CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS304267 Beantwoording SV Ontbreken bibob toets bij verlening nachtontheffingen

Commissie Bestuur 15 juni 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief wethouder Economie, Internationaal en Dienstverlening, mevrouw Bruines inzake Uitwerkingsplan Horeca Den Haag 2021-2023 en herstelacties1.228 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE

25 juni 2020

VRAGEN

Onderwerp

Ons kenmerk

Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Mahmood, luidend: “Ontbreken Bibob-toets bij verlening nachtontheffingen”

SV/2020.4 RIS304267

Het raadslid de heer Mahmood heeft op 17 december 2019 een brief met daarin acht vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. In het NRC-artikel ‘Nachtvergunning? Regel ik voor je’ van vrijdag 13 december werd er aandacht besteed aan de nachtontheffingen die verleend zijn aan horecabedrijven. Er wordt gesteld dat de gemeente niks gedaan heeft met relevante politie-informatie. Ook wordt er gesteld dat een bibobtoets, waarmee dubieuze ondernemers een vergunning geweigerd kan worden, achterwege is gebleven. Dit roept bij fractie NIDA de nodige vragen op, met name omdat de burgemeester tijdens de beantwoording van onze vragen bij de rondvraag ‘Nachtontheffing voor horeca buiten de uitgaanskernen’ in de commissie Bestuur van d.d. 8 mei 2019, aan heeft gegeven dat het reguliere vergunningsverleningproces gevolgd zou worden waar ook de Bibob-toets een onderdeel van is. Hoewel het bekend is dat er momenteel een onderzoek loopt wil Fractie NIDA meer informatie over de afweging om wel of geen Bibob-toets uit te voeren. 1.

Is het college bekend met het artikel?

Ja, het college is bekend met het artikel. Zo ja, in welke mate herkent het college zich in het beeld dat in het artikel wordt geschetst dat de gemeente niks deed met politie-informatie, signalen uit de buurt en ook het niet uitvoeren van de Bibob-toets? De genoemde politie-informatie bood, gelet op het voor ontheffingverlening geldende toetsingskader, geen grond om de aangevraagde nachtontheffingen te weigeren. Na publicatie van de aanvraag zijn er zes zienswijzen ontvangen van omwonenden. In de zienswijzen werd met name aangegeven dat er veel overlast is door verkeershinder, parkeeroverlast, overlast door luidruchtige bezoekers en geluidsoverlast door luide muziek. Daarnaast werd verwezen naar de schijn van belangenverstrengeling tussen voormalig wethouder De Mos en de ondernemer van de zalencentra. In een besluit op de aanvraag voor een nachtontheffing, worden uitsluitend zienswijzen weerlegd die betrekking hebben op de nachtontheffing en geen andere onderwerpen (zoals de suggestie van belangenverstrengeling). Hierbij is van belang dat een nachtontheffing alleen verleend kan worden aan inrichtingen die beschikken over een geldige exploitatievergunning. In het kader van het verlenen van de exploitatievergunning is een Bibob-toets uitgevoerd.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SV/2020.4

Omtrent de vraag of de gevraagde nachtontheffing een te nadelige beïnvloeding van het woon- en leefklimaat met zich zou brengen, is de politie destijds om advies gevraagd. De politie heeft aangegeven geen redenen te hebben om negatief te adviseren, aangezien de politie tot op heden geen overlast heeft geconstateerd naar aanleiding van overlastmeldingen. 2.

De burgemeester gaf in de commissiebehandeling aan dat het reguliere vergunningsverleningproces gevolgd zou worden. Is een Bibob-toets onderdeel van dat regulier proces?

Zo ja, waarom is er bij het beoordelen van de aanvragen en het verlenen van de vergunningen geen Bibob-toets uitgevoerd? Zo nee, hoe verhoudt dit zich tot de insinuatie van de burgemeester in de commissie dat een bibobtoets wel uitgevoerd zou worden? Bij het verlenen van nachtontheffingen, wordt uitgegaan van de geldige exploitatievergunning die daaraan ten grondslag moet liggen, inclusief de in dat kader reeds uitgevoerde Bibob-toets. Conform het gemeentelijk Bibob-beleid vindt niet een nieuwe Bibob-toets plaats bij de aanvraag voor een nachtontheffing. 3.

Zijn er andere redenen geweest dat een bibob-toets niet is uitgevoerd en er niks is gedaan met de ontvangen informatie van de politie?

Nee. 4.

Is er (ook) op andere punten afgeweken van het reguliere proces bij het beoordelen van de aanvraag en het verlenen van de nachtontheffingen? Zo ja, op welke punten en waarom?

Nee. 5.

Indien er afgeweken is van het reguliere proces: Wist de rest van het college (dus buiten de exburgemeester en ex-wethouder) van het feit dat er af is geweken van het reguliere proces?

6.

Wat houdt zo een levensgedragstoets precies in? Oftewel, welke eisen worden er gesteld en/of welke criteria/factoren zijn onderdeel van die toets? En wanneer voldoe je aan die levensgedragstoets en wanneer niet?

Ad 5 en 6 Er zijn bij voorbaat geen beperkingen gesteld aan de feiten of omstandigheden die bij de beoordeling van het levensgedrag mogen worden betrokken. Het hoeft niet te gaan om strafbare feiten waarvoor iemand is veroordeeld. De burgemeester kan ook op basis van andere feiten en omstandigheden besluiten de vergunning te weigeren, omdat de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. Het moeten wel zogenaamde “harde feiten” zijn. Geruchten over iemands levensgedrag zijn onvoldoende. Aan de feiten moeten documenten ten grondslag liggen, zoals processen-verbaal en/of andere politierapporten, waarvan de burgemeester op de hoogte is gesteld. Voor de betekenis en reikwijdte van dit begrip moet zeker ook gekeken worden naar de jurisprudentie. In dat kader is het verder van belang te beoordelen hoeveel strafbare feiten zijn gepleegd en wanneer deze strafbare feiten zijn gepleegd.

2/3

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SV/2020.4

7.

Zou een levensgedragstoets ook toegepast kunnen worden in het reguliere proces van beoordelen en verlenen van vergunningen voor zware horeca? Zo nee, waarom niet?

Deze toets wordt op dit moment al toegepast in het reguliere proces van beoordelen en verlenen van vergunningen voor zware horeca. In de Drank- en Horecawet en de APV staat reeds vermeld dat leidinggevenden van vergunningplichtige horeca-inrichtingen niet in enig opzicht van slecht levensgedrag mogen zijn. Deze eis is opgenomen, omdat aan leidinggevende personen in horecabedrijven met betrekking tot hun levensgedrag bijzondere, meer dan gemiddelde eisen dienen te worden gesteld. Deze verantwoordelijkheid brengt met zich mee dat drempels worden opgeworpen tegen personen die, blijkens hun (strafrechtelijke) verleden, onvoldoende beschikken over de bij het exploiteren van een horeca-inrichting horende bijzondere verantwoordelijkheid. Leidinggevenden moeten blijk geven van voldoende moraliteit. Daarom wordt reeds van oudsher beoordeeld of de opgegeven leidinggevenden van vergunningplichtige horeca-inrichtingen aan deze eisen voldoen. 8.

Kan een integriteits- en relatieonderzoek naar de driehoeksrelatie tussen de aanvrager (ondernemer), politieke partijen en collegeleden, een integraal onderdeel (stap/criteria/voorwaarde) worden bij beoordelen en verlenen van toekomstige vergunningen voor o.a. zware horeca? Zo nee, waarom niet?

Het toetsingskader voor het verlenen van vergunningaanvragen is afgebakend in formele wetgeving, zoals de Gemeentewet en de Wet Bibob. Lagere regelgeving, zoals de APV, mag hiermee niet in strijd zijn. De Wet Bibob maakt het mogelijk om bij vergunningen ook de integriteit van de zakelijke omgeving van de exploitant te betrekken. Zo kunnen strafbare feiten van derden meewegen waarmee de exploitant in een zakelijke relatie staat. Een dergelijke “Bibob-relatie” kan zijn gebaseerd op financiering, zeggenschap of een zakelijk samenwerkingsverband. Een standaardtoets van de betrokkenheid van een politieke partij of een collegelid bij een vergunningaanvraag is disproportioneel en onuitvoerbaar. Pas als er concrete indicaties zijn van een vergaande betrokkenheid, kan deze relatie onderdeel zijn van een integriteitstoets op grond van de Wet Bibob. De uitkomsten van zo’n toets kunnen echter enkel leiden tot een eventuele weigering van een aangevraagde vergunning of intrekking van een reeds verleend vergunning als die relatie relevant is op grond van de Wet Bibob. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris a.i., de wnd. burgemeester, Ilma Merx

Johan Remkes

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/8928946/1