CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

Maatwerk geparkeerd

Commissie Samenleving 27 januari 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Aanbiedingsbrief Ombudsman inzake Gehandicaptenparkeerplaatsen18.985 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Maatwerk geparkeerd

Een onderzoek naar het toekennen van gehandicaptenparkeerplaatsen voor passagiers Gemeentelijke ombudsman en Jeugdombudsman Den Haag en Leidschendam-Voorburg Juni 2021 1

Inhoudsopgave Samenvatting............................................................................................................................................3 1. Inleiding..................................................................................................................................................6 Aanleiding.....................................................................................................................................................6 Normstelling.................................................................................................................................................6 Aanpak..........................................................................................................................................................7 Leeswijzer.....................................................................................................................................................8

2. Regelgeving en procedure...........................................................................................................9 Landelijke voorschriften..............................................................................................................................9 Gemeentelijke voorschriften.................................................................................................................... 10 Medisch VIA-protocol............................................................................................................................... 11 Werkwijze GGD.......................................................................................................................................... 13 Aanvraagprocedure.................................................................................................................................. 14 Informatieverstrekking............................................................................................................................. 16 Klachten bij de gemeente......................................................................................................................... 17

3. Aanvragen.......................................................................................................................................... 19 Getalsmatig overzicht............................................................................................................................... 19 Toegewezen en afgewezen aanvragen................................................................................................... 20 Aanvragen................................................................................................................................................. 20 Sociaal-medische omstandigheden........................................................................................................ 22 Voornemen................................................................................................................................................ 23 Hardheidsclausule toegepast door de GGD............................................................................................ 23 Hardheidsclausule toegepast door de gemeente.................................................................................. 24 Besluit op de aanvraag.............................................................................................................................

25 Bezwaar..................................................................................................................................................... 26

4. Kinddossiers..................................................................................................................................... 28 Aanvragen................................................................................................................................................. 29 Sociaal-medische omstandigheden........................................................................................................ 29 Actieve uitvraag en onderzoek................................................................................................................. 32 Sociaal-medisch advies............................................................................................................................ 32 Bezwaar en beroep................................................................................................................................... 34

5. Conclusies en Aanbevelingen................................................................................................. 36 Beperkte uitleg hardheidsclausule ......................................................................................................... 36 Te weinig (pro-)actieve houding bij het verzamelen van relevante informatie..................................... 37 De informatie die wordt verstrekt is niet voldoende en eensluidend.................................................... 39 Het belang van het kind (als passagier) niet meegewogen .................................................................. 40 Geen goede registratie van klachten....................................................................................................... 41 Bijlage 1 Bestudeerde dossiers.................................................................................................................... 43 Bijlage 2 Vragenlijst onderzoek.................................................................................................................... 63 Bijlage 3 Uitspraak Raad van State.............................................................................................................. 64

2

Samenvatting Voor u ligt het onderzoek van de Gemeentelijke ombudsman en Jeugdombudsman naar gehandicaptenvoorzieningen voor passagiers van de gemeente Den Haag. Het betreft de aanvragen voor parkeerplaatsen voor inwoners met een beperking die zelf niet kunnen rijden, bijvoorbeeld omdat ze minderjarig zijn. We hebben 264 aanvragen onderzocht over de periode 2018 - eerste helft 2020. Daarvan zijn er 64 afgewezen. Dat roept de vraag op wat hier aan de hand is. Het gaat wel om een kwart van de aanvragen en het gaat om inwoners die bij de gemeente aankloppen voor een oplossing van een voor hen groot probleem. Dit beeld klopt met de klachten die bij ons binnengekomen zijn. Ook daarbij gaat het om inwoners met een ernstige beperking. We hebben onderzocht hoe de gemeente deze aanvragen behandeld heeft. Omdat het hier om maatwerk gaat is het belangrijk dat de gemeente oog heeft voor specifieke omstandigheden van de aanvrager en zo nodig bereid is van de regels af te wijken. Het blijkt dat de gemeente dat nauwelijks doet. Dat komt omdat de GGD keuringsarts heel terughoudend is in het toepassen van de medische hardheidsbepaling. Hij wil zo objectief mogelijk keuren. En hij verwijst naar de gemeente om te kijken naar andere redenen dan medische. Maar de gemeente gebruikt de hardheidsbepaling ook heel beperkt.

De gemeente past hardheid in de praktijk alleen toe op gronden die in de Haagse beleidsregeling zelf al zijn voorzien. Daarbij gaat het alleen om medische redenen, geen sociaal-economische. De gemeente wijkt dus in de praktijk niet van de regeling af, en gebruikt niet de mogelijkheid die de regeling en de wet daar uitdrukkelijk wel voor bieden.

Wij adviseren daarom veel meer maatwerk toe te passen en zo nodig van de regeling af te wijken om tot de beste beslissing te komen passend bij de specifieke situatie van de aanvrager.

Om maatwerk te kunnen leveren is het nodig dat de gemeente onderzoek doet naar de situatie van de aanvrager. De gemeente blijkt niet pro-actief te zijn bij haar onderzoek. De gemeente gaat af op het ingevulde aanvraagformulier. Lang niet altijd neemt de gemeente contact op met de aanvrager, dat hangt af van de medewerker. Het blijkt dat wanneer de aanvrager over een rolstoel beschikt dat alleen reden is de aanvraag voor parkeerplaats af te wijzen. Lang niet alle aanvragers zijn daarvan op de hoogte. We hebben diverse aanvragen gezien waarin pas na eerste afwijzing meer specifiek naar bijzondere omstandigheden gekeken werd. Soms is die informatie wél bekend bij de gemeente (afdeling WMO). Die informatie wordt niet gedeeld.

3

Wij pleiten daarom ervoor altijd vóór een voornemen tot afwijzing mondeling contact met de aanvrager op te nemen. Dan kan de ambtenaar vragen naar de gezins- en andere bijzondere omstandigheden. En we pleiten er verder voor daarover informatie op te vragen bij andere gemeentelijke diensten waar de aanvrager of de bestuurder al bekend is.

Natuurlijk moet de aanvrager zelf de relevante informatie geven, maar dan moet hij wel weten wát hij moet aanleveren. Dat is nu niet duidelijk genoeg. Zo wisten aanvragers lang niet altijd dat de GGD keuring alleen gaat over een parkeerkaart. Een positief medisch advies na die keuring betekent niet dat daarmee een parkeerplaats wordt toegekend. Ook informeert de gemeente de aanvrager niet genoeg over de voorwaarden om een parkeerplaats toe te kennen, met name niet voor de situatie waarin sprake is van een rolstoel. Wanneer de gemeente afwijst is voor aanvragers niet voldoende duidelijk waarom dat gebeurt en wat deze aan gegevens moet leveren om goed bezwaar te kunnen maken. De gemeente informeert aanvragers alleen over de procedure wanneer deze daarom vragen.

Wij adviseren de gemeente de aanvragers veel actiever te informeren over de voorwaarden, mogelijke bijzondere omstandigheden en de procedure voor deze gehandicaptenvoorzieningen. Laat de aanvrager weten wat de termijnen zijn en of deze gehaald worden. Geef in de afwijzing de specifieke argumenten nauwkeurig aan en hoe ze zijn gewogen.

We hebben 21 kinddossiers onderzocht om na te gaan of de gemeente voldoet aan het Internationaal Verdrag voor de rechten van het kind. Het verdrag schrijft voor dat de belangen van het kind in de afwegingen voorop en centraal moeten staan. Daarvoor hebben we geen enkele aanwijzing gevonden. Ook houdt de gemeente onvoldoende rekening met de zware belasting van ouders van gehandicapte kinderen.

Bij aanvragen waar een kind betrokken is, is de gemeente eraan gehouden de belangen van het kind voorop te stellen. Bij de intake is het belangrijk om die omstandigheden breed uit te vragen. Ook de belasting van de ouders dient in de afweging betrokken te zijn. De gemeente zorgt tijdens de procedure ervoor om de ouders zoveel mogelijk te ontzorgen.

4

De gemeente heeft over de aanvragen voor parkeerkaarten en parkeerplaatsen voor passagiers vrijwel geen klachten geregistreerd. We hebben er één gevonden. De gemeente blijkt klachten alleen te registreren als ze via de formele weg ontvangen worden. Als de gemeente ze via een andere weg ontvangt, worden ze niet geregistreerd en heeft de klachtencoördinator geen rol. Daarmee laat de gemeente kansen liggen om een beeld van haar handelen te krijgen en zo nodig te verbeteren, het vertrouwen van de burger te herwinnen en deze te wijzen op mogelijke rechtsbescherming.

Werk de klachtenafhandeling beter uit, betrek de klachtencoördinator, registreer alle klachten, betrek de leiding, leer van de klachten voor verbetering van de uitvoering en gebruik klachten om zo nodig het vertrouwen van de burger te herwinnen.

Mede namens de Jeugdombudsman Yvette Nass

Addie Stehouwer Gemeentelijke ombudsman Den Haag & Leidschendam-Voorburg

5

1. Inleiding Aanleiding De Gemeentelijke ombudsman en de Jeugdombudsman Den Haag, Leidschendam-Voorburg (hierna: de ombudsman) hebben een onderzoek uitgevoerd naar de wijze waarop de gemeente Den Haag aanvragen voor gehandicaptenparkeerplaatsen voor passagiers behandelt. Aanleiding waren diverse klachten over dit soort aanvragen1. In drie recente klachtgevallen waren de aanvragen afgewezen. Dit riep bij de ombudsman de vraag op hoe de gemeente de aanvragen behandelt en met name hoe zij daarbij de argumenten voor bijzondere situaties weegt en hoe die in de intake van de aanvragen aan bod komen. Ook riepen deze klachten de vraag op naar de toepassing van de hardheidsclausule door de gemeente Den Haag. Deze clausule die in de verordening is opgenomen, biedt de gemeente de mogelijkheid om buiten de wettelijke voorschriften om te besluiten wanneer sprake is van onbedoeld harde effecten bij reguliere toepassing. Dit onderzoek geeft inzicht in de weging van bijzondere situaties (sociaalmedische omstandigheden) en toepassing van de hardheidsclausule

Normstelling Voor toetsing van de bevindingen gaat de ombudsman uit van de behoorlijkheidsnormen. Normen die in dit onderzoek zijn gebruikt zijn die van transparantie, goede informatieverstrekking, goede motivering, goede voorbereiding en maatwerk2. Deze normen zijn ook verwerkt in de hashtags #informeermij #betrekmij #helpmij3. Centrale uitgangspunten daarbij zijn: •

Volledige en juiste informatie voor dienstverlening aan de burger, denk aan telefonisch contact;

•

Het volledige verhaal van de burger, vraag door voor beter begrip en het probleem achter de vraag;

•

Pro-actieve houding van (de gemeente verzamelt alle informatie die nodig is om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen);

•

Invloed van de burger op de dienstverlening (is niet hetzelfde als zijn zin geven);

•

Uitleg en duidelijkheid om de burger verder te helpen (vooral bij complexe, niet-standaard situaties, een goede motivering van de beslissing);

1 Dossiers ombudsman 2018-298, 2019-383, 2019-432, 2020-083, 2020-087 en andere. 2 Zie de behoorlijkheidswijzer van de Nationale ombudsman. 3 Zie jaarverslag gemeentelijke ombudsman 2019 (https://ombudsman.denhaag.nl/wp-content//uploads/2020/11/ Gemeentelijke-Ombudsman-Jeugdombudsman-jaarverslag-2019-Den-Haag.pdf) 6

•

Integraal dienstverlenend, dienst- of afdelingoverstijgend met samenwerking;

•

Maatwerk voor de burger;

•

Persoonlijk contact tussen ambtenaar en burger met aangepaste taal.

De Jeugdombudsman neemt vanuit toetsing aan de behoorlijkheidsorm “grondrechten”, het Internationaal verdrag voor de rechten van het kind (IVRK) als uitgangpunt. Dit verdrag gaat over alles waar kinderen mee te maken kunnen krijgen. Het verdrag bevat belangrijke uitgangspunten en verplichtingen opdat kinderen veilig kunnen opgroeien en zich optimaal kunnen ontwikkelen. Nederland heeft het verdrag bekrachtigd, waardoor het -ook door gemeenten- verplicht moet worden nageleefd. Gemeenten moeten op grond van het IVRK het belang van kinderen meenemen in besluitvormingsprocessen (art. 3 IVRK). Kinderen hebben het recht om hun mening te laten horen over hun situatie (art. 12 IVRK). Dit behelst de verplichting de belangen van kinderen in ieder geval te zien, te onderzoeken, te horen en mee te wegen in het besluit. Rekening houden met de rechten en belangen van kinderen wil niet zeggen dat kinderen altijd “hun zin krijgen”, maar wel dat hun mening serieus wordt genomen. In geval van een belangenconflict, behoort het belang van het kind als regel de doorslag te geven (General Comment 14 bij het IVRK).

Aanpak Het onderzoek bestaat uit de volgende onderdelen: •

Opvragen van cijfers over afwijzingen, toekenningen, bezwaren, beroepen, klachten;

•

Dossieronderzoek4 en interviews aan de hand van de vragenlijst5;

•

Interviews met medewerkers van de uitvoerende afdeling (de handhavingsorganisatie), de GGD, Juridische zaken, de Adviescommissie bezwaarzaken en uitvoerders van het Doorbraaklab;

•

Bestudering van de relevante regelgeving;

•

Bestudering van de informatie die de gemeente over de procedure en voorwaarden heeft gepubliceerd;

•

Beantwoording van schriftelijke vragen door beleidsambtenaren Handhaving.

4 5

Zie bijlage 1 Zie bijlage 2 7

De ombudsman heeft de aantallen opgevraagd van alle aanvragen voor een GPP (gehandicaptenparkeerplaats voor een passagier) over de jaren 2018 april 2020. Verder heeft de ombudsman stukken uit de dossiers opgevraagd die inzicht geven in de reacties op afwijzingen (zienwijze, bezwaar, beroep), additioneel toekenningen van een GPP terwijl een hulpmiddel beschikbaar was. De gemeente heeft in haar antwoord tevens stukken verstrekt die alleen een GPK (gehandicaptenparkeerkaart voor een passagier) betroffen. De ombudsman heeft deze laatste meegenomen in het onderzoek omdat een GPK een voorwaarde is voor een GPP. In totaal zijn 64 dossiers bestudeerd. Het rapport besteedt speciale aandacht aan de positie van kinderen, om twee redenen. De gemeenteraad heeft bij de introductie van de Jeugdwet een aparte Jeugdombudsman voor de gemeente Den Haag ingesteld. Daarnaast heeft de Jeugdombudsman meermaals te maken gehad met klachten over gehandicaptenparkeerplaatsen voor kinderen. Daarom zijn er ook kinddossiers (21) in de selectie opgenomen. Aan de hand van de eerste bevindingen is een vragenlijst opgesteld (bijlage 2) die met betrokken diensten besproken is. De verslagen zijn voor verificatie weer teruggelegd voor verbetering en aanvulling.

De volledige bevindingen zijn eveneens aan de betrokken diensten voorgelegd met het verzoek onjuiste en onvolledige feitelijkheden te verbeteren of aan te vullen. De reacties zijn in de bevindingen verwerkt. De conclusies en aanbevelingen heeft de ombudsman vervolgens vastgesteld op basis van de geverifieerde bevindingen.

Leeswijzer Hierna wordt in de navolgende hoofdstukken uiteengezet •

wat de formele basis is van de gemeentelijke taak voor de besluiten rondom gehandicaptenparkeerplaatsen voor passagiers en welke eisen daaruit voortvloeien;

•

de aanvraagprocedure voor een GPP passagiers;

•

een overzicht van het cijfermatige belang van de aanvragen gehandicaptenparkeerplaatsen;

•

de resultaten van het dossieronderzoek;

•

de conclusies op basis van de bevindingen;

•

de aanbevelingen van de ombudsman naar aanleiding van het onderzoek;

•

in de bijlage staan de onderzochte dossiers anoniem vermeld.

8

2. Regelgeving en procedure De behandeling van aanvragen voor een GPK en een GPP is gebaseerd op landelijke, gemeentelijke en medische voorschriften. Omdat een GPK een van de voorwaarden is om voor een GPP in aanmerking te komen wordt hieronder eerst ingegaan op de regels voor een GPK, daarna op die voor een GPP.

Landelijke voorschriften Besluiten over inrichting van gemeentelijke wegen worden volgens de wet genomen door het college van B&W (art. 18 Wegenverkeerswet). Zo ook besluiten voor de toekenning van gehandicaptenparkeerplaatsen (art. 12 Besluit administratieve bepalingen wegverkeer). Bij ministeriële regeling zijn de criteria voor toekenning van een gehandicaptenparkeerkaart bepaald (Regeling Gehandicaptenkaart). Daarvoor kunnen in aanmerking komen (art.1): •

een passagier die een aantoonbare loopbeperking van langdurige aard heeft, waardoor hij - met de gebruikelijke loophulpmiddelen - in redelijkheid niet in staat is zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te voet te overbruggen en die voor het vervoer van deur tot deur continu afhankelijk is van de hulp van de bestuurder;

•

bestuurders en passagiers die ten gevolge van een aandoening of gebrek permanent rolstoelgebonden zijn;

•

bestuurders en passagiers, andere dan hiervoor bedoeld, die ten gevolge van een aandoening of gebrek aantoonbare ernstige beperkingen, andere dan loopbeperkingen hebben.

De artikelen 2 en 3 van de ministeriële regeling Gehandicaptenkaart bepalen verder dat een geneeskundig onderzoek vereist is om aard van de handicap vast te stellen en dat dit onderzoek door een GGD-deskundige of door de gemeente aangewezen andere externe deskundige uitgevoerd moet worden. De wet geeft de mogelijkheid om maatregelen met onbedoeld harde effecten te verzachten. De zogenoemde hardheidsclausule geeft daarvoor de ruimte. De wettelijke basis voor de hardheidsclausule is art. 4.84 Algemene wet bestuursrecht: het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Voor besluiten bestaat een vergelijkbare bepaling in art. 3:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht. Ook daarmee heeft de wetgever de ruimte geschapen om voor het bestuursorgaan om belangen af te wegen, die van het doel van het besluit en de nadelige gevolgen voor belanghebbenden.

9

De Raad van State wijst in haar uitspraak in 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2840) naar de omstandigheden die bij toepassing van de hardheidsclausule betrokken dienen te worden: het bestuursorgaan dient alle omstandigheden van het geval te betrekken, ook die omstandigheden die voorzien zijn bij het opstellen van de beleidsregel of geacht worden voorzien te zijn om na te gaan of sprake is van een situatie ex art. 4.84 AWB6. De artikelen 4:84 en 3:4 AWB verschaffen het bestuur de inherente bevoegdheid om van de eigen beleidsregels af te wijken, rekening houdend met alle relevante omstandigheden van betrokkene.

Gemeentelijke voorschriften Het besluit van B&W voor een gehandicaptenparkeerplaats kan alleen in overeenstemming met bovenstaande landelijke voorschriften genomen worden. Voor Den Haag hebben B&W de Beleidsregels gehandicaptenparkeren 2012 (hierna: de beleidsregel) met inwerkingtreding op 1 mei 2012 vastgesteld, aangepast in 2017 om de plaatsing van een GPP voor de betrokkene kostenloos te maken. In de regeling staan de voorwaarden opgenomen waaronder een bestuurder of passagier in aanmerking kan komen voor een individuele gehandicaptenparkeerplaats bij zijn woning (op kenteken). De regeling stelt als voorwaarden voor een gehandicaptenparkeerplaats voor passagiers:

•

Een verklaring van een medisch specialist waaruit een aantoonbare loopbeperking van langdurige aard voor betrokkene blijkt;

•

Een Europese gehandicaptenparkeerkaart op naam van de betrokkene;

•

Het ontbreken van een hulpmiddel als rolstoel of duwwagen om de afstand te overbruggen tussen huis en voertuig;

•

Het ontbreken van een parkeerplaats op eigen terrein (POET);

•

Een huisgenoot met een geldig rijbewijs;

•

Een bewijs van eigenaarschap van een motorvoertuig voor betrokkene of huisgenoot.

Als blijkt dat er toch een hulpmiddel aanwezig is, kunnen zwaarwegende sociaal-medische gronden reden zijn om toch een GPP toe te wijzen (art. 2.3 van de beleidsregel). Deze dienen getoetst te zijn door een adviserend arts van de gemeente (GGD).

6

Voor de volledige alinea van de Raad van State zie bijlage 3 10

Als sprake is van beperkingen anders dan loopbeperkingen kan een GPP worden toegekend (art. 2.1.1 van de beleidsregel). Volgens de beleidsregel kan dat onder meer het geval zijn bij: •

Incontinentie,

•

Longproblemen,

•

Aanwezigheid van medische apparatuur,

•

Angststoornissen voor parkeren in een garage.

Deze andere beperkingen dienen te zijn getoetst door een adviserend arts van de gemeente (GGD). Voordat een parkeerplaats wordt aangelegd moet de gemeente (art. 4.1 en volgende van de beleidsregel) een verkeerstechnisch onderzoek uitvoeren naar het aantal parkeerplaatsen in de straat van de aanvrager en de parkeerdrukte. Ook wordt bepaald of de aanvrager een parkeerplaats op eigen terrein heeft. Het onderzoek bestaat uit drie waarnemingen en is positief voor de aanvrager wanneer twee van de drie keer geen parkeerplaats beschikbaar is binnen de maximale loopafstand. De gemeentelijke beleidsregel kent verder een hardheidsclausule en omschrijft deze in art. 8.1 zo, dat van de regel kan worden afgeweken wanneer toepassing van de regel tot een bepaalde hardheid leidt. Wat onder bepaalde hardheid wordt verstaan is niet nader omschreven. Voor de uitvoering van de gemeentelijke regels zijn diverse organisaties en onderdelen van de gemeente betrokken: •

de Handhavingsorganisatie (HHO) van DSB, voor de beoordeling van aanvragen en uitvoering van beleid;

•

de Afdeling Straten van Veeg- en Straatbedrijf van DSB, voor het aanleggen van de GPP’s;

•

het Bedrijfsexpertisecentrum (BEC), voor juridische zaken en de Adviescommissie bezwaarschriften, en;

•

de GGD, voor de medische beoordeling en de daaruit volgende advisering van de aanvragen.

Medisch VIA-protocol De artsen die sociaal-medisch adviseren verrichten onderzoek volgens het protocol gehandicaptenparkeervoorzieningen van de Vereniging van Indicerende en Adviserende Artsen (hierna: het protocol7).

7 zie https://repository.officiele-overheidspublicaties.nl/externebijlagen/exb2015-5014/1/Bijlage/exb-2015-5014.pdf 11

Het protocol geeft richtlijnen voor medisch onderzoek en advies. De volgende passages uit het protocol zijn met name relevant voor een GPK voor passagiers en een GPP. De gemeente beslist over de aanvraag op basis van het medisch advies. Het college dient aan te geven of deze het advies overneemt dan wel afwijst. Het college mag niet in de medische expertise treden maar toetst wel of het advies aan de daaraan te stellen eisen voldoet. Het uiteindelijke besluit dient rekening te houden met het medisch advies, mag van het advies afwijken maar alleen beargumenteerd. Belanghebbende kan niet in bezwaar en beroep gaan tegen het medisch advies bij de adviserende instantie, wel tegen het besluit van de gemeente. De adviserend arts kan volgens het VIA-protocol in het kader van bezwaar worden gevraagd een nader advies te schrijven of bij de hoorzitting aanwezig te zijn. De arts geeft desgevraagd een toelichting over de wijze waarop het medisch protocol is toegepast en of er mogelijk sprake is van een inmiddels gewijzigde medische situatie. De Acb kan volgens het VIA-protocol om een medisch second opinion vragen. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer vanuit de behandelend sector verklaringen worden overlegd waaruit blijkt dat belanghebbende aan de formele criteria zou voldoen zodat twijfel bestaat of de gemeente de juiste beslissing heeft kunnen nemen.

Ten aanzien van een GPK voor passagiers moet door artsen volgens het VIAprotocol worden bepaald dat sprake is van: •

een aandoening of gebrek resulterend in;

•

een aantoonbare loopbeperking van langdurige aard waardoor hij/zij;

• met de gebruikelijke loophulpmiddelen in redelijkheid niet in staat is zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan één stuk te voet te overbruggen en •

voor het vervoer continue afhankelijk is van hulp van de bestuurder;

•

ten gevolge van een aandoening of gebrek permanent rolstoelgebonden is of

•

aantoonbare beperkingen anders dan loopbeperkingen heeft.

Indien sprake is van beperkingen anders dan loopbeperkingen (zie hierboven) kan overeenkomstig het protocol de arts een positief advies geven op grond van de hardheidsclausule. Te denken valt aan gedragsstoornissen of bepaalde psychische problematiek die leiden tot een participatieprobleem en die dichtbij parkeren nodig maken. Naast een ziekte of gebrek kunnen volgens het protocol ook sociale en sociaal-economische factoren een rol spelen, bijvoorbeeld behoud van zelfstandigheid en werk. De noodzaak om dichtbij te parkeren kan samenhangen met de beschikbaarheid van verschoningsmateriaal voor ernstige incontinentie, van niet-draagbare medische apparatuur of de toediening van medicatie.

12

Werkwijze GGD Degene die een plaats aanvraagt moet in ieder geval de beschikking hebben over een GPK of die GPK eerst (of tegelijkertijd met de plaats) aanvragen. De GGD geeft voor die GPK na keuring een sociaal medisch advies (SMA) af. De GGD heeft tijdens het onderzoek het volgende over die keuring aangegeven. De GGD ontvangt het formulier met de gecombineerde aanvraag van de gemeente zonder specifieke opdracht. Als de aanvrager de kosten heeft betaald wordt hij uitgenodigd voor een keuring. Met de uitnodiging wordt een folder meegestuurd waarin informatie te vinden is over de keuring (zie bijlage). De GGD wijst erop dat dat de procedure wat betreft de medische advisering afwijkt van de procedure bij andere adviezen die de GGD aan de gemeente geeft (zoals voor leerlingenvervoer, urgentieverklaringen etc.). Daarbij ontvangt de GGD de opdracht rechtstreeks van de gemeentelijke dienst, vaak met specifieke vragen. Voor de keuring en het SMA voor de kaart heeft de GGD een vast format. Er wordt naar de ziektegeschiedenis, de medische klachten en gezondheidsbeperkingen gekeken en er vindt een lichamelijk onderzoek plaats en een oriënterend psychisch onderzoek. Informatie van andere artsen/behandelaars wordt zo nodig bestudeerd. Mensen kunnen die informatie meenemen naar de keuring (dat staat ook zo in de folder) of de GGD kan na de keuring besluiten die informatie op te vragen.

De arts rapporteert aan de gemeente in zijn advies over het persoonlijk, lichamelijk, psychisch en maatschappelijk functioneren van de aanvrager, over zijn beperkingen, de loopafstand, zijn conclusie. Kerncriterium bij de keuring voor de kaart is de loopbeperking voor 100 meter. Het enkele feit dat iemand een rolstoel heeft, betekent niet zonder meer dat er een positief advies voor een kaart passagier wordt gegeven. Bij het advies is ook de fysieke en psychische afhankelijkheid van de bestuurder van belang. Als een aanvrager een ernstige beperking, anders dan een loopbeperking8 heeft, dan blijkt dat in de regel tijdens de keuring. De GGD kan bijvoorbeeld een positief SMA voor een kaart geven als sprake is van gedragsproblematiek, slecht gezichtsvermogen, de aanwezigheid van medische apparatuur, incontinentie of darmproblemen. De duur waarvoor een SMA wordt afgegeven verschilt en is afhankelijk van de medische situatie van betrokkene. Het kan voor onbepaalde tijd worden gegeven, maar het is aan de gemeente of deze dat overneemt bij het toekennen van de voorziening. Bij kinderen wordt een advies voor onbeperkte duur in de praktijk alleen afgegeven als er sprake is van een ernstige meervoudige handicap. In andere gevallen is het advies van beperkte duur of geldig tot hun 18e levensjaar, gelet op de prognose en mogelijke ontwikkeling van het kind.

8

artikel 1 lid 1 sub d regeling gehandicaptenparkeerkaart gemeente Den Haag 13

Bij bezwaarzaken over het gehandicaptenparkeren wordt de GGD bijna altijd opnieuw door de gemeente betrokken, doordat de gemeente nadere vragen aan de GGD stelt. Het beeld van de GGD is, dat alle medische zaken die van belang zijn voor de beoordeling al wel bij de keuring voor de kaart naar voren zijn gekomen.

Aanvraagprocedure De gehandicaptenparkeerplaats moet worden aangevraagd met een standaardformulier: het Aanvraagformulier Parkeervoorzieningen voor mensen met een handicap9. Met dit formulier kunnen tegelijkertijd meerdere voorzieningen voor gehandicaptenparkeren worden aangevraagd, namelijk: •

een Europese gehandicaptenparkeerkaart (voor bestuurder of passagier);

•

een bewonersvergunning gehandicapten (alleen voor bestuurder);

•

een gehandicaptenparkeerplaats (bestuurder of passagier), en

•

de verplaatsing van een gehandicaptenparkeerplaats na verhuizing.

Degene die als passagier een plaats aanvraagt moet op dat formulier onder meer vragen beantwoorden over de parkeerdruk in de straat (per dagdeel) en aangeven of hij een rolstoel heeft, of de inwonende partner of huisgenoot kan helpen bij het in- en uitstappen uit de auto en in staat is de rolstoel langdurig voort te duwen. Het aanvraagformulier moet naar de handhavingsorganisatie (HHO) worden gestuurd. Als er een gecombineerde aanvraag (voor kaart en plaats) wordt gedaan, behandelt de HHO eerst de aanvraag voor de kaart. Nadat daarop een beslissing is genomen wordt de aanvraag voor de plaats beoordeeld. Immers, de kaart is een voorwaarde om in aanmerking te komen voor een plaats. Voor de behandeling van de aanvraag van een kaart is een keuring en sociaal medisch advies (SMA) van de GGD nodig. De kosten10 voor de keuring moeten door de aanvrager worden betaald. Daarna vindt de keuring plaats. Voor de behandeling van de aanvraag van een plaats is in beginsel geen afzonderlijke medische keuring nodig. De behandeling van een aanvraag voor een plaats voor passagiers11 gebeurt als volgt: 1. Na ontvangst van de aanvraag wordt gecontroleerd of de aanvrager al een kaart heeft en of die nog geldig is.

9 https://www.denhaag.nl/nl/parkeren/parkeervergunningen/parkerengehandicapten/individuele-parkeerplaats-gehandicapten-aanvragen.htm 10 De kosten zijn € 223,- (in 2021). 11 De werkinstructie ‘Werkproces aanvraag gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats t.b.v. passagiers’ 14

2.

3.

4.

5.

Als er geen kaart is en deze tegelijk met de plaats wordt aangevraagd, dan moet die aanvraag eerst worden behandeld.12 Meteen na controle van de aanvraag voor een plaats (en bij een gecombineerde aanvraag na beoordeling van de aanvraag voor een kaart) wordt de opdracht voor een verkeerstechnisch onderzoek (VTO) gegeven aan de afdeling Straten van de gemeente. Dat gebeurt altijd, ook als bekend is dat de aanvrager een hulpmiddel/rolstoel heeft (en de aanvraag om die reden waarschijnlijk wordt afgewezen). Dit heeft een praktische reden: dan is het VTO in ieder geval voor handen, mocht de hardheidsclausule worden toegepast of bezwaar worden aangetekend. Aan de hand van het SMA (van de keuring voor de kaart) en de VTOrapportage wordt gekeken of er een hulpmiddel/rolstoel is. Is dat het geval, dan wordt bijna altijd meteen een voornemen tot afwijzing verstuurd. Is er geen hulpmiddel/rolstoel dan wordt achtereenvolgens nog gecontroleerd of het opgegeven kenteken op naam van de aanvrager of inwonende partner/huisgenoot staat en of de rapportage van het VTO positief is voor de aanvrager. Als het VTO positief is en als is voldaan aan de andere criteria dan wordt een (positief) besluit opgesteld.

Is niet voldaan aan de criteria en is de hardheidsclausule niet van toepassing, dan wordt eerst een voornemen tot afwijzing verstuurd en kan de aanvrager daartegen een zienswijze indienen voordat een (positief of negatief) besluit wordt genomen.

Tijdens de aanvraagprocedure voor de plaats neemt de gemeente (HHO) over de medische situatie zo nodig contact op met de GGD. Bijvoorbeeld als er bij de aanvraag of zienswijze (nieuwe) medische info is verstrekt of als het SMA voor de kaart daar aanleiding voor geeft. Soms is de uitleg van de GGD voldoende om een beslissing op de aanvraag te kunnen nemen. Een heel enkele keer is een nieuwe, extra keuring nodig. Een nieuwe, tweede keuring kan zien op de medische situatie van zowel passagier als bestuurder13. De gemeente beslist daarover, maar doet dat in samenspraak met de GGD omdat zij zelf de medische situatie en informatie niet kan beoordelen. Of er nog een keuring moet plaatsvinden of niet, hangt dus af van de (medische) gegevens waarover de gemeente beschikt. De procedure voor de aanvraag van een kaart duurt maximaal 8 weken (Awbtermijn), van ontvangst van de aanvraag tot beslissing. De procedure voor een gecombineerde aanvraag duurt langer: in totaal 8 tot 12 weken,

12 Vóór 1 januari 2020 werden de aanvraagformulieren zonder meer naar de GGD gestuurd, zonder controle. Daardoor ontving de GGD ook aanvragen die alleen op een plaats zagen. 13 Zo kan er bijvoorbeeld aanleiding zijn een passagier opnieuw te keuren die, jaren nadat hij een GPK-passagier heeft gekregen, alsnog een GPP aanvraagt. Als hij, anders dan ten tijde van de oorspronkelijke keuring, beschikt over een hulpmiddel, dan is dat mogelijk een nieuw feit dat aanleiding kan geven om hem bij de aanvraag van de GPP opnieuw te laten keuren. Of er kan aanleiding zijn een bestuurder te laten keuren, als bij de aanvraag gesteld wordt dat deze de rolstoel met de passagier niet kan voortduwen. 15

van de ontvangst van de aanvraag (waarbij dus eerst over de kaart en dan de plaats wordt geoordeeld) tot beslissing over de plaats. Deze termijn is intern zo afgesproken. De HHO heeft geen afspraken met de GGD over de termijnen waarbinnen een keuring moet plaatsvinden. In de regel maakt de GGD een afspraak voor een keuring zodra de aanvrager de kosten heeft betaald.

Informatieverstrekking Informatie over de voorwaarden en aanvraagprocedure is verkrijgbaar via de website van de gemeente Den Haag, via een folder en het aanvraagformulier. Deze informatie is bekeken aan de hand van de uitgangspunten van het onderzoek. Hieronder volgt een opsomming en wat daarin opvalt:

•

Informatie op de website over de “Medische beoordeling gehandicapten parkeerkaart of -plaats”.

Als een van de voorwaarden voor een gehandicaptenparkeerplaats of -kaart wordt genoemd ‘u zit permanent in een rolstoel’. Uit de informatie blijkt niet, dat je als passagier alleen in uitzonderlijke situaties voor een plaats in aanmerking komt als je een rolstoel of hulpmiddel hebt. Wel wordt vermeld dat de medische situatie van huisgenoot van belang kan zijn. •

Informatie op de website over een “Individuele gehandicaptenparkeerplaats aanvragen”.

Bij de opsomming van de voorwaarden krijgt de parkeerdruk een prominente rol. Er staat niets over de situatie waarin de passagier beschikt over een rolstoel en/of zwaarwegende sociaal-medische gronden. Wel iets over het belang van de medische situatie van de huisgenoot van de passagier. •

Folder parkeervoorzieningen

Voor mensen met een handicap in Den Haag. Hierin wordt onder meer aangegeven dat men als passagier niet voor een plaats in aanmerking komt als er een rolstoel is, tenzij er zwaarwegende sociaal-medische omstandigheden zijn. Die omstandigheden worden verder niet toegelicht. Verder staat er dat de gezondheid huisgenoot van belang kan zijn. Ook wordt een behandelingstermijn genoemd bij een toekenning: 12 weken na ontvangst ‘positieve uitslag medische beoordeling’. Verder staat er “Neemt u alstublieft pas contact op na de genoemde termijnen”. •

Het aanvraagformulier.

Op dit formulier zelf staat niets over de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een plaats. Op het formulier wordt gevraagd of men een rolstoel/ hulpmiddel heeft. Er wordt niet gevraagd naar bijzondere omstandigheden of zwaarwegende sociaal-medische gronden. De gemeente wijst erop dat de vragen op dat formulier over de huisgenoot/partner zo gezien kunnen worden; uit de toelichting op het formulier blijkt dat echter niet. Op het formulier wordt niet gevraagd om medische informatie op te sturen.

16

De GGD signaleert tijdens het onderzoek van de ombudsman dat mensen het aanvraagformulier niet altijd goed invullen. Op het spreekuur blijken mensen lang niet altijd goed geïnformeerd te zijn over de procedure en de voorwaarden van de voorziening(en) die ze aanvragen. Er worden vaak meerdere voorzieningen aangevinkt op het aanvraagformulier. Ook weten aanvragers bij een gecombineerde aanvraag niet altijd dat de keuring alleen ziet op de kaart en niet ook op de plaats. Een arts moet dan vaak uitleg of een toelichting geven, o.a. dat hij niet voor de plaats keurt, maar voor de kaart. Dit leidt nog wel tot herstelhandelingen tijdens het proces van uitnodigen of op het spreekuur zelf en soms herkeuringen, en daarmee ook tot extra kosten die de gemeente/burger/GGD moet dragen. De aanvragers hebben bovendien vaak ten onrechte het idee dat de GGD beslist of ze voor een voorziening in aanmerking komen, waardoor de onafhankelijkheid van de GGD in het geding is. De GGD en de HHO gaven tijdens het onderzoek aan dat een mogelijke verbetering van het aanvraagformulier en wijziging van de procedure onderwerp is van het reguliere kwaliteitsoverleg tussen hen beide. De HHO verstuurt nu na ontvangst van de aanvraag geen ontvangstbevestiging. Wel krijgen ze na het indienen van de aanvraag hierboven genoemde folder Parkeervoorzieningen voor gehandicapten in de gemeente Den Haag.

De gemeente laat weten te werken aan een geautomatiseerde ontvangstbevestiging bij een aanvraag. Burgers met vragen kunnen via het e-mailadres of via klantcontactcentrum (14070) contact krijgen met de HHO. Mocht er geen contact mogelijk zijn op dat moment, dan wordt er een terugbelnotitie opgesteld voor de afdeling. De burger wordt binnen twee werkdagen teruggebeld. Tijdens de behandeling van een aanvraag wordt, zo geeft de HHO aan, wel vaak telefonisch contact opgenomen met de aanvrager. Meestal gebeurt dat als onduidelijk is wat de aanvrager bedoelt of als de aanvraag onvolledig is ingevuld. Of als er twijfel en onduidelijkheden zijn bij een voornemen tot afwijzing. Het is aan de behandelend medewerker van de HHO zelf om te beslissen of hij contact opneemt of niet. De ervaring van de HHO is, dat mensen vaak zelf contact zoeken bij vragen of als ze vinden dat de beslissing te lang op zich laat wachten na de GGD-keuring. Het is de HHO overigens niet bekend of de GGD mensen informeert als het lang duurt voordat ze gekeurd kunnen worden.

Klachten bij de gemeente Als een klacht in een e-mailbericht aan de afdeling wordt geuit, dan wordt deze niet als zodanig geregistreerd en is er geen contact over met de klachtencoördinator. Dat laatste is wel het geval als de klacht bij de gemeente (via website) wordt ingediend. Over de periode 2018 tot medio 2020 is er één klacht geregistreerd (dossier 41)14. De klager was het niet eens met de beslissing op de aanvraag. De gemeente heeft hem naar aanleiding van de klacht gebeld en geadviseerd om in bezwaar te gaan.

14 In de bijlage 1 staat een overzicht van de bestudeerde dossiers. Ter bescherming van de privacy van aanvragers worden de namen niet genoemd. 17

Klachten in e-mailberichten aan de afdeling worden meestal door de betrokken medewerkers opgepakt. De senior medewerker kijkt vaak mee. Hoe de klacht wordt opgepakt, is afhankelijk van wat de burger aangeeft in het mailbericht. De medewerker kan de burger bellen om een en ander toe te lichten. Formele klachten worden door de senior medewerker afgehandeld.

18

3. Aanvragen Getalsmatig overzicht De ombudsman heeft bij de gemeente Den Haag opgevraagd welke aantallen spelen bij de aanvragen van gehandicaptenparkeerplaatsen voor passagiers. De gemeente heeft volgens haar opgave in de periode 2018 – mei 2020 264 aanvragen gehad voor een gehandicaptenparkeerplaats voor een passagier (gecombineerde aanvragen en aanvragen alleen voor een plaats) overeenkomstig de volgende tabel:

200 toewijzing

daarvan 32 minderjarig daarvan 16 hulpmiddel

264 aanvragen

64 afwijzing

daarvan 7 minderjarig

daarvan merendeel hulpmiddel

Van deze aanvragen zijn er 200 (75%) toegewezen. Van deze toegewezen aanvragen betrof het 32 maal een gehandicapte persoon van 17 jaar en jonger. Van de 200 toegewezen aanvragen hadden er 16 (8%) een hulpmiddel voor verplaatsing zoals een rolstoel. Van deze 16 waren er 7 personen 17 jaar en jonger. Van de 64 passagiers wier aanvraag is afgewezen, was het merendeel in het bezit van een hulpmiddel zoals een rolstoel. Bij de andere afwijzingen stond het kenteken niet op naam en/of was er een parkeerplaats op eigen terrein. Uit de cijfers blijkt dat passagiers die in bezit zijn van een hulpmiddel/rolstoel slechts in uitzonderlijke gevallen een gehandicaptenparkeerplaats als passagier krijgen toegekend.

19

Toegewezen en afgewezen aanvragen De ombudsman heeft 64 dossiers15 bestudeerd om zicht te krijgen op de argumenten die leiden tot toe- of afwijzing van aanvragen. Dit getal komt toevallig overeen met de afwijzingen. Van deze dossiers zijn er 21 kinddossiers. Die analyseren we in het volgende hoofdstuk. De ombudsman heeft zowel toe- als afwijzingen bestudeerd, zowel GPK’s als GPP’s te weten: •

Dossiers waarin zienswijze en/of bezwaar is ingediend tegen de afwijzing van een aanvraag voor een plaats passagier,

•

Dossiers waarin een aanvraag voor een plaats passagier (al dan niet na bezwaar) is toegekend ondanks dat er een hulpmiddel is.

Voor toetsing van de bevindingen gaat de ombudsman uit van de zorgvuldigheid zoals verwoord in de hiervoor gememoreerde hashtags # informeermij #betrekmij #helpmij. In hoofdstuk 1 zijn deze uitgangspunten nader toegelicht.

Aanvragen Om voor een GPP in aanmerking te komen, is een toegekende GPK of het recht op een GPK een voorwaarde. Sommige burgers wenden zich tot de gemeente voor een GPP. Ze krijgen dan het advies van de gemeente om een GPK aan te schaffen en vervolgens een GPP aan te vragen (zie dossier 1). De aanschaf van een GPK is wel een voorwaarde maar geen garantie voor een GPP en brengen wel kosten met zich mee. De gemeente ziet in gevallen toch reden om een GPP af te wijzen, de burger is dan zijn geld voor een GPK kwijt (leges voor de aanvraag ende kosten van de medische keuring). Het roept de vraag op of hierin een andere aanpak tot minder kosten voor de burger leidt. Veel aanvragen GPP worden afgewezen op grond van een beschikbaar hulpmiddel, zoals een rolstoel of een buggy voor kinderen, overeenkomstig de Haagse Beleidsregel (dossiers 10, 20, 27 en nog meer). Dit voorschrift lijkt op gespannen voet te staan met de voorschriften voor een GPK. Daarbij is namelijk een beschikbaar hulpmiddel juist een pré. De ombudsman heeft gevraagd hoe de gemeente met deze spanning in voorwaarden omgaat. De gemeente antwoordde dat de bedoeling van de beleidsmaker niet meer te achterhalen viel, maar dat bij de lopende evaluatie van het parkeerbeleid naar deze contra-indicatie gekeken zou worden.

De gemeente lichtte wel de achterliggende gedachte toe dat de passagier met een rolstoel in het algemeen geholpen kan worden bij het overbruggen van de afstand tussen auto en voordeur. Naar de mening van de ombudsman wordt hiermee wel de reden voor afwijzing van een GPP verklaard maar niet de tegenstelling in indicatie tussen GPK en GPP. De aanvraag in het dossier 26 wordt afgewezen omdat deze niet aan de voorwaarden voldoet. Bij het voornemen wordt de zienswijze ingebracht dat aanvrager om onafhankelijk te kunnen zijn, toewijzing vraagt. 15

zie bijlage 1 en hoofdst. 1 onder Aanpak 20

Dit is in overeenstemming met het GGD-advies dat een beperkt loopvermogen constateert, een afhankelijkheid van de chauffeur en een beperking van langdurige aard. In het afwijzend besluit wordt niet ingegaan op deze aspecten terwijl deze wel relevant zijn voor de betrokkene en voor de duidelijkheid van het besluit. De procesgang is uit de geleverde dossiers niet altijd duidelijk te reconstrueren. Deze bevinding hangt mogelijk mede samen met het feit dat conclusies uit overleg met aanvrager niet in dossier zijn opgenomen. In het dossier 28 vermeldt betrokkene op de aanvraag dat de partner/chauffeur niet kan tillen en medische beperkingen heeft. Een verzoek voor een GPP wordt afgewezen “omdat aanvrager niet meer gereageerd heeft op een afspraak om de partner medisch te laten keuren”. De motivering roept de vraag op waarom de gemeente niet direct de chauffeur heeft laten keuren nu op de aanvraag al de beperking vermeld stond. In het dossier 45 wordt de aanvraag ingediend met de opmerking dat de partner/chauffeur niet in staat is de rolstoel te duwen vanwege zijn beperkte gezondheid en ouderdom. De zienswijze (niet in dossier) wordt ongegrond verklaard en de aanvraag wordt afgewezen vanwege een beschikbaar hulpmiddel. Uit het dossier wordt niet duidelijk waarom de gemeente niet ingaat op het gezondheidsargument en in de fase van de intake verder uitgevraagd is.

Dezelfde bevinding valt te lezen in het dossier 50 waarbij in het ene jaar de aanvraag afgewezen wordt vanwege een beschikbaar hulpmiddel, maar een jaar later toegewezen omdat de chauffeur medische beperkingen heeft en de rolstoel niet kan duwen. De procesgang van de twee aanvragen met tegengestelde besluiten wordt uit het dossier niet duidelijk. Met een bredere uitvraag in de (eerste) intakefase is mogelijk een vertraging in de aanvraag te voorkomen en hoeft de aanvrager niet tweemaal aan te vragen. In het aanvraagformulier is een vraag opgenomen over de fysieke gesteldheid van de chauffeur met de vraag of deze de rolstoel langdurig kan voortduwen. Wanneer deze vraag met nee beantwoord wordt is niet duidelijk uit de dossiers op welke manier dit argument wordt meegewogen in het besluit (zie dossier 59 met toekenningsbesluit, dossier 62 met afwijzingsbesluit en dossier 60 met een ja-antwoord maar met beperking (niet lang duwen vanwege leeftijd) en een afwijzingsbesluit). Meer informatie en duidelijkheid over de besluitvorming, welke argumenten de gemeente doorslaggevend vindt en hoe zij deze gewogen heeft, maken voor de aanvrager inzichtelijk hoe hij desgewenst in bezwaar / beroep kan gaan. De duidelijkheid dient de rechtszekerheid van de aanvrager.

21

Sociaal-medische omstandigheden Het college van B&W laat zich op medisch gebied adviseren door een GGDarts (of een andere onafhankelijke medisch expert). De ombudsman heeft de sociaal-medische adviezen in de onderzochte dossiers bekeken. Hieruit blijkt het volgende. Volgens de GGD-arts voldoet de aanvrager (dossier 11) aan de voorwaarden voor een GPP maar het college besluit de aanvraag af te wijzen. De arts ziet bij de keuring voor de aanvraag GPK geen reden voor toepassing van de hardheidsclausule op medische gronden. De aanvrager gaat in bezwaar. De aanvraag voor een GPP wijst de gemeente vervolgens toe met gebruik van de hardheidsclausule. Daarvoor had de gemeente in bezwaar de GGDarts om aanvullende informatie gevraagd en had de arts het medisch advies bijgesteld waarbij de hardheidsclausule om medische redenen in deze fase wél geadviseerd werd. Uit het dossier wordt niet duidelijk waarom in de aanvraagfase de medische hardheid niet en in de bezwaarfase de medische hardheid wel aangevoerd wordt door de GGD-arts. Deze wijziging is voor het college voldoende reden om alsnog toe te wijzen. In het dossier 13 valt op dat de Acb16 het medisch advies onvolledig vindt, ze had graag meer informatie over de psychische toestand van aanvrager gehad. Toch adviseert ze negatief naar B&W omdat niet aan alle voorwaarden voldaan wordt voor een GPK.

Kennelijk ziet de Acb geen reden of mogelijkheid om een herhaald medisch advies aan te doen vragen. Mogelijk zou een herhaald medisch adviesverzoek een ander licht op de aanvraag hebben doen schijnen. Daarmee legt ze het probleem bij de aanvrager en is deze gedwongen een nieuwe aanvraag in te dienen wanneer deze alsnog voor een parkeervoorziening in aanmerking wil komen. Niet altijd is duidelijk wanneer en waarom de gemeente het medisch advies volgt of niet volgt. Dit zou uit het besluit of de toelichting kunnen blijken, temeer ook omdat B&W argumenten voor volgen of niet-volgen dienen aan te geven. De aanvraag in dossier 55 voor een GPP wijst de gemeente af vanwege een beschikbaar hulpmiddel. Het medisch advies wijst op medische hardheid en pleit voor een GPP, wat al uitzonderlijk is. De afwijzing met een formeel argument verstrekt geen inzicht in de waarde van het medisch advies voor het definitief besluit. De gemeente zou kunnen toelichten waarom zij het advies van de medicus negeert. De aanvraag dossier 59 wordt toegekend vanwege medische hardheid. Daarbij volgen B&W het advies van de medicus die pleit voor een GPP en kennen toe vanwege medische hardheid, ondanks de beschikbaarheid van een hulpmiddel. Het besluit maakt niet duidelijk waarom nu het medisch advies wel gevolgd wordt.

16

Adviescommissie Bezwaarschriften 22

Voornemen Voordat de gemeente een definitief besluit neemt stuurt zij een voornemen tot afwijzing aan de aanvrager. Deze kan daarop reageren met een zienswijze en aangeven waarom de afwijzing niet terecht is. Na bestudering van de zienswijze neemt de gemeente een definitief besluit. In hoeverre de gemeente rekening houdt met de argumenten die klager in de zienswijze aanvoert is haar discretionaire vrijheid. Het argument van de parkeerdruk komt in de zienswijzen herhaaldelijk terug. Dat is niet bijzonder omdat in het aanvraagformulier de parkeerdruk veel aandacht krijgt. In het dossier 53 wijst de gemeente de aanvraag GPP af vanwege een beschikbaar hulpmiddel en verklaart het argument van parkeerdruk en veelvuldig ziekenhuisbezoek in de zienswijze ongegrond. Niet duidelijk wordt uit het definitieve besluit waarom de zienswijze dan toch ongegrond wordt verklaard en het beschikbare hulpmiddel als afwijzingsgrond wordt aangewezen. Dit argument was uit een eerdere aanvraag voor een GPK ook al bekend. De gemeente liet weten dat het ieder vrij staat om een aanvraag voor een GPP in te dienen en dat bij uitzondering kan worden toegewezen. De ombudsman vindt het belangrijk dat de aanvrager vooraf weet welke informatie relevant is om de haalbaarheid van een aanvraag in te kunnen schatten.

Hardheidsclausule toegepast door de GGD Het initiatief voor het toepassen van hardheid ligt bij de gemeente. Gemeente heeft hierover wel vaak contact met de GDD en met de afdeling Juridische Zaken. De behandelend (senior) medewerker beoordeelt zelf of contact hierover nodig is. De GGD heeft aangegeven dat ze heel terughoudend is met de toepassing van de hardheidsclausule. Alleen in heel uitzonderlijke gevallen worden andere dan medische beperkingen of omstandigheden door de arts meegewogen bij het advies. Het moet dan gaan om een schrijnende situatie. De situaties waarin de hardheidsclausule wordt toegepast komen in de praktijk nagenoeg overeen met die, opgesomd in artikel 2.1.1. De artsen houden zich, volgens de lijn van de beroepsvereniging, zo veel mogelijk aan het protocol en kijken naar de objectieve medische omstandigheden. Dit is ook de reden waarom de drempel hoog is om de hardheidsclausule toe te passen. Bij de inschatting of iets schrijnend is ligt altijd het gevaar van subjectiviteit op de loer (en daarmee mogelijkheid van tuchtrechtelijke consequenties voor de betrokken arts). De GGD wijst erop dat de gemeente ook zelf kan oordelen dat er sprake is van een schrijnende situatie. Dat gebeurt bijna nooit, is de ervaring. De GGD constateert dat er in een casus vaak meer en andere (sociale) omstandigheden spelen dan alleen de medische loopbeperking.

De GGD stelt daarbij de vraag of die bijzondere sociale situatie wel gewogen moet worden door een arts of jurist. De casus zou in plaats daarvan breed kunnen worden bekeken zoals bij de WMO gebeurt met een keukentafelgesprek. Waarbij de vraag centraal staat waar de burger gelet op zijn specifieke situatie en problemen het meest mee geholpen is om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven. Ook zou daarbij de belasting van het betreffende gezin meegewogen kunnen worden. 23

Hardheidsclausule toegepast door de gemeente De hardheidsclausule is volgens de wettelijke uitleg (zie hiervoor hoofdstuk 2) bedoeld om onbedoelde harde effecten bij letterlijke toepassing van de voorschriften te voorkomen. De clausule geeft een uitweg daarvoor. De gemeente (de HHO) verwijst voor toepassing van de hardheidsclausule in een intern document17 naar de artikelen 2.1.1 en 2.3 van de beleidsregel. Daarmee wordt de toepassing beperkt tot opgesomde medische en zwaarwegende sociaal-medische gronden, niet andere zoals sociale of economische beperkingen. Onduidelijk is wat de status van dit beleid is; deze uitleg is nergens gepubliceerd en is niet gebaseerd op de beleidsregel zelf. De gemeente geeft aan dat de hardheidsclausule in de praktijk in heel uitzonderlijke situaties wordt toegepast. De hardheidsclausule zou volgens de gemeente ook kunnen worden toegepast in andere situaties dan genoemd in de artikelen 2.1.1 en 2.3 van de Beleidsregel. Het zou dan wel moeten zijn vanwege de medische situatie of andere zwaarwegende sociaal-medische redenen. Dit is volgens de gemeente nog niet gebeurd. Voor toepassing van de hardheidsclausule zou een verdeling tussen de arts (medische redenen voor hardheid) en het bestuur (andere redenen voor hardheid) aangewezen zijn.

De gemeente gaat er, anders dan de GGD zelf, van uit dat de GGD altijd de hardheidsclausule in haar beoordeling opneemt, dus niet alleen in uitzonderlijke situaties. De gemeente vindt dat dat voortvloeit uit het VIA protocol. In het onderzoek is een toepassing van de hardheid door de gemeente beperkt aangetroffen. In het dossier 11 wijst de gemeente een aanvraag GPP toe als antwoord op bezwaar. Bijzonder aan het sociaal medisch advies is in eerste instantie er geen reden is voor constatering van medische hardheid maar de arts in een nader advies van mening verandert. Deze wijziging is reden voor de gemeente om alsnog toe te wijzen. In het dossier 25 kent de gemeente een GPP toe vanwege sociaal-medische gronden, maar er is ook sprake van een hulpmiddel. Niet duidelijk is uit het dossier waarop de toewijzing is gebaseerd en waarom de hardheid geconstateerd wordt. In het dossier 29 kent de gemeente een GPP toe op sociaal-medische gronden, terwijl in het medisch advies geen reden voor medische hardheid wordt geconstateerd. Het besluit licht de afwijking van het medisch advies niet toe. In de aanvraag wees betrokkene erop dat de chauffeur niet goed in staat was voort te duwen.

17 Titel ”Werkproces aanvraag gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen tbv. Passagiers” 24

In het dossier 55 wijst de gemeente een GPK toe maar besluit een aanvraag voor een GPP af te wijzen vanwege de beschikbaarheid van een hulpmiddel. Het medisch advies pleit voor een GPP wegens medische hardheid, wat uitzonderlijk is. Hetzelfde geldt voor het dossier 59. Het medisch advies pleit voor een GPP wegens ernstige medische problemen, mogelijke complicaties en beperkte loopmogelijkheden. De gemeente wijst het verzoek af met de enkele verwijzing naar het beschikbare hulpmiddel.

Besluit op de aanvraag In het besluit op de aanvraag kan een motivering voor de toekenning dan wel de afwijzing van de aanvraag verwacht worden op grond van de uitgangspunten transparantie en rechtszekerheid. Het dossier 7 kent een afwijzing van de GPP vanwege het beschikbare hulpmiddel voor verplaatsing (bijvoorbeeld een rolstoel). Het medisch advies wijst op de loopbeperking maar ook andere medische beperkingen. In de aanvraag verwijst de betrokkene naar de medische beperking van de chauffeur. Het besluit geeft geen enkele duidelijkheid anders dan de standaard afwijzingsgrond van het hulpmiddel. Dit uitgangspunt van transparantie van besluiten geldt ook voor toewijzingsbesluiten. De aanvraag dossier 25 is toegekend op sociaalmedische gronden terwijl er wel een beschikbaar hulpmiddel is. Normaliter is het hulpmiddel een afwijzingsgrond voor een GPP. Het sociaal medisch advies wijst op een loopbeperking en de gevolgen van een herseninfarct. Het besluit legt geen duidelijk verband tussen de toekenning en de medische opmerkingen. Een positief voorbeeld van besluitmotivering is het dossier 29. Deze aanvraag voor een GPP wordt gehonoreerd met verwijzing naar de sociaal-medische situatie van de chauffeur. Op de aanvraag staat al een ontkenning van het duwvermogen (voor de rolstoel) van de chauffeur.

Een tweede positief voorbeeld van besluitmotivering vormt de toewijzing van een GPP in het dossier 40. Deze is gebaseerd op een parkeerplaats op eigen terrein. Normaliter is dat een afwijzingsgrond maar gezien de loopafstand en het medisch geconstateerde incontinentieprobleem wijst de gemeente toch toe. Verder valt op dat de gemeente voor beslissingen een format gebruikt waaruit de motivering niet duidelijk naar voren komt. Eerst wordt een opsomming gegeven van de criteria waaraan voldaan moet worden. Vervolgens een opsomming van feiten zonder dat blijkt waarom het tot een toekenning/ afwijzing leidt. Het cruciale argument, waarom tot toekenning/afwijzing is besloten, wordt daaruit niet duidelijk (18, 25). In de gevallen waarin de passagier een kind betreft, ontbreekt in de motivering een overweging waaruit blijkt dat en zo ja, hoe het belang van het kind is gewogen. Uit geen van de bestudeerde kinddossiers, is gebleken dat de gemeente is nagegaan wat in het belang is van het kind. En ook niet dat de gemeente het belang van het kind heeft meegewogen bij de beoordeling van de aanvraag.

25

Bezwaar De aanvrager van een GPP kan tegen een besluit van de gemeente in bezwaar gaan bij het college van Burgemeester en Wethouders (B&W). Daarvoor laten zij zich adviseren door een onafhankelijke Adviescommissie bezwaar (Acb). Deze toetst het besluit aan de voorschriften, beleid en toetst of de procedure heeft plaatsgevonden volgens de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het bezwaar richt zich alleen tegen het gemeentelijk besluit, niet tegen het medisch advies van de GGD arts. Volgens het VIA protocol kan de arts aanwezig zijn bij de hoorzitting. In de Haagse praktijk is de arts nooit aanwezig bij de zitting van de Acb. De Acb kan om een medische second opinion of toelichting vragen. In de Haagse praktijk gebeurt dat niet. Wel kan ze gelasten om eventuele nieuwe stukken voor te leggen aan de GGD en de pro-cedure aan te houden tot er een reactie is. De bezwaarmaker kan volgens de gemeente zelf een medische second opinion vragen aan een onafhankelijk arts die adviseert binnen het wettelijk kader en de vastgestelde landelijke en gemeentelijke regels, en binnen het kader van (landelijk vastgestelde) medische protocollen. Een ontbrekende medische verklaring speelt in het dossier 41. Aanvrager voert in bezwaar aan dat hij als mantelzorger en de verzorgde een loopbeperking hebben. De Acb constateert dat dat niet medisch onderbouwd is en adviseert daarom negatief.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10213133/1