RIS303221 Beantwoording SV Wantoestanden bij Haagse Welzijnsorganisaties
Tekst van het document
Datum
29 oktober 2019
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Mahmood, luidend: ‘Wantoestanden bij Haagse Welzijnsorganisaties’
SV/2019.481 RIS303221
Het raadslid de heer Mahmood heeft op 13 juli 2019 een brief met daarin negenentwintig vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Na intensieve gesprekken in de afgelopen maanden met (oud)medewerkers, vrijwilligers en andere betrokkenen bij Xtra en de onderliggende welzijnsorganisaties (zoals Mooi Welzijn en Zebra Welzijn) komen meerdere vermeende wantoestanden aan het licht. Deze wantoestanden worden ook nog eens bevestigd in de AD-artikelen: ‘Haagse buurtwerkers spreken van puinhoop bij welzijnsuitvoerder Xtra: Wie klaagt, moet weg’. en ‘Tarief voor buurthuis in ene wijk dubbel zo hoog als andere: managers moesten sjoemelen’. Naar aanleiding van verontrustende en dringende berichten van medewerkers - een bedreiging gericht aan een van de managers, ondernomen juridische stappen van een ontslagen medewerker en dreigende imago schade voor Zebra - is eind juli 2018 een intern onderzoek ingesteld naar de werksituatie bij Zebra binnen de teams Centrum/Schilderswijk. Naar aanleiding van dit onderzoek zijn er adviezen gegeven voor het verbeteren van de werkbare situatie binnen Zebra, het terugwinnen van het vertrouwen intern in de organisatie en het herstellen van het externe vertrouwen (met o.a.
gemeente, scholen, etc.) Echter hebben wij vernomen dat dit rapport mogelijk in de la is verdwenen en er nog steeds klachten van medewerkers zijn. Tevens hebben wij meerder (oud)medewerkers gesproken over hun ervaringen waarbij wij de bij ons binnen gekomen signalen verder hebben getoetst en daar waar nodig aangevuld. Enkele signalen uit de artikelen, het rapport en de gesprekken die wij gevoerd hebben zijn, dat: • medewerkers opgedragen worden hun activiteiten en projecten zo veel mogelijk middels fondsen- en subsidieaanvragen te bekostigen en er erg moeilijk wordt gedaan op het moment dat men een beroep doet op financiën bij Xtra en de onderliggende welzijnsorganisaties zelf, terwijl er een grote hoeveelheid geld op de spaarrekening zit; • er projecten (dagbesteding) worden ontwikkeld en hierover wel gerapporteerd wordt, terwijl deze projecten soms niet of nauwelijks uitgevoerd worden; • dat medewerkers/managers de opdracht wordt gegeven om bij het invullen van (kwartaal)rapportages de resultaten of activiteiten mooier te presenteren dan de werkelijkheid ; • er regelmatig collega’s wegvallen waardoor er minder uren ingezet worden, terwijl de organisatie wel alle uren van de gemeente ontvangt; • in sommige stadsdelen enkele duizenden klantcontacten opgevoerd worden die nooit hebben plaatsgevonden (opdracht aan medewerkers om alle bezoekers op pleinen te registeren, ook
wanneer het er niet toe doet); • bij activiteiten en evenementen regelmatig het aantal bezoekers/deelnemers of bereikte personen worden verzonnen en/of overdreven; • er sprake is van problematisch en intimiderend gedrag en optreden van de directe leidinggevenden richting kritische medewerkers. Voorbeeld hiervan is het plegen van karaktermoord op medewerkers met beschuldigingen rondom integriteit. De intimidatie is zo erg dat medewerkers regelmatig uitvallen met gezondheidsklachten. Ook worden
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SV/2019.481
•
• • •
ontevreden medewerkers afgekocht middels schikkingen; ondanks het ontbreken van functioneringsgesprekken en/of een dossieropbouw, contracten worden beëindigd waarbij medewerkers pas feedback krijgen op het moment dat hun contract beëindigd wordt of wanneer ze in conflict worden gebracht met de leidinggevenden; er een groot angstcultuur heerst onder medewerkers en er een gebrek is van vertrouwen richting de (top)management; er een verschil is in (uur)tarieven bij buurthuizen in verschillende stadsdelen/wijken; directie en management te veel wijken en medewerkers onder zich hebben waardoor zij niet goed op de hoogte zijn wat er in de wijk afspeelt.
Ook heeft NIDA verschillende klachten ontvangen vanuit het maatschappelijk middenveld (sociaal ondernemers, lokale initiatieven, sleutelfiguren, kleine ideële organisaties en vrijwilligers) over de manier waarop Xtra welzijn, de onderliggende werkmaatschappijen en andere formele welzijnsorganisaties zoals een buurthuis de Mussen en Samson omgaan/’samenwerken’ met het maatschappelijk veld. Tot slot zijn er klachten en zorgen over de manier waarop opdrachten en/of subsidies toegekend worden door de gemeente. 1. Wat is de reactie van het college op al deze signalen? Graag een reactie per signaal. Het college heeft naar aanleiding van de signalen besloten tot het laten uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek. Middels de raadsmedeling van 16 juli 2019 bent u hierover geïnformeerd (zie RIS303231). De uitkomsten van het onderzoek zullen wij vanzelfsprekend met uw raad delen. 2. Hoeveel subsidie en/of financiering is er de afgelopen 8 jaar gegaan naar Xtra, de onderliggende werkmaatschappijen en/of alle andere (welzijn)organisaties (inclusief buurthuizen) en kunt u categorisch uitsplitsen voor welke problematiek/uitdagingen in verschillende domeinen deze gelden zijn vergeven? Dit kunt u terugvinden in het Subsidieregister van de gemeente Den Haag (https://subsidieregister.denhaag.nl/). 3.
Hoeveel reserves hebben Xtra, de onderliggende werkmaatschappijen en/of alle andere (welzijn)organisaties (inclusief buurthuizen)? Graag de meest recente cijfers. 4. Hoe komen Xtra, de onderliggende werkmaatschappijen en/of alle andere (welzijn)organisaties (inclusief buurthuizen) aan hun reserves en met welk doel zijn de reserves opgebouwd? 5. Waarom hebben zij hun reserves niet uitgegeven en zijn die reserves opgebouwd uit gemeentelijke gelden? Beantwoording vragen 3, 4 en 5. Bij de beantwoording van motie ‘Inzage financiële positie en reserves Haags Welzijn’ (RIS300892) is uw raad geïnformeerd over de reserves. Zie onderstaande tabel voor een overzicht.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SV/2019.481
Haagse Eigen vermogen Eigen vermogen Eigen vermogen Eigen vermogen Welzijnsorganis per 31 december t.o.v. Totale per 31 december t.o.v. Totale atie 2017 lasten 2017 2018 lasten 2018 Stichting Mooi € 4.214.112,20% € 2.921.246,17,1% Welzijn Stichting Voor € 4.206.376,21,2% € 3.737.745,20,4% Welzijn Stichting Zebra € 2.916.797,20,4% € 1.669.995,14,5% Stichting Welzijn € 786.018,18,2% € 83.693,2,0% Scheveningen Boerenplein/Mand € 109.870,23% € 141.632,14,1% elaplein Jeugdwerk* € 572.738,25% € 690.116,20,2% Haagse Hopjes € 20.290,4,3% € 12.901,2,8% Transvaal Kommunika € 56.474,16,1% € 63.350,17,1% De Mussen € 40.961,1,9% € 44.891,2,4% * Impuls van de financiële positie van de stichting door verkoop van pand, dat vervolgens wordt terug gehuurd (sale/leaseback constructie). Deze constructie is aangegaan om de organisatie financieel gezond te krijgen. Organisaties bouwen vermogen op om verschillende redenen. Welzijnsorganisaties zijn private organisaties. Daarmee zijn zij zelf verantwoordelijk voor de eigen bedrijfsvoering en financiële huishouding. Een gezonde reserve is noodzakelijk om eventuele risico’s in de bedrijfsvoering af te kunnen vangen.
De Haagse Welzijnsorganisaties hebben vaak meerdere bronnen van inkomsten die bijdragen aan deze reserve opbouw, zoals: - giften, donaties en legaten; - interest baten; - verhuuropbrengsten; - opbrengsten uit activiteiten; - bijdragen van fondsen; - (gemeentelijke) subsidies. Voor verdere toelichting verwijst het college naar de beantwoording van motie ‘Inzage financiële positie en reserves Haags Welzijn’ (RIS300892). 6. Hoe hoog zijn de salarissen van directie en het (top)management van Xtra, de onderliggende werkmaatschappijen en/of alle andere (welzijn)organisaties (inclusief buurthuizen) op jaarbasis? Graag gespecifieerd per organisatie. De informatie over de bezoldiging van bestuurders zijn te vinden in de jaarverslagen van de betreffende organisaties. De jaarverslagen zijn publiekelijk toegankelijk. 7. Hoeveel geld is er de afgelopen vijf jaar door Xtra, de onderliggende werkmaatschappijen en/of alle andere (welzijn)organisaties (inclusief buurthuizen) besteed aan afkoopregelingen van personeel en met name directie en management? Graag een geanonimiseerde lijst van de hoogte van de bedragen met vermelding van functie en loonschaal per afgekochte directielid, (top)manager en medewerker. Kosten verbonden aan de afvloeiing van personeel zijn onderdeel van de bedrijfsvoering van de betreffende organisatie.
Eventuele informatie over afkoopsommen bij de welzijnsorganisaties zijn te vinden in de jaarverslagen van de betreffende organisaties. Deze zijn publiekelijk toegankelijk.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SV/2019.481
8. Wat is het huidige proces van het aanvragen en toekennen van subsidies en/of opdrachten aan (welzijn)organisaties (inclusief buurthuizen) binnen de verschillende domeinen? De subsidiëring van de Haagse Welzijnsorganisaties en zelfstandige buurthuizen vindt plaats middels een jaarlijkse cyclus, gebaseerd op de Algemene Subsidieverordening Den Haag 2014 (hierna: ASV). In april van het voorliggende jaar geeft de gemeente middels een uitvraag aan op welke maatschappelijke opgaven en doelstellingen zij inzet verwacht. Hieraan is ook een financieel kader gekoppeld. Organisaties hebben tot 1 juni om een subsidieaanvraag in te dienen. De gemeente toetst deze voorstellen in de periode juni - augustus. Waar nodig vraagt de gemeente om bijstelling. Organisaties hebben dan een maand de tijd voor een bijgestelde subsidieaanvraag. In de periode oktober december wordt dit verzoek nogmaals zorgvuldig getoetst. Indien de aanvraag aan de voorwaarden voldoet wordt de beschikking met daarin de gemaakte afspraken opgesteld. Organisaties starten vanaf 1 januari met hun werkzaamheden conform afspraken in de afgegeven beschikking. 9. Op welke wijze wordt er financiële en inhoudelijke verantwoording gevraagd aan Xtra, de onderliggende werkmaatschappijen en/of alle andere (welzijn) organisaties (inclusief buurthuizen)? 10.
Op welke wijze vind er controle in de praktijk plaats van de gemeente of die financiële en inhoudelijke verantwoording daadwerkelijk klopt? Beantwoording vraag 9 en 10 Elk kwartaal rapporteren de organisaties over de behaalde resultaten door middel van een kwartaalrapportage en een toelichtend gesprek. Hierin zit ook een financiële thermometer verwerkt in de vorm van een stoplicht (zie RIS300892). Tijdens deze gesprekken stuurt de gemeente op resultaat en continuïteit van de dienstverlening. Naast de formele rapportagelijn is er op operationeel niveau frequent contact tussen de gemeentelijke opdrachtgever en de uitvoerende partijen in de wijk. Aan het eind van het jaar leveren de organisaties een inhoudelijk en financieel jaarverslag aan. De organisaties laten het financieel jaarverslag controleren door een register accountant. Deze kijkt of de boeken in orde zijn, middelen doelmatig zijn besteed en of er geen afwijkingen zijn. De gemeente toetst aan de hand van het inhoudelijke en financiële jaarverslag, de kwartaalrapportages en de kennis uit de wijken of is voldaan aan de subsidievoorwaarden zoals opgenomen in de afgegeven beschikking. De wijze waarop subsidieverstrekking en het gemeentelijk toezicht georganiseerd is, en of dit afdoende is, wordt meegenomen in het onafhankelijke onderzoek (zie RIS303231). 11.
Welke eisen voor ‘good governance’ en integriteit worden er aan de organisaties gesteld waarmee de gemeente samenwerkt en opdrachten en/of subsidies aan verleen en op welke wijze worden de organisaties getoetst op het naleven van ‘good governance’ en/of integriteit? De governance, waaronder degelijke en zorgvuldige besluitvorming, bij welzijnsorganisaties wordt primair in de statuten van de organisatie vastgesteld. Op het moment dat een organisatie een eerste aanvraag indient worden deze statuten door de gemeente getoetst op vigerende wet en regelgeving voor stichtingen. Daarnaast hebben welzijnsorganisaties een ANBI status. Ze moeten zich houden aan de wet en regelgeving voor ANBI’s (https://anbi.nl/algemene-regelgeving/).Onderdeel van het kunnen verkrijgen van een ANBI-status is een toets op de inrichting en de statuten van de organisatie door de belastingdienst. Ook integriteit wordt hierin meegenomen.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SV/2019.481
Een deel van de organisaties is aangesloten bij de Brancheorganisatie Sociaal Werk Nederland. Deze hanteert sinds 2016 een (bijgestelde) governance code waar welzijnsorganisaties zich in beginsel aan moeten houden. De manier waarop de governance is georganiseerd bij welzijnsorganisaties is onderdeel van het onafhankelijk onderzoek (zie RIS303231). 12. Heeft de gemeente een (anoniem) loket waar medewerkers van (welzijn)organisaties (klokkenluiders) terechtkunnen die zich zorgen maken over de organisatie waar zij werkzaam zijn, maar niet terecht kunnen bij hun eigen organisatie (uit angst voor hun baan dan wel carrière)? Zo nee, waarom niet? En is het college dan bereid om hier invulling aan te geven. De gemeente heeft geen klokkenluidersloket voor medewerkers van welzijnsorganisaties. Organisaties zijn in beginsel zelf verantwoordelijk voor de eigen bedrijfsvoering, bedrijfscultuur en de vraagstukken die hieruit voortkomen. Het college ziet het dan ook primair als verantwoordelijkheid van de organisaties zelf en eventuele brancheorganisaties om dit te organiseren. Uiteraard doen ze dit binnen bestaande wettelijke kaders zoals bijvoorbeeld de Wet op de ondernemingsraden. Afhankelijk van de grootte van de organisatie en het daarbij behorende (risico)profiel wordt medezeggenschap van medewerkers op verschillende manieren vormgegeven middels o.a. ondernemingsraden.
Afhankelijk van de rechtsvorm van de organisatie is er een onafhankelijke Raad van Toezicht (RvT). De reikwijdte van de toezichthoudende taak van deze raad staan benoemd in de statuten van de betreffende organisatie en gaan over o.a. goed bestuur. Ingrijpende veranderingen en keuzes in o.a. de bedrijfsvoering, maar ook jaarverslagen dienen voorgelegd te worden aan de RvT ter goedkeuring. Verder kunnen organisaties ervoor kiezen om interne of externe vertrouwenspersonen aan te stellen in overleg met de ondernemingsraad. Daarnaast kan zij er aanvullend ervoor kiezen om andere raden in te stellen waaronder een participatieraad en een cliëntenraad. Betreffende de welzijnsorganisaties onder stichting Xtra hecht het college er aan de resultaten van het onafhankelijk onderzoek in deze af te wachten (zie RIS303231). 13.
Wat is de impact geweest van alle uitgegeven gelden aan Xtra, de onderliggende werkmaatschappijen en/of alle andere (welzijn)organisaties op de problematiek/uitdagingen in de verschillende domeinen? Oftewel op welke wijze hebben de activiteiten van al deze organisaties concreet en meetbaar bijgedragen aan de grootstedelijke problematiek waaraan de gemeente geld heeft vergeven (denk hierbij mogelijk aan arbeidsparticipatie, onderwijsparticipatie, zorgparticipatie, emancipatie, kunst- en cultuurparticipatie, kansengelijkheid, armoedebestrijding, ondernemerschap)? Zie antwoord op vraag 8, 9 en 10 voor de manier waarop het huidige subsidie- en verantwoordingsproces is ingericht. In het coalitieakkoord staat dat de subsidiesystematiek eenvoudiger, flexibeler en meer gericht op resultaat wordt. Het college gaat de huidige subsidiesystematiek in lijn brengen met deze ambitie. 14. Welke bestuurlijke en strafrechtelijke maatregelen heeft de gemeente tot haar beschikking indien de signalen (die opgesomd zijn in de inleiding) waar blijken te zijn? 15. Is het college bereid om tot er duidelijkheid is over deze signalen alle financiering (subsidiering) richting Xtra, de onderliggende werkmaatschappijen en/of alle andere (welzijn)organisaties op te schorten of te reduceren? Zo nee, waarom niet?
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SV/2019.481
16. Hoe heeft het zo ver kunnen dat er zo veel misstanden zijn bij Haagse welzijnsorganisaties zonder dat het college ingegrepen heeft? Beantwoording vragen 14, 15 en 16 Het college hecht er aan de resultaten van het onafhankelijk onderzoek in deze af te wachten (zie RIS303231). Mochten subsidies zijn verstrekt voor activiteiten die niet zijn uitgevoerd, dan heeft het college de mogelijkheid de betaling van subsidies op te schorten, of in het uiterste geval subsidies terug te vorderen conform de ASV. 17. Op welke wijze controleert het college Xtra, de onderliggende werkmaatschappijen en/of alle andere (welzijn)organisaties of zij hun gelden doelmatig besteed hebben en welke resultaten hun werk daadwerkelijk heeft opgeleverd? Zie beantwoording vragen 8. 9 en 10. 18. Is het college bereid een diepgravend en onafhankelijk onderzoek in te stellen naar alle (mogelijke) misstanden binnen Xtra, de onderliggende werkmaatschappijen en/of andere (welzijn)organisaties (inclusief buurthuizen)? Zo nee, waarom niet? Naast de (mogelijke) misstanden binnen (welzijn)organisaties, hebben wij ook signalen binnengekregen van vrijwilligers, sleutelfiguren, kleine ideële organisaties en sociaal-/cultureel ondernemers over de manier waarop de grotere formele (welzijn)organisaties en soms ook de gemeente samenwerkt met hen.
Een aantal van deze signalen zijn: • Een groot deel van het werk laten doen door vrijwilligers, sleutelfiguren, kleine ideële organisaties en sociaal-/cultureel ondernemers, terwijl het aangevraagde geld vooral gaat naar de grotere (welzijn)organisaties; • Het onterecht toe-eigenen en kopiëren van deze projecten en doen alsof het bedacht en/of opgezet is door de grotere (welzijn)organisaties en/of de gemeente; 19. Wat is de reactie van het college op deze op deze signalen? 20. Indien het college niet op de hoogte is van deze signalen, is het college dan bereid een diepgravend onderzoek in te stellen naar manier en de mate waarop grotere formele (welzijn)organisaties samenwerken en/of gebruik maken van vrijwilligers, sleutelfiguren, kleine ideële organisaties en sociaal-/cultureel ondernemers? En zou het college de vrijwilligers, sleutelfiguren, kleine ideële organisaties en sociaal-/cultureel ondernemers willen betrekken in dit onderzoek? Zo nee waarom niet? 21. Op welke wijze toetst de gemeente hun eigen samenwerking met of de samenwerking van de grotere formele (welzijn)organisaties (inclusief buurthuizen) met vrijwilligers, sleutelfiguren, kleine ideële organisaties en sociaal-/cultureel ondernemers? 22. Welke criteria wordt in de toetsing meegenomen? 23.
Op welke wijze worden vrijwilligers, sleutelfiguren, kleine ideële organisaties en sociaal/cultureel ondernemers in die toetsing meegenomen? Beantwoording vragen 18 t/m 23. Bij de totstandkoming en organisatie van lokale (welzijns)activiteiten is samenwerking tussen partijen onderling belangrijk. Organisaties die een subsidieverzoek voor uitvoering van welzijnsactiviteiten indienen bij de gemeente, dienen een toelichting te geven op de invulling van deze samenwerking.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SV/2019.481
De gemeente voert regelmatig periodieke gesprekken met subsidieontvangers. In deze periodieke gesprekken komt ook het onderwerp samenwerking aan bod. Wanneer de gemeente signalen ontvangt dat de samenwerking minder goed verloopt, gaat de gemeente met de organisaties in gesprek. De samenwerking tussen Xtra in relatie tot andere partijen in de stad enerzijds en de samenwerking tussen de gemeente in relatie tot Xtra anderzijds, maken onderdeel uit van het onafhankelijke onderzoek (zie RIS303231). Het college heeft aangegeven te gaan bezuinigen op het welzijnswerk en dat er meer kleinschalige opdrachten uit zullen worden gezet in de wijken. Ook zal er een nieuwe gunnings- en verantwoordingssystematiek komen. Dit betekent dat de grotere formele (welzijn)organisaties moeten concurreren met vrijwilligers, sleutelfiguren, kleine ideële organisaties en sociaal-/cultureel ondernemers. Dit baart het informele circuit bestaande uit vrijwilligers, sleutelfiguren, kleine ideële organisaties en sociaal-/cultureel ondernemers (grote) zorgen. 24.Wat is de reactie van het college op deze zorgen? Het college gaat het welzijn herstructureren conform de opgave in het coalitieakkoord. Dit betekent dat het college welzijn effectiever en kleinschaliger gaat organiseren.Verschillende wijken kennen verschillende knelpunten, die vragen om verschillende methoden.
De subsidiesystematiek wordt eenvoudiger, flexibeler en meer gericht op resultaat. Aansturing wordt taakgerichter. Door deze herstructurering krijgen kleinschalige, innovatieve, wijkgerichte initiatieven meer ruimte, kansen en vertrouwen. Op deze manier worden doelgroepen beter bereikt en wordt beter ingespeeld op de specifieke vraag van bewoners. Hier is ook geld voor. Jaarlijks stelt het college 2,5 miljoen euro voor dergelijke initiatieven beschikbaar. 25.Wanneer kunnen we een eerste concept van de nieuwe gunnings- en verantwoordingssystematiek verwachten en in welke mate wordt impactmeting van uitgegeven gelden meegenomen in die vernieuwde gunnings- en verantwoordingssystematiek? Dit maakt onderdeel uit van de herstructurering (zie beantwoording vraag 24). De subsidiesystematiek wordt conform coalitieakkoord eenvoudiger, flexibeler en meer gericht op resultaat. Naar subsidies voor stadsbrede welzijnstaken die we centraal willen organiseren, kunnen alle huidige welzijnsorganisaties en andere maatschappelijke organisaties meedingen. Uw raad wordt ieder jaar bij de jaarrekening geïnformeerd over de voortgang. 26.Welke (mogelijke) nadelige gevolgen voorziet het college dat de nieuwe manier van gunnen en verantwoorden zal hebben op de relatie en concurrentiepositie van vrijwilligers, sleutelfiguren, kleine ideële organisaties en sociaal-/cultureel ondernemers t.o.v.
grotere formele (welzijn)organisaties? Dit is nog niet aan de orde. De nieuwe subsidiesystematiek moet nog vorm krijgen. 27. In welke mate zijn vrijwilligers, sleutelfiguren, kleine ideële organisaties en sociaal-/cultureel ondernemers in staat om te concurreren met grotere formele (welzijn)organisaties? Het college wil door middel van de herstructurering kleinschalige, innovatieve, wijkgerichte initiatieven meer ruimte, kansen en vertrouwen geven. Deze ambities zijn vertaald in de contourennota (RIS302816).
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SV/2019.481
28. Is het college bereid om te investeren in de verdere professionalisering van vrijwilligers, sleutelfiguren, kleine ideële organisaties en sociaal-/cultureel ondernemers? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet? Het vrijwilligerswerk is het cement van de samenleving. Daarom maakt het college het mogelijk dat alle vrijwilligers in onze gemeente zich blijvend kunnen professionaliseren in hun werkzaamheden. Hiervoor kunnen zij terecht bij de Haagse ondersteuningsorganisatie PEP. Deze ondersteuning continueren wij de komende periode. 29. Is het college bereid de verdeelsleutel van gelden voor welzijn aan te passen, waarbij gelden voor welzijnsorganisaties belegd worden onder de stadsdelen waardoor burgers, vrijwilligers, (buurt)initiatieven, sleutelfiguren, kleine ideële organisaties en sociaal-/cultureel ondernemers meer middelen krijgen om de uitdagingen in hun wijk op te pakken? Zo nee, waarom niet? Het college werkt momenteel aan een nieuwe bekostigingssystematiek, zoals vermeld in de contourennota (RIS302816) als onderdeel van de herstructurering van het welzijn. Hiermee geven we uitvoering aan de opdracht uit het coalitieakkoord om de subsidiesystematiek eenvoudiger, flexibeler en meer gericht op resultaat in te richten. In 2020 wordt uw raad geïnformeerd over de uitwerking hiervan. Het college van burgemeester en wethouders, de wnd. secretaris, de wnd.
burgemeester, Dineke ten Hoorn Boer
Johan Remkes