RIS306998 Afdoening motie Maak de MKB'er niet de schuldenaar van morgen
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
030
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan: de Gemeenteraad
SZW/10203885 RIS306998 Contactpersoon
Tarik Douiri Dienst
Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten Afdeling
Beleid, onderzoek en projecten Telefoonnummer Datum
14070
8 december 2021
E-mailadres
tarik.douiri@denhaag.nl Onderwerp
Afdoening motie: ‘Maak de MKB’er niet de schuldenaar van morgen’
Uw raad heeft tijdens de bespreking van het voorstel van het college inzake beleidsplan schuldhulpverlening 2020-2024 (RIS306234) op 25 november 2020 de door het raadslid mevrouw Oudshoorn-van Ginderen ingediende motie ‘Maak de MKB’er niet de schuldenaar van morgen’ (RIS306998) aangenomen. De motie luidt als volgt: Constaterende dat: • met onder andere deze Haagse schuldenaanpak veel stappen worden gezet om in samenwerking met de gemeente en maatschappelijke organisaties de schuldenproblematiek aan te pakken; • de gemeente met deze aanpak goede stappen zet om de schuldenproblematiek aan te pakken; • hulp bij schulden, ook oog vraagt voor de kleine schuldeisers, de MKB’er van om de hoek; die moet niet de schuldenaar van morgen worden. Overwegende dat: • de MKB’er als kleine schuldeiser onevenredig zwaar getroffen kan worden bij het onverkort toepassen van afspraken uit een saneringsregeling; • deze kleine schuldeiser niet de schuldenaar van morgen mag worden. Roep het college op: • om samen met de G4, MKB Nederland en de NVVK te onderzoeken tegen welke problemen kleine schuldeisers aanlopen bij schuldhulpverlenings- en saneringstrajecten en aan de hand hiervan te kijken hoe we dit in de toekomst kunnen voorkomen; • de raad uiterlijk in Q3 van 2021 over de uitkomsten hiervan te informeren.
Het college beantwoordt de motie als volgt: Het college is het met u eens dat bij schuldhulpverlening er ook oog moet zijn voor de positie van de (kleine) schuldeisers. Het signaal - dat kleine schuldeisers zwaarder getroffen kunnen worden door het toepassen van saneringsregelingen - wordt breed herkend. Zeker als het gaat om kleine schuldeisers die niet de omvang, capaciteit en het incasseringsvermogen hebben van grote schuldeisers.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10203885
Gelijkberechtiging De wet1 bepaalt dat alle schuldeisers onderling gelijke rechten hebben en naar evenredigheid van ieders vordering aanspraak maken op de aflossing. Het doel hiervan is om ervoor te zorgen dat alle schuldeisers op eenzelfde manier behandeld worden, met uitzondering van schuldeisers die op basis van de wet een bevoorrechte positie kennen. Het is daarom niet mogelijk om kleine schuldeisers een andere (bevoorrechte) positie toe te kennen omdat zij een groter risico lopen. Wel is het mogelijk om binnen het systeem van de financiële hulpverlening te streven naar de meest ideale oplossing waarbij de financiële gevolgen zo klein mogelijk zijn. Financiële hulpverlening Het college streeft ernaar om te voorkomen dat inwoners in problematisch schulden terecht komen. De Haagse financiële hulpverlening is dusdanig ingericht dat allereerst wordt ingezet op preventie en vroegsignalering. Doordat we inwoners vroeg in het vizier krijgen, bijvoorbeeld vanuit vroegsignalering of via de helpdesk geldzaken, kunnen we inzetten op maatregelen die geen tot weinig financiële consequenties hebben voor schuldeisers, denk hierbij aan het treffen van betalingsregelingen en het herfinancieren van de schulden. Als dit mogelijk is ontvangt de schuldeiser het volledige openstaande schuldbedrag.
Deze vroege inzet kan voorkomen dat schuldeisers een deel van hun vordering noodgedwongen moeten afwaarderen. Inwoners met schulden of betalingsachterstanden die daar zelfstandig niet uit weten te komen, kunnen een beroep doen op de gemeentelijke schuldhulpverlening. Samen met de schuldenaar wordt gekeken of er een volledige schuldregeling kan worden getroffen. Pas als die mogelijkheid geen uitkomst biedt, wordt in overleg met de schuldeisers onderzocht of een deel van de schuld afgewaardeerd kan worden middels een minnelijk schuldentraject. In dergelijke gevallen behoren saneringskredieten en schuldbemiddelingstrajecten tot de oplossingen. Bij deze trajecten ervaren individuele schuldeisers financiële consequenties. Daarom wordt zowel voor de schuldenaar als schuldeiser gezocht naar een passende oplossing. Hierbij geldt dat het gelijkberechtigingsbeginsel altijd centraal staat. Ditzelfde principe geldt ook voor het wettelijk schuldentraject (WSNP). Saneringskredieten vs Schuldbemiddeling Een minnelijk schuldentraject kan via een saneringskrediet of een schuldbemiddeling plaatsvinden. Ook als het gaat om de keuze tussen saneringskredieten en schuldbemiddelingstrajecten wordt gestreefd naar de meest ideale oplossing. Schuldsanering is in veel gevallen te verkiezen boven schuldbemiddeling2.
Uit onderzoek blijkt dat het toepassen van een saneringskrediet zowel voor de schuldeisers, schuldenaars als de gemeente (vaak) het meest voordelig is. Het college streeft er daarom naar om in dergelijke gevallen zoveel mogelijk saneringskredieten toe te passen. Een schuldsanering als oplossing voor problematische schulden bij een schuldenaar zorgt bij de schuldeiser voor rust omdat hij een duidelijk aanbod krijgt. Indien de schuldeisers akkoord gaan met het aanbod ontvangen zij direct geld en hoeven zij de boeken niet open te houden om de status van de vordering bij te houden. Dit kan met name voordelig zijn voor kleine schuldeisers omdat dit tot minder administratieve werkzaamheden leidt. De schuldeiser kan het dossier sluiten en bespaart incasso- en administratiekosten. Verder kan de schuldeiser direct de in rekening gebrachte BTW terugvragen bij de Belastingdienst.
1
Het gelijkberechtigingsbeginsel kent een wettelijke grondslag. Artikel 277, lid 1, Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Hierin is bepaald dat
schuldeisers onderling een gelijk recht om, na voldoening van de kosten van executie, uit de netto-opbrengst van de goederen van hun schuldenaar te worden voldaan naar evenredigheid van ieders vordering, behoudens de door de wet erkende redenen van voorrang. 2
Martijn Schut, Saneren versus bemiddelen, Onderzoek naar de meerwaarde van schuldsaneren en een Borgfonds, juli 2018, pagina 3.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10203885
Een schuldbemiddeling daarentegen leidt bij schuldeisers tot extra administratiekosten omdat de boeken en bescheiden 3 jaar lang open moeten blijven. De vordering moet gedurende het traject gemonitord worden. Een verondersteld voordeel is dat een inkomensstijging in de 3-jarige aflosperiode ervoor zorgt dat de schuldeisers een groter deel van de vordering afgelost krijgt. Echter blijkt uit de praktijk dat de feitelijke inkomensstijging vrijwel nooit substantieel is en dat de extra opbrengsten niet opwegen tegen de administratiekosten 3. Daar komt bij dat de schuldeiser wel last heeft van een inkomensdaling bij de schuldenaar. Verder kan de schuldeiser niet direct de in rekening gebrachte BTW terugvragen bij de Belastingdienst. Samenvatting Het is wettelijk niet mogelijk om kleine schuldeisers een (bevoorrechte) positie toe te kennen ten opzichte van grote schuldeisers. Wel is het mogelijk om binnen het systeem van de financiële hulpverlening te streven naar de meest ideale oplossing waarbij de financiële gevolgen zo klein mogelijk zijn. Het college probeert zoveel mogelijk in te zetten op preventie en vroegsignalering. Doordat we inwoners vroeg in het vizier krijgen kunnen we inzetten op maatregelen die geen tot weinig financiële consequenties hebben voor schuldeisers. Ook kleine schuldeisers zijn hierbij gebaat.
Bij problematische schulden kijken we eerst naar oplossingen waarbij de schuld alsnog afgelost kan worden. Pas als die mogelijkheden geen uitkomst bieden, wordt in overleg met de schuldeisers onderzocht of een deel van de schuld afgewaardeerd kan worden. Daar waar het gaat om de keuze tussen saneringskrediet en schuldbemiddeling blijkt dat – zeker ook in het belang van kleine schuldeisers - de schuldsanering veelal een aantrekkelijker instrument is dan schuldbemiddeling. Afsluiting Voor ondernemers geldt per definitie dat zij een risico lopen op het moment dat zij financiële afspraken met andere ondernemers en particulieren aangaan. Het debiteuren risico dat een ondernemer (met name kleine schuldeisers) loopt is inherent aan het zijn van ondernemer. Dit doet niets af aan het feit dat het college vindt dat ook voldoende aandacht dient te zijn voor kleine schuldeisers. Indien zij in financiële problemen verkeren (bijvoorbeeld door het debiteurenrisico dat zij zijn aangegaan) geldt dat zij zich - naast de reguliere kredietverleners - ook kunnen wenden tot bureau zelfstandigen en de gemeentelijke kredietbank. Zij kunnen een Bbz-uitkering aanvragen om het bedrijf voor te zetten en kunnen ook een krediet aanvragen om tijdelijk de vaste lasten in de privésfeer te dekken.
Verder ontwikkelt de gemeente diverse instrumenten om ondernemers te helpen bij het inspelen op veranderende omstandigheden. Zoals de digitaliseringsvoucher waarmee ondernemers subsidie kunnen krijgen om te investeren in de digitalisering of de ondernemersschool waarin de (startende) ondernemer onder begeleiding een goed ondernemingsplan leert schrijven. Daarnaast kunnen ondernemers voor allerlei vragen bij het Ondernemersportaal van de gemeente terecht. Zoals vragen over subsidies, vergunningen en advies. Het Ondernemersportaal zit op het stadhuis en is maandag tot en met vrijdag van 9.00-17.00 uur geopend, telefonisch bereikbaar op 070-3536004 of via mail ondernemersportaal@denhaag.nl.
3
Martijn Schut, Saneren versus bemiddelen, Onderzoek naar de meerwaarde van schuldsaneren en een Borgfonds, juli 2018, pagina 5.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10203885
Het college vindt het belangrijk om het schuldhulpverleningslandschap te blijven ontwikkelen en verbeteren. Daarom blijft het college in gesprek gaan met samenwerkingspartners en ondernemers om het systeem verder te ontwikkelen. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
4/4