RIS305253 Beantwoording SV Brandveiligheid studentenwoningen De Struyck
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
1 september 2020
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden de dames Van Doorn, Sahla en Van der Werf, luidend: ‘Brandveiligheid studentenwoningen De Struyck’
DSO/10007508 RIS305253
De raadsleden de dames Van Doorn, Sahla en Van der Werf hebben op 11 mei 2020 een brief met daarin zes vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Den Haag werd 10 mei 2020 opgeschrikt door een zeer grote brand na een explosie op de zestiende verdieping van studentenflat De Struyck aan het Rijswijkseplein. Volgens de brandweer zijn drie mensen naar het ziekenhuis gebracht omdat ze rook hadden ingeademd. Zeven anderen zijn behandeld in een ambulance. In de flat zat een aantal mensen vast in hun appartement omdat de vluchtwegen vol rook stonden. Gelukkig vielen er geen doden en konden de hulpdiensten iedereen tijdig evacueren. Dat geen brandalarm is afgegaan, waardoor studenten op Facebook moesten lezen dat er brand was in hun flat, aldus de berichtgeving op Omroep West1, baart de D66-fractie zorgen. De Struyck is van woningcorporatie Staedion. De woningcorporatie bevestigde in deze berichtgeving van Omroep West dat er geen brandalarm aanwezig is, omdat het aparte woonunits betreft. Volgens de Brandweer bestaat de brandveiligheid van een studentenhuis: ”uit twee verantwoordelijken: de verhuurder en de studenten in de woning. De verhuurder moet zorgen dat de woning ‘kaal’ brandveilig is.
Dit betekent dat er rookmelders in de gezamenlijke ruimtes, in elke wooneenheid en in de gangen en het trappenhuis moeten hangen, er moeten op elke verdieping en in gezamenlijke ruimtes (gecontroleerde) blusmaterialen zijn en er zijn bepaalde bouwtechnische eisen waar de woning aan moet voldoen.” 1.
Deelt het college de zorg van de D66-fractie dat een studentenflat zonder rook-, en koolmonoxide-melders in de gangen, trappenhuizen en gezamenlijke ruimtes onacceptabel is? En dat naast de huurders zelf, de verhuurder ook een rol heeft te spelen? Zo ja, welke mogelijkheden heeft het college om in te grijpen om de brandveiligheid te verbeteren?
Het college streeft naar woongebouwen, dus ook studentenflats, die optimaal brandveilig zijn. Dat betekent dat brandontwikkeling moet worden voorkomen en daar waar brand ontstaat moet de branden rookontwikkeling zich tot een minimum beperken. Het college toetst daarom bij de bouw van woongebouwen of deze minimaal voldoen aan de daarvoor geldende wet- en regelgeving. Een rook- en koolmonoxidemelder in gemeenschappelijke ruimtes kunnen daarbij niet door het college worden geëist voor gebouwen waar zelfredzame personen woonachtig zijn. Waar nodig of op verzoek van de exploitant/verhuurder vraagt het college de Veiligheidsregio Haaglanden om aanvullend te adviseren over de brandveiligheid van gebouwen. Het is vervolgens aan de exploitant/verhuurder of deze adviezen worden uitgevoerd.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10007508
2.
Heeft het college recente cijfers over de brandveiligheid van studentenwoningen in de stad? Zo ja, kunnen deze gedeeld worden? Zo nee, kan dit onderzoek worden gestart?
Nee, het college heeft geen recente cijfers over de brandveiligheid van studentenwoningen. Het is het college niet goed duidelijk wat hier de onderzoeksvraag is en kan daarom niet aangeven of een onderzoek is of wordt gestart. Desalniettemin blijft het college wel scherp toetsen, beoordelen en monitoren of gebouwen brandveilig en in overeenstemming met wet- en regelgeving worden gebouwd en gebruikt. Op meldingen wordt eveneens passend gereageerd. De collega’s van NIDA stelden eerder dit jaar soortgelijke vragen (RIS304926) naar aanleiding van een brand in een studentenflat op de Waldorpstraat. 3.
Heeft het college eerder signalen ontvangen uit de studentenpopulatie over de brandveiligheid van de Haagse studentenwoningen?
Het college ontvangt zo nu en dan meldingen of vragen over de (brand-)veiligheid van studentenwoningen. In die gevallen voert de Haagse Pandbrigade (HPB) zo nodig een controle uit en treedt in overleg met de exploitant om eventuele gebreken al dan niet onder dwang te laten verhelpen. 4.
Is het college in gesprek met woningcorporaties over het aanbrengen en onderhouden van de rook-, en koolmonoxide-melders en vluchtroutes in studentenwoningen in De Struyck en elders in de stad? Zo ja, welke stappen worden ondernomen? Zo nee, bent u bereid om dit te gaan doen en op welke termijn?
Nee, het college is niet in gesprek met woningcorporaties over het aanbrengen en onderhouden van de rook-/ koolmonoxide-melders en vluchtroutes in studentenwoningen in De Struyck en elders in de stad. Zoals aangeven in antwoord op vraag 1. toetst het college bij de bouw of een gebouw aan de brandveiligheidseisen voldoet. Daarna handhaaft de HPB bij gebreken en misstanden op basis van meldingen en andere signalen. Er is geen capaciteit bij de HPB beschikbaar om periodiek controles uit te voeren in studentenwoningen. Zoals het college in antwoord op vragen van raadslid Mahmood naar aanleiding van een brand in een studentenflat aan de Waldorpstraat heeft aangegeven, wordt in de prestatieafspraken met woningcorporaties reeds aandacht besteedt aan de veiligheid van complexen en woonruimte. In de herijking van de raamovereenkomst en de nieuwe prestatieafspraken zal dit opnieuw onderwerp van gesprek zijn. 5.
Is het college in gesprek met de brandweer (zie oproep van de Haagse brandweercommandant in het AD3) over preventie en het verbeteren van de brandveiligheid van studentenwoningen? Zo nee, bent u bereid dit te gaan doen en op welke termijn?
Zie hiervoor het antwoord op vraag 1.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10007508
6.
Ziet het college de noodzaak om extra brandveiligheidseisen voor studentenhuisvesting op te nemen in de volgende woonvisie en in de nieuwe (prestatie-)afspraken met woningcorporaties?
Zie hiervoor het antwoord op vraag 4. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris a.i., de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3