K.F VVD amendement Een verbod is onverkoopbaar
Tekst van het document
RIS-nummer:
319942
K.F VVD verworpen
Amendement: Een verbod is onverkoopbaar Indiener: Noud Dumoulin, Haagse VVD De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 11 juli 2024, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Kadernota buitenreclame Den Haag 2024-2029 (RIS318509). Besluit om: dictumpunt I onder n. te schrappen: “bij de aanbesteding van een concessie wordt als eis opgenomen dat er geen fossiele reclame gemaakt wordt.” En om: -
de Kadernota buitenreclame Den Haag 2024-2029 (RIS318509) als volgt te wijzigen:
Op pagina 2 onder Inleiding wordt geschrapt: “Daarnaast speelt er een maatschappelijke discussie over de inhoud van reclameboodschappen welke we wel of niet willen weren. Zo geldt er al een landelijk een verbod op reclame voor rookwaren en is er sinds 1 juli 2023 een landelijk verbod op ongerichte reclame voor online gokken. Deze kadernota gaat in op de mogelijkheden die de gemeente zelf heeft om reclame in de buitenruimte voor bepaalde producten te weren. In ieder geval zal bij volgende aanbestedingen voor reclameconcessies in het programma van eisen worden meegegeven dat Den Haag geen reclame in de openbare ruimte wil tonen voor fossiele reclame.” Op pagina 9 onder 4.2 Reclameconcessies wordt geschrapt: “ Bij volgende aanbestedingen voor reclameconcessies zal in het programma van eisen worden meegegeven dat Den Haag in de openbare ruimte geen fossiele reclame wil tonen. In de aanbesteding wordt het volgende meegegeven: Onder fossiele reclame wordt verstaan: ‘reclame door of voor bedrijven in de kolensector, de olie- en gassector en de luchtvaartsector en reclame over de producten en diensten fossiele brandstoffen, vliegvakanties, vliegtickets, grijze stroomcontracten, gascontracten, cruisereizen of auto’s met een fossiele of hybride brandstofmotor.
Ook issue- en imageadvertising en sponsoring van bedrijven uit genoemde sectoren wordt hieronder verstaan’.” Op pagina 11 onder Hoofdstuk 6. Toezicht en Handhaving wordt geschrapt: “Door bepaalde reclameboodschappen te weren wordt de kans groter dat reclame-exploitanten zich, al dan niet bewust, niet aan de voorwaarden houden. Ook dan zal handhavend moeten worden opgetreden. De wijze van handhaving hangt dan samen met de dan geldende prioriteiten op handhavingsgebied. Het weren van bepaalde vormen van reclame zal ook leiden tot een discussie of een bepaalde reclame nu net wel of net niet binnen het verbod valt. Ervaringen en jurisprudentie zal op termijn de scheidslijn scherper moeten maken.” Toelichting De gemeente Den Haag moet samenwerken met Hagenaars om klimaatverandering tegen te gaan, in plaats van een verbod op te leggen in het gemeentelijk reclamebeleid. Een verbod wekt namelijk de indruk dat de gemeente van bovenaf invloed wil en kan uitoefenen op de persoonlijke keuzes van Hagenaars en hoe ze zich hierover uiten, waaronder de keuze voor welke auto je kiest of op welke manier je reist om op vakantie te gaan of familie te bezoeken.
Fossiele reclames blijven ondanks afspraken met concessiehouders bestaan, zowel in de buitenruimte van Den Haag als in de privésfeer via televisie, radio en mobiele telefoon. Daarmee mist het voorstel het beoogde doel, terwijl er mogelijk wel kosten aan zijn verbonden voor de stad. De mogelijke inkomstenderving en kosten voor de gemeente (en mogelijk anderen) zijn niet uitgewerkt; het college geeft aan dat meer inperkingen van reclame-uitingen leiden tot minder reclame-inkomsten, maar onderbouwt dat verder niet. Ook zijn er geen kosten beschreven voor de handhaving van het verbod, daar waar bijvoorbeeld Zwolle dit wel heeft onderbouwd en waar dit in de duizenden euro’s loopt. Daarmee is het risico voor de begrote inkomsten van €4,8 miljoen uit buitenreclame niet ondervangen. Ook is het onduidelijk wat de financiële gevolgen van een lokaal reclameverbod zijn voor lokale ondernemers.