RIS304477 Beantwoording SV Uitzonderingen kostendelersnorm
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
27 mei 2020
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw Lesley Arp, luidend uitzonderingen kostendelersnorm
SV/2020.69 RIS304477
Het raadslid mevrouw Lesley Arp heeft op 29 januari 2020 een brief met daarin tien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. De participatiewet geeft gemeenten de mogelijkheid af te wijken van het toepassen van de Kostendelersnorm: bijvoorbeeld bij dreigende dakloosheid / schrijnende omstandigheden. Onze fractie heeft dit punt eerder aangehaald tijdens de commissie Samenleving van 26-9-2019 (over de voortgangsrapportage maatschappelijke opvang), waarbij de wethouder aangaf te onderzoeken hoe de mogelijkheid om af te wijken van het toepassen van de kostendelersnorm in andere grote steden wordt toegepast. Tot op heden is daar nog geen terugkoppeling van geweest. 1.
Hoe vaak heeft het college van B&W gebruikgemaakt van de mogelijkheid om af te wijken en om welke reden (bijvoorbeeld dreigende dakloosheid / schrijnende omstandigheden) is dat gebeurd? Graag een overzicht van deze gegevens per kwartaal sinds de invoering van de wet tot 1 november jl.
2.
Hoe vaak is er een verzoek gedaan aan het college om af te wijken van de kostendelersnorm? Graag een overzicht van de gegevens per kwartaal sinds de invoering van de wet tot 1 november jl.
3.
In hoeveel gevallen was het verzoek afkomstig van het sociaal wijkteam?
4.
In hoeveel gevallen was het verzoek afkomstig van de (vertegenwoordiger van de) desbetreffende cliënt?
5.
In hoeveel gevallen was het verzoek afkomstig van de afdeling werk en inkomen?
6.
In hoeveel gevallen was het verzoek afkomstig van andere instanties /hulpverleners?
7.
In hoeveel gevallen is het verzoek gehonoreerd en in hoeveel gevallen is het afgewezen?
8.
Hoe lang heeft het gemiddeld geduurd voordat een verzoek werd toegekend?
9.
Hoe lang heeft het gemiddeld geduurd voordat een verzoek werd afgewezen?
Antwoord op de vragen 1 t/m 9.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SV/2020.69
In de verzamelbrief SZW gemeenten van november 2015 heeft de Staatssecretaris gemeenten de discretionaire bevoegdheid verleend om tijdelijk af te kunnen zien van de toepassing van de kostendelersnorm, als dat tot schrijnende of onredelijke situaties leidt. Het uitgangspunt is dat onderdak verlenen aan personen die dakloos zijn of in een crisissituatie verkeren geen financieel nadelige gevolgen heeft voor de al bestaande leefsituatie, althans tijdelijk. Een functionaliteit om deze vorm van maatwerk te kunnen vastleggen ontbreekt in het registratiesysteem van de gemeente Den Haag. Gegevens over het aantal aanvragen, toe- en afwijzingen, herkomst van de aanvragen en de duur van afhandeling zijn daarom niet beschikbaar. Navraag bij de afdeling Inkomensbeheer van de dienst SZW, belast met de uitvoering van de Participatiewet, wijst uit dat dit maatwerk maar zelden wordt toegepast. De geringe toepassing van dit maatwerk kan mogelijk worden verklaard doordat uitkeringsgerechtigden, die zelf al tot de meest kwetsbaren in de samenleving behoren, gewoonweg de spankracht niet bezitten om ook nog eens dagelijks met de problemen van een ander te worden geconfronteerd. In nood verkerende medeburgers kampen niet zelden met problemen zoals werkloosheid, echtscheidingsproblemen, psychische en/of verslavingsproblemen of een combinatie van deze problemen.
Vaak zijn er ook problematische schulden en wil een hoofdbewoner niet geconfronteerd worden met deurwaarders of andere schuldeisers. Medebewoning kan overigens ook gevolgen hebben voor de hoogte van de huurtoeslag, gemeentelijke heffingen en waterschapsbelasting. Een tijdelijke ontheffing van de kostendelersnorm neemt deze bezwaren niet weg en op enig moment moet de kostendelersnorm toch toegepast worden. De tijdelijke ontheffing van de kostendelersnorm schiet tekort als effectief instrument om uitkeringsgerechtigden aan te moedigen tot het in huis opnemen van een in nood verkerende medeburger. De maatwerkoptie gaat er vanuit dat een uitkeringsgerechtigde hoofdbewoner daar geen financieel nadeel van ondervindt. Naast andere belemmeringen die een hoofdbewoner mogelijk ervaart, wordt dat echter maar deels en ook maar tijdelijk waargemaakt. Een meer wervende regeling is nodig. Een regeling die de hoofdbewoner, naast ondersteuning van de gemeente, ook enig financieel voordeel oplevert. Dat brengt weliswaar extra uitgaven met zich mee, maar valt afgezet tegen de enorme kosten van maatschappelijke opvang en/of zorg goed te verantwoorden. 10.
Wat zijn de resultaten van het op 26 september door de wethouder genoemde onderzoek naar de inzet van de afwijkingsbevoegdheid in andere grote steden, met het doel om de druk op de maatschappelijke opvang te verlichten? Indien dit onderzoek nog niet afgerond is, wanneer kunnen we de resultaten hiervan verwachten? Navraag bij de andere G4 gemeenten levert een identiek beeld op als in Den Haag. Een tijdelijke ontheffing van de kostendelersnorm wordt sporadisch verleend. Net als de gemeente Den Haag beschikken de overige G4 gemeenten niet over een functionaliteit om dit maatwerk te registreren. Tussen eind april en juni verricht bureau Significant, in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, onderzoek naar de belemmeringen voor bijstandsgerechtigden om woonruimte delen. Dit onderzoek vindt plaats in samenwerking met 12 gemeenten, waaronder de G4 gemeenten. Diverse partijen in de stad worden bij dit onderzoek betrokken, zoals : de cliëntenraad, aanbieders van maatschappelijke opvang, de gemeentelijke ombudsman, individuele bijstandsgerechtigden, beleidsmedewerkers op het terrein van maatschappelijke opvang, de bijstand en de kostendelersnorm, klantmanagers en een manager uitvoering van de bijstand c.q. de kostendelersnorm. De resultaten van dit onderzoek worden dit najaar verwacht.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SV/2020.69
Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris a.i., de wnd. burgemeester, Ilma Merx
Johan Remkes
3/3