RIS306592 Reactie rapport prof. dr. P. Meurs NSOB
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
001
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan: de gemeenteraad
BSD /10031491 RIS306592 Contactpersoon
M. Martens Dienst
Bestuursdienst Afdeling
Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
27 oktober 2020
madelon.martens@denhaag.nl Bijlagen
Onderwerp
2
Reactie rapport prof. dr. P. Meurs/NSOB
Geachte leden van de gemeenteraad, Hierbij ontvangt u onze reactie op het rapport “Verhoudingen Verhelderen’, onderzoek naar het functioneren van de welzijnsorganisaties van Xtra en het samenspel met de gemeente Den Haag, 5 oktober 2020. Dit rapport is opgesteld door de Nederlandse school voor openbaar bestuur (NSOB) onder leiding van onafhankelijk voorzitter mw. prof. dr. P. Meurs. Wij spreken onze bijzondere dank en waardering uit voor de inspanningen die door mevrouw Meurs in samenwerking met de NSOB zijn geleverd. Het rapport treft u hierbij aan (bijlage 1) alsmede de reactie van Xtra op het rapport (bijlage 2). Aanleiding van het onderzoek De kritische berichten in het Algemeen Dagblad in de zomer van 2019 zijn aanleiding geweest voor het onafhankelijk onderzoek naar de welzijnsorganisaties onder Xtra. De berichten hebben destijds tot veel vragen geleid in de stad, bij de medewerkers en cliënten van de welzijnsorganisaties en bij de gemeenteraad.
Op 16 juli 2019 berichtte het college van B&W (RIS303231) u daarover; in de raadsvergadering van 18 juli 2019 werden tevens twee moties door uw raad aangenomen om bij het onderzoek ook de (mogelijke) radicalisering in het Haagse welzijnswerk te betrekken; in de raadsmededeling van 2 augustus 2019 bent u door het college nader geïnformeerd over dit onderwerp alsmede over de onderzoeksopdracht voor het onafhankelijk onderzoek (RIS303371); in een brief van 15 augustus 2019 gaf de voorzitter van de Raad van Bestuur (RvB) van Xtra aan dat de RvB het besluit van het gemeentebestuur ondersteunde en volledige medewerking zou verlenen aan het onderzoek; op 12 december 2019 is de onderzoeksopzet besproken (RIS303824) en heeft uw raad input meegegeven aan mevrouw Meurs en de onderzoekers van de NSOB.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonnummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD /10031491
Doel van het onderzoek Het doel van het onderzoek was, naast het objectiveren van de in de media geschetste beelden, om inzicht te krijgen in het functioneren van de welzijnsorganisaties onder Xtra. Ook de wijze waarop de subsidierelatie tussen gemeente Den Haag en de welzijnsorganisaties functioneert was onderdeel van het onderzoek. De volgende vijf thema’s waren onderwerp van onderzoek: 1. 2. 3. 4. 5.
organisatie (financiële aspecten, inrichting van processen en procedures, inrichting interne governance); werkwijzen en omgangsvormen (rol leidinggevenden, betrokkenheid en inspraak van medewerkers, aansturing, omgang met radicalisering); kwaliteit van dienstverlening (interne processen om effectiviteit van programma’s en projecten te monitoren, hoe wordt gestuurd op het realiseren van doelen, leer- en verbetercyclus); positionering en samenwerking met andere organisaties in wijken en buurten (samenwerkingsrelaties); relatie van Xtra en de gemeente Den Haag (in termen van effectiviteit, transparantie, rolvastheid, zorgvuldigheid).
Naast het opstellen van een dossierstudie en feitenreconstructie, is in totaal met 56 personen gesproken. De respondenten zijn werkzaam bij de welzijnsorganisaties onder Xtra, de gemeente Den Haag en betroffen ook oud-medewerkers en samenwerkingspartners. Op verzoek van de gemeenteraad is daarnaast een mailadres bij de NSOB opengesteld waar betrokkenen (ook oud-medewerkers) in de gelegenheid zijn gesteld om (indien gewenst anoniem) informatie aan te dragen aan het onderzoeksteam. Daarnaast is een enquête uitgevoerd onder alle medewerkers van de welzijnsorganisaties van Xtra. Reactie college op het rapport De NSOB constateert dat de zorgen, zoals geuit in diverse media in 2019 niet kunnen worden gestaafd. Hoewel er in het (recente) verleden weliswaar enkele incidenten hebben plaatsgevonden, lijkt daar volgens de onderzoekers nu geen sprake meer van te zijn. De constatering van de onderzoekers dat de welzijnsorganisaties voldoende zijn toegerust voor de taken die zij uitvoeren stemt het college positief, alsmede de verbeterslagen die door de welzijnsorganisaties zijn ingezet in de afgelopen jaren. Hieronder worden de belangrijkste conclusies van de NSOB van een collegereactie voorzien. In de welzijnsvisie die het college op dit moment samen met partners in de stad ontwikkelt, zullen de aanbevelingen die de NSOB doet worden geadresseerd.
Sturing en verantwoording op doelmatigheid en rechtmatigheid Door de onderzoekers zijn geen aanwijzingen gevonden voor het bewust foutief registreren van uren of activiteiten in de subsidieverantwoordingscyclus. Uit onderzoek door een forensisch accountant kwamen ook geen aanwijzingen of bewijzen voor een feitelijke grondslag van de krantenberichten daaromtrent. Wel is er aldus NSOB een “inherent ongemak dat samenhangt met de wijze van registreren en verantwoorden”.
2/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD /10031491
Het college hecht waarde aan het doelmatig, doeltreffend en rechtmatig besteden van subsidiemiddelen en blijft dan ook in gesprek met subsidieontvangers over transparante manieren van (financiële) verantwoording. Zo kunnen we gezamenlijk de doeltreffende en doelmatige besteding van subsidiemiddelen verantwoorden aan de raad en de samenleving. De gemeente onderzoekt de mogelijkheid om een centraal, financieel loket in te richten voor Xtra. Het financiële loket beoordeelt de aanvragen financieel, waarna de accounthouders de inhoudelijke toetsing doen. Xtra heeft hiermee één aanspreekpunt voor haar financiële vragen aan de gemeente en de gemeente beoordeelt verzoeken integraal. Een belangrijke pijler onder het goed verantwoorden van subsidies is een werkbare manier van rapporteren. Sinds 2015 wordt in gezamenlijkheid met de welzijnsorganisaties gewerkt aan een passende manier van rapportage. Stap voor stap zijn in samenspraak kleine verbeteringen doorgevoerd. Deze professionaliseringsslag wordt voortgezet bij de ontwikkeling van het nieuwe welzijnsbeleid en gaat verder dan het kwantitatief verantwoorden in de kwartaalrapportages. Het gaat over het tastbaar maken van de waarde van welzijn, het spreken van eenzelfde taal en het komen tot gezamenlijke afspraken.
Het betreft zowel afspraken over welke resultaten met beschikbare middelen kunnen worden behaald en als over hoe deze resultaten eruit zouden moeten zien. Het college neemt de aanbeveling over om meer aandacht te besteden aan het onderlinge samenspel en zal hier verder invulling aan geven. Voor de welzijnsorganisaties zijn de rapportages een flinke belasting. Voor de gemeente bieden ze onvoldoende inzicht in de gerealiseerde inzet, zo constateren de onderzoekers. Het college deelt de brede vraag die hier volgens de NSOB uit voortvloeit, namelijk een eenduidige definiëring van de kwaliteit van dienstverlening en de wijze waarop hierover verantwoording wordt afgelegd, zonder dat verantwoording een doel op zich wordt. Effectieve verantwoording zal nadrukkelijk terugkomen in het nieuwe welzijnsbeleid. Interne bedrijfsvoering Xtra De conclusies met betrekking tot de verbetering van de interne bedrijfsvoering van de welzijnsorganisaties onder Xtra stemmen het college positief. Ten aanzien van de interne governance constateert het college met de NSOB dat er recent goede stappen zijn gezet, door onder meer het aanstellen van een extra bestuurder en de verdere professionalisering van de Raad van Toezicht. Een evenwicht in checks and balances blijft een belangrijk aandachtspunt, zo stellen de onderzoekers.
Het college onderschrijft het belang om het evenwicht in bestuur en toezicht regelmatig te blijven evalueren. De onderzoekers zien geen aanwijzingen voor het bestaan van een angstcultuur. De werkwijzen en omgangsvormen worden door de medewerkers over het algemeen als positief beoordeeld. Wel zien de onderzoekers een belangrijk aandachtspunt in de ervaren afstand tussen uitvoering en management, de hoge werkdruk en het relatief hoge ziekteverzuim. Het college vertrouwt erop dat Xtra de aanbeveling van de NSOB zal opvolgen door actief in te zetten op beleid om het ziekteverzuim terug te brengen. Relatie gemeente Den Haag - Xtra De NSOB stelt dat de samenwerkingsrelatie tussen de gemeente en Xtra een historie kent van de gemeente die veel ruimte gaf en Xtra dat veel ruimte pakte en ziet daarbij enerzijds de gemeente zoeken naar verzakelijking van de onderlinge relatie en anderzijds Xtra zoeken naar erkenning van diens professionele autonomie. Het college hecht veel waarde aan de aanbevelingen die de onderzoekers hierop doen. Het streven naar en onderhouden van gezonde onderlinge verhoudingen vraagt om continue aandacht van beide partijen. De geschetste aanbevelingen van de onderzoekers passen in de trend waarbij de afgelopen jaren is ingezet op verdere versterking van een zakelijk opdrachtgever- en opdrachtnemerschap.
3/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD /10031491
Deze verzakelijking betekent ook een verschuiving van verhoudingen. Het college neemt de aanbeveling over om deze verschuiving verder te expliciteren. Dit betekent dat de gemeente naar de toekomst scherper maakt wanneer zij optreedt als opdrachtgever, regievoerder, samenwerkingspartner of vanuit een andere rol. De nieuwe welzijnsvisie zal hier nadrukkelijk aandacht aan besteden. Dit betreft ook de ruimte voor de expertise van de welzijnsprofessional en vernieuwing in relatie tot doelmatige en doeltreffende inzet van welzijnsmiddelen. De gemeente en alle welzijnspartners hebben belang bij een permanent gesprek over de effecten van de inzet. Om de uitvraag aan het professioneel welzijnswerk scherper te kunnen stellen, heeft de gemeente Den Haag sociale wijkscans laten ontwikkelen. Dit is een wijkanalyse op basis van cijfers. Deze wordt naast de beschikbare kwalitatieve data en ervaringsdeskundigheid gebruikt om de uitvraag aan het professioneel welzijnswerk beter te kunnen stellen en onderlinge afspraken scherper te formuleren. Hiermee neemt de gemeente meer verantwoordelijkheid voor het sturen op het gewenste resultaat en maatschappelijk effect. De welzijnsorganisaties blijven verantwoordelijk voor hoe dit vervolgens op professionele en doelmatige wijze invulling krijgt. Dit doen zij vanuit de expertise van de welzijnsprofessionals.
Samenwerking met partners in de wijk De NSOB constateert dat de samenwerking tussen Xtra en partners in de wijk beter kan. Het rapport spreekt van kritische partners, waarvan sommige tevens stellen nadeel te ondervinden van de positie van Xtra als vaste aanbieder. Het college herkent deze signalen en deelt de constatering van de onderzoekers dat een goede onderlinge samenwerking tussen partners in de wijken essentieel is voor het bereiken van maatschappelijke resultaten. Met name in de wijken waar veel partners aan de slag zijn, zoals de Schilderswijk in stadsdeel Centrum en in Moerwijk in stadsdeel Escamp, vraagt dit om extra aandacht. Goed functionerende welzijnsorganisaties met meerjarig mandaat, die volledig openstaan voor samenwerking, zijn hiervoor cruciaal. Het college onderschrijft de noodzaak van herstel van vertrouwen in stadsdeel Centrum. Dit is dan ook een speerpunt in de nieuw te vormen welzijnsvisie. Ter versterking van de onderlinge samenwerking hecht het college er aan dat de pilot Haagse Tafels staand beleid wordt. Aan deze tafels wordt gestuurd op het gezamenlijk formuleren van een meerjarig plan door alle uitvoeringspartners. Wederzijdse verwachtingen, (on)mogelijkheden en daadwerkelijke inzet wordt aan deze tafels besproken. Daarmee blijven we de dialoog tussen de samenwerkingspartners stimuleren. Waar nodig actualiseren we (formele) samenwerkingsafspraken.
Van onze partners verwachten we hierin een open en explorerende houding. Alleen dan kunnen we met elkaar de complexe sociale problematiek in de wijken aanpakken. Hier blijven we gezamenlijk aan werken. Radicalisering jongerenwerk In 2019 zijn berichten in de media verschenen over vermeende radicalisering van jongerenwerkers in dienst van Xtra. Het rapport stelt dat er sinds 2018 vier concrete gevallen bekend zijn geweest (bij twee verschillende welzijnsorganisaties van Xtra), waarbij sprake was van een melding van de politie of een signaal over radicaal gedachtegoed bij een jongerenwerker. Hier is door alle betrokkenen adequaat op gereageerd. De onderzoekers constateren dat de in de media verschenen berichten over vermeende radicalisering of invloed van het salafisme op het jongerenwerk, door de in het onderzoek betrokken partijen niet breed wordt herkend. Er zijn dan ook geen aanwijzingen aangetroffen dat er, afgezien van de hiervoor genoemde incidenten, sprake is van een structureel probleem met betrekking tot radicalisering.
4/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD /10031491
De onderzoekers constateren tevens dat de berichtgeving hierover in de media heeft geleid tot veel zorgen onder de jongerenwerkers zelf. Het college deelt de aanbeveling van de NSOB om blijvend aandacht te besteden aan deze zorgen en de weerbaarheid en professionaliteit om in ingewikkelde situaties werkzaam te zijn. Het is enerzijds inherent aan de functie van jongerenwerker om met één been in jeugdculturen te staan en met één been in de “systeemwereld”. Alleen dan kan een jongerenwerker aansluiting vinden en zijn beroep naar behoeven uitoefenen. Anderzijds is het voor professionele taakuitoefening cruciaal grenzen te bewaken en hier in de professionalisering van het werk voortdurend aandacht voor te hebben. Aandacht daarvoor is niet alleen van belang binnen de welzijnsorganisaties zelf, maar ook in de samenwerking tussen gemeente en welzijnswerk. Ook hier zal de nieuwe welzijnsvisie aandacht aan besteden. Tot slot Het college neemt de aanbevelingen van de onderzoekers dankbaar in ontvangst en zal deze ter harte nemen bij het ontwikkelen van het nieuwe welzijnsbeleid. Het college is zich ervan bewust, dat er verbeteringen mogelijk zijn in het welzijnsdomein. De druk op het welzijnswerk is groot en de samenleving is – zeker ook in deze tijd – volop in beweging. Het welzijnswerk is cruciaal voor het vergroten van de weerbaarheid van en verbinding tussen inwoners van onze stad.
Met het ontwikkelen van een nieuwe welzijnsvisie (RIS305699) ontstaat momentum om historisch gegroeide patronen te doorbreken en verhoudingen opnieuw te expliciteren. Dit doet de gemeente niet alleen, maar in overleg met de verschillende partners actief in het welzijnsdomein, waaronder Xtra. Hierbij is niet alleen aandacht voor de (subsidie)relatie tussen de gemeente en de welzijnsorganisaties, maar ook voor de samenwerking in het algemeen. In de nieuwe visie bepalen we met elkaar opnieuw wat noodzakelijk is in de stad en streven we verbeteringen na op het vlak van de onderlinge relatie, de processen en de inhoud. Daarbij wordt onder meer opnieuw gekeken naar de subsidiesystematiek en de daarbij behorende rapportagecyclus en verantwoordingsvereisten. Hierbij wordt gezocht naar een manier van rapporteren die ruimte geeft aan de welzijnsprofessional en tevens recht doet aan de verantwoording die moet worden afgelegd aan de raad en de stad over doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid. Van de gemeente vraagt dit om helder te zijn in wat wij willen bereiken in de Haagse wijken en wat wij hierbij verwachten van onze uitvoeringspartners. Zo worden de welzijnsorganisaties in staat gesteld om in te vullen hoe dit vervolgens het beste kan en kunnen de gemeente en haar uitvoeringspartners, Den Haag het welzijnswerk geven dat het verdient.
Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
5/5