RIS306987 Bijlage 1
Tekst van het document
STATUTENWIJZIGING van de stichting: Stichting Businesspark Haaglanden, met zetel in de gemeente 's-Gravenhage
Heden, **, is voor mij, mr. Frank Jan Oranje, notaris te 's-Gravenhage, verschenen: **. De comparant heeft verklaard dat: a.
het bestuur van de stichting: Stichting Businesspark Haaglanden, met zetel in de gemeente 's-Gravenhage, met adres: (2641 EZ) Pijnacker, Oranjeplein 1, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 65902904, hierna te noemen: de 'Stichting', op ** tweeduizend twintig, onder opschortende voorwaarde van het verkrijgen van goedkeuring van iedere deelnemer van de Stichting voor de onderhavige statutenwijziging, buiten vergadering heeft besloten om de statuten van de Stichting geheel te wijzigen, alsmede om de comparant te machtigen deze akte te doen verlijden, van welke besluiten blijkt uit een besluit buiten vergadering, waarvan een exemplaar aan deze akte wordt gehecht;
b.
de statuten van de Stichting laatstelijk zijn gewijzigd bij akte, verleden op twaalf oktober tweeduizend zeventien voor een waarnemer van mr. F.J. Oranje, notaris te 's-Gravenhage;
c.
de op grond van artikel 17 van de statuten van de Stichting vereiste goedkeuring van iedere deelnemer van de Stichting is verleend op ** tweeduizend twintig respectievelijk ** tweeduizend twintig respectievelijk ** tweeduizend twintig, waarvan blijkt uit een schriftelijke verklaring van iedere deelnemer, die aan deze akte worden gehecht.
Ter uitvoering van voormeld besluit tot statutenwijziging heeft de comparant, handelend als vermeld, verklaard de statuten van de Stichting bij deze akte geheel te wijzigen als volgt:
F179/F370/31007222 - versie 15 juli 2020
2/13
STATUTEN. Naam en zetel. Artikel 1. 1.1.
De stichting draagt de naam: Stichting Businesspark Haaglanden.
1.2.
Zij heeft haar zetel in de gemeente 's-Gravenhage.
Doel en middelen. Artikel 2. 2.1.
De stichting heeft ten doel: het versterken van de regionale samenwerking tussen de deelnemende gemeenten op het gebied van bedrijfshuisvesting ten behoeve van het behouden en vestigen van bedrijven en daarmee de werkgelegenheid in de Haagse regio.
2.2.
Zij tracht dit doel te bereiken door onder meer: -
het (verder) professionaliseren van het regionaal loket (front-office) van Businesspark Haaglanden voor ondernemers;
-
het intensiveren van de samenwerking met adviseurs in bedrijfshuisvesting;
-
het begeleiden van het proces van uitplaatsingen van bedrijven als gevolg van transformatie/herstructurering;
-
het ontwikkelen van kennis en het delen van kennis over onder meer herstructurering, duurzaamheid en energietransitie;
-
het leveren van een bijdrage aan het formuleren van nieuw beleid en het tot uitvoering brengen van beleid;
-
het meedenken om te komen tot nieuwe werklocaties;
-
het als netwerkorganisatie aanspreekpunt zijn voor de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de Provincie Zuid-Holland.
Vermogen. Artikel 3. Het vermogen van de stichting wordt gevormd door: a.
(met omzetbelasting belaste) bijdragen van de deelnemers;
b.
subsidies;
c.
andere baten.
Bestuur: samenstelling, benoeming en defungeren. Artikel 4. 4.1.
De stichting heeft een bestuur, bestaande uit een aantal natuurlijke personen, gelijk aan het aantal deelnemers van de stichting. Een niet-voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden. In ontstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk
3/13
voorzien. 4.2.
Iedere deelnemer benoemt één bestuurder, met dien verstande dat slechts een lid van het college van burgemeester en wethouders van de benoemende deelnemer tot bestuurder kan worden benoemd.
4.3.
Het bestuur wijst jaarlijks uit zijn midden een voorzitter aan, waarbij het voorzitterschap jaarlijks rouleert tussen de bestuurders. Het bestuur wijst daarnaast uit zijn midden een secretaris en een penningmeester aan, dan wel in de plaats van de beide laatsten een secretaris-penningmeester.
4.4.
Bestuurders worden benoemd voor de tijd dat zij burgemeester respectievelijk wethouder zijn van de benoemende deelnemer.
4.5.
Een bestuurder defungeert: a.
door zijn overlijden;
b.
doordat hij failliet wordt verklaard, surseance van betaling aanvraagt of verzoekt om toepassing van de schuldsaneringsregeling als bedoeld in de Faillissementswet, dan wel een daaraan gelijk te stellen wettelijke regeling naar buitenlands recht die op de betreffende bestuurder van toepassing is;
c.
door zijn ondercuratelestelling of doordat hij anderszins het vrije beheer over zijn vermogen verliest;
d.
door zijn vrijwillig aftreden;
e.
doordat hij ophoudt burgemeester respectievelijk wethouder te zijn van de deelnemer die hem heeft benoemd;
f.
door zijn ontslag, verleend door de rechtbank in de gevallen in de wet voorzien;
g. 4.6.
door zijn ontslag, verleend door de deelnemer die hem heeft benoemd.
In geval van ontstentenis of belet van een of meer bestuurders, berust het bestuur tijdelijk bij de overblijvende bestuurders. In geval van ontstentenis of belet van alle bestuurders, berust het bestuur tijdelijk bij een of meer jaarlijks - door het bestuur voor deze situatie aangewezen personen.
Bestuur: taak en bevoegdheden. Artikel 5. 5.1.
Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.
5.2.
Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.
4/13
Bestuur: bijeenroeping van de vergaderingen. Artikel 6. 6.1.
Vergaderingen van het bestuur worden gehouden zo dikwijls de voorzitter of ten minste twee van de andere bestuurders een vergadering bijeenroepen, doch ten minste tweemaal per jaar.
6.2.
De bijeenroeping van de vergaderingen van het bestuur geschiedt schriftelijk door de in artikel 6.1 bedoelde persoon of personen, dan wel namens deze door de secretaris op een termijn van ten minste eenentwintig dagen, de dag van ontvangst van de oproep en de dag van de vergadering niet meegerekend, behoudens in spoedeisende gevallen waarin de voorzitter kan besluiten tot oproeping op een termijn van ten minste zeven dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen en datum, plaats en tijd van de vergadering. Bestuurders zullen worden opgeroepen door een langs elektronische weg toegezonden en reproduceerbaar bericht aan het adres dat door hen voor dit doel bekend is gemaakt en - indien zij daartoe een verzoek hebben gedaan aan het bestuur - tevens per post.
6.3.
De vergaderingen van het bestuur worden gehouden in Nederland, te bepalen door degene die de vergadering bijeenriep dan wel deed bijeenroepen.
6.4.
Indien is gehandeld in strijd met het in artikel 6.2 en/of artikel 6.3 bepaalde, kan het bestuur niettemin rechtsgeldige besluiten nemen in het geval de vergadering voltallig is en geen van de bestuurders zich alsdan tegen besluitvorming verzet, of – wanneer de vergadering niet voltallig is – indien de ter vergadering afwezige bestuurders vóór het tijdstip van de vergadering schriftelijk hebben verklaard zich niet tegen de besluitvorming te verzetten. In het laatste geval is het bepaalde in artikel 9.4, eerste volzin, onverminderd van toepassing. Aan de eis van schriftelijkheid van de verklaring wordt voldaan indien de verklaring elektronisch is vastgelegd.
Bestuur: toegang tot de vergaderingen. Artikel 7. 7.1.
Toegang tot de vergaderingen van het bestuur hebben de bestuurders en degenen die daartoe door de voorzitter dan wel door een andere bestuurder zijn uitgenodigd, mits het bestuur daarmee instemt. De niet-bestuurders die op grond van de voorgaande volzin een vergadering van het bestuur bijwonen zijn bevoegd daar het woord te voeren.
7.2.
Een bestuurder is bevoegd zich ter vergadering te doen vertegenwoordigen door een medebestuurder. De volmacht hiertoe dient schriftelijk te zijn verleend. Aan de eis van schriftelijkheid van de volmacht wordt ook voldaan
5/13
indien de volmacht elektronisch is vastgelegd. De volmacht tot vertegenwoordiging werkt niet privatief. Een bestuurder kan slechts één medebestuurder ter vergadering vertegenwoordigen. 7.3.
Iedere bestuurder alsmede ieder ander persoon als bedoeld in artikel 7.1 is bevoegd door middel van een elektronisch communicatiemiddel – daaronder begrepen doch niet beperkt tot telefoon- of videoconferentie – aan een vergadering deel te nemen, mits deze persoon via het elektronisch communicatiemiddel kan worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering en – indien van toepassing – kan deelnemen aan de beraadslaging en stemming. Deze persoon wordt alsdan geacht in deze vergadering aanwezig te zijn.
Bestuur: leiding van de vergaderingen. Artikel 8. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur. Bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding. Tot dat ogenblik wordt het voorzitterschap waargenomen door de ter vergadering aanwezige bestuurder die het langst als zodanig fungeert. Bestuur: besluitvorming in vergadering. Artikel 9. 9.1.
De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergadering worden gehouden, met dien verstande dat op verzoek van een bestuurder stemmingen over personen schriftelijk geschieden.
9.2.
Voor zover in deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, worden alle besluiten van het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
9.3.
Iedere bestuurder is bevoegd tot het uitbrengen van één stem. Blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht. Bij staking van stemmen over zaken is het voorstel verworpen. Staken de stemmen bij verkiezing van personen, dan beslist het lot. Indien bij verkiezing tussen meer dan twee personen door niemand van hen een volstrekte meerderheid is verkregen, dan vindt een nieuwe stemming plaats tussen de twee personen die het grootste aantal stemmen kregen, zo nodig na tussenstemming.
9.4.
Tenzij in deze statuten anders wordt bepaald, kan het bestuur slechts geldige besluiten nemen in een vergadering waarin ten minste de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Is in een vergadering minder dan de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet
6/13
later dan vier weken na de eerste vergadering, in welke tweede vergadering ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders rechtsgeldig kan worden besloten omtrent de onderwerpen welke in de eerste vergadering op de agenda waren geplaatst doch waarover in die vergadering bij ontbreken van het quorum niet kon worden besloten. Bij de oproeping tot de tweede vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kan worden genomen onafhankelijk van het aantal ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders. 9.5.
Het door de voorzitter van de vergadering ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
Bestuur: besluitvorming buiten vergadering. Artikel 10. Alle besluiten van het bestuur kunnen ook op andere wijze dan in vergadering worden genomen, mits alle bestuurders in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en zij allen schriftelijk hebben verklaard zich niet tegen deze wijze van besluitvorming te verzetten. Een besluit is alsdan genomen zodra de vereiste meerderheid van alle bestuurders zich schriftelijk vóór het voorstel heeft verklaard. Onder schriftelijk wordt mede verstaan een langs elektronische weg toegezonden en reproduceerbaar bericht. Van een buiten vergadering genomen besluit wordt door de secretaris van het bestuur een verslag opgemaakt, dat in de eerstvolgende vergadering wordt vastgesteld en ten blijke daarvan door de voorzitter en de notulist van die vergadering wordt ondertekend. Het aldus vastgestelde verslag wordt tezamen met de stukken als bedoeld in de eerste zin van dit artikel bij de notulen van de vergaderingen van het bestuur gevoegd. Bestuur: tegenstrijdig belang. Artikel 11. 11.1.
Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting.
11.2.
Wanneer op grond van het bepaalde in artikel 11.1 geen enkele bestuurder
7/13
aan de besluitvorming kan deelnemen, neemt dan wel nemen degene(n) met het belang alsnog deel aan de beraadslaging en de stemming. In dat geval wordt een uittreksel van de notulen als bedoeld in artikel 12 onderscheidenlijk het verslag als bedoeld in artikel 10, waarin de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen zijn vastgelegd, gevoegd bij de staat van baten en lasten over het boekjaar waarin het besluit is genomen. Bestuur: notulen van de vergaderingen. Artikel 12. Van het verhandelde in de vergaderingen van het bestuur worden door de secretaris of door de daartoe door de voorzitter van de vergadering aangewezen persoon notulen opgesteld. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering en worden ten blijke daarvan door de voorzitter en de notulist van die vergadering ondertekend. (Een kopie van) de notulen en de in artikel 10 bedoelde stukken worden aan iedere bestuurder ter beschikking gesteld. Bestuur: vertegenwoordiging. Artikel 13. 13.1.
Het bestuur vertegenwoordigt de stichting.
13.2.
De bevoegdheid tot vertegenwoordiging komt mede toe aan twee bestuurders gezamenlijk.
13.3.
Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van volmacht aan een of meer bestuurders, alsook aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
Directieraad: samenstelling, benoemen en defungeren. Artikel 14. 14.1.
De stichting kent een directieraad die is belast met de voorbereiding van besluiten van het bestuur en de (dagelijkse) uitvoering van de besluiten van het bestuur.
14.2.
De directieraad bestaat uit één of meer directeuren. Het aantal directeuren wordt vastgesteld door het bestuur.
14.3.
Directeuren worden benoemd door het bestuur. Iedere deelnemer kan aan het bestuur personen voordragen voor de benoeming tot directeur.
14.4.
Iedere directeur kan te allen tijde door het bestuur worden geschorst en/of ontslagen.
Directieraad: taak en bevoegdheden, besluitvorming en taakverdeling. Artikel 15. 15.1.
De directieraad is belast met de voorbereiding van de strategie, die moet leiden tot realisatie van de doelstellingen van de stichting, het voorbereiden
8/13
van bestuursbesluiten in het algemeen en het uitvoeren van de besluiten van het bestuur en de dagelijkse gang van zaken binnen de stichting. 15.2.
Het bestuur kan regels opstellen omtrent de besluitvorming en de werkwijze van de directieraad, waarin begrepen de informatievoorziening aan het bestuur alsmede - ingeval er meer dan een directeur is - een taakverdeling waarin is opgenomen met welke taak iedere directeur meer in het bijzonder zal zijn belast. Deze regels en taakverdeling worden in dat geval schriftelijk vastgelegd in een reglement.
15.3.
Besluiten van de directieraad kunnen te allen tijde schriftelijk worden genomen, mits het desbetreffende voorstel aan alle in functie zijnde leden van de directieraad is voorgelegd en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Schriftelijke besluitvorming geschiedt door middel van schriftelijke verklaringen van alle in functie zijnde directieraadsleden. Aan de eis van schriftelijkheid van de verklaring wordt voldaan indien de verklaring elektronisch is vastgelegd.
15.4.
De directieraad bereidt de volgende plannen voor wanneer het bestuur daar om vraagt en herziet deze zo nodig: a.
een jaarplan met de daarbij behorende begroting;
b.
een voortschrijdend meerjaren beleidsplan;
c.
eventuele andere plannen als van tijd tot tijd door het bestuur te bepalen.
15.5.
Tenzij het bestuur anders besluit, hebben de directeuren toegang tot de vergaderingen van het bestuur en hebben de directeuren daarin een raadgevende stem. De directeuren zullen in dergelijke vergaderingen alle door het bestuur verlangde inlichtingen verstrekken.
15.6.
Het bestuur kan aan iedere directeur volmacht verlenen, teneinde het doelmatig functioneren van de stichting in de dagelijkse praktijk te verzekeren.
Deelnemers. Artikel 16. 16.1.
De stichting kent deelnemers.
16.2.
Deelnemer van de stichting kan slechts zijn een gemeente in de regio Haaglanden dan wel een daaraan grenzende gemeente. Een deelnemer wordt als zodanig door het bestuur toegelaten. Een besluit van het bestuur tot toelating van een deelnemer kan slechts genomen worden met unanimiteit van de uitgebrachte stemmen in een vergadering van het bestuur waarin ten minste drie vierden van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is.
16.3.
Een deelnemer houdt op deelnemer te zijn:
9/13
a.
doordat hij ophoudt te bestaan;
b.
door opzegging door de deelnemer;
c.
door opzegging door het bestuur.
Opzegging als bedoeld in sub b en c kan slechts geschieden per het einde van het boekjaar, met inachtneming van een opzeggingstermijn van twee maanden. Een deelnemer of het bestuur kan echter onmiddellijk opzeggen als bedoeld in sub b en c indien redelijkerwijs niet van de deelnemer of van het bestuur kan worden gevergd dat de deelnemer nog langer deelnemer is van de stichting. Een deelnemer kan voorts onmiddellijk opzeggen als bedoeld in sub b binnen twee maanden nadat een besluit waarbij de geldelijke verplichtingen van de deelnemers zijn verzwaard, hem is bekend geworden of medegedeeld; het besluit is alsdan niet op de deelnemer van toepassing. Een besluit als bedoeld in sub c kan slechts worden genomen met een meerderheid van ten minste twee derden van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste drie vierden van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. 16.4.
Het bestuur bepaalt jaarlijks op basis van een begroting welke bijdragen van de deelnemers jegens de stichting noodzakelijk zijn, waarbij het bestuur kan besluiten voor één of meer deelnemers in hoogte verschillende bijdragen vast te stellen. In het reglement wordt hiertoe een verdeelsleutel opgenomen. Iedere deelnemer dient de voor deze deelnemer vastgestelde bijdrage te voldoen. Een besluit tot het vaststellen van de hoogte van de bijdrage voor een deelnemer en een besluit tot het vaststellen van een verdeelsleutel kan door het bestuur slechts worden genomen met unanimiteit van de uitgebrachte stemmen in een vergadering van het bestuur waarin alle bestuurders aanwezig zijn. Indien een deelnemer in de loop van een boekjaar ophoudt deelnemer te zijn, blijft hij niettemin de voor dat jaar vastgestelde bijdrage voor het geheel verschuldigd.
Commissies. Artikel 17. 17.1.
Het bestuur kan besluiten tot instelling casu quo opheffing van commissies. Bij de instelling van iedere commissie formuleert het bestuur het takenpakket waarvoor de commissie wordt ingesteld.
17.2.
In door het bestuur ingestelde commissies kunnen zowel derden als bestuurders worden benoemd. Het bestuur benoemt en ontslaat de leden van de door hem ingestelde commissies en stelt per commissie het aantal leden vast.
10/13
17.3.
Al hetgeen commissies betreft wordt bij reglement geregeld.
Boekjaar, begroting en jaarstukken. Artikel 18. 18.1.
Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar.
18.2.
Het bestuur is verplicht jaarlijks voor één november een taakstellende begroting en een jaarplan op te stellen voor het daaropvolgende jaar. In het jaarplan worden de activiteiten van het daaropvolgende jaar beschreven, inclusief de daarbij behorende budgetten. De begroting en het jaarplan worden jaarlijks voor vijftien november ter kennis gebracht van iedere deelnemer.
18.3.
Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.
18.4.
Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de stichting te maken en op papier te stellen.
18.5.
Het bestuur kan twee deelnemers - bij toerbeurt - aanwijzen om, alvorens tot de vaststelling van de balans en de staat van baten en lasten door het bestuur wordt overgegaan, deze stukken (doen) onderzoeken. Deze deelnemers brengen omtrent hun onderzoek verslag uit aan het bestuur. De procedure voor dit onderzoek kan nader worden uitgewerkt in een reglement als bedoeld in artikel 19.
18.6.
Het bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaar te bewaren.
18.7.
De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans en staat van baten en lasten, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave van de gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.
Reglementen. Artikel 19. 19.1.
Het bestuur is bevoegd reglementen, waarin nadere regels worden gegeven over het functioneren van de stichting, haar bestuur en de directieraad, vast te stellen, te wijzigen of op te heffen.
11/13
19.2.
Op de vaststelling, wijziging en opheffing van reglementen is het bepaalde in artikel 20.2 en artikel 20.4 van overeenkomstige toepassing.
19.3.
Reglementen mogen niet in strijd zijn met de wet of deze statuten.
Statutenwijziging. Artikel 20. 20.1.
Het bestuur is, met inachtneming van het bepaalde in dit artikel, bevoegd de statuten te wijzigen.
20.2.
Een besluit van het bestuur tot statutenwijziging kan slechts genomen worden met unanimiteit van de uitgebrachte stemmen in een vergadering van het bestuur waarin ten minste drie vierden van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Is in een vergadering van het bestuur waarin een besluit tot statutenwijziging aan de orde is voormeld quorum niet aanwezig, dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de eerste vergadering, in welke tweede vergadering rechtsgeldig kan worden besloten met unanimiteit van de uitgebrachte stemmen, mits in deze vergadering ten minste de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Bij de oproeping tot de tweede vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit tot statutenwijziging kan worden genomen in een vergadering waarin slechts de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd behoeft te zijn. Het bepaalde in artikel 9.4, tweede volzin, van deze statuten is op een besluit tot statutenwijziging niet van toepassing.
20.3.
Een besluit tot statutenwijziging behoeft de goedkeuring van iedere deelnemer.
20.4.
Bij de oproeping tot de vergadering waarin een voorstel tot statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste drie weken.
20.5.
Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Iedere bestuurder is bevoegd deze akte te doen verlijden.
20.6.
De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het handelsregister.
Ontbinding en vereffening. Artikel 21. 21.1.
Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden.
21.2.
Op het besluit van het bestuur tot ontbinding is het bepaalde in artikel 20.2, artikel 20.3 en artikel 20.4 van overeenkomstige toepassing.
12/13
21.3.
Na ontbinding van de stichting geschiedt de vereffening door het bestuur, tenzij door de rechter dan wel bij het besluit tot ontbinding één of meer andere vereffenaars zijn aangewezen.
21.4.
De vereffenaars doen aan het handelsregister opgaaf van de ontbinding alsmede van hun optreden als zodanig en van de gegevens over henzelf die van een bestuurder worden verlangd.
21.5.
Het overschot na vereffening komt toe aan de degenen die op het moment van het nemen van het besluit tot ontbinding deelnemer zijn van de stichting en zal worden verdeeld tussen deze deelnemers naar rato van het totaal van de door iedere deelnemer gedurende het lopende jaar en de twee jaren daaraan voorafgaand aan de stichting betaalde bijdragen. In het besluit tot ontbinding wijst het bestuur tevens een bewaarder voor de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting aan.
21.6.
Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden 'in liquidatie'.
21.7.
Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende zeven jaren nadat de stichting heeft opgehouden te bestaan onder berusting van de door het bestuur in zijn ontbindingsbesluit aangewezen bewaarder. Deze persoon is gehouden binnen acht dagen na het ingaan van zijn bewaarplicht zijn aanwijzing alsook zijn naam en adres ter inschrijving op te geven aan het handelsregister.
EINDE STATUTENWIJZIGING. Slot akte. De comparant is mij, notaris, bekend. WAARVAN AKTE in minuut is verleden te 's-Gravenhage op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. Na mededeling van de zakelijke inhoud van deze akte aan de comparant en het geven van een toelichting daarop, heeft de comparant verklaard tijdig voor het verlijden van deze akte gelegenheid te hebben gehad om van de inhoud van deze akte kennis te nemen en daarvan ook kennis te hebben genomen, met de inhoud van deze akte in te stemmen en op volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen.
13/13
Onmiddellijk na voorlezing van in elk geval die gedeelten van deze akte, waarvan de wet voorlezing verplicht stelt, is deze akte vervolgens eerst door de comparant en onmiddellijk daarna door mij, notaris, ondertekend.