RIS302430 Grenzen aan de open Haagse samenleving Meedoen in Den Haag
Tekst van het document
Grenzen aan de open Haagse samenleving Meedoen in Den Haag
Discussienota integratie van de Haagse VVD
‘Grenzen aan de open Haagse samenleving’ is een uitgave van de gemeenteraadsfractie van de Haagse VVD Jan Pronk April 2019 Den Haag www.vvddenhaag.nl
Samenvatting Den Haag wordt steeds diverser in samenstelling. Het percentage inwoners met een migratieachtergrond zal stijgen tot 57% in 2023. Hoewel de Haagse VVD kleur, religie en afkomst helemaal niet relevant vindt, zou het naïef zijn te denken dat de toenemende culturele verscheidenheid zonder gevolgen is. Wij snappen dat integratie en immigratie tot de grootste zorgen behoren van de Nederlanders. In deze discussienota benoemen wij kort wat de kern van onze Haagse cultuur is, wat we willen beschermen en wat moet worden uitgedragen naar nieuwkomers en Nederlanders met een migratieachtergrond. Of je hier nu geboren en getogen bent, of pas sinds kort woont, of je nu wit, blauw, zwart of rood bent, en of je nu in Ypenburg woont of in de Schilderswijk, voor de Haagse VVD zijn deze negen regels het uitgangspunt: De Haagse Kern 1. Overeenkomstig de grondwet is iedereen gelijkwaardig, ongeacht geslacht, levensovertuiging, geloofsovertuiging, etniciteit, afkomst of seksuele voorkeur. 2. In Den Haag onderschrijven wij volledig de vrijheid van meningsuiting en dus ook de vrijheid om over iedere overtuiging of religie cartoons en grappen te maken, cabaret en toneel te maken, spot te drijven, kunst te vervaardigen en de religie te betwisten. De grens hiervan ligt bij het wetboek van strafrecht.
Wat voor de één een belangrijke geloofsstelling is, kan voor de andere een ridicule overtuiging zijn. Wat voor de één een belediging is, kan door een ander als nare confrontatie met de waarheid worden beschouwd. Vrijheid van meningsuiting is dus niet alleen een recht, maar ook een plicht aan een ander te gunnen. Het heeft een wederkerende werking. 3. Als stad van recht en vrede staat het hoogst in het vaandel dat je in Den Haag vrijheid van geweten, denken, doen en laten hebt, maar dat je accepteert dat iedereen dat heeft, uiteraard binnen de grenzen van de wet. 4. In Den Haag is godsdienstvrijheid. Dit biedt de mogelijkheid religie in zijn volledigheid te kunnen beleven en uitdragen, maar het is geen groter recht dan het recht om niet te geloven. De wetten van het land staan boven de regels van het geloof. 5. Iedereen heeft het recht om ongelovig te zijn of het geloof te verlaten, zich daarvan af te keren. 6. De grens van wat kan en mag ligt daar waar je de vrijheid van een ander inperkt. Iedere burger mag in onze samenleving zijn overtuigingen hebben, maar legt die overtuigingen niet op aan andersdenkenden. Iedere burger moet binnen de grenzen van de wet kunnen doen of laten wat hij wil, ook als dit niet overeenkomt met de centrale stellingen van welke (geloofs)overtuiging dan ook. 1 7. Het recht op zelfbeschikking is fundamenteel in onze vrije samenleving.
Je bepaalt zelf hoe je je kleedt, wie je lief hebt en gaat over de integriteit van jouw lichaam. Daar waar religieuze of maatschappelijke overtuigingen leiden tot onwettelijke gedragingen of praktijken zoals uithuwelijking, polygamie, vrouwenbesnijdenis, huwelijkse dwang, lijfstraffen of religieuze rechtbanken geldt de Nederlandse wet en dus de strafbaarheid van zulks. Deze praktijken dienen we actief tegen te gaan in onze stad. 8. Wie hier woont, doet mee. Wie kan werken, houdt zijn eigen broek op. Wij ondersteunen ook hen die zich vrijwillig inzetten om de Haagse gemeenschap mooier en sterker te maken. De
1
Dit betekent dat er bijvoorbeeld andere overtuigingen of meningen kunnen bestaan over de wenselijkheid van medisch-ethische rechten en seksuele vrijheden, maar dat anderen het recht op deze vrijheden en rechten nimmer zal worden ontzegd. De vrijheid van een gelovige bestaat bij de gratie van de vrijheid van ongelovigen hier anders over te denken.
afhankelijkheid van een uitkering moet omlaag. Wie er voor kiest de Nederlandse taal niet te leren, kan geen aanspraak maken op een bijstandsuitkering. 9. Om contact tussen burgers en tussen burgers en instellingen/organisaties te bevorderen, communiceren we in Den Haag zoveel mogelijk in het Nederlands. Daarnaast doen we concrete voorstellen die de integratie kunnen verbeteren en die ervoor zorgen dat Den Haag gewoon Den Haag blijft. Taal en werk
onvoldoende beheersen. Daarom stellen wij onder andere voor de voor- en vroegschoolse educatie breder beschikbaar en toegankelijker te maken. Zo kunnen migrantenkinderen op jonge leeftijd al kennis maken met de Nederlandse taal. Maar naast de focus op het voorkomen van taalachterstanden bij kinderen is ook taalbeheersing voor nieuwkomers van groot belang. Als het aan de Haagse VVD ligt, wordt de taal geleerd tegelijkertijd met het hebben van een baan, onder andere door taallessen ook in de avond en in het weekend aan te bieden. Dit brengt direct een ander voordeel met zich mee, want hoe sneller de nieuwkomers aan het werk gaan, hoe eerder men onafhankelijk is en hoe minder van hen aanspraak hoeven te maken op een bijstandsuitkering. Aan de bijstandsuitkering zijn bepaalde regels verbonden, te weten het voldoende beheersen van de Nederlandse taal en het leveren van een tegenprestatie. De Haagse VVD vindt dat hier anders en strenger op moet worden gehandhaafd: wie niet wil voldoen aan de eisen, krijgt geen uitkering, tot diegene het tegendeel bewijst. Wet gaat boven godsdienst De vrijheid van godsdienst is een essentiële pijler van ons land. Godsdienstvrijheid betekent het kunnen geloven in wat je wil, binnen de wettelijke normen en met respect voor andersgelovigen en voor mensen die niet geloven.
Extremisme en radicalisering vallen niet onder die godsdienstvrijheid en moeten worden bestreden. Gedragingen die tegen de Nederlandse wet ingaan en tegen internationale verdragen die ons land heeft ondertekend, moeten harder worden aangepakt. Daarom schaart de Haagse VVD zich achter de landelijke VVD om het onmogelijk te maken voor religieuze instellingen om financiering uit onvrije landen te ontvangen. Tot de inwerkingtreding van dit verbod moet de gemeente scherp toezien op zorgelijke signalen en intensief samenwerken met de Taskforce Ongewenste Inmenging van het rijk. Waar mogelijk ziet de Haagse VVD ook graag dat de wet Bibob en art. 2:20 BW ingezet worden door de gemeente om instellingen te sluiten, bijvoorbeeld als deze een podium bieden voor haatzaaien. In Den Haag zijn er veel migrantenkinderen die naar weekendscholen gaan die soms worden gefinancierd en beïnvloed door onvrije landen. Als het aan de Haagse VVD ligt, gaat de gemeente deze scholen streng controleren zodat we beter weten wat hier onderwezen wordt. Versnelde invoering Rotterdam-wet We zien dat veel Haagse nieuwkomers en Nederlanders met een migratieachtergrond bij elkaar in de wijk wonen. Problemen als slechte taalbeheersing, werkloosheid, armoede en criminaliteit stapelen zich op in deze wijken. Dit komt de ontwikkeling van deze mensen niet ten goede.
Het is nodig om sterkere schouders deze wijken in te krijgen. Het versneld invoeren van de Rotterdam-wet kan ons
helpen om dit te realiseren. De Haagse VVD vraagt de wethouder om te onderzoeken in welke wijken we deze wet nog meer kunnen toepassen. Subsidiecriteria Maatschappelijke initiatieven die zeggen de integratie te bevorderen kunnen aanspraak maken op subsidie van de gemeente. Er gaat veel geld naar toe. Hoe controleren we of deze initiatieven ook daadwerkelijk een bijdrage leveren aan de Haagse integratie? De Haagse VVD vraagt het college om geen subsidies meer te geven aan organisaties die slechts een smaldeel van de inwoners van Den Haag bedienen op basis van geloof, geslacht, achtergrond, of een combinatie van die factoren. Dit betekent dus geen subsidie naar partijen die bijvoorbeeld gescheiden zwemmen, gescheiden cursussen of een computerlokaal voor alleen vrouwen faciliteren. Subsidieverstrekkingen die integratie of emancipatie als oogmerk hebben, moeten duidelijk geformuleerde doelen hebben. Grondige evaluatie van het nut van verstrekte subsidies moet altijd plaatsvinden. Hierbij moet kritisch worden gekeken naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van de subsidie.
1. Een veranderende stad 1.1 Diversiteit Uit verschillende onderzoeken van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat immigratie en integratie al jaren tot de grootste zorgen van de Nederlanders behoren. Volgens het SCP leeft er grote zorg dat de Nederlandse cultuur kan verdwijnen als nieuwkomers niet, of onvoldoende, integreren in de Nederlandse samenleving.2 De Nederlandse samenleving wordt door een combinatie van een positief migratiesaldo en een afnemend geboortecijfer steeds diverser. Ook de demografie van Den Haag kenmerkt zich door een grote mate van diversiteit. Deze diversiteit bevindt zich in een relatief klein, dichtbevolkt gebied, waardoor mensen dagelijks geconfronteerd worden met verschillen in waarden, normen en levensovertuigingen. De bevolking zal blijven groeien; van nu ongeveer 530.000 inwoners tot iets meer dan 600.000 inwoners in 2040, zo blijkt uit de bevolkingsprognose Den Haag 2018.3 Het percentage inwoners met een migratieachtergrond was in 2017 53% en zal stijgen tot 57% in 2023. Uit de prognose in 2017 bleek dat ongeveer een 47 procent van de inwoners van Den Haag in 2022 een niet-westerse migratieachtergrond hebben (waarvan ongeveer 6 procent Oost-Europees)4. Het aandeel Hagenaars met een Nederlandse achtergrond daalt van ongeveer 48% nu, naar 43% in 2023.
Dat Den Haag steeds diverser wordt in samenstelling zou op zich geen vraagstuk moeten zijn. Anders gezegd, het interesseert ons helemaal niet wat de kleur van mensen is, wat hun religie is en wat hun etnische achtergrond is. Dat moet helemaal niet uitmaken. In Den Haag draait het niet om je afkomst maar je toekomst, niet om je geloof maar je gedrag, niet om de groep maar het individu. Gelukkig zijn er ook voorbeelden te over van succesvolle integratie in de Nederlandse samenleving zowel op individueel niveau (als voorbeeld dichtbij: zie de diversiteit in de Haagse gemeenteraad en in het Haagse college van B&W) als op groepsniveau, zoals de grote groep succesvolle Hagenaars met Surinaamse roots5, maar denk ook aan de Indische Nederlanders. Integratie is succesvol als nieuwkomers de taal spreken, een bijdrage leveren aan de samenleving (bijvoorbeeld door het hebben van een baan) en als er een gedeelde visie is op de zogeheten basisregels van wat het betekent om burger te zijn in een open en vrije samenleving.6 1.2 Zorgen over integratie Een groot deel van de Hagenaars met een niet-westerse migratieachtergrond komt uit echter landen met waardesystemen die op fundamentele punten afwijkt van de belangrijke Nederlandse normen en waarden.
De liberale verworvenheden, waarvoor zo hard is gestreden in onze samenleving, worden niet allemaal breed gedeeld onder nieuwkomers en Nederlanders met een niet-westerse 2
https://www.scp.nl/Nieuws/Veel_zorgen_over_toenemende_spanningen https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/7049834/2/RIS301097%20Bevolkingsprognose%20Den%20Haa g%202018 4 https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/5766588/1/RIS298108__BijlageBevolkingsprognose_2017met_voorkant 5 https://www.advalvas.vu.nl/nieuws/het-onzichtbare-succes-van-de-nederlandse-hindoestanen 6 A. Ellian e.a., Bezielend verband, Basisgrammatica van het Nederlands burgerschap (2019), Teldersstichting: Den Haag. 3
migratieachtergrond. Wanneer kernnormen en –waarden niet worden gedeeld door een groot deel van de burgers leidt dat tot problemen. Zaken als de vrijheid van meningsuiting, de gelijkwaardigheid ’ ’, j j kunnen dan onder druk komen te staan. Een leefbare stad kan alleen ontstaan als de diverse individuen en groepen het belangrijkste uitgangspunt van een vrije samenleving omarmen: de vrijheid die je zelf neemt om te leven zoals je dat wilt, dien je ook aan een ander te gunnen. Dat is niet voor iedereen die in Nederland woont vanzelfsprekend. Uit onderzoek van Ruud Koopmans naar 5000 moslims van Turkse en Marokkaanse komaf (eerste en tweede generatie) in West-Europa blijkt dat 45% van de moslims van Turkse en Marokkaanse komaf in Nederland als fundamentalistisch moeten worden beschouwd.7 Dat betekent dat zij de religie en de wetten en leefregels die daaruit voortkomen boven de Nederlandse wet stellen. Bij die regels hoort ook shariawetgeving die op veel punten strijdig is met basale mensenrechten. In een onderzoek uit 2010 blijkt bovendien dat 31% van de moslims in Nederland een beweging voor de invoering van de sharia in Nederland zeker of misschien zou steunen.
Er blijkt verder een samenhang tussen fundamentalisme en xenofobie: 70% van de fundamentalistische moslims (in de onderzochte West-Europese landen) vindt dat Joden niet te vertouwen zijn en 74% vindt dat het Westen uit is op vernietiging van de Islam.8 Er is geen reden aan te nemen dat dit in Nederland of Den Haag zeer anders zal liggen. Vrijheid gunnen aan andersdenkenden, niet-gelovigen en afvalligen is voor fundamentalisten dus geen vanzelfsprekendheid. Bij de Turkse presidentsverkiezingen gingen 46% van de stemgerechtigden Turken stemmen, en daarvan stemden 73% op Erdogan.9 Ook het steunen van een vrije, liberale samenleving blijkt niet altijd een vanzelfsprekendheid. Nu is het niet het geval dat omgang met anders denkenden of omgang met mensen van een andere geloofsovertuiging of maatschappijvisie iets is dat per sé moet: iedereen is vrij om wel of niet met elkaar om te gaan. Het wordt een probleem als segregatie plaatsvindt in delen van de samenleving waar vanuit culturele en religieuze overtuigingen praktijken plaatsvinden die onacceptabel zijn in een vrije samenleving die al heel lang in deze vrijheden leeft.
Het is een groot probleem wanneer gemeenschappen zo gesloten zijn dat een ongelijke behandeling van vrouwen, homoseksuelen, geloofsafvalligen of mensen met een vrije seksuele moraal niet wordt opgemerkt, niet wordt tegengewerkt, en niet strafrechtelijk wordt vervolgd. Dan is er sprake van een parallelle samenleving en een sociaal-culturele (en economische) gevangenis waarin het niet meer vanzelfsprekend is dat iedere burger in vrijheid kan leven hoe hij dat wil. 1.3 Basisregels als bril Te lang zijn we in Nederland en in Den Haag onverschillig geweest ten aanzien van de vraag of insluiting van migranten ook leidt tot het omarmen van de vrije samenleving. Er was jarenlang de naïeve overtuiging dat integratie met behoud van eigen identiteit zou kunnen leiden tot een breed gedeelde kerncultuur. Inmiddels zien we, en weten we, dat dit lang niet altijd het geval is. Een
7
R. Koopmans, Het vervallen huis van de Islam (2019), Prometheus: Amsterdam, p. 34-35. R. Koopmans, Het vervallen huis van de Islam (2019), Prometheus: Amsterdam, p. 35-36. 9 https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/grootste-deel-turks-nederlandse-stemmers-bracht-stem-uitop-erdogan~b84133d2/ 8
gemene deler is nodig om de tegenstellingen die kunnen bestaan tussen individuen en tussen bevolkingsgroepen te kunnen overbruggen. Om duidelijk uit te kunnen spreken wat wel en niet acceptabel is in onze stad heeft de Haagse VVD nog eens uitgewerkt wat de bril is waardoor wij kijken. Dat heeft geleid tot een verzameling van negen regels, die houvast biedt in een snel veranderende samenleving. Het geeft aan wat we willen beschermen, en is het minimale waar we elkaar aan mogen houden. 1. Overeenkomstig de grondwet is iedereen gelijkwaardig, ongeacht geslacht, levensovertuiging, geloofsovertuiging, etniciteit, afkomst of seksuele voorkeur. 2. In Den Haag onderschrijven wij volledig de vrijheid van meningsuiting en dus ook de vrijheid om over iedere overtuiging of religie cartoons en grappen te maken, cabaret en toneel te maken, spot te drijven, kunst te vervaardigen en de religie te betwisten. De grens hiervan ligt bij het wetboek van strafrecht. Wat voor de één een belangrijke geloofsstelling is, kan voor de andere een ridicule overtuiging zijn. Wat voor de één een belediging is, kan door een ander als nare confrontatie met de waarheid worden beschouwd. Vrijheid van meningsuiting is dus niet alleen een recht, maar ook een plicht aan een ander te gunnen. Het heeft een wederkerende werking. 3.
Als stad van recht en vrede staat het hoogst in het vaandel dat je in Den Haag vrijheid van geweten, denken, doen en laten hebt, maar dat je accepteert dat iedereen dat heeft, uiteraard binnen de grenzen van de wet. 4. In Den Haag is godsdienstvrijheid. Dit biedt de mogelijkheid religie in zijn volledigheid te kunnen beleven en uitdragen, maar het is geen groter recht dan het recht om niet te geloven. 5. Iedereen heeft het recht om ongelovig te zijn of het geloof te verlaten, zich daarvan af te keren. 6. De grens van wat kan en mag ligt daar waar je de vrijheid van een ander inperkt. Iedere burger mag in onze samenleving zijn overtuigingen hebben, maar legt die overtuigingen niet op aan andersdenkenden. Iedere burger moet binnen de grenzen van de wet kunnen doen of laten wat hij wil, ook als dit niet overeenkomt met de centrale stellingen van welke (geloofs)overtuiging dan ook. 10
7. Het recht op zelfbeschikking is fundamenteel in onze vrije samenleving. Je bepaalt zelf hoe je je kleedt, wie je lief hebt en gaat over de integriteit van jouw lichaam. Daar waar religieuze of maatschappelijke overtuigingen leiden tot onwettelijke gedragingen of praktijken zoals uithuwelijking, polygamie, vrouwenbesnijdenis, huwelijkse dwang, lijfstraffen of religieuze rechtbanken geldt de Nederlandse wet en dus de strafbaarheid van zulks. Deze praktijken dienen we actief tegen te gaan in onze stad. 8. Wie in Den Haag woont, en kan werken, gaat aan het werk. De afhankelijkheid van een uitkering moet omlaag. Wie er voor kiest de Nederlandse taal niet te leren, kan geen aanspraak maken op een bijstandsuitkering. 9. Om ontmoeting tussen burgers en tussen burgers en instellingen/organisaties te bevorderen, communiceren we in Den Haag zoveel mogelijk in het Nederlands.
10
Dit betekent dat er bijvoorbeeld andere overtuigingen of meningen kunnen bestaan over de wenselijkheid van medisch-ethische rechten en seksuele vrijheden, maar dat anderen het recht op deze vrijheden en rechten nimmer zal worden ontzegd. De vrijheid van een gelovige bestaat bij de gratie van de vrijheid van ongelovigen hier anders over te denken.
2. Den Haag aan zet, concrete voorstellen Nu we in kaart hebben gebracht wat Haagse kernnormen en -waarden zijn waarvoor wij als Haagse samenleving staan, kunnen we ook bepalen wat we van elkaar in Den Haag mogen verwachten. Het geeft richting aan de opdracht om de integratie van nieuwkomers en Hagenaars met een migrantenachtergrond te verbeteren. Hierin ziet de Haagse VVD onder andere een grote rol voor de gemeente. Met deze nota willen wij concrete aanknopingspunten bieden om het beleid te veranderen lokaal waar dat kan, en om te lobbyen voor ander beleid nationaal waar dat nodig is. Er is een kans de zaken in Den Haag nu beter te regelen, omdat vanaf 2020 de gemeenten de regie krijgen over het integratiebeleid. De gemeente kan het echter niet alleen en dat hoeft gelukkig ook niet. Uit verschillende Haagse wijken en gemeenschappen komen initiatieven die de problemen aanpakken. Deze initiatieven zijn, wat de Haagse VVD betreft, hoopgevend en effectief, denk bijvoorbeeld aan de Schilderswijkmoeders. Hun initiatief is ontstaan vanuit de wijk en probeert een brug te slaan tussen enerzijds de leefsituatie van kwetsbare personen en gezinnen in de Schilderswijk en anderzijds het Haagse leven van alledag. Ze komen achter de voordeur, bereiken 'verborgen vrouwen', zorgen voor een effectievere hulpverlening en vergroten hun zelfredzaamheid.
Dergelijke trajecten zijn onmisbaar voor een goede integratie. De Haagse VVD wil deze initiatieven vanuit burgers en vanuit de samenleving ruimte geven en ondersteunen. De gemeente moet deze initiatieven niet inkapselen of bureaucratiseren. Een goed functionerende Haagse samenleving wordt immers gemaakt door de bewoners van de stad. Sociale cohesie wordt niet gemaakt op het stadhuis, maar in de buurten en wijken. Wij willen daarom volop ruimte geven aan initiatieven die integratie bevorderen vanuit die buurten en wijken, met als kernwaarde het terugbrengen van de menselijke maat. Vanuit de gemeente kan er ook het nodige gebeuren om een goede integratie te bespoedigen. Hieronder stellen wij negen concrete maatregelen voor: maatregelen 1, 2 en 3 hebben de focus op taal en werk, maatregelen 4, 5, 6 en 7 hebben de focus op het principe wet boven godsdienst, maatregel 8 heeft de focus op het verbeteren van de werking van integratiesubsidies en als laatste is de focus van maatregel 9 gericht op het bestrijden en voorkomen van problematische segregatie. Bepaalde voorstellen kunnen direct tot uitvoering worden gebracht, sommige voorstellen kunnen beter geïntegreerd worden in de nieuwe lokale aanpak van 2020. Voor onderdelen van de voorstellen is een verandering van landelijk beleid nodig. Wij vragen het college om op die onderdelen het gesprek met de rijksoverheid aan te gaan.
2.1 Aanpak taalachterstand kinderen Ouders van migrantenkinderen beheersen door het onderwijs in eigen taal het Nederlands onvoldoende waardoor zij dit ook niet goed kunnen toepassen in de opvoeding van hun kinderen. Onder meer hierdoor hebben vele migrantenkinderen van de tweede en derde generatie nog steeds een taalachterstand. Om kansenongelijkheid te verkleinen moeten voor- en vroegschoolse educatie breed beschikbaar en toegankelijk worden. Dit geldt met name voor jonge kinderen die dreigen op de basisschool te starten met een taalachterstand. f ‘S j pakken in de samenwerking tussen onderwijs
’
f ’
‘ j aatschappelijke
achterstanden op zeer jonge leeftijd, anderhalf à twee jaar, al groot kunnen zijn. Vaardigheden die op jonge leeftijd worden aangeleerd, vormen niet alleen een basis voor succes op de arbeidsmarkt, maar vergroten ook de kans op een leven in goede gezondheid zonder in aanraking te komen met hulpverlening of justitie. Voorschoolse opvang kan dus van grote waarde zijn voor deze kinderen. En in het kader hiervan heeft de gemeente de wettelijke taak om per week minimaal tien uur voorschoolse educatie aan te bieden aan peuters met een risico op een onderwijsachterstand. Wij vinden het nodig dat het gebruik van dit aanbod toeneemt en vragen het college te onderzoeken of de toegang tot andere voorzieningen, bijvoorbeeld ondersteuning vanuit de gemeente voor onderwijskosten van kinderen, hieraan gekoppeld kan worden. Immers het leren spreken van Nederlands is goed voor de ontwikkeling van de kinderen en goed voor de ouders die in die gevallen leunen op de Haagse sociale voorzieningen. In de vorige raadsperiode heeft de Haagse VVD een motie ingediend om een pilot te houden om kinderen met een taalachterstand een gratis vijfde dagdeel kinderopvang aan te bieden.
In afwachting van de resultaten van deze pilot vragen wij de wethouder onderzoek te doen naar de mogelijkheden dit permanent en voor iedereen beschikbaar te maken in aanloop naar het regeringsvoornemen om het aanbod landelijk per 1 januari 2020 uit te breiden naar zestien uur per week. 2.2 Aanpak taalachterstand volwassenen: aan het werk Naast focus op het voorkomen van taalachterstanden bij kinderen is ook taalbeheersing voor nieuwkomers van groot belang. Een voorbeeld: eerder stelden wij vragen over de niet-vlottende integratie van Eritrese statushouders.11 Een grote groep nieuwkomers in Den Haag zijn mensen afkomstig uit Eritrea, een land met een totalitair regime. Experts zien een grote afstand tussen Eritrese vluchtelingen en de Nederlandse samenleving. Hun moedertaal Tigrinya staat ver af van de Nederlandse taal, waardoor Nederlands leren moeilijker is. Het voorbeeld van de Eritreërs staat symbool voor het slecht functioneren van de huidige inburgering. Taalscholen zijn inflexibel. Hun aanbod sluit niet aan op het niveau en de vraag van deze groep.12 Dit resulteert in slechte resultaten voor de inburgeringsexamens en wanneer het wel lukt, betreft het inburgering op het laagste niveau.
Wanneer deze groep uitstroomt uit het AZC en een verblijfsstatus is verkregen, is de stap naar werk lastig doordat er voor beroepen waarin zij vaak een achtergrond hebben (lasser, monteur, bakker, kapper etc.) hier eerst een opleiding op MBO-niveau nodig is om aan het werk te komen. Voor die opleiding is een goede taalbeheersing nodig, maar de taal leren op school blijkt dus problematisch. Wat de Haagse VVD betreft, moeten statushouders de taal ook kunnen leren naast het werk door maatwerk te organiseren in scholingsaanbod, bijvoorbeeld in de avonduren en weekenden. Verder lijkt een toets op elders v / f ( ) ‘ ’-structuur een manier om niet vast te lopen. Wij vragen het college te onderzoeken of dit onderdeel kan zijn van de Haagse aanpak in het nieuwe inburgeringstelsel. Wij vragen het college daarnaast om 11
https://www.ad.nl/binnenland/eritrese-asielzoekers-trekken-zich-steeds-verder-terug-in-hun-eigenkring~ae3e84f1/ 12 https://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2018/Eritrese_statushouders_in_Nederland
inburgeringsplichtige nieuwkomers op een zo hoog mogelijk taalniveau, van tenminste B1 te laten komen, omdat dit het niveau is dat nodig is om te kunnen functioneren op de arbeidsmarkt. Dit kan onder meer door aan scherpe contractering van taalscholen te doen en kwaliteitscontrole in te voeren op deze taalscholen bij invoering van het nieuwe inburgeringsstelsel. Daarbij moet ook een flexibel aanbod van taalscholen worden geëist dat aansluit op de praktijk van een werkende en waarmee het volgen van lessen in de avond en in het weekend dus vergaand bevorderd wordt. Wij verzoeken het college om de raad te informeren over hoe de criteria van kwaliteit, inhoud en flexibiliteit vormgegeven gaan worden bij de inkoop van inburgeringstrajecten in het nieuwe stelsel. Het gaat immers om een nieuwe aanpak waarbij taalonderwijs en arbeidsbemiddeling worden gecombineerd en daar is nog maar weinig ervaring mee. Daarom vragen wij het college in het bijzonder kortlopende contracten af te sluiten, meerdere partijen te contracteren en de inkoop aan evaluatiecriteria te koppelen zodat regelmatig bezien kan worden welke partijen het beste aanbod leveren. Gemeenten dienen in het nieuwe stelsel met iedere inburgeraar een persoonlijk integratie plan te maken. De bedoeling is dat mensen taalniveau B1 gaan leren, maar als de leerbaarheid te laag is, komen ze in een praktijkroute.
De Haagse VVD wil voorkomen dat dit een race to the bottom wordt waarbij teveel mensen te laag worden ingeschaald, de taal onvoldoende leren en een papiertje halen waarop staat dat zij ingeburgerd zijn, zonder dat ze de taal spreken of werken. De wethouder zou dit moeten voorkomen, door met iedereen de afspraak te maken dat het beheersen van de taal en het hebben van werk de einddoelen zijn van het inburgeringstraject. 2.3 Handhaving taaleis bijstandsgerechtigden Om in aanmerking te komen voor een bijstandsuitkering gelden in Den Haag bepaalde regels. Indien niet aan deze regels wordt voldaan, is de gemeente gemachtigd de uitkeringen te verlagen (of zelfs te stoppen). Een van deze voorwaarden heeft betrekking op het voldoende beheersen van de Nederlandse taal13: werk vinden is immers makkelijker als je de Nederlandse taal beheerst. Handhaving van de taaleis is een cruciaal onderdeel van de participatiewet. Eerder dit jaar heeft het college aangegeven dat bij controle is gebleken dat 5.145 mensen met een uitkering in Den Haag onvoldoende Nederlands spreken14. Een verbeterde taalvaardigheid brengt veel voordelen met zich mee. In de eerste plaats vergroot het de kans op het vinden van werk. Daarnaast zullen deze personen beter in staat zijn aansluiting te vinden met personen buiten hun directe gemeenschap. Werk draagt bij aan een gezond en gelukkig leven.
Als we meer mensen aan het werk helpen, snijdt het mes aan drie kanten. De kosten voor uitkeringen dalen, het draagvlak om sociale voorzieningen te kunnen betalen wordt groter en het bevordert de integratie en de sociale cohesie. Wie gebruik maakt van de participatiewet en een beroep doet op de bijstand heeft een aantal plichten. Bijvoorbeeld het leren van de Nederlandse taal, solliciteren op vacatures en het leveren van een tegenprestatie. De Haagse VVD vraagt het college onverkort deze plichten te handhaven, en als er niet aan de verplichtingen wordt voldaan daar consequenties aan te verbinden. De bijstandsgerechtigden die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen, moeten zich binnen één maand na deze constatering bereid verklaren om te beginnen met het leren van de taal. Een intentieverklaring dus. Als ze deze verklaring niet afleggen, wordt de bijstandsuitkering gedurende 13
De specifieke verwachtingen hieromtrend staan vastgelegd in de Wet Taaleis (https://www.denhaag.nl/nl/werk-bijstand-en-uitkering/uitkering-en-bijstand/taaleis-in-de-bijstand.htm) 14 https://www.omroepwest.nl/nieuws/3739861/Geen-Nederlands-praten-en-toch-een-uitkering-het-magniet-maar-de-controle-is-vaag
zes maanden gekort met 20%. Het college heeft eerder op schriftelijke vragen van ons aangegeven dat er geen mensen waren die deze verklaring niet wilde afgeven. De Haagse VVD vindt deze verklaring echter helemaal niet interessant. Het gaat ons om de vraag wat er met de verklaring gebeurt. Wij willen de wethouder vragen om aan de intentieverklaring ook een controle te koppelen op de acties die worden ondernomen, niet alleen voor mensen met kansen op de arbeidsmarkt, maar net zo goed voor hen met een afstand. Spannen deze mensen zich daadwerkelijk in om de taal te leren? Welke resultaten boeken zij en past het aanbod bij de vraag. Wij vragen de wethouder om na de intentieverklaring periodiek te toetsen of men al aan de taaleis voldoet en om, wanneer dit niet het geval is en de ontvanger onwelwillend is om te leren, de korting van de uitkering hoger en langer te maken dan nu het geval is. De vrijblijvendheid van de taaleis moet verdwijnen. Wanneer aantoonbaar en verwijtbaar geen vooruitgang is geboekt binnen de gestelde periode van zes maanden, dient de verlaging te worden verlengd, en de korting verder te worden verhoogd.
Concreet betekent dit dat de Haagse VVD voorstelt om een aanpassing te maken in de Verordening maatregelen, fraude en verrekenen bestuurlijke boete inkomensvoorzieningen Den Haag uit 2016.15 De situatie is nu als volgt: indien de uitkeringsgerechtigde zich niet binnen een maand nadat het college de uitkeringsgerechtigde in kennis heeft gesteld van het bestaan van het redelijke vermoeden dat de uitkeringsgerechtigde niet of in onvoldoende mate de Nederlandse taal beheerst, bereid verklaart om aan te vangen met het verwerven van de vaardigheden in de Nederlandse taal, wordt een maatregel opgelegd ter hoogte van twintig procent van de uitkering. De maatregel is van toepassing voor de duur van maximaal zes maanden. Indien de uitkeringsgerechtigde, ondanks zijn verklaring bereid te zijn vaardigheden te verwerven in de Nederlandse taal, geen inspanningen verricht tot het verwerven van vaardigheden in de Nederlandse taal en het college dus het redelijke vermoeden heeft dat iemand zich niet houdt aan de verplichting uit de participatiewet, legt het college de maatregel op van 100% korting van de bijstand van één maand. Wanneer binnen 12 maanden een eerste recidive plaatsvindt, volgt dezelfde maatregel, maar nu voor twee maanden en bij een derde en volgende recidieven een maatregel van drie maanden.
De Haagse VVD stelt voor om de maatregel niet tijdelijk op te leggen, maar voor onbepaalde tijd totdat de uitkeringsgerechtigde zich wel bereid verklaart en wel voldoende inspanningen verricht tot het verwerven van vaardigheden in de Nederlandse taal. De wet kent nu alleen een inspanningsverplichting. Daarom vraagt de Haagse VVD dit college om in landelijk overleg aan te dringen op het creëren van de mogelijkheid om de bijstandsuitkering stop te zetten,wanneer er twee jaar na bereidverklaring tot inspanning geen sprake is van voldoende beheersing van de Nederlandse taal. Zo creëren we ook een resultaatverplichting in de wet. Zoals hierboven gemeld geeft het college aan dat bij controle is gebleken dat 5.145 personen onvoldoende Nederlands spreken, maar ook dat meer dan 3.000 van die 5.145 mensen zijn vrijgesteld van de eis om de taal te leren. Er moet in die gevallen sprake zijn van dringende of zeer dringende redenen, zo geeft de verordening aan. De Haagse VVD vraagt het college om heldere criteria te formuleren op basis waarvan iemand voor vrijstelling in aanmerking komt. Wij vragen het college ook voor deze groep een periodieke controle in te stellen om te bezien of vrijstelling nog steeds gerechtvaardigd is en zouden daar graag concrete termijnen aan gekoppeld zien. 15
http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/'s-Gravenhage/345830/345830_3.html
2.4 Verbod financiering religieuze instellingen uit onvrije landen Inmenging uit onvrije landen in onze samenleving is ongewenst. Financiering van religieuze instellingen, scholen of welzijnsinstellingen gaan gepaard met onverdraagzame en antidemocratische boodschappen. Wij scharen ons achter het pleit van de landelijke VVD om het onmogelijk te maken voor religieuze instellingen om financiering uit onvrije landen te ontvangen. Tot die tijd moet de gemeente scherp toezien op zorgelijke signalen, en goed moet samenwerken met taskforce ongewenste inmenging van het Rijk. Waar mogelijk moet de wet Bibob en art. 2:20 BW door gemeente worden gebruikt om instellingen te sluiten, die bijvoorbeeld een podium bieden voor haatzaaien. Hierbij dient bijzondere aandacht uit te gaan naar het bestrijden van fundamentalistische salafistische invloeden. Deze invloeden zijn onwenselijk, omdat ze integratie tegenhouden en onverdraagzaamheid tegen andersdenkenden bevorderen16. Met een verbod op financiering uit het buitenland wordt ondermijning van de democratische rechtstaat op basis van religie, ideologie of levensovertuiging tegengegaan. De Haagse VVD roept het college op bij het kabinet te bepleiten om het tegengaan van geldstromen uit onvrije landen naar religieuze organisaties te versnellen.
Zo kan de ontwrichtende invloed van sommige religieuze instellingen in onze wijken en buurten worden teruggedrongen. 2.5 Verbod financiering weekendscholen uit onvrije landen De burgemeester van Den Haag heeft eerder gepleit voor het tegengaan van financiering van religieuze instellingen uit onvrije landen17. Nu zijn er in Den Haag ook weekendscholen die gefinancierd worden vanuit onvrije landen. Onlangs is daarnaast bekend geworden dat Turkije twaalf weekendscholen in Nederland wil oprichten en financieren. De Haagse VVD ziet aanleiding om het pleit van de burgemeester over de moskeefinanciering door te trekken naar de financiering van de weekendscholen. Dus geen gelden uit onvrije landen om kinderen in Den Haag te beïnvloeden. Wij willen de kinderen in Den Haag ontwikkelen tot vrije burgers die volop meedoen in de samenleving. 2.6 Controle weekendscholen Diverse migrantengroepen kunnen in Den Haag leren over hun eigen taal en cultuur. Zij zetten op eigen initiatief weekend scholen op. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Poolse en Spaanse gemeenschap, en ook voor de Turkse en (relatief nieuwe) Syrische gemeenschap. In Den Haag hebben we geen idee van het aantal kinderen dat naar deze scholen gaat en wat men leert op deze scholen. De Haagse VVD is van mening dat de lessen de integratie niet in de weg mogen staan.
Eerder bleek dat Syrische nieuwkomers problemen kregen met hun kinderen die naar Nederlandse scholen gaan, omdat op onze scholen anders wordt omgegaan met de vrijheid van meisjes. Om deze ontwikkeling te kenteren, was er behoefte aan Syrische weekendscholen waar de meisjes weer zouden leren ‘ ’ Het is precies dit soort denkbeelden die integratie in de weg staan en waar wij paal en perk aan willen stellen. De VVD heeft landelijk en in de Haagse gemeenteraad gevraagd wat de mogelijkheden 16
Dit beeld wordt andermaal bevestigd door het recente jaarverslag van de AIVD voor 2018, waarin wordt gewaarschuwd voor de toenemende invloed van Salafisten binnen de moslimgemeenschap. 17 https://m.omroepwest.nl/nieuws/3621871
zijn om de regels van de wet op de jeugdverblijven ook toe te passen op weekendscholen, zodat toezicht mogelijk is. De wet op de jeugdverblijven is in werking getreden in 2016 en regelt het toezicht op niet-gesubsidieerde organisaties en instellingen zoals internaten. Aanleiding voor deze wet vormden onder meer de zorgelijke berichten over moskee-internaten in Nederland waar mogelijk lijfstraffen werden uitgevoerd op kinderen. Deze wet wordt in de zomer van 2019 geëvalueerd. De wethouder van onderwijs zit in de evaluatiecommissie. De Haagse VVD stelt voor om in deze commissie de criteria voor instellingen om onder de wet op de jeugdverblijven te vallen aan te passen: de eis dat kinderen er meer dan de helft van de tijd overnachten, of naar verwachting zullen overnachten, dient te worden geschrapt. Hiermee kunnen weekendscholen onder het toezichtsregime van deze wet worden geplaatst. Niet om weekendscholen te verbieden, maar om ze te kunnen controleren en maatregelen te kunnen nemen als er grenzen worden overschreden. De Haagse VVD vraagt het college om in aanloop naar deze mogelijke aanpassing zelf al toezicht te organiseren. Dit gebeurde ook bij de jeugdverblijven voordat de landelijke wet er was, dus van die kennis en infrastructuur kan handig gebruik worden gemaakt.
2.7 Lichamelijke integriteit Een van de kerntaken van de rechtsstaat is het handhaven van de lichamelijke integriteit van haar burgers; een grondrecht dat is vastgelegd in de grondwet (i.e. artikel 11). Met de toename in culturele diversiteit in Den Haag zijn ook tradities en gebruiken meegekomen waarmee wij in Nederland niet bekend zijn. Een van de meest kwalijke vormen daarvan heeft betrekking op vrouwelijke genitale verminking (hierna: VGM). Recente berichtgeving waarin een gast-imam van de As-S j f ‘ ’ d van zulke verwerpelijke ideeën in onze Haagse gemeenschap haarscherp in beeld. Volgens het meest recente onderzoek door Pharos, in samenwerking met het Erasmus Medisch centrum, lopen ieder jaar 40 to 50 meisjes in Nederland reëel risico om besneden te worden.18 Op 1 januari 2014 wonen er volgens het CBS rond de 97.000 vrouwen uit zogenaamde risicolanden in Nederland, waarvan 38.000 jonger dan 18 jaar. Een herhaling van dit onderzoek werd eind 2017 gestart; de resultaten hiervan worden medio 2019 verwacht. Ondanks ruime juridische middelen daartoe (waaronder de bevoegdheid van het OM om vervolging in te zetten indien VGM in het buitenland is uitgevoerd, en het veranderen van de verjaringstermijn) is er in Nederland nog niet één zaak voor de rechter gebracht.
Een recente zaak in het Verenigd Koninkrijk biedt echter hoop: als instanties oplettendheid tonen, is effectief ingrijpen mogelijk.19 Om VGM tegen te gaan is waakzaamheid van gemeentelijke (zorg-)instanties vereist. Wij vragen het college na te lopen of alle gemeentelijke zorginstellingen bekend zijn met het handelingsprotocol, zoals opgesteld door Pharos20. Dit protocol helpt om steun te krijgen van de juiste instanties: of er er 18
https://www.pharos.nl/infosheets/algemene-informatie-over-meisjesbesnijdenis/ https://www.theguardian.com/society/2019/feb/01/fgm-mother-of-three-year-old-first-person-convictedin-uk 20 https://www.pharos.nl/wpcontent/uploads/2018/10/Handelingsprotocol_Vrouwelijke_Genitale_Verminking_bij_minderjarigen_2016_Ph aros.pdf 19
nu een risico van VGM wordt vermoed, of dat deze al mogelijk heeft plaatsgevonden. Daarnaast vragen wij het college om de mogelijkheden te onderzoeken om convenanten te sluiten met zorgverleners, waaronder huisartsen, waarin zij zich commiteren aan een meldingsplicht t.a.v. VGM. Tevens vragen wij het college te onderzoeken hoe er op effectieve wijze voorlichting gegeven kan worden aan risicogroepen over VGM. Een ander voorbeeld met betrekking tot de lichamelijke integriteit zijn operaties om het maagdenvlies te herstellen. Deze operaties getuigen van een andere kijk op sexualiteit die wij in deze stad niet moeten, en niet willen faciliteren. Wij roepen het college op om te onderzoeken of er klinieken in Den Haag zijn die deze operaties aanbieden. Indien dit het geval is, roepen wij het college op deze klinieken daar op aan te spreken, en hen te verzoeken meisjes die vanuit hun omgeving worden gedwongen hun maagdenvlies te laten controleren of te herstellen, hulp te bieden, in plaats van automatisch tot de behandeling over te gaan. Verder vragen wij het college om hier in regionaal verband ook afspraken over te maken en te lobbyen voor een landelijke aanpak.
De hierboven genoemde punten staan niet op zichzelf, en borduren voort op vergelijkbare initiatieven die landelijk worden ontplooid.21 2.8 Subsidiecriteria De gemeente Den Haag speelt een belangrijke rol in het faciliteren van emancipatie en integratie door de steun die zij verleent aan maatschappelijke initiatieven. In de keuzes die zij maakt in het toewijzen van gemeenschapsgelden heeft zij veel invloed in welke initiatieven wel worden ontplooid, en welke niet. Bijna twintig jaar geleden legde Paul Scheffer de vinger op de zere plek: het minderhedenbeleid had niet opgeleverd wat men er van had gehoopt. Integratie met behoud van eigen identiteit heeft alleen maar segregatie in de hand gewerkt. Hoewel lokaal integratiebeleid niet meer geënt is op directe steun aan afzonderlijke geloofs-, migranten-, of etnische gemeenschappen, toonden Poppelaars en Scholten in hun onderzoek in 200822 aan dat verscheidene gemeenschaps- en migrantenorganisaties nog steeds steun ontvingen. Waar staan we in Den Haag anno 2019? De Haagse VVD pleit voor een aanscherping van de gemeentelijke subsidiecriteria om ervoor te zorgen dat gemeenschapsorganisaties die segregatie bevorderen geen gemeenschapsgeld meer ontvangen. Andersgezegd: alle organisaties die subsidie ontvangen dienen emancipatie en integratie te bevorderen.
Subsidies aan organisaties die slechts een smaldeel van de inwoners van Den Haag bedienen op basis van geloof, geslacht, achtergrond, of een combinatie van die factoren, dienen in de toekomst geen gemeenschapsgeld meer te ontvangen. Subsidieverstrekkingen die integratie of emancipatie als oogmerk hebben, moeten gepaard gaan met duidelijk geformuleerde doelen waarop de ontvanger van de subsidie afrekenbaar is: welk doel heeft de subsidiënt en welk maatschappelijk doel wordt ermee gediend. De doelen dienen meetbaar gemaakt te worden zodat bij de evaluatie van de verstrekte gelden vastgesteld kan worden of de doelen bereikt zijn. Subsidies met 21
https://www.parlementairemonitor.nl/9353000/1/j9vvij5epmj1ey0/vktmd1ltrzzr, Actieplan Zelfbeschikking 2.0, Motie Becker. 22 P ,C P S , 2008, ‘ divergence of national and local immigrant integration pol ’ Administration & Society, 40: 335-357 (ed. Dit onderzoek richtte zich op een case study van Rotterdam).
integratie/emancipatie als doel worden alleen nog verstrekt via een subsidieregeling of specifieke subsidieverordening, zodat belanghebbenden gelijke kansen krijgen om subsidies aan te vragen of te ontvangen. Subsidiemogelijkheden dienen breed opengezet te worden en niet te worden beperkt tot vooraf aangewezen partijen. Wij verzoeken het college om een overzicht te verstrekken subsidies die in afgelopen jaar (2018) zijn verstrekt zonder subsidieregeling of specifieke subsidieverordening. Wij verzoeken het college tevens om de verstrekte subsidies voor emancipatie en integratie in de vorige collegeperiode te evalueren op doelmatigheid en doeltreffendheid en om aan de lopende subsidies die nog niet voor evaluatie zijn aangemerkt of ingepland een uiterste evaluatiedatum te koppelen. 2.9 Rotterdam-wet: invoering versnellen Zoals we in de eerste acht voorstellen hebben kunnen lezen, kent integratieproblematiek sociaalculturele en sociaal-economische aspecten die elkaar ook nog eens kunnen versterken. Om een goede integratie te bespoedigen zijn interventies op beiden nodig. De clustering van vele nieuwkomers en Nederlanders met een migratieachtergrond is problematisch wanneer zij de taal niet goed beheersen, wanneer de kans op werkloosheid relatief hoog is en de afstand tot de arbeidsmarkt groot is. Dit weerhoudt deze groepen van opwaartse sociale mobiliteit die zo gewenst is.
In wijken met veel armoede en hoge werkloosheid, en waar veel criminaliteit heerst, is het nodig om sterkere schouders de wijk in te krijgen. Dat leidt tot extra koopkracht in de wijk (goed voor de middenstand) en is daarmee goed voor de lokale economie. Het zorgt voor meer diversiteit in straten en portieken en heeft een positief effect op de leefbaarheid en de aantrekkingskracht van de wijk. We moeten voorkomen dat Haagse wijken die een clustering van problemen kennen, verder afglijden. Het meest in het oog springende voorbeeld is Moerwijk. In het coalitieakkoord staan diverse plannen om Moerwijk vooruit te helpen23, zoals investeren in een betere bereikbaarheid van het knooppunt Moerwijk, het uitbreiden van de aanpak van laaggeletterheid en het opknappen van de buitenruimte. Verder wordt er 15 miljoen euro extra geïnvesteerd door de gemeente en het rijk om Zuid-West vooruit te helpen met de zogeheten regiodeal24. Samen met bewoners en bedrijven in de wijk moet zo werkloosheid en armoede worden bestreden, de toestroom van kansarmen worden gestopt en de leefbaarheid worden vergroot.
Ook worden er de komende jaren een kleine 500 woningen gerenoveerd en 850 nieuwe woningen gebouwd met een mix van sociale en middeldure huur en koop.25 De Haagse VVD vraagt het college om snel de procedure voor inzet van de Wet Bijzondere Maatregelen Grootstedelijke Problematiek (WBMGP, ook wel bekend als de Rotterdamwet) op te starten. Zo kan de brede sociale leefbaarheidsaanpak van Moerwijk worden gestut en krachtig worden voortgezet. De Haagse VVD gelooft in de kansen die de inzet van de wet voor grootstedelijke problematiek biedt en vraagt het college om te onderzoeken in welke wijken van Den Haag de wet nog meer zou kunnen worden toegepast.
23
Den Haag, Stad van Kansen en Ambities (2018), p. 17, p. 60. https://www.omroepwest.nl/nieuws/3725135/Miljoenen-voor-Den-Haag-Zuidwest 25 https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/6993943/2/RIS300908%20Stand%20van%20zaken%20Moerwi jk%20Oost 24
3. Behandeling discussienota Ik verzoek het college: • De beschreven input te bestuderen; • Aan te geven welke punten meegenomen kunnen worden in de integratienota van het college; • En de raad hierover te informeren.