RIS306934 Beantwoording SV Inzet kinder en jeugdpsychiaters in wijkteams
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
15 december 2020
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw Roopram, luidend: 'Inzet kinder- en jeugdpsychiaters in wijkteams'
OCW/10052805 RIS306934
Het raadslid mevrouw Roopram heeft op 18 november 2020 een brief met daarin tien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Met de overheveling van de jeugd-ggz naar de gemeenten was het de bedoeling om juist de zorg dicht bij huis te brengen en aan te sluiten op de hulpvraag van patiënten ouders. En een betere samenwerking tussen professionals in de wijk. Zowel indicering, financiering als behandeling zijn onder de regie van één instantie, de gemeente. De ene keer onderhandelt de specialist met gemeenten over zorgbudgetten, de andere keer over de behandeling van patiënten. Dat botst, want gemeenten bieden zelf ook zorg en behandeling, via de buurt- of sociale wijkteams. Zij kunnen, net als de huisarts, verwijzen naar de kinder- en jeugdpsychiater voor medisch-specialistische zorg. Kinder- en jeugdpsychiaters moeten overal zichtbaar zijn: in het ziekenhuis, op de hoek van de straat en op allerlei plekken daar tussenin, zoals in de wijkteams. Zij hebben de expertise om te bepalen of een kind psychiatrische behandeling nodig heeft, of dat bijvoorbeeld ondersteuning van het gezin voldoet. Naar aanleiding van de uitzending over jeugdzorg van de tv-programma De Hofbar stelt raadslid Roopram de volgende vragen: 1.
Kan het college zich indenken dat de uitspraken die zijn gedaan tijdens het interview in het tvprogramma De Hofbar een behoorlijke impact hebben gemaakt op veel mensen, waaronder ouders van kwetsbare kinderen? (*)
Het college kan zich voorstellen dat enkele van de uitspraken die zijn gedaan in het tv-programma De Hofbar veel impact hebben gehad. Het is ontzettend verdrietig als kinderen om welke reden dan ook geen uitweg meer zien en een einde aan hun leven maken, soms zelfs letterlijk onder de handen van de hulpverleners. Wat dan resteert, is de pijn van ouders die hun kind verliezen. Als college zullen wij altijd aandacht moeten hebben voor schrijnende situaties die helaas niet altijd te voorkomen zijn en oog moeten blijven houden voor de emoties die dit te weeg brengt. Die compassie – in dit geval met ouders die door suïcide een kind hebben verloren – had in de betreffende tv-uitzending sterker kunnen worden getoond. Waar jeugdhulp tekort heeft geschoten, moet en wordt dat uiteraard onderzocht. Ons uitgangspunt blijft in elk geval dat kwetsbare kinderen en hun ouders de hulp ontvangen die nodig is. De wijkteammedewerkers zijn vaak niet getraind in het onderkennen van kinder- en jeugdpsychiatrische stoornissen. Bijvoorbeeld wijkteammedewerkers die bij een kind met een angststoornis als advies geven: “doe het kind op een vechtsport, dan leert het flinker te worden”.
(*) https://www.npostart.nl/de-hofbar/17-11-2020/POW_04779832
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10052805
2.
De staatssecretaris heeft aangegeven dat een kind gediagnostiseerd moet worden door een specialist. Dat is ook het uitgangspunt van de Jeugdwet. Hoe gaat het college dit nu wel regelen en hoeveel kinder- en jeugdpsychiaters zijn momenteel vertegenwoordigd in de wijkteams?
In de jeugdteams in Den Haag werken gezinscoaches met verschillende expertises. Alle gezinscoaches zijn minimaal HBO opgeleid en beschikken over een SKJ-registratie. Het grootste deel van de gezinscoaches is in dienst van een specialistische jeugdhulpaanbieder en wordt via een aanbesteding in het jeugdteam ingezet. Een verplichting vanuit de aanbesteding is dat deze medewerkers door hun moederorganisaties (vanwaar ze worden ‘ingehuurd’ voor inzet in onze jeugdteams) per jaar minimaal 20 uur aan deskundigheidsbevordering en ontwikkeling op hun expertise aangeboden krijgen. In ieder jeugdteam zijn een of twee gezinscoaches werkzaam met GGZ-expertise. Deze zijn in dienst van Youz (Parnassia Groep) en hebben een SKJ of BIG-registratie. Deze GGZ-gezinscoaches kunnen na multidisciplinair GGZ-overleg doorverwijzen naar een (S)GGZ-zorgaanbieder. In het jeugdteam werken geen psychiaters (dit zijn namelijk artsen), maar onze GGZ-professionals zijn HBO of WO opgeleid die juist dit soort problematiek direct herkennen, erkennen en tijdig de passende zorg te bieden. Denk aan (ortho)pedagogen, systeemtherapeuten, psychologen en ouderbegeleiders. Daarnaast heeft ieder team een WO opgeleide gedragswetenschapper met een diagnostiek aantekening waarmee alle casussen worden besproken en deze problematiek ook tijdig kan signaleren.
Als er acute zorg nodig is hebben we de crisisdienst waar 24/7 ook GGZ-specialisten werken. 3.
Kan het college aangeven hoeveel verwijzingen er zijn gedaan door de wijkteams naar kinderen jeugdpsychiaters?
In heel 2019 zijn er ruim 320 verwijzingen geweest vanuit het jeugdteam naar GGZ-hulp bij gecontracteerde jeugdhulpaanbieders. In het eerste halfjaar van 2020 waren dat er ruim 250. Dit betreft verwijzingen naar Basis Jeugd-GGZ, Specialistische Jeugd-GGZ, Hoogspecialistische JeugdGGZ en Geïntegreerde Specialistische Jeugd-GGZ. 4.
Is het college bereid om samen met partners, jeugdprofessionals ervaringsdeskundigen kritisch het jeugdbeleid-GGZ te bekijken, de vinger aan de pols houden, te monitoren en te verbeteren?
Op basis van signalen uit het veld wordt samengewerkt aan verbeteringen. Vaak zijn de wijkteams binnen een gemeente verschillend samengesteld, afhankelijk van de overheersende problematiek in de wijk. In de ene wijk is bijvoorbeeld een gedragskundige in het wijkteamlid vertegenwoordigd en in een andere wijk een casemanager dementie of een trajectbegeleider psychiatrie. Het klinkt als voor de hand liggend, maar in de praktijk wordt nog te weinig gebruikgemaakt van de expertise die aanwezig is in de andere wijkteams. 5.
Kan het college aangeven hoe de wijkteams zijn verdeeld in de wijken en wordt er rekening gehouden met de overheersende problematiek in de wijk? Wat zijn de overheersende problemen in de wijken? Graag per wijk aangeven.
De jeugdteams zijn over de stadsdelen verdeeld op basis van het aantal kinderen die in de verschillende stadsdelen wonen. Kinderrijke stadsdelen hebben meer en grotere jeugdteams dan minder kinderrijke. Daarnaast zijn er stedelijke jeugdteams, die stadsdeel overstijgende problematiek oppakken: zoals hulp aan risicojongeren en Voorgezet Onderwijs-teams.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10052805
In alle jeugdteams zijn gezinscoaches met verschillende expertises actief, zodat elke jeugdhulpproblematiek opgepakt kan worden. Tijdens jeugdteam overleggen en multidisciplinaire overleggen vindt afstemming over casuïstiek plaats. Registratie vindt niet plaats op problematiek, maar op perceel. Deze registratie is echter niet betrouwbaar genoeg om expliciete uitspraken over te doen. Het college kan wel inzicht geven in de gedeclareerde kosten van jeugdhulpaanbieders per perceel, onderverdeeld per stadsdeel. Dit overzicht wordt nagezonden als onderdeel van de beantwoording van de technische vragen over de eerste halfjaarrapportage Jeugd en Wmo 2020. Samengevat blijkt uit dat overzicht dat in elk stadsdeel 80 tot 90% van de gespecialiseerde jeugdhulp ambulante jeugdhulp betreft. 6.
Wie houdt de vinger aan de pols als specialistische zorg is ingezet en controleert of afspraken worden nagekomen en doelen zijn behaald? Zijn hier duidelijke werkafspraken over gemaakt en hoe zien deze eruit?
Dit is de verantwoordelijkheid van de jeugdhulpaanbieder naar wie is toegeleid. Na toeleiding wordt het dossier, wanneer het gezin geen andere hulpvragen meer heeft waar de gezinscoach een bijdrage aan kan leveren, afgesloten. Wanneer er meerdere zorgaanbieders betrokken zijn vanwege problematiek op verschillende leefgebieden en sprake is van veiligheidsrisico’s, coördineert en evalueert het jeugdteam de zorg en bewaakt de opgestelde doelen. Deze werkwijze is afgesproken met de jeugdhulpaanbieders. 7.
Hoe ziet de monitoring en evaluatie van ingezette zorg eruit?
Zie antwoord vraag 6 en 9. Uithuisgeplaatste kinderen komen in de ‘carrousel van de jeugdzorg’ terecht en worden gemiddeld zes keer doorgeplaatst in het hele land, ver van hun vertrouwde omgeving en netwerk. En kinderen die op een groep wonen hebben gemiddeld al zo’n 65 hulpverleners gezien. Sommigen zelfs meer dan 100. 8.
Wat is de inzet van het college om ervoor te zorgen dat kinderen de juiste professionele hulp krijgen in hun eigen vertrouwde omgeving?
Vanuit de keten JGZ, opvoedsteunpunten, jeugdteams en Veilig Thuis bieden professionals de best passende hulp die zoveel mogelijk dichtbij huis geboden wordt. Wanneer specialistische zorg nodig is, wordt toegeleid naar gecontracteerde jeugdhulpaanbieders of wordt in sommige gevallen een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend als ouders zelf de benodigde zorg mee willen inkopen. Ook hier wordt gekeken of de hulp zo veel mogelijk dichtbij het kind en gezin kan plaatsvinden. Pas als het echt nodig is, wordt een kind intramuraal geholpen. Sommige zeer specialistische intramurale zorg is landelijk georganiseerd en vindt plaats waar plek is.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10052805
9.
Wordt er aan de kinderen en de gezinnen gevraagd of zij zich echt geholpen voelen?
Tijdens de evaluaties en het eindgesprek tussen de professional en het gezin wordt stilgestaan bij de wijze waarop de hulp is geboden en hoe het gezin dit heeft ervaren. Aan de hand van een schaalvraag wordt met het gezin geëvalueerd in hoeverre een doel is behaald. Sinds 1 juli 2020 wordt, net als bij andere diensten van de gemeente, gewerkt met Expoints dat continue klantfeedback meet. Na iedere afsluiting van een dossier wordt automatisch een mail gestuurd met het verzoek om (anoniem) feedback te geven. Er wordt uitgevraagd op zo'n 10 aspecten, welke allen in een dashboard verwerkt worden. Ieder team heeft inzage in de eigen leer- en verbeteraspecten en gebruikt deze informatie dan ook actief om een kwaliteitsslag in de dienstverlening te maken. Deze meting van klanttevredenheid wordt vanaf de jaarrapportage Jeugd en Wmo 2020 een vast onderdeel van de rapportages. 10. Spelen financiële overwegingen een rol bij de inzet van specialistische zorg? Zo nee, waarom niet? Uitgangspunt is dat een kind en zijn gezin passende hulp ontvangt. Deze hulp kan ontvangen worden bij een door H10-regio of landelijk gecontracteerde jeugdhulpaanbieder, of in geval van pgb, zelf in te kopen door de budgethouder. Het niet verlenen van specialistische jeugdhulp om financiële overwegingen gebeurt niet. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
4/4