RC2025.49 Notitie RC aan Presidium inz RC-verordening
Tekst van het document
Rekeningencommissie Notitie Aan
:
de voorzitter van het Presidium
Van
:
secretaris Rekeningencommissie
Nummer
:
RC/2025.49
Datum
:
16 oktober 2025
Onderwerp
:
Betreft Locatie
wijzigingen in Rekeningencommissieverordening : kennisgeving voorgestelde wijzigingen in verordening : n.v.t.
Geachte voorzitter, De Rekeningencommissie heeft zich de afgelopen periode gebogen over de Verordening Rekeningencommissie 2014 en gekeken naar de actualiteit van hetgeen is vastgelegd betreffende bevoegdheden, besluitvorming, opdrachtgeverschap, lidmaatschap en werkzaamheden (zie ook de verslagen van de Rekeningencommissie van 19 juni 2024 (RIS320114) en 1 oktober 2025 (RIS323490)). Daarnaast wil de Rekeningencommissie de controlerende rol van de raad te versterken door onder meer vast te leggen dat een raadslid de Rekeningencommissie, als opdrachtgever van de GAD, kan vragen om de GAD onderzoek te laten doen naar een specifiek onderwerp. Hiervoor is een conceptprocedure opgesteld. De Rekeningencommissie stelt hierbij voor deze procedure op te nemen in de Rekeningencommissieverordening, samen met enkele actualisaties die in onderstaand overzicht van voorgestelde wijzigingen zijn opgenomen (toevoegingen zijn als rode tekst opgenomen, te schrappen passages zijn doorgestreept). Samengevat worden de volgende wijzigingen voorgesteld. ▪ Toevoeging van twee ontbrekende definities (‘fractie’ en ‘commissie’). ▪ Het schrappen van enkele bepalingen die al in een andere verordening staan (in de artikelen 3.10 (oude nummering), 3.11 (oud), onderstaand met groene tekst toegelicht).
▪ Het schrappen van enkele bepalingen of begrippen die niet meer van toepassing zijn (artikel 3.8 en 6.2 (nieuw)), bijvoorbeeld het begrip ‘waarnemer’ (artikel 3.12 (oud)). ▪ Enkele herformuleringen, dan wel toevoegingen van verduidelijkende teksten, in bestaande bepalingen (in de artikelen 2.3, 2.6, 3.10 (oud) en 3.12 (oud). ▪ Enkele toevoegingen waarmee bestaande onderdelen van het werkterrein van de Rekeningencommissie expliciet in de verordening worden vastgelegd, te weten: o het adviseren over voorstellen met betrekking tot de planning & controlcyclus en o het adviseren over voorstellen op het gebied van opzet en werking van control en risicomanagement, kwaliteit van financieel beheer, financieel beleid en financiële organisatie. ▪ Toevoeging van een procedure waarmee een raadslid een aanvraag kan indienen om onderzoek te laten doen door de GAD (artikel 6.2 (nieuw).
Vervolgprocedure Indien het Presidium zich kan vinden in de voorgestelde aanpassingen van de Rekeningencommissieverordening kan de Rekeningencommissie hiervoor een nog uit te werken
1 oktober 2025
conceptraadsvoorstel aan het Presidium voorleggen. De beoogde inwerkingtreding is vóór de komende gemeenteraadsverkiezingen.
Conceptvoorstel te wijzigen Rekeningencommissieverordening
Verordening Rekeningencommissie 2014 Intitulé Verordening Rekeningencommissie 2014 Artikel 1 Definities a.
Accountant:
de Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag.
b.
Rechtmatigheid in het kader van accountantscontrole:
het overeenstemmen van financiële beheerhandelingen en de vastlegging daarvan met de relevante wet- en regelgeving, zoals bedoeld in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (BADO);
c.
Jaarrekening:
de in artikel 197 Gemeentewet bedoelde jaarrekening van de Gemeente Den Haag;
d.
Tussentijdse proces- en projectverantwoordingen:
De op verzoek van de Rekeningencommissie gedurende het jaar door het college opgestelde verantwoordingsrapportages over processen en projecten;
e.
Verbonden partijen:
Participaties in lichamen, waarbij de gemeente financieel en bestuurlijk betrokken is.
f.
Fractie
Een deel van de raad als bedoeld in artikel 5 van het
Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad
g.
Commissie
De Rekeningencommissie van de gemeenteraad van Den Haag
Artikel 2 Taak van de commissie 1. Er is een commissie die door de raad wordt ingesteld en wordt aangeduid als Rekeningencommissie.
Pagina 2 van 11
1 oktober 2025
2. De commissie doet onderzoek naar de getrouwheid en de rechtmatigheid van de door het gemeentebestuur opgestelde jaarrekening. Daarbij worden de door het college verstrekte tussentijdse proces- en projectverantwoordingen in het onderzoek betrokken. De commissie kan tevens de jaarrekeningen behandelen van verbonden partijen. 3. De commissie maakt hierbij mede gebruik van de uitkomsten van de wettelijke controle als bedoeld in artikel 213 Gemeentewet en van de uitkomsten van het onderzoek van de accountant naar de door het college opgestelde tussentijdse proces- en projectverantwoordingen. 4. De commissie brengt advies uit aan de gemeenteraad met betrekking tot de (voorlopige) vaststelling van de jaarrekening. 5. De commissie kan in het licht van de taak zoals genoemd in het tweede lid naar eigen inzicht bijzondere onderzoeken verrichten naar de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid en naar de kwaliteit van het door het gemeentebestuur gevoerde beheer. [Opmerking: de Rekeningencommissie kan hiertoe opdracht verstrekken aan de accountant. Dit is bepaald in de Controleverordening, artikel 8, vierde lid] 6. Conform de Controleverordening, artikel 2, tweede lid en artikel 8, vierde lid is de Rekeningencommissie opdrachtgever voor de overige onderzoeken door de accountant. 7.
De commissie kan de raad en het college adviseren over voorstellen met betrekking tot de planning & controlcyclus. 8. De commissie kan de raad en het college adviseren over voorstellen op het gebied van opzet en werking van control en risicomanagement, kwaliteit van financieel beheer, financieel beleid en financiële organisatie; 6.9. De commissie informeert de raad en het college over die aangelegenheden die zij in het licht van haar taakstelling van belang acht. Artikel 3 Samenstelling, benoeming en ontslag 1. Elke fractie kan niet meer dan één lid voordragen voor benoeming tot lid van de Rekeningencommissie. 2. De leden worden door de raad uit zijn midden benoemd, met inachtneming van het bepaalde in de leden 10, 11 en 12 van dit artikel. 3. Voor zoveel mogelijk benoemt de raad voor elk commissielid een plaatsvervangend lid. De bepalingen in deze verordening die van toepassing zijn op leden van de commissie, zijn van overeenkomstige toepassing op plaatsvervangende commissieleden. 4. De benoeming geschiedt zo spoedig mogelijk na het tijdstip waarop de bij de verkiezing wegens periodieke aftreding gekozen leden van de raad hun betrekking hebben aanvaard en wel voor een zittingsduur gelijk aan die van de zittende raad. 5. Bij de benoeming bepaalt de raad wie van de leden als voorzitter zal optreden.
Bij ontstentenis van de voorzitter wordt de voorzitter vervangen door de plaatsvervangend voorzitter, door de commissie uit haar midden aan te wijzen. Bij afwezigheid van zowel de voorzitter als de plaatsvervangend voorzitter voorziet de commissie eveneens in vervanging. 6. Degene die ophoudt lid van de raad te zijn, houdt tevens op lid van de commissie te zijn. 7. De raad kan aan een lid op diens verzoek ontheffing uit zijn lidmaatschap van de commissie verlenen. 8. In een vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien. [Opmerking: Dit is geen vereiste en in de praktijk gebeurt het ook niet altijd. Daarom wordt voorgesteld deze bepaling te schrappen]. 9.8. Degene die ter vervulling van een tussentijds ontstane vacature tot lid van de commissie wordt benoemd, heeft zitting voor de resterende zittingsduur van de raad. 10.9. Een op grond van de laatst gehouden gemeenteraadsverkiezingen gevormde politieke groeperingfractie bestaande uit één persoon, kan een voordracht indienen tot benoeming van Pagina 3 van 11
1 oktober 2025
een niet-raadslid (fractievertegenwoordiger) tot lid of plaatsvervangend lid van de commissie. De eisen gesteld in artikel 4, derde en vierde lid van de verordening raadscommissies zijn hierop van overeenkomstige toepassing. Een raadslid kan in de commissie worden benoemd tot plaatsvervanger van een fractievertegenwoordiger. Om als niet-raadslid voor benoeming tot lid of plaatsvervangend lid van de commissie in aanmerking te komen dient betrokkene voor te komen op een geldig verklaarde lijst van kandidaten voor de laatst gehouden gemeenteraadsverkiezingen. De eisen gesteld in de artikelen 10 en 13 van de Gemeentewet zijn op betrokkene van overeenkomstige toepassing. [Opmerking: omdat dit al is geregeld in verordening raadscommissies is deze nadere bepaling in de RC-verordening overbodig en kan worden volstaan met een verwijzing naar de verordening raadscommissies. Dit voorkomt tevens dat ook de RC-verordening moet worden aangepast als deze bepaling in de verordening raadscommissies wijzigt.] 11.10. Het onderzoek naar de bescheiden, waaruit moet blijken of een niet-raadslid aan de benoemingseisen voldoet, geschiedt met overeenkomstige toepassing van het bepaalde in artikel 4 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Den Haag.. Ten behoeve van dit onderzoek legt de kandidaat de benodigde bescheiden voor aan de raad.
Alvorens zijn functie te kunnen uitoefenen legt hij in een vergadering van de raad in handen van de voorzitter een eed dan wel een verklaring en belofte af gebaseerd op de tekst van artikel 14 Gemeentewet [Opmerking: omdat dit al is geregeld in het Reglement van Orde is deze nadere bepaling in de RC-verordening overbodig] 12.11. De raad kan eEen waarnemer c.q. fractievertegenwoordiger wordt op eigen verzoek of op voorstel van de politieke groeperingfractie die hem of haar voor benoeming heeft voorgedragen, ontslag verlenen verleend als commissielid. Zodra blijkt dat niet langer voldaan wordt aan de vereisten voor het lidmaatschap, houdt hij of zij op lid van de commissie te zijn. Artikel 4 Werkwijze algemeen 1. De vergaderingen van de commissie worden in het openbaar gehouden. 2. De deuren van een openbare vergadering worden gesloten, wanneer één van de aanwezige leden dit verlangt of de voorzitter het nodig acht. De commissie besluit vervolgens dat met gesloten deuren zal worden vergaderd, wanneer haar blijkt dat bij beraadslaging in het openbaar private of openbare belangen wezenlijk zouden kunnen worden geschaad. 3.
Indien de commissie in deze besloten vergadering blijk geeft van oordeel te zijn dat de aard van een aangelegenheid beraadslaging in beslotenheid niet vordert, plaatst de voorzitter deze aangelegenheid op de agenda van de eerstvolgende openbare vergadering, tenzij de behandeling naar zijn oordeel geen uitstel gedoogt. 4. De secretaris maakt van elke vergadering een verslag. De commissie stelt het verslag vast in de eerstvolgende vergadering. De commissie kan een verslag van een besloten vergadering geheel of gedeeltelijk openbaar maken. 5. Een besluit als bedoeld in het tweede en vierde lid, laatste volzin van dit artikel wordt genomen bij meerderheid van stemmen. Bij het staken van de stemmen in een voltallige vergadering, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Bij het staken van de stemmen in een niet voltallige vergadering heeft de voorzitter een doorslaggevende stem. 6. Op grond van belangen genoemd in artikel 5 van de Wet open overheid kan de commissie rapporten die aan de raad worden uitgebracht of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. 7. De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde van de vergaderingen en is bevoegd, wanneer die orde op enigerlei wijze door een of meer toehoorders wordt verstoord, hen die dit doen of alle toehoorders te doen vertrekken.
Pagina 4 van 11
1 oktober 2025
8. Indien de voorzitter van de commissie dit dienstig acht, kan de Rekeningencommissie gezamenlijk vergaderen met een andere vaste raadscommissie. Een gezamenlijke vergadering wordt voorgezeten door de voorzitter van de Rekeningencommissie. Artikel 5 Werkwijze onderzoeken ex artikel 2, tweede lid 1. Het college doet de commissie de voor het onderzoek van de jaarrekening als bedoeld in artikel 2, tweede lid, naar zijn oordeel benodigde stukken toekomen. 2. Het college kan daaraan een nadere toelichting die het ter zijner verantwoording dienstig acht toevoegen. 3. Het college zendt de Rekeningencommissie de jaarrekening en het jaarverslag conform artikel 197 Gemeentewet. Daarnaast ontvangt de commissie van het college, gedurende het jaar, door de accountant onderzochte tussentijdse verantwoordingen over door de commissie aan te wijzen processen en projecten. 4. De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet. 5. De commissie is bevoegd de controlerend accountant(s) uit te nodigen de vergadering van de commissie bij te wonen voor het geven van toelichting. 6. De commissie is bevoegd een of meer leden van het college uit te nodigen de vergadering van de commissie bij te wonen voor het geven van inlichtingen. 7.
De commissie brengt na het beëindigen van haar onderzoek van de jaarrekening een schriftelijk rapport uit aan de gemeenteraad, rekening houdend met de in de Gemeentewet gestelde termijn voor de vaststelling van de jaarrekening. 8. De voorzitter of het door de commissie daartoe aangewezen lid wordt in de gelegenheid gesteld in de vergadering van de gemeenteraad het rapport met advies van de commissie toe te lichten. Artikel 6 Werkwijze onderzoeken ex artikel 2, vijfde lid 1. De commissie kiest de onderwerpen voor haar onderzoek, formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast. 2. De raadElk raadslid kan aan de commissie een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek door de accountant. De commissie bericht de raad binnen één maand in hoeverre aan dit verzoek zal worden voldaan. a. Indien een raadslid, niet zijnde een lid van de Rekeningencommissie, een onderzoek wil laten uitvoeren, kan het daartoe een verzoek doen bij de voorzitter van de Rekeningencommissie, met een afschrift naar de secretaris. In het verzoek neemt het raadslid de onderzoeksvragen, context en aanleiding op. b.
De voorzitter vraagt de directeur van de Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag te beoordelen of het onderzoek mogelijk is en of de GAD het gevraagde onderzoek kan uitvoeren, rekening houdend met onder meer accountantsregelgeving, benodigde deskundigheid en beschikbare capaciteit. Desgewenst vindt nader overleg plaats met de aanvrager en/of de voorzitter van de Rekeningencommissie. c. De directeur van de Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag brengt advies uit aan de Rekeningencommissie. Het advies wordt geagendeerd in de eerstvolgende vergadering van de Rekeningencommissie (rekening houdend met de daarvoor geldende termijnen). De aanvrager kan worden uitgenodigd om de onderzoeksaanvraag toe te lichten. d. De Rekeningencommissie neemt in deze vergadering een besluit over opdrachtverstrekking aan de accountant op basis van een meerderheid van stemmen overeenkomstig artikel 4, vijfde lid van deze verordening. Indien de voorzitter van oordeel is dat de behandeling niet kan wachten tot de eerstvolgende vergadering kan Pagina 5 van 11
1 oktober 2025
de Rekeningencommissie de besluitvorming over opdrachtverstrekking aan de accountant schriftelijk afdoen. De voorzitter van de Rekeningencommissie brengt de aanvrager op de hoogte van het genomen besluit. 2.3. De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet. Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming van het beschikbare budget, deskundigheid inschakelen. 3.4. De commissie is bevoegd bij de leden van het college mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen, die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. 4.5. De commissie stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het concept-onderzoeksrapport aan de commissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn in elk geval diegenen, van wie de taakuitvoering (mede) onderwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt wie voorts als betrokkenen worden aangemerkt. 5.6. Na vaststelling door de commissie wordt het onderzoeksrapport, de nota met conclusies en de aanbevelingen en de zienswijze van betrokkenen op het (concept-)onderzoeksrapport zo spoedig mogelijk onder toezending van een afschrift aan het college en de betrokkenen, aan de raad aangeboden. Artikel 7 Secretariaat 1.
Het secretariaat van de commissie berust bij de griffie. 2. De griffie kan voor de vervulling van het secretariaat op basis van een relatie opdrachtgeveropdrachtnemer capaciteit inhuren bij de Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag. 3. De van de commissie uitgaande stukken worden ondertekend door de voorzitter en de secretaris. Artikel 8 Budget 1. De commissie is bevoegd binnen een haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken. 2. Ten laste van het in het eerste lid bedoelde budget worden de uitgaven gebracht betreffende: a. de eventueel door de griffie ingehuurde capaciteit bij de Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag; b. de deskundigen die eventueel door de commissie zijn ingeschakeld; c. overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de uitoefening van haar taak. Artikel 9 Slotbepalingen 1. De Verordening Rekeningencommissie 2003, zoals laatstelijk gewijzigd in de raadsvergadering van 29 november 2007, wordt ingetrokken. 2. Deze verordening treedt in werking op de dag nadat zij is vastgesteld. Artikel 10 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening Rekeningencommissie 2014" Ondertekening Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van
Pagina 6 van 11
1 oktober 2025
Bijlage 1
Vigerende verordening Rekeningencommissie 20214 gemeente Den Haag Intitulé Verordening Rekeningencommissie 2014 Artikel 1 Definities a. Accountant:
de Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag.
b. Rechtmatigheid in het kader van accountantscontrole:
het overeenstemmen van financiële beheerhandelingen en de vastlegging daarvan met de relevante wet- en regelgeving, zoals bedoeld in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (BADO);
c. Jaarrekening:
de in artikel 197 Gemeentewet bedoelde jaarrekening van de Gemeente Den Haag;
d. Tussentijdse proces- en projectverantwoordingen:
De op verzoek van de Rekeningencommissie gedurende het jaar door het college opgestelde verantwoordingsrapportages over processen en projecten;
e. Verbonden partijen:
Participaties in lichamen, waarbij de gemeente financieel en bestuurlijk betrokken is.
Artikel 2 Taak van de commissie 1. Er is een commissie die door de raad wordt ingesteld en wordt aangeduid als Rekeningencommissie. 2. De commissie doet onderzoek naar de getrouwheid en de rechtmatigheid van de door het gemeentebestuur opgestelde jaarrekening. Daarbij worden de door het college verstrekte tussentijdse proces- en projectverantwoordingen in het onderzoek betrokken. De commissie kan tevens de jaarrekeningen behandelen van verbonden partijen. 3. De commissie maakt hierbij mede gebruik van de uitkomsten van de wettelijke controle en van de uitkomsten van het onderzoek van de accountant naar de door het college opgestelde tussentijdse procesen projectverantwoordingen. 4. De commissie brengt advies uit aan de gemeenteraad met betrekking tot de (voorlopige) vaststelling van de jaarrekening. 5. De commissie kan in het licht van de taak zoals genoemd in het tweede lid naar eigen inzicht bijzondere onderzoeken verrichten naar de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid en naar de kwaliteit van het door het gemeentebestuur gevoerde beheer. 6. De commissie informeert de raad en het college over die aangelegenheden die zij in het licht van haar taakstelling van belang acht. Artikel 3 Samenstelling, benoeming en ontslag 1. Elke fractie kan niet meer dan één lid voordragen voor benoeming tot lid van de Rekeningencommissie. 2.
De leden worden door de raad uit zijn midden benoemd, met inachtneming van het bepaalde in de leden 10, 11 en 12 van dit artikel. 3. Voor zoveel mogelijk benoemt de raad voor elk commissielid een plaatsvervangend lid. De bepalingen in deze verordening die van toepassing zijn op leden van de commissie, zijn van overeenkomstige toepassing op plaatsvervangende commissieleden.
Pagina 7 van 11
1 oktober 2025
4. De benoeming geschiedt zo spoedig mogelijk na het tijdstip waarop de bij de verkiezing wegens periodieke aftreding gekozen leden van de raad hun betrekking hebben aanvaard en wel voor een zittingsduur gelijk aan die van de zittende raad. 5. Bij de benoeming bepaalt de raad wie van de leden als voorzitter zal optreden. Bij ontstentenis van de voorzitter wordt de voorzitter vervangen door de plaatsvervangend voorzitter, door de commissie uit haar midden aan te wijzen. Bij afwezigheid van zowel de voorzitter als de plaatsvervangend voorzitter voorziet de commissie eveneens in vervanging. 6. Degene die ophoudt lid van de raad te zijn, houdt tevens op lid van de commissie te zijn. 7. De raad kan aan een lid op diens verzoek ontheffing uit zijn lidmaatschap van de commissie verlenen. 8. In een vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien. 9. Degene die ter vervulling van een tussentijds ontstane vacature tot lid van de commissie wordt benoemd, heeft zitting voor de resterende zittingsduur van de raad. 10. Een op grond van de laatst gehouden gemeenteraadsverkiezingen gevormde politieke groepering bestaande uit één persoon, kan een voordracht indienen tot benoeming van een niet-raadslid (fractievertegenwoordiger) tot lid of plaatsvervangend lid van de commissie. Een raadslid kan in de commissie worden benoemd tot plaatsvervanger van een fractievertegenwoordiger.
Om als niet-raadslid voor benoeming tot lid of plaatsvervangend lid van de commissie in aanmerking te komen dient betrokkene voor te komen op een geldig verklaarde lijst van kandidaten voor de laatst gehouden gemeenteraadsverkiezingen. De eisen gesteld in de artikelen 10 en 13 van de Gemeentewet zijn op betrokkene van overeenkomstige toepassing. 11. Het onderzoek naar de bescheiden, waaruit moet blijken of een niet-raadslid aan de benoemingseisen voldoet, geschiedt met overeenkomstige toepassing van het bepaalde in artikel 4 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Den Haag. Ten behoeve van dit onderzoek legt de kandidaat de benodigde bescheiden voor aan de raad. Alvorens zijn functie te kunnen uitoefenen legt hij in een vergadering van de raad in handen van de voorzitter een eed dan wel een verklaring en belofte af gebaseerd op de tekst van artikel 14 Gemeentewet. 12. De raad kan een waarnemer c.q. fractievertegenwoordiger op eigen verzoek of op voorstel van de politieke groepering die hem of haar voor benoeming heeft voorgedragen, ontslag verlenen als commissielid. Zodra blijkt dat niet langer voldaan wordt aan de vereisten voor het lidmaatschap, houdt hij of zij op lid van de commissie te zijn. Artikel 4 Werkwijze algemeen 1. De vergaderingen van de commissie worden in het openbaar gehouden. 2.
De deuren van een openbare vergadering worden gesloten, wanneer één van de aanwezige leden dit verlangt of de voorzitter het nodig acht. De commissie besluit vervolgens dat met gesloten deuren zal worden vergaderd, wanneer haar blijkt dat bij beraadslaging in het openbaar private of openbare belangen wezenlijk zouden kunnen worden geschaad. 3. Indien de commissie in deze besloten vergadering blijk geeft van oordeel te zijn dat de aard van een aangelegenheid beraadslaging in beslotenheid niet vordert, plaatst de voorzitter deze aangelegenheid op de agenda van de eerstvolgende openbare vergadering, tenzij de behandeling naar zijn oordeel geen uitstel gedoogt. 4. De secretaris maakt van elke vergadering een verslag. De commissie stelt het verslag vast in de eerstvolgende vergadering. De commissie kan een verslag van een besloten vergadering geheel of gedeeltelijk openbaar maken. 5. Een besluit als bedoeld in het tweede en vierde lid, laatste volzin van dit artikel wordt genomen bij meerderheid van stemmen. Bij het staken van de stemmen in een voltallige vergadering, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Bij het staken van de stemmen in een niet voltallige vergadering heeft de voorzitter een doorslaggevende stem. 6.
Op grond van belangen genoemd in artikel 5 van de Wet open overheid kan de commissie rapporten die aan de raad worden uitgebracht of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. Pagina 8 van 11
1 oktober 2025
7. De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde van de vergaderingen en is bevoegd, wanneer die orde op enigerlei wijze door een of meer toehoorders wordt verstoord, hen die dit doen of alle toehoorders te doen vertrekken. 8. Indien de voorzitter van de commissie dit dienstig acht, kan de rekeningencommissie gezamenlijk vergaderen met een andere vaste raadscommissie. Een gezamenlijke vergadering wordt voorgezeten door de voorzitter van de rekeningencommissie. Artikel 5 Werkwijze onderzoeken ex artikel 2, tweede lid 1. Het college doet de commissie de voor het onderzoek van de jaarrekening als bedoeld in artikel 2, tweede lid, naar zijn oordeel benodigde stukken toekomen. 2. Het college kan daaraan een nadere toelichting die het ter zijner verantwoording dienstig acht toevoegen. 3. Het college zendt de rekeningencommissie de jaarrekening en het jaarverslag conform artikel 197 Gemeentewet. Daarnaast ontvangt de commissie van het college, gedurende het jaar, door de accountant onderzochte tussentijdse verantwoordingen over door de commissie aan te wijzen processen en projecten. 4. De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet. 5. De commissie is bevoegd de controlerend accountant(s) uit te nodigen de vergadering van de commissie bij te wonen voor het geven van toelichting. 6.
De commissie is bevoegd een of meer leden van het college uit te nodigen de vergadering van de commissie bij te wonen voor het geven van inlichtingen. 7. De commissie brengt na het beëindigen van haar onderzoek van de jaarrekening een schriftelijk rapport uit aan de gemeenteraad, rekening houdend met de in de Gemeentewet gestelde termijn voor de vaststelling van de jaarrekening. 8. De voorzitter of het door de commissie daartoe aangewezen lid wordt in de gelegenheid gesteld in de vergadering van de gemeenteraad het rapport met advies van de commissie toe te lichten. Artikel 6 Werkwijze onderzoeken ex artikel 2, vijfde lid 1. De commissie kiest de onderwerpen voor haar onderzoek, formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast. 2. De raad kan aan de commissie een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. De commissie bericht de raad binnen één maand in hoeverre aan dit verzoek zal worden voldaan. 3. De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet. Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming van het beschikbare budget, deskundigheid inschakelen. 4. De commissie is bevoegd bij de leden van het college mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen, die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. 5.
De commissie stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het concept-onderzoeksrapport aan de commissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn in elk geval diegenen, van wie de taakuitvoering (mede) onderwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt wie voorts als betrokkenen worden aangemerkt. 6. Na vaststelling door de commissie wordt het onderzoeksrapport, de nota met conclusies en de aanbevelingen en de zienswijze van betrokkenen op het (concept-)onderzoeksrapport zo spoedig mogelijk onder toezending van een afschrift aan het college en de betrokkenen, aan de raad aangeboden. Artikel 7 Secretariaat 1. Het secretariaat van de commissie berust bij de griffie. 2. De griffie kan voor de vervulling van het secretariaat op basis van een relatie opdrachtgeveropdrachtnemer capaciteit inhuren bij de Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag. Pagina 9 van 11
1 oktober 2025
3. De van de commissie uitgaande stukken worden ondertekend door de voorzitter en de secretaris. Artikel 8 Budget 1. De commissie is bevoegd binnen een haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken. 2. Ten laste van het in het eerste lid bedoelde budget worden de uitgaven gebracht betreffende: a. de eventueel door de griffie ingehuurde capaciteit bij de Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag; b. de deskundigen die eventueel door de commissie zijn ingeschakeld; c. overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de uitoefening van haar taak. Artikel 9 Slotbepalingen • 1. De Verordening Rekeningencommissie 2003, zoals laatstelijk gewijzigd in de raadsvergadering van 29 november 2007, wordt ingetrokken. • 2. Deze verordening treedt in werking op de dag nadat zij is vastgesteld. Artikel 10 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening Rekeningencommissie 2014"
Pagina 10 van 11
1 oktober 2025
Bijlage 2
Relevante regelgeving Gemeentewet Artikel 10 Gemeentewet, Artikel 13 Gemeentewet & Artikel 14 Gemeentewet lidmaatschap van de gemeenteraad Artikel 82 Gemeentewet (instellen raadscommissie), dan wel Artikel 83 Gemeentewet (bestuurscommissie) of Artikel 84 Gemeentewet (andere commissie) Artikel 169 Gemeentewet (verantwoording door college en verstrekken van inlichtingen) Artikel 186 Gemeentewet (regels begroting en verantwoording via AMvB, nl. BBV en BADO) Artikel 197 Gemeentewet (verantwoording college d.m.v. jaarrekening) Artikel 198 Gemeentewet (vaststelling jaarrekening door raad of indemniteitsbesluit) Artikel 199 Gemeentewet (decharge college) Artikel 200 Gemeentewet (toezending vastgestelde jaarrekening vóór 15 juli aan gedeputeerde staten) Artikel 201 Gemeentewet (toezending niet-vastgestelde jaarrekening aan gedeputeerde staten) Artikel 212 Gemeentewet (toezicht RC op naleving door het college van de financiële verordening) Artikel 213 Gemeentewet (Controleverordening en aanwijzen accountant) Artikel 213a Gemeentewet (Verordening doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoek)
Verordeningen gemeente Den Haag Verordening Rekeningencommissie 2014 Controleverordening gemeente Den Haag 2014 Verordening werkgeverscommissie Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad Verordening raadscommissies Verordening op de raadsonderzoekscommissies Organisatieverordening van de raad van de gemeente Den Haag Verordening ambtelijke ondersteuning aan individuele raadsleden Algemene verordening Financieel Beheer en Beleid gemeente Den Haag 2019 Verordening doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoek Den Haag 2023 Verordening betreffende de Beheersregels Grondexploitaties en Strategisch bezit, gemeente Den Haag 2018 Archiefverordening Den Haag 2018
Pagina 11 van 11