RIS302343 Bijlage 2 Vitaliteit sportverenigingen
Tekst van het document
Vitaliteit sportverenigingen Definities vitaliteit en maatschappelijke functie Vitaliteit hebben we gedefinieerd als het vermogen van een vereniging om nu en in de toekomst de eigen sporten aan te kunnen bieden aan eigen en potentiële leden. We hebben achttien indicatoren opgesteld die ten grondslag liggen aan vitaliteit. Deze indicatoren zijn verdeeld over vijf thema’s: de leden van de vereniging, het kader, het beleid en de visie, de accommodatie en de financiën. Een vereniging heeft een brede maatschappelijke functie als zij activiteiten onderneemt die gericht zijn op mensen van buiten de vereniging en/of wanneer de vereniging samenwerkt met andere organisaties. Aan deze maatschappelijke functie liggen zes indicatoren ten grondslag die iets zeggen over de mate waarin de maatschappelijke functie is opgenomen in het beleid. We trekken in dit onderzoek een grens en spreken daarom van verenigingen met en zonder een maatschappelijke functie, maar uiteindelijk vervullen alle verenigingen een maatschappelijke functie in de stad.
Verenigingen in 2018
Veranderingen na 2016 Vitale en niet-vitale verenigingen vitaal
niet vitaal
29%
24%
Vitaal, geen maatschappelijke functie
Vitale clubs
60%
Niet vitaal, geen maatschappelijke functie
Niet vitaal, wel een maatschappeljke functie
Vitaal én een maatschappelijke functie
94 97
2016
2016
2018
2018
Wel of geen maatschappelijke functie (MF) geen brede functie
10%
36%
59 56
85 76 2016
wel brede functie
67 76 2016
2018
2018
Vitale verenigingen moeten aan een aantal voorwaarden voldoen Het algemeen bestuur moet minimaal bestaan uit een voorzitter, penningmeester en een secretaris
Er is een begroting aanwezig
Het laatste jaar kon de vereniging aan alle financiële verplichtingen voldoen
86%
Volledig bestuur
92% Begroting
88%
Financiële verplichtingen
Beleid
Bijna alle verenigingen organiseren activiteiten om leden aan zich te binden
78%
Bijna acht van de tien verenigingen heeft één of meer beleidsplannen op schrift gesteld
Leden
15%
8%
30%
26%
2% 5% 14%
Toename > = 50%
Afname > = 50%
Toename tussen 25% en 50%
Afname tussen 25% en 50%
Toename tussen 5% en 25%
Afname tussen 5% en 25%
Weinig toe- of afname
Accommodatie
101
verenigingen niet verantwoordelijk voor meerjaren onderhoud
84
verenigingen wel verantwoordelijk voor meerjaren onderhoud
waarvan
58
96%
Sportgerelateerde activiteiten
Niet-sportgerelateerde activiteiten
Toernooien
Onderlinge wedstrijden
Feesten/barbeque
Clubavonden
76% 58%
Opleidingen
Ouder-kind activiteiten
Kamp
Bingo/kaart avonden
76% 75%
57% 44% 31% 91% Anders, sport
van de deelnemende verenigingen heeft één of meer commissies om de gang van zaken binnen de vereniging te regelen. Gemiddeld hebben de verenigingen in het onderzoek ruim zeven commissies.
71%
57% 44% 31% 51% 50% Anders, niet sport
van de verenigingen in het onderzoek heeft een centrale vertrouwenspersoon aangewezen.
van de verenigingen heeft één of meer VOG’s aangevraagd.
ervaart geen knelpunten door te kort aan vrijwilligers
een meerjaren onderhoudsplan hebben en 32 niet
33% 38% 25% 4% voldoende
beheersbaar tekort
knelpunten
ernstige knelpunten