RIS306037 Beantwoording SV Vervolgvragen toekomst straatvegers Haags werk bedrijf
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
22 september 2020
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden mevrouw Arp, mevrouw Wenink en de heer Aydin, luidend: “Vervolgvragen toekomst straatvegers Haags Werkbedrijf”
DSB/10019047 RIS306037
De raadsleden mevrouw Arp, mevrouw Wenink en de heer Aydin heeft op 3 augustus 2020 een brief met daarin negen vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Op 24 april stelden de SP, PvdA en GroenLinks vragen over de toekomst van straatvegers die werkzaam zijn binnen het Haags Werk Bedrijf (RIS305176). Voorafgaand aan de beantwoording van deze vragen heeft de raad op 13 mei 2020 een tussenbericht ontvangen. Hierin is de volgende passage te lezen: ‘De beantwoording van deze schriftelijke vragen houdt verband met de beantwoording van een brief die het bestuur van de stichting HWB heeft gezonden aan het college. In die brief vraagt het stichtingsbestuur het college een keuze te maken uit twee opties, waarvan één optie de overname van alle medewerkers van het HWB is. Dat is een verstrekkende optie, die het college serieus wil afwegen op zijn voors en tegens.’ Uit de beantwoording van de schriftelijke vragen die op 30 juni 2020 volgde wordt niet duidelijk op welke wijze het college deze afweging zal maken. Omdat het om het lot van ongeveer 300 werknemers met een afstand tot de arbeidsmarkt gaat, vinden de indieners van onderstaande vragen het belangrijk om hier meer inzicht in te krijgen. 1.
In het tussenbericht wordt gesproken over twee toekomstscenario’s, waarvan één de overname van alle medewerkers van het HWB door de gemeente is. Kunt u zo duidelijk mogelijk toelichten wat het tweede scenario is?
Het bestuur van het HWB heeft op 14 april jl. een brief aan het college gestuurd waarin twee scenario’s worden genoemd. In het tussenbericht doelt het college op deze twee scenario’s. Het ene scenario is overname. Het andere scenario is ongewijzigde voorzetting van de huidige situatie. 2.
Op welke wijze worden de verschillende toekomstscenario’s tegen elkaar afgewogen? Klopt het dat de gemeente opdracht heeft gegeven tot een onderzoek om het meest wenselijke scenario te bepalen? Zo ja, kunt u aangeven om wat voor soort onderzoek het gaat en wat het tijdspad is voor dit onderzoek?
De gemeente heeft de heer Simon van Driel gevraagd om onafhankelijk onderzoek te doen naar toekomstscenario’s en advies uit te brengen aan het college over een haalbaar scenario. De heer Van Driel is oud-lid van de Eerste Kamer en heeft voordien directeursfuncties binnen de gemeente bekleed. Hij beperkt zich in zijn onderzoek niet tot de scenario’s uit de brief van het HWB; hij kijkt ook naar
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10019047
andere mogelijkheden. Dit is zo met hem afgesproken en ook gedeeld met het HWB. Het bestuur van het HWB wordt volledig betrokken bij het onderzoek. De scenario’s worden uitgewerkt en doorgerekend. De heer Van Driel wordt hierin bijgestaan door een bedrijfskundige van bureau AEF. De gemeente en het HWB stellen de hiervoor benodigde informatie over de bedrijfsvoering ter hand. De planning is dat het advies in december 2020 gereed is en dat bestuurlijke besluiten rond de jaarwisseling kunnen worden genomen. 3.
Bent u het met ons eens dat het wenselijk is om dit onderzoek uit te laten voeren dooreen onafhankelijke partij, gezien het feit dat er sprake is van een opdrachtgeveropdrachtnemerrelatie tussen de gemeente en het HWB? Zo ja, hoe wordt deze onafhankelijkheid concreet geborgd? Zo nee, waarom niet?
Ja. Zie het antwoord op vraag 2. 4.
Kunt u garanderen dat er lopende het onderzoek geen onomkeerbare beslissingen worden genomen? Zo nee, waarom niet?
Het college neemt op de korte termijn geen beslissingen die leiden tot structuurwijzigingen of anderszins onomkeerbare veranderingen. Dit is bevestigd in een overleg met het bestuur op 15 juli jl. Wel vinden sinds 15 juli gesprekken plaats met het HWB over verbetering van de samenwerking binnen de bestaande relatie met het HWB. Die gesprekken verlopen constructief. 5.
Bent u bereid de uitkomsten van het onderzoek met de raad te delen, alvorens een keuze wordt gemaakt voor één van de opties? Zo ja, wanneer kan de raad deze uitkomsten tegemoet zien? Zo nee, waarom niet?
Het college zal de Raad op de hoogte stellen van de uitkomsten van het onderzoek en de besluiten die het college op basis daarvan neemt. Het college volgt daarmee de verantwoordelijkheidsverdeling tussen college en Raad. 6.
Bent u het met ons eens dat er in het onderzoek naar de verschillende toekomstscenario’s niet alleen moet worden gekeken naar het beoogde resultaat m.b.t. het schoonmaken en -houden van onze stad, maar dat ook de sociale verantwoordelijkheid die wij als gemeente hebben richting een kwetsbare doelgroep met een afstand tot de arbeidsmarkt en eventuele gevolgen voor de effectiviteit / werkbaarheid van de samenwerking tussen het Haags Veegbedrijf (HVB) en HWB serieus moeten worden meegewogen? Zo ja, op welke wijze worden deze aspecten meegenomen in het onderzoek? Zo nee, waarom niet?
Het college heeft de heer Van Driel gevraagd een breed gefundeerd advies uit te brengen dat gebaseerd is op meerdere uitgangspunten: een schone stad, goed werkgeverschap voor medewerkers, sociale verantwoordelijkheid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en financiële haalbaarheid. Het college zal het advies van Van Driel op deze punten wegen. 7.
Op welke wijze wordt er in het onderzoek rekening gehouden met een realistische prijs voor de werkzaamheden? Worden hierbij ook de huidige kosten die het HVB en HWB maken voor dezelfde werkzaamheden tegen het licht gehouden? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?
In het onderzoek wordt gekeken naar de huidige kostenopbouw van het Haags Werkbedrijf en naar financiële implicaties van de toekomstscenario’s, in zoverre nodig om besluiten te kunnen nemen. Een
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10019047
kostprijsvergelijking voor dezelfde werkzaamheden in de huidige situatie is voor het onderzoek niet nodig. 8.
Wordt er ook gekeken naar de juridische gevolgen van de verschillende scenario’s: denk aan de gevolgen voor de aansprakelijkheid in het geval van ongelukken op de werkvloer, of de kans dat medewerkers (al dan niet onbedoeld) toch in een soort payroll- /uitzendconstructie terechtkomen? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?
De juridische implicaties van de toekomstscenario’s worden onderzocht en getoetst aan de eerder genoemde uitgangspunten in het antwoord op vraag 6. Dit wordt meegewogen in de bestuurlijke besluitvorming. 9.
Bent u bereid om ook andere toekomstscenario’s te onderzoeken, bijvoorbeeld wanneer deze gedurende het onderzoek door het HWB worden aangedragen? Zo nee, waarom niet?
De opdracht van de heer Van Driel is om in overleg met de gemeente en het HWB mogelijke scenario’s te verkennen voor de rol en positie van het HWB in het schoonhouden van de stad. Zijn opdracht kent op voorhand geen inperkingen voor scenario’s die beschouwd worden. In reactie op vraag 6 van onze schriftelijke vragen van 24 april is het volgende te lezen: ‘In het scenario waarin gemeentelijke managers de aansturing van de gemeentelijke vegers (deels Haags Veegbedrijf, deels Den Haag Werkt) en de HWB-vegers uitvoeren, betreft het de operationele aansturing die nodig is om de regie op het schoonmaken en schoonhouden van de stad te kunnen nemen. Dit conform de wens van de gemeenteraad (RIS258108).’ RIS258108 verwijst naar het collegebesluit ‘Regie op schoon’ van 9 april 2013. 10. Kunt u concreet toelichten wat de relatie is tussen het scenario waarin HWB-vegers op straat alleen nog worden aangestuurd door gemeentelijk managers en het collegebesluit ‘Regie op schoon’? Is dit scenario een vertaling van de wens om meer regie op schoon te krijgen, of is dit scenario concreet aangekondigd in de stukken? Indien het laatste: waar kunnen we dit precies teruglezen? Dit scenario is een vertaling van het genoemde collegebesluit. Het collegebesluit gaat uit van één regie op het schoonhouden van de stad. In dit scenario is de invulling gekozen om de regie te beleggen bij de Dienst Stadsbeheer.
Die keuze heeft gevolgen voor de inrichting van het opdrachtgeverschap en voor de operationele sturing op de veegoperatie. De operationele sturing ligt in dit scenario volledig bij het gemeentelijk management. In de periode van najaar 2019 tot en met voorjaar 2020 is met het HWB gesproken over dit scenario. Het valt niet terug te lezen in bestuurlijk vastgestelde documenten, want over dit scenario of enig ander scenario zijn nog geen besluiten genomen. Sinds de gemeente een deel van de medewerkers van het HWB in 2015 heeft overgenomen, wordt nieuwe instroom van straatvegers toegewezen aan het Haags Veegbedrijf. Het HWB krijgt geen nieuwe instroom meer. Dit betekent dat niet alleen de continuïteit van het HWB op den duur onder druk komt te staan (immers wordt het medewerkersbestand van het HWB steeds ouder), maar dat het ook steeds moeilijker wordt voor het HWB om haar oorspronkelijke doelstelling te vervullen: het creëren van volwaardige werkgelegenheid voor bij voorkeur inwoners van de regio Haaglanden die langdurig werkloos zijn.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10019047
11.
Erkent het college dat door de afwezigheid van nieuwe instroom een sterfhuisconstructie dreigt voor het HWB? Zo ja, in hoeverre vindt het college het haar taak en verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat het HWB haar oorspronkelijke doelstelling zo goed mogelijk kan vervullen en op welke wijze is zij concreet van plan om hieraan bij te dragen?
Het HWB heeft nu een vacaturestop om het tekort op de begroting te dichten. Dat tekort is ontstaan door keuzes in het verleden waarvoor gemeente en HWB gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen. Het advies dat de heer Van Driel uitbrengt, heeft als doel dat er een oplossing komt die perspectief biedt voor de medewerkers en die waarborgt dat de stad goed schoongemaakt wordt. Het is de inzet van het college om daarmee een sterfhuissituatie te voorkomen. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris a.i., de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
4/4