CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS306912 doorbreek impasse galvanischool

Commissie Samenleving 8 april 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief van wethouder van Onderwijs, Sport en Buitenruimte inzake Programma Onderwijshuisvesting 20213.933 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RIS-nummer: 306912 Schriftelijke vragen: doorbreek impasse Galvanischool Indiener: Pieter Grinwis, ChristenUnie/SGP Datum: 18 november 2020 Aan de voorzitter van de gemeenteraad, Op 29 september 2020 heeft de voorzieningenrechter van de Raad van State een stokje gestoken voor de verbouwingi van de Galvanischool vanwege de slechtere geluidssituatie door de verhoogde speelpleinen, waarover ook onder andere het Algemeen Dagblad berichtte ii. Verwacht wordt dat over een half jaar het hoger beroep met alle andere beroepsgronden zal worden behandeld. Daarna kan het nog zes weken duren voordat er uitspraak wordt gedaan. Eerder al (29 januari 2020) verklaarde de rechtbank Den Haag het beroep van bewoners gegrond tegen het besluit van Burgemeester en Wethouders om de vergunning te handhaven. De rechtbank vernietigde deze beslissing maar liet de rechtsgevolgen in stand 1. Ondertussen is een actiegroep Galvani Vooruit. Nu! opgericht die de verbouwing snel wil afronden, omdat kinderen en ouders al vanaf januari 2018 naar de tijdelijke locatie Stokroosstraat moeten reizen.iii Omdat alles stilligt en er een impasse dreigt te ontstaan of misschien al is ontstaan, stelt Pieter Grinwis (ChristenUnie/SGP) overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde de volgende vragen: 1.

Is het college op de hoogte van deze uitspraak van de Raad van State? Is het college ook op de hoogte van de planning van de behandeling van het hoger beroep? 2. Is het college bereid, hangende het hoger beroep, onderzoek te doen naar de groeipotentie van de ruim 100 jaar oude Galvanischool, inclusief het effect op de verkeerssituatie, het (fiets)parkeren en de ruimtelijke en stedenbouwkundige structuur van de buurt? En is het college bereid op basis daarvan de uitgangspunten te bepalen welke omvang van de school haalbaar is in harmonie met de leefbaarheid van de buurt? 3. Is het college bereid, hangende het hoger beroep, de uitbreiding van de Galvanischool opnieuw te bezien en te toetsen aan het Integrale Huisvestingsbeleid Onderwijs 2020- 2030 dat begin 2020 is vastgesteld? Dit naar aanleiding van uitspraken van de toenmalig wethouder Onderwijs in het Algemeen Dagblad van 24 december 2019 waarin zij stelt 'dat het niet zo kan zijn dat populaire scholen onbeperkt doorgroeien, soms ten koste van scholen die tobben', waarbij de wethouder met name de Galvanischool en de Annie M.G. Schmidtschool noemt iv. In het voorjaar van 2019 is gestart met (sloop)werkzaamheden, maar door problemen bij de aannemer lag het werk voor die zomer al weer stil. In oktober 2019 ging de aannemer failliet. Sinds de zomer van 2019 kijkt de buurt aan tegen een bouwput.

Al bijna 3 jaar maakt de school gebruik van de tijdelijke locatie aan de Stokroosstraat. Een situatie die voor niemand fijn is: niet voor de stichting De Haagse Scholen (DHS), niet voor ouders en leerlingen, maar ook niet voor bewoners van de Snellius- en Galvanistraat. En ook niet voor andere scholen die graag gebruik hadden gemaakt van de locatie aan de Stokroosstraat. Wat betreft de ChristenUnie/SGP-fractie kan en mag de gemeente niet langer toekijken, maar is actie geboden.

1

Zie bijlage

4. Hoelang wil het college de ontstane situatie laten voorbestaan of is het college bereid de regie te nemen en de impasse te doorbreken? Is het college bereid om samen met DHS en omwonenden om tafel te gaan en samen naar alternatieve oplossingen te zoeken? Pieter Grinwis ChristenUnie/SGP

i

https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@122674/202001670-2-r3/

202001670/2/R3. Datum uitspraak: 29 september 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken van [verzoeker sub 1A] en [verzoeker sub 1B] en anderen, allen wonend te Den Haag, en [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B], wonend te Den Haag, om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende de hoger beroepen van: 1. [verzoeker sub 1A] en [verzoeker sub 1B] en anderen, allen wonend te Den Haag, 2.

[verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B], wonend te Den Haag,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 29 januari 2020 in zaak nr. 18/3081 18/3072 in het geding tussen: [verzoeker sub 1A] en [verzoeker sub 1B] en anderen, [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B], en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Procesverloop Bij besluit van 29 juni 2017 heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan De Haagse Scholen, Stichting voor primair en speciaal openbaar onderwijs, te Den Haag (hierna: De Haagse Scholen) voor het veranderen van de school aan de Galvanistraat 43. Bij besluit van 21 maart 2018 heeft het college het door [verzoeker sub 1A] en [verzoeker sub 1B] en anderen en [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 20 maart 2019 (hierna: de tussenuitspraak) heeft de rechtbank het college in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de uitspraak de geconstateerde gebreken in de besluiten van 29 juni 2017 en 21 maart 2018 te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de tussenuitspraak of om zo spoedig mogelijk aan de rechtbank mee te delen dat van deze gelegenheid geen gebruik wordt gemaakt. De tussenuitspraak is aangehecht.

Bij brief van 30 april 2019 heeft het college een nadere motivering van het bestreden besluit gegeven en bij besluit van 30 april 2019 heeft het college het besluit van 21 maart 2018 gewijzigd. Bij uitspraak van 29 januari 2020 (hierna: de einduitspraak) heeft de rechtbank de door [verzoeker sub 1A] en [verzoeker sub 1B] en anderen en [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] daartegen ingestelde beroepen gegrond verklaard, het besluit van 21 maart 2018 vernietigd en de rechtsgevolgen in stand gelaten. Verder heeft de rechtbank de beroepen tegen het besluit van 30 april 2019 ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraken hebben [verzoeker sub 1A] en [verzoeker sub 1B] en anderen en [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] hoger beroep ingesteld. [verzoeker sub 1A] en [verzoeker sub 1B] en anderen en [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. [verzoeker sub 1A] en [verzoeker sub 1B] en anderen, [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] en De Haagse Scholen hebben nadere stukken ingediend. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 8 september 2020, waar [verzoeker sub 1A] en [verzoeker sub 1B] en anderen, in de persoon van [verzoeker sub 1A] en [verzoeker sub 1B], [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B], bijgestaan door mr. N.J.M.

Beelaerts van Blokland, advocaat te Den Haag, en het college, vertegenwoordigd door mr. M.C. Remeijer-Schimtz en J.E. van de Bilt, zijn verschenen. Voorts is De Haagse Scholen, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. H.J. Brouwer, advocaat te Baarn, gehoord. Overwegingen 1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. 2. Op 10 februari 2017 heeft De Haagse Scholen een omgevingsvergunning aangevraagd voor het veranderen van de school aan de Galvanistraat 43 door het vervangen van de gymzaal en bovenliggende lokalen, het realiseren van een kap ten behoeve van onderwijsruimten alsmede het maken van vluchttrappenhuizen, het bebouwen van de speelpleinen en het realiseren van speeldekken. Het college heeft bij het besluit van 29 juni 2017 een omgevingsvergunning verleend voor onder meer de activiteiten bouwen en handelen in strijd met het geldende bestemmingsplan. 3. Met het bouwplan wordt voorzien in de uitbreiding van de Galvanischool. Hiermee wordt ruimte geboden voor een toename van het aantal leerlingen van ongeveer 350 leerlingen naar ongeveer 500 leerlingen. De voorziene bebouwing op de bestaande schoolpleinen is bedoeld voor de realisatie van een fietsenstalling en een kleedruimte. De speelpleinen aan de Snelliusstraat komen als gevolg van deze bouwwerken verhoogd te liggen.

Omdat met de bouw van de fietsenstalling en de kleedruimte buiten het bebouwingsvlak wordt gebouwd en de trap en hekwerken rond de speeldekken de maximale bouwhoogte voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, overschrijden, heeft het college met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2˚, van de Wabo ook omgevingsvergunning verleend voor deze afwijkingen van het bestemmingsplan "Duinoord". Bij het nadere besluit van 30 april 2019 heeft het college met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2˚, van de Wabo omgevingsvergunning verleend voor de afwijking van de maximaal toegestane goothoogte met 2,7 m. Hiermee heeft het college het besluit van 20 maart 2018 gewijzigd. [verzoeker sub 1A] en [verzoeker sub 1B] en anderen en [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] komen op tegen de uitbreiding van de school, met name voor zover daarmee voor diverse onderdelen wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Hiertoe stellen zij zich kort gezegd op het standpunt dat de uitbreiding van de school zich niet goed verdraagt met het behoud van een goed woon- en leefklimaat in de directe omgeving van de school. Zij vrezen onder meer voor geluidsoverlast door op de verhoogde speelpleinen spelende kinderen. 4. Het verzoek- en hogerberoepschrift van [verzoeker sub 1A] en [verzoeker sub 1B] en anderen is ingediend door een groep natuurlijke personen.

Een aantal van deze personen woont dichtbij de school en heeft een bezwaarschrift ingediend zodat het hoger beroep wat betreft deze personen ontvankelijk is. De voorlopige voorzieningsprocedure leent zich niet voor een beoordeling van de ontvankelijkheid van alle appellanten en verzoekers. Dit zal in de bodemprocedure worden beoordeeld. 5. Ter zitting heeft de voorzieningenrechter aangekaart dat deze zaak zich, gelet op de aard en de omvang van de ingediende beroepsgronden, niet leent voor een voorlopig inhoudelijke beoordeling van de rechtmatigheid van de bestreden besluiten. Evenwel ziet de voorzieningenrechter aanleiding om gegeven de in deze procedure aanwezig zijnde belangen - een voorlopig oordeel te geven over de vraag of de rechtbankuitspraken al dan niet in stand kunnen blijven. De voorzieningenrechter zal zich hierbij concentreren op de door verzoekers centraal gestelde gronden over geluidhinder voor de omwonenden. 6. [verzoeker sub 1A] en [verzoeker sub 1B] en anderen en [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] betogen dat een verhoogd speelplein niet onder de definitie van ¨terrein¨ valt als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, aanhef en onder h, van het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit).

Volgens hen verhoudt een dergelijke uitleg zich niet met de strekking van het Activiteitenbesluit ten aanzien van terreinen, namelijk dat het geluid van aansluitende terreinen opgaat in het geluid van een ander terrein. Ook bestaat onvoldoende duidelijkheid over het gebruik van de verhoogde speelpleinen na schooltijd. Als gevolg hiervan is het stemgeluid van kinderen

ten onrechte buiten beschouwing gelaten. Het college heeft gelet hierop onvoldoende aannemelijk gemaakt dat kan worden voldaan aan de geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit, aldus [verzoeker sub 1A] en [verzoeker sub 1B] en anderen en [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B]. Verder betogen [verzoeker sub 1A] en [verzoeker sub 1B] en anderen en [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] dat het college niet voldoende heeft gemotiveerd waarom het bouwplan, waarvoor een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan is verleend, in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Volgens hen had het college moeten onderbouwen waarom het bouwplan geen verslechtering van het woon- en leefklimaat oplevert, waarbij ook rekening wordt gehouden met het stemgeluid van kinderen. In de bestreden besluiten is volgens hen ten onrechte niet geborgd dat geluidwerende voorzieningen moeten worden getroffen. Hiermee staat niet vast dat na de realisatie van het bouwplan een goed woon- en leefklimaat zal worden bereikt. 6.1. De rechtbank heeft beoordeeld in hoeverre in een geval als dit, waarbij het bouwplan voorziet in verhoogde speeldekken, sprake kan zijn van een ¨terrein¨ als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, aanhef en onder h, van het Activiteitenbesluit . Naar het oordeel van de rechtbank is daar in dit geval sprake van.

Dit betekent volgens de rechtbank dat de uitzondering van artikel 2.18, eerste lid, aanhef en onder h, van het Activiteitenbesluit van toepassing is en het stemgeluid van kinderen bij de beoordeling buiten beschouwing moeten blijven. Gelet hierop en de mogelijkheid van de school om het schoolterrein na schooltijd te sluiten, is de rechtbank eveneens van oordeel dat geen sprake is van een gebrek aan het bestreden besluit vanwege de omstandigheid dat geen omgevingsvergunning is verleend voor geluidwerende voorzieningen. 6.2. Daargelaten de vraag of een verhoogd speelplein kan worden aangemerkt als een ¨terrein¨ als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, aanhef en onder h, van het Activiteitenbesluit, overweegt de voorzieningenrechter over de vraag of het bouwplan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening het volgende. Met het bouwplan wordt voorzien in verhoogde speelpleinen die grenzen aan de woningen en tuinen van enkele van de verzoekers. Deze speeldekken komen daarmee boven de bestaande muren uit. Als gevolg van de realisatie hiervan vrezen verzoekers een verslechtering van de geluidssituatie in de directe woonomgeving van de verhoogde schoolpleinen.

Ter beoordeling staat in zoverre of de aangevallen tussenuitspraak wat betreft het oordeel dat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het bouwplan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, naar het oordeel van de voorzieningenrechter in stand kan blijven. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de rechtbank ten onrechte geen oordeel gegeven over de vraag of het bouwplan, in het bijzonder wat betreft de realisatie van de verhoogde speelpleinen, niet tot een

zodanige verslechtering van de geluidssituatie leidt dat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat sprake is van een aanvaardvaar woon- en leefklimaat. De voorzieningenrechter zal hierna beoordelen of het college zich in redelijkheid op dit standpunt heeft kunnen stellen en daarbij het stemgeluid van spelende kinderen voldoende heeft betrokken. 6.3. Voor de vraag of wat betreft de geluidsbelasting een goed woon- en leefklimaat kan worden bewerkstelligt in de directe omgeving van de school heeft het college zich gebaseerd op het rapport ¨Galvanischool Den Haag; geluid naar de Omgeving¨ van 25 oktober 2017 (hierna: het akoestisch rapport). In dat rapport staat dat als uitgangspunt wordt genomen dat het geluid in de woonomgeving ten gevolge van de aanwezigheid van spelende kinderen op de beide schoolpleinen ter hoogte van de Snelliusstraat niet mag toenemen. Dit uitgangspunt komt de voorzieningenrechter niet onredelijk voor. Daarbij is van belang dat het gaat om een verbouwing van een ingevolge het bestemmingsplan toegestane school en niet om een geheel nieuwe ontwikkeling. 6.4. In paragraaf 3.1 van het akoestisch rapport staat dat het geluid van kinderen in de nieuwe situatie zonder maatregelen meer zal uitstralen naar de woonomgeving omdat de nu bestaande muur het geluid niet meer afschermt.

Om te voorkomen dat er als gevolg van het bouwplan een verslechtering van de geluidssituatie optreed, moeten er geluidwerende voorzieningen worden getroffen. Wanneer een van de varianten van de in paragraaf 3.1 en 3.2 van het akoestisch rapport beschreven maatregelen wordt getroffen, zal de geluidbelasting op de naastgelegen woningen en op de woningen aan de overzijde van de straat afnemen, aldus dit rapport. Ter zitting hebben het college en de Haagse Scholen gewezen op het besluit van 22 juni 2020 waarbij door het college een omgevingsvergunning is verleend voor het plaatsen van glazen afscheidingen en voorzetgevels op de verhoogde speelpleinen bij de school Galvanistraat 43. Daarmee is volgens hen verzekerd dat er ook daadwerkelijk geluidwerende voorzieningen getroffen worden ter hoogte van de verhoogde speeldekken aan de Snelliusstraat, zodat een goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd. 6.5. De voorzieningenrechter ziet in wat [verzoeker sub 1A] en [verzoeker sub 1B] en anderen en [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] hebben aangevoerd over het akoestisch rapport en het akoestisch rapport van 17 juni 2020 van Peutz dat aan het besluit van 22 juni 2020 ten grondslag is gelegd geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het treffen van zodanige voorzieningen dat de geluidssituatie niet verslechtert uiteindelijk niet mogelijk zal zijn.

Het valt echter op voorhand niet uit te sluiten dat als gevolg van het bouwplan een verslechterde geluidssituatie ontstaat ter hoogte van de woningen aan de Snelliusstraat gelegen binnen de invloedssfeer van de verhoogde speelpleinen. Daarbij acht de voorzieningenrechter van belang dat in de besluiten van 21 maart 2018 en 30 april 2019 niet is geborgd,

bijvoorbeeld door middel van een daartoe strekkend voorschrift, dat adequate geluidwerende voorzieningen moeten zijn getroffen voordat de speeldekken in gebruik genomen mogen worden. Hiermee staat dus niet vast dat die geluidwerende voorzieningen er komen en dat de geluidssituatie ter plaatse niet verslechtert. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat het college zich onder verwijzing naar het akoestisch rapport op het standpunt heeft gesteld dat het geluid als gevolg van de in het bouwplan voorziene speeldekken meer zal uitstralen naar de woonomgeving en dat het om die reden uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk is om geluidwerende voorzieningen te treffen. 6.6. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zal de aangevallen tussenuitspraak en daarmee de einduitspraak op dit punt in de hoofdzaak niet in stand blijven. Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening toe te wijzen. 7. Het college wordt op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten veroordeeld. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I.

schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van den Haag van 21 maart 2018, kenmerk B.2.17.2147.001, B.2.17.2146.005, B.2.17.2147.006, en het besluit van het college van burgemeester en wethouders van den Haag van 30 april 2019, kenmerk B.2.17.2147.001 t/m B.2.17.2147.007; II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van den Haag tot vergoeding van bij [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.050,00 (zegge: duizendvijftig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; III. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van den Haag aan verzoekers het door hen voor de behandeling van de verzoeken betaalde griffierecht ten bedrage van € 265,00 (zegge: tweehonderdvijfenzestig euro) voor [verzoeker sub 1A] en [verzoeker sub 1B] en anderen, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen, en € 265,00 (zegge: tweehonderdvijfenzestig euro) voor [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de andere. Aldus vastgesteld door mr. E. Helder, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Soede, griffier.

De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. Uitgesproken in het openbaar op 29 september 2020

ii AD 29-9-2020

Verbouwing Galvanischool voorlopig stilgelegd De Raad van State heeft een stokje gestoken voor de verbouwing van de Galvanischool in Duinoord. Omwonenden vrezen voor geluidsoverlast door op de verhoogde speelpleinen spelende kinderen. De voorzieningsrechter houdt de verbouwing om die reden nu tegen. In de bouwplannen staat dat de speelplaatsen voor de kinderen bovenop de kleedkamers en fietsenstallingen komen, die komen op de plek van de oude speelruimte. Omwonenden zouden dan meer last hebben van spelende kinderen, omdat de nu bestaande muur het geluid niet afschermt. Jarenlang procederen ze al, de bewoners uit de directe omgeving van de Galvanischool. De verbouwing van de school duurt, mede door alle procedures, al ruim 2.5 jaar. Tegen de aanwezigheid van een school in de straat hebben de omwonenden geen bezwaar, maar ‘het moet wel proportioneel blijven’, zei Agnes Gomis namens de procederende buren al eerder tegen deze krant. Ze vinden dat de school te groot wordt en daardoor niet past bij een goed woon- en leefklimaat in de directe omgeving van de school. Volgens hen had het college moeten onderbouwen waarom het bouwplan geen verslechtering van het woon- en leefklimaat oplevert, waarbij ook rekening wordt gehouden met het stemgeluid van kinderen. Ook bestaat er volgens hen onvoldoende duidelijkheid over het gebruik van de speelpleinen na schooltijd.

Op andere bezwaren, zoals de verkeersoverlast en nadelige gevolgen voor de zoninval van woningen, ging de Raad vandaag niet in. Inmiddels is er een actiecomité opgestaan met de naam Galvani Vooruit Nu, die juist tegen het stilleggen van de bouw is.

iii AD 23-9-2020

Galvanischool verdeelt buurt: ‘Laten we die bouw alsjeblieft niet wéér stilleggen’ Het nieuwe buurtcomité Galvani Vooruit. Nu! wil dat de verbouwing van de Galvanischool ongestoord doorgaat. Dit tegen het zere been van andere buurtbewoners, die juist alle juridische middelen in de strijd gooien om de sloop en schaalvergroting van de populaire school te stoppen. Jarenlang procederen ze al, bewoners uit de directe omgeving van de Galvanischool in Duinoord. Nee, tegen de aanwezigheid van een school in de straat hebben ze geen enkel bezwaar. ,,Maar het moet wel proportioneel blijven", stelt Agnes Gomis, namens de procederende buren. Botsingen ,,De school is populair, trekt veel kinderen van buiten de wijk. Je hebt te maken met kleine straatjes, die het verkeer van en naar school nu al nauwelijks aankunnen. Straks staat er een school voor 500 kinderen, waar tot 2013 300 kinderen zaten. Dat gaat zorgen voor botsingen. Letterlijk.”

Raad van State buigt zich momenteel over een hoger beroep, aangespannen door buurtbewoners die met een voorlopige voorziening de sloop en verbouwing van het pand aan de Galvanistraat willen stilleggen. Vanwege eerder genoemde verkeersonveiligheid, maar ook vanwege de overschrijding van de goothoogte en nadelige gevolgen voor de zoninval van woningen. Andere buurt Maar niet alle buurtbewoners zijn blij met dat jarenlange juridische getouwtrek. ,,Een groeiende groep bewoners in de straat rondom de school is klaar met al dat procederen", stelt Maarten van den Berg van het vorige week opgerichte buurtcomité Galvani Vooruit. Nu!, dat stelt te spreken namens zo'n veertig buurtbewoners. ,,Ons comité bestaat deels uit ouders met kinderen op de school. De moeten nu dagelijks fietsen naar de Stokroostraat. Behalve dat dat best een linke route is, botst het ook met het feit dat deze mensen bewust kozen voor een school in de omgeving en nu dagelijks naar een andere buurt moeten fietsen.” Er zijn ook bewoners zonder schoolgaande kinderen die zich hebben aangesloten bij het comité, zegt Van de Berg. ,,Die kijken nu al weer tijden uit op een bouwplaats en zijn het eigenlijk wel zat dat er niets gebeurt.

Laat de levendigheid weer terugkomen in onze straten, de school is het hart van de buurt.” Sindskort wordt er weer gewerkt aan de verbouwing van de Galvanischool, nadat aannemer Schouten Bouw vorig jaar failliet ging en er maandenlang niets gebeurde. ,,We zitten er niet op te wachten dat het hele project weer stilvalt na een uitspraak van de voorzieningenrechter. We willen door: meedenken over verkeersoplossingen en stoppen met traineren.” Emoties Gomis - die eerder aangaf 150 buurtbewoners te vertegenwoordigen in haar strijd tegen sloop en nieuwbouw - stelt juist steun te krijgen van ouders van de school. ,,De ouders die zich er écht in verdiepen weten dat dit hun kind niet ten goede komt. Er is een groot risico dat de verhoogde speelpleinen, onderdeel van de nieuwbouw, straks niet gebruikt mogen worden omdat de geluidsnormen zullen worden overschreden. Dan heb je nauwelijks buitenruimte voor een schoolgebouw, waar 500 kinderen samenkomen. Dat moet je als ouder toch ook niet willen?” Hoewel ze zegt verbaasd te zijn over de oprichting van het nieuwe comité, denkt ze niet dat het de strijd tegen de nieuwbouw negatief gaat beïnvloeden. ,,Raad van State kijkt in dit stadium nog sec naar alle juridische paden en of die goed zijn bewandeld. De emoties die in eerdere bezwaarprocedures aan bod kwamen, hebben geen invloed op de uiteindelijke uitspraak.”

iv AD 24-12-2019

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9431012/1