RIS304556 Voortgangsbericht motie Inzicht in middelen voor geplande investeringen IHP
Tekst van het document
060
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
BOW/2020.60 Aan: de Gemeenteraad
RIS304556 Contctpersoon
Daniel van Drunen Dienst
Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
Productgroep Onderwijshuisvesting Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
6 oktober 2020
Daniel.vandrunen@denhaag.nl
Onderwerp
Tussenbericht motie “Inzicht in middelen voor geplande investeringen IHP”
Uw raad heeft bij de bespreking van het voorstel van het college inzake vaststelling Integraal Huisvestingsplan IHP Onderwijs DH 2020-2030 (RIS304176) op 6 februari 2020 de door het raadslid de heer Grinwis ingediende motie "Inzicht in middelen voor geplande investeringen IHP" (RIS304556), aangenomen. De motie luidt als volgt: Constaterende, dat: in het Integraal Huisvestingsplan staat: “De gemeentelijke begroting voorziet voor de eerste jaren in voldoende investeringsruimte. Vanaf 2023 is er sprake van een fors tekort. De mogelijkheden voor de financiering van onderwijshuisvesting op de lange termijn worden onderzocht”; uit de programmabegroting 2020-2023 (RIS304372) blijkt dat al in 2022 sprake is van een gat van € 11 miljoen ten opzichte van de in het IHP geplande investering, en in 2023 een bedrag van slechts € 177.000,- voor onderwijshuisvesting is begroot, terwijl in de planning in het IHP een investering van € 27,1 miljoen is opgenomen; de in het IHP opgenomen planning in de periode 2023-2030 een investering vergt van in totaal € 155 miljoen. Overwegende, dat: de kloof tussen investeringsplanning en beschikbare middelen erg groot is en daarmee de realiseerbaarheid van het IHP nog onduidelijk is.
Verzoekt het college: voorafgaand of bij de programmabegroting 2021-2024 inzichtelijk te maken of en hoe de geplande investeringen uit het Integraal Huisvestingsplan voor 2023 en 2024 kunnen worden gerealiseerd en daarbij een doorkijk te bieden naar de jaren daarna.
Gemeente Den Haag Postbus 12600 Spui 70 2500 DJ Den Haag www.denhaag.nl Den Haag
T 14070
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BOW/2020.60
Het college reageert hierop als volgt: Voor de afdoening van uw motie is meer tijd nodig. Het onderzoek naar de financiering van onderwijshuisvesting op de lange termijn loopt nog. Vertraging is ontstaan omdat er meer afstemming nodig is. Naast vooruitkijken vraagt de analyse ook om terugkijken. Dit is een complexe aangelegenheid, die is vertraagd door het thuiswerken waar het moeilijker werken is met grote databestanden. Anders dan in de motie wordt geconstateerd dat er in 2023 slecht € 0,177 mln. beschikbaar is, is er vooralsnog voldoende investeringsruimte. Jaarlijks stelt het college een Programma Onderwijshuisvesting vast. Hierin worden voorzieningen toegekend die in het jaar daaropvolgend van start verwachten te gaan. Ter illustratie: In het Programma Onderwijshuisvesting 2020 wordt besloten dat een bepaalde school vervangen wordt door nieuwbouw en dat dit € 5 mln. kost. De verwachting is dan bijvoorbeeld dat de investeringen in de volgende jaren tot realisatie komen: 2020: € 0,75 mln. 2021: € 1,25 mln. 2022: € 1,25 mln. 2023: € 1,25 mln. 2024: € 0,5 mln. Deze bedragen worden dan voor het desbetreffende jaar opgenomen in het Meerjareninvesteringsplan (MIP). De resterende investeringsmiddelen, die nog niet in een programma onderwijshuisvesting voor een specifieke school zijn ingezet, zijn steeds in het laatste jaar van de meerjarenbegroting weergegeven.
Zo is in de begroting van 2020 zichtbaar dat er in 2024 nog € 38,045 mln. beschikbaar is in het MIP. De conclusie kan dus niet getrokken worden dat er in 2023 slechts € 0,177 mln. beschikbaar is voor nieuwe investeringen in onderwijshuisvesting. In de begroting 2021-2025 is het budget voor 2023 al opgelopen tot € 18,7 mln. Tot 2023 is er voldoende budget om de vervangings- en uitbreidingsinvesteringen die voorzien zijn in het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2020-2030 te financieren. De investeringen die ieder jaar worden toegekend in het Programma Onderwijshuisvesting leiden tot kapitaallasten. De kapitaallasten bestaan uit de rente en afschrijving van de investeringen die ingaat nadat de investering volledig is gedaan (activeren). Deze kapitaallasten worden gedekt uit een kaderbudget dat binnen de reserve activafinanciering voor onderwijshuisvesting is geoormerkt. Dit kaderbudget wordt gevoed met vrijval van oude investeringen in onderwijshuisvesting: Op het moment dat een schoolgebouw administratief is afgeschreven, zijn er voor dat gebouw geen kapitaallasten meer en komt dat bedrag beschikbaar voor financiering van nieuwe investeringen.
Zoals ook in de notitie Onderwijshuisvesting in Den Haag (RIS301793) en het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2020-2030 (RIS304176) is aangegeven, is inmiddels duidelijk dat de vrijval van oude investeringen niet voldoende is om het huidige investeringsniveau te kunnen dekken. Tot circa 2023 is er voldoende dekking om deze investeringen aan te gaan. Onderzocht wordt hoe de gemeente de wettelijke taak onderwijshuisvesting kan invullen en welke budgettaire consequenties die heeft. Bij de begroting 2022-2025 zal het gewenste inzicht in combinatie met een oplossing aan uw raad worden voorgelegd. De motie zal dus in het vierde kwartaal van 2021 door het college hiermee als afgedaan worden beschouwd.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BOW/2020.60
Ook het exploitatiebudget voor Onderwijshuisvesting is onderdeel van het onderzoek naar financiering op de lange termijn. Om de terugloop in de beschikbare exploitatiemiddelen voor OHV te ondervangen heeft het college in de conceptbegroting 2021-2024 voorgesteld het exploitatiebudget voor OHV incidenteel te verhogen, waarmee er ook voor de exploitatie komend jaar nog geen probleem ontstaat. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3