RIS301809 Onafhankelijkheid antidiscriminatievoorziening en expertise Den Haag Meldt
Tekst van het document
GEMEENTERAAD RIS-nummer: 301809
Schriftelijke vragen: Onafhankelijkheid antidiscriminatievoorziening en expertise Den Haag Meldt Indiener: Adeel Mahmood, NIDA Datum: 11 februari 2019 Aan de voorzitter van de gemeenteraad,
Conform de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen 2009 (Wga) zijn gemeenten verplicht om een onafhankelijke antidiscriminatievoorziening (adv) in te richten. Antidiscriminatievoorzieningen (adv’s) hebben zowel lokaal als regionaal een belangrijke rol bij het signaleren en bestrijden van discriminatie. Hierbij dient er o.a. onafhankelijke bijstand te worden verleend aan slachtoffers van discriminatie. In Den Haag is er gekozen voor een adv in de vorm van Den Haag Meldt. NIDA heeft meerdere malen signalen van zorgen en kritiek ontvangen over de bekendheid, onafhankelijkheid en expertise van de Haagse antidiscriminatievoorziening. Dit onder andere vanwege de manier waarop de Haagse antidiscriminatievoorziening, Den Haag Meldt, is ondergebracht bij de gemeentelijke Ombudsman. Volgens de signalen zou Den Haag Meldt zelfs worden uitgesloten bij een landelijke samenwerkingsverbanden van andere antidiscriminatievoorzieningen vanwege de zorgen over mogelijke onafhankelijkheid. De gemeentelijke Ombudsman voldoet aan de ‘wettelijke’ onafhankelijkheid, maar hierdoor rijst ook de vervolgvraag of de gemeentelijke Ombudsman en de medewerkers van de antidiscriminatievoorziening die hieronder vallen, voldoende expertise hebben en geëquipeerd zijn om een adequate dienstverlening mogelijk te maken.
Ook hebben gemeenten op grond van de Wga een grote mate van beleidsvrijheid ten aanzien van de inrichting en financiering van de adv. Dit heeft geleid tot grote verschillen tussen de diverse adv’s. De afgelopen jaren zijn diverse zorgen geuit over het functioneren van de adv’s, die verband houden met deze verscheidenheid. Regioplan heeft (in opdracht van het Rijk) onderzoek gedaan naar de werking van de adv’s in de praktijk, genaamd: ‘Onderzoek naar de werking van de adv's in de praktijk’ (hierna: het rapport).1 Overeenkomst artikel 30 van het Reglement van Orde, stelt fractie NIDA het college de volgende vragen: 1.
Is het college bekend met deze kritiekpunten en zorgen en wat is de reactie vanuit het college op deze kritiek? Graag een toelichting.
2.
Kan het college meetbaar maken in hoeverre de antidiscriminatievoorzieningen bekend zijn onder de burgers in Den Haag? Graag in de toelichting de antidiscriminatievoorziening Den Haag Meldt meenemen.
3.
Hoe ziet de ketenaanpak en samenwerking op het gebied van het tegengaan van discriminatie er inhoudelijk concreet uit tussen Den Haag Meldt, de gemeente, politie, OM, onderwijsinstellingen, werkgevers, woningcorporaties en andere stakeholders?
4.
Kan het college bevestigen of Den Haag Meldt wordt uitgesloten bij landelijke samenwerkingsverbanden van andere antidiscriminatievoorzieningen? Zo ja, wat vindt het college hiervan? Zo nee, waarom niet
1
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2017/03/01/onderzoek-naar-de-werking-van-de-advsin-de-praktijk Pagina 1 van 2
Adv’s die onderdeel zijn van een gemeentelijke organisatie voldoen niet aan de eis van onafhankelijkheid die de Wga stelt. Ook blijkt uit het rapport dat in sommige gemeentelijke meldpunten de medewerkers van de antidiscriminatievoorzieningen de Wga-taken niet als hoofdtaak hebben, maar deze taken hebben gekregen bovenop hun eigen primaire taken. Voor gemeentelijke meldpunten geldt dan ook dat zij hiermee - niet voldoende - aan de wettelijke eis van onafhankelijke bijstandsverlening voldoen, ambtenaren hebben immers een ondergeschikte rol t.o.v. de leden van het college van burgemeester en wethouders. Vanzelfsprekend trekt NIDA de onafhankelijkheid van de gemeentelijke ombudsman niet in twijfel, dit neemt niet weg dat er zorgen zijn op de manier waarop dit in Den Haag is georganiseerd op gebied van expertise, laagdrempeligheid en effectiviteit. 5.
Op welke wijze wordt de effectiviteit van de antidiscriminatievoorziening Den Haag Meldt geëvalueerd? Graag een toelichting.
6.
Op welke wijze draagt de wijze waarop Den Haag uitvoering geeft aan de wet (Wga) bij aan het tegengaan van onderregistratie en een grotere meldingsbereidheid van burgers?
7.
Wat zijn alle mogelijke juridische en/of andere verschillen tussen een onafhankelijk antidiscriminatievoorziening - zoals elders in Nederland - en de manier waarop Den Haag Meldt onder de gemeentelijke ombudsman is geplaatst?
8.
Welke (mogelijke) juridische en of andere beperkingen voor onafhankelijk opereren heeft het plaatsen van Den Haag Meldt onder de gemeentelijke ombudsman met zich meegebracht? Graag een toelichting
9.
Hoeveel FTE heeft Den Haag Meldt tot haar beschikking en is de huidige capaciteit voldoende om het anti-discriminatiewerk voldoende en adequaat op te pakken?
10. In welke mate is de gemeentelijke ombudsman voldoende geëquipeerd – met name op het gebied van expertise - om de rol als antidiscriminatievoorziening op te pakken? 11. Zijn er ambtenaren betrokken bij de antidiscriminatievoorziening Den Haag Meldt? Zo ja, op welke wijze? En kan het college de (volledige ) onafhankelijkheid van Den Haag Meldt garanderen? Graag een toelichting 12. Wat kan en wil het college doen om de kritiek en zorgen over het ontbreken van onafhankelijkheid van Den Haag Meldt weg te nemen? Graag een toelichting 13. Waarom is er gekozen voor een lokale anti-discriminatievoorziening in plaats van een regionale zoals in de rest van het land en zoals door de minister aanbevolen is? 14. Wat zijn de mogelijke voor- en nadelen van een lokale anti-discriminatievoorziening t.o.v. een regionale anti-discriminatievoorziening? 15. Is het college bereid om de rechtsvorm en positionering van Den Haag Meldt onder de gemeentelijke ombudsman te heroverwegen? Zo nee, waarom niet? Adeel Mahmood NIDA
Pagina 2 van 2