RIS300655 Beantwoording SV Aanvullende vragen werkende armen
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
20 november 2018
VRAGEN
Onderwerp Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Grinwis, luidend Aanvullende vragen werkende armen
Ons kenmerk
SV/2018.548 RIS300655
Het raadslid de heer Grinwis heeft op 3 oktober 2018 een brief met daarin dertien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Vandaag publiceerde het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) het rapport “Als werken weinig opbrengt”1, waarin aandacht wordt gevraagd voor werkende armen. Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde en in aanvulling op de vragen van de fractie Groep de Mos/Hart voor Den Haag stelt het raadslid Pieter Grinwis de volgende vragen: 1.
Bent u bekend met rapport van het SCP, waaruit duidelijk wordt dat Den Haag bij de gemeenten in Nederland hoort met relatief de meeste werkende armen? Wat is uw eerste reactie?
Ja, het college is bekend met het rapport van het SCP. Volgens het rapport van het SCP behoort Den Haag inderdaad tot de tien gemeenten met de meeste armen per 100 werkenden. De gemeenten Amsterdam en Rotterdam staan ook in deze top tien. Dit bevestigt een bekend beeld dat een grote stad over het algemeen veel huishoudens met een laag inkomen, al dan niet uit werk, kent. 2.
Heeft de oprichting van het CBS Urban Data Center Den Haag in 2017 en het beter inzoomen op wijkniveau al geleid tot meer inzicht in de omvang, de samenstelling en karakteristieken van de groep werkende armen? Zo ja, tot welke inzichten heeft dit geleid en wat doet het college met deze nieuwe inzichten?
Het CBS rapporteert in statline over de omvang van de groep werkende armen met een inkomen tot 110% van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm) op het niveau van gemeenten en wijken. Door informatie uit systemen en onderzoek slim te verbinden komen we steeds meer te weten over het risico op armoede en schulden per buurt en kan er eerder worden geïntervenieerd. De dienstverlening kan qua toon, timing en boodschap dan beter aansluiten op de doelgroep. Deze analyses deelt de afdeling Financiële Hulpverlening met collega’s van de stadsdelen en de wijkaanpak en met (vrijwilligers)organisaties in de wijk. Zij kennen de wijk immers het best en kunnen ondersteuning dicht bij de burger brengen zodat we hen eerder kunnen ondersteunen. 3.
Hoe heeft de groep werkende armen in Den Haag zich de afgelopen jaren ontwikkeld, en hoe groot is deze groep anno 2018? Kan in het antwoord onderscheid gemaakt worden in dienstbetrekking (zelfstandig, flexibel contract, 0-urencontract etc.)?
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SV/2018.548
De omvang van de groep werkende armen in 2018 is nog niet bekend. Afgaande op gegevens van het CBS nam het aandeel werkende armen licht af in 2016 ten opzichte van 2014 (zie tabel 1). Dat geldt ook voor hun aandeel binnen de totale minimapopulatie en de totale groep huishoudens met inkomen uit werk. Tabel 1: omvang populatie werkende armen jaar
aantal
aandeel binnen populatie minima
2014
8.700
22,1%
aandeel binnen populatie werkenden 6,3%
2015
7.700
19,6%
5,5%
2016 7.800 Bron: CBS statline
19,0%
5,6%
Van de werkende armen in 2016 is bijna de helft werkzaam als zelfstandige (48%). De andere helft is dus in loondienst (52%). Zelfstandigen zijn veel vaker werkend arm dan huishoudens met een inkomen uit loondienst. Van alle zelfstandigen had in 2016 bijna 16% een inkomen tot 110% van het Wsm tegen 3.4% van huishoudens met een inkomen uit loondienst. Er is geen inzicht in de aard van het contract van huishoudens met inkomen uit loondienst. 4.
Het SCP maakt ook onderscheid tussen de herkomst van mensen en benoemt dat mensen van Midden- of Oost Europese, Turkse, Marokkaanse en van overige niet-westerse herkomst vaak onvoldoende huishoudensinkomsten hebben. Is dit terug te zien in het Haagse beeld?
De migratieachtergrond van deze huishoudens is niet bekend. 5.
Hoeveel Haagse werkende armen maken gebruik van minimavoorzieningen? Is het college bereid om extra in te zetten op het bereiken van werkende armen?
Uit eerder onderzoek vanuit de gemeente (zie RIS60890) blijkt dat naar schatting circa de helft een beroep deed op een of meer gemeentelijke voorzieningen. Het college vindt het belangrijk dat ook werkenden gebruik maken van de minimavoorzieningen en zal in de aankomende armoede- en schuldenbrief hier nadere uitwerking aan geven. 6.
Zijn er minimavoorzieningen waar werkende armen geen recht op hebben? Is bijvoorbeeld schuldhulpverlening ook beschikbaar voor zelfstandigen?
Bij het beoordelen van het recht op minimavoorzieningen is de hoogte van het inkomen bepalend, niet de bron van het inkomen. Er wordt bij de inkomenstoets geen onderscheid gemaakt tussen werkenden, ZZP-ers of uitkeringsgerechtigden. Werkende minima hebben dus dezelfde rechten als niet-werkende minima. In Den Haag staat schuldhulpverlening daarom óók open voor zelfstandig ondernemers. 1 7.
1
Welke specifieke gemeentelijke regelingen zijn er voor deze groep? Is het college bereid om binnen het armoedebeleid specifieke regelingen te treffen voor werkenden, zoals compensatie van extra kosten van kinderopvang of van woon-werkverkeer, of om het vrijlaten van een deel van de arbeidsinkomsten, zodat mensen die betaald werk accepteren minder snel op hun bijstandsuitkering worden gekort?
Artikel 2.1 van de beleidsregel schuldhulpverlening.
2/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SV/2018.548
Bij de beantwoording van vraag 6 werd aangegeven dat werkende minima dezelfde rechten hebben als niet-werkende minima. Bovendien zijn er ook nog instrumenten die specifiek bedoeld zijn voor het activeren van bijstandsgerechtigden. Als iemand bijvoorbeeld een uitkering ontvangt en daarnaast een paar uur gaat werken, dan kan een deel van de inkomsten worden vrijgelaten. De hoogte en duur van deze vrijlating is vastgelegd in de Participatiewet. Uitkeringsgerechtigden die deelnemen aan een werktraject of een parttime baan hebben, kunnen een gemeentelijke tegemoetkoming ontvangen in aanvulling op de kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst. Het SCP geeft in het rapport verschillende redenen voor armoede onder werkenden, zoals een te laag uurtarief bij ZZP’ers of een te laag aantal werkuren bij mensen in loondienst. 8.
Welke redenen zijn voor Haagse werkende armen aan de orde? Welke rol ziet het college weggelegd voor de gemeente om hier te interveniëren?
Er is geen reden om aan te nemen dat deze redenen in Den Haag anders liggen dan in andere gemeenten. Waar het gaat om ondernemers met een kwetsbare positie geeft het college uitvoering aan het Bijstandsbesluit Zelfstandigen (Bbz) en de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ). Nog beter dan de armoedevoorzieningen bij de werkenden te krijgen, is het als mensen zelf voldoende inkomsten kunnen genereren met hun werk. De gemeente zou daar een faciliterende rol in kunnen spelen. 9.
Is het voor werkende armen mogelijk om gebruik te maken van arbeidsbemiddeling dan wel scholing, via bijvoorbeeld het Werkgeversservicepunt, zodat men een beter betaalde baan kan vinden, of een werkplek waar men meer uren kan werken?
Arbeidsbemiddeling voor werkende armen is wettelijk een taak voor het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Met betrekking tot de omscholing van werkzoekenden is de Raad op 22 maart 2018 geïnformeerd over afdoening van de motie ‘Onderzoek omscholing werkzoekenden’ (RIS297512) van het toenmalig raadslid de heer Van Asten. De gemeente is daarnaast in overleg met werkgevers om werknemers in kwetsbare beroepen tijdig om te scholen naar beroepen waarin meer vraag is (en dus vaak ook meer perspectief is op beter betaald werk). Verder hebben de O&O-fondsen aangeboden om de hun beschikbare middelen in te zetten op het optimaliseren van de werking van sectorale arbeidsmarkten, op zowel landelijk- als regionaal niveau middels het aanjagen van scholing en de ontwikkeling van vakmensen. Ook de middelen van de O&O-fondsen kunnen worden ingezet om werkende armen bij-, op- en om te scholen. 10.
Zijn er in Den Haag initiatieven vanuit de gemeente - waar ook werkende armen kunnen aansluiten - waar de verbinding wordt gezocht met relevante actoren, zoals lokale en regionale werkgevers, vakbonden, organisatieverbanden van zzp’ers etc?
Het college is zich bewust van de grote groei van het aantal startende ondernemers in de stad, waarbij ook de groep van zzp’ers opvalt. Om de groeikansen te vergroten wil de gemeente het hoge uitvalpercentage (binnen vijf jaar stopt meer dan 50 procent van de ondernemers) omlaag brengen met verschillende projecten gericht op een betere voorbereiding op het ondernemerschap. De EigenBaas Ondernemersschool is een initiatief van de sociale onderneming Qredits. Startende ondernemers worden in tien weken tijd klaargestoomd om de eerste stappen te zetten naar het ondernemerschap. In diezelfde periode schrijven de deelnemers hun eigen ondernemingsplan en leren zij onder begeleiding van docenten, ervaren ondernemers en professionals uit het bedrijfsleven, maar ook van elkaar. De gemeente ondersteunt dit project financieel. Bij het project “De Haagse Zaak” worden ondernemers ondersteund die nog niet over de vaardigheden beschikken een goede administratie op te zetten of die nog geen marketingervaring hebben.
3/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SV/2018.548
Studenten van de Haagse Hogeschool ondersteunen deze ondernemers en worden op hun beurt begeleid door ervaren oud-ondernemers. De Haagse Zaak is een samenwerkingsverband tussen gemeente Den Haag, De Haagse Hogeschool en Stichting Ondernemersklankbord. Tot slot van deze lijst van voorbeelden; het Haags Ondernemershuis organiseert activiteiten voor (startende) zelfstandigen, waar ook zelfstandigen met een minimaal inkomen aan deel kunnen nemen, juist ook om ondernemers grotere overlevingskansen te bieden. 11.
Valt het voldoende uren kunnen maken bij een werkgever en het hebben van een redelijk uurtarief onder de voorwaarden die de gemeente hanteert, bijvoorbeeld bij social return, in haar aanbestedingen? Zo niet, is het college bereid het aanbestedingsbeleid op deze aspecten te verbeteren?
Het college ziet hier geen verband met social return, wel met zorgvuldig opdrachtgeverschap. Het college is van mening dat het in deze reeds als zodanig opereert. Zo committeerde de gemeente zich aan de Code verantwoordelijk marktgedrag Thuisondersteuning uit 2015. In algemene zin wordt bij aanbestedingen zeker niet alleen op de prijs gelet; dit voorkomt dat er uitsluitend op prijs wordt geconcurreerd en onrealistisch lage tarieven worden gehanteerd. 12.
Zijn er, bij een evaluatieve blik op het gemeentelijk beleid en het SCP-rapport indachtig, hiaten in het gemeentelijk beleid te vinden die zouden kunnen worden opgevuld, zodat het aantal werkende armen in onze stad vermindert? Zo ja, welke en wat is het college bereid hieraan te doen?
Het college is op basis van bovenstaande beantwoording van mening dat er sprake is van een breed palet aan activiteiten dat niet alleen ondersteunend is aan de inkomenspositie van mensen met een laag inkomen (al dan niet werkend en al dan niet als zelfstandige), maar ook hun vermogen om meer te gaan verdienen bevorderen. In april 2017 heeft de ChristenUnie/SGP middels schriftelijke vragen aandacht gevraagd voor de positie van zelfstandig ondernemers (RIS 296886). In de beantwoording van de vragen 7 en 9 zijn er enkele toezeggingen gedaan rondom de kwijtschelding van gemeentelijke belasting voor zelfstandigen. 13.
Herinnert u zich die vragen, antwoorden en toezeggingen? Wanneer worden de toezeggingen gestand gedaan?
Ja, het college is op de hoogte van deze toezegging. Sinds jaar en dag heeft Den Haag het beleid om de kwijtschelding van ondernemers te koppelen aan de Bbz-uitkering. Dit beleid wordt vóór het einde van dit jaar geëvalueerd. De uitkomsten van de evaluatie zal het college aan de raad voorleggen zodat u die kunt betrekken bij een bespreking over het kwijtscheldingsbeleid. In de beantwoording van eerdere schriftelijke vragen is toegezegd u te informeren over de redenen van de afwijzingen en de inkomenssituatie van betrokkene. Over het jaar 2017 zijn circa 250 kwijtscheldingsverzoeken van ondernemers ontvangen, hiervan zijn 193 verzoeken afgewezen omdat de ondernemer geen Bbz-uitkering heeft. Bij ongeveer 50% van deze afwijzingen heeft de aanvrager een inkomen op of onder bijstandsniveau. Ter vergelijk: het aantal ZZP’ers in Den Haag bedraagt circa 33.000.
4/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SV/2018.548
Uit onderstaande tabel blijkt dat het aantal kwijtscheldingsaanvragen van ondernemers en ook het aantal afwijzingen in vergelijking met voorgaande jaren daalt: jaar verzoeken toekenningen 2017 250 57 2016 340 65 2015 330 62 14. Welke maatregelen is het college voornemens te treffen nu blijkt dat met name onder zelfstandigen armoede aan de orde van de dag is? In de beantwoording van vraag 3 is de omvang van de problematiek geduid. Hoewel de problematiek in individuele gevallen schrijnend kan zijn, behoort een lage omzet tot het ondernemersrisico. Dit is inherent aan marktwerking en komt, zoals uit het rapport van het SCP blijkt, tot uitdrukking in de hoeveelheid gewerkte uren en de prijzen die zelfstandig ondernemers hanteren. Dit zijn factoren die het college niet kan beïnvloeden. Het college heeft meerdere maatregelen getroffen (zie o.a. antwoord op vraag 10) om (startende) ondernemers te ondersteunen. Uiteraard voert het college ook haar wettelijke taak (Bbz, IOAZ, Wgs) uit voor zelfstandig ondernemers.
Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Peter Hennephof
Pauline Krikke
5/5