RIS305801 Beantwoording SV Vervolgvragen VGV
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING
29 september 2020
SCHRIFTELIJKE VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw Arp, luidend: “Vervolgvragen VGV”
OCW/103558 RIS305801
Het raadslid mevrouw Arp heeft op 6 juli 2020 een brief met daarin dertien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze als volgt. In navolging op de schriftelijke vragen van Fatima Faid (RIS304452), Richard de Mos (RIS305623) en een motie van de VVD over genitale verminking, ingediend tijdens de raad van 30 juli komt de SP met vervolgvragen hierop. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde stelt het raadslid Lesley Arp de volgende vervolgvragen: 1.
Is het college bekend met het handelingsprotocol ‘Vrouwelijke Genitale Verminking’ bij minderjarigen1?
Ja, het college is bekend met dit handelingsprotocol. 2.
Vindt het college deze aanpak geschikt voor Den Haag? Wordt deze ketenaanpak geïmplementeerd in Den Haag? Zo ja, waarom wel en sinds wanneer? Zo nee, waarom niet?
Ja, het college onderschrijft de werkwijze zoals vastgelegd in het landelijke handelingsprotocol. Het protocol biedt concrete handvatten voor de aanpak van VGV aan Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming en politie. Het huidige protocol is uit 2016, het eerste protocol VGV is vanaf medio 2009 in gebruik, toendertijd nog vanuit het AMK, Advies- en Meldpunt Kindermishandeling. Veilig Thuis is vanaf 2015 ontstaan vanuit het AMK en het Steunpunt Huiselijk Geweld en heeft het handelingsprotocol -na aanpassing van de transitie van de jeugdzorg naar gemeenten - overgenomen. Het handelingsprotocol is ook toepasbaar in Haaglanden en betrokken organisaties, ook Veilig Thuis Haaglanden (en voor de decentralisaties het AMK in Haaglanden), onderschrijven het handelingsprotocol. 3.
In hoeverre functioneert de ketenaanpak van genitale verminking? Hoeveel meldingen heeft Veilig Thuis afgelopen 2 jaar gekregen? Hoe vaak heeft VT een onderzoek ingesteld? En hoe vaak heeft VT een constatering van VGV uitgezet bij de Raad voor de Kinderbescherming? Hoe vaak heeft de Raad voor de Kinderbescherming kinderbeschermingsmaatregelen genomen wegens VGV?
De ketenaanpak, zoals beschreven in het Handelingsprotocol VGV bij minderjarigen, geldt voor de repressieve aanpak van VGV: na een melding en onderzoek bij Veilig Thuis (VT) kunnen de Raad voor
1 https://www.pharos.nl/kennisbank/handelingsprotocol-vrouwelijke-genitale-verminking-bij-minderjarigen-uitleg-en-handvatten-bij-
aanpak-vgv-voor-veilig-thuis-raad-voor-de-kinderbescherming-en-politie/
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/103558
de Kinderbescherming (RvK) en politie ingeschakeld worden voor eventuele aangifte en kinderbeschermings- en strafrechtelijke maatregelen. Hoe vaak deze werkwijze (melding bij VT en onderzoek door VT) in de praktijk wordt toegepast, is op dit moment niet met betrouwbare cijfers te onderbouwen. Het beeld is wel dat er lang niet altijd bij Veilig Thuis gemeld wordt. Dat geldt breder in Nederland, niet alleen voor Haaglanden. Vanuit de actieagenda ‘Schadelijke praktijken’ (2020) van de ministeries van VWS en J&V, wordt een landelijk onderzoek naar de oorzaken hiervan opgestart. In de actieagenda wordt hierover opgemerkt: “Er zit een groot gat tussen het aantal meldingen over (vermoedens van) VGV bij Veilig Thuis en de geschatte omvang van VGV in Nederland. We zetten daarom in op het aanpakken van de oorzaken hiervan. Zo kunnen we slachtoffers de hulp bieden waar zij recht op hebben en plegers aanpakken. Hiervoor onderzoeken we hoe het kan dat het aantal meldingen achterblijft en hoe dit kan worden veranderd. Dit onderzoek is in het derde kwartaal van 2020 gereed.” Vanuit Den Haag en vanuit onze centrumgemeente rol (DUVO) zijn we hierbij nauw betrokken en zullen we, mede op basis van de landelijke bevindingen, vervolgstappen zetten in het verder implementeren en toepassen van het landelijk handelingsprotocol VGV in Den Haag.
In de situaties waarin VTH in de afgelopen jaren betrokken was bij casuïstiek waarbij een risico bestond op het plegen van VGV is het niet nodig geweest als VTH de stap naar de Raad voor de Kinderbescherming te zetten in het voorkomen van het plegen van VGV. Daarnaast is belangrijk op te merken dat onze ketenaanpak VGV breder is dan bovenstaande repressieve aanpak en ook inzet op preventie en het voorkomen van VGV. Als onderdeel van de ketenaanpak huiselijk geweld2 ligt de focus op preventie, het aanpakken van de oorzaken van geweld en de risicofactoren om daarmee het geweld duurzaam te stoppen. Onze VGV-aanpak volgt deze lijn en is landelijk zelfs een voorbeeldaanpak: via het (landelijk) VGV-preventiebeleid van onze Jeugdgezondheidszorg, huiskamerbijeenkomsten door onze sleutelpersonen en confrontatietheater voor risicogroepen zetten we in op sensibilisering, versterken van zelfbeschikkingsrecht en weerbaarheid van ouders en meisjes om de sociale en culturele druk uit de gemeenschap om tot VGV over te gaan te weerstaan (zoals ook uiteengezet in de beantwoording van eerdere schriftelijke vragen over de aanpak VGV, van mevrouw Faïd, RIS304452, en van de heer De Mos, RIS305623). 4.
In het artikel van het Algemeen Dagblad3 kon men lezen dat vijftig vrouwen in de regio Haaglanden genitaal verminkt worden. Is het college bekend met dit artikel en het aantal? Bent u bereid na te gaan waar dit aantal op gebaseerd is, en in hoeverre deze vijftig gevallen per jaar tot onderzoek / aangifte / kinderbeschermingsmaatregelen hebben geleid? Zo nee, waarom niet?
Het college is bekend met het artikel. Het college gaat uit van cijfers van het meest recente onderzoek ‘Vrouwelijke Genitale Verminking - Omvang en risico in Nederland’4 (zie ook hier ook de beantwoording van eerdere schriftelijke vragen over VGV van de heer De Mos, RIS304452) en herkent hierin niet het genoemd aantal voor de regio Haaglanden. In een bericht van Pharos5, lezen we: ‘jaarlijks lopen hier 40 tot 50 meisjes het risico om besneden te worden’, waarbij gerefereerd wordt aan Nederland en niet aan Haaglanden.
2
Regiovisie Aanpak huiselijk geweld Haaglanden 2019-2022 (RIS303030)
3 https://www.ad.nl/den-haag/het-is-bijna-zomervakantie-haagse-meisjes-worden-in-moederland-zonder-verdoving-besneden-vijftig-
slachtoffers-erbij-elk-jaar-br~ac739405/ 4 https://www.pharos.nl/nieuws/actuele-cijfers-meisjesbesnijdenis-in-nederland/ 5 https://www.pharos.nl/nieuws/nederlandse-ketenaanpak-meisjesbesnijdenis-staat-centraal-op-zero-tolerance-day-2019/
2/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/103558
5.
In het artikel van het Algemeen Dagblad staat: ‘De verpleegkundige krijgt met enige regelmaat verminkte meisjes vanaf 9 jaar op het spreekuur aan de Leyweg. De kinderen worden doorverwezen door Jeugdgezondheidszorg/CJG voor onderzoek. ,,Ze zijn in de vakantie besneden onder regie van een oma of tante.”’ Hoe vaak heeft de Jeugdgezondheidszorg / CJG afgelopen 2 jaar meisjesbesnijdenis geconstateerd? Hoe zijn deze zaken in behandeling genomen en hoe vaak is een melding gedaan bij VT? Hoe vaak heeft VT een onderzoek ingesteld? Heeft Veilig Thuis bij vastgestelde VGV aangifte gedaan? En hoe vaak heeft VT een constatering van VGV uitgezet bij de Raad voor Kinderbescherming? Hoe vaak heeft de Raad voor de Kinderbescherming kinderbeschermingsmaatregelen genomen wegens VGV?
Zie antwoord vraag 3. 6.
Wat vindt het college van de uitspraken van de ervaringsdeskundigen in het artikel, over het feit dat genitale verminking een traditie is die je niet zomaar weg kunt nemen en dat een aanpak moet komen voor de mensen die genitale verminking aanbevelen? Is het college het hier mee eens? Zo ja, waarom wel? Zo nee, waarom niet?
Om VGV effectief aan te pakken is een evenwichtige balans nodig van onze inzet op: • Preventie en vroegsignalering via sensibilisering en het versterken van het recht op zelfbeschikking en weerbaarheid binnen de gemeenschap enerzijds en • Repressieve aanpak via melding en onderzoek bij VTH en eventuele aangifte en kinderbeschermings- of strafrechtelijke maatregelen door RvK c.q. politie anderzijds. VGV alleen hard aanpakken zonder onderkenning van de culturele en sociale waarde ervan in sommige gemeenschappen, kan ervoor zorgen dat deze praktijken in het geheim ondergronds verder gaan c.q. potentiële slachtoffers zich nergens meer melden (zie opnieuw ook de eerdere beantwoording, RIS304452 en RIS305623). 7.
Is het college het ermee eens dat het aanbevelen van genitale verminking op grond van religieuze teksten en / of culturele opvattingen niet moet kunnen? Zo ja, is het college bereid actie te ondernemen richting individuele predikers, moskeeën, ouders en andere personen die in onze stad zulke verwerpelijke uitspraken doen?
Het college ziet VGV als een ernstige en onherstelbare vorm van mishandeling en een schending van de lichamelijke integriteit. In Nederland is VGV strafbaar als vorm van kindermishandeling (art. 300304, 307, 308 Wetboek van Strafrecht, WvSr)6. Iedereen die VGV uitvoert, meewerkt of daartoe opdracht geeft, is strafbaar en kan dus worden vervolgd. In Nederland ligt de bevoegdheid om tot vervolging van strafbare feiten over te gaan bij het Openbaar Ministerie en niet bij het college of de burgemeester (zie ook de eerdere beantwoording op dit punt, RIS305623).
6
https://www.pharos.nl/infosheets/meisjesbesnijdenis-nederlandse-ketenaanpak/
3/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/103558
8.
Is het college op de hoogte de aangifte-actie van Femmes for Freedom en de gerechtelijke uitspraak7 over het aanbevelen van vrouwelijke genitale verminking door een voormalig docent van de As Soennah Moskee? Zo ja, is het college het eens met de uitspraak van de rechter: ‘De rechtbank is van oordeel dat in dit geval het recht op vrijheid van (godsdienst en) meningsuiting niet kan opwegen tegen het recht van vrouwen op bescherming tegen geweld en discriminatie’? Zo nee, waarom niet?
9.
Is het college bekend met het artikel in het Algemeen Dagblad8 waarin staat dat de As Soennah Moskee achter de predikerstaat die veroordeeld is wegens het aanbevelen van vrouwelijke genitale verminking? Zo ja, wat vindt u ervan dat de grootste moskee in de stad van Den Haag dit standpunt uitdraagt?
Ad 8 en 9: Ja, het college is hiervan op de hoogte. Het is niet aan het college om de uitspraak van de rechter van commentaar te voorzien, anders dan dat deze gerespecteerd dient te worden. Uiteraard geldt dit ook voor de As-Soennah moskee. 10. Op 30 juni is de motie ‘Voorkom en bestrijd vrouwelijke genitale verminking’ conform de gerechtelijke uitspraak van 19 juni aangenomen waarin staat dat niemand op grond van religieuze bronnen geweld tegen meisjes en vrouwen mag aanbevelen. Op 6 februari heeft Femmes For Freedom een handhavingsverzoek naar de toenmalige burgemeester gestuurd, met daarin het verzoek om over te gaan tot sluiting van de As Soennah moskee of andere handhavingsmaatregelen te treffen (bijvoorbeeld het opleggen van een gebiedsverbod). Het handhavingsverzoek van Femmes for Freedom is door de burgemeester afgewezen wegens een beroep op de vrijheid van godsdienst. Ook heeft de bezwaarcommissie van de gemeente Den Haag de burgemeester geadviseerd niet over te gaan tot handhaving. Kijkt u sinds de gerechtelijke uitspraak van 19 juni met andere ogen naar de eerdere afwijzing van het handhavingsverzoek door Femmes for Freedom? Zou u, nu u kennis heeft genomen van de uitspraak van de rechter, tot een andere reactie zijn gekomen? Kunt u uw antwoord toelichten? Nee, dat zou niet tot een andere reactie hebben geleid.
In reactie op het handhavingsverzoek is aangegeven dat een aangifte en een strafrechtelijke procedure de manier is om met mogelijke strafbare feiten om te gaan. Dat is niet aan de burgemeester. De strafrechtelijke procedure is ook gevolgd, en heeft tot een veroordeling geleid. 11.
Dient het oproepen tot haat en geweld jegens vrouwen te worden gezien als schending van de openbare orde? Kunt u uw antwoord toelichten?
Nee, de openbare orde heeft betrekking op een ordelijke gang van zaken in de publieke ruimte. Van een schending van de openbare orde is sprake als de directe veiligheid en gezondheid van personen, in de publieke ruimte, in gevaar komt. Het in algemene zin oproepen tot haat en geweld jegens vrouwen kan niet gezien worden als schending van de openbare orde. Wel zou het oproepen tot haat en geweld mogelijk een strafbaar feit kunnen inhouden. Hiervoor zijn strafrechtelijke procedures. Dit is niet aan het college.
7 https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:5469 8 https://www.ad.nl/den-haag/as-soennah-diep-ongelukkig-met-veroordeling-docent-die-vrouwenbesnijdenis-aanraadde~ac7291bf/
4/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/103558
12. Zijn er voor het college scenario’s denkbaar waarin het oproepen tot haat en / of geweld jegens vrouwen (bijvoorbeeld door VGV te promoten) aanleiding is tot sluiting van een gebedshuis? Zo ja, welke? Heeft een burgemeester de bevoegdheid om een gebedshuis alleen op grond van artikel 174 Gemeentewet te sluiten, of is er ook andere wet- en regelgeving die als grondslag zou kunnen dienen voor een dergelijk besluit? 13. Welke mogelijkheden tot handhaving heeft het college nog meer wanneer er vrouwelijke genitale verminking wordt aanbevolen in een Haags gebedshuis? Heeft het college contact met het Ministerie van Justitie en Veiligheid over handhavingsmogelijkheden, en zo ja, hoe verloopt dit contact? Ad 12 en 13: Nee, het is niet de taak of bevoegdheid van de burgemeester om strafbare feiten te vervolgen. Artikel 174 Gemeentewet biedt hier ook geen grondslag voor optreden door de burgemeester, mede gezien artikel 6 Grondwet. Er is over dit concrete handhavingsverzoek geen contact geweest met het ministerie van Veiligheid en Justitie. Dat neemt niet weg dat het college dergelijke oproepen verwerpelijk vindt, en dat het moskeebestuur daar ook op is aangesproken. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris a.i., de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
5/5