RIS306891 Beantwoording SV Breek lans voor meest kwetsbare groep
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
15 december 2020
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer De Mos, luidend: ‘Breek lans voor meest kwetsbare groep’
OCW/10054029 RIS306891
Het raadslid de heer De Mos heeft op 17 november 2020 een brief met daarin vijf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.
Is het college bekend met het bericht ‘SCP: hoge verwachtingen decentralisaties niet waargemaakt’? (*)
Ja, het college is bekend met het nieuwsbericht en met het onderliggende rapport van het SCP.1 De conclusies van het SCP zijn keihard. Bij de Participatiewet zijn mensen er soms zelfs op achteruit gegaan. Ook de arbeidsparticipatie is de afgelopen jaren niet verbeterd. In de jeugdzorg zijn de wachtlijsten nog steeds te lang, ook bij de Jeugdbescherming. En daar zitten nou precies de kwetsbaarste kinderen. Ouderen met een zorgvraag moeten steeds langer thuis wonen. In september stelde de voorzitter van de Vereniging Nederlandse Gemeenten, tevens burgemeester van de gemeente Den Haag, dat de tekorten bij de gemeenten dit jaar met een miljard in de min dreigen te gaan, bovenop het structurele tekort van twee tot drie miljard euro per jaar. 2.
Deelt het college de mening, zeker na de roep van de voorzitter van de Vereniging Nederlandse Gemeenten, tevens burgemeester van de gemeente Den Haag, dat bij de decentralisaties de menselijke maat uit het oog verloren is? Graag uw reflectie op de conclusies van het SCP
Het college deelt niet de mening dat de menselijke maat uit het oog verloren is. Het SCP bespreekt ook cliëntervaringen en wijst er bijvoorbeeld op dat gemiddeld 83% van de Wmo-cliënten het eens is met de stelling dat zij zich door de ondersteuning beter kunnen redden. En tussen 50% en 60% van de responderende gebruikers (ouders of jeugdigen) is van mening dat de zelfstandigheid en de zelfredzaamheid van de jeugdigen in bepaalde opzichten zijn verbeterd door de jeugdhulp.2 Programma 8 Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid Uiteraard hebben jeugdigen en gezinnen behoefte aan maatwerk. Wij slagen er steeds beter in om lokale arrangementen te creëren rond brede gezinsproblematiek, onderwijs en veiligheid. Kennis van de lokale context en inzet van de daar werkzame mensen en organisaties zoals de school, de vrijwilligers, de wijkagent en het maatschappelijk werk zijn daarin cruciaal. Tegelijkertijd gaan we de komende tijd het maatschappelijk debat aan over het aantal kinderen dat naar jeugdhulp wordt verwezen. De vraag naar jeugdhulp blijft maar groeien, waardoor kinderen en gezinnen die de hulp het hardst nodig hebben, soms te lang moeten wachten.
1
SCP, ‘Sociaal domein op koers? Verwachtingen en resultaten van vijf jaar decentraal beleid,’ november 2020.
2
SCP, ‘Sociaal domein op koers? Verwachtingen en resultaten van vijf jaar decentraal beleid,’ november 2020, pag. 88 en 90.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10054029
Het SCP laat zien dat de in 2015 ingezette hervorming van (langdurige) zorg en ondersteuning onderweg is, maar nog niet afgerond. Dat herkennen wij. Daarnaast is het goed te lezen dat het oordeel van de cliënt over de kwaliteit van de geleverde ondersteuning overwegend positief is. Net als het SCP vinden ook wij, dat de samenhang zowel in de uitvoering als in het rijksbeleid beter kan. Het Rijk kan ons daarbij bijvoorbeeld helpen door snelheid te maken met en doortastendheid te tonen bij het verkorten van de jeugdbeschermingsketen. Ook zijn nadere afspraken nodig over de beschikbaarheid van volwassenenzorg als het belang van het kind daarom vraagt; vooral in situaties waarin ouders niet gediagnosticeerd zijn (of willen worden), maar inzet van volwassen-GGZ zeer nodig is voor de veiligheid van het kind. Programma 7 Werk en inkomen De veronderstelling dat iedereen kan werken met de nodige ondersteuning door de gemeente en inzet van werkgevers, is te optimistisch. Onlangs zijn vanuit het Werkoffensief +500 alle burgers gesproken die 18 maanden of langer een bijstandsuitkering ontvangen. Voor een deel van deze burgers worden mogelijkheden voor re-integratie gezien. Voor de groep voor wie de inclusieve arbeidsmarkt (nog) geen realistisch perspectief is (de participatiegroep), is een vernieuwde dienstverlening in ontwikkeling.
Hier wordt u binnenkort middels de commissiebrief Gelijkwaardig Meedoen uitgebreider over geïnformeerd. Hierin staan maatschappelijke participatie, persoonlijke ontwikkeling en intrinsieke motivatie centraal. De gemeente heeft en benut hiervoor het brede Haagse aanbod voor maatschappelijke participatie, of dat nu het leren (van de taal) is, de ondersteuning van vrijwilligerswerk of de bestrijding van eenzaamheid. 3.
Wat zijn de Haagse cijfers op het gebied van decentralisatie, en welke financiële tekorten kennen we daarbij? Graag een gedetailleerd overzicht
Programma 7 Werk en inkomen Onder programma 7 Werk en Inkomen zijn er door de decentralisatie een aantal taken richting de gemeente gekomen. De middelen vanuit het Rijk zijn onvoldoende om de Haagse uitvoering te dekken. De gemeente Den Haag financiert deze onderdelen grotendeels uit de algemene middelen, hierna aangeduid als ‘tekort’. De tekorten zitten met name op de activiteiten re-integratie, inkomen en sociale werkvoorziening. Het bedrag telt op naar 50-55 mln. per jaar. Om toch dienstverlening op deze activiteiten mogelijk te maken, zet de gemeente Den Haag eigen middelen in. Deze bedragen zijn vastgesteld in de begroting. Programma 8 Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid Meerjarige analyses van de Haagse ontwikkelingen in de zorg en zorgkosten sinds 2015 staan in de Programmabegrotingen.3 Daar wordt ook ingegaan op de financiële tekorten. Daarnaast wordt uw Raad periodiek via de voortgangsrapportages geïnformeerd over de actuele financiële ontwikkelingen op het gebied van Jeugdhulp en Wmo.4
3
Gemeente Den Haag, Programmabegroting 2019-2022 (RIS300472), pag. 76 en Programmabegroting 2020-2023 (RIS304372), vanaf
pag. 79. 4
Gemeente Den Haag, Eerste voortgangsrapportage kostenbeheersing Wmo en Jeugd 2020 (RIS304947), Tweede voortgangsrapportage
(RIS305690) en Derde voortgangsrapportage (RIS306285).
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10054029
4.
Welke stappen richting het Rijk heeft dit college ondernomen? Graag een overzicht van ondernomen acties.
De gemeenten hebben via de VNG periodiek bestuurlijk overleg met het Kabinet. In dit overleg worden voortgang en knelpunten besproken. De gemeentelijke standpunten worden voorgesproken in de VNG-commissie Participatie, Schuldhulpverlening en Integratie (PSI) en de VNG-commissie Zorg, Jeugd en Onderwijs (ZJO). De gemeentelijke opvattingen bijvoorbeeld over het abonnementstarief, de voorgenomen wetgeving rond jeugdzorg en de budgettaire knelpunten zijn daar nadrukkelijk op tafel gekomen. Dit heeft er onder meer toe geleid dat er momenteel een onafhankelijk onderzoek wordt uitgevoerd naar het structureel benodigde budget voor gemeenten om de Jeugdwet te kunnen uitvoeren. Verder wijst het SCP erop dat een belangrijke gedachte achter de decentralisaties is dat, wanneer de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp én dienstverlening op het terrein van werk en inkomen bij gemeenten ligt, het eenvoudiger wordt om integraal te werken op de drie terreinen van het sociaal domein.5 Bij verschillende gelegenheden hebben wij meegedacht en gelobbyd. Bijvoorbeeld door onze ervaringen, verbeter- en aandachtspunten uit de Haagse uitvoeringspraktijk te delen.
In VNG-verband, tijdens ambtelijke overleggen op het Ministerie van VWS, en met onze Haagse reactie op het wetsvoorstel ‘Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein.’ En ook in de ontwikkeling van de doorbraakmethode van het Instituut voor Publieke Waarden (IPW), waarvan het Kabinet recent besloot gemeenten te ondersteunen door 10.000 professionals hierin te scholen6, hebben we als Den Haag een grote rol gespeeld. Deze is deels in het Sociaal Hospitaal in Den Haag ontwikkeld. 5.
Welke acties/signalen, wellicht in samenwerking met de VNG en andere gemeenten, gaat het college nog ondernemen? Hebben gemeenten al eens gedacht aan het signaal ‘Minder geld naar Europa, meer naar gemeenten’? Graag een toelichting.
Zie vraag 2. Het SCP constateert terecht dat een grote transformatie, zoals die in het sociaal domein, een zaak is van lange adem. Het college gaat daarom door op de ingeslagen weg, in de wetenschap dat deze ingrijpende decentralisaties vervolmaken, tijd kost. Daar waar de adviezen van SCP aan de gemeenten zijn gericht, zoals de duiding van eigen kracht, de mate van integraal werken en zorg prioriteren voor hen die het hardst nodig hebben, nemen wij deze ter harte. Daarnaast blijven wij ons inspannen, via rechtstreekse lijnen naar het Kabinet als via de VNG voor de nodige beleidsruimte, eenduidig Rijksbeleid en een toereikend budget. Europees beleid ziet het college als verantwoordelijkheid van het Kabinet. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
(*) Zie bijlage
5
SCP, ‘Sociaal domein op koers? Verwachtingen en resultaten van vijf jaar decentraal beleid,’ november 2020, pag. 7.
6
Kabinetsreactie op het verslag van de werkgroep "Sociale Impact van de Coronacrisis" en het Manifest "Kom op voor de meest
kwetsbare gebieden," 8 oktober 2020.