RIS305714 Bijlage 1
Tekst van het document
Opvang binnen blokken middels tijdelijke waterbergingsmogelijkheden (bijvoorbeeld mbv krattensysteem op dek waarmee zowel in de bewateringsbehoefte van de daktuininrichting kan worden voorzien, als tijdelijke waterberging is geborgd). Beide maatregelen zorgen voor een grote opvangcapaciteit van regenwater en doen in de periodes van droogte en warmte hun werk voor beperking van de hittestress en verdroging.
80
AMBITIEDOCUMENT BOUWLUST-VREDENRUST - NOVEMBER 2019
Biodiversiteit en natuurinclusief bouwen Ook ten behoeve van biodiversiteit zijn grotere waterpartijen met zoveel mogelijk natuurlijke oevers beter dan wadi’s. Zij bieden een langdurig beschikbaar milieu voor diverse dier en plantsoorten om zich te vestigen. Ook moet worden bekeken welke florasoorten ondersteunend moeten worden ingezet voor bijvoorbeeld de ondersteuning van insectenpopulaties. Nader moet worden bekeken welke voorzieningen in de gebouwen kunnen worden opgenomen om vogels, vleermuizen en andere soorten te kunnen huisvesten (denk aan slechtvalken vleermuiskasten, etc). Partijen stellen zich het NL Greenlabel A ten doel. Leefomgeving Het opvangen van de groei van de stad dient met de ambitie van een gezonde, aangename leefomgeving gepaard gaan. Dit vraagt een maximale inzet op klimaatbestendigheid (omgaan met wateroverlast en hitte) en een sterk vooruitgang in milieukwaliteit. Klimaatbestendigheidsmaatregelen moeten zo mogelijk samenvallen met andere fysieke werkzaamheden in de stad, zoals gebiedsontwikkelingen, herinrichtingen en grootschalig onderhoud. Groen in de stad wordt kwalitatief ontwikkeld, zodat groen toekomstbestendig wordt.
In intensiveringsgebieden zal groen in, op, en aan gebouwen een belangrijk middel zijn om bij te dragen aan de verschillende functies van groen in de stad (natuurontwikkeling, bijdragen aan klimaatbestendigheid, bieden plekken voor rust en ontspanning). Voorts wordt ingezet op schone lucht en bodem, aangename omgevingsgeluidsniveau en externe veiligheid. Halen van milieunormen is hierbij niet voldoende. Uitganspunt is dat ontwikkelingen in de stad op een verantwoorde wijze worden mogelijk gemaakt (zie nog gebiedsgericht milieubeleid). Een afgewogen gebruik en beheer van de boven- én ondergrond worden steeds belangrijker.
Mobiliteit Den Haag kiest vooral voor vervoer dat weinig ruimte vraagt, duurzaam en gezond is: lopen, fietsen, lichte elektrische voertuigen (LEV’s) en OV. Bij het inrichten van de buitenruimte krijgt dit prioriteit. Daarbij is extra aandacht voor de mensen met een beperking. Den Haag zet in op schoon vervoer. Dat doet de gemeente onder meer door het stimuleren van elektrische voertuigen. Elektrische auto’s kunnen bijdragen aan een evenwicht tussen vraag en aanbod van stroom en aan een efficiënt gebruik van het stroomnetwerk in de stad. De groei van de stad vraagt om een andere organisatie van parkeren, rekening houdend met de omstandigheden en behoeften per wijk. Alternatieven worden gestimuleerd, zoals het gebruik van (elektrische-) deelauto’s. De parkeernormen voor nieuw woongebouwen worden flexibeler en meer gebiedsgericht; binnen het invloedsgebied van de OV-corridors en rond OV-knopen kan een lagere parkeernorm gaan gelden
Afval De afvalinzameling moet voldoen aan het ‘Huishoudelijk afvalplan’( juni 2016) RIS 288629. Geen utilitaire functies voor afval en stalling in de openbaar buitenruimte. Het afval dient bij voorkeur inpandig of op eigen terrein opgeslagen te worden. Daarnaast wordt het scheiden van afval gefaciliteerd en gestimuleerd.
Water Watertoets Eén van de instrumenten om het nieuwe waterbeleid voor de 21e eeuw vorm te geven is de watertoets. Het hoogheemraadschap toetst bouwinitiatieven en herinrichtingsplannen aan het nationaal waterbeleid en het Provinciaal Waterplan Zuid-Holland 2016-2021. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in
beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundige, relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Delfland heeft de Handreiking Watertoets voor gemeenten opgesteld. In de Handreiking Watertoets (www.hhdelfland.nl/watertoets)worden de randvoorwaarden en uitgangspunten voor een plan per thema toegelicht en op welke wijze deze in het plan dienen te worden verwerkt. Beheer en Onderhoud Om het watersysteem te kunnen bedienen, beheren en onderhouden is het van belang te de bereikbaarheid van gemalen en kunstwerken, onderhoudsstroken langs watergangen, inspectie en onderhoud aan keringen, niet te belemmeren. Klimaat adaptatie Met de klimaatverandering is er een grotere toenemende kans op periodes van hitte, droogte, en hevige regen. Meer waterberging en meer groen maken de stad klimaatadaptiever. Het belang vanuit de waterhuishouding gaat vooral over: • Hemelwater opvangen en zo mogelijk benutten. • Regenwater kan wegzakken in groen, onverhard terrein. In verharde gebieden kan hetzelfde door technische maatregelen worden bereikt. Ontwikkelingen op zanderige bodems zijn heel geschikt voor infiltratie. • Hemelwater vertraagd afvoeren naar bodem / oppervlaktewater. • Aanleg extra oppervlaktewater aangesloten op het watersysteem. Er dient beschreven te worden welke mogelijkheden voor klimaatadaptatie zullen worden aangegrepen.
Bijvoorbeeld begroeide daken en/of parkeerdekken, opvang en/of benutten van regenwater, ontharding, etc.
Groen Flora en Fauna Op basis van de Wet Natuurbescherming (met ingang van 1 januari 2017, voorheen de Flora- en faunawet) geldt er een beschermingsplicht voor planten- en diersoorten. De wet bevat verbodsbepalingen voor het verwijderen van beschermde plantensoorten van hun groeiplaats en het beschadigen of verstoren van voortplantings- of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten. Om te achterhalen of er beschermde soorten in of rond het ontwikkelingsgebied aanwezig zijn, zal een Flora- en Fauna onderzoek moeten worden uitgevoerd.
Monumenten en cultuurhistorie In 2004 heeft de Raad besloten de buurt De Dreven aan te wijzen als gemeentelijk beschermd stadgezicht uit de wederopbouwperiode (RIS120560). et aanwijzen van beschermde stadsgezichten is er op gericht om de meest waardevolle buurten en wijken als cultureel erfgoed te behouden. De aanleg van De Dreven tussen 1956 en 1965 betekende de voltooiing van de stadsuitbreidingen in Den HaagZuidwest. De buurt vormt één van de architectonische- en stedenbouwkundig hoogtepunten uit die periode. Dit is mede doordat de woningbouw hier voor het eerst in Den Haag in zijn geheel in systeembouw is uitgevoerd: het systeem Rottinghuis. De bouwtechnische eisen van dit systeem zijn bepalend geweest om bouwblokken te knippen en straten te laten verspingen. Hierdoor is een open en dynamische verkaveling tot stand gebracht in een buurt die van oorsprong de hoogste bebouwingsdichtheid van Bouwlust/Vrederust kende. Het streven naar openheid en doorzichten vanuit de buurt naar buiten, en omgekeerd, heeft hier tot levendige stadsranden geleid. Het Rottinghuis systeem is gebaseerd op montage van geprefabriceerde elementen voor vloeren en wanden. Architect Klein heeft deze bekleed met metselwerk gevels. Om toch een montage idee tot uitdrukking te brengen is gebruik
gemaakt van betonnen sierelementen als borstweringspanelen en balkonschermen. Deze oorspronkelijke architectuur is tot in detail nog goed bewaard gebleven. De rand langs de Lozerlaan is ontworpen als een brede waterpartij met een getande rand. Op het gras zijn bomen in kleine groepen bij elkaar geplaatst. De open verkaveling die in Vrederust-West is toegepast, heeft ertoe geleid dat het groen van voortuinen en plantsoenen naadloos overloopt in de ruimte tussen de stroken. Hierdoor wordt beeld van de wijk toch bepaald door ruimte en groen. Met de bouw van Vrederust-West werden de stadsuitbreidingen van Den Haag-Zuidwest op succesvolle wijze voltooid. Een uitgebreidere toelichting is te vinden in de ‘toelichting beschermd stadsgezicht Vrederust-West (Drevenbuurt)’, (RIS120560). Binnen de kaders van het beschermd stadsgezicht zijn de mogelijkheden van het bereiken van de gestelde ambties in de Dreven beperkt: • Onderzoek laat zien dat een kwaliteitsslag in
•
•
duurzaamheid, comfort en plattegrondindeling kan worden gemaakt, maar zoals vanzelfsprekend voor alle oudere monumentale bebouwing geldt, zal de eindkwaliteit niet het niveau van nieuwbouw halen. Het biedt tevens onvoldoende oplossing voor de huidige geluidsproblematiek, terwijl de investeringskosten vergelijkbaar zijn met nieuwbouw Investeringen maar in beperkte mate bijdragen aan de woonkwaliteit in De Dreven en aan de aanpak van Zuidwest. het woningaanbod blijft eenzijdig waardoor er geen noemenswaardige verschuiving zal plaatsvinden in bevolkingssamenstelling en in voedingsbodem voor voorzieningen
AMBITIEDOCUMENT BOUWLUST-VREDENRUST - NOVEMBER 2019
81
Onderzocht is wat de mogelijkheden zijn voor herstructurering van De Dreven zonder behoud van de status beschermd stadsgezicht. Deze variant biedt mogelijkheden voor: • een gevarieerder woningbouwprogramma en een grotere differentiatie in doelgroepen • woningen met een groter wooncomfort • een grote bijdrage aan de volkshuisvestelijke opgaaf • een grotere bijdrage aan de productie van sociale huurwoningen • een beter zicht op financiële haalbaarheid • een grotere bijdrage aan de sociaal maatschappelijke opgaven voor Zuidwest Tegenover deze mogelijkheden staat dat: • verlies van erfgoed en historische identiteit van de stad (van tuinstad naar verstedelijking) • grotere druk op de voorzieningen en openbare ruimte zal ontstaan De te volgen procedure voor eventuele intrekking van de status zal onderdeel moeten vormen van de nota van uitgangspunten voor De Dreven, waarbij aandacht moet zijn om precedentwerking te minimaliseren. De gemeenteraad kan, op voordracht van het college, een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 5:1, eerste lid van de monumentenverordening Den Haag intrekken. Het college zendt het voorstel tot intrekking eerst voor advies aan de welstands- en monumentencommissie. Deze voordracht tot intrekking ligt gedurende zes weken voor een ieder ter inzage.
De raad beslist binnen vierentwintig weken na het verstrijken van de in het derde lid genoemde termijn over de voordracht. .
82
AMBITIEDOCUMENT BOUWLUST-VREDENRUST - NOVEMBER 2019
C. BIJLAGE - REGIODEAL Vanuit de Regio Deal Zuidwest wordt gewerkt vanuit de drie pijlers ‘Samenleving en participatie’, ‘Vitale inwoners’ en ‘Activeren, leren en werken’. Integraliteit, samenwerking en co-creatie staan centraal in de Regio Deal. Het is de ambitie om juiste verbindingen tussen de pijlers te leggen om zo voor de burger zichtbare/voelbare resultaten te boeken die een duurzaam karakter hebben. Maatschappelijke participatie betekent plekken creëren om elkaar te ontmoeten en deel te nemen aan activiteiten. Deze ontmoetingen kunnen mensen helpen door te stromen naar hulpverlening, activiteiten, vrijwilligerswerk, opleiding of werk. Mogelijk kunnen de eerder gesloten buurthuizen weer een prominentere plek in de wijken krijgen, o.a. door aansluiting bij bestaande voorzieningen. Inrichting alleen kan geen veiligheid brengen, dit moet wel samen oplopen met preventie en handhavingsprogramma’s uit het gemeentelijk veiligheidsplan om ondermijnende criminaliteit tegen te gaan. 1. Samenleving en participatie Het doel is om het welzijn en de weerbaarheid van de bewoners vergroten doordat ze meer gaan ‘participeren’ in de samenleving en zich betrokken voelen bij hun portiek, straat en wijk. Sociale cohesie en control wordt versterkt, sociale netwerken worden uitgebreid, veiligheid en gevoel van veiligheid wordt vergroot.
Uitbreiding van netwerken is volgens Regio Deal een van de belangrijkste stappen om de weg naar de arbeidsmarkt te kunnen vinden. Er wordt integraal gewerkt: bieden van fysieke ruimte, opzetten van participatietrajecten en integraal aanpakken van sociale veiligheid zijn de strategische instrumenten. In elke wijk komt een plek voor ontmoeting van waaruit bewoners hun talenten kunnen inzetten voor maatschappelijke activiteiten en waar ze hun sociale netwerk kunnen uitbreiden. Dit wordt de plek waarvandaan een deel van de activiteiten gefaciliteerd kunnen worden. Er wordt aangesloten aan het project Resilient The Hague, waarbij vooral gericht wordt op het vergoten van weerbaarheid van de bewoners.
2. Vitale inwoners Het doel is om de gezondheid en zelfredzaamheid van de bewoners te verbeteren, en hun de kansen geven om hun talenten te ontwikkelen (op cultureel, sociaal, economisch en maatschappelijk niveau). De beoogde resultaat is minstens één sportaccommodatie waar alle bewoners welkom zijn en van de faciliteiten gebruik kunnen maken, als toeschouwer, vrijwilliger of sporter. De aanpak kent drie samenhangende elementen: gezonde leefstijl, sport, taal en onderwijs. Integraal wordt samengewerkt vanuit meerdere professionals, vooral rond scholen en wijkorganisaties, gericht op individu en gezin. Inrichten van de openbare ruimte volgens de ‘Gezonde stad’ principe draagt er in hoge mate bij. Buitenruimte wordt beweegvriendelijker, vol met laagdrempelige vormen van sporten en bewegen: het sporten wordt leuk, veilig, eerlijk en zorgeloos (positieve sportcultuur). Er wordt aangesloten bij het Nationale Sportakkoord en het Haagse Sportakkoord. Aanpak laaggeletterdheid is ook een middel om volwassenen uit de wijken te activeren: breed cursusaanbod (techniek, horeca, ondernemen) wordt gekoppeld met cursussen basisvaardigheden (taal, rekenen, digitaal), leerwerk trajecten worden aangeboden.
Mensen met grote afstand tot de arbeidsmarkt worden in Sociale Coöperatie opgevangen waarin geëxperimenteerd wordt met innovatieve businessmodellen met maatschappelijke waarde, waarin de werkzoekenden uit Zuidwest betaalde banen vinden. Er is hier een sterke synergie tussen pijlers 1 en 3. Stimuleren van wijkeconomie versterkt het voorzieningsniveau en bijdraagt aan het vergroten van werkparticipatie van lokale bewoners. Betere verbinding met Westland maakt de arbeidsmarkt daarvan voor werkzoekenden in Bouwlust en Vrederust bereikbaar. Een innovatieve Social Return on Investment (SROI) aanpak met een SROI-makelaar wordt gekoppeld aan de maatschappelijke opgaven in Den Haag Zuidwest.
3. Activeren, leren en werken (inclusief wijkeconomie) Het doel is om kwetsbare groepen het gevoel te geven dat ze ertoe doen en dat ze leren hun talenten in te zetten door eerst “mee te laten doen” en te activeren en bij wie het mogelijk begeleiding geven om door te groeien tot een fatsoenlijk betaalde baan. Er wordt gewerkt met individuele (maatwerk-) trajecten (versterking van de aanbodkant van de arbeidsmarkt), en met functiecreatie in het bijzonder in de kansrijke sectoren als bouw & techniek (gericht in het bijzonder op energietransitie), hospitality, logistiek en zorg (versterking van de vraagkant van de arbeidsmarkt). Met ambachtcentra’s worden de pijler 2 en 3 met elkaar gekoppeld (zie leerwerktrajecten). Er wordt verbinding gelegd met de proeftuin “Aardgasvrije wijken” (Bouwlust/Vrederust).
AMBITIEDOCUMENT BOUWLUST-VREDENRUST - NOVEMBER 2019
83
Colofon Gemeente Den Haag Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling Stedenbouw & Planologie
Juli 2020