgevingsveiligheid, (volks-) gezondheid, welzijn en leefomgeving te betrekken bij bestuurlijke afwegingen, kunnen ook maatschappelijke doelen verder vorm krijgen. In de omgevingsvisie Den Haag hanteren we volgende uitgangspunten:
10 december 2020
11
• •
Zoveel mogelijk samenhang aanbrengen in huidig beleid dat nog onvoldoende met elkaar in verband is gebracht De integratieslag richten op aspecten die een relatie hebben of in verband staan met de fysieke leefomgeving.
Wanneer bijvoorbeeld de fysieke leefomgeving in verband wordt gebracht met gezondheid of met de mogelijkheid om gezond te kunnen leven, dan moet worden benoemd en vastgesteld welke zaken binnen de fysieke leefomgeving daarin een positieve bijdrage kunnen leveren. Het kan bijvoorbeeld gaan om condities te benoemen die gezond gedrag kunnen bevorderen. Dit geldt ook voor beleidsvelden zoals volksgezondheid, economie, onderwijs, sociale zaken, jeugd en mogelijk andere beleidsmatige domeinen die in enigerlei opzicht in verband worden gebracht met de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie vervangt in ieder geval 5 sectorale plannen: de structuurvisie, het waterplan, het milieubeleidsplan, het verkeer- en vervoersplan en de ruimtelijke aspecten van de natuurvisie. Aspecten die (wettelijk) een plek moeten krijgen in de omgevingsvisie betreffen: -Energietransitie (onder andere de ruimtelijke impact ervan) -Gebouwde omgeving -Gezondheid -Veiligheid (onder andere een veilige leefomgeving) -Cultureel erfgoed -Gebruik van natuurlijke hulpbronnen -Verkeer & vervoer -Landbouw -Landschap & natuur -Bodem -Lucht & geluid -Water De hierboven zwartgedrukte (nieuwe) thema’s zullen nog verder uitgewerkt moeten worden in de omgevingsvisie.
Tijdens de totstandkoming van de omgevingsvisie zal de keuze welke onderwerpen of (detailniveau van) beleidsuitspraken wel en niet worden opgenomen worden toegelicht. Een zorgvuldig proces om te komen tot de omgevingsvisie kost tijd. De beleidsontwikkeling staat intussen niet stil. We kiezen voor het afstemmen van sectorale beleidsontwikkeling en gebiedsontwikkelingen en het benutten van in dat kader gedane onderzoeken en verkenningen. Bij formele besluitvormingsmomenten leggen we de verbinding tussen het sectorale beleid/de gebiedsvisie en de omgevingsvisie.
Uitgaan van bestaande kwaliteiten De omgevingsvisie van Den Haag gaat uit van de bestaande kwaliteiten van de stad. De stad is groot, kent vele gezichten en sferen en bestaat uit vele gebieden die grote verschillen vertonen wat betreft de leefomgeving. Het is een stad met verschillende bijzondere (omgevings-) waarden om het in termen van de nieuwe Omgevingswet uit te drukken. Voor een deel zijn deze waarden terug te voeren tot specifieke kwaliteiten verbonden aan de plaats op de landschappelijke ondergrond en voor een ander deel houden ze verband met de stedenbouwkundige situering en de historisch gegroeide context.
10 december 2020
12
Den Haag heeft ook veel verschillende kwaliteiten (of waarden) die beschermd moeten worden; de kustzone, de haven, de duinen, het landschap rondom de stad, de landgoederen in de stad, de lange lijnen die de strandwallen volgen en de vele parken. Maar ook het historisch centrum met de grachten- en waterstructuur, het internationale vestigingsmilieu, de vele diverse hoogwaardige woonmilieus en de beschermde stadsgezichten. Het gaat daarbij altijd om meerdere waarden, meerdere kwaliteiten, meerdere functies. Zo kent de landgoederenzone grote cultuurhistorische kwaliteiten, maar ook ecologische waarden en is zij van groot belang voor recreatie. De kustzone is niet alleen aantrekkelijk voor sport en vertier, maar ook essentieel voor de bescherming tegen de zee, voor de visserij en maritieme economie. En het is ook nog eens een bijzonder waardevol landschap. De omgevingsvisie zal steeds uit gaan van die zogeheten kernkwaliteiten en daarbij aangeven hoe in het licht van de komende veranderingen en transities de verschillende (omgevings-) waarden behouden, beschermd of versterkt moeten worden.
Daarbij geeft de omgevingsvisie Den Haag specifiek antwoord op de volgende vragen: - Hoe wil Den Haag omgaan met de fysieke opgaven die op de stad afkomen en waaraan moet prioriteit worden gegeven? - Welke kwaliteiten worden in het bijzonder gewaardeerd binnen de verschillende leefomgevingen van Den Haag? - Welke principes worden gebruikt om kwaliteiten te behouden of te ontwikkelen en kwetsbare waarden te beschermen? - Hoe kunnen de gestelde doelen en ambities voor de kwaliteit van de leefomgeving worden bereikt? Omgevingswaarden Een omgevingswaarde is één van de instrumenten waarmee overheden het beleid van een omgevingsvisie kunnen uitvoeren. Een omgevingswaarde stelt een objectief doel vast dat de overheid kan monitoren. Deze waarde moet dan ook vast te stellen en meetbaar zijn. Een omgevingswaarde voor de fysieke leefomgeving of een thema bepaalt de volgende aspecten (artikel 2.9 OW): 1. De gewenste staat of kwaliteit op een bepaald moment op een bepaalde plaats 2. De toelaatbare belasting door activiteiten 3.
De toelaatbare concentratie of depositie van stoffen Daarnaast geeft de overheid bij de vaststelling van een omgevingswaarde aan: • Of dit een resultaatsverplichting, een inspanningsverplichting of een andere verder te omschrijven verplichting met zich meebrengt • Binnen welke termijn de omgevingswaarde moet zijn bereikt • Op welke locatie(s) de omgevingswaarde van toepassing is De gemeente kan in het Omgevingsplan omgevingswaarden vastleggen. Er geldt een programmaplicht als niet wordt voldaan of dreigt te worden aan een omgevingswaarde. Voorbeeld: In de omgevingsvisie wordt bijvoorbeeld vanuit de kernwaarde ‘een goed woon- en leefklimaat’ gestreefd naar de kwaliteit ‘rustige woonwijk’. In het Omgevingsplan kan dit vertaald worden in een omgevingswaarde ‘stille woonomgeving’. Wat hieronder wordt verstaan, kan concreet vertaald worden in een norm maximaal 45 dB(A) of het kan een nadere uitwerking krijgen in beleidsregels. 4.2
Planhorizon
10 december 2020
13
We kunnen de toekomst niet voorspellen, maar we kunnen ons er wel op voorbereiden. De gevolgen van disrupties – zoals de coronapandemie – laten zich lastig voorspellen. Het is desalniettemin de bedoeling dat in de omgevingsvisie van Den Haag het strategisch beleid voor de fysieke leefomgeving voor langere tijd wordt uitgestippeld. Daarmee houden we de strategische doelen in het vizier: een rechtvaardige, veerkrachtige en verbonden stad. Het staat de gemeente vrij om de werkingsduur van een omgevingsvisie zelf aan te geven. Zij kan bijvoorbeeld aangeven dat op geregelde tijden de visie wordt herzien, of dat voor een langere periode de visie wordt gecontinueerd en op onderdelen (of waar sprake is van specifieke gebieden) regelmatig wordt geëvalueerd en mogelijk bijgesteld. Op die manier kan tijdig worden ingespeeld op maatschappelijke ontwikkelingen, zodat de omgevingsvisie zoveel mogelijk actueel blijft. De kunst is dus om een omgevingsvisie op te stellen die voldoende robuust is en tegelijkertijd flexibel en adaptief blijft. Welke planhorizon we bij verschillende (ruimtelijke) verkenningen aanhouden moet nog worden bepaald. Het PBL houdt in haar meest recente lange termijnverkenning 2049 aan. Voorlopig stellen we voor om het jaar 2050 te hanteren als planhorizon voor de omgevingsvisie Den Haag. 4.3
Gebiedsafbakening
De omgevingsvisie bestrijkt het gehele grondgebied van de gemeente Den Haag. Daarmee beperkt de zeggenschap en jurisdictie van de omgevingsvisie zich tot het gemeentelijke gebied. Den Haag bouwt aan een visie die de basis biedt voor samenwerking met omliggende gemeenten, de regio en provincie. Daarvoor is het nodig deze partijen nauw te betrekken bij het opstellen van de visie. De komende jaren werken we steeds intensiever samen aan één samenhangend ruimtelijk systeem. Deze regionale benadering is ook noodzakelijk. Veel vraagstukken in de fysieke leefomgeving reiken immers tot over de grenzen van Den Haag. Te denken valt aan omgevingsveiligheid, water, de regionale huisvestingopgave, Natura 2000 gebieden, bedrijventerreinen, voorzieningen en verplaatsingen/bereikbaarheid. Natuurlijk werkt Den Haag op verschillende niveaus (regionaal, provinciaal, nationaal en internationaal) aan verschillende doelen en met verschillende samenwerkingspartners. Al die schaalniveaus zijn belangrijk en hebben hun doel. Met de omgevingsvisie geeft Den Haag vorm aan een samenwerkingsstrategie die de primaire doelen beschrijft waardoor we aan de verschillende overlegtafels een consistent en integraal verhaal kunnen voeren. 4.4
Participatie
De wetgever hecht een veel groter belang aan het participatieproces bij omgevingsvisies dan alleen in de zienswijzefase. Het idee hierachter is dat de omgevingsvisie wordt beschouwd als centraal instrument binnen de beleidscyclus dat richting geeft aan de (gewenste) kwaliteiten van de fysieke leefomgeving. Dat lukt alleen als deze visie tot stand komt in samenspraak tussen de overheid, bedrijfsleven, kennisinstellingen en gemeenschap. Vanuit dit perspectief is het van belang dat de omgevingsvisie meer als proces dan als product wordt gezien. Het gaat er namelijk om dat de omgevingsvisie zowel binnen als buiten de organisatie gedragen wordt. Een door veel partijen gedragen gezamenlijke visie kan voor al deze partijen uitgangspunt voor handelen zijn, waardoor het realiseren van de beoogde doelen dichterbij komt. Kort gezegd: de gemeente kan het niet alleen. Bij de omgevingsvisie wordt gesproken over “vormvrije” participatie. De vorm en wijze waarop een bestuursorgaan participatie voorafgaand aan de vaststelling van een omgevingsvisie inricht is niet wettelijk
10 december 2020
14
geregeld. Wat wel wettelijk is geregeld is dat de gemeente een motiveringsplicht heeft. Dit houdt in dat moet worden toegelicht hoe derden hebben geparticipeerd in de voorbereiding van de omgevingsvisie en wat daar de resultaten van zijn (Omgevingsbesluit, art. 10.7). Kortom: de manier waarop de participatie wordt vormgegeven (veel, weinig, bewonersavond of online etc.) maakt niet uit. Maar er dient wel toegelicht te worden hoe het is gedaan en met welk resultaat. In 2016 heeft de gemeente – in het proces van de Agenda Ruimte voor de Stad – geëxperimenteerd met het anders vormgeven van participatie. Er is geïnvesteerd in een cultuur van samen stad maken. Langs de volgende vier sporen is hieraan invulling gegeven: • Ruimte bieden voor initiatieven; • Co-creatie voorstellen; • Stadsdebatten over de toekomst van de stad; • Stakeholdersgesprekken. Er is dus voor gekozen niet met een kant en klare visie de straat op te gaan, maar juist samen met de stad de opgave te bepalen en daar invulling aan te geven. Het experiment heeft geleid tot een vergroting van het (kennis-) netwerk in de stad, een betere verstandshouding tussen gemeente, bewoners, ondernemers en andere instellingen en inspirerende ontwikkelingsperspectieven voor Den Haag en regio.
Over de toekomst van verkeer en vervoer in het licht van de mobiliteitstransitie heeft een uitgebreid participatieproces plaatsgevonden dat op een vernieuwende wijze is vormgegeven. De opbrengst hiervan en de ervaringen hiermee nemen we mee in de verdere uitwerking. In het coalitieakkoord Samen voor de stad 2019-2022 is participatie een van de speerpunten. Het college beschrijft dat in overleg met de gemeenteraad en de stad gezorgd gaat worden voor gedegen participatietrajecten met duidelijke spelregels. De betrokkenheid van bewoners en bedrijven is daarin cruciaal, net als draagvlak en vertrouwen uit wijken. Er wordt gewerkt aan een leidraad voor participatie, inspraak en communicatie bij stedelijke ontwikkelingen. De wens is dat bij elke ontwikkeling zowel voor de gemeenteraad als de stad helder is wanneer inspraak en besluitvormingsmomenten mogelijk zijn. Belangrijk om hierbij te vermelden is dat een structurele dialoog met de stad over (besluiten) in de fysieke leefomgeving publiek leiderschap vergt. Bestuurders moeten keuzes maken en belangen afwegen, daar waar het publieke investeringen betreft. Niet iedereen zal het met de gemaakte keuzes eens zijn.
Dit vereist naast publiek leiderschap ook een democratisch verantwoordings- en besluitvormingsproces, waarbij rekening wordt gehouden met het gegeven dat een toenemend aantal stakeholders en belanghebbenden ook actief betrokken is bij besluiten die te maken hebben met de fysieke leefomgeving.
10 december 2020
15
Afbeelding: Vier sporen van ‘Samen Stadmaken’, uit: Agenda Ruimte voor de Stad.
10 december 2020
16
5
Uit te werken thema’s en opgaven
5.1
Zeven hoofdopgaven
Uit het bestaande en in voorbereiding zijnde Haagse beleid is een zevental hoofdopgaven te destilleren die integraal uitgewerkt zullen worden in de Haagse omgevingsvisie: ▪
▪
▪ ▪ ▪
▪ ▪
5.2
Het invullen en uitwerken van zowel de kwantitatieve als kwalitatieve bouwopgave (woon-, economische- en maatschappelijke voorzieningen) in Den Haag volgens het principe van ‘verdichten, vergroenen, verduurzamen’, zoals beschreven in de Agenda Ruimte voor de Stad Investeren in het versnellen van de transitie naar een internationale innovatieve kenniseconomie met sterke economische sectoren en behoud van lokaal ondernemerschap, in het licht van de Economische visie Het behouden en vergroten van de bereikbaarheid in Den Haag en het verminderen van de verkeersdruk in en om de stad, met aandacht voor het vormgeven van een mobiliteitstransitie. Het behouden, ontwikkelen en versterken van de diverse omgevingskwaliteiten van wijken en buurten in Den Haag Het behouden, ontwikkelen en versterken van de kwaliteiten van de openbare en bebouwde ruimte, zodat die bijdragen aan het sociaal functioneren van de stad en het versterken van het economisch vestigingsklimaat Het realiseren van de energietransitie en van een klimaatbestendig Den Haag. Het realiseren en behouden van een schone, gezonde, veilige en toegankelijke leefomgeving die beweging en ontmoeting van inwoners van Den Haag stimuleert. Gebieden met verschillende dynamiek
Verdichtingsgebieden De belangrijkste ruimtelijke keuzes voor de komende jaren komen voort uit de Agenda Ruimte voor de Stad. Den Haag wil de verwachte groei binnenstedelijk opvangen in drie ontwikkelingsgebieden: Central Innovation District (CID), de Binckhorst en Den Haag Zuidwest. CID en Binckhorst voegen nieuwe, hoogstedelijke, gemengde milieus toe aan de stad. Het zijn milieus die Den Haag nu nog niet kent. Hier spelen we in op de veranderende bevolkingssamenstelling, de economische en internationale ambities van de stad. Ook voor Den Haag Zuidwest is de keuze gemaakt voor verdichting, samen met een ambitieus sociaal programma. Dat moet zorgen voor een meer divers woningaanbod en een sterker draagvlak voor (nieuwe) maatschappelijke voorzieningen in de wijk. De structuurvisie CID en de integrale visie voor Zuidwest zijn belangrijke bouwstenen. De wens voor een verdere doorontwikkeling van de Binckhorst vraagt nader onderzoek, dat eveneens bij de omgevingsvisie wordt betrokken. In de omgevingsvisie voor Den Haag zal optimaal gebruik worden gemaakt van de nieuwe instrumenten van de Omgevingswet om de strategische (bouw-) programma’s in deze transitiegebieden zoveel mogelijk te faciliteren.
Buiten de bovengenoemde drie verdichtingsgebieden zijn er nog andere gebieden in de stad met een specifiek karakter en een betekenis die verder reikt dan de gemeentegrens: de Binnenstad, de Kustzone, de Internationale Zone en de A4-Vlietzone. De specifieke gebiedskwaliteiten en omstandigheden in deze gebieden zijn richtinggevend voor de randvoorwaarden waarbinnen nieuwe ontwikkelingen kunnen plaatsvinden.
10 december 2020
17
Vijf deelgebieden waar thematische opgaven samenkomen (Agenda Ruimte voor de Stad)
Nieuwe opgaven Grote delen van Den Haag kennen hun karakteristieke kwaliteiten en potenties die wij koesteren: rustige woonbuurten, hippe buurten met bedrijfjes en ateliers, de paleizen en Jugendstilpanden, de hofjes, trapveldjes en oude kastanjelanen, buurtpleintjes, grachten en landgoederen. Waterberging, vergroening van de openbare ruimte om hittestress tegen te gaan en ruimte voor het opwekken van duurzame energie, vragen ruimte in de hele stad. Dat betekent dat ook in deze gebieden dynamiek kan worden verwacht. Door middel van ontwerpend onderzoek geven we in de omgevingsvisie een beeld van de inpassing van de genoemde opgaven. Voorts nemen we met het oog op de tijdshorizon van 2050 en de verschillende scenario’s die door de kennisinstituten geschetst worden op het gebied van demografische ontwikkelingen en klimaat de ruimte om verder te denken. Vanuit de invalshoek van de gewenste brede welvaart zetten we lijnen uit naar mogelijke toekomstperspectieven. Hiermee bieden we handvatten voor het maken van keuzes in het hier en nu, zodanig dat wij daar later geen spijt van krijgen. De gebouwde omgeving is namelijk kapitaalintensief en weinig flexibel in zichzelf.
10 december 2020
18
5.3
Den Haag op verschillende schaalniveaus
De omgevingsvisie zal - hoewel zelfbindend - ingebed worden binnen een regionale, nationale en internationale context. Op al deze schaalniveaus is de gemeente binnen allerlei netwerken actief. Zij doet dit om haar ambitie als rechtvaardige, veerkrachtige en verbonden wereldstad van Vrede & Recht met een hoge leefkwaliteit en een gezonde klimaatbestendige leefomgeving waar te maken. Hieronder worden enkele samenwerkingsverbanden nader toegelicht, die relevant zijn bij het proces van het opstellen van de Haagse omgevingsvisie. Regionaal: Regio gemeenten De regiogemeenten, voorheen verenigd binnen het Stadsgewest Haaglanden, vormen één aangesloten gebied. Het is de schaal waarop de meeste dagelijkse en wekelijkse verplaatsingen plaatsvinden, het zogenaamde “daily urban system”. De gebieden voor wonen, werken en diensten zijn sterk met elkaar verweven en deze integratie neemt verder toe. Het is wenselijk dat op het schaalniveau van de regio een compleet aanbod van woon- en werkmilieus, voorzieningen en recreatiemogelijkheden aanwezig is. Dit schaalniveau is daarom relevant voor concrete ruimtelijk-programmatische afstemming (bijvoorbeeld woningbouwprogramma’s: milieus, woningtypen en segmenten), gemeentegrens overstijgende gebiedsontwikkelingen en interlokale verkeersverbindingen.
Een regionale stip aan de horizon (of mogelijk een regionale omgevingsvisie) kan een goede basis bieden voor het intensiveren van samenwerking in de Haagse regio. Waarbij het uitgangspunt is dat wat goed is voor Den Haag ook goed moet zijn voor de regio en vice versa. Regionaal: Metropoolregio Rotterdam-Den Haag De MRDH is de afgelopen jaren vooral belangrijk geweest voor het beleidsterrein mobiliteit en economie?. Op sociaaleconomisch vlak zijn de vruchten van de samenwerking binnen de MRDH minder tastbaar. Met Rotterdam en de andere partners binnen de MRDH en Zuidelijke Randstad blijven we samenwerken op het gebied van mobiliteit, economische ontwikkeling en verduurzaming (roadmap next economy). Vanuit economisch vlak is de provincie (EBZ) ook een belangrijke schaal van samenwerking Provinciaal: Verstedelijkingsstrategie De koers en de inzet van de provincie voor de omvangrijke verstedelijkingsopgave is samengevat in zeven uitgangspunten. De Provincie Zuid-Holland werkt deze zeven uitgangspunten voor verstedelijking in samenspraak met partners uit in een ruimtelijke strategie voor de hele provincie. Het dashboard Verstedelijking wordt als hulpmiddel gehanteerd om de brede maatschappelijke effecten van verschillende verstedelijkingsmogelijkheden binnen de provincie inzichtelijk te maken.
Regionaal: Verstedelijkingsalliantie In de Verstedelijkingsalliantie werkt Den Haag met acht gemeenten, provincie en MRDH aan verstedelijking bij OV-knooppunten langs de Oude lijn, de spoorlijn Dordrecht-Leiden. Doel van de alliantie is om de ontwikkeling van binnenstedelijke locaties voor wonen en werken te versnellen. De ambitie is uitgesproken om de bouw van 170.000 woningen tot 2040 in stedelijke milieus te realiseren bij OV-knooppunten, in combinatie met opgaven rondom mobiliteit, duurzaamheid en economische ontwikkeling.
Regionaal: Kennisregio aan Zee Kennisintensieve samenwerking met Leiden, Delft en Zoetermeer en daar gevestigde bedrijven, hoger onderwijs en kennisinstellingen. Deze steden werken aan een samenhangende aanpak van de regio als
10 december 2020
19
onderdeel van de Zuidelijke Randstad. De samenwerking heeft ten doel om verdere verdichting, verstedelijking en ontwikkeling van toplocaties (waaronder CID) te stimuleren.
Nationaal: Economische kerngebieden van Nederland (REOS) Binnen de economische kerngebieden van Nederland vallen de metropoolregio’s van Amsterdam, RotterdamDen Haag, de brainport Eindhoven en Utrecht. Belangrijke ruimtelijke opgave voor Den Haag op deze schaal is het versterken van de as naar Schiphol en de Zuidas: een ijzersterke asset voor de vestigingskwaliteit. Ook op de agenda staan hoogwaardige en frequente spoorverbindingen met de andere delen van de Randstad en buurlanden, met name Brussel en het Ruhrgebied. Nationaal: Nationaal Park Hollandse Duinen Provincie Zuid-Holland, Staatsbosbeheer, kustgemeenten en duinwaterbedrijf Dunea ontwikkelen Nationaal Park Hollandse Duinen. Het duinlandschap is onderdeel van de identiteit van Den Haag en de regio. Het kent een grote biodiversiteit en is het waterreservoir voor onze stad. De ontspanningsfunctie wordt steeds belangrijker vanwege de verdichtende stad en draagt bij aan een gezond Den Haag. De kust en de zee zijn samen cruciale vestigingsvoorwaarden voor bewoners en bedrijven in de stad. Nationaal: Omgevingsagenda ZuidWest Met de omgevingsagenda – een nieuw instrument uit de Omgevingswet - verstevigen Rijk en regio een meer integrale, gebiedsgerichte, programmatische aanpak en samenwerking bij de opgaven in de fysieke leefomgeving.
De omgevingsagenda vormt een belangrijke schakel tussen de omgevingsvisies van rijk en regio en de verschillende, vaak sectorale/thematische uitvoeringsprogramma’s en overige trajecten.
10 december 2020
20
De ontwikkeling van de omgevingsvisie Den Haag willen we nadrukkelijk een plek geven binnen de context van een nieuwe Omgevingsagenda Zuidwest, zodat strategische gebiedsgerichte opgaven (op meerdere schaalniveaus) meer met elkaar in samenhang kunnen worden gebracht. Internationaal: SURE Eurodelta Dit is een relatief nieuw verband van steden in Nederland, Noordrijn-Westfalen, grote delen van België en het gebied rond Lille, met samen meer dan 40 miljoen inwoners. Samen willen ze hun positie in de wereldeconomie behouden en versterken. SURE Eurodelta maakt zich daarom sterk voor een goed internationaal netwerk van hogesnelheidstreinen in Noordwest-Europa. Om de internationale positie van Den Haag te versterken, is het van cruciaal belang dat Den Haag goed op dit netwerk is aangesloten. Resumé De profilering van Den Haag als Internationale Stad van Vrede en Recht stelt hoge eisen aan de kwaliteit van de leefomgeving en schept tegelijkertijd de verantwoordelijkheid deze ook duurzaam en aantrekkelijk te houden. Dit vraagt om afstemming en samenwerking met de vele stakeholders die zelf ook (actief) bijdragen aan deze doelstellingen. Tijdens het proces van de uitwerking van deze startnotitie naar de omgevingsvisie zal ook aandacht uitgaan naar deze afstemming en samenwerking op verschillende schaalniveaus.
10 december 2020
21
6
Vervolgstappen
Met deze startnotitie wordt een eerste stap gezet in de verdere ontwikkeling van een omgevingsvisie voor Den Haag. In de komende jaren worden er verschillende activiteiten ondernomen om de omgevingsvisie interactief vorm te geven. Dit gaat zowel over inhoudelijke stappen als het verder vormgeven van samenwerking met de betrokken partijen. 6.1
Opstellen ambitiedocument
De 2e helft van 2020 wordt benut voor een aantal voorbereidende activiteiten en daarmee komen we tot een ambitiedocument dat tenminste de onderstaande onderdelen omvat: 1.
Een regionale verkenning naar een regionaal toekomstbeeld
De fysieke leefomgeving stopt natuurlijk niet bij een stadsdeelgrens of gemeentegrens. In samenspraak met buurgemeenten en ketenpartners wordt onderzocht welke grensoverschrijdende thema’s moeten worden meegenomen in de afzonderlijke omgevingsvisies. Het gaat hier om thema’s die nagenoeg verbonden zijn met (bijna alle) aspecten van de fysieke leefomgeving, met een geografische dimensie. Bij deze stap wordt getoetst of er draagvlak is voor een regionaal toekomstbeeld dat als stip op de horizon kan gebruikt worden als vertrekpunt voor afzonderlijke lokale omgevingsvisies. 2.
Het opstellen van een communicatie/participatieplan met de stad
In de Omgevingswet is bepaald dat bij plannen van overheden (onder andere omgevingsvisies) het bevoegd gezag moet aangeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en andere overheden bij de voorbereiding van het plan zijn betrokken. De gemeente Den Haag werkt aan versterking van de participatie van de stad in de fysieke leefomgeving via verschillende sporen. Het participatiebeleid, de Inspraak- en participatieverordening en participatieleidraad worden herzien. Daarnaast wordt het participatiebeleid specifiek uitgewerkt voor de verschillende instrumenten van de Omgevingswet. Daarover volgen voorstellen in het kader van de implementatie van de Omgevingswet. Bij het opstellen van de omgevingsvisie is het belangrijk aandacht te besteden aan de vraag wie moeten worden betrokken, op welke wijze dat gebeurt, op welke wijze zij hun inbreng kunnen geven en wat ermee gaat gebeuren. In de afwegingen dient zichtbaar te zijn welke inbreng is geleverd en hoe deze heeft meegewogen bij het tot stand komen van het besluit tot vaststelling van de omgevingsvisie. In het ambitiedocument zal worden ingegaan op de wijze waarop de gemeente invulling geeft aan het vereiste van participatie voor de omgevingsvisie, door middel van een duidelijk stappenplan en inzicht in de verschillende doelgroepen en hoe wij deze gaan benaderen.
Voor het opstellen van dit stappenplan en de beschrijving van de ambitie op het gebied van participatie maken we gebruik van de al verkregen inzichten uit andere trajecten (onder andere de wijkagenda’s en participatieleidraden van enkele gebiedsontwikkelingen) en raadplegen we stakeholders. De communicatie rondom de omgevingsvisie vraagt specifieke aandacht. We willen in begrijpelijke taal communiceren en helder kunnen uitleggen wat (het opstellen van) de omgevingsvisie inhoudt. In het
10 december 2020
22
ambitiedocument besteden we hier aandacht aan. We sluiten hierbij aan bij de communicatie en voorlichting rondom de invoering van de Omgevingswet. 3.
Voorbereiding m.e.r.-procedure.
De omgevingsvisie is onder de Omgevingswet plan-m.e.r. plichtig. In een milieueffectrapportage (MER) staan de milieugevolgen van de keuzen in de omgevingsvisie en (eventuele) alternatieve opties omschreven. Het vooraf in beeld brengen van de milieu-impact van beleidskeuzen maakt het voor de gemeenteraad mogelijk om een meer afgewogen besluit te nemen over de inhoud en consequenties van de omgevingsvisie. De planMER helpt enerzijds om onderbouwde argumenten aan te dragen voor de gemaakte beleidskeuzes. Anderzijds helpt de m.e.r.-procedure om draagvlak te verwerven voor de omgevingsvisie zodat er minder juridische conflicten zijn te verwachten met alle daaraan gerelateerde kosten. In 2020 wordt verkend welke procedure doorlopen kan worden op basis van de eerste ideeën met betrekking tot de reikwijdte en het detailniveau van de Omgevingsvisie Den Haag. De hiervoor genoemde activiteiten leiden tot een ambitiedocument met een notitie reikwijdte en detailniveau voor de milieueffectrapportage. In een werkbespreking met de raad in het vierde kwartaal van 2020 zal de raad betrokken worden bij het te volgen proces en kunnen hiervoor aandachtspunten meegeven. Het ambitiedocument zal eind 2020/begin 2021 ter besluitvorming worden aangeboden aan de stuurgroep Omgevingswet, inclusief de aanbestedingsstukken voor de benodigde externe ondersteuning.
Voor alle hierboven genoemde activiteiten en deelproducten om te komen tot de oplevering van de Omgevingsvisie geldt dat dit afhankelijk is van de op het moment van vaststelling ambitiedocument beschikbare middelen. Het ambitiedocument zal nog aan de Raad aangeboden worden inclusief dekkingsvoorstel.
Het ambitiedocument bevat in ieder geval de volgende elementen: • Beoogde doelen van de omgevingsvisie Den Haag; • Mate van integratie van sectoraal beleid; • De prioritaire (ontwerp) opgaven met planhorizon 2050 • Samenhang met andere instrumenten uit de Omgevingswet, zoals het Omgevingsplan en programma’s; • De wijze waarop we participatie willen inrichten; • Sturingsfilosofie en rol- en taakopvatting van college en raad; • Nota Reikwijdte en Detailniveau PlanMER.
10 december 2020
23
Hoe omgevingswaarden realiseren?
Wensbeeld vastleggen in afwegingskader
Prioriteren omgevingswaarden
Kwaliteitsdoelen en omgevingswaarden per gebied bepalen
Gebiedsindelingen maken
Uitwerking van de opgaven, formuleren van scenario’s en m.e.r.
Benoemen kwaliteiten en identiteiten
6.2
Na vaststelling van het ambitiedocument werken we in een aantal stappen aan de omgevingsvisie. De in hoofdstuk 5 genoemde hoofdopgaven worden in de omgevingsvisie verder in samenhang uitgewerkt. We kijken daarbij op welke manier deze hoofdopgaven (kunnen) bijdragen aan de 3 centrale uitgangspunten van de rechtvaardige, verbonden en veerkrachtige stad. Het gaat hierbij ook om het verder definiëren van begrippen als energietransitie, ruimtelijke kwaliteit en een gezonde leefomgeving. In het proces van het opstellen van de omgevingsvisie zal dan ook in de Haagse stadsdelen in gesprek worden gegaan met uiteenlopende belanghebbenden en partijen om deze thema’s en begrippen te concretiseren en uit te werken op lokaal schaalniveau. 6.3
Opstellen van de visie
Nadat we op basis van de scenario’s, de milieueffectrapportage en mogelijk een maatschappelijke kostenbatenanalyse een onderbouwde keuze kunnen maken voor één scenario (het voorkeursalternatief in MERtermen), stellen we de visie op. De keuze laten we maken door de gemeenteraad die na de verkiezingen in 2022 aantreedt. Ook in deze fase betrekken we belanghebbenden in de breedste zin van het woord bij de totstandkoming van de visie. Uiteindelijk volgt een formele zienswijze procedure waarna de visie wordt vastgesteld. De globale planning is als volgt:
startnotitie
ambitiedocument
2020/Q3
2020/Q4 (opstellen), 2021/Q1 (besluiten)
10 december 2020
onderzoek/scenario's opstellen visie MER/MKBA
zienswijzen besluit vaststellen visie
2021/Q1-4
2022/Q4
2022/Q2-Q3
2023
24
BIJLAGE
DE BELEIDSCYCLUS BINNEN DE OMGEVINGSWET
In navolging van de EU-richtlijnen op het gebied van milieu en water, is de Omgevingswet opgebouwd aan de hand van de beleidscyclus (beleidsontwikkeling, beleidsdoorwerking, uitvoering, terugkoppeling, beleidsontwikkeling etc.) De beleidscyclus is een denkmodel dat overheden kunnen gebruiken om te komen tot een evenwichtige en effectieve inzet van het wettelijke instrumentarium. De kwaliteit van de fysieke leefomgeving als geheel staat in de beleidscyclus centraal. De cyclus begint bij het opstellen van een strategische, integrale omgevingsvisie voor het gehele grondgebied. Hierin heeft de overheid zijn ambities voor de fysieke leefomgeving geformuleerd en de daarbij behorende sturingsfilosofie. De overheidszorg wordt in het Besluit kwaliteit leefomgeving geconcretiseerd met instructieregels die gericht zijn tot bestuursorganen, onder meer nationale omgevingswaarden en andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving. De gemeente maakt op basis van deze instructieregels en de eigen ambities een omgevingsplan (en de provincie en het waterschap respectievelijk een omgevingsverordening en een waterschapsverordening). In programma’s formuleert de overheid waar nodig de maatregelen die leiden tot de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving.
Regels in het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving, het omgevingsplan van de gemeente en verordeningen van provincie en waterschap geven directe sturing aan de uitvoering van activiteiten en projecten. Voor activiteiten waar toestemming vooraf nodig is, wordt die gegeven met een omgevingsvergunning of een projectbesluit. Aan het einde van de cyclus wordt toezicht gehouden op de naleving van de regels en wordt zo nodig gehandhaafd. Via monitoring bepaalt de overheid ten slotte of aan die omgevingswaarden of andere doelstellingen wordt voldaan. Als de omgevingswaarden niet worden gehaald, moet de overheid een programma vaststellen om dit alsnog voor elkaar te krijgen.
10 december 2020
25
10 december 2020
26
BIJLAGE
RELEVANTE BELEIDSNOTA’S EN BELEIDSDOCUMENTEN VOOR DE FYSIEKE LEEFOMGEVING
Titel
Status
Agenda Ruimte voor de Stad Nota Haagse Hoogbouw: Eyeline & Skyline Kadernota Duurzaamheid Woonvisie & Woonagenda Haagse Mobiliteitsagenda Agenda Groen voor de Stad Haagse Iconen Visie Toekomstbestendig Haags Water! Economische Visie Integraal Veiligheidsplan Contourennota omgevingsvisie Haagse Erfgoedkaart Kadernota openbare ruimte
Vastgesteld Vastgesteld Vastgesteld Vastgesteld Vastgesteld Vastgesteld Vastgesteld Vastgesteld Vastgesteld Vastgesteld Ambtelijk concept In voorbereiding In voorbereiding
Gebiedsvisies / Gebiedsagenda’s
Status
Structuurvisie CID Gebiedsvisie Internationale Zone Gebiedsvisie Den Haag Zuidwest Gebiedsvisie Doorontwikkeling Binckhorst A4/Vlietzone
Ontwerp vastgesteld Vastgesteld In voorbereiding In voorbereiding In voorbereiding
Onderzoeken
Status
Scenario onderzoek Omgevingswet VTH – juni 2020
Voorgelegd in SG Omgevingswet
10 december 2020
27
BIJLAGE
TRANSITIE VAN BESTAANDE SITUATIE NAAR TOEKOMSTIGE SITUATIE
10 december 2020