RIS306222 bijlage 2
Tekst van het document
In samenwerking met:
Onderbouwend document bij plan van aanpak bestrijding Japanse duizendknoop
In opdracht van: Gemeente Den Haag
Colofon Tekst en samenstelling
M. van Diedenhoven
In opdracht van
Gemeente Den Haag
Naam opdrachtgever
M. van den Hoorn
Rapportnummer
RA18604-03
Status rapport
definitief
Datum oplevering rapport
18 februari 2019
Aantal pagina's
21
Collegiale toets
J. Penninghof (Stichting Probos)
Wijze van citeren
M. van Diedenhoven, 2020. Onderbouwend document bij plan van aanpak bestrijding Japanse duizendknoop. Rapport RA18604-03, Regelink Ecologie & Landschap, Wageningen.
In samenwerking met:
Regelink Ecologie & Landschap Gerrit Zegelaarstraat 1 6709 TA Wageningen 085-7737676 info@regelink.net www.regelink.net Lid Netwerk Groene Bureaus
Onderbouwend document bij plan van aanpak bestrijding Japanse duizendknoop | RA180604-03
2
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
4
1.1
Aanleiding
4
1.2
Reikwijdte en doel plan van aanpak
4
1.3
Samenwerkingspartners
5
1.4
Japanse duizendknoop
5
1.5
Bestrijdingsmethoden Japanse duizendknoop
6
2.
Werkwijze
8
2.1
Algemene werkwijze
8
2.2
Expertmeeting: kenmerken groeilocaties en beslismodel
8
2.3
Veldinspectie
10
2.4
Beslismodel: uitvoerbaarheid van methoden
10
2.5
Kostenraming
11
3.
Resultaten
13
3.1
Veldresultaten algemeen beeld
13
3.2
Prioritering bestrijding
13
3.3
Voorkeurs- en alternatieve methode
14
4.
Conclusie en aanbevelingen
16
5.
Bronnen en literatuur
17
Bijlage 1.
Effectiviteit van bestrijdingsmethoden
18
Bijlage 2.
Berekening kostenraming
19
Bijlage 3.
Spreadsheet groeilocaties
20
Onderbouwend document bij plan van aanpak bestrijding Japanse duizendknoop | RA180604-03
3
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
De gemeente Den Haag heeft in 2016 de hele gemeente geïnventariseerd op het voorkomen van Japanse duizendknoop. Hiervoor is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd, waarna alle in de NDFF vermelde locaties zijn bezocht en in een GIS-systeem zijn ingetekend. Aanvullend is er via de website hethaagsegroen.nl een oproep aan de inwoners van Den Haag gedaan om groeiplaatsen die nog niet op de kaart staan te melden. Uit deze inventarisatie is naar voren gekomen dat verspreid over de gemeente op ruim 150 locaties Japanse duizendknoop voorkomt, met een gezamenlijke oppervlakte van circa 5 hectare. De gemeente Den Haag is voornemens beleid op te stellen om Japanse duizendknopen de komende jaren te beheersen en te bestrijden. Daarom heeft de gemeente RANOX natuuraannemer gevraagd een plan van aanpak op te stellen voor het beheersen en bestrijden van Japanse duizendknopen in de gemeente Den Haag.
1.2
Reikwijdte en doel plan van aanpak
Het plan van aanpak bestaat uit een aantal onderdelen: 1.
voorliggend onderbouwend document: hierin is onderbouwd hoe gekomen is tot de te inventariseren kenmerken van de groeilocaties en tot de keuze van de bestrijdingsmethode,
2.
een spreadsheet met daarin per groeilocatie geografische informatie, kenmerken van de locatie en de mogelijk in te zetten bestrijdingsmethoden. De spreadsheet is te gebruiken in een (online) GISsysteem,
3.
foto’s per groeilocatie.
In het plan van aanpak is voor de bekende groeilocaties een voorkeursmethode vastgesteld om Japanse duizendknoop concreet te bestrijden dan wel te beheersen. Hiervoor zijn de best haalbare opties afgewogen. De volgende vragen zijn beantwoord: •
Kan er het beste ingezet worden op beheersen of bestrijden?
•
Welke methode van beheersen of bestrijden wordt aangeraden?
•
Welke methode van beheersen of bestrijden is een alternatief?
•
Wat zijn de geraamde kosten voor het uitvoeren van de voorkeursmethode en de alternatieve methode?
Onderbouwend document bij plan van aanpak bestrijding Japanse duizendknoop | RA180604-03
4
1.3
Samenwerkingspartners
Het plan van aanpak is gebaseerd op bekende ‘best practices’ vanuit de expertise van RANOX natuuraannemer, Hoek Hoveniers, Stichting Probos en Regelink Ecologie & Landschap. Om tot een optimale kwaliteit te komen hadden de partners de volgende rollen en taken binnen het project: •
RANOX: Johannes Regelink was projectleider, hij bewaakte de kwaliteit en termijnen in het project.
•
Stichting Probos: Martijn Boosten was projectleider van de proeven op gebied van bestrijden van Japanse duizendknoop. Hij leverde een inhoudelijke bijdrage bij het opstellen van de beslisboom en deed een inhoudelijk check op de rapportage.
•
Hoek Hoveniers: Julien Keijzer was projectleider van de bestrijdingsprojecten op gebied van Japanse duizendknoop. Zijn praktische expertise werd ingezet bij het maken van de beslisboom en hij maakte de kostenraming.
•
Teia: Wessel de Jong is veldmedewerker van Teia en voerde de inspecties in het veld uit.
•
Regelink Ecologie & Landschap: Chris Driessen heeft de mobiele GIS-app ingericht. Mieuw van Diedenhoven heeft de rapportage opgesteld.
1.4
Japanse duizendknoop
In deze rapportage wordt gesproken over de ‘Japanse duizendknoop’, maar eigenlijk is er sprake van drie soorten: Japanse duizendknoop (Fallopia japonica), Sachalinse duizendknoop (Fallopia sachalinensis) en Boheemse (ook wel bastaard) duizendknoop (Fallopia x bohemica). Fallopia japonica komt het meeste voor. De Japanse duizendknoop is een meerjarige plant met holle en verhoutende stengels die elke lente tot dichte haarden uitgroeien. De Japanse duizendknoop heeft grote lichtgroene bladeren. De planten vormen (meters)hoge, gesloten begroeiingen waaronder bijna niets anders groeit. Door de enorme groeikracht verdringt de plant de lokale vegetatie en heeft zij een zeer negatief effect op de biodiversiteit. De Japanse duizendknoop heeft een zeer krachtige wortelgroei, bestaande uit dikke wortelstokken in de bovenlaag van de bodem van waaruit de stengels groeien. Het wortelstelsel is zeer uitgebreid en kan tot wel vier meter diep in de bodem doordringen. De omvang van het wortelstelsel strekt zich uit tot ver buiten de moederplant. De ondergrondse wortelstokken bevatten reservestoffen waardoor de Japanse duizendknoop telkens opnieuw vanuit de wortelstokken kan uitgroeien. Een klein stukje wortel of stengel is voldoende om uit te groeien tot een volwaardige, metershoge plant.
Naast de ecologische schade kan de plant vanwege deze enorme groeikracht schade toebrengen aan gebouwen, gevels, funderingen, kunstwerken, beschoeiingen en wegen. Het is daarom van het grootste belang om te voorkomen dat delen van de plant zich verspreiden. Het risico op verspreiding is groot bij allerlei vormen van grondverzet, graafwerkzaamheden en via maaibeheer en andere vormen van groenbeheer.
Onderbouwend document bij plan van aanpak bestrijding Japanse duizendknoop | RA180604-03
5
1.5
Bestrijdingsmethoden Japanse duizendknoop
Stichting Probos heeft in samenwerking met ongeveer 25 Nederlandse terreinbeheerders in de periode 2013–2017 op meer dan honderd groeilocaties een landelijke praktijkproef uitgevoerd. Deze proef had tot doel effectieve bestrijdingsmethoden voor duizendknoop te vinden. Stichting Probos heeft op basis van de praktijkproef een beslisboom opgesteld zodat beheerders op basis van verschillende factoren de juiste bestrijdingsmethode kunnen kiezen. Hoek Hoveniers en RANOX natuuraannemer hebben ervaring met verschillende methoden van bestrijding van Japanse duizendknoop in de openbare ruimte. Hieronder zijn de verschillende bekende methoden kort beschreven. Op de website van Stichting Probos zijn de methoden, kosten en effectiviteit uitgebreid beschreven: https://bestrijdingduizendknoop.nl/bestrijding/methoden/ Maaien, tweewekelijks of maandelijks: De duizendknoop wordt handmatig of machinaal gemaaid. Handmatig maaien kan met behulp van een bosmaaier of zeis uitgevoerd worden, machinaal maaien met een maai-zuigcombinatie. Vanwege de grote kans op verspreiding is het van groot belang het materieel schoon te maken en Japanse duizendknoop apart te maaien. Handmatig uittrekken/uitsteken met eigen personeel of vrijwilligers: De stengels en wortels worden handmatig uitgetrokken en/of -gestoken.
Bij aanvang zal een duizendknoophaard ongeveer vier tot zes maal per groeiseizoen behandeld moeten worden. De jaren erna kan de frequentie afhankelijk van de hergroei omlaag. De effectiviteit kan vergroot worden door met een schop een stuk van de wortel af te steken (tot ongeveer tien centimeter diep). Grondzuiger: Met een grondzuiger wordt de grond rondom de duizendknoopwortels weggezogen. Dit wegzuigen gebeurt stap voor stap, waarbij wordt getracht geen of zo min mogelijk wortel(delen) op te zuigen. De blootgelegde duizendknoopwortels worden verwijderd en gecontroleerd afgevoerd. Het wegzuigen van de grond gaat net zo lang door tot er geen wortels meer worden aangetroffen. Deze methode is met name effectief op zandgrond, die al dan niet losgemaakt is met een ‘ploffer’. Heet water: Door heet water te injecteren in de grond of in stengels worden duizendknoopstengels en wortels verzwakt. Er ontstaan onder meer brandwondjes op de wortels, waardoor de plant vatbaar wordt voor schimmels. Behandeling met glyfosaat: De stengels worden eenmaal per jaar eind juli/augustus met een glyfosaatoplossing geïnjecteerd. Na hergroei is het noodzakelijk opnieuw te injecteren of tweemaal per jaar (juni en eind augustus/begin september) uit te steken/uit te graven tot een diepte van tien centimeter.
Afdekken, randen ingraven: Door de grond af te dekken met een geotextiel, met daarop een grondkolom om het doek te stabiliseren, verstikken de duizendknoopwortels. Afgraven en zeven: De bodem waarin duizendknoopwortels zitten wordt tot ongeveer een meter afgegraven. De grond wordt ter plaatse gezeefd om worteldelen te verwijderen. Vervolgens wordt de grond teruggestort.
Onderbouwend document bij plan van aanpak bestrijding Japanse duizendknoop | RA180604-03
6
Afgraven en afvoeren: De bodem waarin duizendknoopwortels zitten wordt (vaak tot ongeveer een meter) afgegraven. De grond moet worden afgevoerd naar een erkende verwerker. Drukbegrazing: Duizendknoop is eetbaar voor met name heideschapen. Dieren hebben echter een voorkeur voor jonge scheuten en moeten “gedwongen” worden oude stengels te eten door ze binnen een raster in een klein gebied te zetten. Drukbegrazing vindt plaats door de schapen een aantal malen per groeiseizoen enkele dagen op een beperkte oppervlakte duizendknoop te laten grazen.
Onderbouwend document bij plan van aanpak bestrijding Japanse duizendknoop | RA180604-03
7
2. Werkwijze 2.1
Algemene werkwijze
Met de gemeente Den Haag werd de volgende werkwijze overeengekomen. 1.
In een ‘expertmeeting’ met de samenwerkingspartners is op basis van de meest actuele kennis een beslisboom geformuleerd specifiek gericht op de situatie in de gemeente Den Haag (§ 2.2).
2.
Alle, bij de gemeente Den Haag bekende, groeiplaatsen werden opnieuw bezocht en geclassificeerd aan de hand van de tijdens de expertmeeting bepaalde kenmerken (§ 2.3).
3.
Aan de hand van de classificatie werd besloten welke methode per locatie uitvoerbaar is (§2.4).
4.
Per methode is een kostenraming gemaakt, met een specificatie van de opstartkosten, oppervlakteafhankelijke kosten en omtrekafhankelijke kosten voor de eerste vijf jaar van bestrijding (§2.5 en Bijlage 2).
5.
Voor elke uitvoerbare methode zijn per groeilocatie de kosten voor bestrijding berekend. De goedkoopste methode is als voorkeursmethode geselecteerd, de een-na-goedkoopste methode is als alternatieve methode geselecteerd (zie Bijlage 3).
6.
De werkwijze en globale resultaten zijn opgenomen in onderhavige rapportage. De gegevens per groeilocatie zijn in een spreadsheet-bestand opgenomen.
2.2
Expertmeeting: kenmerken groeilocaties en beslismodel
Op 28 november 2018 heeft er een expertmeeting plaatsgevonden tussen RANOX natuuraannemer, Hoek Hoveniers, Stichting Probos en Regelink Ecologie en Landschap. Om een afweging te kunnen maken tussen de verschillende bestrijdingsmethoden heeft Stichting Probos een algemene beslisboom ontwikkeld (Probos, 2017). Voor complexe situaties als een dichtbevolkt binnenstedelijk gebied als Den Haag gaan de afwegingen in de algemene beslisboom niet ver genoeg. Voor dit plan van aanpak is dan ook een op maat gemaakt beslismodel ontwikkeld (zie ook Tabel 2). In dit specifieke beslismodel spelen onder meer de volgende afwegingen een rol: •
de actuele en potentiele overlast van de groeihaard,
•
de risico’s op verspreiding vanuit een locatie,
•
de effectiviteit van een methode,
•
de praktische uitvoerbaarheid op locatie,
•
de kosten (korte en lange termijn).
Vanuit hun praktijkervaring hebben de samenwerkingspartners bepaald welke kenmerken van een groeilocatie bepalend zijn in de keuze voor een bepaalde bestrijdingsmethode. De kenmerken hebben betrekking op fysieke omstandigheden van de groeilocaties en groeikenmerken van de plant.
Onderbouwend document bij plan van aanpak bestrijding Japanse duizendknoop | RA180604-03
8
•
De kenmerken van de plant: Deze kenmerken zijn relevant voor het risico op uitbreiding (groeikracht, zaadzetting). Wanneer de plant al eerder bestreden is, is dat van invloed op het succes van opnieuw bestrijden. De hoogte van de stengels in combinatie met de bedekkingsgraad is een maat voor de leeftijd van de haard en is daarmee van invloed op de keuze voor een bestrijdingsmethode.
•
Kenmerken van de ondergrond: Deze kenmerken zijn van belang voor de mogelijkheid om methoden zoals de grondzuiger in te zetten. Bij sterk verdichte grond is dat bijvoorbeeld geen geschikte methode.
•
Kenmerken van de bovengrond, begrenzing en locatie: Deze kenmerken zijn van belang vanwege de praktische toepasbaarheid van een methode in bepaalde situaties en het risico dat een haard overlast of schade gaat veroorzaken of zich makkelijk kan verspreiden. Denk aan situaties waarin een plant tussen bestrating groeit, bij een drukke verkeersweg staat, op een bouwterrein groeit of zich (deels) op niet-gemeentelijke grond bevindt.
Van de verschillende kenmerken en hun variabelen is een lijst opgesteld. Aan de hand van deze lijst zijn de groeilocaties in het veld geclassificeerd. De kenmerken en hun variabelen zijn weergegeven in Tabel 1. Tabel 1. Kenmerken met variabelen van de groeilocaties. KENMERKEN
VARIABELEN
Planten Zaad gezet?
Ja, Nee
Hoogte stengels?
0-50, 50-100, >100, Niet te beoordelen
Bedekkingsgraad?
< 50%, 50-80%, 80-100%
Gemaaid (of anders bestreden)?
Ja, Nee
Ondergrond Bodemsoort?
Venig, Kleiig, Zandig
Bodemstructuur?
Compact, Los
Verharde ondergrond?
Ja, Nee
Bovengrond Obstakels bovengronds? Beschaduwing?
Nee, Bomen, Struiken, Lantarenpaal, Verkeersbord, Overig Schaduw, Halfschaduw, Open
Begrenzing Grenzend aan eigendom van een ander?
Ja, Nee
Deels in eigendom van ander?
Ja, Nee
Grenzend aan water?
Ja, Nee
Grenzend aan verharding?
Ja, Nee
Tegen bebouwing of kunstwerken aan?
Ja, Nee
Uitgebreid t.o.v. kaart?
Nee, Ja: 0-10%, 10-50%, 50-100%
Onderbouwend document bij plan van aanpak bestrijding Japanse duizendknoop | RA180604-03
9
Locatie Natuurgebied?
Ja, Nee
Bestrijding zonder verkeersoponthoud mogelijk?
Ja, Nee
Toegankelijkheid?
Met auto, Alleen te voet
Verkeersveiligheid in geding?
Ja, Nee
Afstand van spoor?
< 3 meter
Risico stabiliteit kades/taluds e.d.?
Ja, Nee
Vrije ruimte (i.v.m. afdekken)?
< 4 meter, > 4 meter
Binnen 1,5 meter van kroonprojectie?
Ja, Nee
Ruimte voor schapenbegrazing?
Ja, Nee
Op druk bezochte plek (honden uitlaatplekken, parken, in woonwijken e.d.)? Bouwlocatie?
Ja, Nee
In hoop grond?
Ja, Nee
2.3
Ja, Nee
Veldinspectie
In november en december 2018 heeft ecoloog W. de Jong alle groeilocaties van de Japanse duizendknoop binnen de gemeente Den Haag bezocht op basis van de kaart met inventarisatiegegevens van de gemeente. Hoewel de tijd van het jaar niet optimaal is voor veldwerk, is hiervoor gekozen in overleg met de gemeente Den Haag vanwege de tijdsplanning. De Japanse duizendknoop sterft in het najaar bovengronds af en de dorre stengels zijn dan nog zeer goed te herkennen. Een onderscheid naar de verschillende soorten duizendknoop is dan niet te maken. Dit is verder niet van invloed op de keuze voor een bestrijdingsmethode. Wel is het lastiger om de omvang van recente uitbreidingen te bepalen omdat de bovengrondse delen nog relatief klein zijn. Bij alle locaties zijn de relevante kenmerken van de groeilocaties digitaal in een online GIS-systeem genoteerd. Indien nodig is de omvang van de groeilocatie aangepast en als vlakken ingetekend in de online GIS-applicatie die hiervoor speciaal is ingericht. Wanneer een groeilocatie sterk verschillende kenmerken heeft is de locatie opgesplitst in meerdere polygonen. Van alle locaties is een foto gemaakt en gekoppeld aan de groeilocatie. Op de foto’s zijn de fysieke kenmerken van de standplaats en groeikenmerken van planten zichtbaar.
2.4
Beslismodel: uitvoerbaarheid van methoden
Niet alle beschikbare bestrijdingsmethoden zijn vanwege de specifieke omstandigheden in de gemeente Den Haag geschikt. Op basis van de standplaats- en groeikenmerken van de Japanse duizendknoophaarden zijn de volgende methoden meegenomen in de afweging en kostenberekening voor bestrijding: •
afdekken zonder ingraven,
•
afdekken met ingraven,
•
afdekken met ingraven plus glyfosaat,
•
ontgraven en afvoeren,
•
zuigen en afvoeren,
Onderbouwend document bij plan van aanpak bestrijding Japanse duizendknoop | RA180604-03
10
•
ontgraven en zeven,
•
zuigen en zeven,
•
handmatig uittrekken,
•
glyfosaat,
•
heet water.
Op basis van expert judgement van de expertgroep is bepaald welke methode onder welke voorwaarden wel of niet toe te passen is. De voorwaarden voor dit beslismodel zijn opgenomen in Tabel 2. Tabel 2. Per methode is beschreven onder welke voorwaarden die wel of niet toepasbaar is. Methode
Voorwaarden waaronder de methode wel of niet toepasbaar is
Afdekken zonder ingraven
Er is > 4 meter vrije ruimte rondom
Afdekken met ingraven
Niet binnen 1,5 meter van kroonprojectie, Niet bij obstakels
Afdekken met ingraven plus
Niet binnen 1,5 meter van kroonprojectie
glyfosaat Ontgraven en afvoeren
Niet bij obstakels, lantaarnpalen en bomen, Niet bij risico stabiliteit kades/taluds
Zuigen en afvoeren
Niet bij risico stabiliteit kades/taluds
Ontgraven en zeven
Niet bij obstakels, lantaarnpalen en bomen, Bij zanderige grond, Niet bij risico stabiliteit kades/taluds
Zuigen en zeven
Bij zanderige grond, Niet bij risico stabiliteit kades/taluds
Handmatig
Niet bij groeiplaats tussen verharding, Niet bij bestrijding met verkeersoponthoud
Glyfosaat
Niet langs watergang (alleen als andere methoden niet kunnen)
Heet water
Locatie is met auto toegankelijk, Niet binnen 1,5 meter van kroonprojectie, Niet bij bestrijding met verkeersoponthoud
2.5
Kostenraming
Wanneer de kosten van de bestrijdingsmethode afgezet worden tegen de effectiviteit van de bestrijding, blijkt het uittrekken van de planten en maandelijks maaien van de haard gedurende het groeiseizoen het meest kostenefficiënt (Probos 2017). Echter, de keuze voor de beste methode wordt ook beïnvloed door de uitgangssituatie van de groeiplaats, zoals type bodem, diepte van de beworteling en dichtheid van de Japanse duizendknoopstengels. Daarnaast spelen de bereikbaarheid van een locatie en uiteraard de kosten een rol. Op basis van de ervaringen van Hoek Hoveniers, Probos en RANOX natuuraannemer met de bestrijding van Japanse duizendknoop, is per methode bepaald welke acties in welk jaar uitgevoerd dienen te worden. Op basis daarvan is berekend wat de opstartkosten, variabele kosten per oppervlakte en
Onderbouwend document bij plan van aanpak bestrijding Japanse duizendknoop | RA180604-03
11
variabele kosten per omtrek zijn. Hiermee is voor elke locatie bepaald welke kosten de voorkeursbestrijdingsmethode en alternatieve methode met zich meebrengen (zie Bijlage 2).
Onderbouwend document bij plan van aanpak bestrijding Japanse duizendknoop | RA180604-03
12
3. Resultaten 3.1
Veldresultaten algemeen beeld
Alle veldgegevens zijn opgeslagen in de GIS-applicatie. Hierin staan de kenmerken van de groeilocatie en de kenmerken van de Japanse duizendknoophaarden zoals die in het hoofdstuk methoden zijn benoemd. Uit deze gegevens zijn de volgende resultaten op te maken: •
In totaal zijn 191 locaties bezocht.
•
De gemeente Den Haag had 151 locaties aangedragen.
•
Op 26 locaties was géén Japanse duizendknoop aanwezig. Mogelijk gaat het hier om hele jonge planten die in de winter gemist kunnen zijn (locatienummers 1, 6, 9, 11, 16, 17, 18, 20, 21, 26, 63, 78, 93, 109, 110, 115, 125, 126, 127, 132, 134, 137, 138, 142, 143, 144, 19, 153, 154, 155)
•
Een locatie zat dubbel in de lijst van de gemeente Den Haag (locatie 1 en 2).
•
In totaal zijn op 164 locaties Japanse duizendknoop aangetroffen.
•
Er zijn 40 nieuwe locaties tijdens het veldwerk aangetroffen en ingevoerd.
•
Het overgrote deel van de groeilocaties heeft een oppervlakte kleiner dan 500 m2 (tabel 3).
Tabel 3. Oppervlaktecategorieën en aantal groeilocaties. Oppervlakte (m2)
Aantal locaties
0-500
140
500-1000
12
1000-1500
5
2000-2500
3
3000-3500
1
3500-4000
2
4000-4500
1
3.2
Prioritering bestrijding
Het is niet in alle situaties direct nodig om een Japanse duizendknoophaard te bestrijden. Op basis van een aantal kenmerken is een advies opgemaakt om een locatie wel of niet te bestrijden. In Tabel 4 zijn deze kenmerken en de bijbehorende waardes weergegeven. Wanneer één van de kenmerken op een locatie van toepassing is wordt geadviseerd tot bestrijding over te gaan. Wanneer géén van deze kenmerken van toepassing zijn, is het advies om bestrijding geen prioriteit te geven, maar deze locatie wel te monitoren.
Onderbouwend document bij plan van aanpak bestrijding Japanse duizendknoop | RA180604-03
13
Tabel 4. Locatiekenmerken en waardes voor afweging wel of niet direct bestrijden van Japanse duizendknoop. Kenmerk
Waarde
Oppervlakte?
< 10 m2
Locatie?
In natuurgebied
Tegen bebouwing of kunstwerk?
Ja
Risico stabiliteit kades/taluds?
Ja
Druk bezochte plek?
Ja
In grondhoop?
Ja
Begrenzing aan perceel andere eigenaar?
Ja
Locatie tegen verharding aan?
Ja
Afstand tot spoor?
< 3 meter
Verkeersveiligheid in geding?
Ja
Kosten bestrijding mogelijk voor < € 50.000?
Ja
Met deze bovenstaande criteria is voor alle locaties beoordeeld of direct bestrijden wel of niet zinvol is. Hieruit volgt: •
Voor achttien locaties wordt geadviseerd bestrijding geen prioriteit te geven. Dit zijn de locaties met nummer: 8, 43, 48, 70, 94, 99, 100, 120, 122, 123, 124, 128, 139, 148, 159, 168, 174, 182.
•
Op alle overige locaties wordt geadviseerd te starten met bestrijden. In de volgende paragraaf is per methode weergeven op hoeveel locaties deze de voorkeur heeft.
3.3
Voorkeurs- en alternatieve methode
In de spreadsheet is voor elke locatie aangegeven welke methode daar toepasbaar is. Voor alle locaties zijn voor elke toepasbare methode de kosten berekend. Hiermee is de voorkeursmethode en de alternatieve methode (de op een na passendste methode) bepaald. Tabel 5 geeft van elke methode voor hoeveel locaties deze de goedkoopste en de op een na goedkoopste methode is.
Wanneer alle locaties volgens de voorkeursmethode worden aangepakt zijn de kosten 3.7 miljoen euro. Van het totaal aantal locaties zijn er vijftien die een groot deel van de kosten bepalen. Op deze vijftien locaties bedragen de totale kosten € 2.226.960 over vijf jaar. Er zou een beleidsmatige keuze gemaakt kunnen worden om deze locaties niet te bestrijden. Dit betreft locatienummers: 7, 10, 13, 30, 31, 42, 46, 97, 107, 121, 128, 130, 173, 174, 175. Wanneer besloten wordt deze vijftien locaties niet te bestrijden, bedragen de kosten voor de overige locaties € 1.457.503.
Onderbouwend document bij plan van aanpak bestrijding Japanse duizendknoop | RA180604-03
14
Tabel 5. Per methode staat aangegeven voor hoeveel locaties deze de goedkoopste en de op een na goedkoopste is. Methode
Aantal locaties goedkoopste methode
Aantal locaties op een na goedkoopste methode
Geen passende methode; extra maatwerk is noodzakelijk
9
62
Afdekken met ingraven
22
1
Afdekken met ingraven plus glyfosaat
22
33
Afdekken zonder ingraven
1
33
Glyfosaat
16
19
Handmatig uittrekken
48
1
Ontgraven en zeven
46
2
Eindtotaal
164
164
Onderbouwend document bij plan van aanpak bestrijding Japanse duizendknoop | RA180604-03
15
4. Conclusie en aanbevelingen •
Locatie-specifieke aanpassingen methode: Op alle locaties vraagt de bestrijding maatwerk, aangezien de omstandigheden ter plaatse overal net weer anders zijn. Op negen locaties is op basis van de huidige criteria geen standaardmethode toepasbaar. Op deze locaties moet naar andere oplossingen worden gezocht.
•
Bouwteam: De bestrijding van Japanse duizendknoop is complex: iedere locatie vraagt om aanpassingen van de standaardmethode, en het aantal methoden is divers. Waarschijnlijk is de inzet van verschillende (onder)aannemers noodzakelijk. Samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemers is daarom aan te bevelen in de vorm van een bouwteam.
•
Glyfosaat: Hoewel meegenomen als methode bij de berekeningen, wordt het gebruik van dit middel niet geadviseerd vanwege de negatieve effecten op de bodem.
•
Experimentele biologische bestrijding: Op locaties waar bestrijding wordt afgeraden vanwege de hoge kosten, wordt een experimentele biologische bestrijding geadviseerd. De methode is gebaseerd op het onttrekken van zuurstof uit de bodem door middel van ‘Herbie-korrels’. In samenwerking met de aanbieder kan op bijvoorbeeld vijftien locaties een proef gedaan worden. Zie voor meer informatie over deze methode bodemresetten.nl.
•
Preventie: Naast bestrijding is de preventie van verspreiding van Japanse duizendknoop van groot belang. Het is zeer aan te bevelen om beleid hiervoor op te stellen met meldplicht, publieksvoorlichting en een werkprotocol voor groenmedewerkers en -aannemers en voor grondwerkzaamheden (werken met gecertificeerde grond).
•
Afschermen: Eveneens met het oog op het voorkomen van verspreiding is het aan te bevelen alle groeilocaties uit te rasteren. Hierdoor wordt bijvoorbeeld voorkomen dat bij maaien per ongeluk Japanse duizendknoop wordt gemaaid of dat inwoners de plant plukken.
•
Monitoring: Alle bekende locaties dienen jaarlijks gemonitord te worden, waarbij veranderingen in omvang van de haard of groeikenmerken worden geregistreerd. Daarbij is extra aandacht noodzakelijk voor locaties die niet bestreden worden.
•
Extra controle 26 locaties: Op de 26 locaties waar geen Japanse duizendknoop is aangetroffen (zie h. 3.1) is het raadzaam deze in de zomer nogmaals langs te lopen om te verifiëren of het om een zeer jonge haard gaat die in de winter niet zichtbaar was.
Onderbouwend document bij plan van aanpak bestrijding Japanse duizendknoop | RA180604-03
16
5. Bronnen en literatuur Boosten, M., Penninkhof, J., Bolle, H., 2018, Praktijkproef bestrijding Aziatische duizendknopen met heet water – Tussenrapportage resultaten 2018. Stichting Probos Hazeleger, M, 2018, Presentatie Japanse duizendknoop in Rheden (ontgraven en zeven) Oldenburger J., Penninkhof J., Voncken F., 2017, Praktijkproef bestrijding Japanse Duizendknoop, Resultaten en kostenefficiëntie van zeven bestrijdingsmethoden voor duizendknoop en varianten daarop. Stichting Probos http ://www.probos.nl/images/pdf/rapporten/Rap2017_Bestrijdingsproef_Duizendknoop.pdf Penninkhof, J., Boosten, M., 2018, Praktijktest verwijderen duizendknoop met grondzuiger.
Stichting Probos Werkinstructie bestrijding Japanse duizendknoop https://www.aaenmaas.nl/binaries/content/assets/am---website/faq/werkinstructie-bestrijding-japanseduizendknoop.pdf Gemeente Amersfoort Protocol Japanse duizendknoop https://www.amersfoort.nl/web/file?uuid=a95f2d97-3832-4e37-a3c5-2bdf79009d73&owner=a46adc0b-3fdf46de-afba-c11e346680c1&contentid=4515 BVOR Factsheet Japanse duizendknoop voor terreinbeheerders http://bvor.nl/blog/factsheet-japanse-duizendknoop-terreinbeheerders/ NVWA factsheets Sachalinse duizendknoop https://www.nvwa.nl/documenten/plant/planten-in-de-natuur/exoten/risicobeoordelingen/factsheetsachalinse-duizendknoop NVWA factsheets Japanse duizendknoop https://www.nvwa.nl/documenten/plant/planten-in-de-natuur/exoten/risicobeoordelingen/factsheet-japanseduizendknoop
Stichting Probos, informatie en beslisboom bestrijding Japanse Duizendknoop https://bestrijdingduizendknoop.nl/
Onderbouwend document bij plan van aanpak bestrijding Japanse duizendknoop | RA180604-03
17
Bijlage 1.
Effectiviteit van bestrijdingsmethoden
Tabel 6. Per bestrijdingsmethode is aangegeven wat de verwachte procentuele stengelafname is na de start van de behandeling op een locatie. Methode
Jaar 1
Jaar 2
Jaar 3
Jaar 4
Jaar 5
Afdekken zonder ingraven
95%
97%
99%
100%
100%
Afdekken met ingraven
99%
99%
100%
100%
100%
Afdekken met ingraven plus glyfosaat
95%
98%
100%
100%
100%
Ontgraven en afvoeren
99%
99%
100%
100%
100%
Zuigen en afvoeren
99%
99%
100%
100%
100%
Ontgraven en zeven
90%
95%
98%
100%
100%
Zuigen en zeven
90%
95%
98%
100%
100%
Handmatig uittrekken
33%
34%
36%
96%
98%
Glyfosaat
70%
85%
85%
90%
95%-100%
Heet water
60%
70%
80%
85%
90%
1
Tabel 7. Per bestrijdingsmethode is aangegeven hoeveel jaar de methode toegepast moet worden om volledige bestrijding te bereiken, exclusief monitoring als opvolging. Methode
Aantal jaren
Afdekken zonder ingraven
4
Afdekken met ingraven
4
Afdekken met ingraven plus glyfosaat
4
Ontgraven en afvoeren
3
Zuigen en afvoeren
3
Ontgraven en zeven
3
Zuigen en zeven
3
Handmatig uittrekken
5
Glyfosaat
4-5
Heet water
>5
NB. Getallen in Tabel 6 en Tabel 7 kunnen afwijken. Bijvoorbeeld bij afdekken is in Tabel 6 de (bovengrondse) stengelafname weergegeven, maar in Tabel 7 wordt uitgegaan van 4 jaar afdekken. Bij glyfosaat is de effectiviteit sterk afhankelijk van historisch beheer van de locatie. Hoe minder beheer, hoe groter en sneller de effectiviteit.
1
Er is een kans dat de overlap net niet groot genoeg wordt genomen en langs de rand een uitloper opkomt.
Onderbouwend document bij plan van aanpak bestrijding Japanse duizendknoop | RA180604-03
18
Bijlage 2.
Berekening kostenraming
Zie bestand: RA18604-01-B02-berekening_kostenraming.xls
Onderbouwend document bij plan van aanpak bestrijding Japanse duizendknoop | RA180604-03
19
Bijlage 3.
Spreadsheet groeilocaties
Zie bestand: RA18604-01-B03-groeilocaties.xls
Onderbouwend document bij plan van aanpak bestrijding Japanse duizendknoop | RA180604-03
20