RIS303419 Gewijzigde preadvies Haagse evenementen vrij van dierenleed
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
114
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan: de Gemeenteraad
DSB/10118927 RIS303419 Contactpersoon
Yuk-Ching Tang Dienst
Stadsbeheer Afdeling
Beleidsafdeling Stadsbeheer Telefoonnummer
14070 E-mailadres
Datum
yuk-ching.tang@denhaag.nl
28 mei 2021 Onderwerp
Gewijzigd preadvies Initiatiefvoorstel Haagse evenementen vrij van dierenleed
Op 9 september 2019 is het initiatiefvoorstel “Haagse evenementen vrij van dierenleed” van de raadsleden Barker en Smit aan de voorzitter van de gemeenteraad aangeboden. Het college stelt de raad voor om het eerdere aangeboden preadvies over het initiatiefvoorstel (RIS 303419) niet in behandeling te nemen. Hierbij biedt het college de raad een gewijzigd preadvies over het initiatiefvoorstel
aan.
Initiatiefvoorstel De Partij voor de Dieren stelt dat dieren nog altijd worden gebruikt voor het vermaak van mensen en dat dieren daaronder lijden. De dieren die bij evenementen of bij andere standplaatsen worden gebruikt, kunnen namelijk vaak hun soorteigen gedrag niet vertonen. Ook hebben de dieren vaak geen mogelijkheid om zich terug te trekken. Het college heeft met belangstelling kennisgenomen van het initiatiefvoorstel. Het college vindt net als de opstellers dierenwelzijn een belangrijk thema. Vanuit wet- en regelgeving is de rol van de gemeente beperkt. De regelgeving rond dierenwelzijn is een bevoegdheid van het Rijk. Gemeenten zijn niet bevoegd om aanvullende regels op het gebied van dierenwelzijn op te stellen. Wel kunnen in de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Den Haag voorschriften worden opgenomen o.a. ter bescherming van de openbare orde, ter voorkoming of beperking van overlast, in het belang van de verkeersveiligheid of veiligheid van personen of goederen en in het belang van de zedelijkheid of gezondheid. De gemeente vindt het verder belangrijk dat het gebruik van dieren bij evenementen wordt ontmoedigd en de overlast voor mensen en dieren te beperken. Zo ontmoedigen wij reeds het inzetten van dieren zoals roofvogels en uilen bij evenementen en optredens (RIS298336) en het loslaten van sierduiven bij huwelijken.
Verder worden er bij evenementen die door de gemeente zijn georganiseerd geen dieren gebruikt. In de vergunning voor evenementen met dieren wordt altijd verwezen naar de Wet dieren. De vergunninghouder wordt erop gewezen dat deze wet nageleefd moet worden. Verder kan de gemeente invloed uitoefenen op bevoegde instanties om maatregelen te treffen en naast de wettelijke taken verschillende maatregelen ondernemen om dierenwelzijn te bevorderen. In de vastgestelde Nota Dierenwelzijn (RIS307253) staat de intrinsieke waarde van het dier centraal en wordt er ingegaan op de rol van de gemeente ten opzichte van de dieren en dierenwelzijn. Naast de wettelijke verplichtingen maakt de gemeente zich hard voor maatregelen die het welzijn bevorderen zoals de inzet op informatievoorziening met betrekking tot verantwoorde aanschaf, verzorging en begeleiding van huisdieren.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10118927
Hieronder gaan wij in op de vijf voorstellen uit het initiatiefvoorstel. I.
Het college te verzoeken om samen met andere gemeenten de minister van LNV te vragen meer gemeentelijke mogelijkheden te krijgen om het gebruik van dieren als gemeente te kunnen beperken. Het college ook te vragen om via de VNG hiervoor aandacht te vragen.
Advies dictum I over te nemen: De gemeente hecht veel waarde aan dierenwelzijn en wil onder meer het gebruik van dieren bij evenementen kunnen weren. De gemeente heeft dan ook samen met andere gemeenten de minister verzocht om de gemeenten meer bevoegdheden te geven om dierenwelzijn te bevorderen (RIS303419). Via de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is hierover een brief gestuurd naar de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. II.
De APV aan te passen met als ingangsdatum 1 januari 2020 door in artikel 2:25 lid 3 onder sub i het volgende criterium te benoemen: “er bij het evenement geen dieren worden gebruikt los van de dieren die onderdeel uitmaken van de dagelijkse bedrijfsvoering”.
Advies dictum II over te nemen: Kleinschalige evenementen vallen niet onder de vergunningplicht van artikel 2:25, eerste lid, APV mits wordt voldaan aan de in het tweede lid genoemde criteria. Bedoeld is om de vergunningplicht niet te hanteren voor kleine evenementen die van weinig of geen invloed zijn op de omgeving, in beginsel vrijwel altijd worden toegestaan en waarvoor standaardvoorschriften kunnen gelden. Als er bij een evenement dieren worden gebruikt die geen onderdeel uitmaken van de dagelijkse bedrijfsvoering (zoals bijvoorbeeld bij kinderboerderijen, kennels en maneges) dan is het van belang om zorgvuldig te bekijken in hoeverre het evenement verantwoord is uit het oogpunt van de veiligheid en gezondheid van anderen en het voorkomen van overlast. Het gebruik van dieren bij evenementen kan immers leiden tot gevaarlijke situaties. Verder kan het gebruik van dieren risico’s met zich brengen voor de gezondheid of leiden tot overlast. Gelet hierop is het van belang deze categorie evenementen niet te laten vallen onder de uitzondering op de vergunningplicht. Ofschoon de regelgeving rond dierenwelzijn een bevoegdheid is van het Rijk, is een bijkomend voordeel dat in de vergunningsprocedure ook nog eens expliciet kan worden gewezen op het belang van het voldoen aan de voorschriften van de landelijke regelgeving voor dierenwelzijn.
Voor de volledigheid moet hierbij worden opgemerkt dat dierenwelzijn op zichzelf geen grond is om de gevraagde vergunning te weigeren, omdat dit onderwerp reeds in hogere regelgeving is vastgelegd. Overigens zou de voorgestelde bepaling moeten worden opgenomen in artikel 2:25 lid 2 onder sub i en niet, zoals wordt voorgesteld, in lid 3. III.
De Verordening straathandel Den Haag 2017 aan te passen met als ingangsdatum 1 januari 2020 door in artikel 5 eerste lid het volgende criterium onder sub c toe te voegen: “zonder vergunning van burgemeester en wethouder indien dieren worden gebruikt”.
Advies dictum III niet over te nemen: De regelgeving rond dierenwelzijn is een bevoegdheid van het Rijk. Het onderwerp dierenwelzijn is reeds geregeld in de Wet dieren. Onderwerpen die reeds in hogere regelgeving zijn geregeld, kunnen niet met hetzelfde motief in de Verordening straathandel worden geregeld. Gemeenten zijn niet bevoegd om aanvullende regels op het gebied van dierenwelzijn op te stellen. De Verordening straathandel Den Haag 2017 (RIS 295091) kent reeds een vergunningplicht voor alle standplaatsen, dus ook voor die standplaatsen waar dieren zouden worden gebruikt. De Verordening straathandel Den Haag 2017 voorziet dus al in hetgeen het initiatiefvoorstel beoogt te regelen. De Verordening straathandel Den Haag 2017 kent enkele weigeringsgronden voor een aanvraag voor een standplaatsvergunning. Dierenwelzijn is geen weigeringsgrond omdat dit onderwerp reeds in hogere regelgeving is vastgelegd.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10118927
IV.
De APV aan te passen met als ingangsdatum 1 januari 2020 door in artikel 2:9 lid 3 onder sub e het volgende criterium te benoemen: “er geen dieren worden gebruikt”.
Advies dictum IV over te nemen: Als er door een straatartiest dieren worden gebruikt dan is het van belang om zorgvuldig te bekijken in hoeverre dit verantwoord is uit het oogpunt van de veiligheid en gezondheid van anderen en het voorkomen van overlast. Het gebruik van dieren door een straatartiest kan immers leiden tot gevaarlijke situaties. Verder kan het gebruik van dieren risico’s met zich brengen voor de gezondheid of leiden tot overlast. Gelet hierop is het van belang de uitzondering op de vergunningplicht niet van toepassing te laten zijn bij het gebruik van dieren door een straatartiest. Ofschoon de regelgeving rond dierenwelzijn een bevoegdheid is van het Rijk is een bijkomend voordeel dat in de vergunningsprocedure ook kan worden vastgesteld of er wordt voldaan aan de voorschriften van de landelijke regelgeving voor dierenwelzijn. Voor de volledigheid moet hierbij worden opgemerkt dat dierenwelzijn op zichzelf geen grond is om de gevraagde vergunning te weigeren, omdat dit onderwerp reeds in hogere regelgeving is vastgelegd. V.
Het college te verzoeken om begin 2020 de voortgang van de genoemde acties aan de raad mee te delen.
Advies dictum V over te nemen: Het jaar 2020 is reeds gepasseerd. In de eerstvolgende jaarlijkse voortgangsrapportage over de nota Dierenwelzijn zal het college rapporteren over de voortgang van de overgenomen punten uit het initiatiefvoorstel. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3