RIS303221 Wantoestanden bij Haagse Welzijnsorganisaties
Tekst van het document
GEMEENTERAAD RIS-nummer: 303221
Schriftelijke vragen: Wantoestanden bij Haagse Welzijnsorganisaties Indiener: Adeel Mahmood, NIDA Datum: 13 juli 2019 Aan de voorzitter van de gemeenteraad,
Na intensieve gesprekken in de afgelopen maanden met (oud)medewerkers, vrijwilligers en andere betrokkenen bij Xtra en de onderliggende welzijnsorganisaties (zoals Mooi Welzijn en Zebra Welzijn) komen meerdere vermeende wantoestanden aan het licht. Deze wantoestanden worden ook nog eens bevestigd in de AD-artikelen: ‘Haagse buurtwerkers spreken van puinhoop bij welzijnsuitvoerder Xtra: Wie klaagt, moet weg’. en ‘Tarief voor buurthuis in ene wijk dubbel zo hoog als andere: managers moesten sjoemelen’. Naar aanleiding van verontrustende en dringende berichten van medewerkers - een bedreiging gericht aan een van de managers, ondernomen juridische stappen van een ontslagen medewerker en dreigende imago schade voor Zebra - is eind juli 2018 een intern onderzoek ingesteld naar de werksituatie bij Zebra binnen de teams Centrum/Schilderswijk. Naar aanleiding van dit onderzoek zijn er adviezen gegeven voor het verbeteren van de werkbare situatie binnen Zebra, het terugwinnen van het vertrouwen intern in de organisatie en het herstellen van het externe vertrouwen (met o.a. gemeente, scholen, etc.) Echter hebben wij vernomen dat dit rapport mogelijk in de la is verdwenen en er nog steeds klachten van medewerkers zijn. Tevens hebben wij meerder (oud)medewerkers gesproken over hun ervaringen waarbij wij de bij ons binnen gekomen signalen verder hebben getoetst en daar waar nodig aangevuld.
Enkele signalen uit de artikelen, het rapport en de gesprekken die wij gevoerd hebben zijn, dat: medewerkers opgedragen worden hun activiteiten en projecten zo veel mogelijk middels fondsen- en subsidieaanvragen te bekostigen en er erg moeilijk wordt gedaan op het moment dat men een beroep doet op financiën bij Xtra en de onderliggende welzijnsorganisaties zelf, terwijl er een grote hoeveelheid geld op de spaarrekening zit; er projecten (dagbesteding) worden ontwikkeld en hierover wel gerapporteerd wordt, terwijl deze projecten soms niet of nauwelijks uitgevoerd worden dat medewerkers/managers de opdracht wordt gegeven om bij het invullen van (kwartaal)rapportages de resultaten of activiteiten mooier te presenteren dan de werkelijkheid ; er regelmatig collega’s wegvallen waardoor er minder uren ingezet worden, terwijl de organisatie wel alle uren van de gemeente ontvangt; in sommige stadsdelen enkele duizenden klantcontacten opgevoerd worden die nooit hebben plaatsgevonden (opdracht aan medewerkers om alle bezoekers op pleinen te registeren, ook wanneer het er niet toe doet); bij activiteiten en evenementen regelmatig het aantal bezoekers/deelnemers of bereikte personen worden verzonnen en/of overdreven; er sprake is van problematisch en intimiderend gedrag en optreden van de directe leidinggevenden richting kritische medewerkers.
Voorbeeld hiervan is het plegen van karaktermoord op medewerkers met beschuldigingen rondom integriteit. De intimidatie is zo erg dat medewerkers regelmatig uitvallen met gezondheidsklachten. Ook worden ontevreden medewerkers afgekocht middels schikkingen; ondanks het ontbreken van functioneringsgesprekken en/of een dossieropbouw, contracten worden beëindigd waarbij medewerkers pas feedback krijgen op het moment dat hun contract beëindigd wordt of wanneer ze in conflict worden gebracht met de leidinggevenden; er een groot angstcultuur heerst onder medewerkers en er een gebrek is van vertrouwen richting de (top)management; er een verschil is in (uur)tarieven bij buurthuizen in verschillende stadsdelen/wijken;
Pagina 1 van 10
directie en management te veel wijken en medewerkers onder zich hebben waardoor zij niet goed op de hoogte zijn wat er in de wijk afspeelt. Ook heeft NIDA verschillende klachten ontvangen vanuit het maatschappelijk middenveld (sociaal ondernemers, lokale initiatieven, sleutelfiguren, kleine ideële organisaties en vrijwilligers) over de manier waarop Xtra welzijn, de onderliggende werkmaatschappijen en andere formele welzijnsorganisaties zoals een buurthuis de Mussen en Samson omgaan/’samenwerken’ met het maatschappelijk veld. Tot slot zijn er klachten en zorgen over de manier waarop opdrachten en/of subsidies toegekend worden door de gemeente. Overeenkomst artikel 30 van het Reglement van Orde, stelt fractie NIDA het college de volgende vragen: 1) Wat is de reactie van het college op al deze signalen? Graag een reactie per signaal. 2) Hoeveel subsidie en/of financiering is er de afgelopen 8 jaar gegaan naar Xtra, de onderliggende werkmaatschappijen en/of alle andere (welzijn)organisaties (inclusief buurthuizen) en kunt u categorisch uitsplitsen voor welke problematiek/uitdagingen in verschillende domeinen deze gelden zijn vergeven? 3) Hoeveel reserves hebben Xtra, de onderliggende werkmaatschappijen en/of alle andere (welzijn)organisaties (inclusief buurthuizen)? Graag de meest recente cijfers.
4) Hoe komen Xtra, de onderliggende werkmaatschappijen en/of alle andere (welzijn)organisaties (inclusief buurthuizen) aan hun reserves en met welk doel zijn de reserves opgebouwd? 5) Waarom hebben zij hun reserves niet uitgegeven en zijn die reserves opgebouwd uit gemeentelijke gelden? 6) Hoe hoog zijn de salarissen van directie en het (top)management van Xtra, de onderliggende werkmaatschappijen en/of alle andere (welzijn)organisaties (inclusief buurthuizen) op jaarbasis? Graag gespecifieerd per organisatie. 7) Hoeveel geld is er de afgelopen vijf jaar door Xtra, de onderliggende werkmaatschappijen en/of alle andere (welzijn)organisaties (inclusief buurthuizen) besteed aan afkoopregelingen van personeel en met name directie en management? Graag een geanonimiseerde lijst van de hoogte van de bedragen met vermelding van functie en loonschaal per afgekochte directielid, (top)manager en medewerker.
8) Wat is het huidige proces van het aanvragen en toekennen van subsidies en/of opdrachten aan (welzijn)organisaties (inclusief buurthuizen) binnen de verschillende domeinen? 9) Op welke wijze wordt er financiële en inhoudelijke verantwoording gevraagd aan Xtra, de onderliggende werkmaatschappijen en/of alle andere (welzijn) organisaties (inclusief buurthuizen)? 10) Op welke wijze vind er controle in de praktijk plaatst van de gemeente of die financiële en inhoudelijke verantwoording daadwerkelijk klopt? Pagina 2 van 10
11) Welke eisen voor ‘good governance’ en integriteit worden er aan de organisaties gesteld waarmee de gemeente samenwerkt en opdrachten en/of subsidies aan verleen en op welke wijze worden de organisaties getoetst op het naleven van ‘good governance’ en/of integriteit? 12) Heeft de gemeente een (anoniem) loket waar medewerkers van (welzijn)organisaties (klokkenluiders) terechtkunnen die zich zorgen maken over de organisatie waar zij werkzaam zijn, maar niet terecht kunnen bij hun eigen organisatie (uit angst voor hun baan dan wel carrière)? Zo nee, waarom niet? En is het college dan bereid om hier invulling aan te geven.
13) Wat is de impact geweest van alle uitgegeven gelden aan Xtra, de onderliggende werkmaatschappijen en/of alle andere (welzijn)organisaties op de problematiek/uitdagingen in de verschillende domeinen? Oftewel op welke wijze hebben de activiteiten van al deze organisaties concreet en meetbaar bijgedragen aan de grootstedelijke problematiek waaraan de gemeente geld heeft vergeven (denk hierbij mogelijk aan arbeidsparticipatie, onderwijsparticipatie, zorgparticipatie, emancipatie, kunst- en cultuurparticipatie, kansengelijkheid, armoedebestrijding, ondernemerschap)? 14) Welke bestuurlijke en strafrechtelijke maatregelen heeft de gemeente tot haar beschikking indien de signalen (die opgesomd zijn in de inleiding) waar blijken te zijn? 15) Is het college bereid om tot er duidelijkheid is over deze signalen alle financiering (subsidiering) richting Xtra, de onderliggende werkmaatschappijen en/of alle andere (welzijn)organisaties op te schorten of te reduceren? Zo nee, waarom niet? 16) Hoe heeft het zo ver kunnen dat er zo veel misstanden zijn bij Haagse welzijnsorganisaties zonder dat het college ingegrepen heeft? 17) Op welke wijze controleert het college Xtra, de onderliggende werkmaatschappijen en/of alle andere (welzijn)organisaties of zij hun gelden doelmatig besteed hebben en welke resultaten hun werk daadwerkelijk heeft opgeleverd? 18) Is het college bereid een diepgravend
en onafhankelijk onderzoek in te stellen naar alle (mogelijke) misstanden binnen Xtra, de onderliggende werkmaatschappijen en/of andere (welzijn)organisaties (inclusief buurthuizen)? Zo nee, waarom niet? Naast de (mogelijke) misstanden binnen (welzijn)organisaties, hebben wij ook signalen binnengekregen van vrijwilligers, sleutelfiguren, kleine ideële organisaties en sociaal-/cultureel ondernemers over de manier waarop de grotere formele (welzijn)organisaties en soms ook de gemeente samenwerkt met hen. Een aantal van deze signalen zijn: Een groot deel van het werk laten doen door vrijwilligers, sleutelfiguren, kleine ideële organisaties en sociaal-/cultureel ondernemers, terwijl het aangevraagde geld vooral gaat naar de grotere (welzijn)organisaties; Het onterecht toe-eigenen en kopiëren van deze projecten en doen alsof het bedacht en/of opgezet is door de grotere (welzijn)organisaties en/of de gemeente; 19) Wat is de reactie van het college op deze op deze signalen?
Pagina 3 van 10
20) Indien het college niet op de hoogte is van deze signalen, is het college dan bereid een diepgravend onderzoek in te stellen naar manier en de mate waarop grotere formele (welzijn)organisaties samenwerken en/of gebruik maken van vrijwilligers, sleutelfiguren, kleine ideële organisaties en sociaal-/cultureel ondernemers? En zou het college de vrijwilligers, sleutelfiguren, kleine ideële organisaties en sociaal-/cultureel ondernemers willen betrekken in dit onderzoek? Zo nee, waarom niet? 21) Op welke wijze toetst de gemeente hun eigen samenwerking met of de samenwerking van de grotere formele (welzijn)organisaties (inclusief buurthuizen) met vrijwilligers, sleutelfiguren, kleine ideële organisaties en sociaal-/cultureel ondernemers? 22) Welke criteria wordt in de toetsing meegenomen? 23) Op welke wijze worden vrijwilligers, sleutelfiguren, kleine ideële organisaties en sociaal/cultureel ondernemers in die toetsing meegenomen? Het college heeft aangegeven te gaan bezuinigen op het welzijnswerk en dat er meer kleinschalige opdrachten uit zullen worden gezet in de wijken. Ook zal er een nieuwe gunnings- en verantwoordingssystematiek komen. Dit betekent dat de grotere formele (welzijn)organisaties moeten concurreren met vrijwilligers, sleutelfiguren, kleine ideële organisaties en sociaal-/cultureel ondernemers.
Dit baart het informele circuit bestaande uit vrijwilligers, sleutelfiguren, kleine ideële organisaties en sociaal-/cultureel ondernemers (grote) zorgen. 24) Wat is de reactie van het college op deze zorgen? 25) Wanneer kunnen we een eerste concept van de nieuwe gunnings- en verantwoordingssystematiek verwachten en in welke mate wordt impactmeting van uitgegeven gelden meegenomen in die vernieuwde gunnings- en verantwoordingssystematiek? 26) Welke (mogelijke) nadelige gevolgen voorziet het college dat de nieuwe manier van gunnen en verantwoorden zal hebben op de relatie en concurrentiepositie van vrijwilligers, sleutelfiguren, kleine ideële organisaties en sociaal-/cultureel ondernemers t.o.v.
grotere formele (welzijn)organisaties? 27) In welke mate zijn vrijwilligers, sleutelfiguren, kleine ideële organisaties en sociaal-/cultureel ondernemers in staat om te concurreren met grotere formele (welzijn)organisaties? 28) Is het college bereid om te investeren in de verdere professionalisering van vrijwilligers, sleutelfiguren, kleine ideële organisaties en sociaal-/cultureel ondernemers? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet? 29) Is het college bereid de verdeelsleutel van gelden voor welzijn aan te passen, waarbij gelden voor welzijnsorganisaties belegd worden onder de stadsdelen waardoor burgers, vrijwilligers, (buurt)initiatieven, sleutelfiguren, kleine ideële organisaties en sociaal-/cultureel ondernemers meer middelen krijgen om de uitdagingen in hun wijk op te pakken? Zo nee, waarom niet?
Pagina 4 van 10
Adeel Mahmood NIDA
Pagina 5 van 10
Pagina 6 van 10
Pagina 7 van 10
Pagina 8 van 10
Pagina 9 van 10
Pagina 10 van 10