CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS305697 Gewijzigd Initiatiefvoorstel Het Haags Koloniaal- en Slavernijverleden

Gemeenteraad 1 juli 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Gewijzigd Initiatiefvoorstel Het Haags koloniaal en slavernijverleden (RIS305697)3.890 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RIS-nummer: Initiatiefvoorstel: Het Haags Koloniaal- en Slavernijverleden Indiener(s): Adeel Mahmood (NIDA), Mikal Tseggai (PvdA), Fatima Faïd (HSP), Serpil Ateş (GroenLinks), Kavish Partiman (CDA), Tahsin Çetinkaya (ID), Lesley Arp (SP) en Robin Smit (PvdD). Aan de voorzitter van de gemeenteraad, Toelichting 1. Inleiding “Een volk zonder kennis van hun verleden, oorsprong en cultuur is als een boom zonder wortels.” – Marcus Garvey Het Westerse Slavernijverleden is een tijdperk van vier eeuwen waarbij miljoenen mensen tot slaaf zijn gemaakt en gedeporteerd zijn van Afrika naar Indisch-Oceanische gebieden, de Caraïben en Noord- en Zuid-Amerika. Ook zijn gebieden eeuwenlang in Zuid- en Noord-Amerika, de Caraïben, Afrika, Azië en Oceanië gekoloniseerd en uitgebuit. Vele Europese landen, zo ook Nederland, maakten zich hieraan schuldig. De bijdrage aan en de rol die Nederland heeft gehad in het Trans-Atlantisch en ook het Indisch-Oceanisch koloniaal- en slavernijverleden was zeer significant en groot. Dat is o.a. gebleken uit het vijfjarige NWO-onderzoeksproject Slaves, commodities and logistics. De onderzoekers berekenden dat in het peiljaar 1770 5,2 procent van het Nederlandse bruto binnenlands product gebaseerd was op de Trans-Atlantische slavenhandel. Daarmee was deze als economische motor vergelijkbaar met de Rotterdamse haven voor het Nederland van nu.

Die levert nu 6,2 procent van het huidige bruto binnenlands product. Enerzijds was daar de Nederlandse rol in en bijdrage aan de Midden-passage (dit was de benaming van de route): de grootscheepse handel in tot slaaf gemaakten en de kolonisatie en uitbuiting van landen in de Trans-Atlantische driehoek. De Trans-Atlantische driehoek betrof Europa en specifiek Nederland, Afrika (West-, Centraal- en Zuidelijk Afrika en de Kaapkolonie en Madagascar) en Noord- en ZuidAmerika en de Caraïben (Noordoost-Brazilië, Nieuw Nederland (New York en omstreken), Suriname, de Nederlandse Caraïben, Berbice, Essequibo, Demerara (samen nu Guyana) en alle gebieden waar slavenhandel mee gedreven werd in Noord-, Midden- en Zuid-Amerika). Anderzijds was er de Nederlandse rol in en bijdrage aan de Indisch-Oceanische kolonisatie en slavernij. Denk hierbij aan de Indische archipel bestaande uit de Grote Soenda-eilanden, de Kleine Soenda-eilanden, de Molukken, de eilanden van de Filipijnen en Nieuw-Guinea. De tot slaaf gemaakten werden gezien als lucratieve handelswaar en de Nederlanders als handige handelaren. Mensen werden verscheept om in erbarmelijke omstandigheden te werken in de gekoloniseerde gebieden. Een voorzichtige schatting leert dat Nederland ongeveer 550.ooo tot slaaf gemaakten verscheept heeft en dat de Nederlandse bijdrage aan de wereldwijde slavernij 5% was.

Onder aanvoering van de grotere “handelsondernemingen” Verenigde Oost-Indische Compagnie en de West-Indische Compagnie en de kleinere handelsonderneming Middelburgsche Commercie Companie hadden de Staten-Generaal een dubbele doelstelling: ze wilden overzeese producten voor de handel in Europa verwerven en tegelijk de Iberische ‘erfvijand’ (Spanje en Portugal) dwarszitten. Het resultaat is ruim 3drie eeuwen van een één van de grootste misdaden tegen de menselijkheid. De doorwerking van het koloniaal- en slavernijverleden is tot op de dag van vandaag (inter-)nationaal en lokaal te voelen. Die internationale doorwerking kwam tot uiting op 23 december 2013, toen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties met steun van Nederland resolutie 68/237 aangenomen werd wat leidde tot de uitroeping van een decennium voor mensen van Afrikaanse afkomst dat loopt van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2024. Het decennium kent drie pijlers: erkenning, rechtvaardigheid en ontwikkeling.

Vlak daarna sprak ook het Internationaal Wetenschappelijk Comité van het UNESCO Slave Route Project, samengesteld uit experts uit verschillende landen en regio's van de wereld, hun steun uit voor het decennium en riep het de regeringen en maatschappelijke organisaties op om het koloniaal- en slavernijverleden een kerncomponent te maken van het Internationale Decennium voor mensen van Afrikaanse afkomst. Ook in Nederland is de doorwerking van het verleden zeker voelbaar, hoorbaar en zichtbaar. Niet alleen in de publieke ruimte of in het publieke debat of in de politieke arena. Ook is er steeds meer maatschappelijk besef over de invloed van ons koloniaal- en slavernijverleden op onze huidige tradities en tijdsgeest. Afgelopen juni maakte het kabinet bekend dat het jaarlijks geld vrij gaat maken voor het slavernijverleden en dat er geld gereserveerd zal worden voor de totstandkoming van een TransAtlantisch Slavernijmuseum. Pagina 1 van 7

Inmiddels is de gemeente Amsterdam gezien haar historische relatie met het Trans-Atlantisch slavernijverleden druk bezig met de verkenning voor een nationaal museum over het Trans-Atlantisch slavernijverleden en draagt zij bij aan het vieringgedeelte van de jaarlijkse nationale herdenking van Keti Koti (herdenking afschaffing slavernij). Ook Den Haag heeft als stad en politiek hart van Nederland een significant groot aandeel gehad in het koloniaal- en slavernijverleden. Niet alleen in het opstellen van wetten die slavernij de facto legaliseerden. Ook in het Haagse straatbeeld is er nog veel zichtbaar. Denk alleen al aan de historische gebouwen (denk bijv. aan het Mauritshuis, het huis van Groen van Prinsterer aan de Korte Vijverberg en de herenhuizen op de Lange Voorhout) en de nakomelingen van de AfroSurinaamse, Hindoestaans-Surinaamse, Javaans-Surinaamse, Chinees-Surinaamse, Caraïbische, Afrikaanse, Indonesische, Molukse, Papua- en andere gemeenschappen uit (voormalige) koloniën die in Den Haag woonachtig zijn. Onderzoekster Valika Smeulders geeft in een stuk van het Algemeen Dagblad op 26 juni 2018 aan dat op het Lange Voorhout bij elk gebouw wel iets te vertellen is over de het slavernijverleden van Den Haag1.

Op de website van Mapping Slavery2 en in de brochure van Haags Historisch Museum, Den Haag en Slavernij, zijn meer voorbeelden van de Haagse relatie met het koloniaal- en slavernijverleden te vinden. Enkele voorbeelden hiervan zijn: • het Mauritshuis dat gebouwd is tussen 1633-1644 door gouverneur van Nederlands-Brazilië en slavenhandelaar Johan Maurits van Nassau Siegen. Het was al bekend dat Maurits handelde in slaven voor de West Indische Compagnie (WIC), maar later bleek dat hij ook handelde voor persoonlijk gewin. • Cornelis van Sypesteyn3, die gemeenteraadslid was in Den Haag, later Tweede Kamerlid en gouverneur van Suriname. In de tijden van zijn gouverneurschap had Sypesteyn aandelen in plantages en was hij eigenaar van 150 tot slaaf gemaakten. • de plantage ‘Tout Lui Faut’ in Suriname. Deze plantage werd gesticht rond het jaar 1700 en vele prominente Haagse families hadden er aandelen in. Het betrof onder andere de familie Van Limburg Stirum, de familie Alting Siberg, de familie Van der Heim en de familie Van den Velden die woonden aan de Lange Voorhout, de Alexanderstraat, de Nieuwe Uitleg en de Prinsessegracht. Inmiddels is er in Den Haag enige beweging op gebied van het koloniaal- en slavernijverleden.

Recent kwam het onafhankelijk ‘Advies herdenking slavernij’ uit waarbij er ingegaan wordt op de volgende onderwerpen: • een eenduidig monument op een prominente locatie in Den Haag waarbij stilgestaan kan worden bij de Trans-Atlantische slavernij; • een permanent herdenkingscomité; • jaarlijkse herdenking(en) en viering(en); • een educatief en cultureel programma. Ook wordt er in het nieuwe coalitieakkoord gezegd dat: • er een monument ter nagedachtenis aan het slavernijverleden gerealiseerd gaat worden; • jaarlijks het slavernijverleden herdacht gaat worden en de afschaffing van de slavernij gevierd gaat worden; • Er samen met partners in de stad een educatief programma ontwikkeld gaat worden om kennis over het slavernijverleden onder alle Hagenaars te vergroten. Hoewel het advies en het coalitieakkoord een goede eerste stap is, ontbreken er een aantal belangrijke elementen en kan het op meerdere punten verder aangescherpt en aangevuld worden. Dit initiatiefvoorstel richt zich op het verder aanscherpen en aanvullen van dat advies. 2. Probleemstelling Bij koninklijk besluit heeft Den Haag in 2012 het recht gekregen de wapenspreuk Vrede en Recht te dragen. Twee kernwaarden die Den Haag internationaal faam hebben gebracht en die we met ‘trots’ uitdragen.

Dit krijgt onder meer gestalte in de aanwezigheid van het Internationaal Hof van Justitie en een internationale zone in Den Haag waar zo’n 200 intergouvernementele en non- gouvernementele organisaties gevestigd zijn.

1

https://www.ad.nl/den-haag/rol-den-haag-bij-slavernij~aa08c49b/ https://mappingslavery.nl/kaarten/nederland-per-stad/den-haag/ 3 https://www.parlement.com/id/vg09ll9ya1ud/c_a_van_sypesteyn 2

Pagina 2 van 7

Toch is Den Haag zoals velen weten de meest gesegregeerde stad van Nederland. Niet alleen langs de bekende geografische lijnen tussen de Hagenaars, wonend op het zand, en de Hagenezen, wonend op het veen. Ook is verschil in kansengelijkheid, inkomen, het aantal werklozen, de etnische samenstelling van Haagse wijken sterker dan wijken in andere steden. Deze tegenstellingen zorgen soms voor wrijvingen. Vooral op onderwerpen die gerelateerd zijn aan de multiculturele en multireligieuze samenleving. Deze zijn uiterst relevant in een superdiverse stad als Den Haag, waar meer dan de helft van de inwoners wortels buiten Nederland hebben. Omdat het koloniaal- en slavernijverleden nog steeds doorwerkt, zowel in de verschillende gemeenschappen als in het Nederlands ‘cultureel archief’, is het van belang er aandacht aan te besteden. Denk hierbij niet alleen aan de nakomelingen van de tot slaaf gemaakten en (voormalig) gekoloniseerden. Het gaat hierbij ook om bijvoorbeeld de contractarbeiders, die de tot slaaf gemaakten opvolgden (Hindoestaans-Surinaamse, Javaans-Surinaamse, Chinees-Surinaamse gemeenschappen), nakomelingen van de tot slaaf gemaakten, mensen die slaven hielden en mensen die de slavernij ontvluchtten. Hierbij is het gesprek voeren op basis van historische feiten wenselijker dan enkel wat algemene discussies over ‘schuld’ en ‘slachtofferschap’.

De verschillende gemeenschappen die slachtoffer waren van het koloniaal- en slavernijverleden zijn er niet op uit wie dan ook te beschuldigen, maar willen vaak gewoon erkenning voor de eigen geschiedenis en de rol van Nederland daarin. Zij maken vooral bezwaar tegen een rooskleurig en beperkt beeld van de Nederlandse geschiedenis en missen daarbij een belangrijk stuk van de gedeelde geschiedenis waarin ook hun verhaal verteld wordt. Onze overtuiging is dat wederzijdse kennis en inzichten over onze gedeelde geschiedenis en met name het koloniaal- en slavernijverleden op lange termijn bijdraagt aan zowel het tegengaan van wederzijdse vervreemding als aan onze gezamenlijke Haagse identiteit en toekomst. 3.

Beoogd (maatschappelijk) resultaat Onze beoogde maatschappelijke effecten zijn: • erkenning en waardering van verschillende etnisch-culturele Haagse gemeenschappen en hun geschiedenis, die daarmee ook deel uitmaakt van de Haagse geschiedenis; • onderbelichte en niet vertelde verhalen en perspectieven over het Trans-Atlantisch en Indisch-Oceanisch koloniaal- en slavernijverleden zicht- en hoorbaar maken; • meer kennis en expertise opbouwen over het Trans-Atlantisch en Indisch-Oceanisch koloniaal- en slavernijverleden; • het proces van verwerken van onze gedeelde geschiedenis en ontwerpen van onze gezamenlijke toekomst stimuleren waarbij de meerstemmige en veelkleurige geschiedenis van Den Haag een geheel wordt van en voor al onze inwoners; • het tegengaan van wederzijdse vervreemding en bijdragen aan onze gezamenlijke Haagse identiteit en toekomst waarbij verbindingen en relaties gelegd worden tussen verschillende etnisch-culturele gemeenschappen door het gesprek en contact tussen burgers te ondersteunen en faciliteren; • onderwijsinstellingen, maatschappelijke organisaties en de instellingen in de kunst- en cultuursector faciliteren die structureel aandacht willen besteden aan het Trans-Atlantisch en Indisch-Oceanisch koloniaal- en slavernijverleden; • het meer divers en inclusief maken van musea, erfgoedinstellingen en andere gevestigde Haagse instellingen die een rol spelen

op het gebied van het Trans-Atlantisch en IndischOceanisch koloniaal- en slavernijverleden. 4. Wijze van aanpak/oplossingsrichting Als de stad van Vrede en Recht is het noodzakelijk om een inclusieve samenleving te bouwen. Dit is enkel te bereiken door de obstakels tussen verschillende groepen weg te nemen. Het aanbieden van excuses voor de slavernij, het realiseren van een monument en het laten verrichten van onderzoeken met betrekking tot het Trans-Atlantisch en Indisch-Oceanisch koloniaal- en slavernijverleden van Den Haag is een goede stap om te bouwen aan een inclusieve samenleving en een gezamenlijke toekomst. ‘Door gezamenlijk het verleden te kennen en te erkennen, kan er worden gewerkt aan een gezamenlijke verwerking daarvan’ schrijft de onafhankelijke adviescommissie die begin 2019 in het leven is geroepen door het stadsbestuur. De commissie schrijft, in tegenstelling tot de stelling van toenmalig wethouder van integratie Rachid Guernaoui dat er geen belangstelling zou zijn in Den Haag voor een slavernijmonument, dat er juist een breed draagvlak is voor een monument, herdenking en viering (Keti Pagina 3 van 7

Koti) 4. Het is de hoogste tijd om enerzijds in het reine te komen met onze gedeelde geschiedenis en anderzijds te bouwen aan onze gezamenlijke toekomst waarbij we tot verzoening komen met de nazaten van tot slaaf gemaakten. Zoals eerder gezegd is het onafhankelijk advies van de commissie een goede eerste stap. Echter hebben wij een aantal voorstellen om dit advies, waar een aantal belangrijke elementen ontbreken op meerdere punten verder aan te scherpen en aan te vullen. Onze aanscherpingen/aanvullingen/voorstellen zijn: 1. een (wetenschappelijk) onderzoek laten verrichten over het koloniaal- en slavernijverleden van Den Haag en de (migratie)geschiedenis van de Afro-Surinaamse, Hindoestaans-Surinaamse, Javaans-Surinaamse, Chinees-Surinaamse, Caraïbische, Afrikaanse, Indonesische, Molukse, Papua- en andere gemeenschappen uit (voormalige) koloniën die in Den Haag woonachtig zijn; 2. op basis van het te verrichten (wetenschappelijk) onderzoek samen met het Haags onderwijsveld, de Haagse kunst en cultuursector (denk aan musea en erfgoedinstellingen) en de Afro-Surinaamse, Hindoestaans-Surinaamse, Javaans-Surinaamse, Chinees-Surinaamse, Caraïbische, Afrikaanse, Indonesische, Molukse, Papua- en andere gemeenschappen uit (voormalige) koloniën die in Den Haag woonachtig zijn, een publiekscampagne met bijbehorend lespakket te ontwikkelen over het slavernijverleden van Den Haag; 3.

een verkenning doen in samenwerking met het Rijk en relevante stakeholders, naar een mogelijke nationale museale voorziening in Den Haag over het Indisch-Oceanische koloniale en slavernijverleden en erfgoed; 4. op basis van het te verrichten (wetenschappelijk) onderzoek het bieden van een formeel excuses als de internationale stad van Vrede en Recht voor haar rol in en bijdrage aan het koloniaal- en slavernijverleden. Hoewel de Nederlandse regering tot op heden geen formele excuses heeft aangeboden voor haar rol in de bijdrage aan het koloniaal- en slavernijverleden, is er wel tijdens de antiracisme top van de VN in 2001 en tijdens de Keti-Koti herdenking op 1 juli 2018 diepe spijt betuigd door de regering. Dit was een mooi en belangrijk gebaar, maar doet geen recht te doen aan de ontwrichting en pijn dat het koloniaal- en slavernijverleden heeft gebracht5. Den Haag, de stad van Vrede en Recht, kan en moet het juiste voorbeeld tonen voor de rest van Nederland. Als voorbeeld kan het college Londen en Amsterdam nemen. Op 23 augustus 2007, 200 jaar na het verbod op de handel in tot slaaf gemaakten, heeft de burgemeester van Londen, Ken Livingstone, publiekelijk formele excuses aangeboden tijdens de viering. Een passage uit de speech van Livingstone luidt als volgt: "As mayor I offer an apology on behalf of and its institutions for their role in the transatlantic slave trade.

Some say that recognising such a crime is a form of - and I quote - 'national self-hate'. But the late Senator Bobby Kennedy often quoted the French writer Albert Camus who wrote: 'I should like to be able to love my country and still love justice". 5. het realiseren van minimaal twee slavernijmonumenten op prominenten plekken in Den Haag: een die eer doet aan het Trans-Atlantische koloniaal en slavernijverleden en een die eer doet aan het Indisch-Oceanische koloniaal en slavernijverleden; in overleg met Stroom te kijken hoe te komen tot de realisatie van slavernijmonumenten op prominenten plekken in Den Haag: één die eer doet aan het Trans-Atlantisch koloniaal- en slavernijverleden en één die eer doet aan het Indisch-Oceanisch koloniaal- en slavernijverleden; 6. structurele aandacht en facilitering van afzonderlijke herdenkingen en/of vieringen op de volgende historische data waarbij het initiatief bij de gemeenschappen ligt: a. 18 april (Chinese migratie) b. 25 april (onafhankelijkheid Republiek der Zuid-Molukken); c. 5 juni (Hindoestaanse migratie); d. 1 juli (Keti Koti, waarbij op 30 juni herdacht wordt en op 1 juli de viering is); e. 9 augustus (Javaanse migratie) f. 17 augustus (zowel Tula als de onafhankelijkheid van Indonesië); g. 1 december (erkenning vlag, volkslied en wapen van Papua door Nederland). 7.

het instellen en uitwerken van een permanent herdenkingscomité waarbij de Afro-Surinaamse, Hindoestaans-Surinaamse, Javaans-Surinaamse, Chinees-Surinaamse, Caraïbische, Afrikaanse, Indonesische, Molukse, Papua- en andere gemeenschappen uit (voormalige) koloniën die in Den Haag woonachtig zijn, betrokken zijn;

4 5

https://www.omroepwest.nl/nieuws/3967547/Advies-Den-Haag-moet-slavernijmonument-krijgen https://www.trouw.nl/nieuws/krokodillentranen-over-het-koloniale-verleden~bcac4cc6/ Pagina 4 van 7

8. de gemeente (Onderwijs en Kunst en Cultuur) werkt sámen met het Haagse onderwijsveld, de Haagse kunst en cultuursector (denk aan musea en erfgoedinstellingen) en de Afro-Surinaamse, Hindoestaans-Surinaamse, Javaans-Surinaamse, Chinees-Surinaamse, Caraïbische, Afrikaanse, Indonesische, Molukse, Papua- en andere gemeenschappen uit (voormalige) koloniën die in Den Haag woonachtig zijn, om het thema koloniaal- en slavernijverleden met beide onderwerpen (Trans-Atlantisch en Indisch-Oceanisch) en de historische data concreet en structureel plek krijgt in het Haagse onderwijs en in de programma-aanbod van de kunst- en cultuurinstellingen. Hierbij op Haagse scholen een minimumnorm in te stellen voor het behandelen van het slavernijverleden, zoals we dat ook kennen met de thema’s Tweede Wereldoorlog of Nederlands-Indië; 5. Financiële paragraaf De kosten van dit initiatiefvoorstel kunnen gedekt worden met de huidige begroting onder programma’s 2.5 Cultuur en bibliotheek voor het realiseren en organiseren van monumenten, 2,9 Buitenruimte voor het onderhoud van de monumenten en 2.11.1 Evenementen voor het organiseren van kleinschalige en/of grootschalige evenementen voor de herdenkingen. De kosten zijn indicatief €585.000,- €485.000,waarvan €150.000 jaarlijks terug keert in de begroting als er geen gebruik van wordt gemaakt.

De bedragen die hieronder benoemd worden zijn een indicatie op basis van vergelijkingen van dergelijke monumenten, onderzoeksbudgetten, facilitering van herdenkingen, opstartkosten van het herdenkingscomité en het ontwikkelen van lespakketten in de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. Denk hierbij aan budgetten van het wetenschappelijk onderzoek naar een formeel excuses. en de verkenning naar een museale voorziening over het Trans-Atlantisch Slavernijverleden. De vergelijkingen zullen na de opsomming van de kosten beschreven worden. Na de realisatie van dit voorstel zullen de kosten dalen tot de facilitering van herdenkingen en het onderhoud van de monumenten. Alle andere kosten zijn dan ook eenmalige kosten voor de realisatie van dit voorstel. De kosten uit het dictum zijn als volgt: 1. Wetenschappelijk onderzoek. €75.000 2. Ontwikkeling publiekscampagne & lespakket. €50.000,3. Verkenning naar een museale voorziening. €100.000 4. Twee slavernijmonumenten. €200.000 5. Formele excuses. Kostenneutraal 6. Faciliteren van herdenkingen. €150.000 7. Herdenkingscomité (opstartkosten). €10.000,8. Concreet en structureel plek geven in het Haagse onderwijs en Kunst- en Cultuurinstellingen. Kostenneutraal 6.

Planning en communicatie • Het instellen en uitwerken van een permanent herdenkingscomité waarbij de Afro-Surinaamse, Hindoestaans-Surinaamse, Javaans-Surinaamse, Chinees-Surinaamse, Caraïbische, Afrikaanse, Indonesische, Molukse, Papua- en andere gemeenschappen uit (voormalige) koloniën die in Den Haag woonachtig zijn, betrokken zijn; • Een afgerond (wetenschappelijk) onderzoek over het Trans-Atlantisch en Indisch-Oceanisch koloniaal- en slavernijverleden van Den Haag; • Het bieden van formele excuses tijdens bijvoorbeeld Keti Koti voor het Trans-Atlantisch en Indisch-Oceanisch koloniaal- en slavernijverleden. De presentatie ervan dient voor de zekerheid, op een met de gemeenschappen af te stemmen datum te gebeuren; • Het realiseren van een Trans-Atlantisch slavernijmonument en onthulling van het monument. De presentatie ervan kan bijvoorbeeld op gebeuren tijdens de herdenking van Keti Koti. De presentatie ervan dient voor de zekerheid, op een met de gemeenschappen af te stemmen datum te gebeuren; • Het bieden van formele excuses voor het Indisch-Oceanisch koloniaal- en slavernijverleden. De presentatie ervan dient voor de zekerheid, op een met de gemeenschappen af te stemmen datum te gebeuren; • Het realiseren van een Indisch-Oceanisch slavernijmonument en onthulling van het monument.

De presentatie ervan dient voor de zekerheid, op een met de gemeenschappen af te stemmen datum te gebeuren; • Eerste onderwijs- en programma-aanbod van het thema koloniaal en slavernijverleden met beide onderwerpen (Trans-Atlantisch en Indisch-Oceanisch) en de historische data voor het Haagse onderwijs en de Haagse kunst- en cultuurinstellingen;

Pagina 5 van 7

•

een afgeronde verkenning in samenwerking met het Rijk en relevante stakeholders, naar een mogelijke nationale museale voorziening over het Indisch-Oceanische koloniaal en slavernijverleden en erfgoed voor 1 januari 2022.

7. Ontwerp-raadsbesluit De gemeenteraad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 1 juli 2021, gelezen het initiatiefvoorstel ‘Omarming Het Haags Koloniaal- en Slavernijverleden’ van raadsleden Adeel Mahmood (NIDA), Mikal Tseggai (PvdA), Fatima Faïd (HSP), Serpil Ateş (GroenLinks), Kavish Partiman (CDA), Tahsin Çetinkaya (ID), Lesley Arp (SP) en Robin Smit (PvdD). Besluit: • het college van burgemeester en wethouders gaat akkoord met het initiatiefvoorstel en de volgende voorstellen die onderdeel van het initiatiefvoorstel zijn: 1. een (wetenschappelijk) onderzoek laten verrichten over het koloniale koloniaal- en slavernijverleden van Den Haag en de (migratie)geschiedenis van de Afro-Surinaamse, Hindoestaans-Surinaamse, Javaans-Surinaamse, Chinees-Surinaamse, Caraïbische, Afrikaanse, Indonesische, Molukse, Papua- en andere gemeenschappen uit (voormalige) koloniën die in Den Haag woonachtig zijn; 2.

op basis van het te verrichten (wetenschappelijk) onderzoek samen met het Haags onderwijsveld, de Haagse kunst en cultuursector (denk aan musea en erfgoedinstellingen) en de Afro-Surinaamse, Hindoestaans-Surinaamse, JavaansSurinaamse, Chinees-Surinaamse, Caraïbische, Afrikaanse, Indonesische, Molukse, Papua- en andere gemeenschappen uit (voormalige) koloniën die in Den Haag woonachtig zijn, een publiekscampagne met bijbehorend lespakket ontwikkelen over het slavernijverleden van Den Haag; 3. een verkenning doen in samenwerking met het Rijk en relevante stakeholders, naar een mogelijke nationale museale voorziening in Den Haag over het Indisch-Oceanische koloniale en slavernijverleden en erfgoed; 4. op basis van het te verrichten (wetenschappelijk) onderzoek het bieden van een formeel excuses als de internationale stad van Vrede en Recht voor haar rol in en bijdrage aan het koloniaal- en slavernijverleden; 5.

het realiseren van minimaal twee slavernijmonumenten op prominenten plekken in Den Haag: een die eer doet aan het Trans-Atlantische koloniaal en slavernijverleden en een die eer aan doet aan het Indisch-Oceanische koloniaal en slavernijverleden; in overleg met Stroom te kijken hoe te komen tot de realisatie van slavernijmonumenten op prominenten plekken in Den Haag: één die eer doet aan het Trans-Atlantisch koloniaal- en slavernijverleden en één die eer doet aan het Indisch-Oceanisch koloniaalen slavernijverleden; 6. structurele aandacht voor en facilitering van afzonderlijke herdenkingen en/of vieringen op de volgende historische data waarbij het initiatief bij de gemeenschappen ligt: ▪ 18 april (Chinese migratie) ▪ 25 april (onafhankelijkheid Republiek der Zuid-Molukken); ▪ 5 juni (Hindoestaanse migratie); ▪ 1 juli (Keti Koti, waarbij op 30 juni herdacht wordt en op 1 juli de viering is); ▪ 9 augustus (Javaanse migratie) ▪ 17 augustus (zowel Tula als de onafhankelijkheid van Indonesië); ▪ 1 december (erkenning vlag, volkslied en wapen van Papua door Nederland). 7.

het instellen en uitwerken van een permanent herdenkingscomité waarbij de AfroSurinaamse, Hindoestaans-Surinaamse, Javaans-Surinaamse, Chinees-Surinaamse, Caraïbische, Afrikaanse, Indonesische, Molukse, Papua- en andere gemeenschappen uit (voormalige) koloniën die in Den Haag woonachtig zijn, betrokken zijn; 8. de gemeente (Onderwijs en Kunst en Cultuur) sámen laten werken met het Haagse onderwijsveld, de Haagse kunst en cultuursector (denk aan musea en erfgoedinstellingen) en de Afro-Surinaamse, Hindoestaans-Surinaamse, JavaansSurinaamse, Chinees-Surinaamse, Caraïbische, Afrikaanse, Indonesische, Molukse, Papua- en andere gemeenschappen uit (voormalige) koloniën die in Den Haag woonachtig zijn, om het thema koloniaal- en slavernijverleden met beide onderwerpen (Trans-Atlantisch en Indisch-Oceanisch) en de historische data concreet en structureel plek te geven in het Haagse onderwijs en in de programma-aanbod van de kunst- en cultuurinstellingen. Hierbij op Haagse scholen een minimumnorm in te stellen voor het Pagina 6 van 7

behandelen van het slavernijverleden, zoals we dat ook kennen met de thema’s Tweede Wereldoorlog of Nederlands-Indië; Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van … … … … … … … …. De griffier,

De voorzitter,

Pagina 7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/8960453/4