CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS305388 Bijlage

Commissie Samenleving 28 januari 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brede agendering Welzijn14.617 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

•

•

•

Formele regeling van de onafhankelijkheid van de community builder: denk aan de maatregelen die er zijn om de onafhankelijkheid van geestelijk verzorgers in gevangenissen of bedrijfsartsen te garanderen namelijk door hun professie gebonden ambtsgeheim. Spanningen horen erbij: de vrije ruimte is cruciaal voor een community builder, maar die wordt lokaal bepaalt en er moet ook spanning zijn, want dat is onlosmakelijk verbonden met het werk van professionals in de samenlevingsopbouw. Profiel: hoe onderscheidt de community builder zich ten opzichte van collega’s in de wijk? De community builder heeft kennis van de beleidsagenda, maar werkt vanuit ideeën, situaties en wensen van bewoners. De community builder werkt in en voor een stadsdeel, maar niet logischer wijs 'in dienst van' de stadsdeelorganisatie. Van belang is dat de community builder toegang heeft tot de Gemeentelijke structuur ('korte lijntjes') en tegelijk de taak heeft in de wijk te werken aan publieke interactie en het versterken van netwerken. De spanningen die dat oplevert horen bij het werk. 22

Uit de literatuur kunnen we daar nog aan toevoegen (Peeters et al., 2010): • •

Klein en flexibel: organiseer het werk van de community builders klein en flexibel, zodat het geen nieuwe bureaucratische laag kan worden. Tolerantie in de organisatie: de vrije rol van de community builders kan bij college ambtenaren het beeld oproepen van gebrek aan loyaliteit en het ontbreken van commitment aan de beleidsdoelen. Dit vraagt ook van de kant van de gemeentelijke organisatie om het respecteren van de bepalende kenmerken van de functie van community builder.

Daarnaast is de constatering van belang dat de ‘ophanging’ een secundaire vraag is, zolang de discretionaire bevoegdheid van de community builders maar verzekerd is. De ophanging echter wel van belang voor zover het goed werkgeverschap betreft. De ruimte die de community builder krijgt moet wel gefaciliteerd worden, anders wordt het vak niet volwassen. Voorbeeld: een community builder moet veel met de auto van de ene wijk naar de andere rijden, maar heeft geen parkeervergunning.

Conclusie De start van de community builders in de wijk en op het stadsdeelkantoor ging niet altijd van een leien dakje. Voor collega's en andere wijkprofessionals was het niet duidelijk wat deze nieuwe functie ging brengen en betekenen. Zeker met het opbouwwerk was en is de verhouding soms moeizaam. Ook de aansturing door de stadsdeeldirecteur kon spanning opleveren: enerzijds werken de community builders vanuit de kwesties in de buurt of wijk, maar anderzijds kunnen ook vanuit het stadsdeelkantoor prioriteiten gesteld worden. Daar kwam nog bij dat de community builders in eerste instantie een jaarcontract kregen. Het werk van de community builders kunnen we het beste waarderen in vergelijking met de inzet van andere professionals die met vergelijkbare doelstellingen in de Haagse wijken actief zijn. Deze professionals zijn zowel actief vanuit de gemeente als andere maatschappelijke organisaties of als sociaal ondernemer. Zo brengen we de 'horizontale' positie van de community builder in kaart. Als we takenpakket en werkwijze naast elkaar zetten zien we dat er overeenkomsten zijn met het opbouwwerk qua werkwijze (outreachend werken). Ook het werkterrein overlapt deels (werken aan sociale verbanden en gedeeltelijk ook organisatie banden). Het werkterrein van de community builder en de collega's op het stadsdeelkantoor overlapt maar de werkwijze verschilt.

Daar waar de community vooral outreachend werkt, gaan de bevraagde medewerkers op het stadsdeelkantoor veelal wijkgericht te werk. Met de 'verticale' positie van de community builders bedoelen we de positie en aansturing binnen de gemeente. Naast de huidige wijze van aansturing zijn er een aantal alternatieven. De belangrijkste randvoorwaarden voor een goede organisatie van de aansturing zijn: toegang hebben tot de gemeentelijke structuur ('korte lijntjes'); werken in en voor het stadsdeel, maar niet in hiërarchie vallend onder stadsdeelorganisatie; bij de functie behorende faciliteiten; klein en flexibel; tolerantie in de organisatie. Een discussie over 'harkjes' is maar van relatief belang. Centraal staat de notie dat de community builder discretionaire ruimte moet hebben om het werk goed te kunnen doen. Een zekere gespannen verhouding met het gemeentelijk apparaat is inherent aan de functie. Daarnaast is het van belang dat de community builders – meer dan nu het geval is met het tweewekelijks afstemmingsoverlegook vanuit een collectief teamverband hun werk kunnen organiseren. 23

4. Conclusie en aanbevelingen

In 1964 ging het opbouwwerk in Den Haag van start doordat de gemeente een ‘curatorium bijzonder opbouwwerk’ instelde, een speciale commissie van opbouwwerkers die onder rechtstreekse verantwoordelijkheid van het Haagse College viel. De taakomschrijving van de opbouwwerkers bleef vaag, maar na een aantal jaar hebben ze hier nader invulling aan gegeven. “Zij probeerden niet zozeer draagvlak te creëren voor het gemeentelijk beleid – het oorspronkelijke doel – maar zagen hun taak vooral als het ‘werken met de bevolking aan bewustwording en vormgeving’ ” (Klein Kranenburg, 2013). In het najaar van 2017 introduceerde het gemeentebestuur van Den Haag de functie van ‘community builder’. Zij kregen de opdracht mee om “meer burgers deel te laten hebben aan de (inclusieve) samenleving en hen te helpen aan de sociale cohesie te werken”. Deze nieuwe functionarissen (maximaal acht, gekoppeld aan een stadsdeel of wijk) zijn in dienst van de gemeente Den Haag en niet bij de Haagse welzijnsorganisaties geplaatst. In de loop van 2018 gingen deze nieuw professionals van start. Gingen zij, zoals in de jaren ’60 van de vorige eeuw, aan de slag als opbouwwerkers in gemeentelijke dienst, of gaat het om een nieuwe functie, die nog ‘uitgevonden’ moet worden? Op basis van ons onderzoek typeren we de community builders in deze startfase gezien als pioniers in een complex werkveld.

Zij zijn pioniers omdat zij geen directe voorgangers hebben. Aan de complexiteit van de startfase droegen een aantal factoren bij: •

•

•

Met de beleidsstukken en de vacature tekst in de hand valt te concluderen dat de gehanteerde begrippen als Participatie en Sociale cohesie niet of nauwelijks zijn verduidelijkt. Wie moet (meer) participeren, waaraan moet men participeren, maken groepen die niet of weinig participeren – als dit het geval is - geen deel uit van de samenleving, wat voor sociale cohesie wordt beoogd en wat kan en professional als een community builder hierin bijdragen? Door de veranderende sociale verhoudingen is er daarenboven steeds minder sprake van een directe koppeling tussen een Community en de Wijk. Community is een fluïde begrip gericht op identiteit, ergens bij horen en je thuis voelen. Een wijk bestaat vanzelfsprekend uit meerdere communities die zich bovendien niet veel aantrekken van de geografische afbakening. Rond de inbedding van de community builders in hun professionele omgeving (gemeente, partners) zien we potentieel paradoxale situaties : (1) gezien worden als een opbouwwerker, maar geen opbouwwerker zijn (2) gezien worden als een onafhankelijke professional, maar wel gemeente ambtenaar.

In dit slothoofdstuk beantwoorden we eerst de hoofdvraag van het onderzoek. Bij de ontwikkeling van de functie op de korte termijn signaleren we een aantal kwetsbaarheden. Om hier effectief op in te kunnen spelen formuleren we te slot een aantal aanbevelingen.

Hoe geven de community builders vorm aan versterking van het proces van “samenleven” in stadswijken? De community builder is een wijkprofessional in dienst van de gemeente. Ze richten zich als professional op versterking van het proces van samenleven in de wijk. Met hun outreachende manier 24

van werken zijn ze bij uitstek in staat om uit te vinden wat er speelt en wat wijkbewoners echt willen of nodig hebben. Voor de uitvoering van hun werk maken ze gebruik van een zeker gezag, de kwaliteit van de relatie met wijkbewoners en andere professionals is hierbij vooral van belang. De community builder is bijna dagelijks aanwezig op verschillende plekken in de wijk en bouwt zo een netwerk op om verbindingen te kunnen leggen. Daarnaast werkt hij of zij vaak aan een kwestie of thematiek die speelt in de wijk en werkt daarbij samen met collega's van het stadsdeelkantoor of andere wijkprofessionals. We komen hierbij tot een driedeling van de werkzaamheden. Wat de community builders doen valt enerzijds te koppelen aan inzet voor het publieke belang door middel van (1) het mogelijk maken van publieke interactie. Anderzijds gericht is hun inzet gericht op groepsbelang door (2) het versterken en verbinden van mensen en netwerken aan elkaar en (3) aan instituties zoals de gemeente. De community builders dragen hierdoor concreet bij aan veiligheid en vertrouwen in Haagse wijken. Daarnaast werken de community builders via netwerken aan vergroting van het sociaal kapitaal, en daarmee aan meer (veer)kracht van bewoners. De community builders gaan niet volgens een bepaalde gedeelde methodiek te werk.

Wel zien we een aantal belangrijke gedeelde uitgangspunten: duurzame inzet voor een bepaalde wijk; werkplek in de wijk; positieve benadering gericht op kansen en talenten van wijkbewoners. Verder kun je hun werkwijze indelen in drie rollen: sturen, verbinden en activeren. De werkzaamheden van de community builders hebben hun wortels in zowel het opbouwwerk, het sociaal makelen als stadsplanning. Ten opzichte van de collega's binnen de gemeente onderscheiden ze zich door een aanpak van outreachend werken, een belangrijke waarde doordat de nabijheid van de leefwereld wordt opgezocht. De community builder werkt buiten (ook letterlijk: werkplek) de eigen organisatie in de wereld van de wijk of buurt en maakt daar op een proactieve manier contact. Dit levert praktische wijsheid op: lokale kennis van en door de wijk, opgebouwd door ervaringen en contacten in de wijk. Hiermee werkt de community builder op een vernieuwende en waardevolle manier aan de verbinding tussen lokale overheid en burger.

Kwetsbaar In de resultaten van het onderzoek nemen wij drie kwetsbaarheden waar, die voor het doorontwikkelen van de functie van community builder risico’s met zich mee brengen. •

Conceptuele kwetsbaarheid

Conceptueel was de functie niet uitgewerkt en dit ging gepaard met onduidelijkheid en soms ook paradoxale uitgangspunten. Er is overlap met het werk van andere wijkprofessionals. Dit vertaalde zich ook in de dagelijkse praktijk en dit leidde tot verwarring bij bewoners en collega wijkprofessionals. •

Institutionele kwetsbaarheid

De onduidelijkheid over de rol van de community builders betreft vooral de inbedding. Hoe is de relatie met partijen in de wijk en het stadsdeel? Wie gaat waarover? Hoe waarborg je de vrije rol van de community builder? Er zijn verschillen tussen de stadsdelen in de aansturingskracht van de community builder met onduidelijkheid over de functie tot gevolg. •

Professionele kwetsbaarheid

25

Wat mag er op professioneel vlak van de community builders verwacht mag worden? Wat moeten ze vooral wel kunnen, wat niet? Kunnen zij elkaar competenties aanvullen? Kunnen zij specifieke expertise bij collega’s ophalen (die dan tijdelijk buiten hun stadsdeel treden)?

Aanbevelingen De aanbevelingen volgen de drie hiervoor genoemde kwetsbaarheden en zijn er op gericht deze te verkleinen. Daarna volgt er nog een meer generieke beleidsaanbeveling. 1. Profiel Werk de komende tijd aan een scherper profiel van de community builder. Dit is zowel van belang binnen de gemeente als naar buiten toe richting bewoners en andere wijkprofessionals. Een sterker profiel kan de professionele effectiviteit vergroten. Op basis van het onderzoek zien we een niche voor de community builder (zie Figuur 4.1) als wijkprofessional. Enerzijds is de functie inhoudelijk gezien een aanvulling op het werk van de wijkmanager. Het onderscheid is dat de community builder vooral outreachend werkt, terwijl de wijkmanager veelal wijkgericht te werk gaat. Anderzijds kan de rol goed aansluiten op het werk van de opbouwwerker. Beiden richten zich op het verbinden van mensen en netwerken aan organisaties (zoals de gemeente). De opbouwwerker werkt groepsgericht met een focus op het versterken van netwerken in buurt en straat (sociale banden) vanuit een verbindende en activerende rol. Het gaat vaak om 'kwetsbare' groepen die door de opbouwwerker ondersteund worden in hun contacten met de gemeente. Sociale rechtvaardigheid is hierbij de belangrijkste drijfveer.

De community builder werkt vanuit een integrale blik op een wijk en heeft meer aandacht voor het publieke belang: het gaat om het welzijn van de hele wijk. Participatie en sociale cohesie zijn daarbij de abstracte doelen die de community builders in hun dagelijks werk concreet invulling geven. Dit valt goed samen met de sturende rol van de community builder: een helicopterview, integraal werken en verbanden zien met de achterliggende thematiek.

Publiek Belang Community Builder

Wijkmanager Wijkgericht WJP Frontlijner

Outreachend

Opbouwwerk

Groeps belang

Figuur 4.1 Ideaaltypische inzet community builder in relatie tot andere wijkprofessionals

26

2. Positie De functie van community builder heeft (discretionaire) ruimte nodig. Van belang is dat de community builder toegang heeft tot de gemeentelijke structuur ('korte lijntjes'). Dit betekent dat community builders deel blijven uitmaken van gemeentelijke inzet en personeel. Het betekent echter ook dat zij hun werk alleen kunnen doen, als zij voldoende manoeuvreerruimte hebben. De belangrijkste randvoorwaarden hiervoor zijn: werken in en voor het stadsdeel, maar niet in hiërarchie vallend onder stadsdeelorganisatie; bij de functie behorende faciliteiten; klein en flexibel; tolerantie in de organisatie. Dit kan het beste geborgd worden als alle community builders gaan vallen onder een 'onafhankelijk manager'. Dan is niet langer sprake van de situatie dat elke stadsdeeldirecteur “een eigen community builder“ heeft, maar dat het stadsdeel een functionaris toebedeeld krijgt, waarna de verbinding tussen community builder en het stadsdeel gestalte kan krijgen. De betreffende manager doet er goed aan, in deze aanbeveling, een klankbordgroep in het leven te roepen met personen met een achtergrond in bewonersinitiatieven, kennisinstellingen en vakspecialisten op het terrein van de samenlevingsopbouw. In dit overleg kunnen dan inhoudelijke en methodische vragen van de community builders aan de orde komen.

3. Professie De professionalisering van de functie dient structureel aandacht te krijgen. Het is van belang voortdurend te investeren in de inhoudelijke en methodische taken van de community builder. Dit kan in een leergang, in werkbezoek aan andere steden, in zelfevaluaties en een nieuwsbrief. Hiervoor ligt samenwerking met kennisinstellingen in Den Haag voor de hand en kan aangesloten worden bij de City deal kennis maken.

Tot slot geven we nog twee aanbevelingen voor nader onderzoek mee: •

Relatie met Haagse welzijnsorganisaties

Bij de welzijnsorganisaties is de opbouwwerker is de natuurlijke counterpart van de community builder. De relatie van de gemeente en de Haagse welzijnsorganisaties is gebaseerd op verlening van subsidie, maar heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een relatie als die tussen een opdrachtgever en een opdrachtnemer. Hiermee worden de welzijnsorganisaties betaalde uitvoerders van gemeentelijke prioriteiten op het vlak van welzijn. De (potentiële) kracht en kennis van welzijnsorganisaties op strategisch en inhoudelijk niveau worden in dit model niet effectief benut. Het onderzoek onder de community builders laat zien er vrije ruimte nodig is om een goede verbinding te creëren tussen leefwereld en systeemwereld. Het is daarom van belang om te onderzoeken hoe het concept van de vrije ruimte een duurzame plek kan krijgen in de relatie tussen gemeente en welzijnsorganisaties. Het verdient aanbeveling om dit te onderzoeken en de Haagse welzijnsorganisaties op dit punt uit te dagen. •

Passende verantwoording voor wijkprofessionals

Ook bij de nieuwe functie van community builder klinkt de vraag naar de effectiviteit en naar meetbare resultaten van hun werk. Deze vraag is, naar de aard van het werk, niet eenduidig te beantwoorden. Een dergelijke vraag naar meetbare resultaten in dit domein kent het risico van simplisme (Bosselaar, 2018). Professionals in het sociaal domein werken door het aanwezig zijn, door 27

te sturen, te activeren en te verbinden. Voor politici en ambtenaren is dit lastig grijpbaar en het roept bij de vragensteller een gevoel van onzekerheid op. Zeker, wijkprofessionals en hun opdrachtgevers hebben wel degelijk behoefte aan een model van verantwoording. De opgave is een model te vinden dat recht doet aan de alledaagse werkpraktijk. Hiervoor is nader onderzoek en experiment nodig, zodat verschillende alternatieven uitgewerkt kunnen worden.

28

Literatuur

Blokland, T. (2009) Het belang van publieke familiariteit in de openbare ruimte. Beleid en Maatschappij (36/3) 183-191 Blokland, T. (2017) Community as Urban Practice. Malden, MA: Polity Boer, N. de (2010) Samen buurten. Participatie in steden en dorpen. in: M. van Houten en A. Winsemius (red.) Participatie Ontward. Vormen van participatie uitgelicht, p 29-40 Bosselaar, H. (2018) Streven naar effectiviteit in sociaal domein past niet bij huidige tijd. Sociale Vraagstukken (14 februari 2018) Boutellier, H. en N. Boonstra (2009) Van presentie tot correctie. Een nieuw perspectief op samenlevings- opbouw. Verwey-Jonker Instituut Duyvendak, J. en J. Uitermark (2005) De opbouwwerker als architect van de publieke sfeer. Beleid en Maatschappij (32/2) 76-89 Engbersen, R. (2002), Sociale cohesie, In L. Verplanke et al. (red.) Open deuren. Sleutelwoorden van lokaal sociaal beleid. NIZW, p 151-161 Gemeente Den Haag (2017a), Geamendeerd Actieplan Burgerparticipatie 2016-2020 RIS297284 Gemeente Den Haag (2017b), Samen bouwen aan een Inclusieve stad RIS298359 Gemeente Den Haag (2018), Voorstel van het college inzake samen bouwen aan een inclusieve stad RIS299073 Jaffe, R. en A. de Koning (2016) Introducing Urban Anthropology. London & New York: Routledge Klein Kranenburg, D. (2013), 'Samen voor ons eigen'.

De geschiedenis van een Nederlandse volksbuurt: de Haagse Schilderswijk 1920-1985 (Hilversum: Verloren) Peeters, R., Steen, M. van der en M. van Twist (2010). De logica van het ongepaste. Over de professionaliteit van wijkmanagers in de onvolkomen organisatie. Nederlandse School voor Openbaar Bestuur: Den Haag. Schnabel, P. (2000) Vergroting van de maatschappelijke cohesie door versterking van de sociale infrastructuur. Probleemverkenning en aanzet tot beleid. In R.P. Hortulanus en J.E.M. Machielse (red.), In de marge. Het sociaal debat. Elsevier, p 21-34 Scholte, M. Sprinkhuizen, A. & Zuithof, M. (2012). De Generalist. De sociale professional aan de basis. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. Small, M. L. (2009) Unanticipated gains: Origins of Network Inequality in Everyday Life. Oxford University Press Verloo, N. (2012) Een inkijkje in de onzichtbare stad: alledaagse spanningen en latent conflict rondom het Zwanenvechtplein. UvA Vliet, P. van, A. Straathof, E. Bos en A. de Zeeuw (2018) Andere vaardigheden vereist. Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken (2018/3) 46-47

29

Wijdeven, T.M.F. van de (2012), Doe-democratie. Over actief burgerschap in stadswijken. Delft: Eburon Witte, T. (2018), Tussenwerken: een sociaal innoverende werkvorm voor professional en beleidsambtenaar. Karré, P.M., H. Dagevos & G. Walraven (red.), Sociale innovatie in de praktijk. Zoeken naar nieuwe antwoorden op maatschappelijke vraagstukken. Assen: Van Gorcum, p. 93-106

30

Bijlage I Vacaturetekst community builders

Community builder Bouw jij als community builder samen met bewoners en partijen in de wijk aan een leefbare stad? Benieuwd geworden? Lees dan snel verder! WO, HBO | Tussen €3298 en €4787 | Schaal 11 | Regulier | Tijdelijk | 36 uur Wat ga je doen? In deze nieuwe functie ga je actief aan de slag in één van de kwetsbare Haagse wijken. Je bouwt samen met de wijk aan de sociale infrastructuur met als doel de cohesie te versterken. Door wijkbewoners te stimuleren om actief te participeren versterk je de veerkracht van de wijk en wordt versplintering voorkomen. Je verbindt behoeften en belangen van bewoners, (maatschappelijke) organisaties en de gemeente en vergroot zo de kansen van individuen en groepen bewoners. Je stelt bewoners centraal en draagt bij aan het verminderen van de steeds scherpere grenzen tussen mensen vanwege achtergronden (sociaal, generationeel, economisch, cultureel en etnisch). Je activeert, verbindt en versterkt (de relaties tussen) bewoners. Bij tekenen van versplintering en polarisatie signaleer of intervenieer je. Om dit te kunnen ben je veel in de wijk, maak en onderhoud je contact met bewoners en wijkpartijen. Je bijzondere aandacht gaat naar bewoners(groepen) die tot nu toe niet in beeld waren. Hierbij schroom je bijvoorbeeld niet om mensen op straat aan te spreken, huis aan huis aan te bellen of zet je andere creatieve vormen in.

Je richt je op het vergroten van de zelfredzaamheid en samenwerkingsbereidheid ten opzichte van bewoners ten opzichte van wijkpartners en de gemeente. Hierdoor maak je het mogelijk dat zij nog beter hun stem te kunnen laten horen en kunnen participeren (o.a. bij beleidsvorming). Je bent op de hoogte van beleidsontwikkelingen die jouw wijk raken en vertaalt deze naar de taal van bewoners en ondersteunt hen in het proces hierover een standpunt formuleren. Jouw positie is hierin neutraal. Plannen en ideeën van bewoners help je verder door bijvoorbeeld in te brengen bij de Stadsdeelorganisatie of beleidsafdelingen. Het Team Je bent werkzaam bij de sector Stadsdelen en Wijken van de dienst Publiekszaken. Het team van ca. 8-10 community builders is in opbouw. Iedere community builder werkt zelfstandig in één van de aandachts- of kantelwijk. Samen bouw je niet alleen aan de wijken maar bouw je ook aan het team. Je levert een actieve, deskundige en creatieve bijdrage aan het neerzetten van het team, de teamresultaten en de professionele ontwikkeling. Wat bieden wij? • Een tijdelijke aanstelling voor de duur van één jaar; • Het betreft een nieuwe functie. De functie is ingeschaald in schaal 11. • Bij schaal 11 hoort een minimum salaris van €3.298,- en een maximaal salaris van €4.787,- bruto per maand (op basis van een volledige werkweek); • Een 36-urige werkweek. Wat vragen wij? 31

Om te bereiken dat overheid en bewoners in hun contact gelijkwaardige gesprekspartners zijn, is het team van community builders gecreëerd. Het is een proeftuin voor een nieuwe manier van werken. Dit vraagt een verbindende, ondernemende en flexibele houding. Van jou wordt verwacht dat jij je buiten de gebaande paden begeeft en in overleg met het speelveld op zoek gaat naar gedragen oplossingen. Je bent gericht op een constructieve samenwerking met alle partijen en kan je verplaatsen in de positie van de bewoners. Je weet (wederzijdse)belangen, behoeftes en doelen te vertalen en kan daardoor de gemeenschappelijke punten in beeld brengen zodat betrokken partijen gezamenlijk afspraken kunnen maken. Je bent tactvol bij gevoelige onderwerpen en/of bij belangentegenstellingen. Je kunt verschillende communicatiestijlen en netwerkstrategieën toepassen en bent doortastend in het voeren van gesprekken op verschillende niveaus. Ook in lastige situaties hou je de regie in handen en zo nodig kom je tot een compromis. Je bent een stevige persoonlijkheid, outreachend, contactueel sterk, enthousiasmerend en makkelijk benaderbaar. Je denkt ‘out of the box’, bent creatief en innovatief in het bedenken van oplossingen om het zelforganiserend vermogen en participatie van bewoners te vergroten en te borgen.

Je werk- en denkniveau ligt op hbo-niveau (blijkend uit tenminste een relevante afgeronde hboopleiding bijvoorbeeld CMV of Social Work) en een aantal jaar werkervaring ervaring met werken in de wijk. Je bent geen 9 tot 5 persoon en bent bereid om (regelmatig) buiten kantooruren te werken. Competenties adviseert, signaleert, onderhandelen, flexibiliteit, creativiteit, omgevingsbewustzijn, samenwerken, zelfstandigheid, resultaatgerichtheid.

32

Bijlage II Kernconcepten community building

•

Cohesie en participatie

De inzet van de community builders is gekoppeld aan de zeer brede doelstellingen van participatie en sociale cohesie in Haagse wijken. Participatie is een breed begrip dat voor politici en beleidsmakers veel gebruikt wordt in de context van het idee van een 'participatiesamenleving'. Het gaat er in essentie om dat bewoners actief zijn in sociale of maatschappelijke netwerken (De Boer, 2010). Het kan gaan om de fysieke omgeving (afval, nieuwe verbindingsweg, geluidsoverlast) of om de sociale kant van het samen leven (burenhulp). Als men zich inzet voor de directe woonomgeving of de buurt (stukje straat, een blokje huizen, een complex, een flat) spreken we van bewoners participatie. Als men zich inzet voor fysieke of sociale issues verder van huis dan krijgt participatie een meer politiek karakter. In het grensgebied tussen bewonersparticipatie en politieke participatie staan buurt- of wijkorganisaties, soms op initiatief van bewoners, soms op initiatief van instanties (De Boer, 2010, 33). Sociaal kapitaal wordt als belangrijke motivatie gezien voor participatie (Van de Wijdeven, 2012: 128-130). Via de sociale of maatschappelijke netwerken kunnen bewoners hulpbronnen genereren. Het kan ze bijvoorbeeld helpen in praktische situaties (burenhulp) of op het gebied van werk en studie. Bij sociale cohesie gaat het om betrokkenheid.

Betrokkenheid van mensen bij hun persoonlijke relaties, betrokkenheid bij hun rol in diverse groepen en sociale verbanden en betrokkenheid bij de samenleving en binding met nationale identiteit (Schnabel, 2000). Het begrip komt in de afgelopen twee decennia veelvuldig voor in beleidsteksten. Vaak wordt het begrip dan gekoppeld aan metaforen als 'weefsel', 'los zand' of 'cement' (Engbersen, 2002). In de praktijk is het lastig grip te krijgen op het begrip sociale cohesie. Hoe kun je immers de mate van sociale cohesie meten of beschrijven? In het recente WRR rapport ‘De nieuwe verscheidenheid: Toenemende diversiteit naar herkomst in Nederland' (2018) is gekeken naar drie aspecten van sociale cohesie: buurtcohesie, thuisgevoelens en sociale veiligheid. Voor community builders is het lastig hierin houvast te vinden. Wat heeft prioriteit? Bij welk niveau van participatie en cohesie sluit je aan? En hoe weet je of je ook daadwerkelijk iets (blijvends) toevoegt aan de versterking van cohesie en participatie? •

Community building

Bij community building staat het concept 'community' centraal. Community is een algemeen en vaag begrip (Blokland, 2017). Het is in principe ook positief geladen: je kunt er niet tegen zijn. Community roept een romantisch 19e-eeuws wereldbeeld op van kleine dorpsgemeenschappen op het platteland. Het begrip is veelgebruikt begrip in politiek en beleid gericht op sociale kwesties. De politieke insteek is dan conservatief ('community is een dorp') of neoliberaal ('sterke community benadrukt de eigen kracht van een gemeenschap'). Community is een eenheid van cohesie, van samenhang met een duidelijke begrenzing. De grenzen worden bepaald door afgebakende persoonlijke netwerken of een geografische plaats bepaling. Maar sociale verhoudingen zijn aan veranderingen onderhevig, zeker binnen de stad. Communities zijn minder dan vroeger plaatsgebonden. Een ieder kijkt anders aan tegen de buurt waar hij/zij woont en is betrokken bij meerdere communities: iemand is als migrant mogelijk niet gelinkt met de buurt, maar als ouder van schoolgaande kinderen wel. 33

Het gaat echter meer om de aspecten thuis voelen, ergens bij horen en identiteit. Blokland (2017:1) maakt dit duidelijk door het begrippenpaar 'roots' en 'routes' te gebruiken. 'Roots' verwijst dan naar het nostalgische beeld van community dat verbonden is met de plek waar je vandaan komt en thuis hoort. 'Routes' maakt duidelijk dat community vandaag de dag een fluïde en veranderlijk begrip is. Het gaat om meer dan een netwerk of buurt; het gaat om identificatie en sociale identiteit. Deze veranderlijkheid brengt instabiliteit met zich mee. Dit vraagt om veerkrachtige steden met stedelijke communities. Voor de community builders is de valkuil dat zij het als hun taak zien om op buurt of wijk niveau te werken aan 1 community. Een wijk bestaat immers uit meerdere communities. •

Wijk

Communities zijn dus minder dan vroeger gebonden aan een buurt of wijk, maar de community builders hebben ieder wel een wijk als hun werkterrein. Politici en de gemeentelijke overheid willen communiceren met inwoners van en kiezen dan vaak de geografische insteek. De wijkgebonden of gebiedsgebonden aanpak is daarom populair. Strikt genomen bestaat een buurt of wijk echter niet als concrete en tastbare entiteit. Buurten krijgen vorm in alledaagse -ook politieke- verhalen en praktijken (Jaffe en De Koning, 2016:32-33). Het concept wijk is aan de ene kant een administratieve eenheid om het besturen van de stad mogelijk te maken. De overheid doet dit door het geven van namen, zoals bijvoorbeeld de indeling in 'aandachtswijken' of 'kantelwijken'. Natuurlijk kan een actieve community ook samenvallen met een plek in de stad en daarmee het beeld van een buurt bepalen. Daarnaast zijn taal en beeld heel bepalend bij de vormgeving van een buurt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de rol van de media. De grenzen van wijken en stadsdelen zijn dus in zekere zin arbitrair. En ze zijn nog minder van toepassing voor de professional die zich op community building richt. Want waarom zou een community zich aan de grenzen van een buurt of wijk houden? •

Wijkprofessionals

Op de brede thema's cohesie en participatie zijn diverse professionals actief in de wijk. Denk bijvoorbeeld aan opbouwwerkers, jongerenwerkers en sociaal ondernemers. Ook zijn in sommige wijken vrijwilligers actief die je als semi-professional kunt beschouwen. Vanuit de stadsdeelkantoren werken hierop ook de WJP'er (medewerker Welzijn, Jeugd en Participatie), wijkmanager, frontlijner en Haagse kracht medewerker. Ondanks de toelichting in het raadsvoorstel is de rol en toegevoegde waarde van de community builder binnen dit speelveld niet direct duidelijk. Met name de afbakening tussen opbouwwerk en community builder is onduidelijk. De functiebeschrijving van de community builders vertoont gelijkenis met de functie van opbouwwerker binnen het welzijnswerk: "de kracht van de mensen in hun directe leefomgeving moet versterkt worden". De motivatie voor positionering van deze functie binnen het gemeentelijk apparaat (omdat "de opbouwwerkers binnen het welzijnswerk dicht bij de institutionele wereld zijn komen te staan") is paradoxaal: omdat het opbouwwerk te dicht bij de instituties staat positioneren wij de community builders binnen de grootste van de instituties (de gemeente zelf)… De lancering van de community builders droeg dan ook bij aan een gespannen relatie met het opbouwwerk in sommige wijken.

Het is zeker zo dat, ten opzichte van de situatie in de jaren '70 van de vorige eeuw, de opbouwwerkers tegenwoordig steeds directer worden aangestuurd door de (lokale) overheid (Duyvendak en Uitermark, 2005). En natuurlijk zijn er daarnaast ook argumenten om de community 34

builders onder te brengen binnen het gemeentelijk apparaat: zo kan de gemeente invulling geven aan het zgn. frontlijn werken en er zijn nieuwe inzichten op het gebied van de governance van functies in het domein van welzijn en zorg. •

Governance

Ook in de organisatie van het werk schuilt vervolgens een paradox. Enerzijds zien we dat de community builders onder directe aansturing vallen van een stadsdeeldirecteur. Hun werk sluit aan op de doelen van het Actieplan Burgerparticipatie en is "voorwaardenscheppend om de kans van slagen van het actieplan verder te vergroten in wijken waar dit mogelijk is (Gemeente Den Haag, 2018: bijlage)." Anderzijds dient de community builder uit te gaan van 'de talenten en behoeftes' van bewoners, en 'door de wijk zelf aangedragen thema's'. De functiebeschrijving vraagt ook om onafhankelijke medewerkers ('neutrale positie'). Ambtenaren die een brugfunctie vervullen tussen de wijk en de gemeentelijke organisatie worden ook wel grenswerkers of tussenwerkers (Witte, 2018) genoemd. De gemeente gebruikt zelf de term 'frontlijnwerk'. Deze ambtenaren richten zich op "het verbinden wat niet vanzelfsprekend is, het bespreken van wat veelal onbesproken blijft en het benoemen van wat onderbelicht blijft" (Peeters et al., 2010: 33).

35

Bijlage III Aanpak en methode

Het onderzoek had een looptijd van 1 september 2018 tot 1 september 2019 (0,4 fte). In september 2018 is een groepsgesprek gevoerd met alle community builders en hun coördinator over diverse aspecten van hun werk. Deze bijeenkomst markeerde de start van het onderzoek. Hierbij waren aanwezig: Saskia de Vin, community builder Ypenburg Robert Kostwinder, community builder Laak Marsha Rietbergen, community builder Moerwijk Marielle Zomerschoe, community builder Duindorp Eric Borst, community builder Segbroek Gaby de Vries, community builder Loosduinen Karima Sahla, community builder Transvaal Ineke van der Meer, Gemeente Den Haag/ Dienst Publiekszaken De aanpak van het onderzoek bestond vervolgens enerzijds uit het duiden en anderzijds uit het vergelijken. duiden •

Literatuurstudie

De centrale concepten uit de beleidscontext (zie bijlage II) zijn middels een literatuurstudie onderzocht. Hierbij is gebruik gemaakt van recente bestuurskundige en sociologische literatuur. •

Twee rondes veldwerk met de community builders

In het najaar van 2018 en het voorjaar van 2019 hebben twee periodes van veldwerk plaatsgevonden. De aanpak bestond uit een combinatie van observatie en interview. Bij de observatie liep de onderzoek mee met een community builder die aan het werk was. Van deze observaties is een verslag gemaakt. In de tweede ronde veldwerk vonden semigestructureerde interviews plaats op basis van de topics: dagelijks werk; prioritering; ‘schakelen tussen niveaus’ ; reflectie beleidsdoelen; toetsing van werkzaamheden aan concept typologie. Van de interviews zijn geluidsopnames gemaakt. •

Beeldverslag community building in de wijk

In samenwerking met Boo van der Vlist is ook een beeldverslag gemaakt van het dagelijks werk van de community builders. De typologie van de werkzaamheden van community builders (zie hoofdstuk 2) vormde hierbij het uitgangspunt.

vergelijken •

Interviews met wijkprofessionals

Studenten (tweedejaars Social Work van de Haagse Hogeschool) hebben diverse categorieën wijkprofessionals bevraagd over hun werk aan de hand van een topic lijst. Het ging om interviews met medewerkers van de stadsdeelkantoren (Wijkmanager; WJP’er; Frontlijner; projectleider Haagse 36

Kracht), opbouwwerkers in dienst van Xtra en overige wijkprofessionals (zoals vrijwilligers en ZZP’ers). Voor deze interviews was een topic lijst (kerntaken; prioriteiten; werkwijze en methode; samenwerking en afbakening; waarborg onafhankelijke positie) met uitgewerkte voorbeeldvragen beschikbaar. Van de interviews is verbatim verslag gemaakt. •

Informele gesprekjes en observaties in de wijk

Gedurende de onderzoeksperiode zijn diverse bronnen (ZZP’ers, bewoners en professionals van welzijnsinstellingen) in Haagse wijken kort en informeel geraadpleegd over de komst van de community builders. •

Expertsessie Governance community builders

Diverse experts (ambtelijk, professionals en wetenschap) gingen op 5 juni 2019 met medewerkers van Gemeente Den Haag/DPZ en de onderzoekers in gesprek over de positie van de community builders. Van deze bijeenkomst is door Fuusje de Graaff (HHS) een verslag gemaakt. Aanwezige experts: Joop Hofman, Pieter Klapwijk, Wim van Noort, Marit van der Riet, Henriette van Bussel. Aanwezig vanuit Gemeente Den Haag/DPZ: Saskia de Vin, Gaby de Vries, Robert Kostwinder, Ineke van der Meer, Marc Prins, Annette de Graaff, Ikram Elayadi.

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/8872550/1