N.E PvdD amendement Groen is een bodemnorm, zak niet door de bodem
Tekst van het document
GEMEENTERAAD Stuknummer:
N.E PvdD
Uitslag stemming:
RIS-nummer:
Amendement: Groen is een bodemnorm, zak niet door de bodem Indiener: Jan Willem van den Bos, Partij voor de Dieren De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 26 februari 2026, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Vaststelling Ontwikkelstrategie Laakhavens Hollands Spoor (RIS324160). Besluit om dictumpunten I en II als volgt te wijzigen: ▪ in te stemmen met de Ontwikkelstrategie Laakhavens Hollands Spoor als kaderstellend plan voor de verdere ontwikkelingen in het gebied aanvullend op de eerder vastgestelde Ontwikkelvisie Laakhavens Hollands Spoor en het Beeldkwaliteitsplan Laakhavens Hollands Spoor, met dien verstande dat de minimale groennorm voor het Central Innovation District van 8 m² openbaar groen per woning binnen Laakhavens Hollands Spoor op gebiedsniveau wordt geborgd alvorens er een samenwerkingsovereenkomst (SOK) met ontwikkelaars wordt gesloten; ▪ in te stemmen met de eerste inschatting van het financieel kader zoals vermeld in de geheime bijlage De eerste inschatting van het financieel kader hiermee in lijn te brengen en in te stemmen dat de verdere fasen van de gebiedsontwikkeling nader uitgewerkt gaan worden met de bijbehorende besluitvorming inclusief financiële dekking; Toelichting: Den Haag hanteert binnen het Central Innovation District (CID) een norm van 8 m² openbaar groen per woning.
Deze norm is door de raad onder andere vastgelegd in de Structuurvisie CID, waarin is bepaald dat bij de ontwikkeling van het CID moet worden voorzien in een hoogwaardige groene buitenruimte met een hoge gebruiks- en ecologische waarde en dat daarbij op gebiedsniveau een norm van 8 m² openbaar groen per woning wordt gehanteerd (RIS307135). Deze norm is niet bedoeld als streefwaarde, maar als minimale bodemnorm voor leefbaarheid. Dat blijkt onder andere expliciet uit de afdoening van de motie Duidelijkheid over het groen (RIS309199). Daarin stelt het college dat voor groen, anders dan bijvoorbeeld bij onderwijsvoorzieningen, bewust is gekozen voor een bodemnorm, om te verzekeren dat ook bij verdichting een minimale hoeveelheid groen gegarandeerd blijft. Het college schrijft hier bijvoorbeeld dat het gaat om 8 m² openbaar groen per woning, zodat per toegevoegde woning minimaal 8 m² groen wordt gerealiseerd (of er sowieso al is) zodat een leefbare stad verzekerd blijft, waarbij er altijd meer groen kan worden toegevoegd indien gewenst en mogelijk. Daarmee is duidelijk dat deze norm niet bedoeld is als flexibel gemiddelde of streefnorm, maar als ondergrens voor leefkwaliteit.
Ook in de Ontwikkelvisie Laakhavens Holland Spoor (RIS311821), die als GebiedsNvU door de raad is vastgesteld, wordt expliciet gesteld met de vergroening wordt voldaan aan de vastgestelde kwantitatieve referentienorm voor centrumstedelijk milieu (pagina 33). Uit de huidige onderbouwing bij de ontwikkelstrategie blijkt echter dat voor Laakhavens Hollands Spoor wordt uitgegaan van circa 11.400 extra woningen boven op het bestaande woningaantal van enkele duizenden woningen die behouden blijven. Gesteld wordt dat in Laakhavens Holland Spoor nu zo’n 84.400 m² groen wordt voorzien, wat neerkomt op een bandbreedte tussen de 4,7 en de 5,8 m² Pagina 1 van 2
groen per woning (uitgaande van tussen de 14.500 en 17.960 totaal aantal woningen in het gebied). Daarmee blijft dit gebied ruim onder de minimale groennorm. Juist bij Laakhavens Hollands Spoor wordt van alle CID-deelgebieden voorgesteld om het meest intensief te gaan bouwen. In zo’n hoogstedelijke omgeving is groen essentieel voor gezondheid, verkoeling, biodiversiteit en leefkwaliteit. Het verschuiven van (verwacht) groen naar andere delen van het CID zou betekenen dat juist het meest verdichte gebied onder de minimale leefbaarheidsnorm blijft. Dit amendement borgt dat de groennorm wordt gerealiseerd op gebiedsniveau en juist ook waar de verdichting plaatsvindt, conform de eerdere besluiten van de raad. Daarmee wordt voorkomen dat de bodemnorm voor leefbaarheid afhankelijk wordt van toekomstige projecten elders in het CID of van latere bijsturing. Omdat de realisatie van voldoende openbaar groen financiële consequenties kan hebben, verzoekt dit amendement tevens de inschatting van het financieel kader in lijn te brengen met deze randvoorwaarde.
Jan Willem van den Bos Partij voor de Dieren
Pagina 2 van 2