CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS306211 Bijlage

Gemeenteraad 15 april 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief wethouder van Wonen, Wijken en Welzijn: Versterking Haags Pandbrigade en beleidskader 'Handhaven met ambitie' (RIS306211) en Jaarplan VTH Den Haag 2021 (RIS307487)3.022 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Handhaven met ambitie Uitvoeringsbeleid bouwen, wonen en erfgoed

1. Inleiding De Haagse woningmarkt staat onder druk. Terwijl sprake is van een toenemend woningtekort en enorme prijsstijgingen op de koop- en huurmarkt groeit de stad gestaag door met ongeveer 5.000 inwoners per jaar. Gelijktijdig zijn de fysieke ruimte en de middelen om bij te bouwen beperkt en nog los van de na-ijleffecten als gevolg van de Covid-19-pandemie drukken nu al de maatregelen vanwege de stikstofcrisis op de bouwproductie in de stad. Daarnaast stellen burgers en bedrijven hoge eisen aan de kwaliteit van leven, de leefomgeving en het vestigingsklimaat in de stad. Een verdere verdichting van de stad leidt dan ook ontegenzeggelijk tot een toenemende vraag naar handhaving vanwege een groeiend aantal uitwassen, waarbij woningen verkeerd worden gebruikt (zoals overbewoning, waaronder huisvesting arbeidsmigranten, illegale kamerbewoning, vakantieverhuur), illegaal worden verbouwd (zoals splitsen) of niet/ slecht worden onderhouden. Onderwerpen waarvoor de Haagse Pandbrigade aan de lat staat. De Haagse Pandbrigade zorgt immers voor naleving van de regels voor bouwen en wonen en vooral dat de stad leefbaar en veilig is en blijft. De werkvoorraad van de Haagse Pandbrigade bestaat op dit moment uit ongeveer 295.000 adressen en bouwwerken (peildatum: 1 januari 2020). Hiervan zijn er circa 263.000 bestemd als woning.

De Haagse Pandbrigade controleert de fysieke staat van deze bouwwerken en de bijbehorende erven en checkt of het gebruik ervan door inwoners, toeristen, exploitanten en anderen rijmt met de bestemming. Dit alles onder het motto:

De medewerkers van de Haagse Pandbrigade werken er elke dag hard aan om aan alle verwachtingen te voldoen. Dit lukt vaak, maar niet altijd. In 2010/ 2011 - op het hoogtepunt van de ‘kredietcrisis’ - is de omvang van de huidige formatie bepaald. In deze periode is de toezicht- en handhavingscapaciteit van 110 fte naar 70 fte gegaan terwijl het aantal meldingen sinds die tijd van 1.600 in 2008 naar 4.400in 2020 is gestegen. Daarnaast heeft een uitbreiding van de wettelijke taken plaatsgevonden en een toename van bestuurlijke speerpunten. 1.1. Leeswijzer De verdere opbouw van dit stuk is als volgt. In hoofdstuk 2 schetsen wij de wettelijke kaders waarop de uitvoering van toezicht en handhaving door Haagse Pandbrigade stoelt. Onder 3 lichten we de opgaven voor de stad volgens de bestuurlijke kaders toe, waaronder pijlers waarop prioriteiten kunnen worden gesteld alsmede de extra bestuurlijke ambities met extra inzet door de Haagse Pandbrigade. Bij 4 gaan we in op de prioritering om in te zetten op de juiste plekken en op de juiste thema’s in de stad. In hoofdstuk 5 worden de kansen en bedreigingen voor de uitvoering van dit beleid inzichtelijk gemaakt.

2. Wettelijk kader Bijna al het werk van de Haagse Pandbrigade is gericht op de uitvoering van wettelijke taken. Het betreft dan wetgeving over de fysieke staat van bouwwerken en het gebruik van bouwwerken. Die taken zijn hoofzakelijk vastgelegd in de volgende wetten: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Onder deze kaderwet vallen een aantal wetten, die eisen stellen aan de fysieke leefomgeving. Regels uit deze wetten waar wij in ons werk mee te maken hebben, gaan onder meer over bouwen, wonen, monumenten en ruimte. Woningwet (Bouwbesluit 2012 en Bouwverordening) Aan welke eisen moet een gebouw voldoen? Welke voorzieningen moeten er aanwezig zijn? Deze wet- en regelgeving heeft tot doel om ervoor te zorgen dat gebouwen kwalitatief goed zijn. Het gaat dan om zaken zoals goed onderhoud, (brand)veiligheid, ventilatie, etc. Wet ruimtelijke ordening (bestemmingsplannen) Hoe weet een inwoner/ondernemer vooraf wat er wel en niet mag op een bepaalde plek? Het bestemmingsplan geeft uitsluitsel. Dat laat bijvoorbeeld zien of een pand gebruikt mag worden als kantoor, of er op een bepaalde plek een woning of kantoor mag worden gebouwd en hoe hoog een bouwwerk maximaal mag zijn. Huisvestingswet (Huisvestingsverordening) Deze wet en de bijbehorende verordening zijn belangrijk voor het behoud en de verdeling van de woningvoorraad.

Onder meer met het oog op leefbaarheid kunnen we afdwingen dat een woning ook echt als woning wordt gebruikt. Verder kunnen we ervoor zorgen dat goedkopere woningen beschikbaar zijn voor inwoners met lagere inkomens. Naast de uitvoering van deze wetten voert de Haagse Pandbrigade nog enkele andere wettelijke taken uit, waaronder de aanpak van woonoverlast met een grondslag in de Algemene Plaatselijke Verordening.

3. Bestuurlijk kader Om verantwoorde keuzes te maken binnen de uitvoering van wettelijke taken is een systematiek ontwikkeld. In het coalitieakkoord uit 2018 staan de hoofdopgaven benoemd, waarop die onze keuzes rusten. Deze opgaven zijn hiermee de pijlers van de systematiek. Het coalitieakkoord van dit college benoemt deze opgaven ook en benadrukt ze nog verder. Aan de hand van deze opgaven rangschikken wij binnenkomende signalen.

3.1 De vier pijlers uitgelicht

Krachtige aanpak van excessen Het college ‘streeft naar een veilige stad, waar bewoners en ondernemers vanuit een veilige basis hun leven leiden, (internationale) organisaties zich thuis voelen en bezoekers graag komen’. De Haagse Pandbrigade vervult een sleutelrol door het: • • • •

aanpakken van overtredingen die te maken hebben met (ondermijnende) criminaliteit aanpakken van ernstige vormen van woonoverlast aanpakken van overtredingen die te maken hebben met onveilig gebruik van bouwwerken en erven herstellen van de fysieke staat van onveilige bouwwerken en erven

Bescherming woningvoorraad De woonagenda 2019 – 2023 gaat uit van een groei van de Haagse bevolking (539.000 inwoners op 1 november 2018) van 4.000 à 5.000 inwoners per jaar. Dit leidt tot een grote vraag naar beperkt beschikbare woonruimte. Belangrijk dus om ervoor te zorgen dat in gebouwen met een woonbestemming ook daadwerkelijk gewoond wordt. Van de Haagse Pandbrigade wordt verwacht dat: • •

gehandhaafd wordt op de Huisvestingswet en -verordening, die behoud en beheer van de woningvoorraad reguleren gehandhaafd wordt op onjuist gebruik woonfuncties in bestemmingsplannen

Aanpak van overlast en negatieve effecten op de leefbaarheid Nieuwe plannen van het college om de leefbaarheid te vergroten nemen een belangrijk plek in binnen de woonagenda. Van de Haagse Pandbrigade wordt hieraan een bijdrage verwacht, zowel door de aanpak van symptomen als oorzaken. Concreet betekent dit: •

•

de intake via het Meld- en Steunpunt Woonoverlast verder versterkt wordt zodat we ons volledig kunnen richten op de belangrijkste thema’s in de fysieke leefomgeving en leefbaarheidsproblematiek een scherpere focus op overtredingen met een (potentiële) sterke negatieve invloed op de leefbaarheid

• •

meer projectmatige aanpak van gebieden waar de leefbaarheid onder druk staat de (integrale) aanpak van (woon)overlast onverkort wordt voortzet met gebruikmaking van de Wet aanpak woonoverlast bij ernstige en herhaaldelijke hinder uit particuliere woningen en alle andere beschikbare tools

Kwaliteit en betaalbaarheid woningvoorraad De ervaring leert dat schaarste aan woonruimte ertoe kan leiden dat inwoners genoegen nemen met mindere kwaliteit. Omdat er momenteel zo weinig woningen beschikbaar zijn, is het voor een (kwaadwillende) verhuurder niet noodzakelijk om de woning te onderhouden. En als woningen goed onderhouden worden, zijn ze doorgaans te duur voor inwoners met een kleine portemonnee. Er ontstaat hierdoor een bijna niet te doorbreken neerwaartse spiraal, die er toe leidt dat de kwaliteit van de woningen en ook de woonomgeving omlaag gaat. Dit is onmiskenbaar van invloed op de leefbaarheid en veiligheid in delen van Den Haag. Gerichte inzet op het bewaken de kwaliteit van woningen (en daarmee indirect de prijskwaliteitverhouding) zorgt ervoor dat er nette en betaalbare woonruimte beschikbaar is en blijft voor inwoners met een kleine(re) beurs. Juist de inzet op dit punt kan helpen bij het terugdringen van de vraag naar handhaving. Dit doen wij met gebruikmaking van de volledige gereedschapskoffer door: • •

• • •

handhaving op de kwaliteit van bouwwerken (Bouwbesluit) met name op het gebied van veiligheid handhaven van de Huisvestingswet en –verordening, die behoud en beheer van de woningvoorraad reguleren om zoveel mogelijk woningen beschikbaar te houden en te krijgen voor wonen de samenwerking met de Haagse corporaties nog verder te versterken verdere versterking van onze samenwerking met het Huurteam het beschermen van monumenten

3.2 Coalitieakkoord ´Samen voor de Stad´ Het coalitieakkoord ‘Samen voor de stad’ uit 2019 onderkent het belang van de hierboven genoemde opgaven en de uitdagingen waar we voor staan. In dit akkoord zijn ook extra ambities met extra inzet van de Haagse Pandbrigade opgenomen bij het tegengaan van ondermijning (we gaan meer integrale handhavingsacties houden) en de aanpak van misstanden in de particuliere huursector (we zetten alle instrumenten in om verkrotting, verloedering en malafide huisjesmelkerij tegen te gaan). Daarnaast is er extra aandacht voor de bescherming van arbeidsmigranten tegen misstanden (dit doen we in samenwerking met de Pandbrigade en de inspectie SZW). Dit uitvoeringsbeleid is de tool waarmee we de komende jaren keuzes maken over de inzet van capaciteit en versneld verbeterslagen in de uitvoering doorvoeren. Ook biedt dit uitvoeringsbeleid een systematiek om in te spelen op veranderende maatschappelijke opgaven of veranderingen in de handhavingscapaciteit.

4. De systematiek: Keuzes maken en prioritering aanbrengen Om aan alle verwachtingen te kunnen (blijven) voldoen moeten dus keuzes worden gemaakt en prioriteiten worden gesteld. Dit willen wij doen door de opgaven voor de stad leidend te maken in de uitvoering van onze toezicht en handhavingstaken. 4.1 Prioriteiten stellen Het benoemen van onderwerpen en prioriteiten doen we jaarlijks in de jaarplannen VTH. De prioriteiten van de Haagse Pandbrigade baseren we op de onder 3.1 genoemde vier pijlers en de

kans dat een overtreding zich voordoet. Aan de hand van deze uitgangspunten bepalen we jaarlijks waar we voorrang aan geven. Het college kan elk jaar prioritaire onderwerpen benoemen, waar de Pandbrigade zich op moet richten. Zo blijft de inzet actueel en tegelijkertijd gericht op de doelstellingen van het college. Resultaten en ontwikkelingen wordt jaarlijks weergegeven in een jaarverslag. Zowel jaarplanning als jaarverslag worden voorgelegd aan de gemeenteraad. 4.2 Van meldingsgericht naar probleemgestuurd werken Naast het aanbrengen van prioritering willen we in vervolg de opgaven voor de stad leidend maken in de uitvoering van onze werkzaamheden. Dat doen wij stap voor stap. Proefondervindelijk wordt door ons toegewerkt naar een nieuwe manier van werken. De medewerkers van de Haagse Pandbrigade zullen in de toekomst deels hun eigen taak en specialisatie moeten loslaten om het mogelijk te maken dat de opgaven centraal komen te staan en het in eerste instantie gaat over het bredere belang van de stad. Dit betekent ook meer en intensiever samenwerken met andere (maatschappelijke) partijen en organisaties. Hierdoor komen duurzame oplossingen sneller tot stand, met de inzet van kennis, drive en ervaring vanuit verschillende hoeken, op hoogwaardig niveau en met een breed draagvlak.

Concreet moet deze manier van werken er toe leiden dat we onze schaarse toezicht en handhavingscapaciteit in gaan zetten op de juiste plaatsen en op de juiste onderwerpen. Daartoe moeten we wel eerst keuzes maken (welke onderwerpen wel en welke onderwerpen voorlopig niet) en moeten we ook efficiëntie- en effectiviteitsslagen maken.

4.3 Ingrijpen waar dit het meest nodig is Het is onmogelijk om alle overtredingen altijd en overal op korte termijn aan te pakken en te beëindigen. De toename aan meldingen over de jaren, de groei van het aantal inwoners van de stad en de schaarste op de woningmarkt liggen hieraan ten grondslag. Het is daarom belangrijk om een scherpe focus aan te brengen in het toezicht en de handhaving om de veiligheid en leefbaarheid in stad te borgen. Die focus brengen wij aan volgens het volgende model.

De prioriteitsstelling kan jaarlijks bijgesteld worden aan de hand van maatschappelijke ontwikkelingen en voortschrijdend inzicht. Prioriteitsstelling is gekoppeld aan college-doelstellingen. Dit impliceert dat om de vier jaar opnieuw gekeken wordt naar de pijlers waarop prioriteitsstelling rust.

5. Kansen en bedreigingen In dit hoofdstuk staan we stil bij de kansen en bedreigingen die inwerken op het uitvoeringsbeleid toezicht en handhaving door de Haagse Pandbrigade. 5.1 ICT Onze ICT-systemen dragen nu nog niet optimaal bij aan realisatie van de opgaves waar wij voor staan. Het is daarom hard nodig om onze analoge handhavingsprocessen versneld en toekomstgericht te digitaliseren en zo efficiënter en effectiever te kunnen handhaven. Daarnaast is het noodzakelijk om de inzet van innovatieve instrumenten voor toezicht en handhaving te blijven stimuleren. Eerdere implementatie door de Haagse Pandbrigade van de ‘meld een vermoeden app’ is daar een tot de verbeelding sprekend voorbeeld van.

Wat nu nodig is: - versneld afschaffen van papieren dossiers binnen de handhavingsprocessen van de Haagse Pandbrigade - inspecteurs de digitale middelen geven om de inspectiewerkzaamheden op locatie effectiever en efficiënter uit te kunnen voeren om de administratieve druk te verminderen en werkzaamheden te combineren - doorontwikkeling van de digitale schouw om de trefkans op de meest relevante (met leefbaarheids- en veiligheidsimpact) overtredingen te verhogen - het meldingssysteem zo inrichten dat burgers worden gestimuleerd grote misstanden te melden - uitbreiding en verbetering van de ‘meld een vermoeden app’ - onderzoeken in welke mate andere ICT-projecten, zoals het Veiligheids Informatie Knooppunt (VIK) bij team Ondermijning van de Bestuursdienst, bruikbaar zijn voor de Haagse Pandbrigade - nieuwe innovatieve methodieken, zoals de inzet van drones en gebruikmaking van A.I., versneld te onderzoeken op haalbaarheid Voorgestelde efficiëntie-slagen bieden kansen doordat we ons als gevolg hiervan kunnen richten op de meer complexe zaken met grote leefbaarheids- en veiligheidsimpact en doordat we de Haagse Pandbrigade zo ook toekomstbestendig maken. Het spreekt voor zich dat dit eerst een investering vergt, die zichzelf later uitbetaalt. 5.2 Inzet op de preventie van overtredingen Wanneer overtredingen zich niet voordoen, hoeven deze niet opgespoord en beëindigd worden.

Daarom zetten wij in op het voorkomen van overtredingen door: -

-

op de gemeentelijke website en in de preventieve communicatie naar de inwoners en ondernemers van deze stad duidelijker vertellen wat wel en niet mag. Deze communicatie zal nauwkeurig onder de loep genomen en verbeterd worden overtredingen met veel impact harder aanpakken. Meer inzet van bestraffende middelen (boetes) om potentiele overtreders af te schrikken en overtreders te weerhouden van recidive een actieve bijdrage leveren aan de aanpak van ondermijning en de structuren die ondermijning mogelijk maken. Hierbij dient onder meer gedacht te worden aan de aanpak van criminele eigenaren en huisvesting, waarbij arbeidsuitbuiting een rol speelt. Het effect weren van criminele elementen bij de exploitatie van vastgoed voorkomt een hoop problemen en overtredingen naar de toekomst toe

Betere informatie vooraf én gerichter bestraffen achteraf moet er toe leiden dat minder potentiële overtreders ook daadwerkelijk overtreders worden.

5.3 Samenwerking Opgaven bevinden zich tussen de reguliere lijnen in de organisatie en de buitenwereld in. Het centraal stellen van onze opgaven kan niet zonder het contact met partijen in de buitenwereld. Datzelfde geldt voor het contact met interne collega’s en interne diensten en afdelingen. Om onze doelstellingen te kunnen blijven behalen moeten we dan ook nog meer en nog beter gaan samenwerken. Door te streven naar excellente samenwerking krijgen we situaties in beeld, waar veiligheids- en leefbaarheidsproblematiek met een grote impact speelt. Samenwerkingspartners zijn professionele partijen waarvan de geleverde signalen vrijwel altijd van hoge kwaliteit zijn. Dit betekent: - de huidige integrale handhaving met Dienst Publiekszaken (DPZ) op inschrijvingen in de Basisregistratie persoonsgegevens en Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten (DSZW) op uitkeringsfraude, voort te zetten en waar mogelijk te intensiveren - deelname aan gezamenlijke aanpakken met andere overheden, zoals de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RIVG) met het project Landelijke Aanpak Adreskwaliteit. Dit project ontwikkelt zich van het verbeteren van de adreskwaliteit naar het tegengaan van woonfraude.

Een voorwaarde bij dit type samenwerking is dat het bijdraagt (zoals de genoemde aanpak), aan een effectievere opsporing van overtredingen met een hoge leefbaarheids- en veiligheidsimpact - actief deelnemen aan de integrale handhavingsacties door het Haags Economisch Interventieteam (HEIT) en casussen die gezamenlijk met het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) worden voorbereid - een geïntensiveerde voortzetting van de samenwerking met de corporaties. Door de inzet van corporaties op de aanpak van misstanden is er weinig toezichts- en handhavingsinzet nodig van de Haagse Pandbrigade in bijna een derde van de woningvoorraad. Mogelijkheden om dit nog effectiever in te richten worden onderzocht - mogelijkheden voor samenwerkingen met private partijen onderzoeken om high impact overtredingen beter op te sporen (bijv. energiebedrijven, belangenverenigingen, etc.) - bij het toezicht en de handhaving wordt meer vertrouwd op keurmerken, certificering en andere vormen van zelfregulering. Hiertoe zal wel een zorgvuldige dialoog aangegaan worden met de desbetreffende organisaties - pilots met externe financiering worden omarmd, indien zij bijdragen aan het verwezenlijken van de doelstellingen van dit college.

Een recent voorbeeld hiervan is de pilot ‘Goed verhuurderschap’ geïnitieerd vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties - deelnemen aan gemeentelijke gebiedsaanpakken als deze bijdragen aan de eerder genoemde opgaven - meedenken over efficiënte en effectieve inrichting van vergunningsprocessen en beleidsvorming. De Haagse Pandbrigade constateert in de praktijk mazen in regelgeving, waardoor de doelen van vergunningen en beleid niet altijd verwezenlijkt worden. Het delen van deze beelden kan bijdragen aan betere processen en beleid 5.4 Concrete aandachtspunten Soms staan zaken in de weg om te komen tot een effectieve en efficiënte uitvoering van onze toezicht en handhavingstaken. De volgende belemmeringen in de uitvoering van ons werk moeten dan ook op korte termijn worden weggenomen: - in een integrale samenwerkingsomgeving moet zorgvuldig worden omgegaan met gegevens. Al onze werkzaamheden moeten vanzelfsprekend voldoen aan de AVG. De verschillende inzichten tussen beoogde samenwerkingspartners over wat wel en niet mag van de AVG, mag samenwerking niet in de weg staan. Hiervoor is een landelijke, goede en éénduidige uitwerking van de richtlijn van belang;

-

-

-

de ‘herhaaldelijkseis’ bij het opleggen van bestuurlijke boetes op overtredingen van de Woningwet moet komen te vervallen. Er mag pas bij een tweede overtreding een boete worden opgelegd. Dit ondermijnt de afschrikkende werking van de boete en vergt een onnodig complexe administratie van overtredingen; bij het ontwikkelen van binnengemeentelijke nieuwe aanpakken wordt vanaf nu financiering gereserveerd voor toezicht en handhaving. Bij veel nieuwere onderwerpen, zoals ondermijning, wijkgerichte aanpakken of de uitwerking van de woonvisie ontstaat er een vraag naar toezicht en handhaving. In de praktijk wordt die vraag gekanaliseerd door coördinatoren, accounthouders en wijkmanagers. Vervolgens vangen zij bot of de inzet gaat ten koste van iets anders, omdat er geen middelen voor de daadwerkelijke uitvoering zijn gereserveerd; per 1 juli 2019 is de pilot Registratie Eerste Verblijfsadres na vijf jaar gestopt. Het college is hierover geïnformeerd bij brief van 27 juni 2019. In de brief wordt gesproken van mogelijke andere maatregelen van de ministeries van BZK en SZW om het zicht op de verblijfplaats te borgen. Het college gaat de ministeries aanspreken op de lacune in het zicht op de verblijfplaats van arbeidsmigranten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9165975/1