RIS304857 Beantwoording SV Wet kwaliteitsborging voor het bouwen WKB
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
19 mei 2020
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden de heer Scheper en mevrouw Vavier, luidend Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)
SV/2020.143 RIS304857
De raadsleden de heer Scheper en mevrouw Vavier hebben op 5 maart 2020 een brief met daarin zes vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.
De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) zal volgens de huidige planning 1 januari 2021 in werking treden. 1.
Is het college bekend met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)?
Ja. De beoogde invoeringsdatum van de Wkb is echter uitgesteld in verband met het uitstel van de Omgevingswet. Wanneer de Wkb wel in werking zal treden is op dit moment nog onbekend. 2.
Heeft het college reeds in kaart gebracht wat de financiële consequenties en risico’s zijn bij de invoering van de Wkb. En zijn scenario’s bekend?
Hoewel in de uitwerking van het stelsel nog niet alles duidelijk is, zijn wij druk bezig ons zo goed mogelijk een beeld te vormen van de (financiële) consequenties en risico’s. We staan hierover in nauw contact met de VNG en andere gemeenten. Wat bijvoorbeeld voor onduidelijkheid zorgt, is het ontbreken van formeel uitsluitsel over de wijze waarop de Wkb precies zal worden opgenomen in de Omgevingswet. Wel heeft het ministerie recent een infographic ‘Bouwen onder de Omgevingswet en Kwaliteitsborging’ gepubliceerd waarin het toekomstige proces globaal wordt geschetst. Duidelijk is dat de huidige omgevingsvergunning onder de Omgevingswet zal worden geknipt in een ruimtelijke vergunning (omgevingsplan en welstand) en een bouwtechnische vergunning. Voor bouwwerken in gevolgklasse 1, waarop de Wkb van toepassing is, hoeft geen bouwtechnische vergunning te worden aangevraagd. In plaats daarvan moet bij de gemeente een bouwmelding worden ingediend, waarbij de gemeente het daarbij aangeleverde borgingsplan toetst, maar ook controleert of het bouwwerk inderdaad gevolgklasse 1 betreft en het toegepaste instrument en de kwaliteitsborger daarbij passen. Bij de gereedmelding overlegt de initiatiefnemer een dossier bevoegd gezag aan de gemeente. De gemeente behoudt haar publiekrechtelijke taak en kan handhaven als niet wordt voldaan aan de bouwtechnische voorschriften.
Voor een deel van de bouwwerken in gevolgklasse 1, de ‘bouwbesluittoetsvrije’ categorie, zal overigens geen bouwmelding hoeven worden ingediend en hoeft ook geen private kwaliteitsborging te worden toegepast. Op bouwtechnisch vlak vervallen er dus werkzaamheden en komen er (deels) andere werkzaamheden voor terug. De vergunningplicht met betrekking tot ruimtelijke aspecten blijft bestaan. Op dit moment brengen wij in kaart hoeveel werk vervalt en hoeveel werk erbij komt. Voor de vervallen
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SV/2020.143
werkzaamheden kunnen we –onder voorbehoud van onzekerheden in de wetsuitwerking- een redelijke inschatting doen op basis van de cijfers van de afgelopen jaren. Voor de nieuwe taken is dat nog moeilijk te zeggen, vandaar dat we dit in een breder verband met VNG en andere gemeenten bespreken. 3.
Wat zijn de verhoudingen tussen gevolgklasse 1 en gevolgklassen 2 en 3 voor de gemeente en wat is de gemeentelijke opbrengst per gevolgklasse in 2019?
De inschatting is dat gevolgklasse 1 in 2019 ongeveer 45% van het totale aantal aanvragen betrof. De kanttekening die bij dit aantal gemaakt moet worden, is dat verreweg het grootste deel van deze aanvragen kleine verbouwingen zijn, waar lage legesbedragen tegenover staan. Zoals bij vraag 2 is beschreven, blijft voor de aanvragen in gevolgklasse 1 wel een ruimtelijke vergunning nodig. De verwachting is daarom dat voor de toekomstige aanvragen in gevolgklasse 1 alleen de leges zullen wegvallen die aan de bouwtechnische controle te koppelen zijn. Het is nog niet te zeggen om welk bedrag dat gaat. 4.
Is ook in kaart gebracht wat de personele consequenties zijn voor de gemeente? Hoe gaat het college de gemeentelijke organisatie inrichten op deze invoering?
Dit is nog niet precies aan te geven. Zodra wij de consequenties preciezer in beeld hebben, zullen wij u daarover informeren. 5.
Wat gaat de gemeente Den Haag doen in 2021 met betrekking tot het overdragen van het toezicht? Welke rol ziet het college voor de gemeente en welke invloed heeft de gemeente nog op de kwaliteitscontrole tijdens ontwikkelingen?
Met de verplichte inzet van private kwaliteitsborging wordt beoogd dat het gemeentelijk toezicht op de naleving veel meer op afstand zal kunnen staan. Private kwaliteitsborgers nemen daarbij echter niet de rol en bevoegdheden van de gemeente over. Het staat niet vast dat met het nieuwe stelsel de naleving direct veel beter zal zijn dan in de huidige situatie. Als bevoegd gezag zullen wij daarom zeker in de beginfase wel een stevige vinger aan de pols willen houden met een risico gestuurde hoeveelheid steekproefsgewijze checks. 6.
Hoe verhoudt de Wkb zich tot de omgevingswet in de gemeente Den Haag?
De Wkb kan niet los gezien worden van de Omgevingswet, aangezien de minister en de VNG in een bestuursakkoord het streven hebben vastgelegd de Wkb niet eerder in werking te laten treden dan de Omgevingswet. Verder staat de wijze waarop beide wetten en het bestuursakkoord worden uitgewerkt in lagere regelgeving nog niet vast. Die onzekerheid is voor de gemeente Den Haag niet anders dan voor andere gemeenten. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris a.i., de wnd. burgemeester, Ilma Merx
Johan Remkes
2/2