RIS306633 Bijlage 1
Tekst van het document
ROC Oude Middenweg Nota van uitgangspunten
November 2020
Locatie ROC Oude Middenweg t.o.v. Den Haag
INHOUD 1. INLEIDING6 1.1 Aanleiding 6 1.2 Status en doel 6 1.3 Opgave 6 1.4 Projectomschrijving 6 1.5 Leeswijzer 6 2. SAMEN DE STAD MAKEN7 2.1 Proces van communicatie en aanpak 7 2.2 Betrokken stakeholders en standpunten 7 3. LOCATIE9 3.1 Positie in de stad 9 3.2 Historie (ontwikkelingsgeschiedenis) 9 3.3 Actuele ontwikkelingen en kansen 9 3.4 Knelpunten 9
6.8 6.9 6.10 6.11 6.12 6.13
5. UITWERKING / UITGANGSPUNTEN16 6. SECTORALE KADERS21 6.1 Stedenbouw & Planologie 21 6.2 Economie 21 6.3 Verkeer 22 6.4 Waterparagraaf 22 6.5 Bezonning en windklimaat 23 6.6 Lucht- en geluidkwaliteit 23 6.7 Groen 24
24 24 24 24 25 25
7. FINANCIERING EN UITVOERINGSASPECTEN27 7.1 Financiering 27 7.2 Juridische planologische procedure 27 7.3 Planning en fasering 27 B. BIJLAGEN28 Natuur inclusief bouwen Handreiking communicatie particuliere bouwinitiatieven
4. RUIMTELIJKE VISIE10 4.1 Verbinden 10 4.2 Soort stedelijk milieu 10 4.3 Vergroenen 12 4.4 Verduurzamen 12 4.5 Essentiekaart 14
Vigerend Juridisch kader Welstandbeleid Archeologie Bodem Kabels en leidingen Externe veiligheid
4
Referentie: Mecanoo
NOTA VAN UITGANGSPUNTEN ROC OUDE MIDDENWEG
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding
Dit document gaat in op de randvoorwaarden ten aanzien van de ontwikkeling van de onderwijshuisvestiging ROC Mondriaan. De aanleiding vormt de ontwikkelwens van het ROC Mondriaan om de huidige tijdelijke vestiging tot een permanente onderwijshuisvesting door te ontwikkelen.
1.2
Status en doel
In deze Nota van Uitgangspunten zijn de voorwaarden opgenomen waaraan het initiatief dient te voldoen om gemeentelijke medewerking te verkrijgen. De Nota van Uitgangspunten wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Na vaststelling is het document 24 maanden geldig. De inhoud is tot stand gekomen op basis van een integrale samenwerking tussen de verschillende vakdisciplines en de initiatiefnemer. Het doel van deze NvU is meerledig. Enerzijds wordt beknopt ingegaan op de stedenbouwkundige context en het beoogd toekomstbeeld van het ROC Mondriaan. Anderzijds worden de ruimtelijke en functionele randvoorwaarden voor het realiseren van het initiatief beschreven en ingegaan op de uitkomsten van de onderzoeken van de ruimtelijke onderbouwing.
1.3
Opgave
De gemeente Den Haag is eigenaar van de grond en de Stichting ROC Mondriaan huurt deze grond sinds 2009. Voor het gebruik van de grond is in het verleden een grondhuurovereenkomst (d.d. 7 juli 2009) met het Ontwikkelingsbedrijf Leidschenveen OBL gesloten. De rechten en plichten uit deze overeenkomst zijn als gevolg van de opheffing van OBL in 2014 overgegaan naar de gemeente Den Haag, de Centrale Vastgoed Organisatie.
Vanwege het groeiend aantal leerlingen is de tijdelijke vraag naar onderwijsruimten inmiddels een structurele vraag geworden. Daarom wil het ROC op de locatie een permanent schoolgebouw realiseren voor circa 1.800 leerlingen en 200 personeelsleden (10.000 m² BVO exclusief parkeren).
1.4
Projectomschrijving
Programma Het programma voor het ROC omvat circa 10.000 m2 BVO excl. parkeren, een schoolplein en parkeren voor gebruikers. Het beoogd programma draagt bij aan het vergroten van de aantrekkelijkheid en levendigheid van de buurt. Het beoogde programma voor de resterende kavel aan de Oude Middenweg wordt in de toekomst verder uitgewerkt. Studiegebied Het studiegebied omvat de ontwikkellocatie op de hoek van de Henri Faasdreef en Vaz Diasdreef waar nu het tijdelijke onderwijsgebouw van het ROC Mondriaan is gevestigd. Daarnaast is rekening gehouden met de centrumzone die van het winkelcentrum Leidschenveen en de aan de Zoetermeerse Rijbaan gelegen buurten Rivieren en De Lanen reikt.
1.5
Leeswijzer
De Nota van uitgangspunten bevat 7 hoofdstukken: • Hoofdstuk 1 gaat in op de aanleiding van de ontwikkeling, de beschrijving van het planinitiatief, op het bestaande relevante beleid en de overwegingen van de gemeente om het initiatief te faciliteren. • Hoofdstuk 2 gaat in op de communicatie. • Hoofdstuk 3 gaat in op de bestaande situatie en context van het plangebied. • Hoofdstuk 4 schetst een beeld van de ruimtelijke visie op het gebied en de daarbij behorende achtergronden. • Hoofdstuk 5 geeft een omschrijving van de uitwerking. • Hoofdstuk 6 behandelt de kaders waar de nieuwe ontwikkeling aan moet voldoen zodat het leidt tot en gebaseerd is op een goede ruimtelijke ordening. • Hoofdstuk 7 behandelt de financiering en uitvoeringsaspecten.
Plangebied Het plangebied van het ROC Mondriaan beslaat de huidige locatie van de tijdelijke vestiging en een deel van de omgeving tot aan de Oude Middenweg.
NOTA VAN UITGANGSPUNTEN ROC OUDE MIDDENWEG
5
6
Referentie: Mecanoo
NOTA VAN UITGANGSPUNTEN ROC OUDE MIDDENWEG
2. SAMEN DE STAD MAKEN 2.1
Proces van communicatie en aanpak
Het College van Burgemeester en Wethouders neemt de reacties van belanghebbenden mee in haar besluitvorming over bouwplanontwikkelingen. De initiatiefnemer moet dan ook kunnen aantonen hoe belanghebbenden worden geïnformeerd en hoe zij reageren op de voorstellen. Dit gebeurt op basis van een door de initiatiefnemer op te stellen communicatieplan, wat ter beoordeling aan de gemeente Den Haag wordt voorgelegd. Daarin moet aandacht zijn voor de fase van planontwikkeling en van uitvoering. Bij particuliere initiatieven ligt de verantwoordelijkheid bij de marktpartij voor het betrekken van de buurt en belanghebbenden bij de ontwikkelingen. De gemeente sluit bij deze informatiemomenten aan. Om initiatiefnemers te helpen bij de communicatie met belanghebbenden heeft de gemeente de “Handreiking communicatie particuliere bouwinitiatieven” opgesteld. Deze is als bijlage aan deze Nota van Uitgangspunten toegevoegd. Samengevat de stappen in de communicatie aanpak: • Breng alle belanghebbenden in kaart en inventariseer ze. Zoek eerst contact met de direct belanghebbenden. Op www.denhaag.nl vindt u per stadsdeel een overzicht van organisaties in de wijken. Bedenk of u aan bepaalde belangen tegemoet wilt komen door uw plan aan te passen. •
Breng in kaart wat mogelijke gevoeligheden zijn en bepaal hoe communicatie een bijdrage kan leveren om deze op te lossen. Bespreek uw bevindingen met uw contactpersoon bij de gemeente.
•
Sta van te voren stil bij de vraag of de doelgroep mag meedenken of eventueel zelfs mag meebeslissen in de uitwerking van bepaalde onderdelen van het project. Een voorbeeld is de invulling van de relatie met de (openbare) leefomgeving en het gebruik van de openbare ruimte.
2.2
Betrokken stakeholders en standpunten
•
Bepaal de strategie voor participatie en communicatie op basis van de voorgaande stappen.
•
Organiseer minimaal 2 inloop-, of andere informatiebijeenkomsten, deze moeten openbaar toegankelijk zijn. Het aantal benodigde participatiebijeenkomsten moet in redelijke relatie staan tot het aantal groepen belanghebbenden en aantal gevoeligheden.
•
Betrek belanghebbenden bij de voortgang. Deze locatie is van belang voor meer dan alleen de gebruikers en omwonenden in de directe omgeving. De gemeente kijkt dan ook kritisch naar de kwaliteit en breedte van groep belanghebbenden. Stakeholderslijst met o.a.:
o o o o
Bestuur Vereniging Forepark BOL: Bewonersorganisatie Leidschenveen Bewonersorganisatie ‘s- Gravendreef CBS
Informatiebijeenkomst met omwonenden
NOTA VAN UITGANGSPUNTEN ROC OUDE MIDDENWEG
7
Projectgebied Gebied stedenbouwkundige verkenning Oude Middenweg Centrumgebied Leidschenveen
8
NOTA VAN UITGANGSPUNTEN ROC OUDE MIDDENWEG
3. LOCATIE 3.1
Positie in de stad
De locatie maakt onderdeel van het centrumgebied van Leidschenveen en heeft daarmee een belangrijke positie in het gebied. Hier komen functies zoals werken, wonen, onderwijs, cultuur en welzijn bij elkaar met daarbij een uitstekende bereikbaarheid door de ligging aan rail- en weginfrastructuur. In dit gemengd stedelijke centrumgebied past de permanente functie onderwijshuisvesting van et ROC goed. Volgens de Agenda Ruimte voor de Stad dient deze ontwikkeling gepaard te gaan met vergroening en verduurzaming.
3.2 Historie (ontwikkelingsgeschiedenis) Visie masterplan ’s Gravendreef Het plangebied Oude Middenweg grenst aan het centrum van Leidschenveen. Het centrumgebied ’s Gravendreef is een centrale zone in Leidschenveen en ligt ingeklemd tussen de spoorlijn en de Zoetermeerse Rijweg. Deze zone verbindt vier woonbuurten en het werkgebied van Leidschenveen, maar is daarnaast ook een knooppunt met een bovenwijkse functie. Deze functie komt vooral voort uit de ideale ligging aan rail- en weginfrastructuur.
3.3
Actuele ontwikkelingen en kansen
Stedenbouwkundig gezien vormt de locatie het sluitstuk van de centrumlocatie. Door de ontwikkeling van de Oude Middenweg wordt invulling gegeven aan een terrein dat geruime tijd braak ligt. Hierdoor doet zich de kans voor de aantrekkelijkheid van de buurt te vergroten en het onderwijs in Leidschenveen op de kaart te zetten. Voor zowel de ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid als voor de programmatische invulling ligt de ambitie voor de ontwikkelkavel hoog.
3.4
Knelpunten
Door de groei van de stad ontstaat een stijgende vraag naar ruimte. Ten aanzien van deze locatie dient ook rekening gehouden te worden met het ruimtegebrek op straat. Het plan dient een veilige omgeving en ontsluiting voor alle gebruikers te borgen. Alle vervoersmodaliteiten dienen zorgvuldig op elkaar afgestemd te worden. Specifiek in dit plan wordt er een aparte fietsstrook aangelegd en zal er voor voetgangers een oversteek gerealiseerd worden.
Om de ontwikkeling van het centrumgebied van Leidschenveen mogelijk te maken is in 2000 het masterplan ’s Gravendreef vastgesteld. Het winkelcentrum het Hoge Veen is hierin de centrale plek waaromheen een gemengd programma en groen voorzieningen gesitueerd is. De bebouwingsdichtheid is hoog, waardoor een bijzondere skyline voor deze plek ontstaat. Het masterplan stuurt op een stoere baksteenarchitectuur die de blokken aaneen smeedt, een campusachtige maaiveldinrichting vormt een continue openbare ruimte.
Van verleden naar heden: 1932, 1991 tot 2018
NOTA VAN UITGANGSPUNTEN ROC OUDE MIDDENWEG
9
4.1
Loire
Verbinden
Samenhang Het schoolgebouw vormt een hoeksteen in de langgerekte centrumstrook welke ingeklemd ligt tussen de spoorlijn en de Zoetermeerse Rijweg. De geïsoleerde ligging en de beoogde stedelijkheid van de strook vragen om eenheid in de stedelijke ruimte. Samenhang wordt bereikt door de herkenbare stedenbouwkundige blokstructuur in de omgeving over te nemen. Om samenhang te bereiken wordt het schoolgebouw in dezelfde rooilijn als de naastgelegen bebouwing aan de Henri Faasdreef en de toekomstige bebouwing aan de Oude Middenweg geplaatst. Ten behoeve van de stedenbouwkundige samenhang is het schoolgebouw in dezelfde rooilijnen geplaatst als de mogelijke omliggende toekomstige bebouwing. Zo ontstaat een continue bebouwingswand parallel aan de metrolijn en parallel aan de Oude Middenweg. Voor het studiegebied Oude Middenweg is in 2018 een Concept Verkenning Oude Middenweg opgesteld. In deze verkenning wordt een perspectief geschetst voor de buurt Oude Middenweg. Het stedenbouwkundig plan is gebaseerd op een blokverkaveling, waarbij het gebied is opgedeeld in 3 woonblokken en de school. De bouwblokken staan in een rij aan de Oude Middenweg waardoor er aan de zuidzijde ruimte overblijft om het akoestische landschap rondom de Zoetermeerse Rijweg door te zetten.
Stedenbouwkundige structuur: De school sluit aan bij de bestaande bebouwing en het beoogd toekomstbeeld
10
NOTA VAN UITGANGSPUNTEN ROC OUDE MIDDENWEG
4. RUIMTELIJKE VISIE Bereikbaarheid Het schoolgebouw wordt via de kortste route veilig ontsloten. De auto-ontsluiting van de school vindt plaats via de rotonde Zoetermeerse Rijweg - Vaz Diasdreef en Henri Faasdreef. Via het vrijliggende fietspad langs de Zoetermeerse Rijweg wordt vanaf de rotonde een vrijliggend fietspad naar de school aangelegd. De hoofdentree van het schoolgebouw ligt aan de Vaz Diasdreef zodat er een directe loopverbinding naar
Legenda Bomen Legenda
Wegen
Bomen
Fietspaden Wegen Fietspaden Schoolplein Schoolplein
ROC gebouw ROC gebouw
metrostation Leidschenveen ontstaat.
4.2
Soort stedelijk milieu
Het stedelijke milieu van het plangebied wordt getypeerd als gemengd centrumstedelijk. Het plangebied heeft een gemengd karakter met aanwezigheid van woningen, bedrijven, winkels en onderwijs. Daarbij wordt de bouwstructuur sterk gedefinieerd door grote bouwblokken met hoogteaccenten. Typering stedelijk milieu Het gebied maakt onderdeel uit van het centrumgebied van Leidschenveen. In het langgerekte gebied, ingeklemd tussen de infrastructuur, is een breed programma van winkels, werkgelegenheid, welzijn, cultuur en wonen voorzien, met een hoge bebouwingsdichtheid. De voorkomende bebouwingshoogte reikt van vierlaagse bebouwing in de voorzieningenstrook tot tweelaagse bebouwing met een kap in de woonwijken. De bouwhoogte van de school dient aan te sluiten aan de bouwhoogte van de reeks gebouwen aan de Henri Faasdreef.
1:2000 0
20
40m
ROC Oude Middenweg in de beoogde context
NOTA VAN UITGANGSPUNTEN ROC OUDE MIDDENWEG
11
4.3
Vergroenen
De ambitie voor de ontwikkeling Oude Middenweg sluit aan bij de ambitie die Den Haag heeft om te vergroenen en de kernkwaliteiten te vergroten.
Versterken groenstedelijke kwaliteiten Aan de zijde van de Zoetermeerse Rijweg ligt het akoestisch landschap met zijn brede groene openbare ruimte. Dankzij de unieke vormentaal, de groene inrichting en de gebruikswaarde draagt de strook bij aan de belevingswaarde en de fysieke omgevingskwaliteiten. De visie voor de Oude Middenweg voorziet erin om de bouwvolumes aan elkaar te rijgen door een continue groen blauwe maaiveldinrichting. De buitenruimte verbindt tevens de verschillende fases van het projectgebied. De school is georiënteerd op deze zone doordat bijvoorbeeld collectieve ruimtes aan deze zijde van het gebouw liggen. Hierdoor ontstaat een verbinding met het schoolplein en worden ontmoetingen tussen toekomstige bewoners en gebruikers bevordert. De openbare ruimte waaronder het schoolplein worden klimaatbestendig ingericht. Volwassen bomen maken onderdeel uit van de inrichting openbare ruimte. Natuur inclusief bouwen Het college van B&W wil groen- en natuurinclusief bouwen in de stad bevorderen. Het levert een bijdrage aan de instandhouding van soorten, aan de klimaatopgave door vermindering van hittestress en wateroverlast, aan de mogelijkheden voor natuurbeleving in de stad en daarmee samenhangend aan het welzijn en de gezondheid van mensen.
Conform het besluit over het Puntensysteem Groen- en natuurinclusief bouwen (RIS 301953) geldt voor de ontwikkeling van het ROC Mondriaan de tabel van maatregelen met het te behalen puntenaantal (zie bijlage).
Referentie: Mecanoo
Maatregel voor natuurinclusief bouwen groen dak
Referentie: ROC
Klimaatadaptieve en gebruiksvriendelijke inrichting schoolplein
12
NOTA VAN UITGANGSPUNTEN ROC OUDE MIDDENWEG
Natuurinclusief bouwen
4. RUIMTELIJKE VISIE 4.4
Verduurzamen
Op gebouw- en gebiedsniveau zullen duurzame maatregelen getroffen worden om een kwaliteitssprong mogelijk te maken naar een klimaat neutrale stad. Duurzaamheid In een buurt die gekenmerkt wordt door zijn groen stedelijke uitstraling is het van belang om duurzaam met de projectlocatie om te gaan. Naast dat het voor de bebouwing belangrijk is dat vastgoed minimaal 25 jaar meegaat, is het ook belangrijk om de buitenruimte mee te nemen in het belang van duurzaamheid. Er zijn in Den Haag voldoende aanleidingen voor het verbinden van de stedelijke structuur en duurzaamheidmaatregelen. Dit is uitgewerkt in de Uitvoeringsagenda Duurzame Stedenbouw. De relevante maatregelen voor de ontwikkeling van het scholencomplex zijn: 1. energie 2. klimaat en groen 3. bewegen Energie Het verduurzamen van de Haagse energie-huishouding draagt daaraan bij. Speerpunten zijn distributie van duurzame warmte, opwekking van duurzame energie en energiebesparing. Ook lokale oplossingen zijn belangrijk. Warmte- en koude opslag in de bodem is in Den Haag een geschikte techniek en in grote delen van Den Haag is de dakvorm- en oriëntatie geschikt voor toepassing van zonnepanelen.
Klimaat en groen Klimaateffecten waar Den Haag mee te maken krijgt zijn zeespiegelstijging, grotere verschillen in neerslag en stijging van de gemiddelde temperatuur. Klimaatadaptatie is nodig om in de toekomst ook een veilige, leefbare en aantrekkelijke stad te zijn. In het Uitvoeringsplan Klimaatbestendig Den Haag wordt nader ingegaan op de effecten die Den Haag kan verwachten. Mogelijke maatregelen zijn een waterplein, groene klimaatadaptieve daken, verticale (gevel) tuinen en toepassing van materialen met een goede waterdoorlaatbaarheid en hoog reflectie gehalte. Bij de locatie van de school doet zich de kans voor de buitenruimte als duurzaam groen blauw schoolplein in te richten. Gevolgen hiervan zijn: • Reductie van CO² • Jongeren komen in contact met natuur • Jongeren leren over de natuur • Bevordering van de biodiversiteit van het gebied. • Bevorderng van de waterafvoer van het gebied. Groen- en natuurinclusief bouwen helpt om de stad groen en gezond te houden. Conform het raadsbesluit over Natuurinclusief bouwen (RIS288182) en de Nota Haagse hoogbouw Eyeline en Skyline (RIS298448) is een puntensysteem ontwikkeld, dat dient als instrument voor het bevorderen van groen- en natuurinclusief bouwen in Den Haag. Er liggen kansen om dit gebouw natuurinclusief uit te voeren.
Conform het raadsbesluit over Natuurinclusief bouwen (RIS288182) zal het college van B&W bevorderen dat uitgangspunten voor Natuurinclusief bouwen (RIS288182) opgenomen worden bij gemeentelijke bouwinitiatieven (eigen grond).
Bewegen Den Haag stimuleert het verplaatsen te voet en fiets om de groei van het autoverkeer af te remmen en de leefkwaliteit in de stad te verbeteren. Autoverkeer vervangen door langzaam verkeer draagt bij aan een betere luchtkwaliteit en minder geluidhinder. Op deze manier wil de gemeente haar positie als gezonde stad met duurzame mobiliteit versterken. Dit past bij de traditie van Den Haag. Nabij de scholenlocatie bevindt zich een vrij liggende fietsroute. Ontwerpaspecten zijn fietscomfort, (verkeers)veiligheid en belevingswaarde. Het routeontwerp draagt bij aan de ruimtelijke- en functionele differentiatie van lange lijnen in de stad. Ook goede fietsenstalvoorzieningen horen daarbij. Bij het ontwerp van de school en de inrichting van de buitenruimte dient hier rekening mee gehouden te worden. Duurzaam bouwen Conform de Agenda Ruimte voor de Stad dient verdichting gepaard te gaan met vergroening en verduurzaming.
In de nota ‘Haagse hoogbouw Eyeline-Skyline’ zijn randvoorwaarden opgenomen voor wat betreft duurzaamheid, De voor dit project relevante randvoorwaarden zijn hieruit overgenomen: • BREEAM-NL minimaal 4 sterren (excellent); • of GPR Gebouw van minimaal 8 voor de thema’s: milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde; voor energie geldt een score van 9; • Gasloos bouwen; • Voor het thema energie (energieneutraal) is bij voorkeur een 10 gewenst, en de overige thema’s behoren minimaal een 8 te scoren.
NOTA VAN UITGANGSPUNTEN ROC OUDE MIDDENWEG
13
Projectgebied Bouwen binnen het bouwvlak
P
Indicatie van een collectieve binnenruimte met sterkerelatie met de collectieve buitenruimte indicatie uitzondering op de gevel om entree te benadrukken Rooilijn Schoolpleinleinruimte met groenelementen en waterberging Hoofdentree (via het schoolplein of aan de Henri Faasdreef)
P
Inpandig parkeren minimale afstand tot naastegelegen gevel Bestaande bebouwing Toekomstige bebouwing Ontsluiting voetgangers vanaf OV Overige ontsluiting voetgangers Ontsluiting fiets en scooter
0
max.
20
40m
16 m
14
NOTA VAN UITGANGSPUNTEN ROC OUDE MIDDENWEG
Ontsluiting auto en laden en lossen
4. RUIMTELIJKE VISIE 4.5
Essentiekaart
De gemeente Den Haag stelt ten aanzien van de school de toetsingscriteria voor bouwaanvragen vast. Deze gaan in op de volgende hoofdaspecten: •
•
•
•
•
•
•
Samenhang: De samenhang wordt bereikt door de herkenbare kenmerken in de omgeving over te nemen. De school maakt onderdeel uit van de bebouwingsstructuur die zich baseerd op bouwblokken en ingaat op de rooilijnen; Aantrekkelijkheid omgeving: De bebouwing versterkt de Leidschenveense identiteit en draagt bij aan de aantrekkelijkheid van de omgeving. Ontmoeting wordt gestimuleerd en de relatie van de begane grond en de openbare ruimte speelt een belangrijke rol. Versterken groenstedelijke inrichting: De school is ingebed in de groen stedelijke openbare ruimte. De bestaande structuur van de Oude Middenweg wordt versterkt en de inrichting openbare ruimte is klimaatadaptief ingericht. Schaal en maat: De bebouwing is passend bij de schaal en maat van de omgeving en er is aandacht voor de menselijke maat. Karakter: De architectuur past bij het karakter van de omliggende bebouwing door het blokvormig volume en gebruik van baksteen. Het gebouw kenmerkt zich door zijn eigentijdse en eigenzinnige architectuur en frisse uitstraling. De zorgvuldig ontworpen fraaie buitenruimte draagt bij aan de aantrekkelijkheid van de buurt; Ruim baan voor de fiets: Het plangebied wordt voor autoverkeer vanaf de Henri Faasdreef en de Oude Middenweg ontsloten. Fietsers bereiken het plangebied vanaf de zuidzijde via het vrij liggende fietspad.
De looproute over het schoolplein naar de hoofdingang sluit hierop aan. Parkeren uit het zicht: Het parkeren dient kwalitatief opgelost te worden. Het fietsparkeren in de openbare ruimte dient kwalitatief hoogwaardig ingepast te worden en in balans te zijn met de resterende openbare ruimte.
Referentie: ROC
Versterken samenhang en anticiperen op de rooijlijn
Referentie: De urbanisten
Ruim baan voor de fiets - veilig bereikbaar
Ingebed in de groen-stedelijke openbare ruimte
NOTA VAN UITGANGSPUNTEN ROC OUDE MIDDENWEG
15
Stedenbouwkundige randvoorwaarden Programma en typologie Het programma omvat een schoolgebouw met bijkomende parkeervoorzieningen voor auto’s, fietsers en scooters en buitenruimte. De typologie van een school is specifiek en komt voort uit het onderwijsconcept. Kenmerkend voor de ROC school is dat drie verschillende onderwijsrichtingen in een gebouw samengevoegd worden. De toekomstige school is een variatie op een gangschool met patio voor de lichtinval. Hierdoor ontstaat een compact gebouw die voldoet aan de gebruikseisen van de initiatiefnemer. Bouwregels Het bouwvlak is tot stand gekomen door rekening te houden met de stedelijke bebouwingsstrook, de landschappelijke context, de nodige ruimte voor het toekomstig profiel langs de Oude Middenweg en de ruimtelijke functionele vraag vanuit het programma. Bebouwingsvlak en rooilijnen Het schoolgebouw moet worden gebouwd binnen het bouwvlak. Het bebouwingsvlak komt voort uit de rooilijnen van de bestaande bebouwing aan de Henri Faasdreef en de positie van de beoogde bebouwing aan de Oude Middenweg. De gevel van het schoolgebouw ligt in dezelfde rooilijn als de gevels van de bestaande gebouwen aan de Henri Faasdreef en de Sporthal Leidschenveen aan de Klaas Voskuildreef. De positie van de gevel van het schoolgebouw aan het schoolplein is flexibel.
Daarnaast wordt rekening gehouden met voldoende ruimte voor het schoolplein, dat georiënteerd is op de groen-stedelijke openbare ruimte. Bouwmassa De bebouwing in de stedelijke bebouwingsstrook is vierlaags. Het schoolgebouw heeft een maximale bouwhoogte van 18 meter. De minimale bebouwingshoogte bedraagt 12 meter.
16
NOTA VAN UITGANGSPUNTEN ROC OUDE MIDDENWEG
Ten behoeve van de stedenbouwkundige samenhang anticipeert de volumeopbouw op de gebouwen in de omgeving. Het schoolgebouw wordt uitgevoerd als een stoer en robuust blokvormig volume. Bereikbaarheid De locatie van het ROC is goed bereikbaar met openbaar vervoer, fiets en auto. OV en fiets verdienen de voorkeur vanuit de Hoofdlijnenbrief Mobiliteitstransitie (2019). Ten behoeve van de verkeersveiligheid is het van belang dat langzaam en snel verkeer zoveel mogelijk van elkaar gescheiden zijn. Langzaam verkeer Routes voor voetganger, fietser en automobilist worden gescheiden. Voetgangers kunnen via de Henri Faasdreef de school veilig bereiken. Dit geldt met name ook voor OVgebruikers, die via die route naar en van de RanstadRailhalte Leidschenveen kunnen lopen. Het is wenselijk dat de looproute over het schoolplein naar de hoofdingang hierop aansluit. De ontsluiting voor fietsers en scooters loopt via een nieuw aan te leggen vrijliggende fietsroute die aanhaakt op het bestaande fietspad langs de Zoetermeerse Rijweg. Ter plaatse van de rotonde ontbreekt nu een drempel op de oversteek. Deze moet bij aanleg van de fietspaden worden meegenomen. Om te voorkomen dat fietsers via de Vaz Diasdreef naar de Oude Middenweg doorfietsen, kan eventueel een stedenbouwkundige oplossing gevonden worden in het plaatsen van een heg.
Onderzocht moet worden of een ontsluiting van de Oude Middenweg op de Loire noodzakelijk is of niet. De fietsroute van de Vaz Diasdreef richting de Oude Middenweg is in de toekomst bovendien te gebruiken door bewoners van de te ontwikkelen kavels. Samen met nog een fietspad tussen Zoetermeerse Rijweg en Oude Middenweg kunnen deze ervoor zorgen dat bewoners eerder de fiets pakken naar winkelcentrum Leidschenveen om boodschappen te doen dan de auto.
Snel verkeer De ontsluiting voor autoverkeer dient via de Henri Faasdreef te geschieden. De ingang voor de auto kan daarvoor aan de kant van de Oude Middenweg of Henri Faasdreef worden geplaatst. Op deze wijze kruist het autoverkeer dat in en uit de garage rijdt niet meer de bestaande voetgangersroute en geplande fietsstructuur, wat de meest veilige oplossing is, zeker bij grote aantallen voetgangers en fietsers. In geval de ingang aan de Oude Middenweg komt, dient nog definitief te worden bepaald hoe dit in te passen in de omgeving. Automobilisten moeten in dat geval een stukje omrijden. In het licht van de mobiliteitstransitie, waarin de auto op de tweede plaats komt, vormt dat geen bezwaar. Parkeren voor fietsers en auto’s Met de groei van het fietsgebruik groeit ook de behoefte aan voldoende stallingsvoorzieningen op de juiste plek. Dat is nodig om fietsgebruik te faciliteren, maar ook om de overlast door geparkeerde fietsen in de openbare ruimte en buitenruimte te voorkomen. Goede oplossingen voor fietsparkeren maken het gebruik van de fiets aantrekkelijk. Het plan dient te voorzien in voldoende, aantrekkelijke en goed ingepaste stallingsvoorzieningen voor fietsers en scooters. Het vormt de wens van het ROC om het grootste deel van het parkeren inpandig op te lossen. De fietsenstalling is via het eigen terrein toegankelijk.
Het is zeer wenselijk dat er binnenin de school ook een directe doorgang (trap) van de fietsenkelder naar de schoolentree komt. Eerst weer naar buiten moeten lopen, is niet bevorderlijk voor het stallen van de fietsen onder de school. Wenselijk is dat de fietsparkeervoorzieningen die op het schoolplein worden gerealiseerd zodanig zijn geplaatst dat de fietser geen extra meters hoeft af te leggen, zodat de parkeerplek ook daadwerkelijk wordt benut. Een stedenbouwkundige fraaie oplossing voor het parkeren op eigen terrein, waarbij de voertuigen aan het zicht onttrokken zijn, zal dus ook gewaardeerd worden. Een deel van de parkeeroplossing kan bovendien worden gezocht in bestaande parkeergelegenheden aan de Henri Faasdreef en de Vas Diazdreef.
5. UITWERKING UITGANGSPUNTEN Beeldkwaliteit
De beeldkwaliteitsparagraaf biedt handvatten om in het verlengde van de visie en de welstandsnota op het beoogd toekomstbeeld en de ruimtelijke samenhang in dit deel van Leidschenveen te sturen. Specifiek wordt ingegaan op de relatie tussen de gebouwen en hun omgeving, de schaal en maat, de korrelgrootte, de bouwhoogte en de architectonische verschijningsvorm. Identiteit en karakter Samenhang met de omgeving staat voorop. Ten behoeve van de stedenbouwkundige samenhang wordt de volumeopbouw en de uitstraling van de gebouwen in de omgeving toegepast op het schoolgebouw.
Referentie: Meii
Blokvormige bouwvolume die ingaat op de omgeving
De bebouwing draagt bij aan de aantrekkelijkheid van de omgeving. De architectuur van de bouwblokken in de directe omgeving dient hierin ter inspiratie. De uitstraling van de school is fris en de nadruk ligt op een eigentijdse baksteenarchitectuur. Het schoolgebouw wordt uitgevoerd als een stoer en robuust blokvormig volume. Er mogen inkepingen in het blokvormige bouwvolume gemaakt worden zolang dit niet ten koste gaat van de blokvorm van het volume als geheel. Openingen spelen in op de omgeving. Aan het schoolplein worden belangrijke collectieve ruimtes gepositioneerd. Deze collectieve ruimtes staan in direct contact met het schoolplein en de groen blauwe openbare ruimte.
Referentie: Meii
Een duidelijk vormgegeven hoofdentree
Publieke ruimtes aan schoolpleinzijde. Een transparante of open gevel zorgt voor contact tussen binnen en buiten.
NOTA VAN UITGANGSPUNTEN ROC OUDE MIDDENWEG
17
Gevelontwerp Het schoolgebouw is alzijdig ontworpen, waarbij aan alle zijden een aantrekkelijk gevelbeeld wordt gemaakt. Hiermee worden gesloten gevels op maaiveld voorkomen. Om de robuustheid van het bouwblok te benadrukken worden de gevels alzijdig, samenhangend met elkaar ontworpen. Metselwerk in aardetinten met frisse accenten krijgt hierin een plaats om aan te sluiten op de omliggende bebouwing. De buitengevel van de inpandige parkeergarage maakt integraal onderdeel uit van het gevelontwerp. De plint geeft uitdrukking aan de menselijke maat, en is zoveel mogelijk geopend naar de buitenruimte. De plint is zorgvuldig ontworpen, van voldoende hoogte en kent een transparante of open gewerkte gevel.
Referentie: Mecnaoo
Plint en gevelopeningen versterken het contrast
Referentie: Mecnaoo
Plint en gevelopeningen versterken het contrast
Beeindiging en entree De beëindiging van het gebouw is zo vormgegeven dat de technische zaken (zoals liftschachten, klimaatinstallaties en glazenwasinstallaties) zoveel mogelijk uit het zicht zijn onttrokken of zijn geïntegreerd in de architectuur. De hoofdentree is zorgvuldig vormgegeven en is herkenbaar als hoofdentree. De entrees dienen op het trottoir langs de Henri Faasdreef uit te komen, dan wel via het schoolplein. Referentie: Mecnaoo
Lage erfafscheiding
18
NOTA VAN UITGANGSPUNTEN ROC OUDE MIDDENWEG
Waterbufferen als ontwerpopgave
5. UITWERKING UITGANGSPUNTEN Landschapsarchitectonsiche regels
Karakter Het toekomstige streefbeeld is dat het schoolplein samen met de omliggende openbare ruimtes één continue, samenhangende ruimte vormt. Het schoolplein sluit aan op de groen blauwe structuur rondom de Zoetermeerse Rijweg en wordt klimaatbestendig ingericht. Inrichting openbare ruimte De buitenruimte wordt groen en klimaatbestendig ingericht. Deze groenblauwe pleininrichting zorgt voor een beter klimaat. Buitenverblijf op een parkachtig schoolplein is leuker, gezonder en leerzamer voor gebruikers. Een groen plein met volwassen bomen geeft schaduwplekken en zorgt ervoor dat water na een regenbui vastgehouden wordt en beter infiltreert. De openbare ruimte is gericht op verblijven. Het schoolplein biedt ruimschoots de gelegenheid voor verblijf en ontspanning maar ook voor beweging. De buitenruimte is onbebouwd en vrij van bijgebouwen. Erfafscheiding Indien er gebruik gemaakt wordt van een erfafscheiding wordt lage groene erfafscheiding toegepast.
Referentie: HAN Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Plein als onderdeel van de groenblauwe structuur
Referentie: De urbanisten
De inrichting is robuust en het plein toegankelijk voor iedereen
Referentie: Hoerr Schaudt Landscape Architects
Groen schoolplein met klimaatbestendige inrichting
Referentie: Mecnaoo
De openbare ruimte is bovendien gericht op verblijven
NOTA VAN UITGANGSPUNTEN ROC OUDE MIDDENWEG
19
20
Referentie: Mecanoo
NOTA VAN UITGANGSPUNTEN ROC OUDE MIDDENWEG
6. SECTORALE KADERS 6.1
Stedenbouw & Planologie
Agenda Ruimte voor de Stad De Agenda Ruimte voor de stad (RIS295016, door de raad vastgesteld op 15 december 2016) is het richtinggevend document voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad en als zodanig de ruimtelijke onderlegger voor de nog op te stellen Omgevingsvisie die, wanneer de nieuwe Omgevingswet van kracht wordt, ook voor gemeenten verplicht gesteld is. Voor de Agenda Ruimte voor de Stad zijn vier transitieopgaven van belang: 1. de ontwikkeling naar een nieuwe circulaire economie 2. de vraag om een inclusieve en veerkrachtige samenleving 3. de roep om slimme stadsontwikkeling 4. de opgave voor de overheid om in dit proces organiserend vermogen te tonen en ruimte te bieden voor maatschappelijk initiatief. Dat vraagt om ruimte voor innovatieve milieus, met ontmoetings- en experimenteerruimte, en aantrekkelijke vestigingsmilieus voor starters, studenten, creatievelingen, kenniswerkers en (stedelijke) gezinnen en ondernemende mensen. Met Agenda Ruimte voor de Stad kiest Den Haag voor ‘slim groeien’. Dit is nodig in een stad die volgens de prognoses tot 2040 groeit met zo’n 80.000 nieuwe inwoners, maar geen ruimte heeft voor uitbreiding buiten de bebouwde kom. Door slim te groeien wordt Den Haag aantrekkelijker, leefbaarder en duurzamer.
Slim groeien betekent onder andere compacter bouwen in het centrum op goed bereikbare plekken, gecombineerd met meer groen in de buitenruimte functiewijzigingen van leegstaande gebouwen naar andere functies waaronder woningen.
De hoofdopgaven die in de Agenda Ruimte voor de Stad benoemd worden zijn hieronder vertaald in opgaven die in Leidschenveen en/of in het specifiek op de locatie van ROC Mondriaan van toepassing zijn: Ruimte voor de buitenruimte - prioriteit geven aan fietsers en voetgangers - goede verbinding naar het OV - openbare ruimte als ontmoetingsruimte maken met mix van functies - publieke plinten en entrees - vergroenen van de openbare ruimte. Door de vaak beperkte ruimte voor vergroening in de openbare ruimte wordt aandacht gevraagd voor andere oplossingen zoals groene daken en/ of gevels Ruimte voor duurzame mobiliteit Het stimuleren van vormen van vervoer die weinig ruimte vragen en duurzaam en gezond zijn: met name lopen, fietsen en OV. Het verdichten in de buurt van stations biedt kansen voor duurzame mobiliteit. Ruimte voor energietransitie en klimaatadaptatie: - Het benutten van platte daken en gevels voor energieopwekking - Vergroenen van de buitenruimte - Betere afvoer en groene daken om daarmee kans op wateroverlast en hittestress door klimaatverandering te verminderen. De ontwikkeling beoogt de realisatie van een onderwijsgebouw en daarmee verdichting van de locatie met een functie waar in dit gebied behoefte naar is. Conform Agenda Ruimte voor de Stad dient dit gepaard te gaan met vergroening van de buitenruimte en verduurzaming van het gebouw.
De locatie heeft een goede bereikbaarheid en een goede ligging ten opzichte van het openbaar vervoer en weginfrastructuur. Ook worden de toegangen van fietsers en voetgangers gerealiseerd. Omdat het een onderwijsgebouw betreft zal de ontmoetingsruimte niet in de openbare ruimte worden gerealiseerd maar in het gebouw zelf. Het betreft geen gemengd gebouw met een economische functie waardoor de realisatie van een publieke plint niet aan de orde is.
6.2
Verdichtingsopgave
Strategie De gemeente Den Haag heeft een verdichtingsopgave. Om deze verdichtingsopgave te realiseren en het grondgebruik te optimaliseren is functiemenging een goed instrument. In de notitie ‘Functiemengingstrategie’(Rv 88 - 2005; RIS127027) komt de functiemenging van praktijk- kantoor- en bedrijfsruimte met wonen aan de orde. Het pand zal volledig worden ingevuld door de onderwijsfunctie. Om deze reden is functiemenging op de projectlocatie nu niet aan de orde en zal dit in een later stadium onderzocht moeten worden. Een vitale stad biedt ruimte aan bewoners, bezoekers én ondernemers. Ruimte voor ondernemers zorgt voor reuring, werkgelegenheid, verdienvermogen en innovatie. Door economische groei en toename van het aantal inwoners is er behoefte aan meer bedrijfshuisvesting terwijl het metrage binnenstedelijke bedrijventerreinen door transformatie juist afneemt. De 'Bedrijfshuisvestingstrategie' (2019; RIS303177) voorziet in: 1. Economische groei te stimuleren door het toevoegen van geschikte bedrijfshuisvesting en bestaande bedrijvigheid in de stad te behouden; 2. Bij te dragen aan de verstedelijkingsopgave door functiemenging; 3. Bij te dragen aan de duurzaamheidsopgave van de stad door verduurzaming van bedrijfsruimte te stimuleren.
NOTA VAN UITGANGSPUNTEN ROC OUDE MIDDENWEG
21
6.3
Verkeer
Uitgangspunt voor het bepalen van de auto parkeereisen is de Nota Parkeernormen (RIS181571). Dit beleid is in 2015 aangevuld en op onderdelen gewijzigd (RIS291425). In dat beleid is rekening gehouden met de verschillen in stedelijkheid. De parkeerbehoefte voor dit initiatief bedraagt 1,05 (zone 2) per 100m² BVO voor de onderwijsfunctie HBO/ ROC. Conform dit beleid zijn voor dit initiatief 105 parkeerplaatsen voor een onderwijsvestiging van 10.000m² BVO (excl. parkeren). Voor het fietsparkeren is het ‘Gewijzigd voorstel van het college over beleidsregels Fietsparkeernormen 2016’ (RIS294386) normgevend. Hierin komt een norm naar voren van 6,3 plaats per 100m², wat neerkomt op 630 fietsparkeerplaatsen voor een onderwijsvestiging van 10.000m² BVO (excl. parkeren). Daarnaast is de Hoofdlijnenbrief Mobiliteitstransitie (2019) richtinggevend. Dit is de basis voor gesprekken met de stad over een agenda Haagse Mobiliteitstransitie die begin 2020 klaar is. De mobiliteitstransitie houdt onder meer in dat de auto een minder grote rol gaat spelen in de openbare ruimte in ruil voor met name lopen, fietsen en openbaar vervoer, waardoor er meer ruimte ontstaat voor andere functies.
Wat betreft de invloed van de ontwikkeling van het ROC op het gehele plangebied inclusief de Zoetermeerse Rijweg is het noodzakelijk dat het functioneren van de rotonde in beeld wordt gebracht voor de definitieve situatie. Parkeren (auto en fiets) Vanuit de visie van de mobiliteitstransitie zou het heel goed zijn als er minder met auto’s gereisd wordt en zoveel mogelijk met OV en fiets. Echter, de auto is voor deze locatie een aantrekkelijk vervoersmiddel, omdat de locatie erg goed bereikbaar is met de auto vanwege de nabijheid van de rijkswegen A4 en A12. Daarom blijft het uitgangspunt voor het bepalen van de auto parkeereisen de Nota Parkeernormen (RIS181571).
22
NOTA VAN UITGANGSPUNTEN ROC OUDE MIDDENWEG
Het uitzicht op geparkeerde auto’s of blinde gevels op maaiveld vanwege parkeerfaciliteiten achter deze muren wordt vaak als hinderlijk ervaren. Een stedenbouwkundige fraaie oplossing voor het parkeren op eigen terrein, waarbij de voertuigen aan het zicht onttrokken zijn, zal dus ook gewaardeerd worden. Een deel van de oplossing kan bovendien worden gezocht in bestaande parkeergelegenheden aan de Henri Faasdreef en de Vaz Diazdreef.
6.4
Waterparagraaf
Voor de ontwikkeling dient een watertoets te worden doorlopen. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen. Het Hoogheemraadschap van Delfland kijkt of in een plan voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse en geeft een wateradvies. Op basis van de Waterbergingsvisie is een bestuursovereenkomst gesloten tussen de Gemeente Den Haag en het Hoogheemraadschap van Delfland, die de waterberging regelt. Vanuit het Hoogheemraadschap Delfland geldt het zogeheten ‘standstill beginsel’ voor boezemwater. Dit wil zeggen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen waterneutraal moeten worden aangelegd, zodat negatieve effecten op de waterhuishouding worden voorkomen of gecompenseerd die in het verleden al berekend zijn. In het totaal moet er nog 3.135 m2 nieuw wateroppervlak gerealiseerd worden, als restant van de totale opgave in Leidschenveen. Dat is een privaatrechtelijke afspraak die onlosmakelijk samenhing met de grondverwerving. Het uitgangspunt is dat ROC Mondriaan verantwoordelijk is voor zijn eigen watercompensatie. Dit neemt niet weg dat de gemeente Den Haag en ROC Mondriaan kunnen zoeken naar een gezamenlijke wateropgave. Ook met het oog op eventuele toekomstige ontwikkelingen in het gebied rond de beoogde locatie van het ROC Mondriaan.
Er geldt gezien de afspraken uit de Waterbergingsvisie geen waterbergingsopgave voor het plangebied. Gezien de uitkomsten van de Doorstroomstudie Den Haag is het van
belang kansen te benutten waarmee water langer kan worden vastgehouden en/of kan worden geborgen in het stedelijk gebied. Er is in het verleden al watercompensatie gegraven ten behoeve van toekomstige ontwikkelingen voor de ontwikkeling van het ROC Mondriaan. De gemeente Den Haag houdt in toekomstige plannen rekening met alle wateraspecten: waterkwantiteit - kwaliteit, -keringen en riolering. De ontwikkeling van het ROC Mondriaan dient dan ook te voldoen aan de eisen die de Gemeente Den Haag stelt. Uitgangspunt voor het rioleringsbeleid is “De Leidraad Riolering”. Het initiatief dient te voldoen aan het gemeentelijk Rioleringsplan. Waterkwantiteit De projectlocatie is bestemd als ‘Gemengd- Uit te werken’, ‘Maatschappelijk - Onderwijs’ en ‘Groen’. Het totale perceel is 7.835 m2. In de huidige situatie is van het gehele perceel 5.509 m2 verhard. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt 6.078 m2 van het gehele perceel (7.835 m2) verhard. Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling leidt tot een toename aan verharding van 569 m2 (6.078 – 5.509). In overleg met het waterschap Delftland worden de benodigde watercompenserende maatregelen overeengekomen. Waterkwaliteit De afvoer van regen- en vuilwater zal conform de daarvoor geldende eisen worden ontworpen. Er zal geen gebruik gemaakt worden van uitlogende bouwmaterialen.
Er zal gebruik gemaakt worden van de bestaande riolering. Waterveiligheid Ten noordwesten van de projectlocatie loopt langs de Henri Faasdreef en de Oude Middenweg een primaire watergang. Ten noord oosten ligt secundair water. De projectlocatie is niet gelegen binnen een beschermingszone.
6. SECTORALE KADERS 6.5
Bezonning en windklimaat
Gemeente Den Haag heeft in 2010 de normen voor wind (en bezonning) geactualiseerd (RIS170509_11-FEB-2010, kenmerk: DSO/2009.2144-RIS 170509). Er wordt aangesloten bij de norm NEN 8100. De NEN 8100 is een norm voor de beoordeling van het windklimaat. De norm werkt met uurgemiddelde windsnelheden (m/s) gerelateerd aan de overschrijdingskans in percentage van uren per jaar. In een tabel is voor verschillende situaties en activiteiten (doorlopen, slenteren, langdurig zitten) aangegeven of het windklimaat slecht, matig of goed is. In deze norm zit een beslismodel dat aangeeft wanneer een windonderzoek nodig kan zijn: • gebouwen hoger dan 30 meter: windonderzoek is nodig • beschut gelegen gebouwen, hoogte 15 tot 30 meter: specialist beoordeelt of windonderzoek nodig is • onbeschut gelegen gebouwen, hoogte tot 30 meter: specialist beoordeelt of windonderzoek nodig is Een bezonningsonderzoek is vereist indien sprake is van een bouwhoogte van meer dan 25 meter of als de nieuwbouw ten minste 1½ keer de hoogte heeft van de gemiddelde hoogte van de omgeving. Dit is niet van toepassing op dit project.
6.6
Lucht- en geluidkwaliteit
Lucht In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn de luchtkwaliteitseisen opgenomen. Daarnaast zijn er luchtkwaliteitseisen opgenomen in het Besluit niet in betekende mate bijdragen (Besluit NIBM) en de bijbehorende ministeriële Regeling niet in betekende mate bijdragen (Regeling NIBM). De definitie van ‘niet in betekende mate’ is 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. De 3% komt overeen met 1,2 microgram/m3 (μg/m3). Als een project voor één stof de 3%-grens overschrijdt, dan verslechtert het project ‘in betekenende mate’ de luchtkwaliteit.
Rijksweg A4 De 3%-norm is in de Regeling niet in betekenende waarde uitgewerkt in concrete voorbeelden, waaronder: • woningbouw: 1.500 woningen netto bij één ontsluitende weg en 3.000 woningen bij twee ontsluitende wegen; • kantoorlocaties: 100.000 m2 brutovloeroppervlak bij één ontsluitende weg en 200.000 m2 brutovloeroppervlak bij twee ontsluitende wegen. In onderhavig geval kan geconcludeerd worden dat de grenswaarde van 3% niet wordt overschreden en daarmee niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Goed woon- en leefklimaat Op www.atlasleefomgeving.nl is te zien dat ter plaatse van de projectlocatie de grootschalige achtergrondconcentraties in 2017 van stikstofdioxide en van fijnstof zijn. Wanneer de maximale bijdrage van het extra verkeer geteld wordt bij de bestaande concentraties, zal de concentraties van zowel fijnstof als stikstofdioxide ruim onder de grenswaarden blijven. Het milieuaspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied.
Uit de geluidberekeningen blijkt dat ten gevolge van rijksweg A4 de geluidbelasting op het onderwijsgebouw hoger is dan de voorkeursgrenswaarde (Lde = 48 dB). De hoogst berekende geluidbelasting van deze weg bedraagt Lde = 53 dB. De maximale ontheffingswaarde (Lde ≤ 53 dB) wordt hiermee niet overschreden. Binnenstedelijke wegen Ten gevolge van de binnenstedelijke wegen met geluidzone wordt de voorkeursgrenswaarde (Lde = 48 dB) alleen overschreden door de Zoetermeerse Rijweg. De hoogst berekende geluidbelasting van deze weg is Lde = 53 dB. De maximale ontheffingswaarde (Lde ≤ 58 dB) wordt niet overschreden. Railverkeer (HTM en RET) De spoorverbinding van de Randstadrail levert een geluidbelasting van maximaal Lde = 62 dB. De voorkeursgrenswaarde voor railverkeer (Lde = 53 dB) wordt daarmee overschreden. De maximale ontheffingswaarde (Lden = 68 dB) wordt nergens overschreden. Spoorweg O.L.
Geluid In het kader van de plantontwikkeling dient bekeken te worden of er geluidsgevoelige objecten worden gerealiseerd. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zullen geluidsgevoelige objecten binnen de zone van gezoneerde wegen onderzocht worden. De voorkeursgrenswaarde op gevels van geluidsgevoelige objecten zoals scholen ten gevolge van wegverkeerslawaai bedraagt 48 dB. Voor spoorwegen geldt een voorkeursgrenswaarde van 55 dB. Eventueel kunnen onder bepaalde voorwaarden hogere waarden verleend worden. Onderstaand wordt de doorwerking op het plangebied weergegeven:
De geluidbelasting van het spoorverkeer van/naar het onderhoudsbedrijf Leidschendam leidt tot een geluidbelasting van maximaal Lde = 51 dB. De voorkeursgrenswaarde voor railverkeer (Lde) wordt niet overschreden. Voor het plan dienen hogere waarden te worden aangevraagd. De maximale ontheffingswaarde wordt voor zowel wegverkeer als spoorwegverkeer nergens overschreden. Geconcludeerd kan worden dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling die middels onderhavig rapport mogelijk gemaakt dient te worden.
NOTA VAN UITGANGSPUNTEN ROC OUDE MIDDENWEG
23
6.7
Groen
Sinds 1 januari 2017 is één wet van toepassing die de natuurwetgeving in Nederland regelt: de Wet natuurbescherming. De wet ligt in de lijn van Europese wetgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Wet natuurbescherming vervangt de Boswet, de Flora- en Faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling van het ROC Mondriaan Henri Faasdreef is een quickscan uitgevoerd door het ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot, naar de effecten op beschermde soorten en gebieden. Nationaal Natuurnetwerk Soortenbescherming Het onderzoeksgebied is in potentie geschikt voor beschermde soorten amfibieën, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. In het plangebied kunnen broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Het plangebied kan gebruikt worden als (klein) onderdeel van een vliegroute door vleermuizen.
Vooral tijdens de aanlegfase zijn veranderingen aan de orde. De aard van het plangebied zal echter tijdens de aanleg maar ook later niet dusdanig veranderen dat belangrijke gevolgen worden verwacht. Daarnaast zijn diverse beschutte landschapslijnen in de nabijheid van het plangebied aanwezig die in dezelfde richting lopen en als (alternatieve) vliegroute kunnen worden gebruikt.
24
NOTA VAN UITGANGSPUNTEN ROC OUDE MIDDENWEG
Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op meer dan drie kilometer afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Meijendel & Berkheide. Gezien de grote afstand en de uit te voeren werkzaamheden worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring.
6.8
Vigerend Juridisch kader
Het vigerend bestemmingsplan is bestemmingsplan Leidschenveen. Het projectgebied ligt deels op gronden bestemd als ‘maatschappelijk-onderwijs’ en deels op gronden welkebestemd zijn als ’gemengd-uit te werken bestemming’. Op de gronden welke bestemd zijn als ’gemengd-uit te werken bestemming’ is onderwijs niet toegestaan. Bovendien ligt een kleine strook van het projectgebied op gronden welke als ´groen´ zijn bestemd. Qua bouwmogelijkheden zijn er beperkingen in bouwhoogte, bouwvlak en maximaal bebouwingspercentage. In het deel van het projectgebied dat is bestemd als ‘maatschappelijkonderwijs’ ligt een bouwvlak met een maximum bouwhoogte van 7 meter. In het deel van het projectgebied dat is bestemd als ’gemengd-uit te werken bestemming’ geldt een maximum bouwhoogte van 30 meter en mag maximaal 50 % bebouwd worden. Om de ontwikkeling van de school ruimtelijk en programmatisch optimaal in te passen moet afgeweken worden van de bouwregels in het gebied dat bestemd is als ‘maatschappelijk-onderwijs’. Ook moet afgeweken worden van het gebied dat is bestemd als ’gemengd-uit te werken’ zodat de oprichting van een schoolgebouw mogelijk wordt. Indien gebouwd wordt in de strook welke is bestemd als ‘groen’ zal ook van deze bestemming moeten worden afgeweken.
6.9
Welstandbeleid
De beeldkwaliteitsaspecten die in dit document opgenomen zijn dienen als aanvullende toetscriteria voor de Welstand.
6.10 Archeologie
In het proces van ruimtelijke ordening moet tijdig rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op basis van de archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Den Haag blijkt dat de projectlocatie gelegen is een zone aangewezen als ‘zone zonder archeologische verwachting’. De locatie kent op basis van het vigerende bestemmingsplan eveneens geen dubbelbestemming waarde archeologie. Dat betekent dat er vanuit de archeologische monumentenzorg geen voorwaarden worden verbonden aan vergunningaanvragen voor activiteiten waarbij bodemverstoringen optreden. Er is wel een archeologische meldingsplicht. Dit houdt in dat wanneer bij graafwerkzaamheden vondsten aangetroffen worden, dit gemeld moet worden aan het bevoegd gezag.
6.11 Bodem
Voor bodem en bodemverontreiniging is de Wet bodembescherming (Wbb) inclusief de aanvullende besluiten leidend. In de Wbb wordt een algemeen beschermingsniveau ingesteld voor de bodem ten aanzien van het voorkomen van nieuwe verontreiniging van de bodem. Door het Ingenieursbureau Den Haag is in 2013 een nulsituatiebodemonderzoek verricht ter plaatse van het (deels) braakliggend terrein aan de Oude Middenweg te Den Haag. In dit onderzoek is tevens het westelijk deel van de projectlocatie onderzocht. De aanleiding voor dit nulsituatieonderzoek was de inrichting van het terrein als (tijdelijke) parkeerplaats voor het WK Hockey 2014. Ter plaatse heeft eind 2014 tevens eindsituatieonderzoek plaatsgevonden. Op basis van het onderzoek blijkt dat de bovengrond als niet tot maximaal licht verontreinigd beoordeeld wordt en de ondergrond als niet verontreinigd. In de periode van eind 2014 tot heden hebben geen activiteiten plaatsgevonden die eventuele bodemverontreiniging tot gevolg heeft gehad. Derhalve kan geconcludeerd worden dat het aspect bodem ten behoeve van de planologische procedure geen belemmering vormt.
6. SECTORALE KADERS 6.12
Kabels en leidingen
In de Algemeen Plaatselijke Verordening voor de gemeente Den Haag is opgenomen dat het verboden is om zonder voorafgaande instemming van burgemeester en wethouders een leiding op, aan, in, boven of onder de weg te leggen, te hebben liggen of in enig opzicht te wijzigen (artikel 2:10A). De aanvraag voor instemming, waarbij de kabellengte niet langer is dan 55 meter, dient ten minste drie werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden te zijn ontvangen. In alle overige gevallen geldt een termijn van acht weken. Het is denkbaar dat aanleggen van kabels en leidingen op, aan, in, boven of onder de weg deel uitmaken van de bouwwerkzaamheden. Hiervoor dient instemming te worden verkregen.
6.13 Externe veiligheid
Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die mensen lopen als gevolg van aanwezigheid in de directe omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt, transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd en ondergrondse buisleidingen. De aan deze activiteiten verbonden risico’s moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Normen voor ondergrondse buisleidingen is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
Het plangebied bevindt zich niet in de directe nabijheid van risicovolle activiteiten binnen inrichtingen. Het plangebied is gelegen buiten het invloedsgebied van risicovolle activiteiten. De aanwezigheid van risicovolle activiteiten binnen inrichtingen vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen in het plangebied. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen is het wettelijk toetsingskader voor externe veiligheid bij ruimtelijke besluiten opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Het plangebied is gelegen buiten het invloedsgebied (1% letaliteitscontour) van hoge druk aardgasbuisleidingen. De normen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen vormen geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied. Transport van gevaarlijke stoffen over (spoor) wegen De spoorlijn Leidschenveen – Leidschendam Lijnwerkplaats is gelegen op circa 58 meter afstand van het plangebied. Over deze spoorlijn vinden geen transporten plaats met gevaarlijke stoffen in bulk. De aanwezigheid van deze spoorweg vormt geen belemmering voor het plangebied. De rijksweg A4 is gelegen op 505 meter afstand van het plangebied. De rijksweg A4 is opgenomen in het basisnet weg.
In de regeling Basisnet is voor de A4 een plaatsgebonden risicocontour (PR=10-6) aangegeven van 13 meter en is er sprake van een plasbrandaandachtsgebied van 30 meter van de weg. Het plangebied is gelegen buiten de PR-contour en buiten het plasbrandaandachtsgebied. De normen voor het plaatsgebonden risico en het plasbrandaandachtsgebied in het Bevt vormen geen belemmering voor het plangebied.
Mogelijkheden voor ontvluchting/schuilen Bij incidenten zal een afweging gemaakt moeten worden tussen schuilen of vluchten. Bij een toxische wolk kunnen mensen komen te overlijden als gevolg van blootstelling aan de toxische stof. Of mensen daadwerkelijk komen te overlijden is afhankelijk van de dosis, die bestaat uit de blootstellingsduur en de concentratie waaraan de persoon is blootgesteld. Aangenomen wordt dat personen die zich binnen in een van de buitenlucht afgesloten ruimte bevinden een 10 keer zo lage kans hebben te overlijden als personen die zich bevinden in de buitenlucht (PGS3). Het beste advies bij het vrijkomen van een toxische wolk als gevolg van een incident op de weg is schuilen, mits ramen, deuren en ventilatie kunnen worden gesloten. Om personen goed te kunnen beschermen tegen de effecten van een giftige gaswolk dienen ramen en deuren dan ook goed gesloten te kunnen worden. Aanwezige luchtbehandelingsinstallaties moeten met één druk op de knop zijn uit te schakelen. Indien desalniettemin bij een toxische wolk door de hulpdiensten wordt besloten het gebied te ontruimen, is het van belang dat personen haaks op de wolk kunnen vluchten. Hiervoor is het nodig dat er haaks op elkaar staande vluchtwegen beschikbaar zijn, die van de bron af gericht zijn. Deze wegen mogen niet doodlopend zijn. De huidige infrastructuur biedt hiervoor voldoende mogelijkheden.
Voor een uitgebreide beschrijving van alle aspecten van externe veiligheid wordt verwezen naar de ruimtelijke onderbouwing ROC Mondriaan Henri Faasdreef. De normen voor externe veiligheid zoals aangegeven in het Bevi, het Bevt en het Bevb vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Risicovolle activiteiten binnen inrichtingen Voor risicovolle activiteiten is het wettelijk toetsingskader voor externe veiligheid bij ruimtelijke besluiten opgenomen in het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
NOTA VAN UITGANGSPUNTEN ROC OUDE MIDDENWEG
25
26
Referentie: ROC
NOTA VAN UITGANGSPUNTEN ROC OUDE MIDDENWEG
7. FINANCIERING EN UITVOERINGSASPECTEN 7.1
Financiering
Om de financiële haalbaarheid te bepalen voor de uitgifte aan het ROC Mondriaan is een haalbaarheidsstudie opgezet. Voor vaststelling van de Nota van Uitgangspunten (NvU) dient de business case op netto contante waarde sluitend te zijn De NvU geeft de kaders voor deze gronduitgifte. Deze gronduitgifte was eerst een onderdeel van een grotere ontwikkeling aan de Oude Middenweg, waarbij ook woningbouw en commerciële functies gerealiseerd zouden worden. Na de splitsing betreft de uitgifte alleen het ROC Mondriaan kavel. Voor de woningbouw- en commerciële functies zal een aparte NvU moeten worden opgestart. Voor de haalbaarheid van de toekomstige Grondexploitatie zijn gemaakte kosten, voorafgaand aan de splitsing, onderverdeeld naar draagkracht en naar rato van m2 bvo. Grondexploitatie kosten (bouw- en woonrijp maak kosten) zijn afhankelijk van de uiteindelijk gekozen planvariant. De grondwaarde wordt bepaald n.a.v. de Grondprijzenbrief 2019 (Ris302034). In de openbare- en geheime bijlage is een uitgebreide haalbaarheidsstudie bijgevoegd waarin de business case wordt berekend.
Uitgifte De locatie van het ROC Mondriaan is nu nog eigendom van de gemeente Den Haag. Op de locatie is sprake van bestaande bebouwing, te weten de bebouwing van de tijdelijke onderwijslocatie van het ROC Mondriaan. De stichting ROC Mondriaan zou de grond van de huidige tijdelijke onderwijslocatie graag over willen nemen van de gemeente. De grond wordt door de Centrale Vastgoedorganisatie sinds 2009 tijdelijk verhuurd. De huurovereenkomst zal vooruitlopend op de gronduitgifte worden beëindigd. Hierover zullen gesprekken worden gevoerd tussen de gemeente en ROC Mondriaan.
Grondreserveringsovereenkomst De NvU schept randvoorwaarden voor het project. Het projectdocument en de grex scheppen tevens de financiële haalbaarheid. De grondreserveringsovereenkomst kan niet eerder worden getekend dan dat deze zijn vastgesteld.
7.2
Juridische planologische procedure
Aangezien de ontwikkeling niet past binnen het vigerende bestemmingsplan Leidschenveen, zal met een uitgebreide Wabo-procedure worden afgeweken van het bestemmingsplan.
7.3
Planning en fasering
Onderstaande planning is indicatief: 1. Vaststelling Nota van Uitgangspunten door het college: • November 2020 2. Vaststelling projectdocument en grondexploitatie: • December 2020 3. Ondertekening Grondreserverings overeenkomst: • December 202 4. Indiening omgevingsvergunning (uitgebreide procedure): • December 2020 5. Indiening omgevingsvergunning bouw (reguliere procedure): • December 2020 6. Uitgifte (vindt standaard plaats na bruikbare omgevingsvergunning): • Juni 2021