CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactie van bewonersorganisaties op Actieplan verbeteren samenwerking bewonersorganisaties en gemeente

Commissie Samenleving 8 januari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Bewonersorganisaties723 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Actieplan verbeteren samenwerking bewonersorganisatie Reactie van bewonersorganisaties

De Kerngroep inspiratiebijeenkomsten heeft met waardering en instemming kennisgenomen van het Actieplan verbeteren samenwerking bewonersorganisatie en gemeente. Op basis van vele gesprekken met vertegenwoordigers van Haagse bewonersorganisaties kunnen we veel van de suggesties en voorstellen van het plan onderschrijven. Wij hebben zelf de volgende aanvullende vragen, opmerkingen en suggesties.

1. STADSDEELTAFELS -

-

-

-

We onderschrijven het pleidooi voor de instelling van stadsdeeltafels, zeker omdat hier ook gemeentelijke diensten aanschuiven. We begrijpen dat dit zowel interne (ambtelijke) stadsdeeltafels zijn als externe tafels, waar ook partners zoals de bewonersorganisaties aan deelnemen. We nemen aan dat er een goede afstemming komt tussen die interne en externe stadsdeeltafels. Wijzelf pleiten voor een ‘drietrapsraket’ in het overleg tussen bewonersorganisaties en stadsdeel: frequent overleg met WJP-er per wijk over actuele ontwikkelingen; uitvoeringsoverleg met tal van partners zoals stadsbeheer, WJP-er, DSO, handhaving en welzijnswerk over alles wat er speelt in de wijk én over de uitvoering van de wijkagenda; de stadsdeeltafel over wijkoverstijgende stadsdeelbrede kwesties (zoals de gebiedsvisies, cultuurpodia, infrastructuur en OV, voorzieningen). Stadsdelen zijn administratieve constructies. Sommige stadsdelen zijn dan ook sterk heterogeen; zo heeft Wateringseveld niet veel gemeen met de andere wijken in Escamp en heeft Mariahoeve weinig gemeen met Benoordenhout. Dat pleit ervoor de stadsdeeltafels niet volgens een standaardmodel in te richten maar rekening te houden met de verscheidenheid in de stadsdelen.

Er wordt terecht op gewezen dat het functioneren van bewonersorganisaties sterk uiteenloopt en dat er een risico kan zijn dat ‘sterke’ bewonersorganisaties in een stadsdeeltafel domineren. Dat pleit voor een voorzitterschap dat hier oog voor heeft en dit bewaakt.

2. COMMUNICATIE EN CULTUUR -

-

In de praktijk werken gemeentelijke diensten nog vaak sterk langs elkaar heen en worden bewoners en bewonersorganisaties vaak gebrekkig en laat geïnformeerd over bijvoorbeeld wegwerkzaamheden. Zo weten wijkorganisaties vaak niet van tevoren welke publieke werken de komende tijd (een half jaar vooruitkijkend) gaan plaatsvinden en is er vaak sprake van een ‘overval’. Hoe gaat dit fundamenteel verbeteren? Een groot probleem is de veel te grote doorstroming onder gemeenteambtenaren die cruciale verbindingsfuncties tussen gemeente en wijken vervullen. Sommige ambtenaren vertrekken alweer tegen de tijd dat ze ingewerkt zijn. Wat gaat de gemeente daaraan doen? Het is van

1/2

-

belang dat bijvoorbeeld wijkmanagers en WJP-ers investeren in duurzame relaties met de wijkbewoners. De voorgestelde aanpak richt zich nu vooral op structurele maatregelen, zoals de stadsdeeltafel. Maar de culturele component (houding, mentaliteit) is evenzeer van belang, zeker bij de centrale gemeentelijke diensten. Bewonersparticipatie is nu te vaak een verplicht nummer. Een ambtenaar merkte in een recente inspiratiebijeenkomst van bewonersorganisaties op: ‘Die bewoners vallen echt heel erg mee.’

3. FUNCTIONEREN BEWONERSORGANISATIES -

-

-

Er wordt terecht gesignaleerd dat vrijwilligers zich steeds vaker overvraagd voelen, zowel qua tijd als deskundigheid. Doorvoering van wat de gemeente wil, levert met alle overleg en evaluaties, alleen nog maar een hogere belasting op. Zo worden toch al overbelaste bestuurders van bewonersorganisaties nu ook geacht deel te nemen aan stadsdeeltafels. Oplossingen daarvoor biedt de gemeente niet. Bewonersorganisaties zouden meer professionele ondersteuning moeten krijgen, bijvoorbeeld juridisch en communicatief. Bewonersorganisaties hebben vaak veel praktijkervaring, die ambtenaren meestal ontberen. Twee simpele voorbeelden: ouders weten hoe het is om met kinderwagens gebruik te maken van het openbaar vervoer en ouderen met rollators of scootmobielen ervaren aan den lijve hoe slecht onderhouden sommige trottoirs zijn. De gemeente zou die ‘ervaringsdeskundigheid’ beter kunnen benutten. Er wordt ook terecht gesignaleerd dat het steeds moeilijker wordt om vrijwilligers te vinden voor bewonersorganisaties. Ook hier komt de gemeente niet met oplossingen. Het huidige model van bewonersorganisaties (vereniging of stichting) is wellicht voor veel wijken een achterhaald model; er zou daar overgestapt moeten worden op meer informele, netwerkachtige en projectmatige werkvormen.

Bij dit punt verwijzen wij naar het initiatiefvoorstel van D66 en CDA Haagse wijken aan zet dat onlangs in de raad werd behandeld. Daarin wordt voorgesteld per wijk een scan te doen naar de mate van organisatie/participatie. Ook opperen de initiatiefnemers klankbordgroepen samen te stellen als de organisatie- en participatiegraad in een wijk laag is.

4. Tenslotte De bewonersorganisaties in het algemeen en de kerngroep inspiratiebijeenkomsten blijven graag in gesprek met de gemeente om niet alleen de relatie, maar ook de wijken en de gemeente te versterken. Opgesteld door: Wim van Noort (Mariahoeve), Rob van Putten (Duinoord), Alex Bergman (Schilderswijk), Jolanda Letterie (Statenkwartier) en Laurens Schrijnen (Zeeheldenkwartier). Den Haag, September 2025

2/2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16388364/1