CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RC-verslag 6 oktober 2021 RIS 310331

Rekeningencommissie 24 november 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Verslag van de vergadering van 6 oktober 20214.072 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rekeningencommissie RIS 310331

Verslag

Verslag van de vergadering van de Rekeningencommissie (RC) van 6 oktober 2021

Aanwezig:

de voorzitter, de heer D. Scheper; de heren B. Aydin, P. Bos, M. De Vuyst, F. de Graaf, C. Pluimgraaff en R. Sluijs, allen lid RC; bij agendapunt D, E en F: de wethouder FS, de heer A. Mulder; bij agendapunt G: de heer G. Hagenaars, directeur OCW; bij agendapunt I: de heer F. den Eerzamen, onderzoeker Accountantsdienst; Accountantsdienst: mevrouw C. Slotema en mevrouw T. Gommans; secretaris: J. van Duijn.

Afwezig:

mevrouw L. Arp (m.k.).

A. Opening, mededelingen, vaststelling agenda, ingekomen stukken De voorzitter opent de vergadering om 13:35 uur en heet de aanwezigen welkom. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

B. Verslag van de vergadering van 7 juli 2021 Aan het verslag is als bijlage een memo van de accountant toegevoegd met een vergelijking van financiële prognoses van de G4 steden. Hiernaar was in de voorafgaande vergadering gevraagd. Het verslag van de vergadering van 7 juli 2021 (RIS309908) wordt ongewijzigd vastgesteld.

C. Ingekomen bestuurlijke stukken Van het college is de 8-maandsrapportage over het lopende jaar ontvangen (RIS310080). Besloten wordt deze te betrekken bij de behandeling van de Boardletter in de volgende vergadering.

D. Toezeggingen jaarrekeningonderzoek 2020 Tijdens het onderzoek naar de jaarrekening 2020 door de Rekeningencommissie zijn door wethouders toezeggingen gedaan. Deze zijn vastgelegd in het RC-rapport over 2020. Het college is gevraagd een schriftelijke reactie te geven op de overige vragen en opmerkingen in het rapport. Deze reactie is nog niet ontvangen. De toezeggingen zijn op een rijtje gezet en voorzien van de actuele stand van zaken (RIS310132).

Verslag vergadering 6 oktober 2021

Rekeningencommissie

De Rekeningencommissie wil van het college weten wanneer de reactie van het college op het RC-rapport tegemoet gezien kan worden en of de gedane toezeggingen nog binnen de resterende collegeperiode gestand gedaan kunnen worden. De commissie vraagt de wethouder wat haalbaar is en binnen welke termijn. De commissie wil graag een vinger aan de pols houden en vraagt of over de voortgang in de komende RC-vergaderingen presentaties gegeven kunnen worden aan de commissie. Voorts merkt de commissie op dat de voor de zomer toegezegde herijking van het beleidskader voor verbonden partijen nog niet is ontvangen. Voor wat betreft het verbeteren van de rechtmatigheid en de interne beheersingsmaatregelen rond inkopen en aanbestedingen is toegezegd te rapporteren in de voortgangsrapportage over de verbetering van de beheersorganisatie die in het najaar van 2021 naar de Rekeningencommissie wordt gestuurd. De commissie wil deze rapportage begin november ontvangen, zodat het nog dit jaar geagendeerd kan worden. De wethouder Financiën en Stadsontwikkeling, de heer Mulder, dankt de Rekeningencommissie voor haar inspanningen en flexibiliteit die eraan hebben bijgedragen dat de jaarrekening binnen de wettelijke termijn vastgesteld kon worden. Het college streeft ernaar komend jaar de jaarrekening tijdig en voorzien van een accountantsverklaring naar de raad te sturen.

De komende weken wil de wethouder de planning & controlcyclus aan de commissie voorleggen. Dan zal ook duidelijk zijn of het genoemde streven als haalbaar wordt gezien door het college. De evaluatie van de afgelopen jaarrekeningcontrole is onderhanden. Hierbij is ook de accountant betrokken. Zoals toegezegd ontvangt de commissie half november de reactie van het college op het RC-rapport. In deze brief zal de wethouder ook ingaan op de voortgang en resultaten van de gesprekken met de accountant en op de voortgang van toezeggingen. De wethouder omarmt de suggestie om in de komende Rekeningencommissievergaderingen presentaties te (laten) geven over de voortgang van de uitvoering van de aanbevelingen van de accountant. De wethouder erkent dat de herijking van het beleidskader voor verbonden partijen langer duurt dan gepland. Dit hangt mede samen met de te betrachten zorgvuldigheid in dit proces en de daarbij te maken vergelijkingen met Amsterdam en Rotterdam. De verwachting is dat het beleidskader komende maand aan de commissie wordt voorgelegd. Op dit moment wordt gewerkt aan de verbetering van de rechtmatigheid van inkopen en aanbestedingen. Er wordt een spendanalyse uitgevoerd over 2021. Om dit structureel te borgen is een expert in dienst genomen. De planning is om deze spendanalyse eind dit jaar afgerond te hebben.

Nagegaan wordt of de commissie hierover nog vóór de jaarwisseling geïnformeerd kan worden.

Uit de beantwoording van de vragen en de behandeling van de opmerkingen van de leden van de Rekeningencommissie komt het volgende naar voren. ▪ Deadlines in toezeggingenoverzicht: om misverstanden te voorkomen benadrukt de Rekeningencommissie te verwachten dat toezeggingen die betrekking hebben op de komende jaarrekening nog dit jaar worden gerealiseerd (in het overzicht staat de deadline hiervoor op 15 februari 2022, het moment waarop de boeken sluiten). Voor wat betreft zijn toezegging, om in de tweede helft van 2021 het proces van interne verrekeningen via memoriaalboekingen te laten doorlichten op onder meer de benodigde onderbouwingen

Pagina 2 van 9

Verslag vergadering 6 oktober 2021

Rekeningencommissie

en spelregels, laat de wethouder weten dat de commissie hierover nog dit jaar wordt geïnformeerd.

E. Evaluatie proces jaarrekeningonderzoek 2020 F. Onderzoek jaarrekening 2021: voortgang accountantscontrole Het jaarrekeningonderzoek van de Rekeningencommissie moest het afgelopen jaar herhaaldelijk in de tijd worden opgeschoven vanwege uitloop van de jaarrekeningcontrole. De commissie verwacht dat een constructieve dialoog met de wethouder Financiën kan bijdragen aan een vlotter jaarrekeningonderzoek komend jaar. De wethouder Financiën en Stadsontwikkeling, de heer Mulder, vindt het belangrijk om de evaluatie van het proces van de jaarrekeningcontrole samen met de accountant te doen. Van belang is om vooraf duidelijk in beeld te hebben wat de accountant verwacht en welke informatie aangeleverd moet worden. Op die manier kan al voor het einde van het boekjaar begonnen worden met de accountantscontrole. Deze afstemming met de accountant is op dit moment onderhanden. De wethouder werkt graag mee aan het regelmatig infomeren van de Rekeningencommissie over de voortgang hiervan. Hij wil snel een besluit nemen over de planning & controlcyclus voor het komende jaar, waarmee duidelijk wordt wanneer de jaarrekening gepresenteerd kan worden. Hij is er trots op dat Den Haag van oudsher de jaarrekening snel publiceerde en hecht er waarde aan vast te houden aan de derde dinsdag in april als moment hiervoor.

Op basis van de ervaringen van het afgelopen jaar moet goed gekeken worden naar wat haalbaar is. Hierover dient voorafgaand overeenstemming te zijn. Mocht de publicatie van de jaarrekening toch op een later moment worden gepland, dan moet goed uitgelegd worden waarom dat nodig is en in hoeverre dit een tijdelijke aanpassing zal zijn. Het is van belang dat ruim vóór de aanvang van de jaarrekeningcontrole een realistische planning wordt gepresenteerd. De accountant licht toe dat door de Accountantsdienst een controleaanpak is opgesteld voor de komende jaarrekeningcontrole. Hierin is onder meer opgenomen op welke aspecten het accent zal worden gelegd. Op korte termijn wordt deze controleaanpak met de wethouder besproken en vervolgens naar de Rekeningencommissie gestuurd. In de controleaanpak is onder meer opgenomen dat wordt nagegaan of en in hoeverre de aanbevelingen en toezeggingen zijn opgevolgd. Onderdelen hiervan hebben al betrekking op de interim-controle. Ook is aangegeven welke acties nog ondernomen moeten worden vanuit het college. Met ingang van vandaag starten ook de gesprekken voor de evaluatie van de laatste jaarrekeningcontrole.

Uit de opmerkingen en de beantwoording van de vragen van de leden van de Rekeningencommissie komt het volgende naar voren. ▪ Evaluatie jaarrekeningonderzoek: de Rekeningencommissie heeft in een benen-optafel-sessie het onderzoek naar de jaarrekening 2020 geëvalueerd. De commissie is van mening dat het jaarrekeningonderzoek ongelukkig is verlopen als gevolg van de uitloop van de accountantscontrole. Dit heeft de kwaliteit van het onderzoek nadelig beïnvloed voor wat betreft diepgang en zorgvuldigheid. De informatievoorziening vanuit het college Pagina 3 van 9

Verslag vergadering 6 oktober 2021

▪

▪

▪

Rekeningencommissie

over de voortgang van het proces verdiende niet de schoonheidsprijs en heeft irritatie gewekt bij de leden van de commissie. Voortgangsinformatie jaarrekeningcontrole: om ervoor te zorgen dat de Rekeningencommissie haar controlerende taak naar behoren kan uitvoeren wil de commissie nu vooruitkijken naar het komende onderzoek naar de jaarrekening. De commissie wil de komende periode in iedere vergadering worden geïnformeerd over de voorbereidingen op de jaarrekeningcontrole en over de voortgang van de uitvoering van de aanbevelingen van de accountant. In de behandeling van de voortgangsinformatie zal ook de boardletter en de controleaanpak van de accountant worden betrokken. Het college wordt gevraagd de risico’s op uitloop helder in beeld te brengen en een tijdlijn met mijlpalen op te stellen voor zowel de oplevering van de jaarrekeningstukken, de jaarrekeningcontrole als de publicatie van de jaarrekening, zodat de voortgang gemonitord kan worden. De commissie wil tijdig signalen ontvangen zodra zich vertraging voordoet. De wethouder zegt toe de commissie medio november in een brief per actiepunt een tijdlijn te verstrekken. Planning onderzoek jaarrekening 2021: op basis van de voortgangsinformatie wil de commissie nadere afspraken maken met de wethouder over de planning van het jaarrekeningonderzoek.

Daartoe kunnen eventueel aanvullende ijkmomenten worden opgenomen in de planning. De Rekeningencommissie wil met het college vooraf afspraken maken over het moment van publicatie van de jaarrekening, de controleverklaring en het accountantsverslag. De consequenties van vertraging dienen vooraf duidelijk te zijn en kunnen desgewenst in planningen voor verschillende scenario’s worden uitgewerkt. De wethouder zegt toe de commissie medio november een realistische planning voor te leggen. Op basis van de hieruit voortkomende inzichten zal de haalbaarheid van de huidige planning voor het jaarrekeningonderzoek nader worden beoordeeld door de Rekeningencommissie. Ambtelijke capaciteit: van belang is dat vooraf duidelijk is of de beschikbare personele capaciteit toereikend is voor het behalen van de planning. De wethouder FS verwacht geen ambtelijk capaciteitsprobleem voor de jaarrekeningcontrole. Door de vertraging van het afgelopen jaar is bij de Accountantsdienst wel grote druk op het controleproces ontstaan.

G. Voortgang kostenbeheersing Wmo & Jeugdhulp Om de voortgang in de verbetering van de kostenbeheersing van de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Jeugdhulp te kunnen monitoren ontvangt de Rekeningencommissie periodieke voortgangsrapportages. Op 29 september 2021 is een rapportage ontvangen over het eerste halfjaar van 2021 (RIS310077). De rapportage wordt toegelicht door Gerben Hagenaars, directeur OCW. De tijdens deze presentatie getoonde dia’s zijn als bijlage bij dit verslag gevoegd. Inmiddels blijken de kosten voor Wmo en Jeugdhulp voorspelbaarder te worden. Voor wat betreft de Wmo ligt de gemeente op koers en kan het jaar naar verwachting worden afgesloten met een voordeel ten opzichte van de begroting. De beheersing van de Jeugdzorg is echter weerbarstiger. Het verandertraject hiervoor kost tijd, mede vanwege lopende verplichtingen en lastiger te beheersen verwijzingskanalen zoals huisartsen en gecertificeerde

Pagina 4 van 9

Verslag vergadering 6 oktober 2021

Rekeningencommissie

instellingen. Ondanks extra middelen vanuit het rijk wordt over 2021 een tekort van € 14 miljoen verwacht. Mogelijk kan het voordeel op de Wmo dit compenseren. De zogenoemde commissie van wijzen heeft een uitspraak gedaan over de tekorten in de jeugdhulp. Evenals de VNG is de gemeente Den Haag tevreden met deze uitspraak. Er komt geld bij voor de jeugdhulp. Dit is wel gekoppeld aan een hervormingsagenda. In 2022 krijgt de gemeente Den Haag er circa € 50 miljoen aan rijksmiddelen bij. Dit bedrag wordt jaarlijks afgebouwd tot naar verwachting € 30 miljoen structureel vanaf 2028. Ondanks de extra middelen blijft kostenbeheersing voor de jeugdzorg noodzakelijk. Het huidige kabinet heeft voor 2022 besloten om het genoemde bedrag aan de begroting toe te voegen. Besluitvorming over het vervolg is aan het nieuwe kabinet. A. Misbruik & oneigenlijk gebruik De onderzoeken naar misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) van zorggeld hebben ertoe geleid dat tot medio 2021 elf zorgaanbieders zijn geblokkeerd vanwege onrechtmatigheden in de besteding van PGB’s (dit waren er zeven medio 2020). Verder is het PGB-budget van 146 klanten beëindigd, voor een bedrag van € 0,9 miljoen. De inzet blijft om zaken met strafbare feiten via het strafrecht aan te pakken. Veel signalen betreffen de aanbieders van zorg betaald uit een PGB.

Daarom is gestart met het beter vormgeven van PGB-management voor nieuwe aanbieders als één van de preventieve maatregelen. B. Doelmatig en doeltreffend zorgaanbod Bij zorg in het kader van de Wmo blijft het aantal indicaties voor begeleiding in de eerste helft van 2021 stabiel. De ogenschijnlijke daling in dagbesteding wordt voornamelijk veroorzaakt door het opschonen van bestanden en enkele aanloopproblemen met het ICTsysteem. In het eerste kwartaal 2021 zijn de tarieven gestegen als gevolg van de gestegen reële kostprijs. Deze kostenstijging wordt gecompenseerd door het rijk. In de rapportage over de jeugdhulp zijn nu ook de gemiddelde kosten per jeugdige opgenomen. Deze cijfers zijn mogelijk nog onderhevig aan correctie vanwege nadere verbeteringen in de berekeningen. Ondanks de gevolgen van de coronapandemie is bij jeugdhulp het aantal jeugdigen iets lager. Wel neemt het aantal voorzieningen per jeugdige toe, dat wil zeggen dat de kosten per kind toenemen. Om de kosten binnen het huidige systeem te kunnen verklaren en te beheersen wordt gewerkt met een richtinggevend kader op basis van beslisbomen. Met de samenwerkende regiogemeenten is afgesproken niet met budgetplafonds te werken. Het is niet eenvoudig om op basis van onderling overleg met de aanbieders binnen de bestedingsruimte te blijven.

Voorts zijn enkele zaken in de contracten aangepast om de beheersbaarheid te verbeteren, waaronder een winstmaximalisatieclausule om commerciële aanbieders te kunnen weren. C/D. Preventieve inzet, verbeterde indicatiestelling, kwaliteitsverbeteringen en synergie Een informeel alternatief voor vormen van (formele) Wmo-hulp is de preventieve inzet via het programma Haags ontmoeten, waarmee het beroep op formele zorg in het kader van de Wmo verminderd kan worden. Na een grote dip als gevolg van de coronapandemie wordt nu Pagina 5 van 9

Verslag vergadering 6 oktober 2021

Rekeningencommissie

weer meer gebruik gemaakt van deze voorziening. Er wordt onderzocht hoe deze voorziening verder verbeterd kan worden. Evenals voor de Wmo is nu ook een leidraad voor jeugdhulp gereed. De publieksversie wordt dit najaar gepubliceerd. Verder is gekeken naar een scherpere afbakening van jeugdhulp ten opzichte van de Wet langdurige zorg (WLZ). Om de druk op het jeugdhulpbudget te ontlasten is inmiddels voor 21 jeugdigen met langdurige zorgbehoefte een aanvraag WLZ gedaan. Een voorziening die het beroep op jeugdhulp kan verminderen is de praktijkondersteuner voor huisartsen (POH-Jeugd). Vooruitlopend op de hervormingsagenda wordt de pilot uitgebreid naar de wijken Centrum, Escamp, Bouwlust en Vrederust. E. Zorg- en beleidsvernieuwing Reeds voor 2020 is een daling ingezet in de gemiddelde kosten voor woningaanpassingen. Deze trend heeft zich in de eerste helft van 2021 voortgezet. Hierin komt mede tot uitdrukking dat door de gemeente kritischer is bekeken welke kosten voor rekening van woningcorporaties moeten komen, zoals automatische deuropeners in algemene ruimtes. Daarnaast kan niet worden uitgesloten dat hier ook een coronaeffect meespeelt.

Uit de beantwoording van de vragen en de behandeling van de opmerkingen van de leden van de Rekeningencommissie komt het volgende naar voren. ▪ Budgetplafond en wachtlijsten: hoewel door Den Haag en omliggende gemeenten geen budgetplafond wordt gehanteerd voor het verlenen van jeugdhulp, kunnen zich wel wachtlijsten voordoen, bijvoorbeeld als gevolg van capaciteitsgebrek. De bekostiging van zorg mag geen belemmering vormen voor het leveren van zorg: alle geleverde zorg wordt betaald door de gemeenten. ▪ Risco open-einderegeling: het huidige bekostigingssysteem vormt een risico voor de beheersbaarheid. Dit wordt ook door zorgaanbieders onderkend. Onlangs is in het college besloten dat de bekostiging anders wordt vormgegeven, met minder aanbieders en een meer wijkgerichte aanpak. Deze langetermijnoplossing komt op 27 oktober in de commissie Samenleving aan de orde. Het is een keuze die primair in de regio Haaglanden wordt gemaakt. De gevoelde urgentie verschilt tussen gemeenten. Beoogd wordt met de nieuwe systematiek beter tegemoet te komen aan deze gemeentelijke verschillen. ▪ Focus op de beheersing van jeugdhulp: voor de Wmo is het beheersingsinstrumentarium behoorlijk op orde. De druk op het jeugdhulpbudget is veel groter. De Rekeningencommissie neemt in overweging om in de voortgangsrapportages meer focus te laten leggen op jeugdhulp.

▪ Zorgmijders voor jeugdhulp: het is last in te schatten in hoeverre voor jeugdhulp sprake is van zorgmijders. De inzet is om via wijkteams en huisartsen de jeugdigen die hulp nodig hebben zo goed mogelijk in beeld te krijgen. Sommige zorgverleners doen zelfs actief aan klantenwerving. De laatste tijd blijven de aantallen tamelijk constant. ▪ Beëindiging PGB-budgetten vanwege M&O-beleid: tot medio 2021 is voor 146 budgethouders het PGB-budget beëindigd, dit betref in totaal € 0,9 miljoen. In sommige gevallen kan na beëindiging van een PGB wel zorg in natura aan een client worden geleverd als deze onvoldoende PGB-vaardig wordt geacht. Nagegaan wordt of signalen Pagina 6 van 9

Verslag vergadering 6 oktober 2021

▪

Rekeningencommissie

over misbruik of oneigenlijk gebruik betrekking hebben op zowel aanbieders van PGBzorg als van zorg in natura (ZiN). In de volgende rapportage zal worden opgenomen wat de doorlooptijden zijn van trajecten naar aanleiding van misbruik en oneigenlijk gebruik. Inzicht in voortgang: de rapportage biedt veel informatie over de uiteenlopende maatregelen voor kostenbeheersing. De commissie heeft behoefte aan meer inzicht in de voortgang van de uitvoering van deze maatregelen. Net als in 2020 wordt meer dan de helft van de taakstelling (€ 24,6 miljoen) gerealiseerd op de Wmo. Omdat in de rapportage geen cijfers uit 2019 zijn opgenomen is op basis van enkel de meest recente rapportage onvoldoende helder of het college op koers ligt in de realisatie van taakstellingen en verbeterplannen.

H. Indicatoren: audit en overdracht Evenals het voorgaande jaar heeft in het kader van cyclische onderzoeken naar processen en projecten een audit plaatsgevonden naar de getrouwheid van indicatoren in de jaarrekening. De rapportage hierover is als bijlage bij het accountantsrapport (RIS308965) aan de Rekeningencommissie gestuurd (GAD/2021.69). Tijdens het onderzoek naar de jaarrekening is besloten de auditrapportage separaat te agenderen. Het object van onderzoek bij deze audit is geen proces of project, maar de jaarrekening over 2020. Het college heeft derhalve geen nader verantwoordingsdocument hoeven opstellen. De auditrapportage wordt toegelicht door Theresia Gommans, DT-lid van de Accountantsdienst. De tijdens de presentatie getoonde afbeeldingen zijn als bijlage bij dit verslag gevoegd. Indicatoren zijn een goed hulpmiddel om het effect van beleid te monitoren, om trends in kaart te brengen en om te vergelijken met andere gemeenten. Jaarlijks wordt voor alle indicatoren de aansluiting met brongegevens nagegaan. Daarnaast wordt ieder jaar voor ongeveer een derde van alle indicatoren de inrichting van de individuele indicatoren onderzocht, evenals de toelichtingen hierop in de verantwoording over het desbetreffende programma. Op deze manier komen over een periode van drie jaar alle indicatoren aan bod.

De indicatoren zijn ingedeeld in topindicatoren, prestatie-indicatoren, effectindicatoren, kengetallen en Rijksindicatoren. De Rijksindicatoren zijn verplichte indicatoren om vergelijking tussen gemeenten mogelijk te maken. De overige indicatoren worden door de gemeente zelf vastgesteld. Het aantal indicatoren kan per programma nogal verschillen. De dit jaar onderzochte indicatoren scoren hoog op aspecten als meetbaarheid en eenduidigheid. Zoals toegezegd is ten opzichte van vorig jaar de uitkomst van indicatoren in de teksten in de programmarekening voor meer indicatoren nader toegelicht. Voor wat betreft de aansluiting met de voorgaande programmarekening is voor een substantieel deel van de indicatoren geen vergelijking gegeven met het voorgaande jaar. De door het rijk verplicht gestelde indicatoren hebben logischerwijs alleen betrekking op de verantwoording; hiervoor is een vergelijking met de begroting dus niet van toepassing. Wel is van belang dat wordt nagegaan of het verantwoorde cijfer aansluit met de brongegevens. Voorts zijn de verantwoorde indicatoren geverifieerd. Hiertoe is voor elke indicator onderzocht of de waarde aansluit bij het bronbestand. Hieruit blijkt dat 44% van de indicatoren niet aansluit met de bron, onvoldoende betrouwbaar is of niet per peildatum is vastgelegd. Van de 190 onderzochte indicatoren blijkt de peildatum van 73% niet te voldoen.

Aanbevolen wordt om voor een volgende raadsperiode in kaart te brengen waar de Pagina 7 van 9

Verslag vergadering 6 oktober 2021

Rekeningencommissie

brongegevens niet tijdig beschikbaar zijn, waar de peildatum niet in het boekjaar ligt of waarvan de bronnen niet verifieerbaar zijn. Uit de beantwoording van de vragen en de behandeling van de opmerkingen van de leden van de Rekeningencommissie komt het volgende naar voren. ▪ Niet aansluitende indicatoren: de Rekeningencommissie wil nader worden geïnformeerd over 36 indicatoren die in de begroting zijn opgenomen, maar waarvan de verantwoording in de programmarekening daar niet op aansluit. Doordat het begrote cijfer niet in de jaarrekening is vermeld, wordt niet duidelijk hoe het verantwoorde cijfer zich verhoudt tot hetgeen begroot is. De Rekeningencommissie vraagt het college in de komende jaarrekening voor iedere verantwoorde indicator ook het begrotingscijfer te vermelden. ▪ Tijdige beschikbaarheid brongegevens: de Rekeningencommissie wil in kaart brengen van welke indicatoren de brongegevens niet tijdig beschikbaar zijn, zodat voor een volgende raadsperiode naar een alternatief gezocht kan worden. ▪ Trendinformatie: in de programmarekening wordt bij veel indicatoren geen informatie gegeven over de waarde van de desbetreffende indicator in voorgaande jaren. De Rekeningencommissie vraagt het college om voor elke indicator historische informatie op te nemen zodat inzicht in de trend wordt gegeven.

I. GRIP-rapportage: analyse GAD In de ambtelijke werkbespreking met de commissie Ruimte was toezending van de eerste verbeterde GRIP-rapportage voor afgelopen zomer in het vooruitzicht gesteld. Inmiddels is duidelijk dat hiervoor meer tijd nodig was. Vooruitlopend hierop wil de Accountsdienst alvast de uitkomsten van haar analyse van de nieuwe opzet delen (GAD/2021.117). De bevindingen worden toegelicht door Filip den Eerzamen, onderzoeker van de Accountantsdienst. De tijdens de presentatie getoonde afbeeldingen zijn als bijlage bij dit verslag gevoegd. De afgelopen maanden is door de Accountantsdienst een quick scan uitgevoerd naar de te vernieuwen opzet van de GRIP-rapportage. Daarbij is met name gekeken of de aanbevelingen in het Rekenkamerrapport uit 2010 zijn opgevolgd en is een benchmark uitgevoerd met andere grote organisaties. Verder is meegekeken met de ontwikkeling van de nieuwe GRIPrapportage. Een quick scan betreft geen zeer uitgebreid onderzoek. Het onderzoek is in goede samenwerking met de verantwoordelijke dienst uitgevoerd. De aanbevelingen van de Rekenkamer zijn op hoofdlijnen opgevolgd. Aandachtspunten zijn de grote omvang van de rapportage, consistentie tussen projecten en opnemen van een dashboard met de belangrijkste aspecten. Gedurende het onderzoek kwam naar voren dat maar in beperkte mate benchmark-informatie beschikbaar is.

Alleen de stad Rotterdam komt in aanmerking voor onderlinge vergelijking. Den Haag doet het in vergelijking met andere steden daarmee best goed. Aanbevolen wordt om over grondexploitaties separaat van investeringsprojecten te rapporteren. Ook de doorklikbaarheid van de GRIP-rapportage kan worden verbeterd. Dit hoeft technisch niet ingewikkeld te zijn; het gaat vooral om het toevoegen van hyperlinks of koppelingen naar onderliggende documenten. In andere steden wordt over grote projecten op een ander moment dan de publicatie van de begroting en

Pagina 8 van 9

Verslag vergadering 6 oktober 2021

Rekeningencommissie

jaarrekening gerapporteerd, zoals nu ook voor de nieuwe GRIP-rapportage is voorgesteld. Aanbevolen wordt deze rapportages evenredig gespreid in de tijd te plannen. De Accountantsdienst wil bij de presentatie van de nieuwe rapportage aan het eind van het jaar een vergelijking maken met de oude vorm. Vervolgens wordt nader onderzoek gedaan naar de kwaliteit van onder meer de risicoschattingen, de informatievoorziening en de borging van consistentie tussen projecten. Hierover zal in 2022 worden gerapporteerd.

Uit de beantwoording van de vragen en de behandeling van de opmerkingen van de leden van de Rekeningencommissie komt het volgende naar voren. ▪ Bestuurlijke kaders in GRIP: in een eerdere werkbespreking over Amare is door een extern adviesbureau de suggestie gedaan om bij voortgangsrapportages de bestuurlijke kaders (inclusief moties en toezeggingen) volledig en zo veel mogelijk doorklikbaar te vermelden. De Rekeningencommissie vraagt dit bij de GRIP-rapportages toe te passen en wijzigingen die niet binnen de bestaande bestuurlijke kaders vallen duidelijk aan te geven. ▪ Behandeling GRIP nieuwe stijl: de Rekeningencommissie ziet de vernieuwde GRIPrapportage graag tegemoet voor behandeling in de eerstvolgende Rekeningencommissievergadering, voorzien van de bevindingen van de Accountantsdienst.

J. Advies Rekeningencommissie inzake positionering Accountantsdienst Naar aanleiding van de vacature voor gemeenteaccountant is de wens naar voren gekomen om de positionering van de Accountantsdienst en de gemeenteaccountant te heroverwegen en daarmee de controlerende rol van de raad te versterken. In opdracht van de stuurgroep voor de adviesopdracht inzake de toekomstige positionering van de accountantsdienst is daarnaar onafhankelijk onderzoek gedaan. De stuurgroep heeft de Rekeningencommissie gevraagd te adviseren over onder meer de taken en aansturing van de accountantsdienst. Hierover hebben de Rekeningencommissieleden in een besloten benen-op-tafelsessie van gedachten gewisseld. Het advies van de Rekeningencommissie wordt per brief naar de stuurgroep gestuurd, met een afschrift naar het Presidium.

K. Termijnplanning Vanwege de noodzakelijke voorbereidingen op plenaire raadsvergaderingen wil de Rekeningencommissie niet meer op de dag voorafgaand aan een raadsvergadering vergaderen. De Rekeningencommissie verzoekt de Griffie hiermee bij het opstellen van het vergaderschema rekening te houden. De termijnplanning (RC/2021.24) wordt ongewijzigd vastgesteld.

L. Rondvraag en sluiting Er zijn geen vragen. De voorzitter sluit de vergadering om 16:00 uur.

Pagina 9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10655653/2