RIS306211 Versterking Haagse Pandbrigade en beleidskader Handhaven met Ambitie
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Martijn Balster Wethouder van Wonen, Wijken en Welzijn
040
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Ruimte
DSO/10022784 RIS306211 Contactpersoon
G.P.L. de Bock Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
Haagse Pandbrigade Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
16 september 2020
gijs.debock@denhaag.nl Aantal bijlagen
1
Onderwerp
Versterking Haagse Pandbrigade en beleidskader ‘Handhaven met ambitie’
Geachte voorzitter, Zoals aangegeven in het coalitieakkoord en toegezegd in de raad ga ik met deze brief in op de versterking van de Haagse Pandbrigade. In de bijlage is het uitvoeringsbeleid voor de Haagse Pandbrigade ‘Handhaven met ambitie’ opgenomen. Dit uitvoeringsbeleid geeft richting aan de inzet van de Haagse Pandbrigade. Door anders richting te geven aan de inzet van de Haagse Pandbrigade is het mogelijk om de handhaving te versterken. Ook biedt het uitvoeringsbeleid handvatten om in te spelen op veranderende bestuurlijke en maatschappelijke omstandigheden of eventuele toekomstige wijzigingen in de beschikbare handhavingscapaciteit, waarmee het tijdsbestendig is. Daarnaast breiden we de capaciteit van de Pandbrigade uit met een extra investering van ruim € 3 mln. in deze coalitieperiode. Ontwikkelingen in de stad De druk op de woningmarkt is groot en de stad groeit snel. Vanwege de schaarste aan woningen ontstaan misstanden en onwenselijke ontwikkelingen, zoals onvergunde kamerbewoning, overbewoning, onvergunde bouwkundige splitsingen en een slechte prijs-kwaliteitverhouding. Huurders hebben vaak geen alternatieven. Het college zet daarom in op woonruimteverdeling, het beschermen van de woningvoorraad en de aanpak van woonoverlast.
Deze taken en ambities zijn vastgelegd in diverse wetten, regels, het coalitieakkoord en beleidsstukken (zoals woonvisie, woonagenda, addendum woonagenda). Het gaat hierbij om onderwerpen met een grote handhavingsopgave, zoals de invoering van de huisvestingsvergunning, een verbod op splitsing van woningen, aanscherping van een kamerverhuurverbod, een aanpak van vakantieverhuur, inzet op onderhoud bij monumenten en goed verhuurderschap. Bij elkaar is er sprake van een aanmerkelijke verzwaring van het takenpakket van de Haagse Pandbrigade. Daarnaast worden momenteel nog andere plannen ontwikkeld met potentieel een extra handhavingstaak, zoals een zelfbewoningsplicht voor eigenaren en een verhuurdersvergunning.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10022784
Het college wil grip krijgen op de groei van de stad en de samenhangende problematiek door bij de Haagse Pandbrigade concreet in te zetten op: bestaande werkwijzen te versterken; duidelijk te kiezen voor een inzet op de particuliere (huur)voorraad; handhaving beter te richten aan de hand van de doelen van dit college; een opgave- en gebiedsgerichte aanpak; efficiëntie en effectiviteitswinst door modernisering; lik-op-stukhandhaving met meer bestuurlijke boetes; belemmeringen voor het toezicht en de handhaving wegnemen. Het uitvoeringsbeleid in de bijlage omschrijft hoe dit gedaan gaat worden. Daarnaast biedt het een systematiek om verantwoord om te gaan met een eventuele toekomstige krimp of groei van handhavingscapaciteit of handhavingsopgaven. Handhavingsinzet: prioriteiten en capaciteit De medewerkers van de Haagse Pandbrigade werken elke dag hard om aan alle verwachtingen te voldoen. Dit lukt vaak, maar niet altijd. In 2010/ 2011 - op het hoogtepunt van de ‘kredietcrisis’ - is de omvang van de huidige formatie bepaald. De bezuinigingsopgave uit die periode, staat in schril contrast met het toegenomen aantal meldingen. Dit aantal is gestegen van circa 1.600 meldingen in 2008 naar circa 4.400 meldingen in 2020, met daarnaast uitbreiding van wettelijke taken en bestuurlijke speerpunten.
De Haagse Pandbrigade draait al bijna 10 jaar met deze beperkte capaciteit tegenover een gegroeide en nog steeds groeiende vraag. Over de jaren zien we meer signalen en meldingen over verschillende onderwerpen binnenkomen. Dat zijn deels echt Haagse en reële grootstedelijke vraagstukken, zoals kamerbewoning, bouwkundige splitsingen en bouwkundige gebreken. Of zaken meer in de gebruikssfeer als ernstige woonoverlast met multiproblematiek bij de veroorzaker. Aan de andere kant van spectrum bevinden zich zaken, zoals bromtonen, die niemand anders dan de klager hoort, of meldingen waar een burenruzie aan ten grondslag ligt. Mensen wenden zich meer en meer tot de gemeente om zaken op te lossen Het is niet realistisch om aan te nemen dat we volledig kunnen voldoen aan deze toegenomen vraag en tegelijkertijd voorrang geven aan de meest prangende vraagstukken in onze stad. De centrale vraag binnen dit uitvoeringsbeleid is daarmee: blijven wij enkel inzetten op meldingen van burgers of richten we de handhaving aan de hand van eigen opsporing, opgaven en gebiedsaanpakken? Wat doen we wel en wat doen we niet? Maar ook: is de beschikbare capaciteit voldoende? Er is tot enkele jaren terug ingezet op zowel de afhandeling van alle meldingen als eigen opsporing en gebiedsaanpakken (digitale schouw).
Door de toename aan meldingen is dit in de laatste paar jaren vrijwel exclusief meldingen geworden. De toegenomen problematiek in de stad en de toename van het aantal handhavingsonderwerpen vraagt echter om een andere aanpak. Dit vraagt dat we adequaat optreden in probleemgebieden en meer capaciteit zetten op ernstige overtredingen en ondermijningsvraagstukken, die niet gemeld worden maar opsporing vergen. De meest gevaarlijke en ernstige situaties zijn vaak goed verborgen en daar komen vaak geen meldingen over binnen. Dit dwingt ons om meer opgave- en gebiedsgericht te handhaven. We kunnen daarmee beter de veiligheid van onze inwoners borgen, de leefbaarheid van buurten beschermen en de kwaliteit en bereikbaarheid van de woningvoorraad verbeteren. Het uitgangspunt van het behandelen van álle meldingen wordt losgelaten. Vanzelfsprekend wordt wel iedere melder te woord gestaan. Daarnaast worden meldingen benut als voeding voor een thema- en gebiedsgerichte aanpak.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10022784
Systematiek Een belangrijk onderdeel van bovenstaande keuze is: hoe wordt onderscheid gemaakt in wat er wel en niet wordt opgepakt. Dit uitvoeringsbeleid heeft een prioriteitstelling, die is afgestemd op de doelstellingen van dit college. Deze systematiek maakt het mogelijk om verantwoorde keuzes te maken in de uitvoering van wettelijke taken en beleidsvoornemens. Hoe blijven we de inwoners van de stad betrekken? Het college wil op het volgende inzetten om signalen uit de stad op te vangen: mensen worden gestimuleerd te blijven melden. Deze meldingen worden meegenomen in analyses op welke onderwerpen en thema’s inzet nodig is en bij de bepaling van gebieden voor een intensievere aanpak/ inzet. Dat kan leiden tot veranderingen in prioriteit als meldingen zich opstapelen; er wordt meer gebruik gemaakt van kennis bij de stadsdeelorganisatie en bij wijkverenigingen over wat er leeft in buurten en wijken. Hiermee worden ook niet-meldende inwoners beter en eerlijker bediend door de Haagse Pandbrigade; er worden meer (en meer specifieke) vragen opgenomen in de stadsenquête over de onderwerpen waarvoor de Haagse Pandbrigade aan de lat staat. Overgangsperiode en tijdelijk extra inzet De nieuwe werkwijze is niet van de één op de andere dag geïmplementeerd.
Het vergt een cultuurverandering van dienstverlenend en reactief werken aan de hand van meldingen naar proactief projecten uitvoeren op de meest urgente problematiek. Dit nieuwe werken zal oefening vergen en er moet nog ervaring worden opgedaan met welke meldingen wel en welke niet kunnen blijven liggen. Daarnaast vergen alle andere maatregelen, zoals het aanpassen van ICT-voorzieningen, tijd. In de afgelopen jaren heeft problematiek in de stad zich gestapeld, doordat proactieve opsporing beperkt mogelijk was. Dit heeft in bepaalde gebieden geleid tot excessen in de stad met name op het gebied van achterstallig onderhoud en illegale (over)bewoningssituaties. De komende drie jaar is vanuit het Eneco-budget voor Impuls voor betaalbaar wonen voor sociale woningbouw en starterswoningen (totaal € 50 mln.) € 2,7 mln. aan extra middelen vrijgemaakt voor deze overgang. Dit geeft ruimte om de nieuwe werkwijze te implementeren en tegelijkertijd krachtig in te kunnen blijven zetten op in de problematiek. Deze krachtige inzet is door de sterke groei van de stad noodzakelijk. Daarnaast is er vanuit de begroting € 0,3 mln. in 2021 en structureel € 0,4 mln. in 2022 en verder beschikbaar. Tot slot is er onder de noemer ‘de basis op orde’ de komende twee jaar € 0,5 mln. beschikbaar voor inzet in Zuidwest.
Bij elkaar zijn deze middelen naar verwachting voldoende om de nieuwe werkwijze ordentelijk door te voeren en tegelijkertijd de oplopende problematiek in bepaalde gebieden terug te dringen. Er zal in de jaarcyclus (jaarplanning en jaarverslag) uitgebreider aandacht besteed worden aan hoe dit uitwerkt in de programmering en praktijk. De Haagse Pandbrigade wordt gedekt uit programma 13 Stadsontwikkeling en wonen en programma 4 Openbare en veiligheid. Op basis van het beschikbare budget en prioriteitsstelling worden per jaar keuzes gemaakt in de uitvoering van taken en beleidsvoornemens. Dit wordt in jaarplanningen vooraf ingeschat en met de raad gedeeld.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10022784
Conclusie Er wordt gestructureerd en verantwoord ingezet op de meest prangende problematiek in de stad en de Haagse Pandbrigade wordt versterkt door: bestaande werkwijzen te versterken; duidelijk te kiezen voor een inzet op de particuliere (huur)voorraad; handhaving beter te richten aan de hand van de doelen van dit college; een opgave- en gebiedsgerichte aanpak; efficiëntie en effectiviteitswinst door modernisering; lik-op-stukhandhaving met meer bestuurlijke boetes; belemmeringen voor het toezicht en de handhaving wegnemen; tijdelijk extra inzet op de aanpak van achterstallig woningonderhoud en illegale (over)bewoningssituaties. De nieuwe werkwijze zorgt ervoor dat meer ernstige problematiek wordt bestreden en dat er efficiënter met tijd wordt omgegaan. Het is de meest verantwoorde manier om op te gaan met de liggende opgaven en de beschikbare capaciteit. Met de tijdelijke extra inzet kan deze overgang zorgvuldig worden uitgevoerd en tegelijkertijd krachtig worden ingezet op de negatieve gevolgen van de grote krapte op de woningmarkt. Met vriendelijke groet, de wethouder van Wonen, Wijken en Welzijn Martijn Balster
4/4