CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS305701 Evaluatie en vervolg STip-regeling

Commissie Samenleving 10 maart 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief van wethouder van Sociale zaken en Werk inzake Evaluatie STiP-banen en aanvullende subsidieregeling conciërgetaken in het onderwijs1.993 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

030

Ons kenmerk

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

BSW/2020.17 RIS305701

Aan de voorzitter van de commissie Samenleving

Contactpersoon

Nelly van Loon Dienst

Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten Afdeling

Beleid Telefoonnummer

14070 Datum

7 juli 2020 Onderwerp

Evaluatie en vervolg STiP-regeling

Geachte voorzitter, In het coalitieakkoord ‘Samen voor de Stad’2019-2022 is aangekondigd dat de STiP-regeling wordt verlengd tot en met 2022 en dat de verbeterpunten uit de evaluatie worden meegenomen. Begin vorig jaar is de STiP-regeling tussentijds geëvalueerd. Naar aanleiding van deze bevindingen uit de tussenevaluatie is de subsidieregeling in juli 2019 herzien en is onlangs door het college een nieuwe subsidieregeling STiP-banen vastgesteld. Deze ontvangt u gelijktijdig met deze brief. De eindevaluatie STiP-banen is momenteel in voorbereiding. Achtergrond De STiP-baan is bedoeld voor mensen met een lage loonwaarde (doelgroep banenafspraak) die door in de persoon gelegen factoren, leeftijd, opleidingsniveau, laaggeletterdheid of bijvoorbeeld werkloosheidsduur een zeer grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben. De STiP-banen zijn tot stand gekomen in een periode dat de instroom in de bijstand hoog was en er in Den Haag een tekort begon te ontstaan aan banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Het was de bedoeling om met de STiPbanen 1.000 additionele arbeidsplaatsen te realiseren. Bij aanvang van de STiP-regeling is geen toezegging gedaan over uitstroom naar regulier werk. De STiP-baan is een baan, maar ook een reintegratie instrument (eigenlijk is het een werkfit-, een werkontwikkeltraject en baan in één). De STiP-regeling wordt uitgevoerd door Den Haag Werkt.

Het doel is om tijdens het STiP-traject het ontwikkelperspectief van de STiP-werknemer en daarmee de kans op duurzaam werk te vergroten. De tijdelijke baan is een middel om via werkervaring, aangevuld met scholing en begeleiding door te stromen naar een reguliere baan. Bevindingen tussenevaluatie In het eerste kwartaal van 2019 is de STiP-regeling tussentijds geëvalueerd. Er is onderzocht hoeveel STiP-banen er daadwerkelijk gerealiseerd zijn, hoe de ontwikkeling van de STiP- werknemers verloopt en in welke mate er uitstroom is gerealiseerd. Deze tussenevaluatie had betrekking op de periode vanaf de start van de regeling in 2017 tot medio februari 2019.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSW/2020.17

Tussen 1 januari 2017 en februari 2018 zijn voor in totaal 975 personen één of meerdere STiPdienstverbanden gerealiseerd; voor 901 personen in het kader van de subsidieregeling STiP-banen en voor 74 personen op basis van de aanvullende regeling conciërgetaken. Op grond van de aanvullende regeling conciërgetaken zouden 100 STiP-banen gerealiseerd worden. Dat we achterliepen op de taakstelling kwam voor een deel omdat zowel schoolbesturen als schooldirecteuren terughoudend waren, vanwege hun ervaringen met de voormalige ID-regeling. Hierdoor waren er zorgen over risico’s en consequenties in de toekomst. Na het eerste jaar STiP waren 166 personen tussentijds uitgestroomd, van wie 44 personen regulier werk hadden gevonden en 6 personen zijn overgeplaatst op een andere STiP-baan. Anderen zijn ziek uit dienst gegaan, kregen ontslag, of stroomden om andere redenen uit. Hoewel bij de start van de STiP-banen geen uitstroomdoelstelling was vastgesteld, is het de bedoeling om de werknemers duurzaam naar de arbeidsmarkt te begeleiden. Uit de tussenevaluatie is gebleken dat niet alle STiP-banen zullen leiden tot duurzame functies. In de meest voorkomende gevallen kan de werkgever (vaak om financiële redenen) geen uitstroomzekerheid bieden. Daarom moeten de STiPwerknemers worden voorbereid op banen in meer kansrijke sectoren.

Het tijdig schouwen van de werknemers op ontwikkel- en uitstroomkansen en het aanbieden van trainingen en scholing is hierbij essentieel. Uit het onderzoek blijkt dat werkgevers hier zeer verschillend mee omgaan. Er zijn werkgevers die hier veel aandacht aan schenken, maar we hebben gezien dat er ook werkgevers zijn, die tegen de afspraken in het organisatiebelang zwaarder laten wegen dan het ontwikkelperspectief van de STiP-werknemer. Verbeterpunten De bevindingen uit de tussenevaluatie hebben geleid tot een aantal aanbevelingen. Hieronder wordt kort toegelicht op welke wijze hier een vervolg aan is gegeven. Er zijn naar aanleiding van de bevindingen werkinstructies aangescherpt, op twee onderdelen is de STiP-regeling in 2019 gewijzigd en de laatste aanbeveling is met de nieuwe STiP-regeling opgevolgd. 1.

De STiP-baan zo kort als mogelijk en zo lang als noodzakelijk We zien dat STiP-werknemers zich in verschillend tempo ontwikkelen. Het is belangrijk om daar oog voor te hebben. Een STiP-traject hoeft namelijk niet voor de maximale duur doorlopen te worden als uitstroom naar een reguliere baan eerder mogelijk is. Daarom moet al in een vroeg stadium met de werkgever en de STiP-werknemer het toekomstperspectief van de STiP-werknemer in beeld worden gebracht. Deze ervaringen van de aanpak uit het Werkoffensief +500 zijn nu geborgd door de STiP-regeling en is de doorstroom van medewerkers, waar mogelijk versneld. Tot en met december 2019 konden mede hierdoor 224 nieuwe kandidaten starten op een STiP-baan (doelstelling was 200) en is ruimte gecreëerd voor nog meer plaatsingen.

2.

Focus op uitstroombaan Aan de voorkant moet duidelijk zijn dat de STiP-werknemer zich gedurende het traject gaat voorbereiden op een reguliere baan. Dit betekent dat de ontwikkeling van de STiPmedewerker centraal staat en niet het belang van een organisatie, die een STiP-werknemer bijvoorbeeld langer in dienst wil houden, omdat deze zo goed zijn werk doet. Ook dit is inmiddels onderdeel van de aanpak +500. Als een werkgever zelf een reguliere baan in het vooruitzicht stelt, dan leggen we dat vast in een overeenkomst. Ook wordt gecontroleerd of de benodigde scholing tijdig wordt aangeboden.

2/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSW/2020.17

3.

Stop als uitstroomperspectief ontbreekt Sommige STiP-werknemers zijn minder goed in staat om zich te ontwikkelen, dan vooraf werd verwacht. Als het STiP-traject in het individuele geval, ondanks eerdere verwachtingen, weinig of geen meerwaarde biedt en de medewerker niet (langer) de wil heeft om er volledig voor te gaan, dan is er geen reëel door- of uitstroomperspectief meer en biedt het STiP-traject weinig meerwaarde. In die gevallen dat hiervan sprake was, is in overleg met de STiP-werknemer én de werkgever gekeken of er een ander alternatief geschikter is, zoals beschut werk of dagbesteding. Dit heeft er in de praktijk toe geleid dat een aantal STiP-trajecten niet is verlengd, waarmee ruimte is ontstaan voor nieuwe instroom van kandidaten voor wie een STiP-baan meer perspectief biedt.

4.

Stop als het belang STiP-werknemer niet voorop staat In de praktijk blijkt dat er enkele werkgevers zijn, die meer oog hebben voor het organisatiebelang dan voor de ontwikkeling van de STiP-werknemer. In voorkomende gevallen moet het mogelijk zijn om de subsidie stop te zetten. Om dat te kunnen doen, is in juli 2019 aan de STiP-regeling een handhavingsmogelijkheid toegevoegd.

5.

Verkorten van de duur STiP-traject Voor nieuwe instroom vanaf juli 2019 was de maximale subsidieduur verkort van 36 naar 12 maanden. Hierdoor konden, als onderdeel van de aanpak +500 in 2019 nog ruim 200 kandidaten instromen in de STiP-regeling. In de nieuwe Subsidieregeling STiP-banen 2020 is maximale duur van de STiP-trajecten gewijzigd naar maximaal 24 maanden. Een traject van 12 maanden blijkt namelijk in de praktijk voor veel medewerkers te kort te zijn om zich goed voor te kunnen bereiden op regulier werk. De nieuwe regeling maakt het mogelijk om voor deze medewerkers het traject met nog een jaar te verlengen.

6.

Verbreden van de groep werkgevers naar werkrelevante sectoren De subsidieregeling STiP-banen 2017 is beperkt tot organisaties in de (semi)-publieke sector. Voor STiP-werknemers zijn de kansen beperkt om binnen deze sector zelf duurzaam uit te stromen. Om uitstroom uit STiP te bevorderen is aanbevolen om te kijken of de regeling kan worden verbreed naar arbeidsmarktrelevante branches. Daar liggen meer kansen, bijvoorbeeld in de sector Zorg. Daar is enorme behoefte aan personeel en zijn de doorgroeimogelijkheden naar regulier werk groot. Met de nieuwe subsidieregeling geven we hier gehoor aan.

Toelichting op de nieuwe subsidieregeling STiP-banen 2020 In de nieuwe regeling blijven de bestaande uitgangspunten zo veel mogelijk in stand en wordt de doelgroep verbreed naar werkgevers in de private sector. Bestaande uitgangspunten 1.

Scholing en begeleiding op de werkplek Het doel is dat STiP-werknemers doorstromen naar een reguliere baan. Goede begeleiding en scholing zijn daarvoor belangrijk. Bij scholing gaat zowel om trainingen gericht op het verbeteren van werknemersvaardigheden (denk aan taaltrainingen, computervaardigheden en competentietrainingen) als vakvaardigheden. Ook worden de STiP-werknemers op de werkplek begeleid door een werkbegeleider van Den Haag Werkt.

3/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSW/2020.17

2.

Behouden win-win situatie Met de huidige STiP-regeling helpen we mensen aan het werk bij organisaties, stichtingen en verenigingen én we voorzien in een maatschappelijke behoefte met het werk dat deze mensen doen. Er zijn veel behoeften in de stad, die vertaald kunnen worden naar banen voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. In de afgelopen periode hebben we kunnen zien dat STiP-banen een gat vullen in sectoren waar anders werk blijft liggen, bijvoorbeeld omdat er onvoldoende geld voor is. Het gaat vooral om assisterende werkzaamheden op laag niveau. Goede voorbeelden zijn de STiP-banen in de welzijns- en cultuursector en Sport(verenigingen).

3.

Integrale aanpak De regeling is een integrale aanpak, waarbinnen nauw wordt samengewerkt met sociaal casemanagers, schuldhulpverlening, de GGZ en wijkteams. Verder krijgen alle kandidaten die starten met het STiP-traject (tijdelijk) budgetbeheer aangeboden door een consulent maatschappelijke ondersteuning. Ook worden vooraf de toeslagen en overige financiële zaken besproken.

4.

Voorkomen van verdringing We blijven inzetten op het voorkomen van verdringing. We hebben in aanvulling op het FNV protocol ‘Voorkomen van verdringing en werken zonder loon’ eerder al een toetsingskader opgesteld. Het toetsingskader biedt concrete handvatten voor de beoordeling of sprake is van verdringing.

Nieuwe toevoegingen 1.

Uitbreiding naar marktsectoren Om de kans op uitstroom naar regulier werk te vergroten, is de regeling uitgebreid met de mogelijkheid dat ook werkgevers in de private sector van de regeling gebruik kunnen maken. We richten ons hierbij op werkgevers, die de intentie hebben om de STiP-werknemer aansluitend vast in dienst te nemen. Het moet gaan om werkgevers met een degelijk bedrijf, met een sociale doelstelling, die een historie hebben van duurzame plaatsingen en die voldoende begeleidingscapaciteit hebben.

2.

Het subsidiebedrag van organisatie in de private sector is lager dan bij organisaties in de (semi)collectieve sector Het subsidiebedrag voor de marktsector wordt vastgesteld op maximaal € 6.000,-, op basis van 32-urige werkweek in plaats van € 10.000,- voor organisaties in de (semi)collectieve sector. De (semi)collectieve sector heeft een maatschappelijke doelstelling, gericht op het welzijn van de burger. De verrichte werkzaamheden zijn additioneel en leveren geen extra omzet op. Bij de marktsector ligt dat anders. Daar gaat het om productieve arbeid en heeft de organisatie een winstoogmerk. De verrichte werkzaamheden zijn niet additioneel en leveren extra omzet op. Daarom wordt het maximale subsidiebedrag lager vastgesteld op maximaal € 6.000,-.

3.

Duur voor (semi) collectieve sector verlengen We zetten de STiP-regeling vrijwel ongewijzigd voort voor de (semi) collectieve sector. Alleen de maximale duur van het STiP-traject wordt verlengd van één naar maximaal twee jaar.

4/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSW/2020.17

Nieuw onderzoek Tijdens de vergadering van de commissie Samenleving op 13 februari jl. is toegezegd de STiP-regeling diepgaander te evalueren Hiertoe is inmiddels opdracht gegeven. Bij deze evaluatie wordt niet alleen gekeken naar de in- en uitstroom, maar wordt ook onderzocht wat de STiP-banen voor de mensen zelf hebben betekend. Het doel is om de resultaten en leermomenten van de afgelopen drie jaar inzichtelijk te maken en te onderzoeken waar aanknopingspunten liggen om de regeling verder te optimaliseren. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris a.i., de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/8963725/2