RIS306292 Preadvies initiatiefvoorstel Nationaal Ereveld Den Haag
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
114
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Aan: de Gemeenteraad Ons kenmerk
DSB/10195979 RIS306292 Contactpersoon
Otto den Ouden Dienst
Stadsbeheer Afdeling
Beleidsafdeling Stadsbeheer Telefoonnummer Datum
14070
2 november 2021
E-mailadres
otto.denouden@denhaag.nl Onderwerp
Preadvies Initiatiefvoorstel Nationaal Ereveld Den Haag
Aanleiding Op 24 september 2020 is het initiatiefvoorstel “Nationaal Ereveld Den Haag” RIS306292 van het raadslid De Mos aan de voorzitter van de gemeenteraad aangeboden. Hierbij biedt het college de raad het preadvies over het initiatiefvoorstel aan. Het college vindt, net als de opsteller, het herdenken van de Tweede Wereldoorlog en het eren van de (militaire) oorlogsslachtoffers waaronder hen die tijdens de aanval op Den Haag in de Meidagen van 1940 zijn gevallen, een belangrijk thema. Dat past goed bij de gemeente Den Haag, als stad van Vrede en Recht, als regeringszetel en als residentie van het Koninklijk Huis. Het college begrijpt daarom ook de wens van enkele nabestaanden en andere betrokkenen om deze Nederlandse militairen die ten tijde van de aanval op Den Haag in mei 1940 gesneuveld zijn, een eigen graf te geven in plaats van een verzamelgraf. De vraag alleen is of een dergelijke keuze gemaakt kan worden door het college. Daarom is nagegaan wie welke rol heeft bij het Erehof op de Kerkhoflaan en welke technische, ethische, ruimtelijke en financiële aspecten een rol spelen bij het initiatiefvoorstel.
Geschiedenis monument Erehof Kerkhoflaan Het monument vervaardigd door Dirk Bus op de Algemene Begraafplaats aan de Kerkhoflaan is opgericht in 1942 ter nagedachtenis aan circa 167 Nederlandse militairen die in de Meidagen van 1940 zijn gesneuveld in de strijd tegen de Duitse bezetter. Het oprichten van een dergelijk natuurstenen monument voor Nederlandse militairen onder Duits regime voor Nederlandse militairen was bijzonder. Andere gedenkmonumenten voor Nederlandse militairen waren vaak een stuk soberder in de tijd van de Duitse bezetting. Het Erehof met monument is een belangrijk oorlogsmonument met veel cultuurhistorische waarde. Bijna al deze Nederlandse militairen van het Erehof zijn omgekomen bij de Slag om Den Haag. De begraven militairen op de Kerkhoflaan behoorden tot 27 verschillende militaire onderdelen en vochten o.a. bij de vliegvelden Ockenburg, Valkenburg en Ypenburg. Opvallend is het grote aantal namen van huzaren op het monument op de Kerkhoflaan. Velen sneuvelden bij het bombardement op de Nieuwe Alexanderkazerne en Ypenburg. Identificatie kon niet meer plaatsvinden. Vermoedelijk is van vijf huzaren niets meer gevonden, maar hun namen zijn wel op het monument geplaatst. Twee Nederlandse militairen sneuvelden op 29 oktober 1940 bij het demonteren van bommen.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10195979
Zij werden op verzoek van de familie hier begraven. Ook heeft een militair die op 14 mei 1940 zelfmoord pleegde op dit Ereveld een laatste rustplaats gevonden. Eind jaren zestig is er op het Ereveld nog een militair herbegraven. Deze was eerder in een familiegraf te Loosduinen begraven. Het verzamelgraf is in de periode mei-juli 1940 in overleg tussen de gemeente Den Haag en het ministerie van Oorlog, aangelegd met het oogmerk “om nooit meer te worden heropend.” Sinds 2009 wordt er jaarlijks op 10 mei een herdenking gehouden, georganiseerd door de Stichting Herdenking Militaire Erehof ‘s-Gravenhage. Dit jaar (2021) was burgemeester Van Zanen aanwezig. Ook in andere jaren kwam een Haagse burgemeester of wethouder naar de herdenking.
Foto: Den Haag Herdenkt 2021
Bevoegdheden Het initiatiefvoorstel voor herbegraven van de overledenen en het oprichten van een nieuw Ereveld is aan het college voorgelegd, maar de vraag is of de gemeente hierover wel een besluit kan en mag nemen. Het ministerie van Defensie is de rechthebbende van het verzamelgraf op de Kerkhoflaan, omdat het hier om militaire rijksgraven gaat. Het ministerie van Defensie heeft daardoor de zeggenschap over deze graven. Daarmee is dus ook de keuze om wel of niet te herbegraven van deze circa 167 militaire oorlogsslachtoffers, de bevoegdheid van het ministerie van Defensie. Het dagelijks beheer van dit Ereveld wordt gedeeltelijk uitgevoerd door de Oorlogsgravenstichting (het monument) en gedeeltelijk door de gemeente (het terrein eromheen). Het verzoek in het initiatiefvoorstel om een nieuw Nationaal Ereveld binnen de gemeente Den Haag in te richten en te exploiteren is een beslissing van meerdere partijen, zo bepaalt het ministerie van Defensie, als rechthebbenden van militairen oorlogsslachtoffers, waar deze begraven worden. Nederland kent het Nationaal Ereveld te Loenen en het Militair Ereveld Grebbeberg te Rhenen. Deze worden beheerd door de Oorlogsgravenstichting en zij ontvangt daarvoor geld van het ministerie van Binnenlandse Zaken.
Om naast deze Erevelden al dan niet een derde Nationaal Ereveld met militaire oorlogsslachtoffers op te richten en te beheren in Den Haag is dus geen beslissing die de gemeente Den Haag kan nemen. Daarom zijn er gesprekken geweest en gaande met de Oorlogsgravenstichting, het ministerie van Defensie en de gemeente Den Haag over de haalbaarheid en wenselijkheid van herbegraven van deze militairen op een nieuw Ereveld. De expertise van het Nederlands Instituut Militaire Historie en de Bergings- en Identificatiedienst van de Koninklijke Landmacht (BIDKL) is hierbij betrokken. Dit om de technische, ethische, ruimtelijke en financiële aspecten mee te kunnen nemen in het formuleren van een preadvies.
2/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10195979
De technische beperkingen Om de militaire oorlogsslachtoffers een eigen graf te geven, is nagegaan, wat daar allemaal bij komt kijken. Allereerst moeten de circa circa 167 overledenen worden geïdentificeerd. Niet duidelijk is of deze al dan niet met een bekisting ter aarde zijn besteld. Er zou een technisch onderzoeksteam moeten komen om alles te onderzoeken, te categoriseren en vervolgens te identificeren. Een DNA-onderzoek van nabestaanden zal hiervan deel moeten uitmaken. Daarbij spelen veel factoren die het resultaat negatief kunnen beïnvloeden: het mogelijk ontbreken van stoffelijke resten van de overledenen, het mogelijk ontbreken van relevante familie(achtergrond) voor bijvoorbeeld DNA-onderzoek, het mogelijk ontbreken van nabestaanden of het niet willen participeren door nabestaanden, omdat zij uit geloofs- of persoonlijke overwegingen niet willen dat hun overleden familieleden worden herbegraven. Het respecteren van grafrust is moeilijk, omdat nu niet bekend is, wie waar ligt. Andere technische aspecten die herbegraven complex maken (bron BIDKL) De slachtoffers werden vier, tot mogelijk vijf of zes meter diep begraven. Er heeft vrijwel zeker vermenging van de botresten plaatsgevonden. Dit door onder andere inklinken, vermenging en het vergaan of niet aanwezig zijn van bekisting.
De aanwezige stoffelijke resten zullen moeten worden teruggebracht tot individuele personen. Een volwassen menselijk skelet bestaat uit ca. tweehonderd beenderen. Vermenging van stoffelijke resten betekent een grote toename van het aantal te nemen DNA-monsters; Met regelmaat komt het voor dat het niet mogelijk blijkt om een bruikbaar DNA-profiel te vervaardigen van een bot- of tandmonster. Het bevat dan te weinig ‘loci’ (markers) voor verwantschapsonderzoek. Doorgaans is de staat van het aangeleverde opgegraven biologische materiaal daaraan debet. Deze slachtoffers zijn dan niet middels DNA identificeerbaar. Het is een illusie dat alle slachtoffers op het Erehof kunnen worden geïdentificeerd aan de hand van DNA. Er zal aan de hand van uitgebreid genealogisch onderzoek moeten worden vastgesteld of er nog levende nazaten zijn, die in genetische zin geschikt zijn als DNA-donor. Die zullen er niet in alle gevallen zijn. Bloedlijnen (en daarmee DNA-lijnen) sterven uit. In het initiatiefvoorstel komt dit aandachtspunt goed naar voren. Gebitsgegevens, zoals tandartskaarten uit die periode zijn niet bewaard gebleven, conventionele identificatie met forensisch-odontologisch onderzoek is daarom eveneens onmogelijk.
De ethische beperkingen Wanneer een verzamelgraf wordt geopend spelen er ook een aantal ethische beperkingen: Wat te doen met slachtoffers die niet geïdentificeerd kunnen worden door eerder genoemde technische beperkingen? Wat te doen met slachtoffers waarvan is aangenomen dat zij destijds op het Erehof zijn begraven, maar daar niet aantoonbaar (b)lijken te liggen? De families zouden dat als pijnlijk kunnen ervaren? Wat als nabestaanden van slachtoffers die naar verluidt in dit graf begraven liggen, duidelijk bezwaar hebben tegen verstoring van de grafrust? Wat te doen indien er nog nabestaanden zijn in de juiste bloedlijn die geschikt zijn als DNA-donor en zij niet willen meewerken? De ruimtelijke beperking Ook is nu al duidelijk dat een eventuele herbegraving naar eigen graf niet mogelijk is op dezelfde locatie, daarvoor is de huidige plek te klein. De kans een andere geschikte plek te vinden in een regio die verdichting kent in gebruik en de programmering van (openbare) functies is klein tot nihil. Zeker als deze laatste rustplaats respectvol en ruim opgezet moet worden.
3/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10195979
Al snel zou dan gedacht moeten worden aan de Erevelden Loenen en de Grebbeberg, waar herbegraven wel mogelijk is, terwijl het juist de wens is om deze graven binnen onze gemeentegrenzen te houden. Financiële beperking Hoewel dit bij het maken van de afweging geen rol heeft gespeeld, is ook globaal gekeken naar de kosten. Het zorgvuldig opgraven, het uitvoeren van een DNA-onderzoek, het uitvoeren van een verwantschapsonderzoek, het herbegraven van de slachtoffers zou waarschijnlijk een bedrag van € 1 miljoen euro te boven gaan. De (structurele) kosten van aanleg, beheer en exploitatie van een nieuw Ereveld zijn dan nog niet eens meegenomen. Noch binnen de begroting van het ministerie van Defensie, noch binnen de gemeentelijke begroting is een dergelijk bedrag voorzien. Ministerie van Defensie Wat het ministerie betreft, is het herbegraven van de militaire slachtoffers niet aan de orde, omdat het verzamelgraf is aangelegd met het oogmerk “om nooit meer te worden heropend.” Dat uitgangspunt willen zij ruim 80 jaar later nog steeds respecteren. Naast de reeds genoemde praktische en ethische bezwaren, hecht het ministerie van Defensie ook veel waarde aan de cultuurhistorische status van het militair oorlogsmonument.
Conclusie Gebleken is al dat er ethische, technische en ruimtelijke beperkingen zijn, waardoor het opgraven en herbegraven van deze militaire oorlogsslachtoffers lastig is. Het standpunt van het ministerie van Defensie (de juridische eigenaar van de graven), is duidelijk, waardoor er geen toestemming komt om deze oorlogsslachtoffers op te graven. Het college begrijpt en respecteert dit standpunt van het ministerie. Wat kan er wel gedaan worden? Renovatie Erehof Kerkhoflaan Alle partijen, inclusief de gemeente onderschrijven dat het herdenken van de oorlog van groot belang is, zowel voor de nabestaanden van de (militaire) oorlogsslachtoffers als voor alle inwoners van Den Haag. Om de slachtoffers te eren en om stil te staan bij deze periode van de Haagse geschiedenis wil de gemeente samen met de Oorlogsgravenstichting het Erehof op de Kerkhoflaan grondig renoveren en opknappen. Uiteraard willen we de plannen daarvoor opstellen samen met de projectgroep Erehof Kerkhoflaan en nabestaanden. Educatie Naast de renovatie stellen we voor samen met het Haags gemeentearchief, het ministerie van Defensie en de Oorlogsgravenstichting een informatiepakket op te stellen over de aanval op Den Haag in de Meidagen van 1940. Dit met bijvoorbeeld een wandel/fiets excursie langs de (militaire) oorlogsgraven en misschien voormalige gevechtsplekken.
Uiteraard met aandacht voor het Erehof op de gemeentelijke begraafplaats op de Kerkhoflaan en het monument voor de Stijkelgroep op de gemeentelijke begraafplaats Westduin. De Oorlogsgravenstichting heeft een database met namen en verhalen van oorlogsslachtoffers. Hierop is ook informatie te vinden van Haagse oorlogsslachtoffers.
4/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10195979
Foto van Stijkelmonument Hieronder het advies van het college per dictum van het initiatiefvoorstel “Nationaal Ereveld Den Haag”: I.
Te inventariseren waar in Den Haag een stuk grond beschikbaar is om een Nationaal Ereveld Den Haag te realiseren, waar deze oorlogsslachtoffers eervol kunnen worden herbegraven; Advies om dictum I niet over te nemen. Het aanleggen en beheren van een nieuw Nationaal Ereveld voor militairen oorlogsslachtoffers is een beslissing van meerdere partijen, onder andere het ministerie van Defensie, als rechthebbende van graven met militaire oorlogsslachtoffers. Betrokken partijen geven aan dat er naast Loenen en de Grebberg op dit moment geen noodzaak is om een nieuw Ereveld op te richten. Daarnaast is Den Haag de meest dichtbevolkte stad van Nederland. Het herbegraven van de oorlogsslachtoffers op het Erehof Kerkhoflaan is niet haalbaar, omdat er technische en ethische beperkingen zijn. Het ministerie van Defensie, de rechthebbende van deze graven, geeft ook geen toestemming om de oorlogsslachtoffers op te graven en te herbegraven.
II.
Na inventarisering dit veld te bestemmen als het (toekomstig) Nationaal Ereveld Den Haag; Advies om dictum II niet over te nemen. Zie uitleg dictum I
III.
Inventariseert alle particuliere en eeuwigdurende Rijksgraven van oorlogsslachtoffers en slachtoffers van de oorlog in Den Haag en omgeving; en overlegt hiertoe met randgemeenten waar ook gesneuvelde militairen liggen, zoals Delft, Voorburg en Rijswijk; Advies om dictum III niet over te nemen. De Oorlogsgravenstichting registreert in haar database zowel ‘oorlogsslachtoffers’ als ‘slachtoffers van de oorlog’. Oorlogsslachtoffers zijn volgens hun definitie burgers en militairen die in de strijd met de vijand of door hun handelingen of houding tegenover de vijand het leven hebben verloren. Ook mensen die tijdens de door de vijand opgelegde internering of vervolging overleden zijn, rekenen we hiertoe. Mensen die zijn omgekomen door oorlogsgeweld zoals een beschieting of bombardement omschrijft de Oorlogsgravenstichting als ‘slachtoffer van de oorlog’. Een inventarisatie is al uitgevoerd door Oorlogsgravenstichting, waardoor er al veel bekend is. Deze informatie is ook opvraagbaar bij de Oorlogsgravenstichting.
5/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10195979
IV.
Brengt, tezamen met de Rijksoverheid, andere betrokken instanties en wellicht particuliere donateurs, de kosten in kaart voor het realiseren van een Nationaal Ereveld Den Haag, teneinde de totstandkoming van het Ereveld te realiseren; Advies om dictum IV aan te passen: Voorstel aanpassing: teneinde de renovatie van het Erehof op de Kerkhoflaan te realiseren.
V.
Na inventarisering en consultatie met de eventuele nabestaanden deze te verhuizen naar het Nationaal Ereveld Den Haag; Advies om dictum V niet over te nemen. Zie uitleg bij dictum I
VI.
Stelt dit Ereveld, in nauw overleg met de eventuele nabestaanden en andere betrokken organisaties, ter beschikking voor alle militairen die zijn gesneuveld bij de Slag om Den Haag en de overige oorlogsslachtoffers en slachtoffers van de oorlog; Advies om dictum VI aan te passen. Renoveert dit Erehof, in nauw overleg met de eventuele nabestaanden en andere betrokken organisaties, voor alle militairen die zijn gesneuveld bij de Slag om Den Haag en begraven zijn op het Erehof van de Kerkhoflaan. Dit overleg met nabestaanden en andere betrokken over het renoveren van het Erehof was al gaande voor het indienen van dit initiatiefvoorstel.
VII.
Stelt het Nationaal Ereveld beschikbaar voor educatie over Nederland in oorlogstijd in het algemeen en de Slag om Den Haag in het bijzonder; Advies om dictum VII als volgt aan te passen. Stelt samen met de Oorlogsgravenstichting en eventuele andere partijen een educatieve wandeling beschikbaar over Nederland in oorlogstijd in het algemeen en de Slag om Den Haag in de Meidagen van 1940 in het bijzonder.
Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
6/6