CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS304236 Woonwagenstandplaats kermisexploitant

Commissie Ruimte 26 mei 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Commissiebrief: Actualisatie Woonwagenbeleid729 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RIS-nummer: 304236 Schriftelijke vragen: Woonwagenstandplaats kermisexploitant Indiener: Peter Bos, Haagse Stadspartij, Arjen Dubbelaar, Hart voor Den Haag/Groep de Mos en Robert Barker, Partij voor de Dieren. Datum: 16 december 2019 Aan de voorzitter van de gemeenteraad, De heer J.M. Vermolen is sinds 1 december 1994 huurder van een stuk grond van de gemeente van ongeveer 436 m2 groot aan de Boomaweg 91 naast Madestein. De heer Vermolen heeft met zijn gezin een woonwagenstandplaats op het terrein met plek voor zijn kermisbedrijf. De gemeente heeft de huurovereenkomst opgezegd vanwege de ontwikkeling van Vroondaal. Hierover stellen wij overeenkomstig artikel 30 van het Reglement van orde de volgende schriftelijke vragen. 1. Is het juist dat het college de huurovereenkomst met de hr. Vermolen op 20 november 2018 per 1 maart 2019 heeft opgezegd? 2. Is het juist dat het college deze opzegging op 17 juni 2019 heeft ingetrokken en een nieuwe opzeggingsdatum heeft vastgesteld, namelijk 1 juli 2021? Zo nee, waarom niet? 3. Waarom heeft het college nu al een rechtszaak gestart om een ontruimingsvonnis te verkrijgen? 4. Waarom heeft het college niet gewacht met een rechtszaak totdat er een geschikte vervangende locatie is gevonden? 5. Welke plannen zijn er voor de locatie waar de hr. Vermolen momenteel gevestigd is en op welke termijn gaan de plannen uitgevoerd worden? 6. De hr.

Vermolen is 25 jaar geleden op aanwijzing en initiatief van de gemeente naar de huidige locatie verhuisd en woont daar inmiddels 25 jaar. Is dit juist? Zo nee, waarom niet?

Pagina 1 van 3

7. Wat was de reden dat de gemeente het terrein destijds heeft aangeboden aan de heer J.M. Vermolen? 8. Is het juist dat het college op 5 december 1994 een ontheffing ex. artikel 10 Woonwagenwet heeft verleend? 9. Volgens de huurovereenkomst tussen de heer Vermolen en de gemeente had het college van b&w een vrijstellingsprocedure ex art. 19 Wet Ruimtelijke Ordening gestart om vrijstelling te kunnen verlenen van de bepalingen van het vigerende bestemmingsplan. Wanneer is de vrijstelling verleend door het college? 10. Artikel 10 van de Woonwagenwet luidde indertijd dat op een daartoe strekkende aanvraag burgemeester en wethouders ontheffing moeten verlenen aan betrokkene om buiten een woonwagencentrum een standplaats in te nemen, indien de betrokkene een voldoende aantoonbaar belang heeft bij vestiging of voortzetting van zijn verblijf in de gemeente buiten een (woonwagen)centrum. Is het college met ons van mening dat betrokkene ook nu nog voldoende aantoonbaar belang heeft bij voortzetting van zijn verblijf in de gemeente buiten een (woonwagen)centrum? Zo nee, waarom niet? 11. In RIS131179 d.d. 15 september 2005 valt te lezen dat Den Haag naast twaalf woonwagencentra ook snipperlocaties kent. Dat zijn kleinere locaties met meestal niet meer dan twee woonwagens erop, die verder gekenmerkt worden door bedrijfsmatige activiteiten.

De Boomaweg 91 is een van deze snipperlocaties die in een apart schema aan de rapportage zijn toegevoegd. Is dit juist? Zo nee, waarom niet? 12. In het schema van snipperlocaties is Boomaweg 91 opgenomen met als aanvulling “uitwijkingsgebied”. Wat wordt hiermee bedoeld? 13. Is het juist dat het college niet meer in overleg wil met de heer Vermolen omdat het een rechtszaak heeft opgestart? Zo nee, waarom niet? 14. Is het juist dat de heer Vermolen de enige in Den Haag gevestigde kermisexploitant is? 15. In het Raadsvoorstel Vaststelling Bestemmingsplan Madestein (RIS095592) valt te lezen:

Pagina 2 van 3

“Voor wat betreft de uitplaatsing van de in Madestein gevestigde bedrijven geldt het bepaalde in de intentieovereenkomst Gemeente-Belangenvereniging met o.a. afspraken t.a.v. fasering, planning onderhandeling, betalingswijze en schadeloosstelling. Overeengekomen uitgangspunt is: schadeloosstelling te bepalen in individueel te voeren onderhandelingen op basis van fictieve verplaatsing, waarbij de gemeente niet de verplichting heeft vervangende objecten aan te bieden, doch wel desgevraagd een bestuurlijke inspanning t.b.v. hervestigingslokaties kan bieden. Is dit juist? Zo nee, waarom niet? 16. De afgelopen 20 jaar is rond de ontwikkeling van Nieuw Madestein en Vroondaal getracht om voor alle bestaande bedrijven en bewoners in het gebied een oplossing te vinden. Is het college bereid om in overleg met de heer Vermolen tot een minnelijke oplossing te komen om tot een geschikte nieuwe plek voor zijn gezin en bedrijf te komen? Zo nee, waarom niet?

Peter Bos

Arjen Dubbelaar

Robert Barker

Haagse Stadspartij

Hart voor Den Haag/Groep de Mos Partij voor de Dieren

Pagina 3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/8311921/2