CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS302899 Afdoening motie Nadere informatie coffeeshopbeleid

Commissie Bestuur 8 september 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief burgemeester, de heer Van Zanen, inzake gedoogbeleid coffeeshops Den Haag1.710 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

001

Ons kenmerk

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

BSD/2019.288 RIS302899 rm-

Aan: de Gemeenteraad

Contactpersoon

Enrique Alonso / Henri van der Heijden Dienst

Bestuursdienst Afdeling

Directie Veiligheid Telefoonnummer

14070 Datum

16 juli 2019 Onderwerp

Afdoening motie J-criterium / nadere informatie coffeeshopbeleid

Uw raad heeft tijdens de bespreking van de afronding debat commissie betreffende Brief van de burgemeester, mevrouw Krikke over stand van zaken coffeeshops/experiment gesloten coffeeshopketen (RIS302478) op 13 juni 2019 de motie “proportionele sanctionering J-criterium” aangenomen (RIS 302899). Deze was ingediend door het raadslid de heer Kapteijns. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Constaterende, dat: - er in Den Haag niet of nauwelijks sprake is van overlast door coffeeshops; - op basis van het huidige sanctioneringsbeleid alleen al de aanwezigheid van een 16- of 17 jarige in een coffeeshop reden is om een coffeeshop te sluiten en de gedoogstatus af te nemen, zodat de coffeeshop nooit meer open gaat. Overwegende, dat: - het voor de indieners buiten kijf staat dat verkoop van softdrugs aan minderjarigen niet toegestaan is (het zogenaamde J-criterium); coffeeshophouders zich maximaal inspannen om te voldoen aan de gedoogcriteria waaronder het J-criterium; - van een op te leggen sanctie een preventieve werking moet uitgaan, maar dat dit in balans moet zijn met de ernst van de overtreding; - de burgemeester reeds heeft toegezegd voor de zomer met een brief te komen, waarin wordt uiteengezet de geschiedenis en de totstandkoming van het J-criterium.

Verzoekt het college:  in de toegezegde brief aan de gemeenteraad over het J-criterium tevens in te gaan op de mogelijkheden van sanctionering.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

Telefoonnummer 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/2019.288

Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. Daarnaast bevat de mededeling nadere informatie over twee aspecten van het coffeeshopbeleid, zoals toegezegd tijdens de vergadering van de commissie Bestuur van 29 mei 2019. In die vergadering is allereerst gevraagd om een toelichting op het standpunt dat in Den Haag sprake is van een kleine, transparante en beheersbare coffeeshopbranche. Tevens is verzocht om informatie over de historische ontwikkeling van de totstandkoming en de (mogelijkheden tot) handhaving van het J-criterium in Den Haag en de verschillende sancties die in het verleden aan het J-criterium waren gekoppeld. Hierbij doen wij u de gevraagde informatie toekomen. Totstandkoming Haags Coffeeshopbeleid Tot medio jaren negentig was er landelijk sprake van een ongebreidelde groei van het aantal coffeeshops, in Den Haag tot een aantal van circa 125. Het Nederlandse drugsbeleid was tot dan toe voornamelijk gericht op normalisering en risico- en schadebeperking. In 1995 werd de focus verlegd naar de aanpak van drugsoverlast/-criminaliteit en problematisch drugsgebruik 1. Als uitvloeisel daarvan werden dat jaar de AHOJG-criteria vastgesteld (geen affichering. geen harddrugs, geen overlast, geen toegang/verkoop aan jeugdigen, geen verkoop van grote hoeveelheden per transactie).

In lijn met het Rijksbeleid heeft sindsdien ook in Den Haag een beheersbare situatie altijd centraal gestaan (RIS121105). De landelijke criteria zijn al snel aangevuld met lokale criteria. Zo geldt al geruime tijd dat coffeeshops alcoholvrij moeten zijn, niet zichtbaar mogen zijn vanaf de voordeur van basisscholen en op een minimale afstand van 250 meter liggen van scholen voor voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. Beheersbare branche Het Haagse coffeeshopbeleid heeft dus al geruime tijd als uitgangspunt om een kleinschalige, transparante en beheersbare branche te creëren en in stand te houden (RIS020089). Beheersbaar in die zin, dat het accent ligt op het voorkomen van overlast, bescherming van minderjarigen en de scheiding van markten van hard- en softdrugs. Uitvoering van dit beleid heeft ertoe geleid dat het aantal coffeeshops als volgt is gedaald: in 1995 103, in 1997 87 (RIS020089), in 1999 74, in 2000 63 (RIS086161), in 2002 43 (RIS103107), in 2003 41 (RIS114857) en in 2004 40 (RIS121105). Hieronder wordt uiteengezet hoe het kwaliteitsbeleid dit aantal inmiddels heeft teruggebracht tot 36 coffeeshops.

Reeds sinds eind jaren 90 blijkt uit informatie van de politie dat door strikte controle en handhaving van het coffeeshopbeleid, uit een oogpunt van openbare orde en veiligheid, sprake is van een stabiele en beheersbare situatie (RIS072846) en dat het coffeeshopbeleid in de praktijk het beoogde effect sorteert, namelijk de bescherming van het woon- en leefklimaat, minderjarigen en het bereiken van een beheersbare situatie (RIS097400, RIS106230, RIS133491, RIS146655, RIS164525, RIS165410). Kwaliteitsbeleid / aanpak overconcentratie Ondanks het beheersbare aantal coffeeshops in Den Haag, is in overleg met uw raad besloten om in 2009 nog een extra kwaliteitsslag door te voeren in het coffeeshopbeleid (RIS257888). Deze bestaat uit het nog strakker handhaven van de landelijke AHOJG-criteria en de vaststelling van nadere lokale criteria, zoals uiteengezet in de collegebrief van 7 mei jl. (RIS302478). Hiermee werd, naast de bestaande doeleinden van het beleid, ook beoogd de overconcentratie van coffeeshops in het Zeeheldenkwartier en de Weimarstraat tegen te gaan. Coffeeshops mogen vanuit de overconcentratiegebieden verplaatsen naar vrijgevallen locaties daarbuiten. Het aangescherpte beleid voorziet in een periodieke Bibob-toets teneinde de integriteit van de branche te waarborgen.

1

Landelijke drugsnota “Continuïteit en Verandering”: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24077-3.html

2/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/2019.288

Den Haag was hiermee koploper en dit aspect van het kwaliteitsbeleid heeft landelijk navolging gekregen. De Bibob-toets heeft in 2011 geleid tot sluiting van twee coffeeshops. Hierdoor werd één verplaatsing mogelijk vanuit het Zeeheldenkwartier naar de vrijgevallen locatie aan de Boerenstraat. Bij de meest recente Bibob-toets, die onlangs is afgerond, zijn alle coffeeshops door de screening gekomen. J-criterium Sinds 1995 maakt het J-criterium (geen toegang of verkoop aan Jeugdigen/minderjarigen) onderdeel uit van de landelijke gedoogcriteria voor coffeeshops. Tegen de verkoop van softdrugs aan minderjarigen werd van oudsher opgetreden door te waarschuwen bij de eerste overtreding en door sluiting en beëindiging van de gedoogstatus na de tweede overtreding (RIS020089). Het aantal sluitingen van coffeeshops op grond van overtreding van het J-criterium sinds 1999 is als volgt: in 1999 één, in 2001 twee en in 2002 één. Van 2003 tot 2013 zijn geen minderjarigen aangetroffen in coffeeshops. De leeftijdsgrens werd door de coffeeshophouders strikt gehanteerd. In veel coffeeshops zijn zogenoemde sluizen aangebracht om te voorkomen dat minderjarigen binnenkomen (RIS156447). Hierboven is uiteengezet dat het kwaliteitsbeleid ten aanzien van coffeeshops onder meer bestaat uit een strakkere handhaving van de AHOJG-criteria.

Deze is in 2010 doorgevoerd in het door uw raad vastgestelde handhavingsbeleid horeca (RIS168865). Sindsdien wordt al bij de eerste overtreding van het J-criterium overgegaan tot sluiting van de coffeeshop en beëindiging van de gedoogstatus. In 2016 is deze lijn ongewijzigd voortgezet in het huidige door uw raad vastgestelde handhavingsbeleid horeca (RIS288641) vanuit het grote belang om jongeren te beschermen tegen het gebruik van softdrugs. In 2012 en 2013 moesten twee coffeeshops worden gesloten op grond van overtreding van het J-criterium (RIS271603). Daarmee kwam het totaal aan coffeeshops te staan op het huidige aantal van 36. Bij de sluiting in 2012 trof de politie een minderjarige (16 jaar) aan in de coffeeshop. Deze verklaarde dat hij twee weken eerder ook al in de coffeeshop was geweest om softdrugs te kopen en te nuttigen. Bij binnenkomst was hij beide keren niet gecontroleerd op leeftijd. Hierover is ook door de rechter geoordeeld dat de gevolgen van het onvoldoende instrueren dan wel nalatigheid van het personeel voor rekening en risico komen van de coffeeshophouder. Bij de sluiting in 2013 was van belang dat de politie heeft geconstateerd dat een minderjarige (16 jaar) behorend tot een groepje jongeren, de coffeeshop betrad, naar de balie liep en korte tijd later weer terugliep naar het groepje jongeren om de softdrugs te verstrekken.

Kort daarop ging de minderjarige wederom de coffeeshop in en keerde daarna weer terug naar het groepje jongeren in het bezit van softdrugs. Bij zijn aanhouding verklaarde de minderjarige dat hij voor een vriend softdrugs wilde kopen en dat de verkoopster niet om zijn leeftijd of legitimatie heeft gevraagd. Ook in deze zaak is zowel door de burgemeester als in rechte geoordeeld dat, gelet op de feiten en omstandigheden, sluiting gerechtvaardigd was. In 2016 is in een coffeeshop een minderjarige (17 jaar) aangetroffen die geen legitimatiebewijs bij zich had. In deze coffeeshop vond wel een leeftijdscontrole op basis van legitimatie plaats. De minderjarige was toegelaten omdat hij zich bij eerdere bezoeken had gelegitimeerd met het identiteitsbewijs van een jongen die wel meerderjarig was. Dit werd bevestigd door personeelsleden van de coffeeshop. Hoewel de burgemeester in die zaak moest vaststellen dat de toegangscontrole niet zorgvuldig genoeg had plaatsgevonden, bleek dat de ondernemer inmiddels passende maatregelen had getroffen om herhaling te voorkomen. Zo had hij een ID-scanner aangeschaft en het personeel een cursus gezichtsherkenning laten volgen. Daarom kreeg hij het voordeel van de twijfel en is afgezien van sluiting van de coffeeshop.

3/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/2019.288

Afdoening motie Uit voormelde casus blijkt dat de burgemeester bij toepassing van het J-criterium altijd alle feiten en omstandigheden betrekt, zoals deze blijken uit de politie-informatie en de zienswijzegesprekken. Op basis daarvan wordt een zorgvuldige afweging gemaakt tussen het belang van de ondernemer en de bescherming van minderjarigen. Het college stelt voor om in het vervolg bij deze afweging de concrete feiten en omstandigheden van het geval nog kritischer te betrekken om zo tegemoet te komen aan de wens van uw raad om de positie van de goedwillende coffeeshophouder nog meer in acht te nemen. Wij benadrukken dat de burgemeester met name ten aanzien van het J-criterium hoge eisen blijft stellen aan de coffeeshophouders. Als komt vast te staan dat zij deze verantwoordelijkheid verzuimen, wordt overgegaan tot sluiting van de coffeeshop. Daarmee behoudt de burgemeester directe slagkracht voor die gevallen waarin een coffeeshophouder níet goedwillend is dan wel níet zijn verantwoordelijkheid neemt. De Raad van State heeft daarover al in 2006 geoordeeld dat bij een sluiting in verband met het aantreffen van minderjarigen in redelijkheid een waarschuwing achterwege kan worden gelaten. 2 Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de wnd. secretaris de burgemeester

Dineke ten Hoorn Boer

2

Pauline Krikke

ECLI:NL:RVS:2006:AX9078 (sluiting coffeeshop in Rotterdam).

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/7826389/1